CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Zienswijze d.d. 24 september 2021 (Anoniem).pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10.: Verklaring van geen bedenkingen, legalisatieaanvraag paardenstal Slootdijk 1 in Loenen aan de Vecht.4.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voor dit dossier kiest woonplaats aan mijn kantoor (GJ Legal Advocaten) te (2031 EV) Haarlem aan de Tappersweg 14-51. Ondergetekende treedt in dezen op als advocaat/gemach�gde, met het recht van subs�tu�e.

1. Voorgeschiedenis, bewijsaanbod 1.1.

Dit dossier kent een lange voorgeschiedenis en omwille van de overzichtelijkheid is hierna een korte, puntsgewijze weergave daarvan opgenomen. Nadere onderbouwing is op alle onderdelen beschikbaar en daar wordt hierbij ook voor zover nodig bewijs van aangeboden: FASE I – VERGUNNINGVERLENING 2 maart 2012: aanvraag omgevingsvergunning voor een stal en een binnenrijbak; 9 mei 2012: bevestiging in behandeling nemen aanvraag na aanvullingen hierop; 20 juni 2012: verlening omgevingsvergunning; 26 februari 2013: aanvraag omgevingsvergunning (wijzigingen tijdens de uitvoering van het bouwplan  verkleining bruto-vloeroppervlakte, vergroting van de bruto-inhoud, verkleining van de gebruiks- en vloeroppervlakte); 25 maart 2013: intrekking omgevingsvergunning van 20 juni 2012; 27 maart 2013: verlening omgevingsvergunning (aanvraag 26 februari 2013). Belangrijkste conclusie: • Ten tijde van de bouw van de stal lag er een toereikende omgevingsvergunning. Hierna wordt op dit punt nader teruggekomen. FASE II – BOUW medio 2012: begin 2013:

aanvang bouw; wens/noodzaak tot enkele aanpassingen -> nieuwe aanvraag en verlening aangepaste omgevingsvergunning; voorjaar 2013: voortzetting bouw na verlening aangepaste omgevingsvergunning; periode 2013-2014: aanpassing bedrijfsvoering als gevolg van politieke discussies over een mogelijk verbod op het fokken van bepaalde koeien (zgn. dikbillen). Zie onder meer Handelingen TK 2014-2015, nr. 18, item 10 d.d. 30-10 2014. Als gevolg van de daardoor – noodzakelijke – aanpassing in de bedrijfsvoering, blijkt het niet langer noodzakelijk enkele onderdelen van de stal te realiseren. Hierdoor ontstaan lege ruimtes in de overigens afgebouwde stal. Voor de lege ruimtes wordt een alternatieve invulling gevonden.

2

12 december 2014: voornemen tot intrekking omgevingsvergunning, omdat uit controlebezoeken is gebleken dat niet conform de verleende omgevingsvergunning zou zijn gebouwd. Het betreft alleen de binnenkant van het gebouw en enkele gevelwijzigingen. De omvang van het gebouw is conform de verleende vergunning; 27 mei 2015: intrekking omgevingsvergunning. Op advies van de ambtelijke staf wordt geen bezwaar ingediend, maar wordt in overleg een nieuwe aanvraag voorbereid. Dat is terug te lezen in de aanvraag van 8 oktober 2015, waarin de volgende opmerking voorkomt: “Op verzoek van dhr. J. Gijsen is deze aanvraag ingediend en de voormalige aanvraag 1900019 ingetrokken.”. 21 juli 2015: indiening aanvraag revisievergunning. Uit overleg met de ambtelijke staf wordt duidelijk dat dit een aanvraag omgevingsvergunning had moeten zijn. Om die reden is vanuit de ambtelijke staf geadviseerd de aanvraag revisievergunning in te trekken en hiervoor een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Die aanvraag is ingediend op 8 oktober 2015 en op diezelfde datum is de aanvraag van 21 juli 2015 ingetrokken. Dat van gemeentewege is geadviseerd de aanvraag van 21 juli 2015 in te trekken blijkt uit beantwoording door de wethouder op 30 oktober 2015 van een vraag vanuit de gemeenteraad van 30 oktober 2015 (ond. toegevoegd): Vraag 30 oktober 2015 13.

Kan de wethouder uitleggen waarom de indiener van de aanvraag, op advies van een medewerker van de gemeente Stichtse Vecht, de vergunningsaanvraag van juli 2015 heeft ingetrokken en op 8 oktober 2015 een nieuwe aanvraag heeft ingediend? Antwoord: De eerste aanvraag betrof een aanvraag revisievergunning voor het realiseren van een wellness/B&B. Echter voor het wijzigen van de functie en gedane aanpassingen aan de schuur had men een aanvraag omgevingsvergunning in moeten dienen. Om deze reden is de indiener geadviseerd om de aanvraag revisievergunning in te trekken en hiervoor een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning in te dienen.

Belangrijkste conclusies: • Ten tijde van de bouw was er een geldige omgevingsvergunning voorhanden; • De omvang van het gebouw is conform de verleende omgevingsvergunning; • Tijdens de bouw is wegens niet eerder voorziene omstandigheden de bedrijfsvoering aangepast, waardoor enkele ruimtes in de stal ongebruikt zouden blijven; • Voor de ongebruikt te laten ruimtes is een alternatieve invulling gezocht.

FASE III – LEGALISATIE 8 oktober 2015:

intrekking aanvraag 21 juli 2015 en indiening nieuwe aanvraag (op advies en verzoek van de ambtelijke staf); 22 december 2015: aanvullingen op aanvraag 8 oktober 2015;

3

eerste helft 2016: september 2016:

divers overleg met ambtelijke staf ter zake van de aanvraag; voorstel weigering verklaring van geen bedenkingen aan raad, gevolgd door intrekking vergunning; 6 september 2016: intrekking aanvraag 8 oktober 2015; 10 oktober 2016: indienen zienswijze tegen voornemen over te gaan tot handhaving; 26 oktober 2016: gesprek namens met wethouder en ambtelijk vertegenwoordigers gemeente over de mogelijkheden tot legalisatie te komen; 13 januari 2017: indiening legalisatieaanvraag stal tevens verzoek verlening begunstigingstermijn eerdere aanschrijving; 27 januari 2017: reactie op dat verzoek van de gemeente. Verlenging begunstigingstermijn toegestaan. Nadien nogmaals, tot 1 maart 2017; 28 februari 2017: bevestigingsbrief van de gemeente dat is voldaan aan het verzoek om uiterlijk 26 februari 2017 aanvullende stukken in te dienen. Bevestiging dat sprake is van een ontvankelijke aanvraag.

1.2.

In voormeld overzicht is sprake van de intrekking op 6 september 2016 van de aanvraag omgevingsvergunning van 8 oktober 2015. Die intrekking vond plaats namens door ondergetekende, slechts enkele dagen na eerste betrokkenheid bij dit dossier. Voor een uiteenze�ng van de redenen daarvoor en een nadere toelich�ng daarop, wordt hierbij overgelegd als Produc�e 3 een digitaal ondertekende verklaring van ondergetekende, afgegeven op grond van eigen waarnemingen en bevindingen in mijn hoedanigheid als advocaat (hierna: “Verklaring”). Daarop wordt in het navolgende nog teruggekomen.

1.3.

Aan de Verklaring is gehecht de intrekking van 6 september 2016 en de in het overzicht genoemde zienswijze van 10 oktober 2016.

1.4.

De in het overzicht genoemde brief van ondergetekende van 13 januari 2017 aan de gemeente wordt hierbij overgelegd als Produc�e 4.

1.5.

Op de brief vanwege uw gemeente van 27 januari 2017 staat de datumstempel per abuis nog op 2016; die brief wordt tezamen met de latere brief van uw gemeente van 28 februari 2017 (verzonden 2 maart 2017) hierbij overgelegd als Produc�e 5. In laatstgenoemde brief wordt opgemerkt dat wordt beschikt […] over een complete en ontvankelijke aanvraag […]

1.6.

Nadat de gemeente bij brief van 28 februari 2017 had beves�gd dat een complete en ontvankelijke aanvraag was ingediend, is op 30 maart 2017 nog bericht ontvangen dat de melding op grond van het Ac�viteitenbesluit (milieubeheer) op onderdelen aangevuld diende te worden. Dat is op 4 april 2017 geschied.

1.7.

Op 18 april 2017 is op verzoek van de gemeente het aanvraagformulier omgevingsvergunning beperkte milieutoets nogmaals geüpload, inclusief toelich�ng.

4

1.16. Op een later moment zal op die restpunten nog worden teruggekomen: van strijdigheid is geen sprake en voor zover sprake van restpunten mocht zijn, zijn die inmiddels of worden die spoedig weggenomen. 1.17. Vermeld kan hier worden dat voorafgaande aan 15 mei 2018 noch nadien enige andere opmerking voor wat betre� de toetsing aan het Bouwbesluit is gemaakt. 1.18. Dat de aanvraag nu afgewezen zou moeten worden op grond van het feit dat niet wordt voldaan aan het Bouwbesluit en de bouwverordening hoort voor het eerst en overigens zou dat onder de gegeven omstandigheden in geen geval grond voor weigering mogen opleveren.

2. Procedure onzorgvuldig verlopen 2.1.

Het is onzorgvuldig te noemen, dat het eerste bericht dat de gemach�gde van daarna mocht ontvangen de Ontwerpbeschikking en -verklaring omvate én waarbij sedertdien nota bene twee jaar (!) en twee maanden zijn verstreken.

2.2.

Wat betre� ook nog eens als donderslag bij heldere hemel: er bestond de gerechtvaardigde verwach�ng dat de procedure door het College als bevoegd gezag zou worden doorlopen, onder het geven van toepassing aan de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. Het laatste wat verwacht hoefde te worden is een voorgenomen weigering op gronden als genoemd in de Ontwerpbeschikking, laat staan dat rekening gehouden had moeten worden met de nu gepubliceerde Ontwerpverklaring.

2.3.

En het is opnieuw onzorgvuldig, dat noch diens advocaat/gemach�gde voorafgaand in kennis zijn gesteld van het voornemen over te gaan tot afgi�e van de Ontwerpbeschikking respec�evelijk de Ontwerpverklaring. Verwezen wordt naar het kopje ‘Communica�e’ op pagina 4 van 6 van het raadsvoorstel, waar wordt gesteld dat aanvrager uitgenodigd zal worden om de commissievergadering en de raadsvergadering bij te wonen. Uit navraag blijkt dat beide is nagelaten te doen.

2.4.

Nu dat is nagelaten, is de kans ontnomen die publica�e en de daarop volgende publica�es en de start van de uitgebreide procedure ex afd. 3.4 Awb op deze wijze te voorkomen. Ook dat is uiterst onzorgvuldig te noemen.

3. Gronden 3.1.

Naast al het voorgaande wenst

nog het volgende naar voren te brengen.

De raad is in dezen niet bevoegd / vvgb kan niet aan de orde zijn 3.2.

Bij het doen van de aanvraag op 13 januari 2017 is door er uitdrukkelijk op gewezen, dat een deel van de stal is gelegen buiten het bouwvlak en is op dat punt nadrukkelijk een beroep gedaan op het geven van toepassing aan de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied

6

Noord (hierna: “het Bestemmingsplan”). En daarbij is het in dezen toepasselijke ar�kel 3.7.1 van de voorschri�en uit het Bestemmingsplan ook aangehaald. 3.3.

Dat ar�kel 3.7.1 luidt als volgt: 3.7.1 Ten behoeve van het vergroten van het bouwvlak a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van het vergroten van een bouwvlak met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’, met dien verstande dat: 1. wijziging van de begrenzing van het bouwvlak alleen toelaatbaar is, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; 2. de noodzaak tot uitbreiding aangetoond dient te worden door middel van een bedrijfsplan waarbij tevens moet worden aangetoond dat sloop en herbouw van bedrijfsgebouwen niet tot de mogelijkheden behoort; 3. de vergroting van het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar dient te zijn; 4. de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals genoemd in artikel 3.1 aanhef en onder q niet onevenredig worden aangetast; 5. bouwvlakken vergroot mogen worden tot ten hoogste 25% van het bouwvlak met een maximum van 1,5 hectare. Een uitbreiding tot ten hoogste 2 hectare is toegestaan voor uitbreiding van grondgebonden veehouderijen, mits hierbij tevens; a. het eventuele belang van de waterwinning niet wordt aangetast; b. de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van het dierenwelzijn; c. de uitbreiding bijdraagt aan verbetering van de volksgezondheid. 6.

geen sprake mag zijn van een toename van de ammoniakemissie van het betreffende bedrijf dan wel aangetoond dient te worden dat geen significant negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden; 7. het verzoek wordt onderbouwd met een ruimtelijke onderbouwing waarvan een beeldkwaliteitparagraaf en een inrichtingsplan deel van uitmaken; 8. burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een agrarisch deskundige met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 1 en 2 wordt voldaan; 9. burgemeester en wethouders winnen, alvorens over de wijziging te beslissen, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder a sub 4 wordt voldaan.

3.4.

Daardoor is in dezen sprake géén sprake van toepasselijkheid van het bepaalde in ar�kel 2.12 lid 1, aanhef onder a ten derde Wabo, zoals in de stukken ten onrechte van uit wordt gegaan.

3.5.

Want de aangevraagde ac�viteit (vergro�ng bouwvlak) valt immers binnen de reikwijdte van de in de planvoorschri�en gegeven afwijkingsbevoegdheid. En daarop ziet het bepaalde in ar�kel 2.12 lid 1, aanhef onder a ten eerste Wabo, waardoor aan afgi�e van een verklaring van geen bedenkingen niet meer kan – en ook niet mag – worden toegekomen.

3.6.

Er is geen ruimte om nu opnieuw een nadere afweging te maken of aan een goede ruimtelijke ordening wordt voldaan. Het vastleggen van de wijzigingsbevoegdheid in ar�kel 3.7.1 van de planregels maakt dat het gebruik maken daarvan in overeenstemming met

7

een goede ruimtelijke ordening moet worden geacht. Dat is ook vaste Afdelingsjurispruden�e. 1 3.7.

Anders gezegd: met de in het Bestemmingsplan zelf opgenomen wijzigingsbevoegdheid hee� de Raad nu niet (meer) de bevoegdheid daar nogmaals over te oordelen. Dat kan ook niet (achteraf) worden “teruggehaald”, want daarvoor zou een regulier wijziging van het Bestemmingsplan voor nodig zijn.

3.8.

Nog anders gezegd: met het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het Bestemmingsplan is de goede ruimtelijke ordening daarvan reeds een gegeven.

3.9.

Er bestaat dan geen ruimte (meer) voor een andere afweging, met name niet in het licht van de wijze waarop de wijzigingsbevoegdheid in casu is vormgegeven en toegepast kan worden. 2

3.10. Heel duidelijk op dit punt is de Afdeling in de uitspraak van 16 januari 2019 3 (r.o. 4.4): […] In dit verband hee� de raad erop gewezen dat in ar�kel 12, lid 12.3, van de planregels de voorwaarde is opgenomen dat aangetoond moet worden dat de wijziging haalbaar is en dat het college de raad bij de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid moet betrekken. Dit standpunt van de raad volgt de Afdeling niet. Met het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid dient de realisering van een sportbestemming op de loca�e Slingerweg in beginsel planologisch aanvaardbaar te worden geacht. De raad hee� die beoordeling niet volledig verricht, althans inzichtelijk gemaakt. De raad hee� door middel van de wijzigingsvoorwaarden als opgenomen in ar�kel 12, lid 12.3, van de planregels die beoordeling doorgeschoven naar het moment waarop toepassing van de wijzigingsbevoegdheid aan de orde komt. De Afdeling acht dit niet in overeenstemming met het uitgangspunt dat reeds ten �jde van het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid de planologische aanvaardbaarheid van de daarmee mogelijk te maken nieuwe func�e in beginsel vast moet staan.

Uitsluitend het College is in dezen bevoegd 3.11. Uitsluitend het College is in dezen bevoegd. Dat is het College zelf overigens klaarblijkelijk ook van mening, nu het College zich van meet af aan op het standpunt hee� gesteld dat een vvgb niet benodigd is. wil daarvoor verwijzen naar de hierbij als Produc�e 8 overgelegde schri�elijke en (digitaal) ondertekende verklaring van ondergetekende (hierna ook te noemen: “de Verklaring”). 3.12. Voor zoveel nodig beroept zich ter zake ook uitdrukkelijk op het daarmee opgewekte vertrouwen, dat van de wijzigingsbevoegdheid gebruik gemaakt zou worden. 3.13. Dat geen vvgb mag worden gevraagd volgt wat betre� ook uit de vvgb zelf. Deze is vastgesteld door de raad op 22 november 2011 en wordt hierbij overgelegd als Produc�e 9. Dat zal later nog nader worden toegelicht.

1 Zie bijvoorbeeld ABRvS 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2023,.

2 Zie JOM 2014/570 en de al genoemde uitspraak van de Afdeling ECLI:NL:RVS:2014:2023. 3 JOM 2019/281.

8

3.14. Dat het in dezen een uitsluitend aan het College voorbehouden bevoegdheid betre� blijkt voorts uit de totstandkomingsgeschiedenis van het Bestemmingsplan zelf. Verwezen wordt naar pagina 4 van 7 van het besluit van de Raad tot vaststelling. 3.15. Overigens is vergro�ng van het bouwvlak in beginsel niet eens aan de orde, nu het de faco neerkomt op een effectneutrale aanpassing van de begrenzing. Een tekening waar dat uit blijkt wordt hierbij overgelegd als Produc�e 10. Stal is legaal – met vergunning - gebouwd 3.16. Niet juist is het kennelijke uitgangspunt, dat de stal illegaal/zonder vergunning zou zijn gebouwd. Zie de hiervoor al aangehaalde tekst van de besluitenlijst van de vergadering van de Raad van 6 maart 2018, waarin de wethouder verklaart dat met vergunning is gebouwd. Aan alle voorwaarden om te komen tot aanpassing begrenzing bouwvlak is voldaan. 3.17. Aan alle criteria waaronder toepassing kan worden gegeven aan het in ar�kel 3.7.1 van de planregels opgenomen wijzigingsbevoegdheid is voldaan. Puntsgewijs: • • •

• •

Zie de Nota van zienswijze/raadsvoorstel tot vaststelling van het Bestemmingsplan (p. 4 van 7): ook in casu is geen sprake van vergro�ng van het bouwvlak, maar veeleer van oppervlakteneutrale aanpassing; Wijziging is toelaatbaar, als ‘doelma�ge bedrijfsvoering’ daartoe noopt. Niet of sprake is van een “volwaardig agrarisch bedrijf”, waar in de beide ontwerpen van uit gegaan lijkt te worden; Overigens afgezien van het feit dat in casu wel sprake is van een volwaardige bedrijfsvoering; uit een eerder advies van de Abc uit 2014 aan uw College in verband met de realisa�e door van een weideschuur blijkt dat de Abc de onderneming als een volwaardige onderneming/normaal agrarisch bedrijf zag, en waarmee nut en noodzaak van de stal (impliciet) is erkend. Dit zal later nog nader kunnen worden toegelicht. Het College kan de Abc op grond van de planregels aan niet méér laten toetsen dan aan art. 3.7.1. onder a, sub 1 en sub 2: doelma�ge bedrijfsvoering noopt ertoe en bedrijfsplan. Sloop alleen van oude bebouwing was niet voldoende: terugleggen voorgevel gebouw wens van welstand i.v.m. zichtbaarheid bestaande boerderij;

3.18. Meer en/of andere toetsingsgronden kunnen in casu niet aan de orde zijn nu zich niet de situa�e als bedoeld in art. 2.12 lid 1 sub a ten 3e Wabo voordoet! Het nader advies op het punt van de cultuurhistorische en/of landschappelijke waarden uit december 2019 lijkt buiten dat bestek te gaan, maar is overigens geen beletsel tot de gevraagde vergunningverlening over te gaan. Ook dit wordt nog nader toegelicht.

9

Conclusie Resumerend wil -

-

het volgende opmerken:

De Raad is in dezen niet bevoegd; De Raad dient het voornemen conform de Ontwerpverklaring te herroepen; Het is de uitsluitende bevoegdheid van het College toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid in het Bestemmingsplan; Mede in aanmerking nemende het gewekte vertrouwen dat tot vergunningverlening zou worden overgegaan als wordt voldaan aan de criteria van de planregels én gegeven het feit dat daar in alle objec�viteit aan is voldaan, dient het College thans tot verlening van de gevraagde vergunning over te gaan; Temeer nu al lang geleden is beves�gd dat sprake is van een ontvankelijke aanvraag en niet is gebleken van missende of ontbrekende informa�e.

Hoogachtend,

Guido Schipper Advocaat de genoemde Produc�es worden nagezonden.

10

PRODUCTIE 1

PRODUCTIE 2

PRODUCTIE 3

Die zienswijze was door mij, advocaat, namens ingediend tegen het voornemen van het college van B en W van S�chtse Vecht (hierna: “het College”) over te gaan tot handhaving, gericht op verwijdering van de stal. Namens is daarbij uiteengezet om welke redenen handhavend optreden uit zou moeten blijven en dat, in plaats daarvan, juist gekeken zou moeten worden naar de mogelijkheden tot legalisa�e van de eerder – mét geldige omgevingsvergunning – gebouwde stal. Dat voornemen was opgenomen in de brief van het College van 27 september 2016, welke als produc�e 1 bij de zienswijze is gevoegd. Verklaring van geen bedenkingen In diezelfde brief refereert het College aan het voorstel aan de raad om bedoelde verklaring van geen bedenkingen niet af te geven. De aanvraag waar het toen om draaide dateerde van 8 oktober 2015. Op dat moment was voor de loca�e van de stal nog van kracht het (nu voormalige) Bestemmingsplan Landelijk Gebied, nog vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Loenen. Dat oude bestemmingsplan maakte het niet mogelijk een omgevingsvergunning voor de stal te verkrijgen, zonder dat voorafgaand door de raad die zojuist al genoemde verklaring van geen bedenkingen zou zijn afgegeven. En die zou er, als opgemerkt, op 6 september 2016 niet gaan komen.

Overleg 26 oktober 2016 Na de intrekking op 6 september 2016 en na de ingediende zienswijze van 10 oktober 2016 heb ik, advocaat, namens op woensdagmiddag 26 oktober 2016 vanaf 13.30 uur ten kantore van de gemeente S�chtse Vecht een gesprek gehad met de heer F. Živković Laurenta, wethouder van de gemeente S�chtse Vecht en binnen het College verantwoordelijk portefeuillehouder. Bij dat gesprek waren daarnaast aanwezig de heren Emmelot, Ruis en De Smet, vanuit de ambtelijke organisa�e betrokken op de terreinen juridische zaken, planologie en handhaving. Gedurende bijna 1,5 uur zijn onder meer de mogelijkheden besproken, hoe alsnog gekomen kon worden tot legalisa�e van de stal. Ook is het (huidige) Bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord aan de orde gekomen, dat op 2 december 2015 door de raad was vastgesteld. En besproken is de inten�e van om – binnen de mogelijkheden van dat nieuwe bestemmingsplan – een “zo passend mogelijke” aanvraag te doen en ac�viteiten die zich daar niet mee zouden verdragen te staken en gestaakt te houden. Toezegging namens het College Namens het College is mij, advocaat, �jdens dat gesprek niet alleen de toezegging gedaan dat de aanvraag in alle objec�viteit zou worden beoordeeld, maar bovendien dat het College zich in dezen bevoegd achte én dat toepassing zou worden gegeven aan de bevoegdheid van het

2

College, om op grond van ar�kel 3.7.1. van de bestemmingsplanregels te komen tot vergro�ng van het bouwvlak. Mits uiteraard een ontvankelijke aanvraag werd gedaan en aan de voorwaarden zou worden voldaan als opgenomen in dat ar�kel. Desgevraagd is �jdens dat gesprek aan mij, advocaat, door de aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente beves�gd, dat voor het gebruik maken van die in ar�kel 3.7.1. van de planregels opgenomen wijzigingsbevoegdheid géén voorafgaande verklaring van geen bedenkingen van de raad benodigd is. Namens heb ik, advocaat, �jdens dat gesprek gemeld dat graag van die mogelijkheid gebruik wordt gemaakt en dat zo spoedig mogelijk een daarop gerichte en ontvankelijke aanvraag zou worden gedaan. Aldus opgesteld en naar waarheid opgemaakt te Haarlem, op de datum als aan het begin van deze verklaring vermeld en ondertekend door mij, advocaat,

3

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2

II

Mogelijkheden tot legalisatie

9. Het is niet zo dat de intrekking van de aanvraag nu daadwerkelijk elke vorm van legalisatie onmogelijk maakt. Sterker nog, stelt zich op het standpunt dat op grond van het vigerende bestemmingsplan zelfs eenvoudiger, dat wil zeggen: met de reguliere Wabo-procedure en zonder tussenkomst van de gemeenteraad, kan worden gelegaliseerd. Artikel 3.7.1 van de bestemmingsplanvoorschriften biedt de mogelijkheid om het bouwvlak te vergroten. Daardoor kan de gehele stal binnen het krachtens ditzelfde bestemmingsplan vastgestelde bouwvlak worden gebracht. 10. Ook aan de overige in voornoemd artikel neergelegde voorwaarden kan worden voldaan. is thans doende een aanvraag hierover voor te bereiden. Hiervoor is echter ook het nodige overleg met uw College en uw ambtelijke staf vereist. Deze vooraankondiging en de onverkorte dreiging van handhaving geven echter geen blijk van een mogelijkheid om legalisatie te bereiken. Dat is onterecht, nu nota bene het bestemmingsplan zelf voorziet in een mogelijkheid tot legalisatie. 11. Het aankondigen van het opleggen van een last onder dwangsom is voorbarig. U had , met de kennis van het vigerende bestemmingsplan, in de gelegenheid moeten stellen een nieuwe aanvraag in te dienen, dit keer op de juiste grondslag. verzoekt uw College dan ook het handhavingstraject op te schorten, zodat een procedure ter legalisatie kan worden gevolgd. III 12.

Onevenredigheid stelt zich voorts op het standpunt dat handhaving op de voorgestelde wijze in de gegeven omstandigheden onevenredig is. Daarbij speelt andermaal het vigerende bestemmingsplan een rol van betekenis. zal dit hieronder toelichten.

13. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is het zonder meer toegestaan om ten behoeve van een agrarisch bedrijf binnen het bouwvlak bebouwing op te richten. Dit betekent dat grofweg 2/3 deel van de bestaande stal zonder meer moet worden vergund, als hiervoor een aanvraag zou worden ingediend. In dit verband wijst er nogmaals op dat van niet toegelaten gebruik geen sprake is: het gebruik is agrarisch en staat ten dienste van de veehouderij-activiteiten. Dit is hierboven reeds beschreven. 14. Bovendien moet in dit verband worden bedacht dat de activiteiten waarover geen discussie bestaat dat deze agrarisch zijn, hoofdzakelijk in het gedeelte van de schuur dat buiten het bouwvlak is gelegen, plaatsvinden. Dit is een extra aanwijzing dat legalisatie op de wijze als hierboven beschreven, wel degelijk mogelijk is, althans dat het bestemmingsplan kennelijk mogelijkheden biedt om buiten het bouwvlak toch in een gebouw agrarische activiteiten te ontplooien. De vooraankondiging houdt hier echter – derhalve in tegenspraak met het door de raad vastgestelde bestemmingsplan – geen rekening mee.

3

PRODUCTIE 1

PRODUCTIE 2

Fokverbod dreigt voor dikbillen die niet natuurlijk afkalven | Levende Have

http://www.levendehave nl/nieuws/fokverbod-dreigt-voor-dikbillen-die-niet-natuurlijk-afkalven

(http://www.levendehave.nl/simpleads/redirect/14170)

di, 16/09/2014 - 14:05 — jinke

Staatssecretaris Dijksma houdt een fokverbod achter de hand voor het geval de fokkers van dikbillen er niet in slagen in 2018 het aantal keizersneden aanzienlijk te verlagen. Partijgenoot PvdA-er Tjeerd van Dekken heeft Dijksma in een motie gevraagd de stok achter de deur alvast klaar te zetten door een wetsvoorstel voor te bereiden.

http://www.levendehave.nl/be

(/teurlings-diervoeding

Van Dekken vindt het ethisch niet acceptabel is dat er op dieren structureel keizersneden worden toegepast. Binnenkort presenteren de stamboeken voor de Belgisch Witblauwe en het Verbeterd Roodbont een speciaal fokplan voor deze vleesrunderen. In 2018 moet voldoende voortgang zijn geboekt met de natuurlijke geboortes van kalveren, aldus Van Dekken. Zijn motie kreeg de steun van PVV, de twee 50+-leden, D66, GroenLinks, PvdA, SP en de Partij voor de Dieren, een meerderheid in de Tweede Kamer. De kwestie van de keizersneden - zo'n 85 tot 90 % van de kalveren komt niet langs natuurlijke weg ter wereld; dierenartsen werken op grote schaal mee aan kunstmatige geboortes - speelt al een aantal jaren. Sinds 2008 wordt er gesproken over mogelijkheden om via fokkerij de koeien een ruimer bekken te bezorgen, zodat de kalveren er gemakkelijker uit komen. Het te smalle bekken is door fokkerij ontstaan en kan dus door fokkerij ook weer worden opgelost. Het duurt echter wel enkele generaties voordat dikbillen net zo afkalven als andere vleesrassen.

(http://ad.zanox.com

http://www.levendehave.nl/arti

Redactie Levende Have

/levende-have-een-algemee

(nut-beogende-instelling

Reactie toevoegen (/nieuws/fokverbod-dreigt-voor-dikbillen-die-niet-natuurlijk-afkalven#comment-form) 2 van 6

5-10-2016 13:48

PRODUCTIE 4

PRODUCTIE 5

PRODUCTIE 6

Van: Stichting Agrarische beoordelingscommissie [mailto:info@abcommissie.nl] Verzonden: maandag 26 juni 2017 13:31 Aan: @gjlegal.nl> Onderwerp: Re: Slootdijk 1 te Loenen aan de Vecht_bevestiging afspraak bedrijfsbezoek 30 juni a.s. Geachte heer

,

Hiermee bevestig ik de met u gemaakte afspraak voor een bedrijfsbezoek op het adres Slootdijk 1 te Loenen aan de Vecht op vrijdag 30 juni a.s., om 11:30 uur. Onze commissie zal vertegenwoordigd worden door de heren

en

.

De adviesvraag van de gemeente Stichtse Vecht luidt: 'Het verzoek is te beoordelen of het gebruik past binnen de voorschriften van het bestemmingsplan.' Met vriendelijke groet,

Stichting Agrarische beoordelingscommissie, Namens deze, (secretariaat) tel. Postbus 357 3440 AJ Woerden

PRODUCTIE 7

PRODUCTIE 9

PRODUCTIE 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/38481