1c. Ontwerpbestemmingsplan Oostwaard 9 in Maarssen - bijl. 2 - Rapport Archeologie.pdf
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 327 Oostwaard 9, Maarssen, gemeente Stichtse Vecht: een bureauonderzoek
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 327. Oostwaard 9, Maarssen, gemeente Stichtse Vecht: een bureauonderzoek
auteur:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
17 juni 2016
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2016031103
Provincie
Utrecht
Gemeente
Stichtse Vecht
Plaats
Maarssen
Toponiem
Oostwaard 9
Centrum locatie (m RD)
132.350; 460.430 (x; y)
Omvang plangebied
67.730 m2
Kadastrale gegevens
Gemeente Maarsen, sectie E, perceel 31,39, 3140
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
4001045100
Soort onderzoek
een bureauonderzoek
Opdrachtgever
Plannen-Makers C. Vaartjes
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie A. de Boer
Kaartblad
31H
Periode van uitvoering
Mei 2016
Bevoegd gezag
Gemeente Stichtse Vecht
Deskundige namens bevoegde overheid
ODRU P. de Boer
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot.
Figuur 1: Ligging van het plangebied (www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
4
Inhoudsopgave 1 2
3 4 5
Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling..................................................................8 Bureauonderzoek......................................................................................10 2.1 Methode...............................................................................................10 2.2 Huidige situatie en beoogde ingreep....................................................10 2.3 Aardkunde............................................................................................11 2.4 Bewoning en historische situatie..........................................................14 2.5 Bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden.
16 2.6 Gespecificeerde verwachting...............................................................19 Conclusie...................................................................................................21 Advies........................................................................................................23 Literatuur...................................................................................................24 Figuren......................................................................................................27
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
5
Lijst met Figuren Figuur 1: Ligging van het plangebied (www.opentopo.nl)......................................3 Figuur 2: Beleidskaart van de gemeente Stichtse Vecht (De Boer e.a. 2010).....27 Figuur 3: Het plangebied.....................................................................................28 Figuur 4: Situatie oud (links) en nieuw (rechts)...................................................29 Figuur 5: Aangelegd voedselbos.........................................................................30 Figuur 6: Luchtfoto ca. 2010 van vóór de aanleg van nieuwe aansluiting op Ring Noord (maps.google.nl).............................................................................30 Figuur 7: Luchtfoto van ca. 2013, tijdens aanleg nieuwe aansluiting Ring Noord, sloot is gedempt.........................................................................................31 Figuur 8: Luchtfoto van ná realisatie nieuwe aansluiting Ring Noord, en herstel sloot en maken aarden wallen (bron: https://webkaart.provincieutrecht.nl/viewer/app/Webkaart? bookmark=127bd9cbc5d14069b6fc7eb5f62ffd38).....................................32 Figuur 9: Shaded reliëf met sterke overdrijving ca. 2008, AHN2 (Esri Nederland). ..................................................................................................................
33 Figuur 10: Shaded reliëf met sterke overdrijving, gegevens uit 2014 van AHN3 (Esri Nederland).........................................................................................34 Figuur 11: Geologische kaart (Rijks Geologische Dienst 1988)..........................35 Figuur 12: Fragment van geologisch profiel vlakbij het plangebied. Het plangebied ligt (schematisch) bij de pijl......................................................36 Figuur 13: Beddinggordelkaart (Cohen e.a. 2012)..............................................37 Figuur 14: Bodemkaart (Stichting voor Bodemkartering 1970; Alterra Wageningen UR 2012)...................................................................................................38 Figuur 15: Geomorfologische kaart (De Lange e.a. 1969; Alterra 2004).............39 Figuur 16: Hoogte-reliëfkaart op basis van het AHN (Kadaster en PDOK 2014). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP. De hoogtegegevens (AHN2) zijn van 2008 (Van der Zon 2013).................................................40 Figuur 17: Limeskaart van Van Dinter (Van Dinter 2013)....................................41 Figuur 18: Schematische doorsnede aan de hand van boorprofielen uit verschillende bronnen................................................................................42 Figuur 19: Gravure 1651 van Jacob Colom (Vera 2001).
Het kaartnoorden is onder..........................................................................................................43 Figuur 20: Situatie eind 17e eeuw (Specht 1696). Het kaartnoorden is links......44 Figuur 21: Gravure van Oostwaard (Rademaker 1718)......................................44 Figuur 22: Gravure van Oostwaard uit de 18e eeuw (Serrurier 1703).................45 Figuur 23: Buitenplaatsen en kastelen langs de Vecht in 1719 (Stoppendael 1719)......................................................................................................... 46 Figuur 24: Kaart van den nieuwe lande van Utrecht uit 1743 (Bernard de Roy 1743)......................................................................................................... 47 Figuur 25: Kadastrale minuut 1811-1832. Boven in detail; onder overzicht van omliggende percelen met groen = weiland en geel is bouwland (Koornstra 2010).........................................................................................................
48 Figuur 26: Bonnekaart 1868................................................................................49 Figuur 27: Bonnekaart 1908................................................................................50 Figuur 28: Bonnekaart 1910................................................................................51 Figuur 29: Bonnekaart 1926................................................................................52 Figuur 30: Topografische kaart 1948...................................................................53 Figuur 31: Topografische kaart 1970, met daarop de historische hoogtegegevens uit 1969 geprojecteerd (Meetkundige Dienst RWS 1983). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP.....................................................................54 Figuur 32: Topografische kaart 1981...................................................................55 Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
6 Figuur 33: Topografische kaart 1995...................................................................56 Figuur 34: Recente topografische kaart, situatie zoals op luchtfoto in fig. 7........57 Figuur 35: Archeologische terreinen (rood), waarnemingen (geel) en onderzoeken (blauw) uit ARCHIS (ARCHIS - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2015)............................................................................................58 Figuur 36: Detail van de Archis kaart in fig. 35....................................................59 Figuur 37: Advieskaart........................................................................................60
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................13 Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 500 m van het plangebied.............................19
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
7
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van een landschapsplan op percelen bij het adres Oostwaard 9 te Maarssen. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. De bodemingrepen zijn reeds uitgevoerd en omvatten het herstel van twee sloten, de aanleg van een poel aan de noordoostzijde, de aanleg van een poel in centrale deel bij de bocht in een sloot en realisatie van groen (voedselbos) langs de randen van het perceel, en het opnieuw uitgegraven van twee gedempte sloten. Voor het landschapsplan zal tot slot een moestuin met heg worden gerealiseerd. Het plangebied ligt in de ArcheoRegio het 'Utrechts-Gelders rivierengebied'. In de ondergrond liggen oever- en beddingafzettingen van de Vecht. Deze afzettingen zijn gevormd in de Late Bronstijd. Oorspronkelijk ligt de top van de oeverafzettingen naar schatting op ongeveer 0,5 m NAP. In de Nieuwe tijd is ongeveer 0,5 m (netto) afgegraven in een groot deel van het plangebied door de baksteenindustrie Eén deel van het plangebied, het grasland ten zuidwesten van de boerderij is vermoedelijk niet vergraven gezien de hoge ligging.
Dit terrein ligt, evenals het erf van Oostwaard 9 ongeveer op 1,5 m NAP en is ca. 1 meter opgehoogd. De ophooglaag houdt waarschijnlijk verband met de aanwezigheid van het versterkte huis Oostwaard uit de Late Middeleeuwen. Waarschijnlijk zijn door de huidige grondwerkzaamheden geen archeologische waarden verstoord aangezien de graafwerkzaamheden plaatsvonden in de afgevlette weilanden. Het voedselbos is deels aangelegd op een (nieuwe) aarden wal, eveneens grotendeels in het gebied dat reeds is afgegraven. Het voedselbos is ook aangelegd in het gebied waar mogelijk wel archeologische resten aanwezig zijn. De kleine boomstekken zijn met een handboor geplaatst, waardoor verstoring van eventuele archeologische waarden gering is. Wel kan door wortelgroei in de toekomst schade optreden. Over de relatie tussen wortelgroei en onherstelbare schade aan archeologie zijn echter geen gegevens bekend. Er zijn vermoedelijk geen archeologische waarden verstoord. Bureau voor Archeologie adviseert geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Stichtse Vecht.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
8
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van een landschapsplan op de percelen bij het adres Oostwaard 9 te Maarssen. In het plangebied heeft een ontwikkeling plaatsgevonden waarvoor een omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. In het gebied geldt een vastgesteld archeologisch beleid.1 Op de archeologische beleidskaart ligt het plangebied grotendeels in een zone met een hoge archeologische verwachting en deels in een AMK terrein, niet beschermd (fig. 2). Voor zones met hoge verwachting geldt dat voor bodemingrepen over een oppervlak groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Voor zones in AMK terreinen geldt dat voor alle bodemingrepen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied is het gebied waarin bodemingrepen zijn gerealiseerd. De oude en nieuwe situatie staan weergegeven in fig. 4. De bodemingrepen hebben plaatsgevonden ten noorden en westen van het erf aan de Oostwaard 9 te Maarssen. Het plangebied heeft een oppervlak van ca. 67.730 m2, zie fig. 3. De beoogde ontwikkeling heeft geleid tot een bodemverstoring tot maximaal 1,5 m. Hiermee overschrijdt het plan de vrijstellingscriteria en geldt de verplichting om een onderzoek op de locatie uit te voeren. Het onderzoeksgebied is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen.
Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 3.3).
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: • Waaruit bestaan de bodemingrepen? • Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? • Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? • Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? • Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn:
1 (De Boer e.a. 2010) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
9 • Zijn deze archeologische waarden verstoord door de uitgevoerde bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? • Indien mogelijk archeologische waarden zijn verstoord: Welke vorm van archeologisch onderzoek kan worden uitgevoerd om de archeologische waarden in kaart te brengen?
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
10
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 3.3, protocol 4002.2 In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschreven in termen van onder meer de diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. Genoemde stappen leidden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2.2
Huidige situatie en beoogde ingreep Het plangebied ligt in de gemeente Stichtse Vecht, in de plaats Maarssen, aan het adres Oostwaard 9. Het adres ligt op de rechteroever van de Vecht, ten oosten van sportvelden van Hockey Club Maarssen en ten zuiden van de Zuilense Ring (N230), onderdeel van de Ring Noord van Utrecht. Het plangebied beslaat de percelen grasland rondom het boerenerf op het adres (fig. 3) en is 67.730 m2 groot. Voor de percelen is een landschapsinrichtingsplan opgesteld dat grotendeels is uitgevoerd. De gerealiseerde ingrepen zijn de volgende (fig. 4, met daarin nummers met werkzaamheden): •
1: Aanleg van een poel aan de noordoostzijde. Deze poel is ongeveer 850 m2 groot en heeft een schuine oever die tot 1,5 m diep doorloopt.
•
2: Aanleg van een poel in centrale deel bij de bocht in een sloot. Deze poel is ongeveer 100 m2 en heeft een schuine oever die tot 0,5 m diep doorloopt.
•
3: Realisatie van groen (voedselbos) langs de randen van het perceel. Dit groen beslaat een oppervlak van ongeveer 18.000 m2. Het zijn kleine boomstekken die met een gatenboor zijn geplant, grotendeels op een recent opgeworpen aarden wal (zie verder), zie fig. 5.
Behalve deze ingrepen zijn ook herstelwerkzaamheden uitgevoerd m.b.t. enkele sloten: dit betreft 2 (CCvD 2013) 3 (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
11 •
4: De sloot aan de noordzijde van de percelen, haaks op de Zuilense Ring. De sloot, aanwezig in 2010, zie fig. 6 is na de reconstructie van de nabijgelegen afslag aan de Ruilense Ring gedempt (fig. 7). Een jaar geleden is dezelfde sloot weer uitgegraven (fig. 8). Met de grond van de uitgegraven sloot is een aarden wal gemaakt tussen de graslanden en de Zuilense Ring (fig. 8). Op hoogte-reliëfkaarten van het AHN2 uit 2008 en AHN3 uit 2014 zijn de verschillen goed zichtbaar (fig. 9 en 10).
•
5: De sloot achter (ten noorden van) de boerderij is tussen 2008 en 2014 weer uitgegraven. Deze was dicht gezakt en volgestort met landbouwafval. De verschillen en oude en nieuwe situatie worden ook inzichtelijk uit het verschil tussen de twee hoogte-reliëfkaarten in fig. 9 en 10.
Tot slot is de realisatie van een moestuin met heg voorzien (nr. 6). De wijze waarop deze wordt aangelegd is afhankelijk van de resultaten van dit bureauonderzoek.
2.3
Aardkunde De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in de NOaA regio Utrechts-Gelders rivierengebied.4 Het pleistocene oppervlak ligt op ongeveer -3 m NAP.5 De pleistocene afzettingen bestaan uit dikke pakketten zand en grind die de voorgangers van de Rijn aan het begin en in het midden van het Pleistoceen hebben achtergelaten. Aan het einde van het Pleistoceen zijn deze bedekt geraakt met windafzettingen (dekzand). Vanaf het begin van het Holoceen, ongeveer 10.000 v. Chr. verandert het klimaat: het wordt warmer en vochtiger. Sindsdien vormt zich een grote delta waarin rivieren zich door een laag en nat gebied een weg banen naar zee. Door de ondiepe ligging van het dekzand nabij Utrecht kunnen zich hier zeer brede beddinggordels vormen.6 Het plangebied ligt op bedding- en oeverafzettingen van het Angstel-Vecht systeem (fig. 11, 12 en 13). Het AngstelVecht systeem ontstaat ongeveer 1100 v. Chr. (2857 BP) door een avulsie uit de Oude Rijn en stroomt in noordelijke richting tot aan circa 100 n. Chr. (1877 BP). De eerste fase wordt de Oud-Aa beddinggordel genoemd.7 Vanaf de Romeinse tijd concentreert de afwatering zich in de geul van de Vecht (beddinggordel 168), die ook nu nog bestaat. Bij de vorming van de beddinggordel is het onderliggende dekzand geërodeerd.
In 1122 wordt de Kromme Rijn – waaruit de Vecht haar rivierwater ontvangt – bij Wijk bij Duurstede afgedamd. Sindsdien doet ook de Vecht vrijwel alleen nog dienst voor regenwater afvoer. In de rivierafzettingen hebben zich kalkhoudende poldervaaggronden ontwikkeld, een gebruikelijk bodemtype in dit soort landschappelijke eenheden (fig. 14). De terreinvorm staat als rivier-inversierug (3K26) én als storthoop, opgehoogd of opgespoten terrein (4F12) gekarteerd (fig. 15). De laatste legenda eenheid is vermoedelijk een karteringsfout. Ten zuiden van het plangebied is wel een zuiveringsinstallatie gevestigd (geweest). Daar lag een wel storthoop, maar deze is waarschijnlijk ten onrechte in noordelijke richting 'vergroot' op de geomorfologische kaart. 4 5 6 7
(Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) (Rijks Geologische Dienst 1988) (Berendsen 1982) (Cohen e.a. 2012)
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
12 Op de Limeskaart van Van Dinter ligt het plangebied in de zone 'Natural levels', 'high' en 'moderately high' (fig. 17). Het maaiveld in de weilanden ten noordwesten van het boerenerf ligt grotendeels tussen 0 en 0,2 m NAP (fig. 16). Op de hoogte-reliëfkaart zijn twee langgerekte hoogtes zichtbaar (0,6 tot 0,7 m NAP). De meest oostelijke langgerekte hoogte is kaarsrecht en vermoedelijk van antropogene oorsprong. De andere langgerekte hoogte is gekromd en mogelijk veroorzaakt door wisselingen in de natuurlijke bodemgesteldheid. In en bij het plangebied zijn twee archeologische onderzoeken verricht waaruit voor het plangebied relevante bodemgegevens kunnen worden herleid: Bij een archeologische begeleiding op het erf van Oostwaard 9 zijn profielwanden gedocumenteerd en zijn aan de zuidkant van de boerderij enkele boringen geplaatst.8 Vanaf het maaiveld is daar een recent opgebrachte laag aanwezig (gazon/tuin) bestaande uit een donkerbruingrijze sterk zandige, humeuze klei. In twee boorprofielen zijn onder deze lagen (ophogings)lagen aanwezig die mogelijk behoren tot een oudere fase van bewoning. Onder deze antropogene lagen zijn in alle boorprofielen de natuurlijke, fluviatiele afzettingen van de Vecht aangetroffen. Deze bestaan direct onder de ophogingslagen uit een lichtbruingrijze, uiterst siltige klei, geïnterpreteerd als oeverafzettingen van de Vecht stroomgordel.
In de top van deze natuurlijke afzettingen is in boorprofielen 1 (inpandig) en 5 (ten zuiden van de boerderij) een 10 tot 15 cm dikke donkergrijze, ontkalkte vegetatiehorizont met enkele houtskool- en puinspikkels aanwezig. De top hiervan ligt tussen 0,23 en 0,52 m NAP. De basis ligt tussen 0,03 en 0,42 m NAP. Deze laag vormt een (restant van de) oorspronkelijke top van de oeverafzettingen, waarin door langdurige ligging aan het oppervlak bodemvorming is opgetreden. In principe kunnen hierin archeologische resten vanaf de Late IJzertijd aanwezig zijn. De auteurs concluderen in hun onderzoek dat op basis van de putprofielen afgeleid kan worden dat de vegetatiehorizont oorspronkelijk dikker is geweest en de top ruim één meter hoger lag. Echter, in putprofiel 101 is de betreffende laag ongeveer 24 cm dik en in profiel 104 is de laag 20 cm dik.9 De top van de vegetatiehorizonten in de putprofielen ligt op ca. 1,5 m NAP. Dit is op of boven het maaiveld van het erf rondom de boerderij (sec), en boven de ophogingspakketten van de boorprofielen in de tuin. Daarnaast zijn de waarnemingen van de profielen en boring 1 dicht bij elkaar gedaan, nl. in dezelfde werkput, vermoedelijk binnen enkele meters.
Omdat het onwaarschijnlijk is dat dezelfde vegetatiehorizon zich manifesteert over een dergelijke korte afstand met zulke hoogteverschillen, en de absolute hoogteligging nogal onwaarschijnlijk is, wordt geconcludeerd dat de hoogtebepalingen waarschijnlijk niet correct zijn. De waarnemingen van de vegetatiehorizonten in de putprofielen wordt daarom verder niet gebruikt. Uit dit onderzoek blijkt eveneens dat bij de historische boerderij de top van de beddingafzettingen tussen 0,32 m NAP (hun boring 1) en -0,97 m NAP (hun boring 6) ligt. Uit archeologisch onderzoek ten noorden van het plangebied, dat is uitgevoerd voor de reconstructie van de afslag bij de Zuilense Ring, blijkt dat de top van de 8 (Wink en Viersen 2016) 9 (Wink en Viersen 2016) bijlage 4, pagina 63, profiel 101, spoor 1001 Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
13 beddingafzettingen ondieper ligt naarmate de afstand naar de Vecht afneemt.10 De top ligt tussen -0,9 m NAP (200 m van de Vecht) en -0,5 m NAP (60 m van de Vecht).11 De hoogteligging op basis van het AHN, gegevens van de boringen in deze twee onderzoeken aangevuld met een boorprofiel van Dinoloket zijn samengevat in een schematische doorsnede in fig. 18. Hieruit komt het beeld naar voren dat de hoogteverschillen in het plangebied waarschijnlijk zijn veroorzaakt door een combinatie van ophogen en afgraven. Het oorspronkelijke maaiveld lag waarschijnlijk op ongeveer 0,5 m NAP; dit is de basis van het ophoogpakket op het perceel van Oostwaard 9. Het ophoogpakket is ongeveer één meter dik, zo blijkt uit de profielen. De weilanden ten noorden hiervan zijn dan maximaal 0,5 m afgegraven ten behoeve van de baksteenindustrie (zie volgende paragraaf). Vermoedelijk zijn de weilanden nog verder afgegraven en later weer opgehoogd gezien de verplichting om gronden na het afgraven weer bruikbaar te maken. De vondst van munten en pijpekoppen wijst erop dat de weilanden na 1760 zijn opgehoogd (zie par. 2.4). De vegetatiehorizont ligt volgens het booronderzoek bij boerderij Oostwaard tussen 0,03 en 0,42 m NAP; deze laag is in de weilanden dus grotendeels afgegraven.
In BISNederland staan geen bodemprofielen in het plangebied geregistreerd.12 In het bodemloket staan geen verontreinigingen, verdachte activiteiten of saneringen geregistreerd.13 Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (fig. 11, 12 en 13)14
Geologie: D0g: geulafzettingen of oeverafzettingen op geulafzettingen. Df0g: geulafzettingen of oever- op geulafzettingen, op Hollandveen evt. met een inschakeling van afzettingen van Calais dunner dan 1 m. Beddinggordels: Oud-Aa: actief van 2857 tot 1877 BP. De top van de zandige beddingafzettingen ligt tussen -3 en -3 m NAP. Vecht (Utrechtse Vecht): actief van 2300 tot 828 BP. De top van de zandige beddingafzettingen ligt tussen 0 en -0.5 m NAP.
Bodemkunde (fig. 14)15
Kalkhoudende poldervaaggronden in lichte zavel (Rn15A).
Geomorfologie (fig. 15)
16
Rivier-inversierug (3K26), Storthoop, opgehoogd of opgespoten terrein (4F12).
AHN (fig. 9, 10 en 16)
Het maaiveld van het plangebied ligt tussen 0 en 0,7 m NAP in de meeste weilanden. Het weiland ten zuiden van het boerenerf ligt (net zoals het boeren erf) op ongeveer 1,5 m NAP.
Limeskaart17
Natural leveel, high and moderately high.
Tabel 1: Aardkundige waarden.
10 (Wilbers 2008) 11 (Wilbers 2008), onderzoek 31.147 12 (Alterra Wageningen UR 2012) 13 (Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu) 14 (Rijks Geologische Dienst 1988; Cohen e.a. 2012) 15 (Stichting voor Bodemkartering 1970; Alterra Wageningen UR 2012) 16 (De Lange e.a. 1969; Alterra 2004) 17 (Van Dinter 2013) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
14
2.4
Bewoning en historische situatie Tot aan het ontstaan van het Angstel-Vecht systeem in de Late Bronstijd is het gebied onderdeel van een veenmoeras waarin permanente bewoning waarschijnlijk niet voorkomt. Daarna is bewoning op de oevers van de Vecht mogelijk. Dat in de IJzertijd daadwerkelijk op de oevers van de Vecht is gewoond wordt geïllustreerd door vondsten uit die tijd in bijvoorbeeld Baambrugge of Abcoude. Botanisch onderzoek laat zien dat in de Late IJzertijd granen en mogelijk hop worden verbouwd op de oeverwallen van de Angstel en de Winkel.18 In de Romeinse tijd bouwen de Romeinen castellum Trajectum in het latere Utrecht, vijf kilometer zuidelijk van het plangebied. In 1122 wordt de Vecht met het afdammen van de Kromme Rijn een rustige rivier die zelden nog overstroomt, mede doordat ook dijken worden aangelegd. De naam Oostweerd komt voor het eerst voor rond 1200. Dan schenkt Frenkinna, de weduwe van Wilhelm van Scalcwijc 113 pond aan de Stevensabdij in Oudwijk. De abdij koopt hier o.a. land in „Oostwerde‟ mee aan. In 1217 stelden bisschop Otto en Paus Honorius III het „convent van Oudwijk‟ onder hun bescherming.
Bij beide gelegenheden werd Oostwaard onder de abdijgoederen genoemd.19 Oostwaard was een klein gerecht van 112 morgen groot en werd aan drie zijden begrensd door de Vecht en aan de oostzijde door de Zogwetering.20 Mogelijk is de woonplaats een versterkte boerderij (wel moated site, of begraven hofstede) geweest.21 Begraven hofstedes zijn vooral bekend uit de 14e tot 16e eeuw. De begraven hofstede heeft elementen van verdedigbaarheid, zoals een muur en een omgrachting (vandaar de term begraven). Een hofstede is echter niet goed verdedigbaar. De bewoners van een hofstede waren voornamelijk lage edelen die met agrarische of commerciële activiteiten (zoals kleiwinning) moesten rondkomen. De oudste funderingen die zijn aangetroffen bij bouwhistorisch en archeologisch onderzoek op de locatie van boerderij Oostweerd stammen uit de 13e eeuw en zijn dus in lijn met de oudste vermeldingen van de plaats.22 Bij dit onderzoek zijn geen overtuigende aanwijzingen voor de aanwezigheid van een gracht gevonden (één boring met mogelijke gracht- of greppelvulling). Bij geofysisch en booronderzoek onderzoek uit 1990 op het erf werd vastgesteld: “Ten zuiden van de boerderij treffen we geen sporen aan, behalve mogelijk nog een stukje van een gracht vlak bij de boerderij. [..] In het westen en noorden vormt een sloot waarschijnlijk een overblijfsel van de gracht.
In het noordelijke deel liggen waarschijnlijk ook muurresten en zijn er grachtvullingen aangeboord.”23 De beschikbare documentatie maakt echter niet goed duidelijk wat precies waar is gevonden en maakt een (gedeeltelijke) reconstructie van de gracht niet mogelijk. De oudste kaart waarop het plangebied goed herkenbaar is, is een gravure van Jacob Colom uit 1651 (fig. 19). Hierop zien we de woonplaats 'Oost Weert' aan de oever van de Vecht. De bebouwing lijkt op die van een boerderij met bijgebouwen. Ten noorden van de boerderij bevindt zich een groot vrijwel 18 (Bouma 2011) 19 (Vera 2001) 20 Een morgen is een oude oppervlakte maat waarmee een stuk land wordt aangeduid dat in één morgen kon worden geploegd. 21 (Bous en Estourgie 2007) 22 (Wink en Viersen 2016) 23 (Van der Graaf, Datema, en Anderson 1990) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
15 onverkaveld gebied, vermoedelijk bouwland. Ten oosten van Oost Weert bevinden zich langgerekte kavels behorende tot de ontginning van Maarseveen. De kleinschaligere kaarten van “Caerte van de Vryheyd der Stadt Utrecht” uit 1696, de kaart met buitenplaatsen en kastelen langs de Vecht uit 1719 en “de Kaart van den Nieuwe lande van Utrecht” uit 1743 geven steeds hetzelfde beeld (fig. 20, 23 en 24). Uit begin 18e eeuw bestaan twee gravures (waarvan verschillende copieen in omloop zijn), waarop of een kasteel-achtig bouwwerk zichtbaar is, en een boerderij (fig. 21 en 22). Het vermoeden bestaat dat de kasteel-variant fantasie is. Vanaf de dertiende eeuw wordt langs de Vecht steen gebakken (kloostermoppen). De grondstof wordt direct langs de rivier gewonnen. De uiterwaarden bij Maarssen en Zuilen waren zeer geschikt om af te tichelen.24 In deze eerste periode vond het aftichelen vermoedelijk alleen op kleine schaal plaats. In de 17e eeuw neemt het aantal steenovens toe onder invloed van de industrialisatie.25 In 1738 richt Jan Sluys een steenoven op in Oostwaard. In 1754 bestond steenoven de IJsvogel 900 meter noordelijk van Oostwaard.26 Verondersteld wordt dat in deze tijd een groot deel van de kleiige oevers van de Vecht worden afgegraven.
In 1781 geven de gebroeders Arnoldus (70 jaar) en Dirk de Haas (67 jaar) een beschrijving van de situatie van het afgevlette land van Oostwaard. Ze beschrijven dat het land vroeger allemaal 'Hooge Bouwand' was en zonder sloten en op de Vecht afwaterde, maar dat het 'thans is afgevlet en tot weijland is gelegt, en daar in slooten zijn gegraven'.27 Deze nieuwe sloten waterden af via de Zogwetering in het oosten. Na het afgraven van de gronden was degene die dit recht gekocht had verplicht om de gronden weer op te hogen, zodat de boeren het als grasland konden gebruiken.28 De historische vereniging heeft in 1986 een Landesaufname bij Oostwaard gedaan. Hierbij zijn veel munten en pijpekoppen gevonden. Hieruit wordt de conclusie getrokken dat de ophoging van het landschap voornamelijk plaats vond rond 1760.29 Begin 19e eeuw is direct ten noorden van het erf van de boerderij een groot deel nog in gebruik – het zal dus waarschijnlijk (nog) niet zijn afgevlet (fig. 25). Echter, veel andere percelen zijn dan al in gebruik als weiland. In 1868 is het merendeel van het plangebied in gebruik als weiland (fig. 26) en in 1908 is alles weiland (fig. 27). Op de kaarten van 1910 en 1926 staat langs een sloot ten noordoosten van de boerderij, die in 1908 ook al bestond, een signatuur met korte haakse lijnen (schrapjes).
Wilbers (2008) interpreteert dit als 'steilrand' en stelt dat de percelen oostelijk van deze lijn vanaf die periode zijn afgegraven. De legenda van de Bonnekaart is niet eenduidig, echter de interpretatie dat het signatuur een (opgeworpen) kade is lijkt aannemelijker. De signatuur, inclusief de naastgelegen 24 http://www.regiocanons.nl/utrecht/noordwest/steenbakkerijen 25 (Blijdenstijn 2007) 26 (Ostkamp 1754) 27 (Van Sommeren 1781) 28 (Koornstra 2010) 29 (Witte 1986; Koornstra 2010) De gegevens van de veldkartering zijn niet beschikbaar – navraag bij de Historische Vereniging Maarssen heeft (nog) geen resultaat opgeleverd. Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
16 sloot, ontbreken op de topografische kaarten van 1948 en later (fig. 30 tot en met 33). De (vermoedelijke) kade is nog wel herkenbaar op actuele hoogtereliëfkaarten (fig. 16; “langgerekte hoogte 1”). Mogelijk is de kade opgeworpen in het kader van peilbeheer, en is deze later weer overbodig geworden en (grotendeels) verwijderd. Op de topografische kaart van 1970 zijn de hoogtemetingen uit die periode geprojecteerd (historisch hoogtepunten bestand, fig. 31). Uit vergelijking met deze hoogtes en de actuele hoogtes in fig. 16 blijkt dat de hoogteligging vergelijkbaar is en dat in deze periode geen grootschalige ontgrondingen of ophogingen hebben plaatsgevonden.
2.5
Bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, waarnemingen en onderzoeksmeldingen staan weergegeven in fig. 35 en 36, en staan toegelicht in tabel 2. Het plangebied ligt gedeeltelijk in een archeologisch terrein met sporen van het versterkte huis Oostwaard (monument 1.986). Op dit terrein heeft twee keer archeologisch onderzoek plaatsgevonden waarmee de oorsprong van de bebouwing op het terrein in de Late Middeleeuwen is bevestigd (alleen het recentste onderzoek is gemeld in ARCHIS: 58.819).30 De aard en omvang van de bebouwing zijn echter nog steeds onduidelijk, met name of resten van het terrein inclusief eventuele grachten doorlopen in westelijke richting, in het nu onbebouwde maar hooggelegen weiland naast de huidige boerderij. Honderd meter zuidelijk van het adres Oostwaard 9 heeft ook archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Het betreft twee booronderzoeken en een opgraving/begeleiding (waarneming 50.061 en 400.287, onderzoeken 9.456 en 9.689). Het grootste deel is alleen onderzoek door middel van boringen en is op grond van de aanwezige bodemverstoringen vrijgegeven. De zuidelijke rand van het AMK terrein is na booronderzoek onderzocht met een opgraving. Er bleek een kronkelwaardgeul en een akkerlaag aanwezig met laatmiddeleeuws vondstmateriaal.
De onderzoekers hebben aanbevolen de status van het AMK terrein van hoge waarde in het onderzochte gebied op te heffen. In 2004 zijn op de zuidelijke grens van het huidige onderzoeksgebied, tegen het onderzochte gebied aan, toch stenen funderingen aangetroffen bij een ontgronding. De funderingen dateren mogelijk in de Late Middeleeuwen (waarneming 403.040). Bron
Omschrijving
Archeologische terreinen
1.986 - Stichtse Vecht - Oostwaard; Vecht - Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van een versterkt huis. Hoewel aan de oppervlakte niet zichtbaar zijn in de bodem resten van dit huis aanwezig. De huidige boerderij is gebouwd op oudere fundamenten. Mogelijk was het een omgrachte boerderij. Waarschijnlijk dateert het uit de 17e eeuw.
Waarnemingen
26.248 - Oud-Zuilen - Boerderij Oostweert Bij zandzuigwerkzaamheden in een vechtbocht tussen Zuilen en Maarssen (tegenover de 'kininefabriek') zijn allerlei voorwerpen gevonden, waaronder een ijzeren zwaard. Het zwaard is 90 cm lang, tweesnijdend met een inzinking aan beide kanten, die vrijwel tot het
30 (Van der Graaf, Datema, en Anderson 1990; Wink en Viersen 2016) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
17 Bron
Omschrijving uiteinde van het blad doorloopt. Het wordt in de 9e eeuw gedateerd. 43.191 - Maarssen - Oostwaard No. 10 Vondsten gedaan op omgeploegd maisveld. Grondstruktuur: gemengd zand en kleigrond bemest met huisvuil. Het betreft vondsten van munten, kleipijpen, gedraaid aardewerk, en glas, hoofdzakelijk te dateren in de Nieuwe tijd. 50.061 - Maarssen - Oostwaard Zeer waarschijnlijk zijn in het onderzoeksgebied resten aanwezig van de randzone van een Middeleeuwse nederzetting, waarvan de kern (ten noordoosten) buiten het onderzoeksgebied ligt en waarvan een deel vermoedelijk reeds is verstoord. Vondst van houtskool en bot. 31 400.287 - Maarssen - Maarssen Oostwaard Zie verder onderzoeksmelding: 9.456 403.040 - Maarssen - Oostwaard 9 De heer J. Peek zag op een ontgrond weidegebied ca. 0,6 m onder maaiveld een fundering van bakstenen van ca. 10x10 m. Bij onderzoek in 1992 is deze plek niet ontdekt, evenmin in 2003 en voorjaar 2005. Op mogelijke begeleidende vondsten is niet gelet. In slootbagger 280 m verderop (132.159 / 460.261, plek 2) vond hij in de herfst van 2004 een 8 cm lange kruikstop van aardewerk (17e – 18e eeuw). De plek ligt kadastraal op de grens van E2892 en E3139. De mortelresten op de verzamelde baksteen kunnen goed uit dezelfde periode als de baksteen zelf dateren (1400-1450). Een flink deel van de funderingsbovenzijde is weggegraven.
Wat nog resteerde is afgedekt. Nader veldonderzoek is wellicht mogelijk.
Vondstmeldingen
Geen
Onderzoeksmeldingen
9.456 - Maarssen - Oostwaard - opgraving De opgraving heeft geen antropogene grondsporen opgeleverd. Wel zijn een kronkelwaardgeul met vondsten uit het begin van de Late Middleeuwen en resten van een oude akkerlaag met materiaal vanaf de 14e eeuw aangetroffen. De vondsten uit de kronkelwaard kunnen, gezien hun datering, geïnterpreteerd worden als zwerfvuil van de middeleeuwse nederzetting die vermoedelijk ten noordwesten van het onderzoeksgebied heeft gelegen. Aanbevolen wordt de status terrein van hoge waarde in het onderzoeksgebied op te heffen. 32 Waarneming bij dit onderzoek: 400.287 De opgraving heeft geen antropogene grondsporen opgeleverd. Wel zijn een kronkelwaardgeul met vondsten uit het begin van de Late Middeleeuwen en resten van een oude akkerlaag met materiaal vanaf de 14de eeuw aangetroffen. 9.689 - Maarssen - DSM-Maarssen - booronderzoek (deelgebied 1) Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten worden ten aanzien van het plangebied geen aanbevelingen voor archeologisch vervolgonderzoek gedaan. 33 9.692 - Maarssen - DSM-Maarssen – booronderzoek (deelgebied 2) Het plangebied ligt ten zuiden van Maarssen, aan weerszijden van de Vecht. Het bestaat uit de deelgebieden 1, 2 en 3 Dit is deelgebied 2. Zie ook onderzoeksmeldingen 9689 en 9693.
Aangezien niet kan worden uitgesloten dat in het westen van deelgebied 2 resten aanwezig zijn van molen De Hoop, wordt aanbevolen om de bodemingrepen op deze locatie archeologisch te laten begeleiden. 34 9.693 - Maarssen - DSM-Maarssen - booronderzoek (deelgebied 3)
31 (Tol 2004) 32 (Tol 2005) 33 (Tol 2003) 34 (Tol 2003) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
18 Bron
Omschrijving Het plangebied ligt ten zuiden van Maarssen, aan weerszijden van de Vecht. Het bestaat uit de deelgebieden 1, 2 en 3 Dit is deelgebied 3. Zie ook onderzoeksmeldingen 9689 en 9692. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten worden ten aanzien van het plangebied geen aanbevelingen voor archeologisch vervolgonderzoek gedaan.35 24.517 - Vecht (Utrecht/Noord Holland) - bureauonderzoek Archeologisch inventariserend veldonderzoek (opwaterfase) in de vorm van een hoge resolutie side scan sonar onderzoek voor het plangebied de Vecht in de provincies Utrecht en Noord-Holland. Op basis van het onderzoek is geadviseerd om 86 sonarcontacten waaraan een (middel)hoge archeologische verwachting is toegekend te inspecteren door middel van duikinspecties.36 30.962 - Oud-Zuilen - Daalseweg ongenummerd - Daalseweg booronderzoek De onderzoekslocatie ligt op de meandergordel van de Vecht. Deze meandergordel is actief geweest van 2650 - 828 BP en heeft een hoge trefkans op intacte archeologische sporen. Pas rond 1000 n. Chr. kwam de Vecht in zijn huidige loop te liggen. Op de locatie zijn intacte poldervaaggronden aangetroffen. In alle boringen is in de bouwvoor baksteen aangetroffen. Alleen in boring 3 zijn onder de bouwvoor ook kleine fragmenten baksteen aangetroffen.
Deze zijn waarschijnlijk door biologische activiteit onder de bouwvoor terecht gekomen. Buiten het baksteen zijn in de intacte bodem geen archeologische indicatoren waargenomen. Het oostelijk deel van de onderzoekslocatie is opgehoogd met een sterk zandige klei met een dikte tussen 0,8 - 0,3 meter. In deze ophooglaag zijn vensterglas, baksteen en metaal aangetroffen. Het ophoogpakket is op basis van het voorkomen van vensterglas in het ophogingsmateriaal gedateerd in Nieuwe Tijd. Het overige deel van de onderzoekslocatie is niet opgehoogd. Aangezien het baksteen alleen in de bouwvoor voorkomt is het onwaarschijnlijk dat op de locatie sprake is van een archeologische vindplaats. Een vervolgonderzoek is daarom niet noodzakelijk. 37 31.147 - Maarssen - Opbuuren-Zuid - Ooostwaard - booronderzoek Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat het plangebied op een kronkelwaard ligt waarvan ongeveer 1,0 m van de bovengrond is afgegraven. Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren.38 58.819 - Maarssen - Oostwaard 9 - begeleiding Bij de renovatie van de boerderij zijn structuren en sporen van kasteel Oostweerd aangetroffen. Deze zijn door de AWN vrijgelegd en dienen nu gedocumenteerd te worden. Er is door BBA een bouwhistorisch onderzoek naar de boerderij uitgevoerd.
Uit de resultaten van het gecombineerde bouwhistorisch en archeologisch onderzoek komt duidelijk een beeld naar voren van een bijzondere en complexe vindplaats. De oudste waargenomen opgaande delen van het gebouw gaan terug tot in de 13e eeuw. Dit komt overeen met het baksteenformaat van de zwaarste funderingen (spoor 1) in combinatie met de datering van het aardewerk. Van de oudste fase van funderingen is echter slechts een fragmentarisch beeld te vormen op basis van de archeologische sporen. De uitbraaksleuf (spoor 13) die is aangetroffen in werkput 1 zal op basis van de stratigrafische ligging zeer waarschijnlijk ouder zijn dan de zware funderingen van spoor 1. Hiermee wordt de tijdsdiepte en daarmee de archeologische waarde van de vindplaats nog groter. Dat er sprake kan zijn van bewoning vanaf
35 (Tol 2003) 36 (Van den Brenk en Waldus 2008) 37 (Thijs 2008) 38 (Wilbers 2008) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
19 Bron
Omschrijving de Late Prehistorie wordt duidelijk uit de aanwezigheid van een vegetatiehorizont in de top van de oeverafzettingen van de Vecht. Deze lijkt deels opgenomen te zijn in een cultuurlaag waarvan de datering echter niet duidelijk is. Mogelijk beslaat de bewoningsgeschiedenis van de locatie Oostwaard dus een periode van meer dan 2000 jaar en een bewoningscontinuïteit van meer dan acht eeuwen. 39 59.361 - Maarssen - bureauonderzoek Uitvoerder: Greenhouse Advies. Geen gegevens bekend.
Gemeentelijke kaart (fig. 2)
Grotendeels zone met een hoge archeologische verwachting en deels in een AMK terrein, niet beschermd.
Bouwhistorische waarden
In het plangebied zijn geen bekende bouwhistorische waaden aanwezig. Op het erf Oostwaard 9 is bouwhistorisch onderzoek gedaan. Hieruit blijkt dat op de locatie begin vijftiende eeuw al een versterkt huis heeft gestaan gezien de aanwezigheid van kloostermoppen 40
Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 500 m van het plangebied.
2.6
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in de ArcheoRegio het 'Utrechts-Gelders rivierengebied'. In de ondergrond liggen oever- en beddingafzettingen van de Vecht. Deze afzettingen zijn gevormd in de Late Bronstijd. In de top van de oeverafzettingen kunnen archeologische resten uit de Late Bronstijd en recenter aanwezig zijn op grond van de landschappelijke ligging. Uit kaarten en archieven blijkt daarnaast dat in een deel van het plangebied, kadastraal perceel 3139, corresponderend met dat deel dat in AMK terrein 1.986 ligt, resten van woonplaats Oostwaard uit de Late Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Resten hiervan zijn aangetoond op de zuidelijke slootrand (waarneming 403.040) en ten noorden van het plangebied op het erf van de huidige boerderij. De gronden ten noorden van het AMK terrein zijn afgegraven. Waarschijnlijk netto een halve meter. Bij een booronderzoek onderzoek grenzend aan de noordzijde van het plangebied is geen vegetatiehorizont aangetroffen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat in deze weilanden nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. De ligging van de twee zones is grafisch weergegeven in fig. 37. De verwachting voor de zone met mogelijk archeologische waarden ten zuidwesten van de boerderij, kadastraal perceel 3139, is tweeledig.
Niveau 1: Op grond van de landschappelijke ligging kunnen archeologische resten uit de Late Bronstijd en recenter aanwezig zijn in de top van de oeverafzettingen. 1. Datering:
Late Bronstijd – Vroege Middeleeuwen.
2. Complextype: Boeren nederzettingen. 3. Omvang:
Enkele honderden vierkante meters.
4. Diepteligging: De vondstenlaag bevindt zich in de top van de oeverafzettingen (vegetatiehorizont) waarschijnlijk tussen 0,03 en 0,42 m NAP. Eventuele sporen bevinden zich hieronder. 39 (Wink en Viersen 2016) 40 (Koornstra 2010) Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
20 5. Gaafheid, conservering en verstoringen: De conservering van eventuele archeologische resten is onbekend. 6. Locatie:
Het deel van het plangebied dat ligt in kadastraal perceel 3139, in AMK terrein 1.986.
7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Eventuele archeologische resten manifesteren zich als een archeologische laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment vermengd met bot-, aardewerk- en houtskoolfragmenten. Niveau 2: Op grond van bekende gegevens uit kaarten, literatuur en archeologisch onderzoek in de directe omgeving kunnen archeologische resten gerelateerd aan die van een versterkt huis uit de Late Middeleeuwen aanwezig zijn: 1. Datering:
Late Middeleeuwen.
2. Complextype: Versterkt huis, muurwerk en grachten. 3. Omvang:
Enkele honderden vierkante meters.
4. Diepteligging: De vondstenlaag bevindt zich direct onder de bouwvoor. 5. Gaafheid, conservering en verstoringen: De conservering van eventuele archeologische resten is onbekend. 6. Locatie:
Het deel van het plangebied dat ligt in kadastraal perceel 3139, in AMK terrein 1.986.
7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): De huisplaats kenmerkt zich door een ophooglaag van maximaal circa één meter op de oorspronkelijke bodem. Deze ophooglaag kan worden beschouwd als een archeologische laag. Mogelijk bevinden zich de resten van een gedempte gracht in de ondergrond. Daarnaast kunnen diepe sporen zoals water-/beerkuilen (putten) aanwezig zijn en muurwerken die niet door middel van boringen kunnen worden opgespoord.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
21
3
Conclusie De onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: • Waaruit bestaan de bodemingrepen? De bodemingrepen bestonden uit de aanleg van een poel aan de noordoostzijde, de aanleg van een poel in centrale deel bij de bocht in een sloot en realisatie van groen (voedselbos) langs de randen van het perceel. Naast deze ingrepen zijn twee gedempte sloten opnieuw uitgegraven. Tot slot is de realisatie van een moestuin met heg voorzien. • Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? Het plangebied ligt in de ArcheoRegio het 'Utrechts-Gelders rivierengebied'. In de ondergrond liggen oever- en beddingafzettingen van de Vecht. Deze afzettingen zijn gevormd in de Late Bronstijd. Oorspronkelijke ligt de top van de oeverafzettingen ligt naar schatting op ongeveer 0,5 m NAP. • Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? In de Nieuwe tijd is ongeveer 0,5 m (netto) afgegraven in een groot deel van het plangebied door de baksteenindustrie. Eén deel van het plangebied, het grasland ten zuidwesten van de boerderij is hoger gelegen en is vermoedelijk niet vergraven. Dit terrein ligt, evenals het erf van Oostwaard 9 ongeveer op 1,5 m NAP en is opgehoogd.
• Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? De ophooglaag houdt waarschijnlijk verband met de aanwezigheid van het versterkte huis Oostwaard uit de Late Middeleeuwen. • Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: • Zijn deze archeologische waarden verstoord door de uitgevoerde bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Waarschijnlijk zijn geen archeologische waarden verstoord: – De reeds gerealiseerde graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden in de reeds afgegraven weilanden. Daarnaast zijn twee gedempte sloten weer uitgegraven. Het is onwaarschijnlijk dat hierdoor behoudenswaardige resten zijn verstoord. – De aanleg van het voedselbos vond deels plaats op een (nieuwe) aarden wal, grotendeels in het gebied dat reeds is afgegraven. Het voedselbos is ook aangelegd in het gebied waar mogelijk wel archeologische resten aanwezig zijn. Echter, omdat het kleine stekken betreft die met een handboor zijn geplaatst, is de verstoring van eventuele archeologische waarden gering. Wel kan door wortelgroei in de toekomst schade optreden. Over de relatie tussen wortelgroei en onherstelbare schade aan archeologie zijn echter geen gegevens bekend. De moestuin is nog niet aangelegd.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
22 • Indien mogelijk archeologische waarden zijn verstoord: Welke vorm van archeologisch onderzoek kan worden uitgevoerd om de archeologische waarden in kaart te brengen? Er zijn vermoedelijk geen archeologische waarden verstoord.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
23
4
Advies Bureau voor Archeologie adviseert geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Stichtse Vecht.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
24
5
Literatuur Alterra. 2004. “Geomorfologische Kaart Nederland (GKN) Landsdekkend digitale bestand”. Wageningen. Alterra Wageningen UR. 2012. “BISNederland”. Bodemkaart 1 : 50 000. http://www.bodemdata.nl/. ARCHIS - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2015. “Archis”. http://archis2.archis.nl/archisii/html/index.html. Berendsen, H.J.A. 1982. “De genese van het landschap in het zuiden van de provincie Utrecht, een fysisch-geografische studie”. Utrecht: Universiteit Utrecht. Bernard de Roy. 1743. “Nieuwe kaart van den Lande van Utrecht; eerste uitgave is van 1696”. Amsterdam: Johannes Covens en Cornelis Mortier. http://objects.library.uu.nl/reader/index.php?obj=1874249182&lan=en#page//98/15/72/98157271597383151294511064783805 227493.jpg/mode/1up. Blijdenstijn, Roland. 2007. “Tastbare tijd cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht”. Utrecht: Provincie Utrecht. Bouma, Niels. 2011. “Van begraven oerbos tot vroegste middeleeuwse ontginning en bewoning Een archeologische opgraving in de Winkelbuurt in Abcoude Zuid”. ADC-rapport 2400. Amersfoort: ADC ArcheoProjecten. Bous, Marieke, en Anouk Estourgie, red. 2007. Maarssen: geschiedenis en architectuur. Monumenten-inventarisatie provincie Utrecht 33. Zeist: Uitg. Kerckebosch. van den Brenk, S., en W.B. Waldus. 2008. “Inventariserend Veldonderzoek (opwaterfase) Vecht (provincies Utrecht en Noord-Holland)”.
Periplus Archeomare rapport A07_A021. Amsterdam: Periplus Archeomare. CCvD. 2013. “Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 3.3”. Centraal College van Deskundigen. Cohen, K. M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A. H. Geurts. 2012. “Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta”. Dept. Physical Geography. Utrecht University. http://persistent-identifier.nl/? identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl. De Boer, A., A. Botman, N. De Jonge, J. Dijkstra, en S. van der A. 2010. “De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Maarssen, Loenen, Abcoude en Breukelen”. Heritage Rapport H 032. Amersfoort: ADC Heritage BV. van Dinter, M. 2013. “The Roman Limes in the Netherlands: how a delta landscape determined the location of the military structures” 92 (1). Netherlands Journal of Geosciences: 11–32. Esri Nederland. “Actueel Hoogtebestand Nederland - viewer”. http://ahn.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/. Kadaster, en PDOK. 2014. “AHN2 - WCS service”. http://nationaalgeoregister.nl. Koornstra, A.K. 2010. “Bouwhistorische opname Oostwaard, Oostwaard 9 te Maarssen Gemeente Maarssen”. Hylkema Consultants BV. de Lange, G.W., J.A.M. ten Cate, G.C. Maarleveld, Stichting voor Bodemkartering, en Rijks Geologische Dienst. 1969. “Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000: Kaartblad nr. 31 West (Utrecht)”. Wageningen: Stichting voor Bodemkartering.
Meetkundige Dienst RWS. 1983. “Tophoogte MD: Historisch hoogtepunten bestand”. http://www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/geodata/dmc/tophoogte/pr Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
25 oductinfo/metainfo/tophoogte.xml. Ostkamp. 1754. “Notarieel archief Utrecht, Notaris Oskamp. Opening van besloten testament van Catharina Maria Woll, in leven wed. Diderik Richart Blotenburgh”. Inventarisnummer U188a016-19. http://www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/archiefbank/archieftoegangen/zo ekresultaat?mivast=39&mizig=199&miadt=39&miaet=54&micode=344.U188a016&minr=3711894&miview=ldt. Rademaker, Abraham. 1718. “Linker- en voorzijde van kasteel Oostwaard bij Maarssen”. Rijks Geologische Dienst. 1988. “Geologische kaart van Nederland 1: 50.000. Blad Utrecht Oost (31O)”. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. “NOaA ArcheoRegio’s”. http://archeologieinnederland.nl/noaa-archeoregios. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. “e-depot voor de Nederlandse archeologie”. http://www.edna.nl. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Bodemloket”. http://www.bodemloket.nl/. Serrurier, L.P. 1703. “Gezicht op de boerderij op het terrein van het voormalige kasteel Oostwaard ten zuiden van Maarssen (Oostwaard zynde een boerenwoning)”. Catalogusnummer 201725. http://publiek.collecties.hetutrechtsarchief.nl//collectie/beeldmateriaal/Teke ningen_en_prenten/1700-1710/201725?nav_id=22&id=1281221940&ref=bladeren. Specht, Caspar. 1696. “Caerte vande Vryheyd der Stadt Utrecht”. http://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b5902775d.
Stichting voor Bodemkartering. 1970. “Bodemkaart van Nederland schaal 1: 50.000 : toelichting bij kaartblad 31 Oost Utrecht”. Wageningen: Stiboka. http://edepot.wur.nl/117825. Stoppendael, Daniel. 1719. “Kaart uit 1719 met onder meer kastelen en buitenplaatsen langs de Vecht”. https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/0/05/Kaart_Vecht streek_door_Dani %C3%ABl_Stoopendaal_in_De_Zegepralende_Vecht_1719.jpg/260pxKaart_Vechtstreek_door_Dani %C3%ABl_Stoopendaal_in_De_Zegepralende_Vecht_1719.jpg. Thijs, W.J.F. 2008. “Een archeologisch bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen op een terrein aan de Daalseweg ongenummerd te Oud-Zuilen, gemeente Maarssen (U.)”. ARC-Rapporten 2008–123. Groningen: Archaeological Research and Consultancy. Tol, A. 2003. “Plangebied DSM-Maarssen, gemeente Maarssen; een inventariserend archeologisch onderzoek”. RAAP rapport 873. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau. ———. 2004. “Onderzoeksgebied Oostwaard, gemeente Maarssen; archeologisch onderzoek: bureau- en inventariserend veldonderzoek”. RAAP-notitie 892. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau. Tol, A.J. 2005. “Onderzoeksgebied DSM-Oostwaard, gemeente Maarssen; een archeoLogische begeleiding”. RAAP rapport 1168. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau. Van der Graaf, K., R.R. Datema, en K. Anderson. 1990.
“Landschapsplan en archeologie in de provincie Utrecht”. RAAP rapport 43. Amsterdam: RAAP Archeologisch Adviesbureau. van Sommeren. 1781. “Attestatie - over hoogte en afwatering in de Vecht van de Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
26 heerlykheid Oostwaard aan de oostzyde van de Vecht te Maarssen, over personen die te Oostwaard hebben afgevlet, en over de hoogte van de Zogdyk langs de Zogwetering”. http://www.archieven.nl/nl/zoeken? mivast=0&mizig=100&miadt=39&miaet=54&micode=344.U248a016&minr=4064752&miview=ldt. Vera, H.L.M. 2001. “Pachters van de hofstede van het minigerecht Oostwaard” (118). De Nederlandsche Leeuw: 270–302. Wilbers, A.W.E. 2008. “Oostwaard, Maarssen, Gemeente Maarssen, Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase”. B&G project 10240608/31147. Noordwijk: Becker & Van de Graaf. Wink, K., en A. Viersen. 2016. “Middeleeuws Oostwerde onder de vloer Een archeologische waarneming en bouwhistorisch onderzoek van Oostwaard 9 te Maarssen Gemeente Stichtse Vecht”. RAAP rapport 3080. Weesp: RAAP Archeologisch Adviesbureau. Witte, J. 1986. “Een ‘Landesaufnahme’ in Oostwaard”. Historische Kring Maarssen. van der Zon, Niels. 2013. “Kwaliteitsdocument AHN2”. Rijkswaterstaat Data-ICTDienst, Servicedesk Data. http://www.ahn.nl/binaries/content/assets/hwh--ahn/common/wat+is+het+ahn/kwaliteitsdocument_ahn_versie_1_3.pdf.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
27
Figuren
Figuur 2: Beleidskaart van de gemeente Stichtse Vecht (De Boer e.a. 2010).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
28
Figuur 3: Het plangebied.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
29
3 4
1 3 2
6 5 4
3
Figuur 4: Situatie oud (links) en nieuw (rechts).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
30
Figuur 5: Aangelegd voedselbos.
Figuur 6: Luchtfoto ca. 2010 van vóór de aanleg van nieuwe aansluiting op Ring Noord (maps.google.nl). Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
31
Gedichte sloot
Figuur 7: Luchtfoto van ca. 2013, tijdens aanleg nieuwe aansluiting Ring Noord, sloot is gedempt.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
32
Aarden wal
Aarden wal Herstelde sloot
Opgeschoonde sloot
Aarden wal
Figuur 8: Luchtfoto van ná realisatie nieuwe aansluiting Ring Noord, en herstel sloot en maken aarden wallen (bron: https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart? bookmark=127bd9cbc5d14069b6fc7eb5f62ffd38).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
33
Figuur 9: Shaded reliëf met sterke overdrijving ca. 2008, AHN2 (Esri Nederland).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
34
Aarden wal
Aarden wal
Opgeschoonde sloot
Figuur 10: Shaded reliëf met sterke overdrijving, gegevens uit 2014 van AHN3 (Esri Nederland).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
35
Figuur 11: Geologische kaart (Rijks Geologische Dienst 1988).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
36
Figuur 12: Fragment van geologisch profiel vlakbij het plangebied. Het plangebied ligt (schematisch) bij de pijl.
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
37
Oud-Aa: 2857 – 1877 BP
Vecht: 2300 – 828 BP
Figuur 13: Beddinggordelkaart (Cohen e.a. 2012).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
38
Figuur 14: Bodemkaart (Stichting voor Bodemkartering 1970; Alterra Wageningen UR 2012).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
39
Figuur 15: Geomorfologische kaart (De Lange e.a. 1969; Alterra 2004).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
40
0,1
0,4
0,1 0,0
0,0 0,1
Langgerekte hoogte 1 0,7
0,3 0,2
Langgerekte hoogte 2 0,6 0,2 1,8 1,4 0,7
1,5
1,5 0,7
Figuur 16: Hoogte-reliëfkaart op basis van het AHN (Kadaster en PDOK 2014). Hoogtewaarden in meters ten opzichte van NAP. De hoogtegegevens (AHN2) zijn van 2008 (Van der Zon 2013).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
41
Figuur 17: Limeskaart van Van Dinter (Van Dinter 2013).
Bureau voor Archeologie Rapport 327
Maarssen Oostwaard 9
42
Langgerekte hoogte 1