14. rvs+rbs vaststellen bestemmingsplan De Vecht.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsvoorstel Onderwerp vaststellen bestemmingsplan De Vecht Begrotingswijziging n.v.t Datum raadsvergadering 1 november 2022
Portefeuillehouder D.R. Polman Organisatie onderdeel Omgeving en vergunningen E-mail opsteller sylvia.lutters@stichtsevecht.nl Telefoonnummer opsteller 0346254390 Registratie nummer Z/19/173881 VB/22/98143
Aan de gemeenteraad Voorgesteld Besluit 1. De ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ‘De Vecht’ te beantwoorden door vaststelling van de “Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht” d.d. april 2022; 2. De Staat van wijzigingen, die onderdeel uitmaakt van de Nota zienswijzen, vast te stellen; 3. Het bestemmingsplan ‘De Vecht’ gewijzigd vast te stellen, conform het concept bestemmingsplan (NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-VA01). 4. Geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het bestemmingsplan geen gemeentelijke kosten met zich meebrengt die middels een exploitatieplan of anderszins gedekt moeten worden.
Samenvatting
Pagina 1 van 8
98143_1/RE1
Het bestemmingsplan De Vecht gaat over het gebruik van de rivier en de regels die hier van toepassing zijn. Het doel van dit bestemmingsplan is dan ook om alle regels die al jaren gelden in de eerste plaats voor iedereen inzichtelijk te maken, de regels te actualiseren en waar mogelijk te uniformeren. Tijdens de ter inzage legging van het ontwerp zijn 174 zienswijzen ingediend. De inhoud van de zienswijzen noodzaakt tot aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan. Vanwege de Corona-maatregelen was de besluitvorming over dit bestemmingsplan voor onbepaalde tijd uitgesteld. Daarnaast heeft het presidium in november 2021 besloten de behandeling van dit bestemmingsplan te verdagen, omdat er geen aangepast concept bestemmingsplan beschikbaar was. Een zorgvuldige besluitvorming over het bestemmingsplan kwam daardoor in het geding. Ook de Nota zienswijzen is extra tegen het licht gehouden.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht, d.d. april 2022 Staat van wijzigingen Concept bestemmingsplan De Vecht ((NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-VA01) Beschikbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl Ontwerpbestemmingsplan De Vecht (NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-OW01) 5. Motie gemeenteraad
Doel en beoogd maatschappelijk effect Voor de Vecht gelden al jaren regels die zijn opgenomen in bestemmingsplannen, beleidsregels, de Keur en verordeningen, zoals de Provinciale Landschapsverordening. Maar ook landelijke regels in het kader van de vaarveiligheid. De ruimte in deze omgeving is duur en schaars en de claim op de ruimte is vanuit verschillende invalshoeken groot en wordt alleen maar groter. Voor de Vecht geldt dat we o.a. rekening moeten houden met belangen van bewoners, ondernemers, recreanten, (sport)vissers en niet in de laatste plaats het watersysteem, vaarveiligheid, ecologie en landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Vanwege deze druk op de ruimte is het hebben van regels onontbeerlijk. Naast de gemeente hebben de provincie Utrecht en Hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) regels voor De Vecht. Deze regels zijn niet in alle gevallen in overeenstemming met elkaar. Daarnaast is voor een aanvrager niet altijd duidelijk dat naast een vergunning van de ene instantie ook een vergunning van een tweede instantie nodig kan zijn. In dit bestemmingsplan zijn de regels van drie instanties waar mogelijk vertaald naar één uniforme regeling die geldt voor De Vecht. Ook is in dit bestemmingsplan duidelijker gemaakt in welke gevallen meerdere vergunningen vereist zijn.
Het doel van dit bestemmingsplan is dan ook om alle regels die al jaren gelden voor de Vecht in de eerste plaats voor iedereen inzichtelijk te maken, de regels te actualiseren, en waar mogelijk te uniformeren.
Relatie met bestaand beleid en regelgeving Het is een wettelijke taak om bestemmingsplannen actueel te houden. Met dit bestemmingsplan ‘De Vecht’ voldoen we aan deze verplichting daar waar het de bestemmingsplannen die over de rivier gaan betreft. Verder is het hebben van een actueel bestemmingsplan van belang in verband met de komst van de nieuwe Omgevingswet. Alle bestemmingsplan samen vormen namelijk na de inwerkingtreding van de Omgevingswet het tijdelijke Omgevingsplan. Op de bestemmingsplanprocedure is afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Hierin zijn onder andere voorschriften opgenomen voor de wijze van publiceren en het ter
Pagina 2 van 8
inzage leggen van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de huidige (digitale) eisen zoals genoemd in het Besluit ruimtelijke ordening.
Argumenten Zienswijzen (zie Nota zienswijzen en Staat van wijzigingen) Voor een belangrijk deel komen de zienswijzen inhoudelijk overeen. Veel indieners hebben voor het indienen van hun zienswijze gebruik gemaakt van een format. In de zienswijzen zijn punten aangevoerd, die in de volgende thema’s samengevat en beantwoord zijn: • • • • • • • • • • • • • •
Regels van gemeente, AGV en provincie beter inzichtelijk en waar mogelijk op elkaar afgestemd; Maximale lengte van pleziervaartuigen Maximale lengte recreatievaartuigen; Kajuiten en afdekzeilen; Ligplaats alleen als de oever in eigendom is; Ligplaatsen bij een woning; Verplicht vrij te houden vaarstrook en rode oever zones; Recreatie en toerisme; halte-, opstap- en wachtplaatsen voor passagiersschepen en passantenligplaatsen; Ligplaatsen voor historische schepen en bij Buitenplaatsen; Kadeligplaatsen; Planschade; Handhaving; Heerlijkheden.
De uitgebreide beantwoording van deze thema’s staan beschreven in hoofdstuk 2 van de Nota van zienswijzen. In hoofdstuk 3 wordt elke ingediende zienswijze separaat beantwoord. Een aantal zienswijzen vormen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Alle wijzigingen op het ontwerp bestemmingsplan zijn te zien in de bijgevoegde Staat van wijzigingen en verwerkt in het concept bestemmingsplan De Vecht. Motie lengtemaat recreatievaartuigen (zie 2.2 Nota zienswijzen en Staat van wijzigingen) Op 3 maart 2020 heeft uw raad unaniem de motie ‘Harmoniseren lengte vaartuigen in buitengebieden rivier De Vecht’ aangenomen. Het college is in overleg getreden met de provincie Utrecht over de maximale lengtemaat voor recreatievaartuigen in de Provinciale Landschapsverordening. Vooralsnog is de provincie niet bereid om mee te werken aan verruiming van de lengtemaat. Zij houdt vast aan de nu geldende maximum lengtemaat van 7 meter. Echter is zowel vanuit de bevolking als uw raad een duidelijk verzoek gekomen tot aanpassing van de lengtemaat naar 12 meter. Wij stellen voor om deze dan ook in dit bestemmingsplan op te nemen. In de planregels is er daarom gekozen bij recht een Pagina 3 van 8
maatvoering van 7 meter op te nemen en met een afwijking 12 meter toe te staan. De toepassing van de afwijkingsbevoegdheid zal ruimhartig ter hand worden genomen. Toch is dit niet geheel zonder risico. (zie verder onder kanttekeningen) Kajuiten In een aantal zienswijzen maken bewoners bezwaar tegen het enkel mogen afmeren van een open pleziervaartuig en het niet mogen afmeren van boten met een kajuit. Deze regel staat in de Provinciale Landschapsverordening van de provincie Utrecht en geldt al lange tijd voor het landelijk gebied. Met deze regeling wil men de bewoning van schepen tegengegaan. Daarnaast hebben pleziervaartuigen met kajuit negatieve gevolgen voor de beleefbaarheid van de Vecht en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden omdat deze boten hoger zijn dan pleziervaartuigen zonder kajuit. Het niet toestaan van een kajuit is de meest effectieve manier om beide effecten tegen te gaan. Voor de pleziervaartuigen binnen het stedelijk gebied mag de gemeente zelf bepalen welke regel ze wil hanteren. De argumenten die de provincie benoemt gelden ook voor het stedelijk gebied. Om de bovengenoemde effecten te beperken en toch tegemoet te komen aan de wens van bewoners is het mogelijk een maximale kruiphoogte (= de afstand van het water tot het hoogste punt van het schip) te verbinden aan boten.
De gemiddelde kajuitsloep heeft een kruiphoogte van tussen de 1,30m en 1,50m. Motorjachten zitten al snel op een kruiphoogte van > 2,50m. Deze laatste categorie nodigt het meest uit om permanent op te verblijven en hebben vanwege hun hoogte een ontsierend effect. In het voorstel en het concept bestemmingsplan De Vecht is vooralsnog uitgegaan van een regeling met een open kajuit. Het is aan uw raad om te besluiten welke regeling u wilt vaststellen, waarbij u wel de risico’s hiervan in ogenschouw moet nemen. (zie verder onder kanttekeningen) Uniformiteit In het bestemmingsplan zijn de regels van drie instanties waar mogelijk vertaald naar één uniforme regeling die geldt voor De Vecht. Ook is in dit bestemmingsplan duidelijker gemaakt in welke gevallen meerdere vergunningen vereist zijn. Omdat sprake is van een herziening van verschillende geldende bestemmingsplannen voor de hele de rivier De Vecht in de gemeente Stichtse Vecht, zijn de geldende planologische rechten overgenomen in dit bestemmingsplan. Ook voor eventueel aanwezige woonschepenligplaatsen, jachthavens en historische schepen. Het gaat daarbij alleen om gemeentelijke rechten, die vastliggen in vergunningen en/of geldende bestemmingsplannen. Op onderdelen heeft wel harmonisatie van de regels plaatsgevonden. Op deze wijze geldt voor heel De Vecht dan weer één uniforme regeling.
Pagina 4 van 8
Kanttekeningen Uniformiteit Niet alle regels van provincie en AGV zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Op grond van de huidige wettelijke regels mag dat ook niet. Volgens vaste jurisprudentie van de ABRS is dubbele regelgeving niet toegestaan. Dat mag alleen als er een afzonderlijk belang (ingeval van de gemeente: het belang voor een goede ruimtelijk ordening) mee is gemoeid. Er is binnen dit bestemmingsplan gekozen voor de regels die invloed hebben op de ruimtelijke ordening en regels die veelvuldig voorkomen waarbij het risico op een vergunning van de ene instantie en een weigering van de andere instantie het grootst is. Deze regels hebben dan vooral een signalerende functie (dus let op er in een belangrijke vergunning nodig van een andere instantie). Uw raad kan ervoor kiezen de regels die expliciet bij AGV horen niet op te nemen in het bestemmingsplan, zoals de rode oever zones en de waterkering. Het verwijderen van deze signalerende regels uit het bestemmingsplan zorgt er overigens niet voor dat deze regels vervolgens niet meer gelden. Vergunningstelsel verandert niet Het bestemmingsplan kent nog steeds eenzelfde stelsel van benodigde vergunningen als nu reeds vereist is (omgevingsvergunning voor het bouwen van de gemeente, ontheffing van de keur Waternet en vergunning op grond van de landschapsverordening, provincie Utrecht).
Dit stelsel verandert niet als het bestemmingsplan De Vecht wordt vastgesteld. Bewoners en ondernemers moeten dus nog steeds contact opnemen bij 3 instanties of een vergunning nodig is of niet. Het bestemmingsplan heeft niet tot gevolg dat de vergunningen die al zijn afgegeven niet meer geldig zijn. Lengtemaat recreatievaartuigen (zie 2.2 Nota zienswijzen) Dat in dit bestemmingsplan de lengtemaat van vaartuigen naar 12 meter wordt gebracht is nog geen garantie dat deze regeling stand houdt. De provincie Utrecht kan via de Landschapsverordening strengere regels (blijven) hanteren dan het bestemmingsplan en op deze maatvoering van 12 meter gaan handhaven. Daar komt bij dat de provincie middels een reactieve aanwijzing ervoor kan zorgen dat de afwijkingsbepaling komt te vervallen. Ook kan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) delen van dit bestemmingsplan vernietigen, bijvoorbeeld als deze in strijd zijn met het provinciaal beleid. Door gebruik te maken van de afwijkingsbepaling blijft de regeling van 7 meter in stand en ontstaat er niet direct een juridisch probleem voor wat betreft het afmeren van boten tot 7 meter. In de lopende gesprekken met de provincie zal dit punt geagendeerd worden.
Bij het verlenen van de afwijking moeten we bewoners wel wijzen op de strijdigheid met de provinciale verordening en het handhavingsrisico en dat wij niet verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen hiervan.
Pagina 5 van 8
Aangezien wij voornemens zijn een regeling vast te laten stellen die strijdig is met de Provinciale landschapsverordening, moeten wij de provincie hierover actief informeren na de vaststelling. Zij hebben dan 6 weken de gelegenheid een reactieve aanwijzing te geven op het bestemmingsplan. Het onderdeel waar de aanwijzing betrekking op heeft treedt op dat moment dus niet in werking. Tegen de reactieve aanwijzing kunnen uw raad en bewoners vervolgens beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kajuiten Het is mogelijk een maximale kruiphoogte (= de afstand van het water tot het hoogste punt van het schip) te verbinden aan boten. Het risico op permanente bewoning blijft aanwezig maar is gezien de beperkte ruimte in een kajuitsloep gering. De handhavingslast wordt wel hoger, want om te bepalen of een boot wel of niet is toegestaan moet de boot worden opgemeten. Er zijn altijd mensen die in dat opzicht de grenzen opzoeken van wat is toegestaan, hetgeen weer tot discussies en uitzonderingen leidt. De regel dat een kajuit niet is toegestaan maakt de regels duidelijk en daarmee ook de handhaving een stuk eenvoudiger. Voor het landelijk gebied is het hebben van een kajuit in strijd met de regels van de Provinciale landschapsverordening. Wat betreft de afmeting van boten gaan wij contrair aan de regels van de provincie.
Als we kajuiten toestaan in het landelijk gebied gaan we nogmaals contrair aan de provinciale verordening (zie onder kopje lengtemaat recreatievaartuigen). Voor bewoners heeft dit als gevolg dat zij van ons toestemming krijgen en van de provincie een weigering. Het risico is dat de provincie handhavend zal optreden als bewoners de weigering niet nakomen. We kunnen dit voorkomen door alleen kajuiten toe te staan in het stedelijk gebied. Als ervoor wordt gekozen ook kajuiten toe te staan in het landelijk gebied, dan stellen wij dezelfde regeling voor als bij de lengtematen van boten, namelijk een afwijkingsbepaling. Ook voor dit onderdeel geldt dat de provincie een reactieve aanwijzing kan geven en dat wij bewoners moeten wijzen op het handhavingsrisico.
Communicatie Er is via de gebruikelijke weg in de officiële bekendmakingen op overheid.nl en de Staatscourant melding gedaan dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag. Daarnaast is een bericht geplaatst in de gemeentelijke nieuwsbrief. De stukken (verbeelding, regels en toelichting) hebben van 10 januari tot en met 20 februari 2020 ter inzage gelegen voor iedereen om een zienswijze kenbaar te maken. Het ontwerpbestemmingsplan is digitaal beschikbaar gesteld via www.ruimtelijkeplannen.nl en kon worden ingezien bij de centrale balie in het gemeentekantoor in Maarssen. Ook is de mogelijkheid geboden om gedurende de ter inzage legging (en daarbuiten) telefonisch of via de mail vragen te stellen.
Pagina 6 van 8
De overlegpartners en indieners van inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan zijn schriftelijk op de hoogte gesteld van de beantwoording van hun reacties en zijn geïnformeerd over de voortgang van de procedure. In de periode tussen het voorontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbestemmingsplan zijn er meerdere bijeenkomsten georganiseerd voor dorpsraden en belangenorganisaties zoals bijvoorbeeld de Vechtplassencommissie. Er zijn tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan 3 inloopavonden georganiseerd, waarbij ook de provincie Utrecht en hoogheemraadschap AGV aanwezig waren. Alle indieners van zienswijzen zijn schriftelijk geïnformeerd over het uitstellen van de besluitvorming over dit bestemmingsplan vanwege de Corona-maatregelen. Uw raad is via een raadsinformatiebrief op de hoogte gehouden over de stand van zaken. Het communicatie- en participatieproces is conform het ‘’Spoorboekje’’ voor bestemmingsplanprocedures verlopen.
Financiën, risico’s en indicatoren Kostenverhaal Dit bestemmingsplan valt onder onze wettelijke actualiseringstaak om bestemmingsplannen elke 10 jaar te actualiseren en maakt geen (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk. In die zin zijn er geen financiële gevolgen voor de gemeente te verwachten. Voor het opstellen van dit bestemmingsplan en andere reguliere bestemmingsplannen, is geld gereserveerd binnen de begroting van 2022 (FCL 681015 Ruimtelijke ordening bestemmingsplannen). Planschade Bij het opnieuw vaststellen van een bestemmingsplan kunnen degenen die menen dat zij door de nieuwe regeling financiële schade oplopen een verzoek om vergoeding van planschade indienen. De gemeente dient, als het verzoek gegrond is, die schade te vergoeden. Omdat het bestemmingsplan betrekking heeft op bestaande regelingen en beleid en verder geen (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk maakt, verwachten wij geen planschade. Contrair gaan aan de Provinciale landschapsverordening Onder het kopje kanttekeningen hebben wij de risico’s benoemd aangaande het contrair gaan op de Provinciale landschapsverordening. Het is van belang bewoners er op te wijzen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor de (financiële) gevolgen van een eventuele handhavingsactie vanuit de provincie.
Pagina 7 van 8
27 juni 2022
Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht
Waarnemend gemeentesecretaris drs. M.J.J. Rommers
Pagina 8 van 8
Burgemeester drs. A.J.H.T.H. Reinders
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Raadsbesluit - gewijzigd
Registratie nummer Z/19/173881-VB/22/98143
Onderwerp vaststellen bestemmingsplan De Vecht Begrotingswijziging n.v.t Datum raadsvergadering 1 november 2022 Commissies 21 september, 5 oktober, 10 en 12 oktober 2022 De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelet op:
-
Afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening; het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 juni 2022; het addendum op het voorstel van 13 september 2022, verwerkt in NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-CO02; de bespreking in de commissie Fysiek Domein van 21 september, 5 oktober, 10 en 12 oktober 2022 en de hieruit voortvloeiende memo’s; de ambtshalve wijzigingen die in de memo n.a.v. de commissie Fysiek Domein van 5 oktober expliciet zijn opgenomen en waar de commissie op 12 oktober mee heeft ingestemd;
Besluit 1. De ingekomen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ‘De Vecht’ te beantwoorden door vaststelling van de “Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan De Vecht” met in achtneming van de ambtshalve wijzigingen, memo 5 oktober, en het definitieve raadsbesluit; Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
Rbs Bp De Vecht.docx/JMd1
-
2. De Staat van wijzigingen, die onderdeel uitmaakt van de Nota zienswijzen, vast te stellen; 3. Het bestemmingsplan ‘De Vecht’ gewijzigd vast te stellen, conform het concept bestemmingsplan De Vecht NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-CO02 met definitieve nummering NL.IMRO.1904.BPDeVechtLGB-VA01. 3a.
(i)
De artikelen 3.5.3 en 3.6.2 van de planregels behorende bij het Bestemmingsplan De Vecht als volgt te wijzigen (in vetgedrukte tekst): 3.5.3 Aanvullende regels bewonersligplaatsen binnen stedelijk gebied Voor bewonersligplaatsen binnen het stedelijk gebied geldt aanvullend dat: a. maximaal één recreatievaartuig met een maximum lengte van 12,0 m en een maximum kajuithoogte van 1,70 m, mits passend binnen de breedte van het eigen erf, bij een direct aan het water gelegen erf mag worden afgemeerd; 3.6.2 Afwijkingsbevoegdheid afmeren recreatievaartuigen buiten stedelijk gebied Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 5.2 sub a en het afmeren van een recreatievaartuig toestaan met een maximum lengte van 12,0 m en een maximum kajuithoogte van 1,70 m, na instemming van het waterschap.
(ii)
en bij artikel 2 'Wijze van meten' de bestaande artikelen 2.6 Insteek watergangen, 2.7 Maaiveldhoogte en 2.8 Peil om te nummeren naar respectievelijk 2.7, 2.8 en 2.9
(iii)
en in te voegen na 2.5: 2.6 hoogte van een schip: vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van de kajuit van het schip, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals dakluiken, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen onderdelen;
3b. (i)
Artikel 3.2.3 van de regels van het bestemmingsplan De Vecht aan te passen (vet gedrukte tekst) met het opnemen van de twee aparte regelingen ‘steigers bij woonschepen’ en ‘ steigers bij bewonersligplaatsen’. Artikel 3.2.3 Steigers en (af)meerpalen In aanvulling op en in afwijking van artikel 3 lid 2.2 moeten steigers en (af)meerpalen voldoen aan de volgende kenmerken: 1. Voor woningen: a. per woning is een (1) steiger toegestaan voor het afmeren van een (1) recreatievaartuig als er sprake is van een Erf , zoals bedoeld in artikel 1 b. de steiger dient aansluitend en evenwijdig aan de oever te worden gebouwd;
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
c. de lengte, gemeten langs de oever, bedraagt maximaal 6,0 m ; d. de breedte, gemeten vanuit de oever, bedraagt maximaal 1,2 m ; e. de bouwhoogte bedraagt de hoogte van het streefpeil vermeerderd met maximaal 0,45 m; f.
de steiger mag op maximaal twee palen rusten en de doorsnede van steigerpalen bedraagt maximaal 0,20 m;
g. de steiger mag de vrije doorstroming van het water niet belemmeren; h. de steiger dan wel het recreatievaartuig dat is afgemeerd aan de steiger mag niet liggen in de minimaal vrij te houden vaarstrook, zoals bedoeld in de tabel in artikel 3 lid 5.1 sub b onder 2; i.
er mogen maximaal twee (af)meerpalen worden gerealiseerd met een maximale doorsnede van 0,20 m en een maximale bouwhoogte van 1,0 m boven het streefpeil en die maximaal 4,20m uit de oever mogen worden geplaatst;
j.
steigers binnen de aanduiding “groene oeverzones” van de bestemming Waarde ecologie zijn alleen toestaan als het een open type steiger betreft, zoals weergegeven in bijlage 1 zie: bijlagen bij de regels en uit een advies van een ter zake deskundige blijkt dat de ecologische waarden niet worden aangetast;
k. In aanvulling op artikel 3 lid 2.3 sub k geldt dat indien uit het advies van een ter zake deskundige blijkt dat het noodzakelijk is een grotere breedte aan te houden dan onder d. staat aangegeven, dan is het advies van de ter zake deskundige leidend, mits het waterschap hiermee instemt en het maximum van 3,0 m niet wordt overschreden; 2. Voor woonschepen: a. per woonschip is een (1) steiger toegestaan; b. de steiger dient aansluitend en evenwijdig aan de oever tussen de oever en het woonschip te worden gebouwd; c. de lengte, gemeten langs de oever, bedraagt maximaal 6,0 m ; d. de breedte, gemeten vanuit de oever, bedraagt maximaal 1,2 m ; e. in afwijking op het gestelde onder b. geldt dat de steiger ook haaks op de oever geplaatst mag worden met een lengte, gemeten langs de oever van maximaal 1,2 m en een de breedte, gemeten vanuit de oever van maximaal 6,0 m; f.
de bouwhoogte bedraagt de hoogte van het streefpeil vermeerderd met maximaal 0,45 m ;
g. de steiger mag op maximaal twee palen rusten en de doorsnede van steigerpalen bedraagt maximaal 0,20 m; h. de steiger mag de vrije doorstroming van het water niet belemmeren; Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
i.
de steiger dan wel het woonschip dat is afgemeerd aan de steiger mag niet liggen in de minimaal vrij te houden vaarstrook, zoals bedoeld in de tabel in artikel 3 lid 5.1 sub b onder 2;
j.
er mogen maximaal twee (af)meerpalen worden gerealiseerd met een maximale doorsnede van 0,20 m en een maximale bouwhoogte van 1,0 m boven het streefpeil en die maximaal 4,20m uit de oever mogen worden geplaatst; 3. ter hoogte van de aanduiding “terras” is een steiger voor een terras toegestaan, waarbij geldt dat de bestaande maatvoering niet mag worden vergroot; 4. Voor alle punten geldt dat de steigers de ecologische, landschappelijk en cultuurhistorische waarden niet mogen aantasten;
(ii)
Artikel 3.4.2 van de regels van het bestemmingsplan De Vecht als volgt aan te passen met toevoeging van de vetgedrukte passages: Artikel 3.4.2 Afwijking voor grotere steigers bij woningen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.3 onder punt 1 ten einde grotere steigers voor recreatievaartuigen toe te staan bij woningen onder voorwaarde dat: a. een grotere steiger nautisch inpasbaar is en geen afbreuk doet aan de doorvaarbaarheid van de rivier De Vecht; b. de steiger niet breder mag worden dan 3,0 meter gemeten vanuit de oever en de totale oppervlakte van de steiger niet groter mag worden dan 18m2; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van landschappelijke en cultuurhistorische ecologische belangen, hiertoe moet een advies van een ter zake deskundige worden overlegt, waaruit blijkt dat de belangen niet worden aangetast c.q. in stand blijven; d. de onder c genoemde ter zake deskundige voorwaarden kan stellen aan de steiger die in acht moeten worden genomen; e. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; f. de steiger dan wel een recreatievaartuig dat is afgemeerd aan de steiger niet is gelegen in de minimaal vrij te houden vaarstrook zoals bedoeld in de tabel in artikel 3 lid 5.1 sub b onder 2; g.
instemming is verkregen van het waterschap (Keur) en indien gelegen buiten het stedelijk gebied van de provincie Utrecht (Landschapsverordening); h. grotere steigers bij woonschepen zijn omwille van landschappelijke en ecologische redenen uitgesloten van deze afwijkingsbevoegdheid.
(iii)
Artikel 3.2.2 onder f, 3.2.3 onder o en 3.2.4 onder g van de regels van het bestemmingsplan De Vecht te verwijderen omdat de Keur op dit moment qua maatvoering meer mogelijk maakt dan het bestemmingsplan en deze regels de regels van het bestemmingsplan vervolgens overrulen hetgeen ongewenst is.
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
(iv)
Paragraaf 5.3 in de toelichting van het bestemmingsplan De Vecht aanvullen met de volgende tekst:
De bestemming water biedt de mogelijkheid om steigers te realiseren. De maatvoering van deze steigers is bewust beperkt gehouden. De Vecht is naast een vaarweg een belangrijke drager van cultuurhistorische en ecologische waarden. De omvang van een steiger, waar vervolgens ook nog een vaartuig wordt afgemeerd, kan deze waarden negatief beïnvloeden. Er is wel een mogelijkheid opgenomen om in uitzonderlijke gevallen middels een afwijkingsregeling een iets grotere steiger te realiseren. Hierbij wordt gedacht aan een appartementencomplex waar meerdere ligplaatsen mogelijk zijn. Het is op dat moment esthetisch fraaier om 1 steiger te maken in plaats van allemaal losse steigers. Om gebruik te kunnen maken van deze regeling moeten wel voorwaarden in acht worden genomen. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat de grotere steiger geen invloed mag hebben op de aanwezige waarden en dat de steiger met het vaartuig niet meer dan 6 meter uitsteekt gemeten vanuit de oever. Ook de minimaal vrij te houden vaarstrook speelt een rol bij het bepalen of een steiger kan worden gerealiseerd of niet. Het gaat hier echt om een maatwerkregeling voor een uitzonderlijke situatie en niet om een extra plusje op de regeling bij recht. Voor woonschepen geldt eveneens dat het realiseren van een steiger is toegestaan. Deze steiger mag alleen wordt gerealiseerd tussen de oever en het woonschip.
In geen geval mag een steiger gerealiseerd worden langszij het woonschip en het vaarwater. Ook voor woonschepen geldt dat de afmeting bewust beperkt is gehouden. Woonschepen mogen geen gebruik maken van de afwijkingsregeling, omdat het totale bebouwde oppervlakte op het water dan veel te groot wordt, hetgeen een negatieve invloed heeft op de ecologische waarden. Daarnaast heeft dit tot gevolg dat het woonschip verder van de oever af komt te liggen. Ook dit heeft invloed op de aanwezige waarden, omdat woonschepen qua omvang en gebruiksfunctie een grotere impact hebben op de omgeving van het water dan een recreatievaartuig. Het meanderende beeld van de rivier met zijn oevers wordt daardoor verstoort. Voor alle steigers geldt dat ze aanwezige waarden niet mogen verstoren. Vooral de ecologische waarden kunnen negatief beïnvloed worden door het afdekken van het water. In specifieke gevallen zal de voorkeur daarop uitgaan naar een natuurvriendelijke steiger. Deze is opgenomen als bijlage bij de regels. Binnen gebieden die zijn aangeduid als “groene oeverzone” zijn dit type steigers zelfs verplicht. Ook het hebben van verlichting op een steiger heeft een negatieve invloed en is daarom niet toegestaan. 3c.
(i)
Bij artikel 1. Begrippen onder 1.40 de tekst ‘drijvende of’ te verwijderen, waarmee de tekst wordt: ‘een boven water aangebrachte constructie waarop gelopen kan worden, bedoeld om vaartuigen aan af te meren’
(ii)
In artikel 3.1 onder punt bb. de tekst ‘en drijvende steiger of vlotten’ toe te voegen waarmee de tekst wordt: ‘overige functioneel met de bestemming 'Water De Vecht' verbonden voorzieningen, met uitzondering van boatsavers, bootliften en drijvende steiger of vlotten;’
(iii)
In artikel 11.1 onder punt b. de tekst ‘drijvende steiger of vlotten’ toe te voegen, waarmee de tekst wordt: ‘het gebruik/bouwen van boatsavers, bootliften, drijvende steiger of vlotten ter plaatse van ligplaatsen gelegen buiten insteekhavens;’
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
3d. Aan paragraaf 5.3 van de toelichting op het bestemmingsplan de Vecht de volgende tekst toe te voegen: ‘Passagiersschepen mogen alleen afmeren om passagiers te laten op- en afstappen binnen de aanduiding ‘opstapligplaatsen voor passagiersschepen’ of de aanduiding ‘vaste ligplaats passagiersschepen’. Deze aanduidingen staan op de verbeelding aangegeven. In de regels (artikel 3.5.7, artikel 3.5.8 en artikel 11.1) staan voorwaarden die verder gelden, zodat voldoende sturing kan worden gegeven en overlast voor omwonenden zoveel mogelijk wordt beperkt. Het college heeft binnen deze regels ook de mogelijkheid om extra nadere eisen te stellen. In artikel 3.7 Wijzigingsbevoegdheid is een speciale regeling opgenomen om onder voorwaarden nieuwe opstapligplaatsen of vaste ligplaatsen voor passagiersschepen op de verbeelding op te nemen. Het is van belang dat bij de afweging, of toepassing wordt gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid, in ogenschouw wordt genomen dat het totale aantal ligplaatsen voor passagiersschepen in de rivier de Vecht niet in onevenredige mate toeneemt, waardoor de balans tussen het faciliteren van recreatie en toerisme versus de aanwezige waarden van de rivier en de leefomgeving in het geding komen. Bezoekersligplaatsen zijn bedoeld voor recreatievaartuigen.
Recreanten die met een sloepje over de Vecht varen kunnen even aanmeren bij een horecagelegenheid om daar iets te drinken of eten, of een bezoek brengen aan een winkel met streekproducten of museum. Het bezoek is tijdelijk van aard. Overnachten is niet toegestaan. Bezoekersligplaatsen mogen niet verward worden met sloepenverhuur. Dit valt namelijk niet onder de regeling voor bezoekerslig-plaatsen. Passagiersschepen vallen eveneens niet onder de bezoekersligplaatsenregeling. 3e. Artikel 3.5.10 ‘Aanvullende regels afmeervoorzieningen historische schepen’, artikel 3.6.4 ‘afwijkingsbevoegdheid afmeren historische schepen’, artikel 1 ‘begrippen’ en artikel 11.1 ‘strijdig gebruik als volgt aan te passen (vetgedrukte tekst) en de verbeelding hiertoe aan te passen en het aanduidingsvlak te verkleinen conform de begrenzing van de kade. 3.5.10 Aanvullende regels afmeervoorzieningen historische schepen. Voor de afmeervoorziening van historische schepen ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van water- afmeervoorziening historische schepen‘’ geldt aanvullend dat: a) het vier (4) vaste ligplaatsen voor schepen betreft die zijn ingeschreven in het register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN) en in goede staat van onderhoud verkeren; b) de schepen voldoen aan de volgende kenmerken: 1. lengte maximaal 30,0 m; 2. breedte maximaal 6,0 m; 3.
goot- en boeiboordhoogte maximaal 4,0 m; 4. bouwhoogte maximaal 4,5 m; 5. diepte omloop en overstek maximaal 0,8 m; 6. diepte dakoverstek maximaal 0,3 m. c) de schepen moeten afmeren binnen de grenzen van de aanduiding “specifieke vorm van water- afmeervoorziening historische schepen‘’ d) de ligplaats niet in gebruik wordt genomen voor bedrijfsmatige activiteiten, zoals bed&breakfast, horecagelegenheid, charteren, halte- en wachtligplaats voor passagiersschepen dan wel als op-/afstapligplaats voor passagiersschepen, zoals bedoeld in artikel 1; e) de ligplaats niet in gebruik wordt genomen voor permanente bewoning als zijnde een historisch woonschip of voor recreatief nachtverblijf; f) de ligplaats niet gebruikt mag worden om langszij af te meren; g) de regels van de Keur en Provincie Utrecht blijven onverkort van toepassing. h) Zie tevens artikel 11.1 strijdig gebruik.
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
3.6.4 Afwijkingsbevoegdheid afmeren historische schepen. Het bevoegd gezag kan, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van water- afmeervoorziening historische schepen”, bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 5.2 sub a en artikel 3 lid 5.2 sub b of artikel 3 lid 5.3 sub a en artikel 3 lid 5.3 sub b voor een ligplaats van een historisch schip onder voorwaarde dat: a) het een schip betreft dat is ingeschreven in het register van de Federatie Varend Erfgoed Nederland (FVEN) en in goede staat van onderhoud verkeert; b) het schip voldoet aan de volgende kenmerken: 1. lengte maximaal 30,0 m; 2. breedte maximaal 6,0 m; 3. goot- en boeiboordhoogte maximaal 4,0 m; 4. bouwhoogte maximaal 4,5 m; 5. diepte omloop en overstek maximaal 0,8 m; 6. diepte dakoverstek maximaal 0,3 m.
c) instemming is verkregen van het waterschap (Keur) en gelegen buiten het stedelijk gebied van de provincie Utrecht (Landschapsverordening); d) de ligplaats niet in gebruik wordt genomen voor permanente bewoning als zijnde een historisch woonschip of voor recreatief nachtverblijf; e) De ligplaats niet in gebruik wordt genomen voor bedrijfsmatige activiteiten, zoals bed&breakfast, horecagelegenheid, charteren, halte- en wachtligplaats voor Pagina 10 van 17 passagiersschepen dan wel als op-/afstapligplaats voor passagiersschepen, zoals bedoeld in artikel 1; f) de ligplaats past binnen de breedte van het eigen erf of de begrenzing van de historische buitenplaats en stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar is; g) de ligplaats geen onevenredige afbreuk doen aan ecologische, cultuurhistorische of landschappelijke waarden, hiertoe moet een advies van een ter zake deskundige kunnen overlegt worden, waaruit blijkt dat de waarden niet worden aangetast c.q. in stand blijven. h) Zie tevens artikel 11.1 strijdig gebruik. 11.1 Strijdig gebruik. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het plan.
Als een gebruik in strijd met dit bestemmingsplan wordt in elk geval aangemerkt: a) het gebruiken van ligplaatsen ter plaatse van de halteligplaats en wachtligplaats passagiersvaart, 'specifieke vorm van water - passantenligplaatsen, 'specifieke vorm van water - opstapligplaats passagiersvaart', 'specifieke vorm van water - vaste ligplaats passagiersvaart' als bewonersligplaatsen; b) het gebruik/bouwen van boatsavers en bootliften ter plaatse van ligplaatsen gelegen buiten insteekhavens; c) het afmeren van (historische) woonschepen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'; d) het afmeren van beroepsvaartuigen; e) het afmeren van passagiersschepen, buiten de daarvoor aangewezen voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 sub i en artikel 3 lid 1 sub j; f) het in gebruik nemen van en het in stand houden van een ligplaats binnen de rode oeverzone zonder ontheffing van de Keur; g) het gebruik van een vaartuig, historisch schip of woonschip als woonverblijf buiten de aanduiding 'woonschepenligplaats'; h) het gebruik van (recreatie)vaartuigen en historische schepen voor (recreatief) nachtverblijf met uitzondering van recreatief nachtverblijf ter plaatse van passantenligplaatsen; i) onderhoudswerkzaamheden aan recreatievaartuigen, historische schepen of passagiersschepen buiten een expliciet daarvoor bestemde locatie; Gewijzigd besloten met in achtneming van
de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
j)
het gebruiken van een vaartuig/historisch schip voor bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse van de ligplaats, waaronder bed&breakfast, horeca, op- en afstapplek passagiers, charteren, waarbij geldt dat op de locaties met de aanduiding 'specifieke vorm van water - opstapligplaats passagiersvaart', 'specifieke vorm van water - vaste ligplaats passagiersvaart' activiteiten die samenvallen met deze aanduiding wel zijn toegestaan; k) het veroorzaken van geluidshinder vanaf het recreatievaartuig, historisch schip, passagiersschip of de ligplaats middels muziekinstallaties, aggregaten e.d., met uitzondering van het geluid ten gevolge van de voortstuwing gedurende het aanmeren en de afvaart.
Artikel 1 begrippen toevoegen: Goede staat van onderhoud: schip in een goede conditie houden teneinde (direct en op termijn) de gevraagde mate van functionaliteit, namelijk een varend historisch schip dat in zijn verschijningsvorm bijdraagt aan de totale beeldkwaliteit van de rivier de Vecht, te borgen. Het aspect “varend” is niet van toepassing bij een historisch woonschip binnen een aanduiding “woonschepenligplaats”. Onderhoud/onderhoudswerkzaamheden: activiteiten met als doel, het in een aanvaardbare conditie houden of terugbrengen van o.a. voer- en vaartuigen, machines, bouwwerken, infrastructuur, natuur, teneinde (direct en op termijn) de gevraagde mate van functionaliteit te borgen. Of de conditie “aanvaardbaar” is kan bepaald worden door wet- en regelgeving, zoals APK. Charteren: het huren van een vervoermiddel inclusief bemanning, voor personen- of goederenvervoer. Bij personenvervoer kan een reisgezelschap zelf het vervoermiddel charteren, maar ook een bedrijf kan dit doen en dan de plaatsen los verkopen. 3f. (i)
Bij artikel 3.5.8. Aanvullende regels vaste ligplaats passagiersschepen de volgende regels toe te voegen en het artikel te vernummeren: b. in de sluis van Nieuwersluis binnen de aanduiding “specifieke vorm van water, vaste ligplaats passagiersschepen alleen passagiersschepen zijn toegestaan met een maximum lengte van 15 meter en een maximum kajuithoogte van 2,50 meter;
(ii)
Artikel 1.6 bestaand aan te vullen: b. bij gebruik: het bestaande legale gebruik ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan, waaronder het gebruik van het water voor het afmeren van een vaartuig dat groter is dan de regels toestaan, mits het waterschap hiermee instemt.
(iii)
De verbeelding aan te passen, zodat de bestaande 3 vaste ligplaatsen van de passagiersschepen in de sluis van Nieuwersluis op de verbeelding binnen de aanduiding “specifieke vorm van water, vaste ligplaats passagiersschepen” zijn aangegeven.
(iv)
De Toelichting onder 5.3. aan te vullen met de volgende tekst: Binnen de regels voor de opstapplaatsen en vaste ligplaatsen voor passagiersschepen zijn voorwaarden opgenomen. Deze voorwaarden hebben als doel de waarden van de rivier De Vecht te beschermen. Het streven is een goede balans te vinden tussen het woongenot van de inwoners, het cultureel erfgoed, de natuur en de meerwaarde voor de economie. Massatoerisme is niet gewenst. Vanuit dat oogpunt bezien zijn o.a. regels gesteld aan o.a. de verkeersafwikkeling van de passagiersschepen. Daarnaast kan het college nadere eisen stellen aan de locatie. Als strijdig gebruik wordt het veroorzaken van geluidshinder vanaf het
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
passagiersschip of de ligplaats middels muziekinstallaties, aggregaten e.d. genoemd, met uitzondering van het geluid ten gevolge van de voortstuwing gedurende het aanmeren en de afvaart. De sluis van Nieuwersluis is een monument en maakt onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (UNESCO erfgoed). Voor de ligplaatsen in de sluis van Nieuwersluis is een maximale maatvoering opgenomen voor de passagiersschepen om te voorkomen dat de passagiersschepen door hun omvang het monument gaan domineren en de waarden van het monument daardoor negatief beïnvloeden. 3g. een afwijkingsbevoegdheid toe te voegen aan de regels 3.6.7. die als volgt luidt: 3.6.7. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 voor steigers ten behoeve van openbare recreatieve doeleinden, waaronder vissen of als onderdeel van een kanoroute, onder voorwaarde dat: a. de steiger nautisch inpasbaar is en geen afbreuk doet aan de doorvaarbaarheid van de rivier De Vecht; b. de steiger niet breder mag worden dan 3,0 meter gemeten vanuit de oever en de totale oppervlakte van de steiger niet groter mag worden dan 18m2; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van landschappelijke en cultuurhistorische ecologische belangen, hiertoe moet een advies van een ter zake deskundige worden overlegd, waaruit blijkt dat de belangen niet worden aangetast c.q. in stand blijven; d.
de onder c genoemde ter zake deskundige voorwaarden kan stellen aan de steiger die in acht moeten worden genomen; e. belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; f. voor steigers ten behoeve van openbare recreatieve doeleinden instemming is verkregen van het waterschap (Keur) en, indien gelegen buiten het stedelijk gebied, van de provincie Utrecht (Landschapsverordening); 3h.
(i) a. b.
c. d.
Aan artikel 13.1 Afwijkingen van de maatvoeringen toe te voegen sub c. en d. en c. oud te hernummeren naar e. Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 afwijken reeds mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van dit plan voor afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. De bevoegdheid tot afwijken wordt niet gebruikt, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de aanwezige landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden en hiertoe een advies van een ter zake deskundige wordt overlegt waaruit blijkt dat de belangen en waarden niet worden aangetast c.q. in stand blijven; De bevoegdheid tot afwijken mag niet cumulatief worden gebruikt (niet cumuleren) met afwijkingsmogelijkheden uit de afzonderlijke bestemmingen uit hoofdstuk 2 of ten opzichte van een eerder verleende afwijkingen; in aanvulling op punt a. en c. geldt dat maximaal 1 maat van het bouwwerk in aanmerking komt voor de afwijking en niet alle maten van het bouwwerk;
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
e. De regels van de Keur en Provincie Utrecht blijven onverkort van toepassing. (ii)
Paragraaf 5.3 in de toelichting van het bestemmingsplan De Vecht aanvullen met de volgende tekst: In elk bestemmingsplan is een afwijkingsregeling opgenomen om 10% af te kunnen wijken van de in de regels genoemde maten. De marge regeling is bedoeld als maatwerkregeling voor een bepaald onderdeel. Dat maatwerk kan technisch of esthetisch van aard zijn. Uit de praktijk blijkt dat deze marge regeling van 10% toegepast wordt op alle maten, waarmee het bouwwerk als het ware wordt opgeblazen. Daar is deze marge regeling niet voor bedoelt. Voor de Vecht zou dat kunnen betekenen dat steigers maar ook woonschepen veel groter worden dan de regeling in de basis beoogd heeft te willen regelen. De marge regeling mag niet cumulatief worden gebruikt door afwijking op afwijking te stapelen. Het is gewenst deze vorm van stapeling ook uit te sluiten als het gaat om het toepassen van de verschillende maten van een bouwwerk. Het is of-of en niet en-en.
(i)
Toevoegen aan artikel 5.2.1 onder punt b. van de regels de tekst “en jaagpaden” toevoegen, waarmee de tekst wordt ‘het verstoren of verwijderen van de cultuurhistorische elementen zoals opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart, waaronder dakpanbeschoeiingen, poets- of boenstoepen, buitenplaatsbiotopen met daarbij horende zichtlijnen en jaagpaden.’
(ii)
Toevoegen aan artikel 6.3.1 onder punt b. van de regels de tekst “en jaagpaden” toevoegen, waarmee de tekst wordt ‘het verstoren of verwijderen van de cultuurhistorische elementen zoals opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart, waaronder dakpanbeschoeiingen, poets- of boenstoepen, buitenplaatsbiotopen met daarbij horende zichtlijnen en jaagpaden.’
(iii)
Toevoegen aan artikel 1 van de regels begrippen, Jaagpad: een pad langs de Angstel of de Vecht dat vroeger werd gebruikt om schepen voort te trekken door mensen- of paardenkrachten en dat heden ten dage in gebruik is als openbaar voet- en/of fietspad;
(iv)
Toevoegen aan artikel 5.1 onder a.
3i.
De voor ‘Waarde - Beschermd dorpsgezicht’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de instandhouding, bescherming en herstel van de binnen het beschermd dorpsgezicht voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde karakteristieke cultuurhistorische waarden zoals beschreven in de toelichting op het aanwijzingsbesluit in relatie tot de Vecht; b. de Nieuwe Hollandse Waterlinie met de daarbij behorende bouwwerken; c. de Stelling van Amsterdam met de daarbij behorende bouwwerken; d. de historische buitenplaatszones langs de Vecht; e. de molenbiotoop met de daarbij behorende zichtlijnen vanaf rivier de Vecht en de oevers; f. bestaande cultuurhistorische elementen zoals opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart waaronder zichtlijnen, dakpanbeschoeiingen, poets- of boenstoepen en jaagpaden; g. het behoud, herstel, beheer en de versterking van het ensemble behorende bij een buitenplaatsbiotoop van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden en hun
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
samenhang, welke met name bestaat uit de buitenplaats met de daarbij behorende: 1) gebouwen, zoals landhuizen, koetshuizen, oranjerieën en theekoepels; 2) overige bouwwerken, zoals entreehekken, bruggen, tuinsieraden, waterstoepen, tuinmuren en kassen; 3) tuinen, parken, sierweiden, bossen en waterpartijen met hun paden-, lanen- en groenstructuur; 4) landschappelijke elementen en de bij de aanleg van de buitenplaats behorende zichtlijnen en –vlakken. (v)
Toevoegen aan artikel 6.1 onder e. bestaande cultuurhistorische elementen zoals opgenomen op de Cultuurhistorische waardenkaart, waaronder zichtlijnen, dakpanbeschoeiingen, poets- of boenstoepen en jaagpaden;
3j. (i)
Artikel 1.20 en 1.31 als volgt te wijzigen: Artikel 1.20 Groene oeverzone (natuurvriendelijke oever): Natuurvriendelijke oevers zijn onverharde oevers waarbij, naast de waterkerende functie, nadrukkelijk rekening wordt gehouden met natuur en landschap en de inrichting van het water en de oever een positieve invloed heeft op het aquatisch ecosysteem (leefgebied in of bij het water voor dieren, amfibieën, insecten en planten) en die zich bevinden binnen de groene markeringen op de kaart van KRW wateren, het Natuur Netwerk Nederland en het Keurbesluit Vrijstellingen van waterschap Amstel, Gooi en Vecht; Artikel 1.31 Oever: het overgangsgebied van het water naar het land mogelijk met een aangebrachte oevervoorziening (beschoeiing) met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering;
(ii) paragraaf 5.3 van de toelichting nader aan te vullen met de volgende tekst: Het feit dat mensen graag langs de rivier de Vecht wonen of er recreëren wordt mede bepaald door de aanwezige landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden. De rivier valt binnen het Natuur Netwerk Nederland en vervult daarin een belangrijke verbindende functie. De cultuurhistorische waarden van de Vecht hebben betrekking op de Nieuwe Hollandse Waterlinie (UNESCO erfgoed), Stelling van Amsterdam (UNESCO erfgoed), de Buitenplaatsbiotopen (rijksmonumenten) en de molenbiotopen. Het is belangrijk al deze waarden te beschermen. De gehele rivier de Vecht heeft daarom naast de bestemming Water een dubbelbestemming Waarde Ecologie, Waarde Cultuurhistorie en daar waar sprake is van een beschermd dorpsgezicht de dubbelbestemming Waarde Beschermd dorpsgezicht gekregen. Binnen de bestemming Waarde Cultuurhistorie en Waarde Beschermd dorpsgezicht is een dynamische verwijzing opgenomen naar de cultuurhistorische waardenkaart (CHWK) die in 2016 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het betreft hier een samenwerkingsproduct van gemeente en provincie. De CHWK maakt onderdeel uit van de Atlas Cultuurhistorische Waarden van de provincie Utrecht en is ook te vinden op
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
onze openbaar toegankelijke kaartviewer. De kaarten geven expliciet inzicht in de te beschermen waarden, zoals zichtlijnen en bouwwerken. De bestemming Waarde Ecologie heeft als doel behoud en de versterking van bestaande natuurwaarden waaronder de natuurvriendelijke oevers. Voor de bestaande natuurvriendelijke oevers is een speciale extra aanduiding opgenomen op de verbeelding. Binnen deze aanduiding geldt in de basis een afmeerverbod en verbod op de bouw van een steiger. Bij een erf van een woning is alleen een bewonersligplaats met eventueel een bijbehorende steiger toegestaan, waarbij de steiger voldoet aan speciale voorwaarden die ervoor zorgen dat de aanwezige waarden in stand blijven. Dat niet overal de specifieke aanduiding natuurvriendelijke oever is aangegeven wil niet zeggen dat op die plek vervolgens geen natuurwaarden aanwezig zijn. Bij het toetsen van een aanvraag om vergunning zal altijd gekeken moeten worden of er sprake is van aanwezige waarden die aangetast kunnen worden conform de regels binnen de bestemming Waarden ecologie en de regels die gelden binnen het Natuur Netwerk Nederland (interim verordening provincie Utrecht). 3k. (i) Artikel 11.1 Strijdig gebruik onder punt d. als volgt aan te vullen (tekst in vet): d.
het afmeren van beroepsvaartuigen, met uitzondering van het tijdelijk afmeren van beroepsvaartuigen die gerelateerd zijn aan het uitoefenen van het Heerlijk visrecht, handhaving en beheer en onderhoud, mits het tijdelijk afmeren geen schade oplevert aan de aanwezige ecologische waarden; (ii) Aan artikel 1. Begrippen het begrip “Heerlijk visrecht” toe te voegen: Heerlijk visrecht: Heerlijk visrecht is het zakelijk recht om met uitsluiting van anderen te vissen in water dat in eigendom aan een ander toebehoort. 3l. (i)
Het artikel 1.6 van de planregels behorende bij het Bestemmingsplan De Vecht als volgt te wijzigen (in vetgedrukte tekst): 1.6 bestaand: b. bij gebruik: het bestaande legale gebruik ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan, waaronder het gebruik van het water voor het afmeren van een vaartuig dat groter is dan de regels toestaan, mits het waterschap hiermee instemt.
(ii)
en paragraaf 5.3 'Bestemmingen - Water' van de toelichting als volgt aan te vullen: Voor het stedelijk gebied geldt dat de gemeente een overgangsregeling kan toepassen op grond van artikel 15.2 overgangsrecht gebruik. Het gaat om het gebruik van de gronden (het water in dit geval) voor het afmeren van een recreatievaartuig dat groter is dan in artikel 3.5.3 staat aangegeven. Het is wel van belang dat eigenaren in de eerste plaats zelf aantonen dat ze onder dit recht vallen. Het recht heeft ook alleen betrekking op het recreatievaartuig dat er ligt op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Bij nieuwe situaties of verandering van het betreffende gebruik kan de gemeente handhavend optreden. Voor het landelijk gebied is de provincie bevoegd. Daarnaast is het van belang te weten dat het waterschap kan handhaven op grond van de Keur. Voor alle water gerelateerde zaken van de Vecht is het waterschap vanuit zijn rol als beheerder het bevoegd gezag. Het waterschap
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).
bepaalt of een vaartuig in hun water afgemeerd mag worden. Toestemming van de gemeente hoeft dus niet per definitie toestemming van de beheerder van het water te betekenen. Omgekeerd is ook het geval. Toestemming van het waterschap hoeft niet per definitie toestemming van de gemeente te betekenen. 3m. Onder 1 : Inleidende regels Artikel 1 Begrippen, de volgende tekst in vet te wijzigen: 1.19 Erf: een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt. Tot het erf wordt ook de ten opzichte van het erf meest nabije oever gerekend welke in een eenzelfde eigendom is, maar die door een openbare weg en/of een ander perceel van dat erf gescheiden wordt, tenzij dit perceel het karakter heeft van een uit-, of inrit, of oprijlaan, of het perceel een agrarische, natuur- of industriële bestemming heeft; Tot een erf wordt ook gerekend, kadastraal perceel VLD02 - B - 1120 behorende bij het object Duinkerken 7 te Vreeland te wijzigen in: 1.19 Erf: een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt.
Tot het erf wordt ook de ten opzichte van het erf meest nabije oever gerekend welke in een eenzelfde eigendom is, maar die door een openbare weg en/of sloot van dat erf gescheiden wordt, mits het hoofdgebouw van het betreffende erf direct grenst aan de oever en vervolgens de rivier waarbij de sloot en/of openbare weg buiten beschouwing worden gelaten. Tot een erf wordt ook gerekend, kadastraal perceel VLD02 - B - 1120 behorende bij het object Duinkerken 7 te Vreeland. 4. Geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het bestemmingsplan geen gemeentelijke kosten met zich meebrengt die middels een exploitatieplan of anderszins gedekt moeten worden. 1 november 2022 Griffier B. Espeldoorn-Bloemendal
Voorzitter drs. A.J.H.T.H. Reinders
Gewijzigd besloten met in achtneming van de amendementen A 14.1 (sub 3a), A 14.2 (sub 3b), A 14.3 (sub3c), A 14.4 (sub 3d), A 14.5 (sub 3e), A 14.6 (sub 3f), A 14.7 (sub 3g), A 14.8 (sub 3h), A14.9 (sub 3i), A 14.10 (sub 3j), A 14.11 (sub 3k), A 14.12 (sub 3l) en A 14.13 (sub 3m).