19. rvs + rbs Vaststellen Huisvestingsverordening regio Utrecht 2024 SV.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp
Organisatie onderdeel
Vaststellen Huisvestingsverordening regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht
Ruimtelijke Regie en Ontwikkeling
Begrotingswijziging
Dimitri.Verheij@stichtsevecht.nl
Nee
Telefoonnummer opsteller
Datum raadsvergadering
0658076480
1 oktober 2024
Registratie nummer
Portefeuillehouder
440095
E-mail opsteller
F.W.H. van Liempdt
Aan de gemeenteraad Voorgesteld besluit 1. De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 Gemeente Stichtse Vecht
Samenvatting In de regio Utrecht hebben we een regionale Huisvestingsverordening, waarmee schaarse (sociale) huurwoningen worden toegewezen. De verordening vormt een belangrijke basis voor ons woonbeleid en daarom is deze nieuwe verordening nodig. De structuur van de huidige verordening stamt uit 2015 en is meerdere malen aangepast en uitgebreid met nieuwe regelingen. De leesbaarheid en begrijpelijkheid zijn hierdoor sterk afgenomen. De nieuwe verordening is qua structuur daarom volledig opnieuw opgebouwd, waarbij wel het huidige beleid grotendeels is behouden.
A Inleiding De Huisvestingswet 2014 biedt gemeenten de mogelijkheid om door middel van een Huisvestingsverordening te sturen in de woonruimteverdeling en de samenstelling van de woningvoorraad. De verordening vormt een belangrijke basis voor het woonbeleid. Als gemeenten toewijzingsregels willen hanteren, moeten zij een Huisvestingsverordening vaststellen. Dit kan alleen bij aantoonbare schaarste in de woningmarktsegmenten die via de verordening gereguleerd worden. Van die mogelijkheid hebben de U16 gemeenten in de regio gebruik gemaakt. In de Huisvestingsverordening zijn onder andere de regels voor de toewijzing van sociale huurwoningen vastgelegd, zoals voorrangscriteria en regels voor urgentie. Met de instrumenten die de Huisvestingsverordening biedt, wordt beoogd de schaarse beschikbare woonruimte zo eerlijk, rechtvaardig en optimaal mogelijk te verdelen. De gemeente Stichtse Vecht maakt deel uit van de regio U16. Onze huisvestingsverordening wordt dan ook in regionaal verband opgesteld waarbij wordt gestreefd naar zo veel mogelijk uniformiteit. Nieuw is ook dat door de aanpassing van de Huisvestingswet de provincie adviesrecht heeft gekregen op wijzigingen in de Huisvestingsverordening.
Aanleiding Per 1 juli 2023 is de nieuwe Huisvestingsverordening van de gemeente Stichtse Vecht voor vier jaar in werking getreden. Deze verordening was een tijdelijke oplossing omdat de Huisvestingsverordening van 2019 van rechtswege op 1 juli verliep. Als de Huisvestingsverordening is verlopen, kunnen er geen Huisvestingsvergunningen meer worden verstrekt voor sociale huisvesting totdat de raad een nieuwe Huisvestingsverordening heeft vastgesteld. De Huisvestingsverordening 2023 is in noodverband vastgesteld om dit tijdelijk te waarborgen. Hierbij zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de versie van 2019. Om aan te sluiten bij het nieuwe format dat in de regio wordt gehanteerd is het daarom nodig een nieuwe Huisvestingsverordening 2024 vast te stellen. Hierbij ligt de focus om over te stappen op het nieuwe model maar ook op het implementeren van de wijzigingen uit de Huisvestingswet die per 1 januari 2024 van kracht zijn. De nieuwe verordening is anders opgebouwd waarbij de structuur, leesbaarheid en de begrijpelijkheid is verbeterd. Met deze nieuwe verordening brengen we de basis op orde en scheppen we ruimte om in de nabije toekomst nieuwe elementen toe te voegen. Sinds 1 januari 2024 is de Huisvestingswet 2014 aangepast met enkele nieuwe mogelijkheden voor regulering via de Huisvestingsverordening.
Met deze wijziging van de Huisvestingsverordening wordt gebruik gemaakt van nieuwe instrumenten, voldaan aan de nieuwe wettelijke eisen en enkele optimalisaties ter verbetering van de woonruimteverdeling doorgevoerd. Dit zorgt ervoor dat de sociale (en midden) huurwoningen ook de komende jaren weer op een afgewogen manier toegewezen worden aan de woningzoekenden.
Bevoegdheid De raad is op grond van art. 147 en 149 Gemeentewet jo. art. 127 van de Grondwet bevoegd om de verordening vast te stellen. Op grond van art. 156 Gemeentewet kan de raad bevoegdheden overdragen aan het college ter nadere uitwerking van de verordening.
Afweging scenario’s Niet van toepasing.
Maatschappelijk doel en beoogd effect Het eerlijk en rechtvaardig verdelen van schaarse woonruimte in onze gemeente. De Huisvestingsverordening is bedoeld om de schaarste in de sociale huisvesting zo eerlijk mogelijk te verdelen. Zodat woningzoekenden met lage inkomens en/of een bepaalde kwetsbaarheid ook een woning kunnen krijgen.
B Beslispunten, Argumenten en Risico’s 1. Argumenten 1. De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023 Gemeente Stichtse Vecht. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige verordening zijn: a) Een nieuwe verordening zodat beter wordt aangesloten bij de regionale modelverordening. b) Invoeren vergunningplicht betaalbare nieuwbouw koopwoningen tot € 390.000,c) Toevoegen van sociale huurwoningen, in eigendom van particuliere verhuurders die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd. d) Een aangepaste bezettingsnormentabel. e) Voorrang voor doelgroepen en woningzoekenden met economische binding. f) Het totaal aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor economische of maatschappelijke binding aan de gemeente wordt uitgebreid naar maximaal 50% (conform de per 1 januari 2024 gewijzigde Huisvestingswet 2014) en zal gelden voor iedere kern binnen Stichtse Vecht. g) Deze Huisvestingsverordening is in lijn gebracht met de nieuwe Woonvisie 2023– 2030. 1.1 De Huisvestingsverordening is in zijn geheel vernieuwd en aangepast aan de huidige wetgeving. De basis voor de huidige verordening stamt uit 2015 en deze opzet is bij de aanpassingen in 2019 en 2023 behouden. De afgelopen acht jaar zijn aan de Huisvestingsverordening verschillende regelingen toegevoegd.
Hierdoor is de begrijpelijkheid en de leesbaarheid sterk afgenomen. Dit is de reden geweest om de verordening in zijn geheel te herzien. Als basis hiervoor wordt het format van de regionale huisvestingsverordening gebruikt. De rest van de regio is in 2023 al overgestapt op dit nieuwe format. Naast de opzet zijn er reparaties doorgevoerd die uit jurisprudentie voortkomen. Hierdoor is de nieuwe verordening weer geschikt gemaakt voor toekomst. Er is ook rekening gehouden met voorgenomen wetswijzigingen, zodat die eenvoudig in de structuur van de verordening ingepast kunnen worden. 1.2 De vergunningsplicht zorgt ervoor dat schaarse woningen terecht komen bij de inkomensgroep die we met dit aanbod willen bedienen. Het toevoegen van betaalbare woningen is wenselijk/ noodzakelijk om de doorstroming bij (sociale) huurwoningen te bevorderen. Het kopen van een woning zet namelijk meerdere verhuisbewegingen in
gang en wordt dus de doorstroming op de woningmarkt gestimuleerd. Daarnaast biedt het bewoners met een zwakkere sociaaleconomische positie de kans om een betaalbare woning te kunnen kopen. De gewijzigde Huisvestingswet maakt het mogelijk om een vergunningsplicht in te voeren voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen tot aan de landelijke betaalbaarheidsgrens van € 390.000,-. Dit is een vergunningsplicht zoals ook geldt voor sociale huur en middenhuur. Als standaardeis wordt in de wet gehanteerd dat een aanvrager meerderjarig moet zijn en geldige verblijfsstatus moet hebben. Het is mogelijk om als gemeente aanvullende regels te stellen. Bijvoorbeeld door het opnemen van een inkomenseis. Voorgesteld wordt om te starten met de standaardeisen. 1.3 Het reguleren van particuliere sociale verhuur draagt bij aan een transparante en rechtvaardige woningmark waarbij voor iedereen dezelfde regels gelden. In de ‘VNG lokale monitor wonen - particuliere sector’ komt naar voren dat van de verdeling van de woningen in Stichtse Vecht 12,5% particuliere huur is. Hiervan is 26,1% sociale huur. Dit betekent dat er ongeveer 940 sociale woningen via de particuliere sector worden verhuurd.
Het doel van de nieuwe regeling in de verordening is om de commerciële verhuurders met meer dan 100 sociale huurwoningen in bezit binnen de gemeente in beeld te brengen zodat ook zij zich moeten houden aan het toewijzingsproces en prestatieafspraken. Ook corporaties zijn vanaf 100 woningen hiertoe verplicht. De eerder afgesloten anterieure overeenkomst blijft hierin leidend t.o.v. verordening. Deze woningen zijn het totaal aantal woningen dat een verhuurder bezit verspreid binnen de gemeente. Dit is ook de drempel voor woningcorporaties. Op die manier kan de gemeente beter borgen dat de particuliere sociale huurwoningen blijven voldoen aan de definitie van de sociale huur en dat we beter kunnen sturen op streven naar 30% sociale huur in de gehele woningvoorraad. Door het in beeld brengen van de woningen opgeleverd na 1 januari 2020 wordt het mogelijk om stapsgewijs deze ambitie te bewerkstelligen. Het inventariseren van de resterende commerciële verhuurders is dan ook komende periode een prioriteit. Wanneer dit is afgerond zullen deze worden toegevoegd doormiddel van een wijziging van de voorliggende huisvestingsverordening. 1.4 Door aanpassing van de bezettingsnormentabel krijgen eenpersoonshuishoudens meer kans op een woning. Door de huidige bezettingsnormentabel was het voor eenpersoonshuishoudens te beperkend in de mogelijkheden om een woning te vinden.
Vanuit de woningbouwcorporaties (Vecht en Omstreken en Portaal) is verzocht om een minimale aanpassing door te voeren in de tabel waardoor dit probleem wordt verholpen. Dit maakt het voor hen makkelijker om beter passend toe te wijzen en eenpersoonshuishoudens naar kleinere woningen te laten doorstromen. Hierdoor kunnen eenpersoonshuishoudens ook reageren op appartementen tussen de 60-80 m2 en drie kamers. Dit is nodig omdat binnen de gemeente vooral grote sociale huurwoningen worden aangeboden via Woningwet en er veel eenpersoonshuishoudens actief aan het zoeken zijn. Hierdoor is de slaagkans voor deze groep onevenredig klein 1.5 Het opnemen van vitale beroepsgroepen helpt organisaties met een maatschappelijk belang in het faciliteren van huisvesting in de directe omgeving. Sinds 1 januari 2024 is expliciet in de wettelijke bepalingen van de Huisvestingswet geregeld dat aan vitale beroepen voorrang kan worden verleend. De voorwaarden voor de voorrang zullen uitgewerkt worden in de beleidsregels. Wel dient te worden onderbouwd waarom een beroep van vitaal belang is voor de gemeente
en dient te worden aangetoond dat er een tekort is in het aangewezen beroep. Het betreft in Stichtse Vecht de groep woningzoekenden, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, kinderopvang, politie en brandweer. We merken dat het vooral voor startende werknemers in deze sectoren bijzonder moeilijk is om zich te vestigen binnen onze gemeente. Het ligt voor de hand dat deze doelgroepen makkelijker in de gemeente kunnen werken en langer bij ons blijven werken als het vestigingsklimaat en de vestigingskans een positieve impuls krijgen. 1.6 De gemeente wil woningzoekenden met economische en maatschappelijke binding eerlijke kansen bieden door voorrang te verlenen. Met de wijziging van de Huisvestingswet is door de wetgever meer ruimte gegeven aan gemeenten voor lokale voorrang ten opzichte van regionale voorrang. De totale ruimte voor het verlenen van voorrang wordt hiermee verhoogd van 25 naar 50%. Het college heeft de mogelijkheid om in elke kern bij oplevering van nieuwbouw koop- en huurwoningen de lokale binding voor een project toe te passen bij de woningtoewijzing. Er worden de komende jaren veel nieuwbouw woningen opgeleverd, door de bovengenoemde verruiming kan het college dan ook ruimschoots gebruik blijven maken van deze mogelijkheid.
De gemeente maakt slechts voor 14% gebruik van de lokale bindingsregel, dit maakt het mogelijk om ook de drie grote kernen onder de kernbinding te laten vallen. De inschrijftijd is in de grote kernen opgelopen naar 15 jaar, terwijl die in de kleinere kernen beduidend lager ligt. Naast de inschrijfduur is er ook de zoektijd van een actief woningzoekende (dat is de periode tussen de eerste reactie van een woningzoekende op een woning en het moment dat deze woningzoekende daadwerkelijk een woning heeft gekregen). Deze is tussen 2021 en 2022 voor doorstromers gedaald van 5,9 jaar naar 5,1 jaar en voor starters van 5,4 jaar naar 4,5 jaar.Door het opnemen van de drie grote kernen bieden wij lokale bewoners met maatschappelijke binding meer kans bij het vinden van een woning. Tot slot willen wij de extra ruimte inzetten bij oplevering van nieuwbouw voor iedere kern. 1.7 De Huisvestingsverordening is in lijn gebracht met de Woonvisie 2023 – 2030. Met de nieuwe verordening worden diverse juridische en technische verbeteringen doorgevoerd waardoor deze beter aansluit op de Woonvisie. 1.8 De Huisvestingsverordening zorgt ervoor dat er kan worden gestuurd op de verdeling van schaarse woningen. Het woonruimtetekort is in de regio Utrecht en ook binnen de gemeente in alle segmenten dusdanig hoog, dat sturing middels een Huisvestingsverordening noodzakelijk is.
Met een woningtekort van 5,5% heeft de regio Utrecht één van de grootste woningtekorten van alle Nederlandse regio’s. Het woningtekort betekent schaarste aan woningen en zorgt voor grote concurrentie tussen huishoudens om een geschikte en betaalbare woning te bemachtigen. Dit leidt tot verdringing van huishoudens, die door de grote concurrentie geen passende betaalbare woning weten te vinden. De gemiddelde inschrijfduur voor een sociale huurwoning was in 2019 12 jaar. In 2022 is de gemiddelde inschrijfduur voor een sociale huurwoning gestegen naar 13,8 jaar, met uitschieters naar ruim 15 jaar in de drie grote kernen. De meest recente RWU monitor toont aan dat in 2022 grote schaarste is in de sociale huisvesting (zie bijlage 3 en 4). Gelet op de
huidige situatie van de sociale woningmarkt in Stichtse Vecht kan worden aangenomen dat nog steeds sprake is van schaarste.
Risico’s 1.1 De beroepenvoorrang is één van de voorrangsregels en kan resulteren in meer verdringing. Hierdoor kan het voor woningzoekende zonder voorrang nog lastiger worden aan een woning te komen dan nu al het geval is. Het is daarom belangrijk om dit komende jaren goed te monitoren. 1.2 De vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen zorgt voor meer regeldruk. Door het invoeren van een vergunningsplicht zijn er voor beleggers en ontwikkelaars meer regels om aan te voldoen. De verwachting is echter dat ontwikkelaars hier relatief weinig last van krijgen omdat de koper zelf een huisvestingsvergunning bij de gemeente moeten aanvragen. De ontwikkelaar krijgt dus niet direct een verplichting. Wel zullen ontwikkelaars in de praktijk controleren of de kandidaat-koper een vergunning heeft. 1.3 Het invoeren van maatschappelijke binding over de gehele gemeente kan resulteren in een beperkte verhuisbeweging. In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen dat we zowel voor eigen inwoners als voor de regio bouwen. Wanner Stichtse Vecht deze woningen op slot zet voor de hele regio, kunnen de regiogemeenten hun woningen ook op slot zetten voor inwoners van Stichtse Vecht. Dit heeft effect op de vrijheid van vesteging en solidariteit.
Tot slot brengt het ook het risico teweeg dat door de grote hoeveelheid aanbiedingen in de grote kernen er niet voldoende toewijzingen binnen de 50 procent overblijven binnen de kleine kernen. Dit kan resulteren in dat aanvragen op basis van maatschappelijke of economische binding moeten worden afgewezen.
C Overige aspecten Financieel Het voorstel tot invoering van een vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen brengt echter wel kosten voor toetsing met zich mee. Het voorstel is om deze kosten door te berekenen aan de aanvrager. Voor de leges 2024 wordt aangesloten bij het algemene tarief van artikel 8 eerste lid Huisvestingswet 2024 (€149,40). Vanaf de legesverordening 2025 zullen we deze vergunningsaanvragen afzonderlijk benoemen in onze legesverordening en de bijbehorende legestabel. Voor het verkrijgen van een leegstandsvergunning, vergunning voor verkamering etc zijn reeds bedragen opgenomen in de legesverordening. Voor de nieuwe vergunning betaalbare nieuwbouw koopwoningen worden bij de herziening van de belastingverordeningen een tarief van (€ 55,00) opgenomen. Hiermee worden de kosten gedekt. Woningzoekenden die een koophuis kopen zullen doorgaans een spaarpot hebben voor dit soort administratieve zaken en kunnen dit bedrag goed dragen. Bij vergunningplichten voor middenhuur en (particuliere) sociale huur worden er geen leges doorberekend.
Juridisch De Huisvestingswet is de juridische basis voor de Huisvestingsverordening. De Huisvestingswet biedt de gemeente instrumenten om in te grijpen in de verdeling van de schaarse woonruimten en de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Daarnaast vormt de Huisvestingsverordening het juridische toetsingskader waaraan een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt getoetst. Daarin zijn regels en voorrangsregels voor woningtoewijzing opgenomen. Tevens wordt de Huisvestingsverordening gebruikt als toetsingskader door de urgentiecommissie Utrecht-West om te bepalen of een aanvrager voor een urgentie in aanmerking komt. Er is een hardheidsclausule opgenomen waarmee het college de bevoegdheid heeft om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van deze verordening.
Kanttekeningen Niet van toepassing.
Communicatie De gewijzigde verordening zal worden gecommuniceerd via de gemeentelijke website, de U10 en via Woningnet Regio Utrecht. Daarnaast wordt deze op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.
Participatie De corporaties en regiogemeenten zijn betrokken geweest bij de voorgestelde aanpassing conform de uitgangspunten van de Huisvestingswet 2014. Deze afstemming heeft plaatsgevonden via de regionale bestuurstafel en het SWRU, het samenwerkingsverband van corporaties in de Utrechtse regio.
Vervolg Het besluit tot vaststelling van de Huisvestingsverordening gemeente Stichtse Vecht moet genomen worden door de gemeenteraad. Na vaststelling wordt de verordening gepubliceerd. De verordening treedt met terugwerkende kracht 1 oktober 2024 in werking. Het verplichte advies van de Provinciale Staten zal voor behandeling in de raad worden toegezonden.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.
Bijlage 2. Artikelsgewijze toelichting Stichtse Vecht Bijlage 3.Overzicht en toelichting aanpassingen Bijlage 4. RWU monitor - schaarste in de regio Utrecht 2022 Bijlage 5. Schaarste gemeente Stichtse Vecht Bijlage 6 Onderbouwing vitale Sectoren
10 september 2024 Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht Gemeentesecretaris drs. R.C.L. Heijdra
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders
Raadsbesluit Onderwerp Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht
Begrotingswijziging Nee
Datum raadsvergadering 1 oktober 2024 Commissie 10 september 2024
Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Gemeente Stichtse Vecht Officiële naam regeling
Vastgesteld door
Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht Gemeenteraad
Onderwerp
Ruimtelijk domein
Citeertitel
Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen. Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Artikel 147 van de Gemeentewet, Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.2 van de Omgevingswet. Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen.
Pagina 1 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum Terugwerken Datum Betreft inwerking- de kracht t/m uitwerkin treding g-treding 1 oktober 2024
1 oktober 2024
In zijn geheel gewijzigde regeling
Datum ondertekening Bron bekendmaking
Kenmerk voorstel
Gemeenteblad
Tekst van de regeling Intitulé Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op: -
artikelen 121 en 147 van de Gemeentewet; gelet op de artikelen 4, 5, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 23a, 23b, 23e, 24, 33a, 35, 40, 41, 45 van de Huisvestingswet 2014 het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 augustus en 10 september 2024; de bespreking in de commissie Fysiek Domein van 10 september 2024;
Besluit: Vast te stellen de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024 Gemeente Stichtse Vecht
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities 1 In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: 1. aangepaste woonruimte: ingrijpend aangepaste woning, die naar zijn aard bestemd is voor bewoning door iemand met een fysieke beperking;
Pagina 2 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
2. advertentiemedium: een uitgave per verhuurder of groep van verhuurders, waarin voor toewijzing beschikbare woonruimte wordt aangeboden; 3. beschermde woonruimte: een in artikel 65 aangewezen woonruimte waarvoor het verbod van artikel 41, eerste lid van de wet geldt; 4. bestaande woonruimte: een woonruimte die op dit moment bewoond wordt, of in het verleden bewoond is geweest. 5. bemiddeling: Buiten het aanbodmodel of lotingmodel om woonruimte toewijzen aan een woningzoekende. 6. betaalbare nieuwbouw koopwoning: een nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de wet met een koopprijs van ten hoogste € 390.000. 7. campuscontract: huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel 274d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; 8. datum van inschrijving in de openbare registers: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; 9. dienstwoning: woonruimte die door een werknemer bewoond moet worden om zijn uit het dienstverband voortvloeiende taken goed te kunnen vervullen; 10. doorschuiver: doorstromer die binnen een doorschuifcomplex verhuist; 11. doorschuifcomplex: gebouw waarin woonruimte bij voorrang wordt aangeboden aan doorstromers die in hetzelfde complex wonen; 12.
doorstromer: de woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en rechtmatig en niet op basis van de Leegstandwet een zelfstandige sociale huurwoning in de woningmarktregio bewoont, deze woning na verhuizing leeg achterlaat, en deze huurwoning is in eigendom van een verhuurder die via het in de regio gangbare platform verhuurt; 13. gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte wonen, als bedoeld in NEN 2580; 14. hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door de verhuurder die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. 15. huishouden: een of twee volwassen personen, plus eventuele inwonende kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren. Hierbij is er niet alleen sprake van het samen (willen) bewonen van een bepaalde woonruimte, maar ook van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling en de intentie om voor onbepaalde tijd met elkaar samen te wonen. a. Kinderen ouder dan 18 jaar gelden als inwonend als zij volgens de Basisregistratie Personen niet langer dan zes maanden uitgeschreven zijn geweest of na een uitschrijving van langer dan zes maanden weer twee jaar te staan ingeschreven. b.
In geval van co-ouderschap kunnen kinderen worden meegeteld als zij bij elke co-ouder minstens drie hele nachten per week of om de week een hele week bij elke co-ouder verblijven. Het co-ouderschap moet worden aangetoond met een gerechtelijke uitspraak, een echtscheidingsconvenant of een ouderschapsplan. 16. huisvestingsvergunning: Een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid van de Wet. 17. ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het omgevingsplan is aangewezen of bestemd voor permanente bewoning; 18. jongere: iemand in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 29 jaar; 18 tot en met 22 jaar dan wel 18 tot en met 27 jaar 19. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woonruimte, die geschikt is voor wonen of slapen met een oppervlakte van tenminste vijf vierkante meter; 20. liberalisatiegrens: de maximale huur waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, zoals weergegeven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; 21. mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Pagina 3 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
22. middenhuurwoningen: woonruimte met een aanvangshuurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot en met de middenhuurgrens. De middenhuurgrens is de maximale huur die gevraagd mag worden voor middenhuurwoningen zoals uitgewerkt in het Actieplan Middenhuur. 23. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft, dus geen deur heeft die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte. De woonruimte kan niet zelfstandig door een bewoner worden bewoond, omdat voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden; 24. particuliere vakantieverhuur: vorm van toeristische verhuur, waarbij de hoofdbewoner de woonruimte waar hij volgens de Basisregistratie Personen zelf woont, incidenteel, voor een korte periode en tijdens de eigen afwezigheid, toeristisch verhuurt; 25. particuliere verhuurders: verhuurders van woonruimte die geen toegelaten instelling zijn. In geval van particuliere sociale huurwoning richt de verordening zich op de na 1 januari 2020 opgeleverde woonruimte van particuliere verhuurders; 26. plankwoning: woning die op de nominatie staat om ingrijpend te worden verbeterd of te worden gesloopt, en voor tijdelijke bewoning in gebruik kan worden gegeven; 27. prijsgrens opkoopbescherming: de jaarlijks geïndexeerde grens die aangeeft welke woonruimten onder de opkoopbescherming vallen; 28.
relatiebeëindiging: echtscheiding, verbreking geregistreerd partnerschap, verbreking samenlevingscontract en beëindiging samenwoning zonder overeenkomst; 29. senioren: iemand van 65 jaar of ouder; 30. seniorenwoning: woonruimte die geschikt is voor personen van 65 jaar en ouder; 31. sociale huurwoningen: woonruimte met een aanvangshuurprijs tot en met de liberalisatiegrens; 32. statushouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b en c van de Vreemdelingenwet 2000; 33. toegankelijke woonruimte: een gelijkvloerse, rollatortoegankelijke of rolstoeltoegankelijke woonruimte die, inclusief de wezenlijke voorzieningen, zonder trap bereikbaar is voor personen met een functiebeperking; 34. type woonruimte: seniorenwoonruimte, toegankelijke woonruimte, woonruimte met zorgvoorzieningen, aangepaste woonruimte, jongerenwoonruimte, wisselwoning, plankwoning, eengezinswoning, parterre-appartement, appartement vanaf eerste verdieping met lift, appartement vanaf eerste verdieping zonder lift, bovenwoning, benedenwoning, ondermaisonnette (begane grond) en bovenmaisonnette (vanaf eerste verdieping). 35.
van groot-naar-beter-regel: voorrang bij woonruimten met maximaal drie kamers voor doorstromers die een woonruimte van minimaal 4 kamers achterlaten, waar zij minimaal een jaar gewoond hebben; 36. verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet; 37. wet: Huisvestingswet 2014; 38. wisselwoning: woning die voor tijdelijke bewoning wordt aangeboden aan personen die door ingrijpende verbetering de huidige woning moeten verlaten, maar na afronding van de werkzaamheden in deze woning terugkeren; 39. woningmarktregio: gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de kernen Vianen, Hagestein, Everdingen, Zijderveld en Hoef en Haag in de gemeente Vijfheerenlanden; 40. woningruil: Het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik nemen van elkaars zelfstandige woonruimte met het oogmerk van daadwerkelijke permanente bewoning; 41. woningvorming: Een woonruimte tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of die in verbouwde staat te houden; 42.
woningzoekende: huishouden dat staat ingeschreven in het inschrijfsysteem voor woningzoekenden; Pagina 4 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
43. woonadres: woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet Basisregistratie Personen; 44. woongroep: door burgemeester en wethouders aangewezen groep van drie of meer huishoudens, die geen gemeenschappelijke huishouding voeren en geen onderlinge huurrelatie hebben, maar wel de intentie hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, samen te wonen in een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband in een of meer door burgemeester en wethouders daarvoor aangewezen woonruimten. 45. woonruimte met zorgvoorzieningen: zelfstandige woonruimte (aanleunwoning of beschutte woning) waarbij gebruik gemaakt wordt van faciliteiten van zorgverlenende instellingen; 46. WOZ-waarde: de waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken; 47. zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte Paragraaf 2.1. Werkingsgebied Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën woonruimte mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a. sociale huurwoningen; b. middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd. c. betaalbare nieuwbouw koopwoningen. 2.
Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet, waarvoor een vergunning is afgegeven; b. onzelfstandige woonruimte c. dienstwoningen; d. zelfstandige woonruimte met een vloeroppervlakte tot 30m2, verhuurd met een campuscontract of verhuurd door een toegelaten instelling; e. woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen; f. wisselwoningen; g. woonruimten in eigendom van toegelaten instellingen, via intermediaire verhuur verhuurd aan een zorginstelling, die door die zorginstelling aan derden in gebruik worden gegeven met een contract dat onlosmakelijk verbonden is aan een zorgcontract van deze zorginstelling.
Paragraaf 2.2. De huisvestingsvergunning Artikel 3. Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1. Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; b. de aanvrager is 18 jaar of ouder; Pagina 5 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
c. d. e. f.
voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 47.699voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden; voor een middenhuurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 52.753 voor een eenpersoonshuishouden en € 61.046 voor een meerpersoonshuishouden en voor een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 57.573 voor een eenpersoonshuishouden en € 76.764 voor een meerpersoonshuishouden en als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte.
2.
Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d., e. en f.
3.
De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.
4.
Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder f.
5.
In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 697,07 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 61.046,- (peil 2024).
6.
In afwijking van het eerste lid, onder d. en e. kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachten leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden.
Artikel 4. Jaarlijkse aanpassing van huur-, koopprijs en inkomensgrenzen De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2023. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd: a. b. c. d. e. f. g. h.
de inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder c overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting; de inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder d overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; de huurprijs in artikel 3, vijfde lid, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de inkomensgrens in artikel 3, vijfde lid, overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; de huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de inkomensgrenzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; de inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 1, overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting;
Pagina 6 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
i. j.
de inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 2, overeenkomstig artikel 10 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. de koopprijsgrens in artikel 2, eerste lid, onder c, overeenkomstig artikel 7, vierde lid van de wet 2014.
Artikel 5. Vruchteloze aanbieding 1. In geval van een sociale huurwoning of een middenhuurwoning als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a. de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet; b. er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd en c. er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze. 2.
In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding als de verkoper van de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a. de woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs. De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken; b. er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en c. er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.
Artikel 6. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1. Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd formulier. 2.
Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; c. huishoudinkomen; d. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e. kopie van het huur- of koopcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven; f. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; g. als dat van toepassing is: een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening en h. als dat van toepassing is: de voorrangscategorie waartoe de aanvrager behoort.
3.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om te aanvraag te beoordelen.
4.
De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval:
Pagina 7 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
a. b. c. d. e.
aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend; naam en adres van de verhuurder; het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt en binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt.
Artikel 7. Intrekken van de huisvestingsvergunning Naast de in artikel 18 van de wet genoemde gronden voor intrekken van de huisvestingsvergunning kunnen burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning intrekken als er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarden van de vergunning.
Paragraaf 2.3. Inschrijfsysteem van woningzoekenden, bekendmaking aanbod Artikel 8. Toepasselijkheid Deze paragraaf is van toepassing op: a. sociale huurwoningen in eigendom van een toegelaten instelling; b. sociale huurwoningen van particuliere verhuurders opgeleverd na 1 januari 2020, die zijn opgenomen in een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanwijzingsbesluit en c. middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd, toevoegen. Artikel 9. Inschrijfsysteem, algemene eisen 1. Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden. 2.
Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk.
3.
Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten.
4.
De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden;
5.
De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.
Artikel 10. Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen betreffende de sociale huur 1. De toegelaten instellingen in de woningmarktregio hebben een gezamenlijk inschrijfsysteem voor woningzoekenden. 2.
Zij stellen regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.
3.
Een woningzoekende kan een beroep doen op de regionale klachtencommissie.
Pagina 8 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid
3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
4.
Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een toegelaten instelling, behalve bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, met uitzondering van de terugkeerurgentie.
5.
Na aanvaarding van een woonruimte in eigendom van een toegelaten instelling, behoudt een woningzoekende 75% van de inschrijfduur, mits de woningzoekende zich binnen twaalf maanden na de aanvaarding opnieuw inschrijft.
6.
De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 11a en 11b van de wet en als er een huurovereenkomst zoals bedoeld in artikel 11c van de wet is aangegaan.
Artikel 11. Bekendmaking van het aanbod 1. Het na 1 januari 2020 opgeleverde aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op het in de regio gangbare platform. In aanvulling hierop kunnen verhuurders ook op de eigen website of op een andere transparante wijze adverteren. 2.
Het aanbod van toegelaten instellingen wordt op het in de regio gangbare platform bekend gemaakt.
3.
Van het tweede lid kan worden afgeweken als een woonruimte bedoeld is: a. voor verdeling via bemiddeling of op grond van beheerdersbelang; b. als wisselwoning of plankwoning ten behoeve van tijdelijke huisvesting; c. als standplaats voor een woonwagen of d. voor bewoning door een woongroep.
4.
De bekendmaking van het aanbod bevat in ieder geval: a. het adres en de huurprijs van de woonruimte; b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend en c. als dat van toepassing is: de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de huisvestingsvergunning.
Paragraaf 2.4 Woonruimteverdelingssysteem Artikel 12. Toepasselijkheid Deze paragraaf is van toepassing op: a. sociale huurwoningen in eigendom van toegelaten instellingen in de woningmarktregio; b. sociale huurwoningen, in eigendom van particuliere verhuurders die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd, waarvoor een inschrijfsysteem verplicht is; c. woonruimte bedoeld voor woongroepen; d. woonwagenstandplaatsen. Artikel 13. Verdeling van sociale huurwoningen Sociale huurwoningen worden op de volgende wijze verdeeld: a. de meeste woonruimte wordt verdeeld via het aanbodmodel, zoals omschreven in artikel 14; Pagina 9 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
b. c.
Met instemming van burgemeester en wethouders kan maximaal 20% van het vrijkomende aanbod van sociale woonruimte in een gemeente via het lotingmodel worden verhuurd, zoals omschreven in artikel 15; bemiddeling vindt plaats in de in artikel 16 genoemde situaties.
Artikel 14. Aanbodmodel 1. De woonruimte wordt aangeboden op het in de regio gangbare platform. 2.
De tijdig ingekomen reacties van woningzoekenden worden gerangschikt volgens de rangordebepalingen uit artikel 45, waarna de kandidaat met de hoogste positie in de rangorde wordt geselecteerd.
Artikel 15. Lotingmodel 1. De woonruimte wordt op het in de regio gangbare platform aangeboden. 2.
Bij het lotingmodel zijn de voorrangsbepalingen uit paragraaf 2.5 en 2.6 en de rangordebepaling van artikel 45 niet van toepassing behoudens dat de woonruimte voor de woningzoekende naar aard, grootte en prijs moet voldoen aan artikel 22, vierde lid, onder b (seniorenwoonruimte) en f (jongerenwoonruimte), artikel 23, eerste, tweede en derde lid en artikel 24.
3.
De volgorde van de reacties bij het lotingmodel wordt aselect bepaald, door het computersysteem.
4.
Een woningzoekende kan per woonruimte één reactie uitbrengen.
5.
Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat alleen specifieke typen woonruimte via loting mogen worden verdeeld.
Artikel 16. Bemiddeling 1. Bij bemiddeling wordt een huisvestingsvergunning verstrekt aan een woningzoekende, zonder dat de woonruimte op het in de regio gangbare platform aangeboden is. 2.
3.
Bemiddeling is eenmalig, behalve als via bemiddeling verkregen woonruimte tijdelijke woonruimte betreft. Het recht op bemiddeling kan vervallen als de woningzoekende zonder gegronde reden de woonruimte weigert.
Bemiddeling vindt plaats in de volgende gevallen: a. bij aangepaste woonruimte en woonruimte met zorgvoorzieningen (artikel 22); b. bij statushouders (artikel 36), zowel op grond van de taakstelling als na tijdelijke huisvesting; c. bij urgentie op maatschappelijke gronden in geval van uitstroom uit een instelling die is aangesloten bij de Vereniging Beter Wonen (artikel 35 onder b); d. Bij urgentie op volkshuisvestelijke gronden met terugkeervoorrang (artikel 34, tweede lid onder d); e. bij urgentie op volkshuisvestelijke gronden (artikel 34) of bij dreigende dakloosheid (artikel 29), in beide gevallen als zelf zoeken via het aanbodmodel geen oplossing biedt; Pagina 10 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
f. g.
als een urgent verklaarde buiten zijn schuld geen woning heeft kunnen vinden binnen de gestelde termijn (artikel 43) of bij overige situaties waar bemiddeling naar het oordeel van de toegelaten instelling noodzakelijk is, bijvoorbeeld als het gaat om beheerdersbelang (artikel 17).
4.
Bij bemiddeling moet de woonruimte voor de woningzoekende naar aard, grootte en prijs voldoen aan artikel 22, vierde lid onder b (seniorenwoonruimte) en f (jongerenwoonruimte), artikel 23, eerste, tweede en derde lid en artikel 24. Hiervan kan slechts bij uiterste noodzaak worden afgeweken.
5.
Andere voorrangscriteria zijn bij bemiddeling niet van toepassing.
6.
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een eenmalig aanbod aan bijzondere categorieën woningzoekenden en woningzoekenden met een indicatie urgent door bemiddeling medewerking verlenen bij het verkrijgen van woonruimte.
Artikel 17. Beheerdersbelang 1. Een toegelaten instelling kan, met het oog op het beheren van haar woningvoorraad, in relatie tot het belang van de wijk, openbare orde en veiligheid of de leefbaarheid, een zittende huurder of woningzoekende via bemiddeling een (andere) woonruimte uit haar voorraad aanbieden, bijvoorbeeld om overlast te beëindigen of te voorkomen. 2.
Voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang zijn: a. er mag geen nadeel zijn voor het welzijn van de persoon in kwestie; b. het bleek niet mogelijk om de aanleiding, zoals overlast, op een andere wijze aan te pakken; c. de toegelaten instelling lost het probleem eerst binnen de eigen woonruimtevoorraad op en vervolgens pas in andermans woonruimtevoorraad.
Artikel 18. Verdeling van woonruimte voor woongroepen 1. Burgemeester en wethouders kunnen, na overleg met de eigenaren, een of meer woonruimten in een complex aanwijzen als geschikt voor een woongroep. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen een groep woningzoekenden aanmerken als woongroep.
3.
Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden van de woongroep het recht van eerste bewoning krijgen of een initiatief van een eigenaar die een woongroep wil faciliteren.
4.
Burgemeester en wethouders stellen nadere regels over de eisen waaraan een woongroep moet voldoen en de wijze waarop vrijkomende woonruimte binnen een woongroep wordt verdeeld.
Artikel 19. Verdeling van woonwagenstandplaatsen 1. Bij inschrijving voor een standplaats en voor overige woonruimten op een woonwagenlocatie geldt het volgende: a. er wordt een wachtlijst gehanteerd gebaseerd op het woongroepmodel met voordrachtsregeling Pagina 11 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49
lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
b. c. d.
toewijzing vindt plaats op de in het tweede en derde lid beschreven wijze; de wachtlijst wordt beheerd door de door burgemeester en wethouders aangewezen beheerder en inschrijven op deze wachtlijst kan alleen met een geldige inschrijving bij WoningNet.
2.
De toewijzing van vrijkomende woonwagenstandplaatsen gaat als volgt: a. de voorrangsgronden uit paragraaf 2.5 en 2.6 zijn niet van toepassing; b. voor de toewijzing van een vrijkomende standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde vastgesteld. Deze geldt voor de eerste inschrijvers met de langste inschrijfduur op de wachtlijst; c. het aantal eerste inschrijvers onder b. is afhankelijk van de grootte van de woonwagenlocatie en te bepalen door burgemeester en wethouders.
3.
De rangvolgorde van de eerste inschrijvers op de wachtlijst, zoals bedoeld in het tweede lid, wordt als volgt bepaald: a. voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of kleinkinderen van degene die de plaats huurde voordat deze leeg kwam, voorrang hebben. De regel dat het alleen om de eerste inschrijvers van de wachtlijst gaat, is hierbij niet van toepassing; b. de woningzoekende die een standplaats huurt op de woonwagenlocatie en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt; c. een kind, inwonend bij familie in de eerste graad op de locatie waar een standplaats vrijkomt; d. woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op de locatie heeft gewoond; e. woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een woonwagenlocatie elders in Nederland heeft gewoond; f. overige woningzoekenden, op basis van inschrijfduur op de wachtlijst; g. voor het derde lid onder b tot en met f. geldt dat bij gelijke kandidaten, degene met de langste inschrijfduur op de wachtlijst voorrang heeft.
4.
Een adviescommissie van bewoners van de woonwagenlocatie adviseert de beheerder over de toewijzing. Bij dit advies wordt de volgorde van lid 3 aangehouden.
5.
Burgemeester en wethouders behouden het recht om in te grijpen in het toewijzingsproces of af te wijken van deze regeling. Als zij dat doen, vragen zij de beheerder voorafgaand om advies
Paragraaf 2.5. Voorrangsgronden voor sociale huurwoningen Artikel 20. Toepasselijkheid 1. Deze paragraaf geldt voor sociale huurwoningen van toegelaten instellingen en voor sociale huurwoningen in eigendom van particuliere verhuurders die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd, waarvoor een inschrijfsysteem verplicht is. 2.
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor deze woonruimte kan voorrang verleend worden aan woningzoekenden die vallen onder een van de in deze paragraaf beschreven voorrangsgronden.
Pagina 12 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49
lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
3.
De in deze paragraaf beschreven voorrangsgronden gelden binnen de hele woningmarktregio, tenzij bij de beschrijving van de voorrangsgrond expliciet anders is bepaald.
Artikel 21. Voorrangsgronden Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor sociale huurwoningen voorrang geven in verband met: a. de aard van de woonruimte; b. de grootte van de woonruimte; c. de prijs van de woonruimte; d. economische of maatschappelijke binding of e. een urgentverklaring. Artikel 22. Voorrang in verband met de aard van de woonruimte 1. De verhuurder kan een woonruimte labelen als: a. woonruimte met zorgvoorzieningen; b. seniorenwoning; c. toegankelijke woonruimte; d. aangepaste woonruimte; e. woonruimte die wordt aangemerkt als doorschuifcomplex of f. jongerenwoonruimte, bedoeld voor jongeren van 18 tot en met 29 jaar; 18 tot en met 22 jaar dan wel 18 tot en met 27 jaar. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen, in overleg met de verhuurder, bepaalde woonruimte aanwijzen als woonruimte voor bijzondere doelgroepen of voor woongroepen, waarbij de voorrang beperkt kan worden tot bijzondere doelgroepen en woongroepen uit de gemeente.
3.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat in een doorschuifcomplex doorstromers die binnen dat complex doorschuiven, voorrang krijgen op andere woningzoekenden.
4.
Voor de op grond van het eerste en het tweede lid gelabelde typen woonruimte geldt de volgende tabel, die aangeeft welke doelgroep voorrang krijgt voor welk type woonruimte:
a.
Type woonruimte Woonruimte met zorgvoorzieningen
b.
Seniorenwoning
c.
Toegankelijke woonruimte
d.
Aangepaste woonruimte
Doelgroep Huishoudens waarvan een van de leden voldoet aan de door burgemeester en wethouders in een nadere regel vastgestelde eisen om in aanmerking te komen voor deze woonruimte. Huishoudens waarvan ten minste een van de leden 65 jaar of ouder is. Huishoudens waarvan een van de leden geïndiceerd is op een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze (keuze uit gelijkvloers, rollatorwoning, rolstoelwoning). Huishoudens waarvan een van de leden fysieke beperkingen ondervindt en voor dit type woonruimte geïndiceerd is op een door burgemeester en wethouders te bepalen wijze.
Pagina 13 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49
lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
e.
Woonruimte die wordt aangemerkt als doorschuifcomplex Jongerenwoonruimte
f. g.
Woonruimte voor woongroepen Woonruimte voor bijzondere doelgroepen
h. 5.
Doorschuivers. Woningzoekenden in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 29 jaar, van 18 tot en met 22 jaar of van 18 tot en met 27 jaar. Woongroepen die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen. Doelgroepen die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen.
Als de aanbieding van de woning bij de eerste advertentie niet leidt tot reacties van de doelgroep, kan de woning maximaal tweemaal opnieuw worden aangeboden aan dezelfde doelgroep. Daarna komen andere woningzoekenden in aanmerking.
Artikel 23. Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang verleend aan huishoudens waarvan de grootte past bij de grootte van de woonruimte, volgens onderstaande tabel:
Woonruimte naar kamers
Oppervlakte
1 kamer
n.v.t.
2 kamers
< 60 m2 > 60 m2 < 60 m2 60-80 m2 >80 m2 < 60 m2 > 60 m2 < 80 m2 > 80 m2 < 80 m2 > 80 m2 < 80 m2 > 80 m2 < 80 m2 > 80 m2
3 kamers 4 kamers 5 kamers 6 kamers 7 kamers 8 kamers
Huishouden naar Huishouden naar personen in personen in Eengezinswoningen Meergezinswoningen 1 of 2 1 of 2 1 of 2 2 1 of 2 2 of meer 2 of meer 2 of meer 3 of meer 3 of meer 5 of meer 5 of meer 6 of meer 6 of meer 7 of meer 7 of meer 8 of meer
1 of 2 1 of 2 1 of 2 1 of meer 2 of meer 2 of meer 2 of meer 3 of meer 5 of meer 5 of meer 6 of meer 6 of meer 7 of meer 7 of meer 8 of meer
2.
Afwijking van deze tabel is mogelijk als dat in verband met de leefbaarheid nodig is.
3.
Als er voor een woonruimte met vijf of meer kamers geen gegadigden zijn met de juiste huishoudensgrootte, wordt voorrang verleend op basis van aflopende huishoudensgrootte.
Pagina 14 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49
lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
4.
Voor woonruimten met maximaal drie kamers krijgen doorstromers die een woonruimte van minimaal 4 kamers achterlaten, waar zij minimaal een jaar gewoond hebben, voorrang (Vangroot-naar-beter-regel). Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat de voorrang voor doorstromers niet geldt voor eengezinswoningen met drie kamers en een gebruiksoppervlakte van tenminste 75m2.
Artikel 24. Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte 1. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang verleend aan huishoudens waarvan het huishoudinkomen past bij de huurprijs, zoals aangegeven in tabel 1: Tabel 1 Leeftijd Tot AOW-leeftijd Vanaf AOW-leeftijd
Huishoudensgrootte Eén persoon Twee personen Drie of meer personen Eén persoon Twee personen Drie of meer personen
Huishoudinkomen Tot en met € 27.725 Tot en met € 37.625 Tot en met € 37.625 Tot en met € 27.225 Tot en met € 36.675 Tot en met € 36.675
Huurprijs tot € 650,43 € 650,43 € 697,07 € 650,43 € 650,43 € 697,07
2.
Burgemeester en wethouders kunnen woonruimte aanwijzen waar tabel 1 niet geldt. Het niet toepassen van tabel 1 kan alleen wanneer de toewijzing aan de primaire doelgroep boven de te verwachten trend van zeventig procent ligt
3.
Als dat nodig is om aan de eisen van de Woningwet te voldoen, kan een toegelaten instelling huishoudens met een huishoudinkomen tot de maximale inkomensgrenzen uitsluiten voor woonruimte vanaf de aftoppingsgrenzen.
4.
Lid 1 geldt niet voor woonruimte waarvan de aanvangshuur wordt verlaagd om te voldoen aan hetgeen gesteld in artikel 46, tweede lid van de Woningwet.
5.
Burgemeester en wethouders kunnen woonruimte aanwijzen waarbij voorrang wordt gegeven aan huishoudens met een middeninkomen, zoals aangegeven in tabel 2:
Tabel 2 Huishoudinkomen vanaf € 47.699 (meerpersoonshuishoudens) € 52.671 (eenpersoonshuishoudens)
Huishoudinkomen tot
Huurprijs van
Huurprijs tot
€ 61.046
€ 697,07
€ 879,66
Artikel 25. Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding 1. Woningzoekenden met een maatschappelijke binding aan een in het tweede lid aangewezen kern hebben voorrang bij het verlenen van een huisvestingsvestingvergunning voor alle woonruimte in die kern. Pagina 15 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49 lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
2.
Als kern in de gemeente Stichtse Vecht worden aangewezen de kernen: a. Breukelen b. Loenen aan de Vecht c. Loenersloot d. Maarsenbroek e. Maarsendorp f. Nieuwersluis g. Nigtevecht h. Vreeland i. Nieuwer Ter Aa j. Kockengen, k. Tienhoven l. Oud-Zuilen m. De Molukse wijk in Breukelen
3.
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente voorrang geven aan vitale beroepen, zijnde woningzoekenden met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, kinderopvang, politie en brandweer.
4.
Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor woonruimte in een bepaalde wijk of bepaald gebied voorrang verlenen aan de categorieën woningzoekenden: doorstromers, senioren of jongeren met een maatschappelijke binding aan die wijk of dat gebied.
5.
Burgemeester en wethouders werken de voorwaarden voor de voorrang als bedoeld in lid drie en vier verder uit in een nadere regel.
6.
Het totaal aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor economische of maatschappelijke binding aan de gemeente is maximaal 50%.
Paragraaf 2.6. Urgentverklaring Artikel 26. Toepasselijkheid Deze paragraaf geldt voor sociale huurwoningen van toegelaten instellingen en voor sociale huurwoningen, in eigendom van particuliere verhuurders die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd, waarvoor een inschrijfsysteem verplicht is.
Artikel 27. Gronden voor een urgentverklaring Een urgentverklaring is een verklaring van burgemeester en wethouders dat een woningzoekende is ingedeeld in een urgentiecategorie, geeft voorrang voor sociale huurwoningen waarvoor een inschrijfsysteem verplicht is en is uitsluitend mogelijk in de volgende gevallen: Pagina 16 van 33, gewijzigd besloten met inachtneming van de aangenomen amendementen A 19.1 (art. 49
lid 3b.) en A 19.2 (art. 76 lid 5).
a. b. c. d. e. f. g. h. i.
Bij dreigende dakloosheid Bij relatiebeëindiging Door financiële omstandigheden Op medische gronden Bij mantelzorg Op volkshuisvestelijke gronden Op maatschappelijke gronden Voor statushouders Voor gedupeerden van het aanbodsysteem.
Artikel 28. Algemene eisen voor een urgentverklaring 1. Urgentie wordt slechts verleend als voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: a. de woningzoekende is ingezetene; b. de woningzoekende beschikt over een zelfstandige woonruimte in de woningmarktregio; c. er is sprake van een bijzondere persoonlijke noodsituatie; d. de noodsituatie is ontstaan buiten eigen schuld en was door de woningzoekende niet te voorzien; e. de woningzoekende kan aantonen eerst zelf naar een oplossing te hebben gezocht; f. een verhuizing binnen zes maanden is noodzakelijk; g. de woningzoekende is aantoonbaar niet in staat om zelf binnen zes maanden voor passende huisvesting te zorgen; h. het huishoudinkomen is niet hoger dan het in artikel 3, lid 5 genoemde bedrag en i. er wordt voldaan aan de bij de specifieke urgentiegrond genoemde voorwaarden. 2.