CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Notitie harmonisatie buitensportaccommodaties.pdf

Raad 21 december 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 19. 22:15: Harmonisatie investeringen buitensport3.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie harmonisatie buitensportaccommodaties Inleiding In deze notitie gaan wij in op de harmonisatie van de buitensportaccommodaties. Harmonisatie is nodig, omdat nog niet voor alle gebruikers gelijke afspraken zijn gemaakt op het gebied van beheer en exploitatie van de sportparken. Het is daarom nodig om sinds de herindeling één lijn te trekken betreffende: - Onderhoudstaken; - Onderhoudsbijdrage; - Huren. Hoofdstuk 1 gaat in op de reeds vastgestelde kadernota en bijhorende uitgangspunten. Dat is het raamwerk van waaruit verder wordt gewerkt. Hoofdstukken 2 en 3 gaan in op het geharmoniseerde beleid en uitgangspunten voor alle buitensportparken.

1. Kadernota & buitensportaccommodaties Wat zijn buitensportaccommodaties? De locaties waar de sportbeoefening buiten plaatsvindt en waarvan het gebruik primair plaatsvindt door sportverenigingen voor sport in georganiseerd verband. In deze gemeente zijn er 16 buitensportparken (zie bijlage 1). We zien sportvoorzieningen niet als een doel op zich, maar als belangrijke randvoorwaarde om onze maatschappelijke doelen te bereiken op het gebied van Sporten & Bewegen. Hiermee zetten we in op het bereiken van onze missie1: Missie Iedereen moet zijn of haar leven lang kunnen sporten en / of bewegen, in zijn of haar eigen omgeving en binnen zijn of haar eigen capaciteiten. Hierdoor leeft men gezond(er), wordt bijgedragen aan ieders persoonlijke ontwikkeling en de sociale cohesie, waardoor de sociale leefbaarheid wordt versterkt.

1.1 Kadernota Niemand buitenspel Sportterreinen zijn dus geen doel op zich, maar een randvoorwaarde voor het bereiken van sport- en beweegdoelstellingen. In de kadernota Niemand buitenspel zijn de volgende aspecten hiervoor opgesteld: -

We handhaven het bestaande accommodatieniveau binnen de kernen; Onze accommodaties zijn veilig en doelmatig; Voor onderhoud van voorzieningen kunnen we, waar het basisvoorzieningenniveau dit noodzakelijk maakt, een onderhoudsbijdrage verstrekken; In geval van cofinanciering is de gebruiker minder huur verschuldigd; We ondersteunen ontwikkelingen en verbeteringen aan accommodaties voor de meest gangbare buitensporten.

Waarbij de gemeentelijke invulling als volgt is: -

De gemeente faciliteert tot een verantwoord basisniveau een gevarieerd sport- en bewegingsaanbod voor diverse doelgroepen, gebaseerd op landelijke normen en kengetallen. De gemeente stimuleert de eigen verantwoordelijkheid, kracht en betrokkenheid van inwoners, we stellen ons op als een toegankelijke partner. Voor alle sportverenigingen gelden dezelfde inhoudelijke uitgangspunten, maar bepaalde factoren vragen om maatwerk.

Waarbij we van verenigingen vragen: 1

Zoals vastgesteld in de kadernota Niemand buitenspel, mei 2015 1

-

-

Sportverenigingen voeren zelfstandig hun taken uit. Van sportverenigingen wordt een actieve rol verwacht inzake het beheer en de exploitatie van de accommodaties, in samenhang met het realiseren van een breed aanbod van activiteiten voor diverse doelgroepen in de wijk of kern. Zij staan open voor samenwerking met andere partners en het multifunctioneel gebruik van accommodaties. Hierdoor kan de bezettingsgraad van de sportvoorzieningen worden verhoogd en kan de maatschappelijke rol van sportverenigingen binnen de kern nog beter vorm krijgen. Ook zullen verenigingen onderling meer moeten samenwerken, waardoor ze sneller kunnen inspelen op trends en ontwikkelingen, maar ook hun bestuurskracht kunnen vergroten.

1.2 Vraagstuk De genoemde punten geven een verandering van beleid weer. Het realiseren van nieuwe voorzieningen door de gebruiker zelf is reeds geïmplementeerd en in steeds meer gevallen werken gebruikers nauwer samen. Maar op het gebied van beheer en exploitatie zijn echter nog wel stappen te maken. In de basis staat er een goede sportinfrastructuur, maar het is van wezenlijk belang om zoveel mogelijk gelijke regels op te stellen. Daarbij is het van belang dat gebruikers beschikken over een adequate accommodatie, waarmee zij zich kunnen richten op hun sportieve en maatschappelijke activiteiten. Essentieel is het daarbij om duidelijkheid over rol- en taakverdeling vast te leggen. Deze notitie richt zich op het opstellen van gelijke uitgangspunten van beheer- en exploitatieverantwoordelijkheden voor alle buitensportaccommodaties. Op korte termijn zullen de betreffende sporten nader worden uitgewerkt, te weten voetbal, tennis, korfbal, hockey en atletiek.

2. Wat gaan we doen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de harmonisatie van het beheer en exploitatie van het onderhoud van de sportparken.

2.1 Uitgangspunten harmonisatie Om vorm te geven aan de visie van de gemeente én om meer gelijkheid in de huidige regels door te voeren, wordt gestreefd naar een eenduidige werkwijze voor elke vereniging. Hiervoor worden de volgende uitgangspunten opgesteld, die in het vervolg per paragraaf worden uitgewerkt: - Gebruikers worden zelf verantwoordelijk voor de organisatie van de onderhoudswerkzaamheden. De wijze waarop staat de vereniging vrij; - De onderhoudsbijdrage wordt verstrekt op basis van normen, waarbij er geen verschillen in onderhoudsbijdrage bestaan binnen een sport; - Er wordt maatwerk geleverd voor werkzaamheden die niet te normeren zijn (groen onderhoud, hekwerken, lichtmasten e.d.); - Gebruikers worden eigenaar van de voorzieningen; - Gebruikers betalen geen huur meer; - Voor clubhuizen, kleedkamers en tribunes worden geen bijdragen verstrekt; - Investeringen worden gehonoreerd op basis van een afwegingskader; - Er wordt zo veel als mogelijk aansluiting gezocht op de huidige bestaande situatie (zie bijlage 2).

2.2 Harmonisatie werkzaamheden We maken onderscheid in de verschillende onderdelen van een sportpark. Het betreft hier velden, niet veld-gerelateerde zaken en overige opstallen. Vertrekpunt is dat de gebruiker zelf verantwoordelijk is / wordt voor het hele sportpark, m.u.v. de ‘ erfafscheiding’2. We verwachten van gebruikers dat ze de velden en bijhorende opstallen zelf beheren en exploiteren.

2

De verantwoordelijkheid voor de erfafscheiding blijft gelijk aan hoe het nu al is geregeld. 2

2.2.1 Beheer en exploitatie velden Uitgangspunt is dat de gebruiker zelf al het onderhoud verricht en / of laat verrichten. Dit betekent derhalve dat de gemeente geen taken zelf meer uitvoert, maar alleen een normbijdrage beschikbaar stelt. Deze normbijdrage wordt beschikbaar gesteld voor het (laten) verrichten van onderhoudstaken aan ‘velden’ en bijhorende voorzieningen. Het gaat om de meest voorkomende werkzaamheden als maaien, herstellen van speelschade, onderhoud drainage en verlichting e.d. Hiermee wordt de kwaliteit en veiligheid van de betreffende voorziening gewaarborgd. Er zijn ook werkzaamheden die een vereniging zelf kan doen, nu reeds uitvoert of relatief eenvoudig zelf kan ontwikkelen. Hierin voorziet de normbijdrage niet. Per sport wordt het normbedrag nader uitgewerkt. In hoofdlijnen wordt is de verdeling: - Dagelijks onderhoud: de meeste taken hiervan worden door de vereniging uitgevoerd. - Groot / jaarlijks onderhoud: de meeste taken hiervan worden door de gemeente vergoed tegen vooraf vastgestelde normbedragen. - Onderhoud aan groen en verhardingen e.d. binnen een park: deze taken worden door de vereniging gedragen en waar nodig (financiële) maatwerk afspraken gemaakt. Voor het beheer en de exploitatie van de buitensportaccommodaties maken wij afspraken met de hoofdgebruiker van het complex.

Harmonisatie vindt plaats op basis van het aantal velden van een sportpark. Een gelijke bijdrage per veld is voor alle partijen het duidelijkst. Wel hanteren we een voorgeschreven normverhouding vanuit sportbonden: verhouding velden – aantal spelers / teams. Overcapaciteit financieren we niet. Maatwerk Er zijn een aantal zaken die vooraf niet te normeren zijn, omdat dit maatwerk betreft. Het gaat hier om vervanging van zaken als lichtmasten, ballenvangers, hekwerk en beregeningsinstallaties. Daarvoor worden per vereniging maatwerkafspraken gemaakt. Een vereniging doet hiervoor tijdig een aanvraag, die in principe conform de 1/3e regeling zal worden behandeld. Dit geldt ook voor het groenonderhoud. In principe is de gebruiker hiervoor zelf verantwoordelijk. Maar voor een aantal parken is er sprake van aanmerkelijk groenonderhoud: daar worden maatwerk afspraken voor gemaakt. Gedurende het traject zal zo snel als mogelijk dit maatwerk worden omgezet in vaste afspraken en normeringen.

2.2.2 Beheer niet-velden Op de sportparken bevinden zich naast de velden ook andere zaken: - Clubhuizen, kleedkamers, tribunes; - Prullenbakken e.d.; - Verhardingen / looppaden rondom veld, clubhuis en kleedkamer; - Bosschages en overige groen (zie vorige paragraaf) De gebruiker wordt of blijft hiervoor verantwoordelijk. In principe staat hier geen vergoeding tegen over, omdat dit zaken zijn waarvoor verenigingen nu al zelf verantwoordelijk zijn (1 e en 2e bullet) of zouden moeten zijn (3e bullet).

2.2.3. Eigendommen In de huidige situatie bestaan verschillen in de eigendomssituaties op sportparken (zie bijlage 3). In de gewenste nieuwe situatie moet sprake zijn van eenduidige afspraken die toepasbaar zijn voor alle buitensportaccommodaties. Daarom worden de volgende spelregels gehanteerd: 1. De gemeente is en blijft eigenaar van de grond3 en van voorzieningen waarop geen recht van opstal op te vestigen is (natuurgrasvelden);

3

Met als uitzondering vv Kockengen 3

2. Sportvelden zijn in eigendom van de vereniging, daar waar er een recht van opstal op kan worden gevestigd. 3. Het eigendom en verantwoordelijkheid voor de ‘erfafscheidingen’ (bomen en andersoortig groen, hekwerk en sloten ter afscheiding van het terrein) blijven onveranderd ten opzichte van de huidige situatie; 4. Opstallen, lichtmasten, verhardingen, ballenvangers, hekwerken, beplanting en terreininrichting zijn middels een recht van opstal eigendom van vereniging. De exploitatielasten (water, energie, OZB) blijven of komen voor rekening van de vereniging; 5. De verenigingen blijven eigenaar van hun clubhuizen, kleedkamers en tribunes en financieren dit zelf.

Recht van opstal Indien er een recht van opstal wordt gevestigd dan gaat het eigendom van het opstal over naar de club en de club heeft daarmee de mogelijkheid om een hypotheek/lening af te sluiten met als onderpand het opstal. Daarmee kan er investeringsbudget vrijgespeeld worden door de vereniging. In het recht van opstal is juridisch omschreven op welke wijze er een vergoeding wordt gegeven als een recht van opstal wordt beëindigd. N.B. Er zijn op drie sportparken een aantal ‘niet-natuurgrasvelden’ in eigendom van de gemeente. Deze zullen per 1/1/2020 in eigendom worden overgedragen aan de vereniging, middels een recht van opstal. Er rest hier per deze datum geen boekwaarde op.

Grondpositie gemeente Sportparken en velden liggen doorgaans aan de rand van een woonkern. De gemeente heeft weinig grondposities binnen de gemeente behoudens de sportparken en schoollocaties. Het is van belang om de grondposities die we hebben te behouden. Om die reden worden recht van opstallen gevestigd. Het blote eigendom blijft bij de gemeente liggen, waardoor de strategische grondpositie bij de gemeente blijft. Bij een tweetal verenigingen is sprake van grondeigendom. Om de harmonisatie volledig te maken, is het relevant om te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om de eigendom van de gronden terug te kopen door de gemeente. Zodat hiermee de harmonisatie compleet is.

2.2.4 Huur Verenigingen hoeven geen huur meer te betalen bij het zelf uitvoeren van de taken m.b.t. beheer en exploitatie. Daarmee kunnen verenigingen deze middelen in zetten voor hun eigen beheer en exploitatie. Enige uitzondering is de vergoeding die de gebruikers nu betalen voor dekking van gemeentelijke kapitaallasten. Deze blijven doorlopen zolang de kapitaallasten nog niet volledig zijn afgelost. Na aflossing loopt de betreffende vereniging gewoon mee de harmonisatie.

2.2.5 Overig In een enkel geval is het nog zo dat de gemeente de water- en / of energierekening betaalt voor een vereniging. Dit wordt afgeschaft: elke vereniging dient de energie- en waterrekening volledig zelf te betalen. De gemeente is alleen verantwoordelijk voor het betalen van OZB en waterschapsbelasting daar waar het eigenaarschap van de grond betreft. De gemeente schouwt jaarlijks de kwaliteit van de velden. Hiervoor schakelen we een onafhankelijke expert in. Gebruikers worden aangesproken op hun inzet van middelen, bij een laag kwaliteitsniveau.

3. Harmonisatie investeringen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de harmonisatie van investeringen.

3.1 Bijdrage investeringen De gemeente draagt bij aan nieuwe- en vervangingsinvesteringen, conform hetgeen in de kadernota is vastgelegd. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de inzet van dit budget, omdat de gemeente 4

‘overview heeft’ over alle sportparken. De bijdrage is gericht op het instandhouden dan wel vergroten van de speelcapaciteit. We dragen 1/3e bij aan de totale kosten van een noodzakelijke nieuwe investering, alsmede ook van toekomstige vervangingsinvesteringen. Dit op basis van door ons vastgestelde normbedragen. De normen zijn:

Normen Voetbal grasveld Voetbal kunstgrasveld Voetbal toplaag kunstgras Korfbal kunstgras Korfbal toplaag Hockey kunstgrasveld4 Hockey toplaag Tennis gravel Tennishardcourt

Investering per veld € 100.000 € 486.000 € 240.000 € 200.000 € 60.000 € 290.000 € 145.000 € 30.000 € 50.000

Afschrijftermijn (jr) 20 30 15 30 15 30 15 20 20

De gemeente verstrekt in principe geen vergoedingen voor clubhuizen, kleedkamers en tribunes. Alleen in uitzonderlijke gevallen (bijv. bij gedwongen verplaatsing) kan worden gekozen om bij te dragen aan nieuwbouw, conform de 1/3e regeling. De investeringsbijdragen worden gebaseerd op een geactualiseerde meerjareninvesteringsplanning (deze wordt op gezette tijden geactualiseerd). De gemeente blijft budgetbeheerder en de Sportraad Stichtse Vecht is hierin de belangrijkste adviespartner. De normen zullen worden geindexeerd. De gemeente voert blijvend regie op het meerjareninvesteringsplan. Op basis van een meerjarenplanning en de scoremodel worden hierin keuzes gemaakt.

3.2 Scoremodel bij investeringen Van belang bij het bijdragen aan een investering is een helder model op basis waarvan bijdrages worden verstrekt. Aanvragen worden op basis van een puntensysteem gewaardeerd, zodat zo objectief mogelijk kan worden vastgesteld hoe ‘relevant’ een bijdrage is. Dit is van belang voor de termijn waarop er kan worden bijgedragen. Het scoremodel5 ziet er als volgt uit: Criterium 1 Veld wordt multifunctioneel gebruikt 2 Capaciteitstekort, ook meerjarig (training en wedstrijd). 3 Herbestemming gronden / efficiënt gebruik 4 Speel- en speltechnische ontwikkelingen 5 Veranderingen in grondslag, natuur, omgeving (kwaliteit) Draagkracht van de vereniging (solvabel) + garantstelling 6 in orde

Score

Opmerking 15 Mede bepalen o.b.v. 25 normen van de sportbond 10 o.a. gebiedsontwikkeling 10 15 25

Vereist

N.B. Dit afwegingskader wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage, moet een minimumscore van 35 punten worden gehaald. Genoemde punten in het tabel zijn scores die maximaal kunnen worden ‘behaald’. Indien een aanvraag niet kan worden gehonoreerd, schuift deze automatisch mee naar het jaar erop. Maar ook dan wordt er beoordeeld op basis van dit kader. Wel zal deze aanvraag een hogere aanvangsscore krijgen, omdat er in een dergelijk geval al sprake is van vertraging in de uitvoering.

4 5

Een zand-ingestrooid hockeyveld is de basisnorm. Inclusief afvoer grond en kunstgrasveld. Dit kader is van toepassing voor het aanvragen van 1 veld / voorziening. En niet voor een gebiedsondtwikkeling 5

3.3 Renovatie - / vervangingsinvesteringen Naast nieuwe investeringen draagt de gemeente ook 1/3e bij aan toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze bijdrage wordt jaarlijks uitgekeerd aan de gebruiker, zodat dit de liquiditeitspositie van de gebruiker waarborgt en er een continue relatie is tussen de gemeente en de gebruiker. Dit geoormerkte structurele budget wordt gedekt uit het intensiveringsbudget. Hiervoor moet wel jaarlijks aantoonbaar worden gemaakt dat dit budget ook daadwerkelijk wordt gespaard voor de toekomstige vervanging, middels het toezenden van de vastgestelde jaarrekening. Een vereniging kan geen beroep doen op de gemeente, in geval het misbruik heeft gemaakt van dit budget. Indien dit misgaat volgen er in ieder geval financiële sancties. Bij overvraging van het budget wordt het afwegingskader ingezet.

3.4 Investeren bij gebiedsontwikkeling Onder een gebiedsontwikkeling wordt verstaan een ruimtelijke ontwikkeling waarbij de ontwikkeling niet wordt gedreven door ledenaanwas van de sportverenigingen, maar door de wens tot realisatie van woningbouw of een andere ontwikkeling op de huidige sportvelden. De investeringen bij deze gebiedsontwikkeling overstijgen de investeringsruimte van de betrokken sportverenigingen. Mede omdat er geen sprake is van ledenaanwas en er opstallen verdwijnen die herbouwd dienen te worden. Bij gebiedsontwikkeling wordt in principe een vergoeding verstrekt voor het verplaatsten / opheffen van velden en opstallen, in combinatie met een investering in het sportpark ter instandhouding van de huidige spelcapaciteit. In een dergelijke ontwikkeling wordt de volgende werkwijze gehanteerd: - De vereniging draagt maximaal bij binnen haar eigen mogelijkheden; - De kosten van de te plegen investeringen dekken vanuit de (gebieds)ontwikkeling en daarmee in principe kostenneutraal. Waarbij de te amoveren opstallen op basis van vervangingswaarde worden vergoed; - Indien er middelen overblijven na afronding van een gebiedsontwikkeling, dienen deze middelen ten goede te komen aan de lokale sport voor het verder verbeteren van de sportinfrastructuur. Uiteraard moeten hierbij de geldende regels van de BBV6 en de besluitvormingsprocedures voor worden gevolgd.

- Na realisatie van het plan wordt voortgeborduurd op de 1/3e regeling voor de gebruikers van het betreffende sportpark. N.B. De kadernota Niemand Buitenspel is geschreven vanuit de gedachte dat een kunstgrasveld op een bestaand grasveld of omliggend grondgebied wordt aangelegd. Met als doel om de capaciteit van het aantal velden te verhogen om ledenaanwas een plek te kunnen geven. Dit is niet vergelijkbaar met een gebiedsontwikkeling.

3.5 Investeren tijdens de overgangsperiode Het bijdragen aan investeringen op basis van 1/3e verdeelsleutel is effectief ingegaan per juni 2015. Dit is een trendbreuk met het verleden en geeft een nieuw beleidsregel voor de toekomst. Maar dat neemt niet weg dat er ook sprake is van een overgangsperiode voor bestaande vervangingsinvesteringen. Het is derhalve de vraag wanneer de 1/3e regeling geldig is voor bestaande vervangingen, waar de gemeente voor de beleidswijziging geen verantwoordelijkheden in had. Dit omdat niet van verenigingen kan worden verwachten dat ze in bijvoorbeeld 2018 ‘opeens’ 2/3e van de kosten kan dragen voor het vervangen van bestaande voorzieningen, indien de gemeente in het verleden verantwoordelijk was voor deze vervangingen. Maar dit geldt ook andersom: daar waar de gemeente geen verantwoordelijkheid had in het verleden (tennis en hockey en enkele kunstgrasvelden voetbal en korfbal), kan ook niet worden verwacht dat

6

Besluit begroting en verantwoording, waarin de financiële regelgeving voor decentrale overheden is vastgesteld. 6

met ingang van de nieuwe kadernota de gemeente 1/3e bijdraagt in het vervangen van bestaande voorzieningen. Beide zaken moeten naar rato worden verrekend. Per sportpark zal hierin maatwerk moeten worden geleverd.

3.6 Financiën & Risico’s 3.6.1 Financiën De volgende budgetten 2018 zijn beschikbaar voor de onderhoud (dagelijks en groot) buitensport: Dagelijks onderhoud Groot onderhoud Onderhoudsbijdragen Huurinkomsten van verenigingen Beschikbaar voor onderhoud: (dagelijks en groot)

€ 342.000 € 103.000 € 165.000 -/- € 147.000 € 463.000

N.B. Het intensiveringsbudget is buiten beschouwing gelaten

Als uitgangspunt geldt dat de harmonisatie plaats vindt binnen de beschikbare budgetten. Het mag niet meer kosten, maar ook niet minder. Immers, de bezuinigingen op sport is volledig gerealiseerd in 2016. Ontwikkelingen in ledenaantallen of velden kunnen aanleiding zijn tot herverdeling van het beschikbare budget, maar zal in principe niet tot verhoging van het budget mogen leiden. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de passende besteding van het te ontvangen budget. Het budget moet worden besteed aan het doel dat de gemeente er aan koppelt, te weten onderhoud van het sportpark en / of realiseren van nieuwe voorzieningen. Om enig vorm van toezicht te hebben, zal de gebruiker jaarlijks de begroting en de jaarrekening toezenden aan de gemeente, waarin aan6getoond wordt dat het budget aan onderhoud is besteed. De onderhoudsbijdragen worden jaarlijks geïndexeerd conform gemeentelijk beleid. Per 1 januari 2020 rusten er geen boekwaarden op de opstallen behorende bij de sportaccommodaties, die thans eigendom zijn van de gemeente. Fiscaliteit Per 1 januari 2019 wordt het sportbesluit verruimd, waardoor het recht op aftrek van BTW voor een niet op winst beogende sportexploitant niet meer van toepassing is. Ter compensatie is een subsidieregeling ervoor in de plaats gekomen.

Deze maakt het eenvoudiger, doordat de vereniging zelf een aparte subsidie kan aanvragen ter hoogte van 20% van de bouwkosten (i.p.v. de BTW) op het gebied van onderhoud en investeringen. Wel vraagt dit om een proactieve houding van de vereniging, aangezien het budget (van rijkswege) is gemaximeerd en het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ geldt. Deze regeling is op 20 juli 2018 gepubliceerd. De overdracht van taken met betrekking tot het beheer en exploitatie en de veranderende regelgeving zitten elkaar niet in de weg. Sterker nog, het kan juist kansen bieden voor de gebruikers. Mits die tijdig er op de veranderende regelgeving in kunnen spelen.

3.6.2. Risico’s In het verleden zijn er voorbeelden geweest die aantonen dat het overdragen van taken op het gebied van beheer en exploitatie aan verenigingen, tot verkeerde besteding van gelden heeft geleid. Dit wordt voorkomen door jaarlijks de financiële stukken te boordelen. Tevens wordt er een jaarlijkse schouw uitgevoerd. Bij geconstateerde en verwijtbare afname van kwaliteit of onjuiste besteding van middelen, wordt terstond nieuwe afspraken gemaakt met de vereniging. De mogelijkheid om het onderhoud weer terug te nemen door de gemeente zal als uiterste middel worden ingezet, omdat dit niet in lijn met deze

7

harmonisatie is. Dit kan derhalve gevolgen hebben voor de verdere werkwijze en relatie met de betreffende gebruiker. Voordat overdracht plaats vindt, zal een onafhankelijke kwaliteitsmeting worden uitgevoerd. Die aangeeft wat het kwaliteitsniveau is van het park. In gezamenlijkheid zal dan worden besproken welk kwaliteitsniveau de vereniging tenminste moet nastreven. Vertrekpunt is dat het niveau tenminste redelijk moet zijn. In het geval er sprake is van situaties die een direct gevolg hebben op de veiligheid en / of de volksgezondheid, zal op dat moment worden bekeken in hoeverre er van deze uitgangspunten moet worden afgeweken.

8

Bijlage 1 Buitensportaccommodaties Kern, complex Breukelen, Broekdijk Oost voetbal & handbal Breukelen, Broekdijk Oost tennis

Kockengen, Wagendijk voetbal Kockengen, Sportweg korfbal Kockengen, Sportweg tennis Nieuwer Ter Aa, voetbal Nigtevecht, voetbal Nigtevecht, tennis

Loenen aan de Vecht, De Heul voetbal, hockey en tennis

Maarssen, Daalseweide voetbal, tennis en korfbal

Maarssen, Fazantenkamp voetbal Maarssen, Zwanenkamp atletiek

Maarssen, Oostwaard hockey & manege

Maarssen, Reigerskamp tennis

Maarssen, Boomstede tennis Tienhoven, voetbal

9

Bijlage 2 Huidige werkwijze Onderstaand schema geeft de huidige situatie weer, in hoeverre verenigingen reeds werken volgens de beoogde werkwijze in de harmonisatie. Sport Voetbal (9 verenigingen) Hockey (2 verenigingen) Korfbal (2 verenigingen) Tennis (7 verenigingen) Atletiek (1 vereniging) Handbal (1 vereniging)

Werkt al zo Deels (2 verenigingen) Ja Ja Deels Nee Nee

Huidige uitgangspunten -

Alle clubhuizen en kleedkamers zijn reeds eigendom van verenigingen; Bijna alle niet-natuurgrasvelden zijn reeds eigendom van verenigingen middels een Recht van Opstal; Alle gronden zijn eigendom van de gemeente behoudens grond onder sportpark vv Kockengen de grond onder het 4e veld bij LMHC op sportpark De Heul te Loenen;

Huidige eigendomsverhoudingen Voetbal: op 2 kunstgrasvelden na (Fc Breukelen) zijn de kunstgrasvelden eigendom van de verenigingen; Tennis: op een aantal velden na (bij LTC Breukelen en bij LT Kockengen) zijn de velden eigendom van de verenigingen; Hockey: velden zijn eigendom van de verenigingen; Korfbal: velden zijn eigendom van de verenigingen; Atletiek: accommodatie is eigendom van de gemeente Handbal: (asfalt)veld is eigendom van de gemeente

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1703/documents/38109