2. Nota van beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Tegen deze achtergrond is de vraag: • Waar komt het aantal van 5.460 woningen vandaan dat de komende 20 jaar gerealiseerd zou moeten worden? • Waarom is het wenselijk om bij de kleine kernen nog eens 1.500 woningen te plaatsen? Is de infrastructuur daarop berekend? Maar vooral: • wat legitimeert om in een gebied met sterke bodemdaling, zoals het stationsgebied Breukelen, nog grootschalige, toekomstbestendige woningbouw toe te staan? • Is er voor het doen van deze uitspraken uitgezocht of deze ‘ambitie’ ruimtelijk en qua bodemgesteldheid realiseerbaar is? Wij realiseren ons zeer goed dat Stichtse Vecht onderdeel is van een regio en dat op dat niveau afspraken gemaakt moeten worden. Bij de keuze voor concentratie rond het knooppunt Breukelen lijkt de economische benutting van de ruimte, als vanouds, centraal te hebben gestaan, terwijl deze insteek botst met het bodem-watersysteem dat juist in deze omgeving zo’n doorslaggevende rol zou moeten spelen. 30.27
Het rapport schrijft over allerlei opgaven en doelstellingen (woningbouw, gezondheid, …) alsof die makkelijk gelijktijdig kunnen worden gerealiseerd. Dat er spanningen tussen die verschillende doelstellingen bestaan, wordt hier en daar natuurlijk wel aangegeven, maar niet
We merken op basis van uw reactie dat er een interpretatieverschil hoe de Omgevingsvisie is opgebouwd en waarover de Omgevingsvisie moet gaan. Voor de gemeente is de voorliggende Omgevingsvisie een agenderend en richtinggevend document: een visie waarin de
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
66
30.28
als een probleem dat nu onder ogen moet worden gezien om beleid voor een periode van twintig jaar te kunnen formuleren. Het zou goed zijn als het rapport veel duidelijker aangeeft dat niet alles kan, dus dat er nu keuzes moeten worden gemaakt. Het rapport wil zich beperken tot hoofdlijnen, maar de gemaakte keuzes behoren daartoe. Dit vereist in onze visie een tamelijk ingrijpende revisie van het rapport: zolang die keuzes nog niet zijn gemaakt, kunnen de hoofdlijnen niet worden uitgewerkt.
belangrijkste opgaven voor de gemeente zijn benoemd en vervolgens zijn vertaald naar een visie op hoofdlijnen voor de fysieke leefomgeving op strategisch-tactisch niveau. In de Omgevingsvisie kijken we 10 tot 20 jaar vooruit. In de visie worden op hoofdlijnen ambities en doelen vastgelegd die de gemeente de komende jaren binnen programma’s verder gaat uitwerken. Daarmee is deze Omgevingsvisie bewust geen volledig uitgewerkt plan en staat de visie niet op zich zelf, maar zal onderdeel zijn van een beleidscyclus. De visie zal om de 4 à 5 jaar worden herijkt.
Het werkdocument geeft aan dat reguleren en spreiden van recreanten nodig is. Maar de instrumenten die daarvoor worden genoemd, zijn de toeristische overstapplaatsen en het spreiden van bezoekers over de hele gemeente. Daarmee kun je weinig doen aan de voornaamste bronnen van overlast (gemotoriseerd verkeer, waaronder zeer lawaaiige groepen motoren, op het Zandpad en de Straatweg en een enorm aantal te snel varende motorvaartuigen op de Vecht). De gemeente moet veel duidelijker aangeven wat zij gaat doen om ongewenste vormen en ongebreidelde toename van recreatie te voorkomen (verbod van motoren, effectief handhaven van snelheids- en geluidsbeperkingen op de Vecht, ..). Als zij dat niet doet, maar wel de grote kansen voor recreatie en ontspanningseconomie roemt (p. 82) dan is de balans zoek. Ongewenste recreatie zal dan snel blijven groeien en daarmee de door burgers ervaren overlast.
Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie bij nummer 30.9 en 30.25.
Nu u in de Omgevingsvisie het beleid voor een periode van decennia ontwerpt, is het van groot belang dat de gemeente niet alleen aangeeft wat zij wil aanmoedigen, maar ook wat zij onmogelijk wil maken. Uitstel werkt hier niet; dan ontstaan er gevestigde belangen die de handelingsruimte van de gemeente beperken. Wij willen u dan ook dringend vragen om het rapport op dit punt bij te stellen. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - Opbouw van de Omgevingsvisie wordt aangepast zodat de structuur duidelijker wordt. - De matrix op basis van het trendlijnenrapport wordt als bijlage toegevoegd waarbij in de tekst een verwijzing wordt gemaakt naar de bijlage. Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
67
31. Zienswijze ingediend door briefschrijver 31 ReferenSamenvatting zienswijzen tie Nummer 31.1 Met belangstelling heeft de Gebied coöperatie Groot Wilnis Vinkeveen kennisgenomen van de Ontwerp Omgevingsvisie van de gemeente Stichtse Vecht. Als belangenbehartiger namens de agrarische leden woonachtig in Stichtse Vecht wil de coöperatie graag gebruik maken van de mogelijkheid om te reageren op de Ontwerp Omgevingsvisie. De aandacht gaat met name uit naar de onderwerpen in de Ontwerp Omgevingsvisie die gericht zijn op het grondgebied ten westen van de A2 en ten noorden van de N401.
Reactie
361091
31.2
De naam voor het deelgebied ten westen van de A2, Veenweide West, is ongelukkig gekozen en laat het oostelijke kleigebied kennelijk geheel buiten beschouwing en/of dicht veenweideproblematieken toe aan kleigebieden die er niet zijn.
Er is voor gekozen om de gebieden op deze wijze aan te duiden. Aanpassing daarvan is niet gewenst omdat deze term in meerdere documenten voorkomt. In de toelichting bij het veenweidegebied zal nader worden aangeduid wat de gemeente verstaat onder dit gebied.
31.3
Op de kaarten pagina 88 e.v. wordt in het gebied gerekend met een vernatting. Daar kan briefschrijver zich absoluut niet in vinden. Uitgerekend in dit gebied loopt al jaren een succesvol gebiedsproces (Groot Wilnis Vinkeveen) met meerdere doelen zoals landbouwstructuurversterking, natuur, schoon water, remmen van de bodemdaling en weidse recreatie. Vernatting is geen onderdeel van dit proces. Ook staan op deze kaart enige onrustgevende tekentjes, zoals 'stoppen of functiewijziging'. Wat bedoelt de gemeente hiermee?
31.4
Aanhakend op de tekst op pagina 92, rechterkolom 2e alinea over bodemdaling in de noordwesthoek van Veenweide West en de veronderstelde uitzichtloze technieken is het advies om deze alinea compleet te schrappen.
De gemeente is het met u eens dat de vernatting die is aangegeven in de Noord-Westhoek voor nu niet juist is. Daarbij moet wel worden aangegeven dat de voorliggende visie een toekomstvisie is waarbij de gemeente over een periode van twintig jaar kijkt hoe de opgaven die er zijn aan te pakken. In de Omgevingsvisie wordt ook een aantal opdrachten benoemd. Een van de opdrachten die wordt benoemd is om een integraal en toekomstbestendig plan te ontwikkelen. In deze opdracht werkt de gemeente samen met inwoners, organisaties en agrariërs aan een integraal, gebiedsgericht en toekomstbestendig plan voor het gebied Veenweide West. Op basis van dit plan zal een deelvisie ontstaan voor het westelijk (veen)weidegebied. Het vernattingsgebied met bijbehorende tekens wordt verwijderd van de kaarten. De aangegeven zinssnede is niet juist. Momenteel kan de gemeente nog niet in de toekomst kijken of de technieken uitzichtloos zijn. Deze zinssnede wordt dan ook verwijderd.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
68
31.5
Met enige verbazing wordt gelezen over de 4 kilometerzone, de fietszone rond het station. Er ligt in het gebied van briefschrijver, ondanks herhaaldelijk verzoek, nog steeds geen fietspad langs de drukke Ter Aase Zuwe, tussen Vinkeveen en Breukelen. Recreatiezone Bosdijk wordt weer agrarisch?
In het kader van Ruimte voor Recreatie gaat de gemeente kijken hoe de verbindingen tussen de verschillende netwerken kunnen worden verbeter. Dit punt neemt de gemeente daarin mee. Op de kaarten worden niet alle gebieden weergegeven. De Bosdijk blijft een recreatiezone, dit geldt ook voor de andere recreatieve gebieden in het gebied.
31.6
Voor een algemene visie op de andere agrarische onderdelen van het Ontwerp wordt verwezen naar de reactie van LTO Noord.
Hiervoor verwijst de gemeente naar de beantwoording van de zienswijzen nummer 26 en 28.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - Pagina 92 wordt de tekst aangepast. - Kaart pagina 88 wordt aangepast waarbij de tekens en het vernattingsgebied worden verwijderd. Dit gebeurt ook op de andere kaarten. 32. Zienswijze ingediend door briefschrijver 32 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 32.1 Allereerst, door het lezen van de Omgevingsvisie beseft briefschrijver wederom hoe goed men het treft om in Vreeland en in de gemeente Stichtse Vecht te wonen en te genieten. Briefschrijver herkent de kernkwaliteiten en trendlijnen. De visie geeft binnen en tussen enkele thema’s al aan waar voor Stichtse Vecht accenten liggen. 32.2
De dorpsraad voor alle inwoners van Vreeland wil graag het behoud van eigen karakter van deze kleine kern, het optimaliseren van faciliteiten en voorzieningen als maatwerk op kernniveau en tussen kernen, het behoud en vergroting leefbaarheid in relatie tot verkeer en het gemis van openbaar vervoer benadrukken. Vreelanders genieten zowel van het groen, het water en de rust als van de levendigheid, de betrokkenheid met elkaar en de openheid naar eenieder. Vreeland dient aantrekkelijk voor nieuwe mensen als ook levensbestendig te blijven. Om Vreeland aantrekkelijk en levensbestendig te houden is maatwerk van het voorzieningennetwerk nodig. Dit betreft zowel de kern zelf als het netwerk van kernen. Openbaar vervoer tussen deze voorzieningen is onmisbaar.
Reactie
361093
In het kader van het voorzieningenniveau is per (kleine) kern maatwerk nodig. Niet elke kleine kern heeft dezelfde basisvoorzieningen nodig. Het gaat uiteindelijk om de som der delen die een evenwichtig voorzieningennetwerk oplevert. Om dit in beeld te brengen gaat de gemeente samen met de inwoners werken aan een optimale leefbaarheidsbalans. In de leefbaarheidsbalans gaat de gemeente in ieder geval in op de gewenste bevolkingsopbouw, de noodzakelijke voorzieningen (kern en omgeving), de benodigde woningen (type en hoeveelheid) en de ruimte voor economische dynamiek.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
69
Daarbij wordt aangegeven dat het in de visie de voorkeur is om bij alle kernen een “beetje” nieuwbouw te plannen (in verhouding met de huidige bebouwing kernen). Een toename van bebouwing en huishoudens betekent enerzijds meer levendigheid en anderzijds meer verkeersdrukte in het dorp. Briefschrijver ziet dit ook terug in het parkeren. Verbetering van verkeersdrukte staat niet voor niets op nummer één als woongenot. Het inzetten van smart mobility als middel om de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid te vergroten kan ook de gewenste hulp bieden. Men hoopt in gesprek te blijven over de leefbaarheid van ons dorp in relatie tot verkeer. 32.3
Men leest terug dat recreatie een belangrijke focus heeft en zal blijven hebben voor de gemeente, zo ook om de kernen vitaal te houden (horeca). In de visie wordt zelf al aangegeven dat kleine kernen langs de Langzame Vecht een grote drukte (verkeer, parkeren, overlast) ervaren door recreanten en toeristen. Hiertegen wordt o.a. ingezet op spreiding van recreatie. Vreeland als kleine kern ervaart deze drukte ook. Inwoners van Vreeland en naastliggende kernen genieten namelijk ook zelf graag van hun eigen omgeving. Ruimte (fysiek of reglementair) bieden aan recreanten van buitenaf dient in balans te zijn met de zeggenschap en gebruik van inwoners van hun directe omgeving. Door de coronaperiode is dit besef gegroeid. Men hoopt in gesprek te blijven over deze balans.
De in 2021 vastgestelde beleidsnota Waardevol Toerisme hanteert als uitgangspunt een gebalanceerde ontwikkeling van recreatie waarbij mogelijke vormen van hinder en overlast zo veel mogelijk worden voorkomen. Deze lijn zet de gemeente door in de Omgevingsvisie. Zo wordt gestuurd op het weren en ontmoedigen dan wel nabij knooppunten ‘ afvangen’ van gemotoriseerd recreatieverkeer en het gebruik van meer duurzame vormen van mobiliteit.
32.4
Een voorziening die de spil is in een kleine kern is het buurthuis. Briefschrijver benadrukt nogmaals het belang hiervan voor het dorp. Zeker ook in deze tijd is een ontmoetingsplek onmisbaar, zowel voor het ontmoeten binnen specifieke doelgroepen als uiteindelijk tussen doelgroepen. Het houdt het dorp vitaal en betrokken.
Voor de beantwoording wordt verwezen wordt naar de reactie bij 32.2
32.5
De ontbrekende schakel op dit moment voor het voorzieningennetwerk waartoe eenieder toegang dient te hebben, is het openbaar vervoer. Voor ouderen naar de huisarts, voor jongeren naar de sportfaciliteiten en scholen en voor verzorgers van ouderen en gezinnen die allen afhankelijk zijn van openbaar vervoer omdat ze geen auto mogen of kunnen rijden is het openbaar vervoer een must. Openbaar
Dit blijft onder onze aandacht. Het is belangrijk dat ook de kleinere kernen zo goed mogelijk zijn aangesloten op het Openbaar Vervoer. Daarom is de gemeente blij dat mede door uw initiatief de lijn 522 wordt doorgetrokken tot aan Loenen aan de Vecht.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
70
32.6
vervoer maakt Vreeland en haar omgeving inclusief, namelijk toegankelijk en bereikbaar voor eenieder. Wonen in de nabijheid van goede ontsluitingswegen is aantrekkelijk. Tegelijkertijd brengt het spanning met zich mee bij een historische kleine kern als Vreeland.
Voor de beantwoording wordt verwezen wordt naar de reactie bij 32.2
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 33. Zienswijze ingediend door briefschrijver 33 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 33.1 De dorpsraad Kockengen heeft de Omgevingsvisie met belangstelling gelezen. Allereerst complimenten voor het betrekken van de inwoners van Stichtse Vecht. De dorpsraad ervaart dit als zeer waardevol en hoopt op een constructieve samenwerking wat betreft de uitvoering van de Omgevingsvisie. De dorpsraad wordt graag betrokken bij de ontwikkelingen die Kockengen betreffen. 33.2
De dorpsraad zou graag een meer doordachte visie op verkeersinfrastructurele voorzieningen terugzien in de Omgevingsvisie. Er kan namelijk geen uitbreiding op de woningbouwmarkt plaatsvinden en tegelijkertijd de wens uitspreken voor langzamer en/of minder verkeer. Deze twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het één beperkt het ander, waarvoor een oplossing bedacht moet worden.
Reactie
361094
Dank u wel voor het compliment en de gemeente betrekt u zeker bij de komende ontwikkelingen die Kockengen betreffen.
Hiervoor wordt de komende tijd het mobiliteitsplan opgesteld, waarin onder andere aandacht wordt besteed aan deze vraagstukken.
Men ziet ook graag dat oude dorpskernen autoluw worden zodat deze aantrekkelijker worden voor recreatieve bezoekers en belangstellenden voor historische locaties. Ook bevordert dit de leefbaarheid in de kernen. 33.3
De briefschrijver mist opvattingen over het faciliteren van de jeugd met betrekking tot het thema "prettig leven in de kernen". In Kockengen kan de jeugd veel beter gefaciliteerd worden dan nu het geval is. Er wordt vooral ingezet op speeltuinen en kleine voetbalveldjes. Maar er zijn betere en meer multifunctionele faciliteiten denkbaar die voor
De gemeente heeft direct beleid op faciliteiten voor jongeren. Vanuit het jongerenwerk richt de gemeente zich vooral op de meest kwetsbare jongeren (net als in Integraal Beleidskader Sociaal Domein). Dat zorgt ervoor dat bepaalde kernen wel faciliteiten hebben als een jongerencentrum en andere niet.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
71
een betere balans in de behoefte van de verschillende leeftijdsgroepen kunnen voorzien.
Daarnaast heeft de gemeente beleid op dorpshuizen en wijkcentra. In de strategische koers wordt invulling gegeven aan onder andere de volgende uitgangspunten: a. De aanwezigheid van dorpshuizen en wijkcentra draagt bij aan de beoogde vitale en sterke kernen. b. Elke kern heeft ten minste één multifunctionele ontmoetingsplek, hetzij in de vorm van een dorpshuis, hetzij in de vorm van een andere accommodatie die dorpshuisfuncties huisvest in de kern zelf of in de directe nabijheid daarvan. c. De verantwoordelijkheid voor het in stand houden en eventueel opzetten van dorpshuizen komt vooral bij de lokale gemeenschappen zelf te liggen. Dat betreft de exploitatie, het onderhoud en het beheer van de dorpshuizen. De gemeente wil daarin vooral ondersteunend zijn.
33.4
Meer constructieve samenwerking tussen verschillende instanties, bijvoorbeeld met de waterschappen. De samenwerking laat soms veel te wensen over waardoor fouten worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een (te) kostbare brug met een (te) steile opgang.
Wij zijn het met u eens dat de samenwerking in dit geval beter kon. Zowel vanuit het waterschap als de gemeente is hier aandacht voor.
33.5
Positief is de visie om het gebied rond Kockengen te ontwikkelen tot landschapspark en meer recreatiefunctie te geven. Met onder andere agrarische bedrijven die zich richten op lokale voedselkringlopen en direct gericht op de consument. Dat klinkt aantrekkelijk en ziet briefschrijver als een kans, met name voor de lokale detailhandel. De dorpsraad is wel benieuwd of deze ideeën al concrete vormen hebben en hoe de gemeente deze transformatie voor elkaar denkt te krijgen (zie pagina 92 Omgevingsvisie).
Het creëren van een landschapspark is een voorbeeld hoe je naar een gebied kan kijken. Een van de opdrachten die in de Omgevingsvisie staan is dat er een integraal en toekomstbestendig plan moet komen voor het westelijk Veenweidegebied. In deze opdracht werkt de gemeente samen met inwoners, organisaties, en agrariërs. Binnen deze opdracht wordt ook gekeken wat de voor- en nadelen zijn voor het creëren van een landschapspark.
33.6
Een potentiële bedreiging ziet de dorpsraad in de ontwikkeling van het stationsgebied rondom Breukelen. Alhoewel die ontwikkeling goed lijkt (toplocatie voor woningbouw) wordt in de Omgevingsvisie gesproken over een ‘langzaamverkeerszone’ van 4 km waar Kockengen dan ook onder zou vallen. Het is de dorpsraad niet duidelijk wat dit betekent en hoe dicht die ontwikkeling van het stationsgebied Kockengen zou naderen. En ook hoe dit dan in verhouding staat tot het landschapspark uit het vorige punt.
De 4 kilometer wordt gezien als de ‘langzaamverkeerszone’ (fietsen) rond een station. Dat is, voor de langere termijn en na 2030 een deel van het onderzoeksgebied voor verdere verstedelijking. De verstedelijking zal gebeuren rondom het station van Breukelen. Daarbij wordt Breukelen ook gezien als een “groene poort”; een locatie die vanuit het OV maar ook de auto toegang biedt tot recreatieve gebieden. Dit kan ongeveer vergeleken worden met de huidige Toeristische Overstap Punten (TOP).
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
72
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 34. Zienswijze ingediend door briefschrijver 34 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 34.1 De Omgevingsvisie is een uitgebreid jarenplan voor de gehele Gemeente Stichtse Vecht. In deze reactie gaat het om Het Veenweidegebied West (Kockengen). De toekomst van het Veenweidegebied West is mooi geschetst en doet recht aan het prachtige gebied waarin we wonen.
Reactie
361095
Dank u wel voor dit compliment.
34.2
Aangegeven wordt dat in de Omgevingsvisie wordt beoogd dat bij uitbreiding van de recreatiemogelijkheden ook de horecagelegenheden mogen uitbreiden. Op zich een gezellig initiatief! Dit moet alleen niet ten koste gaan van het woongenot. Men woont nu naast een horecagelegenheid in de kern Kockengen. Deze functioneert met beperkt gebruik en dat is zo met de bewoners overeengekomen. Het bestemmingsplan is destijds uitgebreid terwijl er maar deels een horecabestemming op het stuk grond aanwezig was. Het is voor hen belangrijk dat de bestemming zoals die nu wordt ingevuld ook zo blijft. Zo is dat ook verteld bij de aankoop van het huis.
Vooralsnog is de gemeente niet voornemens om het bestemmingsplan voor het betreffende perceel aan te passen. Ook niet op basis van de Omgevingsvisie. Wanneer een initiatiefnemer komt die bijvoorbeeld bij uw buren de horecabestemming wil verruimen dan dient hij hiervoor ook contact te leggen met de omwonenden om te oordelen of dit een haalbaar plan is. In de Omgevingsvisie wordt niet op dit detailniveau naar ontwikkelingen gekeken.
34.3
In de visie wordt aangegeven dat een transitie in gang gezet wordt om de intensieve veehouderij en landbouw te laten overgaan naar een kleinschaliger onderneming. Die kleinschaliger boer met een functie in de streek zoals het plan omschrijft, is natuurlijk welkom. De grootschalige bedrijven zullen hun stikstofuitstoot tot die transitie beter moeten beheersen. Er is hierover veel geschreven in het stuk, maar de briefschrijver mist iets over de infrastructuur die zwaar te lijden heeft onder de grote machines waarmee de boeren door het dorp en de omgeving rijden. De wegen en dijken zijn niet op dit zware ‘boeren industrieverkeer’ berekend. Daarbij zijn deze zeer grote machines een gevaar op de weg voor andere weggebruikers. Als dit gebied beter geschikt ge-
Een van de opdrachten die de gemeenteraad stelt aan het college is om te komen met een mobiliteitsplan. Hierin staat welke kant de gemeente in 2040 in Stichtse Vecht opgaat op het gebied van mobiliteit en verkeer. Hierin wordt de visie op de infrastructuur voor het landelijk gebied opgenomen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
73
maakt gaat worden voor recreatie zoals meer wandelpaden en sportmogelijkheden en fietspaden dan is de verkeersonveiligheid echt een belangrijk aandachtspunt. 34.4
Bij de introductie van de dorpskernen is de omschrijving van Kockengen als boerendorp wat mager en eenzijdig en ook achterhaald. Zou daar nu niet een betere omschrijving op zijn plaats zijn? Zeker in vergelijking met de omschrijving van de andere kernen steekt Kockengen wat simpel af.
We zijn het met u eens. “Boerendorp” is niet de juiste verwoording voor Kockengen. Dit wordt aangepast.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De tekst bij Kockengen wordt aangepast. 35. Zienswijze ingediend door briefschrijver 35 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 35.1 Ruimte voor verstedelijkingsopgaven. De briefschrijver ziet dat er eerst wordt gekeken naar de ruimtes in de kernen voordat er direct naar landbouwareaal wordt gekeken. Deze gronden zijn hard nodig om de bedrijfsvoeringen nu en in de toekomst rond te zetten. Dit geldt tevens voor industrieterreinen. Bijvoorbeeld in Breukelen staat een industrieterrein met enkele verwaarloosde en verlaten gebouwen. Schuif deze plat en bouw daar hoogwaardige industrie voor terug.
35.2
Er wordt wat makkelijk iedere keer aangegeven dat het voor blijvende en stoppende agrariërs een goed verdienmodel kan zijn om op het gebied van recreatie actief te worden. Voor een deel is dat interessant om, met name qua ligging, daar in te stappen. In eerdere plannen is wel eens het openstellen van gronden van de boeren voor wandelen aangegeven. Hiermee wil men dus bepalen wat de briefschrijver met zijn grond mag doen. Hier is briefschrijver op tegen. Als een boer het vrijwillig wil doen, moet hij dat weten. Briefschrijver moet zorgen voor een goed product, melk van gezonde koeien, en door
Reactie
361096
De gemeente maar ook de regio kiezen ervoor dat woningbouw en de verstedelijkingsopgave waar we voor staan zoveel mogelijk binnen de rode contouren plaatsvindt en beperkt grenzend aan de (kleine) kernen gaat plaatsvinden. De gemeente ziet ook dat de meeste inbreidingslocaties op beginnen te raken. Verdere verstedelijking (bovenop de bestaande plancapaciteit) kan leiden tot verslechtering van de verkeersafwikkeling en het woon- en leefklimaat binnen de kernen. Het kan dus voorkomen dat agrarische grond gebruikt gaat worden voor de stedelijke opgaven, zoals uitbreiding van het bedrijventerrein bij Breukelen en het bouwen van woningen bij Nieuwer ter Aa. De gemeente draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor een zo optimaal mogelijk grondgebruik voor alle partijen en opgaves. Bepaald moet nog worden hoe nieuwe verbindingen gaan lopen. Deze worden zoveel mogelijk langs bestaande wegen gelegd. Daarnaast is aan de grondeigenaar of hij hier aan mee wilt werken.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
74
stromen van wandelaars en daarbij de ‘vervuiling’ van zwerfafval kan dat niet meer worden gegarandeerd en dan loopt de ‘core business’ gevaar. 35.3
Men zit in een gebied waar bodemdaling een factor is. Men is nu bezig om onderwaterdrainage aan te leggen en naast de afremming van de bodemdaling heeft het ook het neveneffect dat de CO2-uitstoot wordt beperkt met ongeveer 50%. In de gehele Omgevingsvisie wordt meerdere malen het verdienmodel benoemd. Graag zou briefschrijver zien dat de gemeente Stichtse Vecht een voortrekkende rol op zich neemt om deze emissiereductie in geld om te zetten, in dezelfde constructie als bijvoorbeeld Valuta voor Veen. Door deze drainage wordt het gebied langer in stand gehouden zoals het nu is met alle kenmerken die zoveel waarde aan het gebied geven.
De gemeente ziet de emissiereductie als taak voor de Provincie/het rijk waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft. Uw idee zal de gemeente dan ook aan de Provincie voorleggen.
35.4
Verder wordt er gesproken over robuuste ecologische verbindingszones. Nu zijn er al van deze zones, wat wordt verstaan onder het voorvoegsel robuust? Het gevoel zegt dat dit geen minimale afmetingen van deze zones zijn. Alle extra meters hiervoor gaan ten koste van de landbouwgrond.
Dit betreft de bestaande zones die door de Provincie zijn bepaald. Het klopt dat hier geen minimale afmetingen voor zijn.
35.5
Aangegeven wordt dat de gemeente in de visie ervan uitgaat dat deze grond dus beschikbaar komt voor recreatie, wonen en wat nog meer. Deze grond zou eerst beschikbaar kunnen komen voor de blijvers in het gebied. Deze grond is hoognodig voor een duurzamere voortzetting van de blijvende bedrijven. Met het oprichten van een gebiedsfonds en of grondbank, is men een beetje huiverig voor de voorwaarden die worden gesteld om gebruik te maken van deze instrumenten. Men denkt dat landbouw niet bovenaan staat om deze te versterken, maar meer als sluitpost om de minst aantrekkelijke gronden kwijt te raken. Het instrument kavelruil kan de sector daarentegen wel versterken.
Dit ligt iets meer genuanceerder. Uit de Perspectiefnota Landbouw is gebleken dat in de toekomst nog ongeveer 40% van de huidige agrarische bedrijven over zijn. Naast ruimte voor de agrariërs dient ook nagedacht te worden over vervolgfuncties voor de stoppende agrarische bedrijven. Wonen, recreatie en natuur zijn de meest voor de hand liggende opties. Daarbij moet wel goed afgewogen worden wat dit betekent voor de agrariërs die wel doorgaan. Extensivering van de bedrijfsvoering vraagt namelijk ook veel ruimte. Wat de gemeente dus zegt is dat zij niet gelijk kijkt naar andere functies. Daarbij zet de gemeente zoveel mogelijk in op een buitengebied met gezonde/economische melkveehouderijen.
35.6
Zoals eerder aangegeven zijn er in de gemeente Stichtse Vecht een heel aantal bedrijven bezig met vertragen van de bodemdaling en het verminderen van CO2-uitstoot. Vaak zijn het ook bedrijven met een redelijk oppervlakte aan staldaken. Hiermee is er dus een heel grote potentie van bedrijven om mee te werken aan de klimaatdoelen van
De gemeente stimuleert zoveel mogelijk zon op grootschalige daken. Helaas zijn er ook zaken die het realiseren daarvan bemoeilijken, zoals verzekeringskwesties, dakconstructies, aanwezige koelelementen et cetera. Daarom zijn ook zonnevelden nodig. Daarom heeft de gemeente het beleidskader zonnevelden met een kansenkaart opgesteld. Dit is erop gericht om de belangen van het
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
75
35.7
de gemeente. Hier liggen dus eigenlijk kansen voor beide partijen, alleen mist men hier een denkrichting die kant op.
buitengebied (landschap, natuur, cultuurhistorie, archeologie) in het vizier te houden. In dit beleidskader beschrijft de gemeente waar zonnevelden goed in te passen zijn en met welke belangen de gemeente rekening houdt. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen voor zonnevelden, om de waarden te beschermen. Zo wil de gemeente geen zonnevelden toestaan in beschermde natuurgebieden. Ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de landgoederenzone en weidevogelkerngebied is er slechts zeer beperkt ruimte voor zonnevelden. Bovendien kijkt de gemeente pas als een aanvraag door een initiatiefnemer wordt ingediend of de plaatsing daadwerkelijk mogelijk is en of wordt voldaan aan alle voorwaarden. Hierbij wordt ook getoetst aan de flora- en faunawetgeving.
Aangegeven wordt dat briefschrijver graag voor zijn eigen bedrijf, qua energieopwekking, een splitsing wil maken in de wijze waarop (een splitsing tussen zon- en windenergie). Alleen laat het huidige bestemmingsplan geen ruimte om op bedrijfsniveau een windmolen te plaatsen met een rendement dat past bij een veehouderij. Nodig is een aanpassing van de maximale ashoogte. Denk hierbij aan bijvoorbeeld maximaal 25 meter.
De gemeente is niet voornemens om windmolens toe te staan behalve die al mogelijk zijn via het bestemmingsplan. De omgevingsvisie wordt hier niet op aangepast.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 36. Zienswijze ingediend door briefschrijver 36 ReferenSamenvatting zienswijzen tie nummer 36.1 In het hoofdstuk Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven komt naar voren dat de gemeente voornemens is om grote aantallen nieuwe woningen te bouwen. De gemeente wil daarbij bouwen voor de eigen bevolking en voor de regio. Briefschrijver is benieuwd waar al deze woningen gebouwd moeten worden en heeft een duidelijk standpunt over het bouwen van woningen; woningen dienen te worden gebouwd binnen kernen (inbreiding).
Reactie
361109
Landbouw en met name de veehouderij is een belangrijke kernkwaliteit en economische drager in onze gemeente. Voorop staat dat de gemeente op het platteland een aantrekkelijk ondernemersklimaat wil bieden. De gemeente wil deze bedrijven behouden en ziet dat er naast knelpunten ook kansrijke mogelijkheden zijn voor deze bedrijven. Deze Omgevingsvisie legt doelen voor de fysieke leefomgeving vast.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
76
Daarnaast ziet briefschrijver beperkte mogelijkheden buiten de rode contour, grenzend aan de kleine kernen. Verder ziet briefschrijver kansen voor het bouwen van woningen nabij OV-knooppunten (zoals OV-knooppunt Breukelen en omgeving). Het bouwen van woningen nabij OV-knooppunten mag echter niet ten koste gaan van agrarische gronden. De agrarische sector heeft zelf ook een ruimtelijke uitdaging. De komende jaren ondergaat de agrarische sector een transitie naar een sector die kringlopen zoveel mogelijk weet te sluiten. Extensivering (meer grond voor dezelfde productie) en meer natuurinclusieve landbouw zijn hierbij belangrijke factoren. Daarom dient landbouwareaal te worden behouden. Bij de invulling van elke ruimtelijke opgave (waaronder ook de realisering van nieuwe industriegebieden) moet worden onderzocht welke impact het heeft op het landbouwareaal. Wanneer landbouwareaal toch onder druk komt te staan, dient er een oplossing voorhanden te zijn die ervoor zorgt dat landbouwareaal wordt gecompenseerd.
Vanuit het Landbouwperspectief Stichtse Vecht, de bouwsteen voor de Agrarisch sector in deze Omgevingsvisie, ziet de gemeente deze opgaven op het agrarisch gebied afkomen: - Extensivering van de landbouw; - Verbeteren van natuur en biodiversiteit; - Ruimte bieden voor wonen, werken, recreëren en de energietransitie. Als gemeente maar ook als regio wordt ervoor gekozen dat woningbouw en de verstedelijkingsopgave waar de gemeente voor staat zoveel mogelijk binnen de rode contouren plaatsvindt en beperkt grenzend aan de (kleine) kernen gaat plaatsvinden. De gemeente ziet ook dat de meeste inbreidingslocaties op beginnen te raken. Verdere verstedelijking (bovenop de bestaande plancapaciteit) kan leiden tot verslechtering van de verkeersafwikkeling en het woon- en leefklimaat binnen de kernen. Het kan dus voorkomen dat agrarische grond gebruikt gaat worden voor de stedelijke opgaven, zoals uitbreiding van het bedrijventerrein bij Breukelen en het bouwen van woningen bij Nieuwer ter Aa. De gemeente draagt dan ook de verantwoordelijkheid voor een zo optimaal mogelijk grondgebruik voor alle partijen en opgaves.
36.2
Inwoners van de gemeente willen graag recreëren. Recreatie is daarnaast goed voor de lokale economie. Men is van mening dat ruimte om te recreëren niet ten koste mag gaan van het landbouwareaal.
Binnen de regio en gemeente liggen vele fiets- en voetpaden. Niet alle sluiten goed op elkaar aan. Dit wil de gemeente de komende tijd verbeteren in samenwerking met andere overheidsorganen maar vooral met de ondernemers en inwoners van deze gebieden. Hierbij wil de gemeente zorgen dat er zo min mogelijk landbouwareaal verloren gaat.
36.3
Daarnaast biedt recreatie ook kansen voor de agrarische sector. Recreatiemogelijkheden op boerderijen kan een bijdrage leveren aan het inkomen van een agrariër. Met grote (stedelijke) kernen in de nabijheid kan een recreatiemogelijkheid als agrarische nevenactiviteit daarnaast een bijdrage leveren aan het versterken van de stad – platteland (boer – burger) verbinding. Briefschrijver wil de gemeente vragen om flexibele regelgeving als het gaat om de ontwikkeling van recreatiemogelijkheden (nevenactiviteiten) op agrarische bedrijven (op basis van het ja, mits principe).
In de huidige bestemmingsplannen wordt al veel ruimte gegeven voor nevenactiviteiten. Bij aanvragen wordt zoveel mogelijk gekeken vanuit een positieve grondhouding. Hierbij kijkt de gemeente ook naar de omgeving en welke effecten de beoogde activiteit hierop heeft. Bij invulling van een uitvoeringsprogramma neemt de gemeente aanpassing en flexibilisering van regelgeving, waar mogelijk, mee.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
77
36.4
Wat betreft bestaande dagrecreatiegebieden: bestaande recreatiegebieden die bedoeld zijn voor dagrecreatie kunnen worden verbonden met een netwerk van (mountain)fiets- en wandel(klomp)paden over bestaande rivierdijken. Wanneer er een vergoeding beschikbaar is, zijn agrarische bedrijven bereid om klompen(wandel)paden mogelijk te maken op agrarische percelen. Daarnaast wordt gepleit voor een netwerk van ruiterpaden in het buitengebied.
Dit een goede gedachte. Deze aanvulling wordt meegenomen bij de uitvoering van de Omgevingsvisie.
36.5
De gemeente stelt in het hoofdstuk toekomstbestendig vitaal platteland terecht dat de melkveehouderij de belangrijkste drager en beheerder van het landschap is. De gemeente stelt ook dat de agrarische sector onder druk staat. Dat onderschrijft briefschrijver. Bodemdaling, veenoxidatie en de stikstofproblematiek kunnen gevolgen hebben voor het gebruik van de landbouwgrond. Dit mag echter geen reden zijn voor een agrarische ondernemer om te stoppen met zijn of haar bedrijf. De komende jaren staat de agrarische sector voor de uitdaging om aan de slag te gaan met de verschillende vraagstukken waar de sector mee te maken heeft. Zo gaat de sector een transitie doormaakt naar een sector die kringlopen zoveel mogelijk sluit. De agrarische sector kan dit echter niet alleen en heeft daarbij de hulp nodig van de gemeente. Om aan de slag te kunnen gaan met de verschillende vraagstukken zijn er voor de agrarische sector in ieder geval twee voorwaarden belangrijk: • Een duurzaam verdienmodel voor de huidige én toekomstige generatie agrariërs; • Behoud van landbouwgrond voor een succesvolle transitie naar een sector die kringlopen zoveel mogelijk weet te sluiten;
Blijkbaar is het beeld ontstaan dat de gemeente van mening is dat agrariërs moeten stoppen gezien de vele opgaven. Dit is niet het geval. De gemeente wil juist zoveel mogelijk inzetten op een buitengebied met gezonde/economische melkveehouderijen. We zijn het wel met elkaar eens dat de landbouw de komende jaren voor een uitdaging staat om te komen tot een duurzaam verdienmodel voor de huidige en toekomstige generatie agrariërs. Hiervoor wil de gemeente ook zoveel mogelijk ruimte bieden binnen de mogelijkheden die er zijn. Zoals bij de beantwoording van 26.1 en 26.2 is aangegeven zal een deel van de agrarische grond gebruikt worden voor andere opgaven. Echter, dit zal minimaal zijn ten opzichte van de huidige landbouwgrond. Graag blijft de gemeente met u in overleg om te kijken welke ontwikkelruimte nodig is om deze transitie vorm te geven, waarbij de gemeente ook rekening houdt met de andere opgaven.
Landbouwbedrijven ontwikkelingsruimte en perspectief bieden voor de toekomst. Ook als het om gangbare landbouw gaat. Diversiteit is voor het landschap en de markt belangrijk. (Lees H8 Perspectiefnota Landbouw Stichtse Vecht). Door middel van extensivering zullen agrariërs minder milieuruimte innemen. Daar waar het mogelijk is, dient de gemeente de agrarische sector hierbij te helpen. In ieder geval moet de gemeente ervoor zorgen dat Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
78
landbouwgrond niet verloren gaat aan andere ruimtelijke opgaven zoals woningbouw en de energietransitie. Dit dient de gemeente expliciet in de visie te noemen en ruimtelijk vast te leggen. 36.6
De gemeente ziet veel kansen voor groei van de economische omvang van de landbouw in verbreding over de hele gemeente. Te denken valt aan verkoop van hoogwaardige en lokaal verkochte producten, recreatieve en andere functies die toegevoegd kunnen worden en groen/blauwe diensten. Met grote (stedelijke) kernen in de buurt zien men hier ook kansen voor. De gemeente moet echter wel beseffen dat verbreding een niche is en blijft. Het (grootschalig) toepassen van onderwaterdrainage (ook wel: waterinfiltratiesystemen) in de veenweidegebieden vindt briefschrijver ook zeer goed. Ook is hij voorstander van een integrale en gebiedsgerichte aanpak om oplossingen te zoeken voor de vele opgaves waar het landelijk gebied mee te maken heeft. Enkel met de stakeholders in het gebied kunnen stappen worden gezet.
Daar is de gemeente zich bewust van. Niet elke agrariër kan een nevenactiviteit in de recreatieve sector hebben. De huidige bestemmingsplannen bieden trouwens nu al ruimte om deze toe te passen. Daarnaast worden al andere nevenactiviteiten toegestaan op perceelniveau. Hierbij kan gedacht worden aan loonwerkersbedrijven.
36.8
Met betrekking tot de genoemde (robuuste) ecologische verbindingszones is briefschrijver heel terughoudend. Wat zijn deze ecologische verbindingszones? Waar moeten deze worden gerealiseerd? En onder welke voorwaarden? Onder geen enkel beding mag landbouwgrond verloren gegaan bij realisering van de betreffende verbindingszones. De laatste decennia heeft de agrarische sector van de gemeente Stichtse Vecht veel grond ingeleverd voor de realisering van natuur (een derde van het oorspronkelijke areaal aan landbouwgrond). Het verder inleveren van grond ten gunste van realisering van natuur moet worden voorkomen.
Waar deze ecologische/recreatieve zones precies moeten komen te liggen is nog niet duidelijk. Dit zijn de zones die ook terugkomen in het provinciaal beleid. Met de lijnen, zoals deze worden aangegeven op de kaart, wordt aangegeven dat in de nabijheid van deze gebieden gezocht gaat worden. De gemeente snapt dat u als landbouworganisatie hier niet blij mee bent. Zoals bij de beantwoording van 26.1, 26.2 en 26.5 is aangegeven zal een deel van de agrarische grond gebruikt worden voor andere opgaven. Dit zal echter minimaal zijn ten opzichte van de huidige landbouwgrond.
36.9
Met betrekking tot het behoud van landbouwgrond: de gemeente geeft aan dat in de toekomst nog 40% van de huidige agrarische bedrijven overblijft. Dit is een verontrustend gegeven. De gemeente geeft terecht aan dat naast ruimte voor de agrariërs ook dient te worden nagedacht over vervolgfuncties voor de stoppende agrarische bedrijven. De gemeente geeft daarbij aan dat vrijkomende grond kan worden gebruikt voor wonen, recreatie en natuur. Briefschrijver vindt dat blijvende agrariërs in eerste instantie in aanmerking moeten komen voor de vrijkomende grond. Vrijkomende agrarische grond is keihard nodig voor de opgaves die de sector zelf heeft.
Dit ligt iets genuanceerder. Uit de Perspectiefnota Landbouw is gebleken dat in de toekomst nog ongeveer 40% van de huidige agrarische bedrijven over zijn. Naast ruimte voor de agrariërs dient ook nagedacht te worden over vervolgfuncties voor de stoppende agrarische bedrijven. Wonen, recreatie en natuur zijn de meest voor de hand liggende opties. Daarbij moet wel goed afgewogen worden wat dit betekent voor de agrariërs die wel doorgaan. Extensivering van de bedrijfsvoering vraagt namelijk ook veel ruimte. De gemeente zal dus
36.7
De onderwaterdrainage ziet de gemeente als een oplossing voor de korte termijn. Het geeft met elkaar de tijd om naar de toekomst te kijken. Daarvoor nodigt de gemeente u van harte uit om daarover met ons en andere belanghebbenden na te denken. Hiervoor zal de komende jaren een apart programma gestart worden.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
79
niet gelijk kijken naar andere functies. Daarbij zet de gemeente zoveel mogelijk in op een buitengebied met gezonde/economische melkveehouderijen. 36.10
Briefschrijver is voorstander van een gebiedsgerichte aanpak stikstof, kavelruil, grondbank en gebiedsfonds. Wat betreft de oprichting van een grondbank; dit mag geen prijsopdrijvend effect hebben.
We zijn verheugd dat u positief staat in de voorgestelde aanpak. De gemeente neemt daarbij uw opmerking mee.
36.11
In het hoofdstuk toekomstbestendig vitaal platteland (en ook op andere plekken in de Omgevingsvisie) wordt gesproken over het veenweidegebied ten westen van de A2. Dit is echter niet de juiste benaming voor het gebied. De naam westelijk weidegebied is een betere benaming voor het gebied. De helft van het gebied bestaat namelijk uit rivierklei. Het westelijk weidegebied is in de jaren 70 ontwikkeld als een landbouwkerngebied met een grote regionale ruilverkaveling met moderne innovatieve agrarische bedrijven.
De gemeente heeft ervoor gekozen om de gebieden op deze wijze aan te duiden. Aanpassing daarvan is niet gewenst omdat deze term in meerdere documenten voorkomt. In de toelichting bij het veenweidegebied zal nader worden aangeduid wat de gemeente verstaat onder dit gebied.
36.12
De gemeente Stichtse Vecht heeft de lokale opgave voor het opwekken van duurzame energie vastgesteld op minimaal 0,1 TWh in 2030 en minimaal 0,2 TWh in 2040. De focus ligt hierbij op opwekking door middel van zonne-energie. Gezien de ruimtelijke uitdagingen die de agrarische sector zelf heeft, mag landbouwgrond niet worden onttrokken ten gunste van zonnevelden. Daarnaast ziet briefschrijver graag de mogelijkheid voor kleine windmolens tot 25 meter terugkomen in de Omgevingsvisie. Dit is conform de provinciale Omgevingsvisie- en Verordening.
Zoals al aangegeven zal wel een deel van de agrarische gronden gebruikt gaan worden voor andere opgaven. Zo ook voor de energietransitie. Dit zal echter minimaal zijn ten opzichte van de huidige landbouwgrond. De gemeente is niet voornemens om windmolens toe te staan behalve die al mogelijk zijn via het bestemmingsplan. De Omgevingsvisie wordt hier niet op aangepast.
36.13
Aangegeven wordt dat deze een boerderij hebben met ca 800m2 geschikte dakoppervlak voor zonnepanelen. Het eigen verbruik ligt rond de 4.000KW/Jaar. Men heeft een Kosten vooraanslag van STEDIN gekregen voor een aansluiting. Op basis van dit bedrag worden zonnepanelen nooit rendabel. Zo zijn nog veel meer mogelijkheden waar geen extra grond voor nodig is, geen landschapsvervuiling plaats vindt, maar niet rendabel zijn voor de ondernemer om alle kosten zelf te dragen. Juist door veel kleinere en veel meer zonnepaneeldaken is de energietransitie het beste en met zo min mogelijk verliezen.
De aansluiting van zonnepanelen en de financiering daarvan is geen is geen onderdeel van de Omgevingsvisie en is gericht op de uitvoering. Uw vraag hebben wij voor u voorgelegd aan Stedin. Zie hun reactie hieronder: Het komt inderdaad wel eens voor dat de aansluitkosten voor grotere aansluiting behoorlijk hoog zijn. Dat heeft dan vaak te maken met een grote afstand van het adres ten opzichte van het punt waarop het in het net kan worden aangesloten.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
80
Men ziet graag financiële ondersteuningen en oplossingen met STEDIN voor ondernemers die bereid zijn om hun daken met zonnepanelen vol te leggen. Verzocht wordt dit expliciet te maken in de tekst van de Omgevingsvisie.
Stedin geeft hierover aan dat deze niet in staat is om dit te veranderen. Dit heeft te maken met het feit dat binnen de tariefstructuur landelijk gekozen is om dit soort kosten niet te socialiseren. De kosten komen dus voor rekening van de aanvrager. Financiële ondersteuning kan Stedin niet bieden. Stimuleren van duurzame opwek is namelijk niet een taak van een regionale netbeheerder, maar meer een rol voor de overheid.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen - De zienswijze geeft geen aanleiding om de Omgevingsvisie aan te passen. 37. Zienswijze ingediend door briefschrijver 37 Referentie Samenvatting zienswijzen Nummer 37.1 Het heeft ons deugd gedaan dat wij, zoals zovelen, actief hebben kunnen meewerken aan de ideevorming en invulling van de Omgevingsvisie voor onze gemeente, daar waar het over de fiets gaat. Wij hebben deelgenomen aan de online informatieavonden, druk getelefoneerd met de ambtenaren, overlegd via beeld en in de laatste fase zelfs in persoon met de projectleider om tafel gezeten. Een compliment aan de ambtenaren, die in Coronatijd deze belangrijke visie ontwikkelden, vinden wij hier op zijn plaats. Aan toelichting heeft het ons niet ontbroken. 37.2
Als Fietsersbond heeft men een fietsvisie gemaakt. deze is als bijlage toegevoegd aan de zienswijze. Hierin wordt onder andere aangegeven dat het tijd is een ander uitgangspunt te gaan kiezen. Niet de auto, maar de mens centraal. Een voorbeeld is hiervan de invulling van de knooppunten bij de stations. Deze kan als volgt: Ruime parkeerplaatsen, fietsreparaties ter plekke mogelijk, kopje koffie, je pakje ophalen, start van de wandeling of fietstocht, voldoende OVfietsen. Kortom een TOP-locatie, waar de O staat voor ontmoeting. Meer, meer, meer en sneller, sneller, sneller kan niemand gelukkig maken.
Reactie
361111
Dank u wel met het compliment en we zijn dankbaar voor uw inbreng de afgelopen periode.
In de Omgevingsvisie is de fiets centraler komen te staan, waarbij ook de verkeersveiligheid een rol speelt.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
81
37.3
De fiets kent een steeds grotere belangstelling. In de prachtige Vechtstreek merken we daar ook steeds meer van. Met z’n allen fietsen we steeds vaker en over langere afstanden. Als het gaat om een duurzame, gezonde, inclusieve, bereikbare en leefbare toekomst, dan komt steevast de fiets prominent naar voren. Om de grote potentie van de fiets waar te maken, is er nog veel werk te verzetten. De fiets speelt een rol bij verstedelijking, bij gezondheidsbevordering en bij recreatieve ontwikkelingen. Wegen, fietspaden en snelfietsroutes moeten worden aangepast aan de groei en verschillende typen fietsers. Met de huidige maatschappelijke veranderingen als gevolg van COVID-19, blijkt dat de fiets een zeer veerkrachtig vervoersmiddel is. Daarom versnellen steden over de hele wereld nu hun investeringen in de fiets. In deze uitzonderlijke tijd zien we ook in Nederland hoe onmisbaar de fiets is in ons mobiliteitssysteem. Er wordt meer gefietst vanwege Corona en 28% van Nederlanders heeft de intentie om dit te blijven doen na Corona (publicatie Kennisonderzoek voor Mobiliteitsbeleid). En toch blijven we geconcentreerd op het autoverkeer, de wegen en parkeermogelijkheden. Het is tijd een ander uitgangspunt te gaan kiezen. Niet de auto, maar de mens centraal. Fietsers scheppen ruimte in de steeds schaarser wordende openbare ruimte.
Ruimte voor kinderen om te spelen, ruimte op de wegen naar school, werk, winkels en station. Het gaat er niet om zo snel mogelijk ons doel te bereiken, maar veilig en comfortabel. De Fietsersbond ziet de knooppunten bij de stations als volgt: Ruime parkeerplaatsen, fietsreparaties ter plekke mogelijk, kopje koffie, je pakje ophalen, start van de wandeling of fietstocht, voldoende OVfietsen. Kortom een TOP-locatie, waar de O staat voor ontmoeting. Meer, meer, meer en sneller, sneller, sneller kan niemand gelukkig maken.
Als gemeente onderschrijven de noodzaak tot verbetering tussen de Oost-Kanaaldijk en de Vecht alsmede het wegnemen van hindernissen op en rond het doorgaande Regionaal Fietsnetwerk. In het bijzonder het bruggetje over de Nieuwe Wetering in Nieuwersluis heeft onze aandacht. Momenteel lopen gesprekken met Rijkswaterstaat om in samenhang met een veilige oversteek over het ARK van vaartuigen komende vanaf de Nieuwe Wetering te komen tot een betere fietsverbinding langs de Oost-Kanaaldijk. In de Omgevingsvisie benadrukken wij dan ook het belang van duurzame (fiets)mobiliteit en het belang van veilige en goede lokale en regionale routestructuren. Wij maken graag gebruik van uw aanbod om barrières in kaart te brengen en waar mogelijk op te heffen.
Rijk en regio’s hebben afgesproken in 2021 regionale Fietsnetwerkplannen op te stellen die samen leiden tot een Nationaal Toekomstbeeld Fiets. Dit beoogt een landelijk dekkend netwerk van fietsinfrastructuur te realiseren dat een effectief en vanzelfsprekend alternatief vormt naast de netwerken voor wegen en spoor. Het ijzer moeten we smeden wanneer het heet is. Zo merkt, gedeputeerde Mobiliteit Utrecht op: “Met het Nationaal Toekomstbeeld Fiets wordt voor het eerst onderkend dat de fiets een volwaardige modaliteit is
Wij hechten, net als de Fietsersbond waarde aan de mogelijkheden om de fiets te gebruiken in de regio, zowel utilitair als recreatief. Dit wordt nader uitgewerkt in de mobiliteitsvisie. Wij achten daarbij dat het momentum geschetst door de fietsersbond de komende jaren eerder zal toenemen dan afnemen, en dat financiering van nieuw fietsinfrastructuur de komende jaren toegankelijke wordt.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
82
en als effectieve oplossing moet worden ingezet voor de nationale opgaven op gebied van woningbouw en verstedelijking, bereikbaarheid, veiligheid, klimaat en duurzaamheid.” 37.4
In de Omgevingsvisie kijken we naar onze gewenste toekomst: hoe willen we dat de gemeente er over 20 tot 30 jaar uitziet? We hebben onze achterban geraadpleegd. Dit heeft een lange lijst van fietsproblemen opgeleverd: waarbij de staat van het wegdek, bewegwijzering en de verlichting. Hoe kom ik comfortabel en veilig op mijn werk? Waarom is er hier geen fietspad? Waar laat ik mijn fiets? Kortom, de lijst van knelpunten is lang. Deze bijdrage vanuit de leden en sympathisanten gaat als bijlage 1 bij deze brief.
Wij gaan graag met de fietsersbond in overleg over de knelpunten die zij hebben genoemd. De omgevingsvisie gaat echter niet over het oplossen van knelpunten, maar over de positie van onder andere de fiets in de toekomst. Wij hebben dit op deze wijze voldoende verankerd. In de mobiliteitsvisie zal de positie van de fiets verder worden toegelicht.
Algemeen Hoewel de noodzaak van een programma langzaam verkeer niet expliciet behoeft te worden opgenomen in de Omgevingsvisie, zouden wij dit als Fietsersbond toch graag explicieter benoemd hebben. Dit belang zien wij steeds terugkomen bij het CROW en de Landelijke Fietsersbond. We nemen aan dat in het programma Mobiliteit de fiets de ruime, noodzakelijke aandacht krijgt, maar zien dit in de Omgevingsvisie graag bevestigd. 37.5
In het kader bij de opgaven voor het thema goede bereikbaarheid worden de opgaven aangegeven, die moeten leiden tot een goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio. Hier is sprake van een goede bereikbaarheid met de auto van de kernen en de bedrijventerreinen. Dat is een automatisme waar we vanaf moeten, waar dat kan. Als Fietsersbond willen wij hier graag dat hier ook de fiets genoemd wordt. Er is te veel sprake van auto’s en bedrijvigheid, als we doorgroeien zoals de afgelopen jaren loopt de weginfrastructuur hopeloos vast. Denk aan de verschillende duurzame mogelijkheden van besteldiensten, waar zeker in de dorpen rekening mee moet worden gehouden en tot een gezondere en veiliger omgeving kan leiden. De fietskoeriers worden steeds populairder. Zeker zal daar ook op de bedrijventerreinen rekening mee moeten worden gehouden. Op de Corridor in Breukelen is het voor fietsers en voetgangers niet goed ingericht (Kansis). Met het oog op het geplande nieuwe afvalstation zal een herinrichting ook dit moeten meenemen.
Voor de bereikbaarheid van kernen en bedrijventerreinen zijn zowel de fiets als de auto van belang, maar ook bijvoorbeeld de bereikbaarheid met het OV. De fiets zal hier de komende jaren nadrukkelijker in worden betrokken.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
83
37.6
Voor lokaal en recreatief verkeer staat de fiets centraal. Belangrijk in deze is de verbetering van de oost-westverbindingen in de gemeente. De ervaring met de (nieuwe) fietsbrug bij Nigtevecht laat zien dat het fietsroutenetwerk hiermee een boost heeft gekregen. Een fietsbrug over het kanaal ter hoogte van Nieuwer Ter Aa, ter vervanging van het pontje, is noodzakelijk voor de (langzame) oostwestverbinding en zal de gewenste ontsluiting van het westelijk veenweidegebied voor de recreatieve fietser en wandelaar bevorderen.
Wij danken u voor deze suggestie en zullen de mogelijkheid hiervoor meenemen in mogelijke verdere besluitvorming.
37.7
In de Ontwerp Omgevingsvisie wordt aangegeven dat een directe fietsverbinding van station Breukelen naar het centrum van de kern wenselijk is. De briefschrijver denkt dat de bestaande ‘Hoge brug’ de functie voldoende vervult, maar wil wel graag een aanpassing zien in de afwikkeling van het naar beneden komende verkeer richting het dorp. De huidige situatie onder aan de brug is onveilig en onwenselijk. Ook in Maarssen is de route vanuit het dorp naar het station onveilig en onaantrekkelijk, eindigend via een woonwijk. Daar zou een oversteek afgestemd op het fietsverkeer welkom zijn. Wij zijn uiteraard akkoord met de structurele herbezinning op ons wegontwerp. Veiligheid staat voorop bij de langzaam verkeerdeelnemers. De mens staat centraal, snelheid is geen leidend principe. Wij willen er echter op wijzen dat de ‘fietsstraat’ geen juridisch kader kent en als zodanig dus ook geen gedrag afdwingt.
De veiligheid van alle verkeersdeelnemers staat in Stichtse Vecht hoog in het vaandel. Daarom nemen wij, indien mogelijk maatregelen om de veiligheid te vergroten. Het concept ‘fietsstraat’ raakt steeds verder ingeburgerd en zal wel degelijk een gedragsverandering tot gevolg hebben in de toekomst. Waar dit niet het geval is, kijken we of extra maatregelen (en handhaving daarvan) noodzakelijk zijn.
37.8
Een hoofdrol voor de stations (trein en bus) is onontbeerlijk. De fiets is voor een groot deel het vervoermiddel om daar te komen. We maken het fietsen aantrekkelijk en vanzelfsprekend. Dit vraagt een verdere verbetering van de stallingsmogelijkheden, met aandacht voor zaken als onveilig geparkeerde fietsers, weesfietsen, bromfietsen en scooters. Maar ook zaken als sociale onveiligheid bij duisternis (verlichting) en vaak onduidelijke richting aanduidingen. Meer OV-fietsen en verschillende deelfietsen zullen op de stations aanwezig zijn. Denk aan fietsen met slimme sloten, waardoor je niet beperkt wordt door de beschikbaarheid van verhuur. Zijn er al mogelijkheden om naast de deelauto ook fietsen collectief te gaan gebruiken?
Naast de OV-fiets worden ook andere mogelijkheden van deel mobiliteit onderzocht. Hier wordt bij de mobiliteitsvisie op terug gekomen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
84
37.9
De opzet in de Visie is de gemeente in haar geheel aantrekkelijker te maken, om zo de voor de hand liggende druk van de recreanten op de Vecht te verminderen. Sprekend over duurzame, kleinschalige recreatie is het de fiets die veel mogelijkheden biedt. Daarom is een fijnmazig routenetwerk voor fietsers van het grootste belang. Het Westelijk Veenweidegebied komt daarbij in beeld. De snelheid die op de polderwegen mag worden gereden, is onacceptabel voor een aantrekkelijke en veilige fietsroute, zeker waar geen sprake is van vrij liggende fietspaden. Ook verlichting speelt hier een rol. Uitgangspunt daarbij is: iedereen van 8 tot 80 kan veilig in de polder recreeren. De landelijke Fietsersbond ondersteunt gemeenten bij het verbeteren van het fietsnetwerk in Nederland.
Zoals eerder aangegeven heeft de gemeente Stichtse Vecht verkeersveiligheid hoog in het vaandel staan. Waar nodig zullen aanvullende maatregelen worden genomen, of zal extra handhaving moeten plaatsvinden.
37.10
Het spreekt vanzelf dat fietspaden verder gaan dan de gemeentegrenzen. We kennen het Regionaal Fietsnetwerk, dat gezien de ontwikkelingen uitgebreid dient te worden en waaraan Stichtse Vecht een bijdrage kan leveren. Aansluitend op de oost-westverbinding ter hoogte van Nieuwer Ter Aa brengt een nieuwe fietsverbinding vanuit de kop van de Bloklaan naar de Oost-Kanaaldijk een aanzienlijke verbetering voor de fietsers vanuit het noordelijk gedeelte van onze gemeente naar het station. De Rijksstraatweg kan vermeden worden met een comfortabeler en veiliger route. De Fietsersbond is hierover al in overleg met de Provincie. Voorwaarde voor subsidie van de Provincie voor dit voorgestelde fietspad als onderdeel van het Regionaal Fietsnetwerk is de vervanging van het bruggetje over de Nieuwe Wetering in Nieuwersluis, dat op dit moment nog steeds een barrière vormt in het fietsnetwerk. De Fietsersbond Stichtse Vecht stelt voor om met de gemeente de barrières in kaart te brengen en op te heffen.
Zoals eerder gezegd is aangegeven dat wij graag met u in overleg gaan over de hier genoemde punten. De eerste contacten zijn, mede naar aanleiding van uw reactie op de concept-Omgevingsvisie inmiddels gelegd.
37.11
Op p. 66 van de Omgevingsvisie ‘Ruimte voor recreatie’ ontbreekt de opdracht inzake een fijnmazig fietsroutenetwerk, een eerste voorwaarde voor het ontwikkelen van de kleinschalige en duurzame recreatie. Schone mobiliteit hoort ook in de opdrachten thuis. Onze reactie op de in de visie op te nemen beleidsnota Ruimte voor Recreatie hebben we al eerder gegeven. Bijgevoegd in bijlage 2.
Wij hebben er voor gekozen om in de mobiliteitsvisie de opgaven op het gebied van mobiliteit integraal te beschrijven. De door de fietsersbond genoemde punten zullen daarbij ook terugkomen.
Nota van beantwoording zienswijzen Ontwerp Omgevingsvisie (9 november 2021)
85
37.12
Op pagina 90 ontbreekt in de tekening de in de legenda genoemde Ecologische en recreatieve verbindingen. Dit geldt ook voor het kaartje op bladzijde 95 en 107
Het klopt de ecologische en recreatieverbindingen zijn weggevallen op de kaarten in de Ontwerp Omgevingsvisie. Dit wordt aangepast.
37.13
Deze bladzijde betreft de ontwikkeling van het knooppunt Breukelen. Er wordt gesproken van een Groene Poort, de bijzondere ligging biedt mogelijkheden voor een recreatieve poort. Wat betekent dit voor de aan te leggen fietsverbindingen?
De ontwikkeling van Breukelen als Groene Poort (met recreatieve doeleinden). Dit moet nader worden ontwikkeld in regionaal verband, waarbij ook de verbinding moet worden gelegd met de andere opgaven die rondom knooppunt Breukelen spelen. Aan de hand daarvan wordt bekeken welke (fiets)infrastructuur noodzakelijk is.