16. rvs + rbs Rapport rekenkamer Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022 gemeente SV.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp Rapport rekenkamer ‘Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022 gemeente Stichtse Vecht’
Begrotingswijziging
Organisatie onderdeel Griffie
E-mail opsteller Jacqueline.Willenborg.Gr@stichtsevecht.nl
Telefoonnummer opsteller
Nee
Datum raadsvergadering 1 april 2025
Registratie nummer 583974
Portefeuillehouder F. van Liempdt
Aan de gemeenteraad Voorgesteld besluit 1. Kennisnemen van het eindrapport van de Rekenkamer ‘Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022 gemeente Stichtse Vecht’ en de in het rapport opgenomen conclusies te onderschrijven. 2. De aanbevelingen die zijn gericht aan de raad over te nemen; a. Aanbeveling 1: Toets als gemeenteraad of de voorwaarden om het woonbeleid effectief tot uitvoering te kunnen brengen aanwezig zijn bij vaststelling, monitoring en evaluatie van het woonbeleid. b. Aanbeveling 4: Vraag als gemeenteraad aan het college om regelmatig, bijvoorbeeld jaarlijks, een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie op te stellen. c. Aanbeveling 5: Vraag als gemeenteraad aan het college om jaarlijks een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma te ontvangen met daarin een evaluatie van de afspraken, acties en doelrealisatie. d. Aanbeveling 6: Vraag een online dossier in te richten waarmee raadsleden en belanghebbenden via het Raadsinformatiesysteem eenvoudig inzicht kunnen krijgen in geldende woonbeleid en de stand van zaken in beleidsvorming en uitvoering.
Samenvatting De Rekenkamer deed in samenwerking met bureau Rigo in de periode januari 2024 - juli 2024 onderzoek naar het gemeentelijk woonbeleid en de uitvoering hiervan in de periode 2017 – 2022. Daarbij stelde zij zich de volgende hoofdvraag: “Is het lokale woonbeleid van de gemeente Stichtse Vecht en de uitvoering hiervan, mede gezien de huidige maatschappelijke en economische ontwikkelingen, effectief?” Het eindrapport met de bevindingen, conclusies en aanbevelingen is gereed en wordt u thans aangeboden. De bestuurlijke reactie is in het rapport opgenomen. Het rapport is behandeld in de informatieve commissie van 18 februari 2025.
A Inleiding Aanleiding De Rekenkamer heeft het onderwerp wonen in haar onderzoeksprogramma van 2023/2024 opgenomen vanwege de grote maatschappelijke belangen rond dit thema en de getoonde interesse vanuit diverse raadsfracties. De Rekenkamer signaleert daarnaast algemene maatschappelijke en economische ontwikkelingen die het functioneren van de woningmarkt in de gemeente beïnvloeden. Met dit onderzoek wil de Rekenkamer bezien hoe deze ontwikkelingen doorwerken in het lokale woonbeleid van de gemeente en de uitvoering hiervan. Met het onderzoek kan de Rekenkamer – indachtig haar missie – de gemeenteraad ondersteunen in zijn kaderstellende en controlerende rol.
Bevoegdheid Verordening Rekenkamer gemeente Stichtse Vecht.
Afweging scenario’s Nee
Maatschappelijk doel en beoogd effect Het onderzoek kan bijdragen aan de verdere uitwerking van aanpalend beleid en programma’s volgend uit de nieuwe woonvisie.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening Niet van toepassing.
B Beslispunten, Argumenten en Risico’s Argumenten De volgende centrale onderzoeksvraag is gebruikt tijdens het onderzoek:
“Is het lokale woonbeleid van de gemeente Stichtse Vecht en de uitvoering hiervan, mede gezien de huidige maatschappelijke en economische ontwikkelingen, effectief?” De hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen, verdeeld in drie thema’s: A. BELEID
1. Wat zijn de door de gemeente gestelde beleidsdoelen en ambities op het gebied van wonen? 2. Welke regionale afspraken zijn er gemaakt ten aanzien van het woonbeleid? 3. Hoe verhouden de door de gemeente Stichtse Vecht geformuleerde (of in de loop van de tijd bijgestelde) beleidsdoelen en ambities zich tot de relevante maatschappelijke ontwikkelingen? B. UITVOERING
4. Welke maatregelen zijn ingezet om de geformuleerde doelstellingen te bereiken? 5. Zijn de doelen gerealiseerd, bijgesteld en/of ligt de gemeente op koers? 6. Welke prestatieafspraken heeft de gemeente gemaakt met derden (zoals projectontwikkelaars en woningcorporaties) en worden die gehaald? 7. Welke knelpunten doen zich voor of succesfactoren openbaren zich in de uitvoering van het woonbeleid? C. ROL VAN DE RAAD
8. Op welke wijze is de raad geïnformeerd over het opstellen, de uitvoering en de voortgang van het woonbeleid? 9. Heeft de gemeenteraad zijn kaderstellende en controlerende rol kunnen vervullen waar het gaat om woonvraagstukken?
Conclusies en aanbevelingen Hoofdconclusie Ontwikkeling De gemeente Stichtse Vecht beschrijft haar woonbeleid in een Woonvisie (indien de Wet versterking regie volkshuisvesting er komt: in de Omgevingsvisie in combinatie met het volkshuisvestingsprogramma). In 2017 heeft de gemeente Stichtse Vecht een woonvisie opgesteld gericht op de periode tussen 2017 en 2023. De doelen die daarin worden gesteld hebben betrekking op (delen van) de woningvoorraad en verschillende doelgroepen (gedefinieerd op basis van inkomen, levensfase (senior of starter) of een bijzondere woonvraag1). Van oudsher worden tevens relaties gelegd tussen het woondomein en andere gemeentelijke beleidsvelden, zoals het sociaal domein (wonen en zorg), leefbaarheid, veiligheid en wijk- of buurgericht werken. Ook uit deze woonvisie blijkt de complexiteit van het woondomein en worden ook het sociaal domein, wonen en zorg, leefbaarheid en verduurzaming van de woningvoorraad betrokken. Dit maakt het een integraal, maar ook complex beleidsstuk waarin vele belangen elkaar raken en doelen soms tegenstrijdig zijn. Hierbij aangetekend dat er altijd sprake is van een momentopname wanneer een
1
Vergunninghouders, uitstromers uit instellingen voor maatschappelijke opvang, buitenlandse werknemers, woonwagenbewoners, huishoudens met een vraag naar een aangepaste woning et cetera.
woonvisie wordt geschreven. Het bewaren van het overzicht en inzicht op dit complexe en steeds veranderende beleidsterrein is dan ook steeds de opgave. In de Woonvisie uit 2017 en in de latere actualisatie van de Woonvisie uit 2021 komen de gestelde gemeentelijke ambities voort uit analyses van de grootste maatschappelijke ontwikkelingen, zoals vergrijzing en de druk op de betaalbaarheid, en uit veranderende landelijke wet en regelgeving. De ambities ten aanzien van wonen en zorg en de verduurzaming van de woningvoorraad zijn in duidelijke beleidslijnen uitgewerkt. Hierbij is een link gelegd met het actuele landelijke beleid op deze gebieden, zoals het Klimaatakkoord en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarbij krijgen (boven)regionale afspraken een lokale invulling in het lokale woonbeleid. Zij het dat niet alle landelijke en regionale ambities en afspraken een doorvertaling hebben gekregen. Doelrealisatie Het lokale woonbeleid van de gemeente Stichtse Vecht is in de periode 2017 tot 2023 niet voldoende effectief gebleken. Deels ingegeven door nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen, maar voornamelijk doordat het overgrote deel van de beleidsdoelen niet SMART zijn geformuleerd. Dat maakt de inrichting van de concrete uitvoering, maar ook de meetbaarheid van de doelrealisatie, van de beleidsdoelen en -ambities moeilijk.
Bovendien richtte het (SMART-geformuleerde) woonbeleid in de periode 2017-2023 in de gemeente Stichtse Vecht zich vooral op woningbouwproductie. Aandacht voor opgaven in de bestaande woningvoorraad was er in beperkte mate. Nieuwbouw is uiteraard een belangrijke beleidsknop, maar tegelijkertijd stuur je hier als gemeente op een in verhouding klein gedeelte van de toekomstige woningvoorraad. Het overgrote gedeelte van de gemeentelijke doelen in het woonbeleid zullen neerslaan in de bestaande woningvoorraad of via de bestaande woningvoorraad gerealiseerd moeten worden. De gemeente heeft de door haar gestelde doelen tussen 2017 en 2023 niet volledig bereikt. Het valt op dat er aan de gestelde woondoelen, uitwerking en bijstelling hiervan, geen (standaard) integrale en periodieke monitoring en evaluatie ten grondslag ligt. Dit geldt ook voor de prestatieafspraken. Dat belemmerde de mogelijkheid om in te spelen op maatschappelijke- en economische ontwikkelingen. Een bijkomend knelpunt is het gebrek aan de organisatie van en sturing op de inzet van de ambtelijke capaciteit. Niet alleen belemmerde dit de uitvoering van het woonbeleid, het leidde er ook toe dat er onvoldoende overzicht, monitoring en evaluatie was van de uitvoering en de doelrealisatie van het woonbeleid. Dit als gevolg van het feit dat hier geen prioriteit aan is gegeven.
Ondanks het feit dat de beschikbare capaciteit in de afgelopen jaren beperkt was (en misschien altijd wel is), is het zaak hier in ieder geval tijd voor te maken. Impliciet is de prioriteit in het woondomein gelegd bij de uitvoering van de nieuwbouwopgave, maar deze afweging, en de consequenties hiervan, is niet expliciet gemaakt. Actuele woonvisie De actuele woonvisie bouwt voort op de Woonvisie 2017-2023 op basis van vergelijkbare thema’s woningbouw, betaalbaarheid, woonconcepten voor bijzondere doelgroepen (Een thuis voor iedereen), wonen en zorg, duurzaamheid en leefbaarheid. Bovendien is de Woonvisie uit 2017 en de actualisatie van de Woonvisie geëvalueerd. De ontwikkelingen als vergrijzing, beschikbaarheid en betaalbaarheid worden net als in de vorige woonvisie geconstateerd en geanalyseerd. Op basis van de evaluatie en uitgebreide
analyse worden oplossingsrichtingen aangedragen. Het resulteert in een lijst van speerpunten per thema. In de actuele woonvisie is meer aandacht voor de bestaande woningvoorraad, uitvoering van beleid en monitoring en evaluatie. Tegelijkertijd zijn ook in deze woonvisie de doelen in wisselende mate SMART geformuleerd. De uitdaging voor de komende periode is het concretiseren van de ambities en beleidsdoelen en het tot uitvoer brengen van deze plannen. Daarbij de voorwaarden voor de uitvoering en de effecten van keuzes en prioriteiten zorgvuldig af te wegen. In onderstaande vier deelconclusies met bijbehorende aanbevelingen gaan we daar nader op in.
Deelconclusie 1: Uitvoerbaar en voorspelbaar woonbeleid Bij het schrijven van (aanpalend) woonbeleid is te weinig aandacht geschonken aan de voorwaarden om dit beleid effectief te kunnen uitvoeren. Dit zet de doeltreffendheid en de voorspelbaarheid van beleid onder druk.
Deelconclusie 2: Kaderstellende rol gemeenteraad De gemeenteraad is betrokken, maar is onvoldoende in staat gesteld zijn kaderstellende rol te vervullen.
Deelconclusie 3: Monitoring en evaluatie Het proces van monitoring en evaluatie van het woonbeleid is onvoldoende ingericht, waardoor de gemeenteraad zijn controlerende rol niet kan vervullen.
Aanbevelingen Aanbeveling 1 (aan de gemeenteraad): Toets als gemeenteraad of de voorwaarden om het woonbeleid effectief tot uitvoering te kunnen brengen aanwezig zijn bij vaststelling, monitoring en evaluatie van het woonbeleid. Aanbeveling 2 (aan het college): Versterk de voorspelbaarheid van het beleid. Aanbeveling 3 (aan het college): Bied de gemeenteraad de mogelijkheid om de informatie ten aanzien van het woonbeleid in de brede context van de woonvisie te bekijken en begrijpen. Aanbeveling 4 (aan de gemeenteraad): Vraag als gemeenteraad aan het college om regelmatig, bijvoorbeeld jaarlijks, een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie op te stellen. Aanbeveling 5 (aan de gemeenteraad): Vraag als gemeenteraad aan het college om jaarlijks een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma te ontvangen met daarin een evaluatie van de afspraken, acties en doelrealisatie. Aanbeveling 6 (aan de gemeenteraad): Vraag een online dossier in te richten waarmee raadsleden en belanghebbenden via het Raadsinformatiesysteem eenvoudig inzicht kunnen krijgen in geldende woonbeleid en de stand van zaken in beleidsvorming en uitvoering.
Bestuurlijke reactie college In deze bestuurlijke reactie reageert het college op het rapport “Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022.” Het college dankt de Rekenkamer voor het onderzoek en haar bevindingen. In uw aanbiedingsbrief van 5 december 2024 stelt u het college in de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de conclusies en aanbevelingen. U verzoekt het college “in de bestuurlijke reactie puntsgewijs te reageren op de aanbevelingen en aan te geven wat het oordeel daarover is”. De centrale vraag in het onderzoek is: “Is het lokale woonbeleid van de gemeente Stichtse Vecht en de uitvoering hiervan, mede gezien de huidige maatschappelijke en economische ontwikkelingen, effectief?” Het onderzoek richt zich op de effecten van het lokale woonbeleid zelf en de effectiviteit van de uitvoering hiervan. Het rapport trekt meerdere conclusies over het gevoerde woonbeleid tussen 2017 en 2023. Op basis van de conclusies wordt een zestal aanbevelingen gegeven, deels voor het college en deels voor de gemeenteraad: 1. Toets als gemeenteraad of de voorwaarden om het woonbeleid effectief tot uitvoering te kunnen brengen aanwezig zijn bij vaststelling, monitoring en evaluatie van het woonbeleid (gemeenteraad). 2. Versterk de voorspelbaarheid van het beleid (college). 3.
Bied de gemeenteraad de mogelijkheid om de informatie ten aanzien van het woonbeleid in de brede context van de woonvisie te bekijken en begrijpen (college). 4. Vraag als gemeenteraad aan het college om regelmatig, bijvoorbeeld jaarlijks, een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie op te stellen (gemeenteraad). 5. Vraag als gemeenteraad aan het college om jaarlijks een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma te ontvangen met daarin een evaluatie van de afspraken, acties en doelrealisatie (gemeenteraad). 6. Vraag een online dossier in te richten waarmee raadsleden en belanghebbenden via het Raadsinformatiesysteem eenvoudig inzicht kunnen krijgen in geldende woonbeleid en de stand van zaken in beleidsvorming en uitvoering (gemeenteraad). Algemene reactie De afgelopen twee jaar is hard gewerkt om meer sturing te krijgen op de woonopgave binnen gemeente Stichtse Vecht. Voldoende betaalbare en passende woningen is één van de speerpunten in het coalitieakkoord. Hiervoor heeft de gemeenteraad in 2023 de nieuwe Woonvisie vastgesteld. Verder heeft de gemeenteraad financiële middelen beschikbaar gesteld om de “driesporenstrategie versnelling woningbouw” in uitvoering te brengen. Daarnaast hebben wij de afgelopen jaren hard gewerkt om het fundament op orde te brengen. Op basis van deze resultaten kunnen wij beter uitvoering geven aan de woonopgave binnen de gemeente.
Alles wat binnen de bevoegdheid van de raad valt over het woonbeleid, ligt ter besluitvorming aan de raad voor. Het college is van mening dat ze de raad daarmee van de juiste informatie is voorzien. Ook voor de invulling van de controlerende rol ontvangt de raad informatie via de producten van de reguliere P&C-cyclus, tussentijdse rapportages en raadsinformatiebrieven. Hoewel de gemeenteraad niet is betrokken bij de dagelijkse uitvoering van het woonbeleid, heeft zij haar rol als sturend orgaan bij het stellen van kaders, het waarborgen van de democratische besluitvorming en het bewaken van de belangen van de inwoners.
Het onderzoek is afgebakend van de periode 2017 tot september 2023 (p6. Onderzoeksmethode). In het Coalitieakkoord 2022 - 2026 uit juni 2022 wordt het schrijven van een nieuwe Woonvisie aangekondigd. In september 2023 is de huidige Woonvisie 2023 - 2030 vastgesteld door de gemeenteraad. Het onderzoek gaat uit van de Woonvisie 2017 – 2022, welke in juni 2016 is vastgesteld en in juli 2019 is geactualiseerd. Op uw verzoek gaan we onderstaand “puntsgewijs” in op uw aanbevelingen. Aanbeveling 1: Toets als gemeenteraad of de voorwaarden om het woonbeleid effectief tot uitvoering te kunnen brengen aanwezig zijn bij vaststelling, monitoring en evaluatie van het woonbeleid (gemeenteraad). Deze aanbeveling is aan de raad. Ambtelijke capaciteit wordt als voornaamste voorbeeld genoemd van een belangrijke voorwaarde voor effectief woonbeleid. Wanneer de ambtelijke capaciteit beperkt is, kan mogelijk de uitvoering en/of de monitoring in de knel komen (p.10 Aanbeveling 1). De raad wordt met deze aanbeveling geadviseerd te toetsen of bijvoorbeeld de ambtelijke capaciteit toereikend is om het woonbeleid te kunnen uitvoeren en te prioriteren in woondoelen. De gemeenteraad richt zich primair op het stellen van kaders, het controleren van het college van burgemeester en wethouders en het vertegenwoordigen van inwoners.
Om deze rollen effectief te vervullen, is een duidelijke scheiding tussen beleidsvorming en uitvoering van belang. Zo blijft de gemeenteraad onafhankelijk in zijn controlerende taak en wordt een goed functionerend lokaal bestuur bevorderd. Bij deze aanbeveling is het veeleer de vraag: “Wat is noodzakelijk voor u als gemeenteraad, anders dan de eerdere benoemde bevoegdheden, ter toetsing van de voorwaarden bij het woonbeleid. Hierbij rekening houdende met de gescheiden rol en de beperkte ambtelijke capaciteit zoals blijkt uit dit advies.” Aanbeveling 2: Versterk de voorspelbaarheid van het beleid (college). Deze aanbeveling is aan het college. Het college is het met de Rekenkamer eens dat een meerjarige consistente beleidslijn zorgt voor minder conflict met en meer draagvlak bij interne en externe partners, waarmee de gemeente moet samenwerken om deze woondoelen tot uitvoering te brengen en te behalen. De gemeente Stichtse Vecht heeft reeds een beweging ingezet naar een meerjarige consistente beleidslijn met de evolutie van de Woonvisie 2017-2022, actualisatie in 2019 en nieuwe woonvisie in 2023. In de Woonvisie 2023-2030 is bijvoorbeeld al een duidelijke lijn neergezet als het gaat om het gewenste woningbouwprogramma per kern en het programma van eisen per segment. Verder worden dit jaar nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties vastgelegd.
Hierbij geven we samen met onze partners meer sturing op de uitvoering van het woonbeleid. Het college is hiermee van mening dat aan een consistentere beleidslijn wordt voldaan. Graag verneemt het college van de onderzoekers waar eventuele verbetering noodzakelijk is. Aanbeveling 3: Bied de gemeenteraad de mogelijkheid om de informatie ten aanzien van het woonbeleid in de brede context van de woonvisie te bekijken en begrijpen (college).
Deze aanbeveling is aan het college. Hoewel de gemeenteraad wordt geïnformeerd en meegenomen in het maken van keuzes ten aanzien van wonen, valt de Rekenkamer op dat daarbij veelal niet de link wordt gelegd met de gestelde doelen en ambities (of kaders) in de Woonvisie of de (prioritering in de) uitvoering hiervan. De Rekenkamer adviseert om deze informatie te voorzien van een bredere (beleids-)context, zodat de gemeenteraad een integrale afweging kan maken van de informatie die wordt voorgelegd en daarmee zijn kaderstellende rol kan vervullen. Het college meent dat de huidige werkwijze, waarbij de gemeenteraad wordt geïnformeerd en betrokken bij keuzes ten aanzien van wonen al toereikend is om de gemeenteraad in staat te stellen zijn kaderstellende rol te vervullen. De koppeling met de doelen en ambities uit de Woonvisie en de P&C cyclus en de prioritering van de uitvoering wordt consistent gemaakt in de besluitvorming en de toelichting op voorstellen. Het college is dan ook van mening dat de huidige balans tussen informatievoorziening en beleidskaders adequaat is. Het college wenst hierbij nog kort te wijzen op de eerdere aanbeveling met betrekking tot de capaciteit (p.10/1) Aanbeveling 4: Vraag als gemeenteraad aan het college om regelmatig, bijvoorbeeld jaarlijks, een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie op te stellen (gemeenteraad).
Deze aanbeveling is aan de gemeenteraad. We gaan in het kader van de Omgevingswet een Omgevingsprogramma Wonen opstellen waarin we de ambities, doelen en thema’s uit onder meer de Woonvisie verder uitwerken en daar waar nodig concretiseren. Een uitvoeringsprogramma zal hier onderdeel van zijn, alsook een P&C-cyclus. Uiteindelijk volgen uit het Omgevingsprogramma Wonen integrale kwantitatieve en kwalitatieve (sturings-) maatregelen voor de gehele woonopgave binnen de gemeente. De startnotitie wordt met een peilnota in Q1 dit jaar aan de commissie Fysiek Domein voorgelegd. Naar onze mening gaat dit ons helpen bij de woonopgave die de gehele gemeente raakt te realiseren. Hiermee borgen we nu, maar er ook in de toekomst, de diverse ambities en doelen van de woonopgave en realiseren we onder meer voldoende betaalbare en passende woningen aansluitende bij de woonbehoefte. Aanbeveling 5: Vraag als gemeenteraad aan het college om jaarlijks een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma te ontvangen met daarin een evaluatie van de afspraken, acties en doelrealisatie (gemeenteraad). Deze aanbeveling is aan de gemeenteraad. Als college vinden wij dat wij de gemeenteraad op de juiste wijze in staat stellen om de kaderstellende en controlerende taken uit te voeren. Voor deze taak zijn onlangs nieuwe sturingsmogelijkheden geïntroduceerd.
Onder andere voor de beleidsbegroting waartoe de effectindicatoren zijn ingevoerd. Daarnaast dragen de nieuwe Omgevingsprogramma’s hiertoe ook aan bij. Een onderdeel van de Omgevingsprogramma’s betreft de P&C-cyclus waarbij monitoring en evaluatie van ambities en doelen wordt geborgd. Ook voor wonen wordt een Omgevingsprogramma opgesteld. Het Omgevingsprogramma, het bijbehorende uitvoeringsprogramma, maar ook de evaluaties hierbij behorende worden met de gemeenteraad gedeeld. Het college meent dat mede gelet op de nieuwe aanvullende sturingsmogelijkheden reeds wordt aangesloten bij de aanbeveling.
Graag geven wij aanvullend nog ter overweging mee dat onlangs bij de beleidsbegroting 3 mijlpalen zijn opgenomen: • start bouw minimaal 1000 woningen: door verlening van omgevingsvergunningen en de bouwvoorbereiding wordt in 2025 gestart met de bouw van minimaal 1.000 woningen. • strategische verkenning woningbouwlocaties na 2030. • Opstellen leegstandsverordening. En daarnaast is er een nieuwe Huisvestingsverordening in 2024 vastgesteld waarbij doelgroepenbeleid is opgenomen en zijn er verschillende informatieavonden over het woonbeleid georganiseerd. Aanbeveling 6: Vraag een online dossier in te richten waarmee raadsleden en belanghebbenden via het Raadsinformatiesysteem eenvoudig inzicht kunnen krijgen in geldende woonbeleid en de stand van zaken in beleidsvorming en uitvoering (gemeenteraad). Deze aanbeveling is aan de gemeenteraad. Om een goed beeld te krijgen op de woonopgave hebben we een dashboard ontwikkeld voor de woningbouwopgave. Dit dashboard is in september in de informatieve commissie aan de gemeenteraad gepresenteerd. Op deze wijze hebben we beter inzichtelijk hoe we ervoor staan met de woningbouwopgave qua aantallen en categorieën. De komende jaren gaan we het dashboard verder ontwikkelen en kijken of we andere elementen met betrekking tot het woonbeleid kunnen toevoegen aan het overzicht.
Hierbij geven we wel in overweging mee dat informatie ten aanzien van woonbeleid niet dagelijks wijzigt, sterker nog het bouwen van een woning is een langdurig proces. Een realtime digitale omgeving voegt daarmee weinig actuelere informatie, ten behoeven van uw controlerende rol, toe ten opzichte van de jaarlijkse rapportage aan uw raad via een P&C cyclus of een informatieve commissie.
Reactie Rekenkamer op bestuurlijke reactie college De Rekenkamer bedankt het college van B en W voor zijn reactie op het rapport. Het is goed om te lezen dat het college al een deel van de aanbevelingen oppakt. Zoals een meerjarige consistente beleidslijn die zorgt voor minder conflict met en meer draagvlak bij interne en externe partners, waarmee de gemeente moet samenwerken om deze woondoelen tot uitvoering te brengen en te behalen. Tegelijkertijd zijn ook in de woonvisie 2023 – 2030 de doelen in wisselende mate SMART geformuleerd. De uitdaging voor de komende periode is het concretiseren van de ambities en beleidsdoelen en het tot uitvoer brengen van deze plannen. Daarbij de voorwaarden voor de uitvoering en de effecten van keuzes en prioriteiten zorgvuldig af te wegen. Het college benadrukt dat de gemeenteraad primair verantwoordelijk is voor het stellen van kaders, het controleren van het college en het vertegenwoordigen van inwoners. Om deze rollen effectief te vervullen, is een duidelijke scheiding tussen beleidsvorming en uitvoering cruciaal. De Rekenkamer onderschrijft dit en benadrukt dat de woonambities en beleidsdoelen van de raad leidend moeten zijn en niet de beperkte ambtelijke capaciteit. Bij het vaststellen van ambities en doelen is uiteraard wel van belang ook oog te hebben voor de uitvoering en realiseerbaarheid ervan.
In plaats van de capaciteit als beperkende factor te beschouwen, zou deze moeten worden afgestemd op de beleidsdoelen, met monitoring en evaluatie als vast onderdeel van het beleid. Dit is een belangrijke voorwaarde voor een effectief woonbeleid.
Daarnaast stelt het college dat informatie over het woonbeleid niet dagelijks verandert; het bouwen van een woning is immers een langdurig proces. Daarom voegt een realtime digitale omgeving volgens het college weinig actuele informatie toe aan de controlerende rol van de raad, vergeleken met de jaarlijkse rapportage via de P&C-cyclus of een informatieve commissie. De Rekenkamer erkent dat bouwen tijd kost, maar benadrukt dat maatschappelijke ontwikkelingen wél voortdurend veranderen. Juist daarom bevelen wij aan om een duidelijke en eenduidige (digitale) locatie in te richten, waarbij technische knelpunten worden vermeden. Dit zorgt voor één centrale vindplaats, waardoor meer inzicht en overzicht in het woondomein ontstaat. De Rekenkamer ziet de behandeling van dit rapport door de raad met belangstelling tegemoet en zal de uitvoering van de aanbevelingen nauwgezet volgen.
Risico’s Niet van toepassing.
C Overige aspecten Financieel Het voorstel heeft geen financiële gevolgen.
Juridisch Het voorstel heeft geen juridische aspecten.
Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen.
Communicatie De Rekenkamer heeft op 3 februari een persbericht laten uitgaan. Het rapport is gepubliceerd op de website van de gemeente.
Participatie Niet van toepassing.
Vervolg Er is geen vervolg van toepassing.
Bijlagen 1. Rapport rekenkamer ‘Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022 gemeente Stichtse Vecht’ 19 februari 2025 De rekenkamer, de secretaris,
de voorzitter,
J.M. Willenborg
G. Molenaar
Raadsbesluit Onderwerp Rapport rekenkamer ‘Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022 gemeente Stichtse Vecht’
Begrotingswijziging Nee
Datum raadsvergadering 1 april 2025 De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op: - het voorstel van de rekenkamer van 19 februari 2025; - de bespreking in de commissie Fysiek Domein van 11 maart 2025, Besluit 1. Kennisnemen van het eindrapport van de Rekenkamer ‘Evaluatie gemeentelijk woonbeleid 2017 – 2022 gemeente Stichtse Vecht’ en de in het rapport opgenomen conclusies te onderschrijven. 2. De aanbevelingen die zijn gericht aan de raad over te nemen; a. Aanbeveling 1: Toets als gemeenteraad of de voorwaarden om het woonbeleid effectief tot uitvoering te kunnen brengen aanwezig zijn bij vaststelling, monitoring en evaluatie van het woonbeleid. b. Aanbeveling 4: Vraag als gemeenteraad aan het college om regelmatig, bijvoorbeeld jaarlijks, een geactualiseerd Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie op te stellen. c. Aanbeveling 5: Vraag als gemeenteraad aan het college om jaarlijks een evaluatie van het Uitvoeringsprogramma te ontvangen met daarin een evaluatie van de afspraken, acties en doelrealisatie. d. Aanbeveling 6: Vraag een online dossier in te richten waarmee raadsleden en belanghebbenden via het Raadsinformatiesysteem eenvoudig inzicht kunnen krijgen in geldende woonbeleid en de stand van zaken in beleidsvorming en uitvoering. 1 april 2025 Griffier B. Espeldoorn-Bloemendal
Pagina 1 van 1
Voorzitter drs. A.J.H.T.H. Reinders