12. M 12.2 HVV inzake overlast gebruikers lachgas motie vreemd 020921- aangehouden.pdf
Tekst van het document
Verwezen naar commissie B&F
Motie Reg. Nr. M 12.2 Agendapunt: 12. Motie Vreemd aan de orde van de dag Onderwerp: Aanwijzingsbesluit verbod lachgas De gemeenteraad van Stichtse Vecht, in vergadering bijeen op 2 november 2021, constaterende dat: -
het gebruik van lachgas (distikstofmonoxide) in de gemeente Stichtse Vecht tot overlast leidt en dit al tot incidenten heeft geleid; inwoners door een groep/ groepen gebruikers een gevoel van onveiligheid ervaren door onder andere intimidatie, bedreigingen; door druk elders er een “waterbed effect” dreigt, waardoor gemeente Stichtse Vecht overlast veroorzakende problemen binnen haar grenzen ziet ontstaan; het gebruik van lachgas nadelige effecten heeft op de volksgezondheid; lege lachgaspatronen een aanslag zijn op het milieu;
overwegende dat: -
er voor gezorgd moet worden dat de inwoners van de gemeente Stichtse Vecht geen hinder behoren te ondervinden van gebruikers van lachgas; er voor gezorgd moet worden dat de inwoners / omwonenden in de buurt van verzamelplekken, zoals parkeerplaatsen en speeltuinen, gevrijwaard worden van groepen gebruikers van lachgas die hen intimideren en bedreigen en gebruikte ampullen en ballonen in de openbare ruimten achterlaten; gebruik van lachgas toeneemt; er meerdere artsen en wetenschappers aan de bel getrokken hebben over de nadelige gezondheidseffecten van het gebruik van lachgas; er uit wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er een duidelijke relatie bestaat tussen het gebruik van lachgas en het onder invloed van lachgas deelnemen aan het verkeer waardoor ongevallen kunnen ontstaan; gemeente Utrecht wijken heeft aangewezen waar een lachgasverbod geldt en het bezit van lachgas verboden is, waardoor een “waterbed effect” kan ontstaan in de richting van het gebied van de gemeente Stichtse Vecht;
roept het college op: 1. over te gaan tot het aanwijzen van gebieden/ wijken waar aantoonbaar overlast aanwezig is door gebruikers van lachgas en in deze gebieden een lachgasverbod te laten gelden voor het verkopen, aanwezig hebben dan wel gebruiken van lachgas; en gaan over tot de orde van de dag. Mieke Hoek Het Vechtse Verbond
Ter Info Naar aanleiding van de reactie van de gemeente Stichtse Vecht in antwoord op vragen van de VVD, mevrouw Bredt, met betrekking tot vragen over cameratoezicht geeft Het Vechtse Verbond hier graag een reactie op. Hierbij verwijst Het Vechtse Verbond naar de Regels cameratoezicht ( bron Rijksoverheid) 1
De gemeente mag gebruikmaken van cameratoezicht op openbare plaatsen om de openbare orde te handhaven, zoals bij uitgaanscentra. Er moeten dan wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden komen voort uit de nieuwe privacywetgeving, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Cameratoezicht is mogelijk op openbare plaatsen voor 1. De handhaving van de openbare orde 2. De verkeersveiligheid 3. De opsporing van criminaliteit Een gemeente kan bijvoorbeeld cameratoerzicht in zetten om in een centrum de criminaliteit te verminderen, de gemeente zou dan kunnen kijken naar hardnekkige overlast door hangjongeren, drugdealers, straatrovers en zakkenrollers Gemeenten mogen ook flexibel cameratoezicht inzetten om de openbare orde te bewaken. Dit kan betekenen dat de gemeente dit middel kan inzetten op overlast die zich verplaatst. Het levert tijdwinst op, het gaat hier niet om vast camera’s, maar verplaatsbare. De politie kan deze beelden dan bekijken en mogen deze beelden gebruiken voor de handhaving van de openbare orde, maar bij incidenten ook om strafbare feiten op te sporen. Het cameratoezicht is om de openbare orde te handhaven, vaak ook nodig omdat fysiek toezicht niet afdoende mogelijk is i.v.m. capaciteit. De doelstelling van het publieke cameratoezicht is gebaseerd op artikel 151 c van de Gemeentewet, de Politiewet en de Wet politiegegevens.
151 c Gemeentewet Het doel bij de toepassing van gemeentelijk cameratoezicht is het handhaven van de openbare orde. Hieronder valt ook de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rus in de gemeente ( bron: Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid). Cameratoezicht op grond van 151c heeft als eerste een signalerende functie, ziet meer en met die informatie kan politie aangestuurd worden. Sinds 01 juli 2016 is de Gemeentewet m.b.t. cameratoezicht aangepast, daar waar eerst gesproken werd over “vast ”cameratoezicht is dit vervangen door “cameratoezicht” In dit kader wijst Het Vechtse verbond ook op de Politiewet artikel 3, dit is de basis voor politieoptreden, daarbij direct de combinatie met artikel 151c van de gemeentewet, handhaving van de openbare orde. Hierdoor kun je de politietaak verbinden met artikel 151 c en het principe van cameratoezicht. In de omschrijving van de politietaak is te vinden dat:” in ondergeschiktheid van het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde”, dit vormt de legitieme basis voor onder andere cameratoezicht. Als dan gekeken wordt naar Politiewet artikel 13, wordt daarin verwezen naar het reguliere driehoeksoverleg ( Burgemeester, Hoofdofficier van Justitie, Politie).
Conform artikel 151 c van de Gemeentewet kan het driehoeksoverleg een periode vaststellen waarin, in het belang van de openbare orde, gebruik wordt gemaakt van camera’s. Alleen de politie mag deze beelden uitkijken, Wet politiegegevens, daarom is ook op grond van artikel 151c lid 3 van de Gemeentewet de operationele regie van cameratoezicht in handen van de politie. (Bron: Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid) Artikel 151 c Lid 1 : ” De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten”. Kijkende naar het bovenstaande vindt Het Vechtse Verbond het onbegrijpelijk dat nog geen enkele actie is ondernomen tot het plaatsen van camera’s op plaatsen waar de openbare orde in het geding is. In dit kader verwijst Het Vechtse Verbond naar de ingediende schriftelijke vragen op 05 oktober 2021 door de VVD, inzake cameratoezicht bij Maarssens Hockey Vereniging (MHV) 2
De parkeerplaatsen bij de Maarssens Hockey Vereniging (MHV) zijn bekend als locaties waar jongeren (voornamelijk leeftijdscategorie 18+) zich ophouden. De meldingen van overlast die bekend zijn betreffen voornamelijk gebruik van lachgas en geluidsoverlast. Zie ook de vele meldingen en opmerkingen op onder andere Facebook en Instagram. Er is ook een “waterbed effect”, door het verbod in aangrenzende wijken in de gemeente Utrecht, onder andere in Zuilen en Overvecht, komen jongeren uit deze wijken naar het gebied van de gemeente Stichtse Vecht. Op de vraag van de VVD : ” Is het college bereid (tijdelijk) mobiel cameratoezicht te plaatsen op de beide parkeerterreinen”, werd het volgende antwoord gegeven: “Aan de inzet van verschillende middelen die ondersteunend zijn in de aanpak van overlastsituaties ligt altijd een gedegen afweging ten grondslag. Samen met partners, zoals politie en het jongerenwerk, wordt doorlopend gekeken naar welke maatregelen passend zijn bij overlastsituaties. De inzet van mobiel cameratoezicht is een zwaar middel waarbij er sprake moet zijn van (dreigende) verstoringen van de openbare orde om cameratoezicht te kunnen plaatsen op grond van artikel 151c van de Gemeentewet. Op basis van de huidige meldingen en constateringen van partners is er vooralsnog onvoldoende grondslag om dit middel in te zetten.
Mocht de situatie daartoe aanleiding geven, dan is dit daarentegen een serieuze optie”. Kijkende naar het bovenstaande antwoord, betwist Het Vechtse Verbond, de stelling dat cameratoezicht een zwaar middel is. Het is een hulpmiddel voor politie, ter handhaving van de openbare orde, geeft inwoners een veiligheidsgevoel. Er zijn op de locatie bij het hockeyveld problemen met de openbare orde, omwonenden, ouders van kinderen en kinderen zelf ervaren de desbetreffende locatie als onveilig. Er zijn bedreigingen en intimidaties geweest. Het maar blijven wijzen naar partners, politie en het jongerenwerk, lost geen problemen op. Er wordt daadkracht verwacht met de middelen die de gemeente heeft , zie bovenstaande artikelen. De gemeente heeft erkend dat de aangifte bereidheid laag is, zij streeft er naar deze bereidheid te verhogen. Verbaast is Het Vechtse Verbond dan ook, dat wordt verwezen naar de meldingen ( mensen hebben geen vertrouwen en doen geen meldingen meer), en constateringen van partners, wie dan, wat is hun verhaal, wat is de gedegen grondslag? Klagende bewoners, ouders en kinderen vormen dus onvoldoende grondslag?? Het is een politiek van wegkijken, hoofd in het zand steken, totdat er iets behoorlijk mis gaat. Voorkomen is beter dan genezen in de ogen van Het Vechtse Verbond.
Het probleem oplossen, ligt weer bij de mannen en vrouwen die een van de mooiste beroepen uitoefenen, ondanks een grote druk op de capaciteit, te weinig middelen, wordt wederom de politie aangewezen om de plaats mee te nemen in de surveillance. Hierdoor erkent de gemeente indirect dat er een probleem is, welk probleem eenvoudig kan worden opgelost door het plaatsen van camera’s. Het fysieke toezicht is niet altijd mogelijk zoals eerder gesteld, tenzij er andere keuzen worden gemaakt, maar andere keuzen betekenen ook, dat de politie andere inzet minder kan doen. Kortom gemeente u heeft de mogelijkheid nu uw woorden in daden om te zetten, toon daadkracht en maak stappen, plaats de camera’s en verschuil u niet. In samenhang met artikel 2.48 APV , lachgas verbod, is de uitleg dat het college openbare plaatsen kan aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. Dan kan de burgemeester een aanwijzingsbesluit nemen, dit doet de burgemeester in het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat. Het Vechtse Verbond wijst in deze op de uitleg dat;” los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoringen en dergelijk leidt”, deze uitleg ook gebruikt kan worden bij de 3
beslissing voor het plaatsen van camera’s , daarbij rekening houdende met de geluiden van overlast uit de samenleving. Wet- en regelgeving leggen de lat niet hoog, je moet ze alleen willen toepassen! Mieke Hoek / Raymond Fiscalini
4