CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Ontwerpbestemmingsplan Mijndensedijk 45 te Nieuwersluis d.d. 18 juni 2021.pdf

Commissie Fysiek Domein 14 september 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Ontwerpbestemmingsplan Mijndensedijk 45 in Nieuwersluis.24.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Pagina 48 Bestemmingsplan Mijndensedijk 45 te Nieuwersluis

6 Bijlagen 1. Ontwerp Woonhuis te Nieuwersluis, Mijndensedijk 45, Remco Gongrijp Architect, 16 februari 2021 2. Landschapsadvies, Bureau Land-id, 11 december 2019 3. Ecologische quickscan Flora en Fauna, Watersnip v.o.f., projectnummer: 19A099, december 2020 4. Aeriusberekening, Plannen-makers, projectnummer: PM19047, 21 augustus 2020 5. Verkennend bodemonderzoek, Inventerra, rapportnummer 19-2402-R01AvH, 6 maart 2020

Pagina 49 Bestemmingsplan Mijndensedijk 45 te Nieuwersluis

Bijlage 1

Ontwerp woonhuis te Nieuwersluis

Mijndensedijk 45 16 februari 2021 Behorend bij het Bestemmingsplan van Plannen-makers

aanzicht 1

aanzicht 2

Vanaf deze posi•e vanaf de Mijndensedijk ligt het huidige pand verscholen achter de bebossing.

Doorkijk tussen de bebossing. De kavel ligt lager dan de Mijndensedijk.

aanzicht 3 Toegang vanaf de Mijndensedijk via de brug. Het huidige pand ligt achter.

aanzicht 4

aanzicht 5

Het pand verscholen achter de bebossing, een fragment van het dak is zichtbaar

Links het vervolg van de Mijndensedijk met rechts de toegangspoort naar de kavel

aanzicht 6 Mijndensedijk met rechtvooruit de kavel

aanzicht 7

aanzicht 8

aanzicht huidige pand bij aankomst vanaf toegangsweg aan de zuidkant

aanzicht vanaf de oostkant van de kavel

aanzicht 9 aanzicht vanaf de noordkant

zuidgevel

noordgevel

oostgevel

westgevel

Bestaande bebouwing Op het bouwperceel staat nu een te slopen bebouwing met een inhoud van 1200m3. Het gebouw bestaat uit twee parallel gelegen volumes met zadeldak op gelijke hoogte. De huidige bebouwing hee• een eenvoudige enkelwandige construc•e en is grotendeels verzakt.

Luch•oto kavel Het nieuwe woonhuis wordt gelokaliseerd op de zelfde loca•e als de huidige bebouwing maar met een kleiner bouwvlak. Het gebouw is aan de zuid, west en noordkant omsloten door bebossing. Aan de westkant ligt de Mijndensedijk. De oostgevel hee• zicht op het meer open deel van de kavel met enkele losse bomen.

Ligging op de kavel De posi•e en rich•ng van het moonhuis zijn gelijk aan de huidige bebouwing. In verband met de omvang van de kavel en de beschu•e ligging van de kavel is er in het vooroverleg besproken om het woonhuis een meer bijzondere en ‘landhuis’ ach•ge uitstraling te geven. Om dit te bereiken is er in het vooroverleg geadviseerd om naast de kap van het hoofdvolume (600m3) ook de twee verlaagde zijbeuken (2x150m3) van een kap te voorzien. Het bouwvolume is dan ten opzichte van de oorspronkelijke bebouwing van 1200m3 verkleind naar 900m3.

Bouwvlak huidige bebouwing

Bouwvlak nieuwe ontwerp

Bouwvlak In vergelijking tot het huidige gebouw is bij het nieuwe ontwerp voor de woning de omvang afgenomen binnen de contouren van de huidige bebouwing.

Oostgevel Dit is de meest zichtbare gevel, vanaf de kavel. Hoewel het een tweelaags woning betre•, hee• het nu meer de uitstraling van een landhuis door de twee verlaagde zijbeuken, de serre, de verhoudingen van de ramen en de wolfskappen op de kopgevels.

Noordgevel

Zuidgevel

De bebossing is weggelaten voor het aanzicht. Deze kant is bereikbaar via de wandelbrug

Aan deze kant zit de veranda/keukenterras aan de zijkant de hoofdentree

Westgevel De hoofdentree

Gevelaanzichten

Pla•egronden

Zonnepanelen vlakke plaatsing, uit het zicht

Aardwarmtepomp

Balansven la e met wtw

Installa es

Langsdoorsnede

Kozijndetails

referen!ebeelden

Tuin en bomen

Bomen te snoeien/ kappen

Bomen te planten

Bijlage 2

Woning Mijndensedijk 45 Nieuwersluis Betreft: advies i.r.t. Nieuwe Hollandse Waterlinie Datum: 11 december 2019 Auteur: Samantha Hoogewerf

De eigenaar van de woning aan de Mijndensedijk 45 in Nieuwersluis is voornemens de bestaande woning te slopen en een nieuwe woning te bouwen op dezelfde locatie. Een klein dwarsslootje achter de woning wordt verplaatst richting het oosten en er worden enkele bomen gerooid. Het initiatief is gelegen aan de oostzijde van de Vecht, binnen het beoogde werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie. Vanwege deze reden heeft de gemeente om extra aandacht gevraagd voor dit aspect. Nabij de locatie bevinden zich fort Nieuwersluis en de hoofdverdedigingslijn langs de Vecht. Het perceel, waar het initiatief zich bevindt, maakt deel uit van het inundatiegebied en is gelegen binnen de buitenste verboden kring van fort Nieuwersluis. Begin 2019 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie ingeschreven op de voorlopige UNESCOwerelderfgoedlijst en vanaf dat moment moet het beoogde werelderfgoed beschermd en in stand gehouden worden. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een buitengewoon compleet voorbeeld van een negentiende-eeuwse gefortificeerde waterlinie. De forten, sluizen, dijken, lijnvormige verdedigingsstructuren, het hydrologische systeem en andere militaire bouwwerken vormen een lijn van, met elkaar verbonden, elementen in het landschap. De homogeniteit en de positie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het landschap zijn nagenoeg ongewijzigd en herkenbaar gebleven door de tijd heen.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft de structuur van het landschap gevormd. In het aanloopdossier voor de werelderfgoednominatie staan de criteria voor de uitzonderlijke, universele waarde (outstanding universal value, OUV) van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als volgt toegelicht: Criterium (ii): De Nieuwe Hollandse Waterlinie laat de ontwikkeling zien van het gebruik van gecontroleerde onderwaterzetting (inundatie als verdediging). Dit is een Nederlandse innovatie die andere Europese landen later hebben overgenomen voor hun verdediging. De toevoeging van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan het UNESCO-werelderfgoed Stelling van Amsterdam maakt het overzicht van de bouwfases van de verdedigingslinies als nationaal verdedigingswerk compleet. Samen bieden ze een overzicht van de steeds verdere perfectionering van het waterstaatkundige werken, de aanpassingen in vorm en architectuur van de militaire versterkingen en de invloed die deze vorm van verdediging op het landschap had. Criterium (iv): Door het toevoegen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de Stelling van Amsterdam ontstaat een compleet beeld. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een grootschalig en complex waterstaatkundig werk, gericht op gecontroleerde inundatie en verdediging door een serie forten.

De samengestelde elementen van de site zijn gemaakt in een tijdsbesteding van meer dan 300 jaar en illustreren de ontwikkeling van zowel fortenbouw, als militair waterbeheer. Heldere ontwerprichtlijnen en controlemechanismen vormen de basis van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De waterstaatkundige werken, ondersteund door 55 individuele fortificaties, kenmerken de linie. De nominatie omvat versterkte steden en bakstenen forten, die een voorbeeld zijn van de verschillende

Land-id B.V. Kantoorgebouw De Enk | Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem | www.land-id.nl

opeenvolgende bouwstijlen, evenals een voorbeeld van het meest geavanceerde gebruik van sluizen en dijken waar ook ter wereld. Criterium (v): Dit ingenieuze waterstaatkundige verdedigingswerk heeft zowel betekenis voor Nederland als voor de bredere Europese context. De site illustreert het Nederlandse meesterschap van land- en waterbeheersing in de ruimste zin. De specifieke technologie van de inundatievoorzieningen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie onderstreept dit. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is geworden tot een uniek landschap dat geheel de Nederlandse genialiteit laat zien op het gebied van waterbeheersingstechnologieën en dat dankzij de Nieuwe Hollandse Waterlinie een fundamentele waarde is geworden van de Nederlandse cultuur. Hoewel de linie niet langer in gebruik is als militaire verdediging en de ruimtelijke druk hoog is, is het karakteristieke militaire landschap tot op de dag van vandaag herkenbaar en beleefbaar. De significante elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn verdeeld in de drie centrale kernkwaliteiten die aansluiten bij de beschrijving van de OUV: 1. Het strategisch landschap met de hoofdverdedigingslijn en de veelal open inundatievelden. 2. De waterstaatkundige werken met een ketting van inundatievelden langs de hoofdverdedigingslijn. 3.

En tot slot de militaire versterkingen langs de hoofdverdedigingslijn, die het achterliggende gebied en de zwakke plekken in de inundatie (de accessen) verdedigden. Het gaat om een onderling samenhangend systeem. Ruimtelijke ontwikkelingen binnen het (beoogde) werelderfgoed moeten worden getoetst op het effect op bovenstaande kernkwaliteiten. Het gaat daarbij om het effect op integriteit en authenticiteit. De integriteit van een werelderfgoed geeft weer of de OUV feitelijk nog aanwezig is en niet is aangetast of wordt bedreigd. Hierbij gaat het dus over de compleetheid en gaafheid van het werelderfgoed. Authenticiteit van een werelderfgoed gaat over of er een waarheidsgetrouwe en geloofwaardige verbeelding is van de historische en culturele significantie van het werelderfgoed. Tot slot speelt ook de visuele integriteit een rol. De visuele integriteit geeft weer of een werelderfgoed niet visueel wordt weggedrukt of gemarginaliseerd door latere toevoegingen, ongeacht of die binnen of buiten de begrenzing van het werelderfgoed gesitueerd zijn.

Omdat reeds ten tijde van de inschrijving op de voorlopige werelderfgoedlijst (de nulsituatie) sprake was van een woonhuis (bestemd als agrarisch gebouw, maar feitelijk als woonhuis gebouwd en in functie) op de betreffende locatie en de verdere ingrepen op het perceel zeer beperkt zijn, is er geen sprake van een negatief effect op de kernkwaliteiten van het beoogde werelderfgoed. Er wordt feitelijk niks weg genomen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (integriteit) en ook de beleving en geloofwaardigheid van de Nieuwe Hollandse Waterlinie blijven intact (authenticiteit). Een nader onderzoek in de vorm van een zogenaamde Heritage Impact Assessment (HIA) is overbodig.

Land-id | Woning Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

2

Bijlage 3

Colofon Titel

Verkennend Ecologisch Onderzoek Mijndensedijk 45 te Nieuwersluis

Projectnummer

19A099

Datum uitgave

december 2020

Samengesteld door

Meia Domburg, medewerker Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies Heidi van der Welle, medewerker Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

De heer F.A. Tober Mijndensedijk 32 3631 NP Nieuwersluis

Contactpersoon opdrachtgever

De heer C. Vaartjes van Plannen-makers

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ...................................................................................................................... 3

2

LOCATIEBESCHRIJVING .................................................................................................. 5 2.1 2.2

3

HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................ 5 PLANNEN .................................................................................................................. 5

TOETSINGSKADER .......................................................................................................... 7 3.1 EUROPESE RICHTLIJNEN ................................................................................................. 7 3.2 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING .......................................................................... 7 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) ....................................................................... 7 3.2.2 Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................... 10 3.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) ................. 11

4

RESULTATEN ONDERZOEK ............................................................................................ 13 4.1 METHODE................................................................................................................ 13 4.2 FLORA .................................................................................................................... 13 4.3 FAUNA ................................................................................................................... 14 4.3.1 Vogels ............................................................................................................... 14 4.3.2 Vissen ............................................................................................................... 15 4.3.3 Amfibieën........................................................................................................... 16 4.3.4 Reptielen ............................................................................................................ 17 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 17 4.3.6 Vleermuizen ........................................................................................................ 18 4.3.7 Overige soorten ................................................................................................... 20

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 23 5.1 5.2 5.3

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 23 SAMENVATTING T.A.V. BESCHERMING SOORTEN .................................................................. 24 ALGEMENE ZORGPLICHT............................................................................................... 25

BRONNEN .................................................................................................................... 27

Watersnip Advies

1

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Watersnip Advies

2

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

1 Inleiding De heer Tober is voornemens om aan de Mijndensedijk 45 te Nieuwersluis de bestaande woning met bijgebouwen te slopen. De sloot aan de oostzijde van de bestaande woning zal gedempt worden en een tiental meters verder zal een nieuwe sloot gegraven worden. Hierna zal binnen het plangebied een nieuwe woning worden opgericht. De huidige bestemming “agrarisch met licht agrarisch opslag” dient te worden gewijzigd. De woonbestemming wordt groter: er komt een stuk weiland bij. Om dit te kunnen realiseren is een verkennend ecologisch onderzoek nodig. Om de sloot te kunnen dempen is een slootonderzoek nodig. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of:  Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming).  Er schade optreedt aan beschermde dieren en/of planten. Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden.

Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden;  Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming);  Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toetsing Natuurnetwerk Nederland, Toepassing Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In december 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied.

Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkómen van schade.

Watersnip Advies

3

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Watersnip Advies

4

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

2 Locatiebeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt in de kilometervakken met de Amersfoortse 468 coördinaten: 129,467. Het plangebied ligt aan de oostzijde aan de Mijndensedijk daarvan gescheiden door een sloot. Aan de andere zijde van de Mijndensedijk bevindt zich de rivier de Vecht. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het buurperceel. Aan de oostzijde bevindt zich weiland met enkele grote bomen erin. Hier grazen regelmatig schapen. De zuidzijde grenst aan het poldergemaal Mijnden. Aan deze zijde in het plangebied staan een 467 kippenhok, een schuurtje en twee afdakjes die aan de voorzijde open zijn. Aan de wegzijde en in het zuidelijke 129 130 deel van het plangebied staan veel grote bomen in de landschapstuin om Figuur 1: Plangebied (rode contour) het woonhuis. In veel bomen hangen vogelnestkasten. Het gebied heeft aan deze twee zijden een bosachtig karakter. Aan de oostzijde is de tuin open naar het weiland gericht. Rond een deel van de tuin staat een haag van Haagbeuk. In het weiland staat een ooievaarsnest. In het meest noordoostelijke gedeelte heeft de natuur de vrije hand. Hier bevindt zich ruigte. In dit gebied heeft de heer Tober voorzieningen aangebracht voor de Ringslang in de vorm van broeihopen en twee ijsvogelwanden. Het plangebied wordt omringd door een sloot.

2.2 Plannen De heer Tober is voornemens het woonhuis aan de Mijndensedijk 45 te Nieuwersluis af te breken en een nieuwe woning te bouwen. Hierbij wordt een sloot gedempt en een tiental meters oostelijker een nieuwe sloot gegraven. Het nieuwe, gasloze woonhuis wordt meer naar het oosten verplaatst. Omdat er een rieten kap op het nieuwe woonhuis komt, is het voor de duurzaamheid daarvan gewenst dat enkele grote bomen in de tuin aan de westzijde worden gesnoeid of gekapt. Aan de zuidzijde wordt een kapschuur gebouwd waarop zonnepanelen worden geïnstalleerd. Ook hiervoor dienen enkele grote bomen te worden geveld voor meer lichtopbrengst voor de zonnepanelen. De heer Tober heeft veel affiniteit met natuur en wil de natuurbeleving met de bouw van het nieuwe huis vergroten. De heer Tober wil de zorg voor de natuurkwaliteit in het plangebied integreren in het nieuwe plan.

Watersnip Advies

5

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Watersnip Advies

6

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

3 Toetsingskader 3.1 Europese richtlijnen Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.

3.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving 3.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of die habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.

In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten ‘Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime ‘andere soorten’ (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het

Watersnip Advies

7

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Het integreren van ecologische maatregelen in het plan kan een ontheffingsaanvraag voorkomen. Hierbij gaat het om het consolideren van het leefgebied van populaties. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 2). Deze ecologische maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige.

Figuur 2: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich Watersnip Advies

8

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer. Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn.

Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Interne saldering stikstof De huidige bestemming is “agrarisch met licht agrarische opslag”. Het bouwvlak zal worden verplaatst in oostelijke richting. In de nieuwe situatie komt er een nieuwe gasloze woning. Door het verdwijnen van de agrarische bestemming wordt winst behaald aangaande de stikstofdepositie. De agrarische bestemming verdwijnt nu dus geheel. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ ligt op 1,5 km ten oosten van het plangebied. De Natura2000-gebieden ‘Botshol’ en ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ liggen respectievelijk 8 km ten noordwesten en 10 km ten zuidwesten van het plangebied. Doelsoorten van het gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ zijn: Zeggekorfslak, Gevlekte witsnuitlibel, Gestreepte waterroofkever, Bittervoorn, Grote modderkruiper, Kleine modderkruiper, Rivierdonderpad, Meervleermuis, Noordse woelmuis, Groenknolorchis, Platte schijfhoren, Roerdomp, Woudaapje, Purperreiger, Nonnetje, Porseleinhoen, Zwarte stern, IJsvogel, Aalscholver, Kolgans, Grauwe gans, Smient, Krakeend, Slobeend, Tafeleend, Snor, Rietzanger en Grote karekiet. De doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Botshol’ zijn: Meervleermuis en Kleine modderkruiper.

Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn: Noordse woelmuis, Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Groenknolorchis, Kleine modderkruiper, Meervleermuis, Platte schijfhoren, Rivierdonderpad en Zeggekorfslak. Aangewezen

Watersnip Advies

9

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

vogelsoorten zijn: Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw. Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Krakeend, Grote zilverreiger en Kolgans foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura2000-gebied. Binnen het plangebied ligt voor een deel open weiland met enkele bomen. Dit deel is door de aanwezigheid van grote bomen ongeschikt als foerageergebied. De genoemde wetlandsoorten houden afstand van bomen waarin namelijk predatoren kunnen zitten zoals de Havik of Sperwer. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom van de gemeente Nieuwersluis. Er is sprake van het kappen van een aantal bomen. Het gaat hierbij om enkele bomen die zonlicht wegnemen op het te realiseren rieten dak op het woonhuis en de zonnepanelen op de te realiseren kapschuur. De eigenaar is voornemens de kap te compenseren met nieuwe aanplant. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden van meer dan 10 are. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde.

3.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit:  Natura 2000 gebieden;  bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken;  gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;  landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en;  grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.

Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt deel uit van een NNN-gebied (zie figuur 3). Er zijn geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. Tevens zijn er geen karakteristieke kenmerken en elementen van het NNN-gebied aanwezig binnen het plangebied. In het bestemmingsplan uit 2015, Landelijk gebied Noord, is de planologisch bestemming ‘agrarisch Watersnip Advies

10

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

bouwvlak met mogelijkheid voor een bedrijfswoning’ vastgesteld voor het plangebied. Ook in een eerder bestemmingsplan uit 2003 is dit reeds de bestemming binnen het plangebied. Er is dus al voor een geruime periode planologische bebouwing mogelijk binnen het plangebied. De bestemming van het plangebied verandert niet. Het realiseren van nieuwbouw is binnen de huidige bestemming toegestaan. Er is geen sprake van een nieuwe ontwikkeling waarbij wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied worden aangetast. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van een woning zullen geen schade veroorzaken aan het NNN-gebied.

Figuur 3: Ligging NNN-gebieden t.o.v. het plangebied (rode contour) (bron: www.ruimtelijkeplannen.provincieutrecht.nl)

3.2.3 Ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (herijking 2016) Op 4 februari 2013 is de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 vastgesteld door Provinciale Staten van Utrecht. De Structuurvisie geeft op regionaal niveau invulling aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. In 2016 heeft een herijking van deze Structuurvisie plaatsgevonden. In december 2018 is een tweede partiële herziening van de structuurvisie vastgesteld. Het ruimtelijk beleid van de Provincie is gericht op drie pijlers:  Een duurzame leefomgeving  Vitale dorpen en steden  Landelijk gebied met kwaliteit Uitgangspunten voor het Landelijk gebied met kwaliteit zijn: 1. Uitnodigende zones die stad en land verbinden en bijdragen aan de kwaliteit van het binnenstedelijk leefmilieu. 2. Behouden en versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en behoud van aardkundige waarden. 3. Behouden en ontwikkelen van een vitaal en samenhangend stelsel van natuurgebieden. 4. Een economisch vitale en duurzame landbouwsector. 5. Behouden en ontwikkelen van de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding (recreatie en toerisme). Watersnip Advies

11

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

6. Behouden van gebieden waar rust en stilte kan worden ervaren. NB: Het ontwerp Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 dient na de herijking nog vastgesteld te worden. Met de geconsolideerde versie kan de structuurvisie van 2013, inclusief de vastgestelde wijzigingen (1e partiele herziening d.d. 10 maart en 2e partiele herziening d.d. november 2014), voortaan in één document geraadpleegd worden. De originele versies van de structuurvisie en de herzieningen blijven tot aan de vaststelling van de herijkte versie beschikbaar voor juridische kwesties. Het Natuurnetwerk Nederland (EHS) is reeds in hoofdstuk 2.2.3 ter sprake geweest. Er liggen ook natuurwaarden buiten de EHS en de groene contour. Deze dragen veelal bij aan de essentiële gebiedskenmerken en aan de regionale biodiversiteit en dienen daarom behouden te blijven. Een specifieke categorie van natuurwaarden buiten de EHS zijn weidevogel-kerngebieden. Weidevogels zijn karakteristiek in het traditioneel open (veen)weidelandschap. Om de weidevogels en het cultuurlandschap waarin zij verblijven te behouden, beschermt de Provincie deze landschappen tegen inbreuken op de openheid en verkavelingsstructuur. Er ligt geen belangrijk weidevogelgebied in de directe omgeving van het plangebied. Er is dus geen sprake van schade.

Toetsing Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie De Ecologische Hoofdstructuur is reeds besproken in paragraaf 3.2.2. De andere elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig (zie figuur 4). Er zal daarom geen schade ontstaan door de geplande nieuwbouwplannen.

Figuur 4: Locaties bijzondere natuur Provincie Utrecht t.o.v. het plangebied (rode contour)

Watersnip Advies

12

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

4 Resultaten onderzoek 4.1 Methode Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Op woensdag 4 december 2019 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in het plangebied. Tijdens deze inventarisatie is ook een visinventarisatie uitgevoerd in de sloot die gedempt zal gaan worden. Hierbij is met een schepnet (RAVON, model Poldervis, maaswijdte 3mm.) vanaf de kant gevist, waarbij het net zover mogelijk in het water werd gebracht en daarna langs de bodem naar de kant werd getrokken. Bemonstering van de sloten heeft om de 10 tot 20m plaatsgevonden. Daarnaast is de diepte van de sloot en de waterkolom gemeten. Tevens is tijdens de inventarisatie op 4 december een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen.

4.2 Flora In het plangebied staan bomen als Es, Esdoorn, Linde, Abeel, Plataan, Treurwilg en Ceder atlantica. Rond de tuin staat een haag van Haagbeuk. In het weiland waar regelmatig schapen grazen, groeit Brandnetel, Vogelmuur, Fluitekruid en Herderstasje. Op het eilandje in de sloot groeit Gele lis. In het water van de sloten zijn geen ondergedoken waterplanten aangetroffen. In de plannen is meegenomen dat enkele bomen zullen worden gekapt t.b.v. het woonhuis en de zonnepanelen. Het gaat om een Ceder Atlantica, Abeel, Plataan, Treurwilg en drie essen. Voor de te rooien haag van Haagbeuk zal een nieuwe haag worden geplant.

Figuur 5: Het oostelijke deel van het plangebied

Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied.

Watersnip Advies

13

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

4.3 Fauna 4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende algemene vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied, zoals Roodborst, Vink, Houtduif, Merel, Halsbandparkiet en Grote bonte specht. Tijdens de inventarisatie werd een voorbij vliegende IJsvogel waargenomen. In de weilanden rondom het plangebied werden Kolgans, Grauwe gans en Blauwe reiger waargenomen. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Er zijn geen broedende vogels aangetroffen, omdat de inventarisatie buiten het broedseizoen is uitgevoerd. Er is in het plangebied een boom met gaten aangetroffen die gemaakt zijn door de Grote bonte specht. Deze boom blijft behouden.

Figuur 6: Links de tuin aan de westzijde van de woning, rechts de haag met Haagbeuk

Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Er is een groepje van zes huismussen waargenomen in het plangebied in de haag van Haagbeuk. Bij de nauwkeurige dakinspectie zijn van de onderste twee rijen dakpannen gelicht. Hier vinden we normaal gesproken de nesten van de Huismus. Er zijn hierbij geen nieuwe of oude nesten van de Huismus aangetroffen. Voor de Gierzwaluw is het dak van de woning ongeschikt. De Gierzwaluw wordt ook niet verwacht in het plangebied gezien de ligging in Figuur 7: Inspectie dak i.v.m. nesten Huismus een agrarische omgeving. Deze soort verblijft meer in stedelijke gebieden. Het dak is door de geringe hoogte ook niet aantrekkelijk voor de Gierzwaluw. De Grote gele kwikstaart komt voor in de omgeving van het plangebied (1-5km). Deze soort heeft zijn leefgebied langs stromend water. Dit leefgebied komt in het plangebied niet voor. Deze soort kan worden uitgesloten.

Watersnip Advies

14

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van roofvogels en/of uilensoorten aangetroffen. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. 4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de Kwabaal (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘ernstig bedreigd’) voorkomt in de wijdere omgeving van het plangebied (1-5km). De eisen aan het leefgebied van de Kwabaal is zeer specifiek. De temperatuur van het water mag niet te hoog zijn. Voor zijn voortplanting is water met een temperatuur van rond de 4˚C belangrijk. Hij verblijft vooral in koele, zuurstofrijke meren en plassen en in de grote rivieren. Het is waarschijnlijk dat deze soort in de ‘Oostelijke Vechtplassen’ voorkomt, deze liggen op 1,5 km van het plangebied. De voorwaarden voor het leefgebied van de Kwabaal zijn niet aanwezig in het plangebied. De eventuele aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Tijdens de inventarisatie heeft ook een slootonderzoek plaatsgevonden zoals beschreven in paragraaf 4.1. Het gaat om een sloot die in 1989 door de heer Tober gegraven is. Het water is niet helder en ondiep. De waterkolom is ongeveer 25 centimeter. De eigenlijke diepte is 1

Figuur 8: Foto’s boven: de te dempen sloot, foto’s onder: links: IJzerbacterie, rechts: de plek voor de nieuwe te graven sloot

Watersnip Advies

15

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

meter. Op de bodem van de sloot ligt een dikke laag zwart slijk en blad. Er werden geen ondergedoken waterplanten aangetroffen. Het enige leven wat werd aangetroffen was een aantal exemplaren van de Duikerwants. In een ander deel van de sloot komt kwelwater omhoog uit de nabijgelegen rivier de Vecht. Op het water dreven concentraties van de IJzerbacterie als een blauw laagje op het water. Door de slechte waterkwaliteit en de samenstelling van de bodem van de dikke laag modder en blad, worden geen beschermde vissoorten verwacht. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Uit de bureaustudie blijkt dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander en Meerkikker (allen wnb-andere soorten) voorkomen in de directe omgeving van het plangebied (0-1km). Voor deze soorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming een algemene vrijstelling in de provincie Utrecht. Uit de bureaustudie blijkt dat de Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de omgeving van het plangebied (0-1km). De Heikikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Poelkikker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) komen voor in de wijdere omgeving van het plangebied (1-5km).

De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. De voorwaarden voor het leefgebied van de Rugstreeppad komen niet voor in het plangebied. Op het moment dat er binnen het plangebied hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen, wordt het gebied mogelijk wel tijdelijk aantrekkelijk als overwinteringsgebied. De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. De Heikikker komt voor in o.a. vochtige heidegebieden en hoog- en laagveengebieden. Hij geeft de voorkeur aan schrale omstandigheden. Voor de voortplanting is hij afhankelijk van ondiep zuur (pH 4 – 5,5) water met oevervegetatie. Verder moet er voldoende ruige en structuurrijke vegetatie aanwezig zijn waar deze kikker kan schuilen tegen predatoren. De voorwaarden voor het leefgebied van de Heikikker komen niet voor in het plangebied. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Er komen geen schrale milieus voor.

De Poelkikker heeft een voorkeur voor voedselarm, schoon water, bijv. zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden of vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden. De oevers moeten goed begroeid zijn, zodat de Poelkikker kan foerageren en schuilen. De voorwaarden voor het leefgebied van de Poelkikker zijn niet aanwezig. Het valt aan te nemen dat de Heikikker en Poelkikker voorkomen in de ‘Oostelijke Vechtplassen’. Dit gebied ligt op een afstand van 1,5 km van het plangebied. De plannen voor de bouw van een nieuwe woning, het dempen en opnieuw graven van de sloot zullen daardoor geen schade toebrengen aan deze soorten.

Watersnip Advies

16

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere beschermde amfibieën verwacht. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang voor kan komen in de omgeving van het plangebied (0-1km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. De heer Tober heeft zelf broeihopen aangelegd in het noordoostelijk deel van het perceel. Daarna heeft de heer Tober regelmatig een Ringslang waargenomen in het plangebied. Dit deel van het plangebied blijft ongemoeid in de plannen. Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht.

Figuur 9: Het noordoostelijke deel van het perceel

4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere beschermde zoogdieren voorkomen in de omgeving van het plangebied, namelijk Bosmuis, Bunzing, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Ree, Veldmuis, Vos en Wezel (0-1km) en Aardmuis, Dwergmuis, Dwergspitsmuis en Rosse woelmuis (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tevens blijkt uit de bureaustudie dat de Boommarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) en Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voor kunnen komen in de omgeving van het plangebied (0-1km). De Das (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) en Noordse woelmuis (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komen voor in de wijdere omgeving van het plangebied (1-5km). De Boommarter leeft met name in bosrijk gebied. Er zijn geen sporen van de Boommarter aangetroffen in het plangebied. De gaten in de boom die gemaakt zijn door de Grote bonte specht zijn te klein voor een Boommarter. De boomgroep op het terrein staat niet in verbinding met doorlopende bosstructuren. De aanwezigheid van de Boommarter in het plangebied kan worden uitgesloten. De Waterspitsmuis komt voor langs schone sloten die niet te voedselrijk zijn. De sloten dienen een goede watervegetatie te hebben en ruige oevers.

De Waterspitsmuis is zeer schuw en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid. De sloten in het plangebied hebben geen goede watervegetatie en/of ruige oevers. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. De Das komt voor in een bosrijke omgeving. Er zijn geen sporen van een Das aangetroffen in het plangebied. De aanwezigheid van de Das kan worden uitgesloten. Watersnip Advies

17

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

De Noordse woelmuis leeft in gebieden met hoge vegetatie en vooral grasachtige planten. Hij geeft de voorkeur aan natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Het plangebied voldoet niet aan de eisen die deze soort stelt aan zijn leefgebied. Het valt aan te nemen dat deze soort voorkomt in de ‘Oostelijke Vechtplassen’ op 1,5 km van het plangebied. Er is binnen het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde zoogdieren. Deze worden hier derhalve niet verwacht. 4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Baardvleermuis, Brandtsvleermuis, Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (0-1km), Laatvlieger en Tweekleurige vleermuis (1-5km). Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen.

Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Het woonhuis met aangebouwde schuur is opgetrokken uit een stenen muur. Er is geen spouw aanwezig. Op het pannendak liggen Oud Hollandse pannen. Aan de noordzijde is een aanbouw aangebouwd van gepotdekselde planken met een plat dak. Op het dak van het woonhuis en de schuur liggen Oud Hollandse pannen. De pannen liggen op verschillende plekken scheef en de dakgoten zijn lek. Dit betekent dat er wel vleermuizen onder kunnen komen, maar dat geldt ook voor wind (tocht) en regen. Tochtige omstandigheden leiden tot veel afkoeling voor vleermuizen. Als warmbloedige zoogdieren met veel kale huidplooien kunnen ze daar niet tegen. Daarom hebben ze ook voorkeur voor bijv. forten in deze streek. Daar vinden ze de windstille micromilieus, die ze in het plangebied niet aantreffen. Het schuurtje heeft een pannendak, de pannen liggen ook hier erg los. Wind en regen hebben vrij spel. De wanden zijn opgetrokken uit enkelwandig hout en hebben grote kieren.

Figuur 10: links het woongedeelte, rechts de aangebouwde schuur

Watersnip Advies

18

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

De twee afdakjes in het plangebied zijn eveneens opgetrokken uit enkelwandig hout en een hebben een dak van golfplaten. Oud Hollandse pannen hebben de eigenschap dat ze slechts deels aansluiten op elkaar. Dit wordt veroorzaakt door a) de sterke ronding van de pannen en b) door het feit dat er slechts aan de boven- en aan de onderzijde een ‘lip’ uitsteekt, waarmee de pannen elkaar vasthouden en zo behoeden voor naar beneden glijden (zie detailfoto’s figuur 11). Tijdens een winderige dag kan dan ook in bijvoorbeeld een schuur worden ervaren dat een dergelijk dak met oud Hollandse dakpannen sterk tocht. Enerzijds betekent dit dat regen en zelfs stuifsneeuw door het dak waaien. Anderzijds zorgt de sterke tocht er ook weer voor dat de panlatten snel weer opdrogen. Daardoor blijven de panlatten toch lang in goede conditie en heeft dit type dak toch een grote duurzaamheid. Van vele tientallen tot soms enige honderden jaren. Dit type pannendaken met een oud Hollandse pan biedt dus geen stabiel microklimaat en is om deze reden niet geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen, in de zin waarin de Wet natuurbescherming hierop doelt.

Figuur 11: Detailfoto's dak

Het geheel van woonhuis en bijgebouwtjes bieden geen goed klimaat voor een verblijf van vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing kan worden uitgesloten. Het bosachtige karakter van de tuin biedt goed foerageergebied voor vleermuizen. De heer Tober is bekend met de Baardvleermuis die in deze omgeving voorkomt. Deze heeft zijn winterverblijf in Fort Nieuwersluis waar de heer Tober rondleidingen geeft. Hij heeft affiniteit met vleermuizen en heeft geen vleermuizen waargenomen die gebruik maken van het

Figuur 12: Het schuurtje

Watersnip Advies

19

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

woonhuis of de bijgebouwtjes. Hij is voornemens om in de nieuwbouw nestgelegenheid te maken voor vleermuizen. In de tuin zullen een aantal bomen worden gekapt en/of gesnoeid om meer licht en lucht te creëren voor het woonhuis (voor het rieten dak) en de kapschuur (voor de zonnepanelen). Deze bomen zijn onderzocht en er bevinden zich geen holtes in de bomen die toegankelijk zijn voor vleermuizen. De enige boom die in aanmerking komt voor een mogelijk vleermuisverblijf, de boom met holen van de Grote bonte specht, blijft staan. Het kleine aantal bomen dat wordt weggehaald heeft geen invloed op het foerageergebied van vleermuizen. 4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voor kan komen in het plangebied (0-1km). De Gestreepte waterroofkever (wnb-hrl) komt voor in de wijdere omgeving van het plangebied, evenals de Gevlekte witsnuitlibel (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en de Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) (1-5km). Het water in de sloten in het plangebied is beschreven in paragraaf 4.3.2. De soorten die hieronder beschreven staan zijn niet aangetroffen tijdens het bemonsteren.

Figuur 13: Links de te verwijderen Cedrus Atlantica, rechts: Linde met spechtegaten die blijft staan De Platte schijfhoren leeft in water met een goed ontwikkelde watervegetatie en een goede waterkwaliteit. De bodem van de sloot bestaat uit een dikke modderlaag met veel blad. Er is geen goed ontwikkelde watervegetatie aanwezig. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten.

Watersnip Advies

20

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Gestreepte waterroofkever komt met name voor in sloten en kanalen met een breedte tussen de 1,5 en 20 meter. Het heldere water is ongeveer 50 -150cm diep en er is weinig watervegetatie aanwezig met vooral drijvende en ondergedoken waterplanten. Het water in het plangebied is niet helder, niet diep genoeg en er zijn geen waterplanten aanwezig. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Het leefgebied van de Gevlekte witsnuitlibel bestaat uit verlandingszones van Figuur 14: Helderheid en diepte meten in de te laagveenmoerassen, bosplassen, hoogveen- en dempen sloot heide vennen en op de hoge zandgronden en randzones van hoogveen. Ook in de duinen komt deze soort voor. De wateren waarin deze soort leeft zijn helder, ondiep, matig voedselrijk en beschut met een matig tot rijke (oever)vegetatie. Het water van de sloten is niet helder en niet beschut door (oever)vegetatie. Bovendien is het water door het vele blad wat erin ligt te voedselrijk voor deze soort. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. Er groeit geen Krabbenscheer in de sloten in het plangebied. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere beschermde ongewervelde soorten verwacht.

Watersnip Advies

21

19A099 VEO Mijndensedijk 45 Nieuwersluis

Watersnip Advies

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1655/documents/35579