1. Toelichting Bp Bisonspoor 332.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Bisonspoor 332
Bestemmingsplan Bisonspoor 332
Projectnummer 0433960.100 Revisie 01 Datum 30 maart 2022
Auteur(s) J.D. van den Broek T.J. Peelen P. Ostendorf
Opdrachtgever Urban Renewal VOF Hertogswetering 157 3543 AS Utrecht
datum vrijgave beschrijving revisie 30 maart 2022 ontwerp
goedkeuring M. Schouten
vrijgave J. Sonsma
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Inhoudsopgave
blad 3 van 54
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Algemeen Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
5 5 5 7 7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4
Analyse plangebied Algemeen Ontstaansgeschiedenis en historie Bestaande structuur Beeldkwaliteit
9 9 9 10 12
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskaders Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie beleid
15 15 17 18 21
Hoofdstuk 4 4.1 4.2
Visie en uitgangspunten Gebiedsvisie Locatie specifieke ontwikkelingen
23 23 24
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15
Onderzoeken Bodem Geluid Luchtkwaliteit Geur Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Cultuurhistorie en archeologie Flora en fauna Water Ladder duurzame verstedelijking Duurzaamheid Windhinder Plan m.e.r.
27 27 27 28 30 31 34 35 38 39 40 42 43 44 46 46
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Juridische planbeschrijving Algemeen Wat is een bestemmingsplan Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Indeling regels Toelichting regels
49 49 49 49 50 51
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Juridische uitvoerbaarheid
53 53 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Toelichting
blad 4 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1
Algemeen Centraal in Maarssenbroek bevindt zich winkelcentrum “Bisonspoor”: een gebied waar winkelen, werken en wonen gecombineerd wordt. Het gebied, dat is opgebouwd in de 70'er en 80'er jaren van de vorige eeuw, is toe aan renovatie. De ligging direct aan het station maakt het centrumgebied zeer goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Grote steden als Utrecht en Amsterdam zijn hierdoor makkelijk en snel te bereiken. De vraag naar woningen nabij de stad en/of goede infrastructurele voorzieningen is groot. Maarssenbroek kan dienen als uitvalsbasis voor de overloop vanuit de stad. Het voornemen bestaat om ter hoogte van Bisonspoor 332 te Maarssen de locatie te herontwikkelen tot 75 appartementen. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In de huidige situatie is in het plangebied een kantoorpand aanwezig.
Figuur 1.1: Impressie van het toekomstige gebouw. Bron: VO set Bisonspoor 332 (Urban Renewal VOF, Klunder Architecten, 2021).
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied Bisonspoor ligt centraal in Maarssenbroek, ten zuidwesten van het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) en de spoorverbinding Amsterdam-Utrecht en ten noordoosten van de Rijksweg A2. Het plangebied bevindt zich aan de zuidwestzijde van winkelcentrum Bisonspoor. De plangrenzen worden gevormd door de as van de weg aan Bisonspoor en omliggende fietspaden en een sloot. De planlocatie omvat in de huidige situatie een inmiddels gedeeltelijk leegstaand kantoorgebouw (met leegstandsbeheer) met parkeervoorziening.
blad 5 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Figuur 1.2: Ligging ontwikkeling (rode marker) in Maarssenbroek.
Figuur 1.3: Begrenzing van het plangebied
blad 6 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
1.3.1
Algemeen Het vigerende bestemmingsplan van het plangebied is 'Woongebied Maarssen' (hierna: het geldende bestemmingsplan). Het plangebied kent de bestemming 'Gemengd'. Verder wordt het plangebied omringd door gronden die grotendeels als 'Centrum' bestemd zijn en in mindere mate bestemd zijn als 'Maatschappelijk', 'Groen', 'Wonen', 'Verkeer' en 'Water'.
Figuur 1.4: Verbeelding vigerend bestemmingsplan. Bron: ruimtelijkeplannen.nl.
1.3.2
Strijdigheid Het realiseren van de beoogde ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan vanwege het ontbreken van de gebruiks- en bouwmogelijkheden binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Groen'. Binnen de huidige bestemming 'Gemengd' is het niet mogelijk om woningen de realiseren zoals beoogd in dit plan. Tevens zijn overhangende balkons binnen de bestemming 'Groen' niet toegestaan. Met een bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch kader geboden om de voorgenomen ontwikkelingen te kunnen realiseren. Na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zal het geldend bestemmingsplan ‘Woongebied Maarssen’ voor dat betreffende deelgebied komen te vervallen en worden vervangen door het nieuwe planologisch kader.
1.4
Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 is het plan beschreven in een visie met uitgangspunten. De relevante beleidskaders staan centraal in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat in op de sectorale aspecten en gebiedsonderzoeken, hoofdstuk 6 bevat de juridische toelichting en in hoofdstuk 7 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid toegelicht. Hoofdstuk 8 bevat ten slotte de samenvatting van de doorlopen procedure(s).
blad 7 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
blad 8 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Hoofdstuk 2
2.1
Analyse plangebied
Algemeen Bisonspoor behoort tot de gemeente Stichtse Vecht. Dit plangebied is gelegen in Maarssenbroek, een uitbreidingswijk uit de jaren '70 en '80 voor zo'n 23.000 inwoners nabij de historische kern van het dorp Maarssen. De belangrijkste ontsluitingsmogelijkheden in de omgeving zijn de Safariweg per auto en station Maarssen per trein.
2.2
Ontstaansgeschiedenis en historie Vanaf de middeleeuwen tot ongeveer 1970 was Maarssenbroek agrarisch gebied. De naam Maarssenbroek voert terug op een gebied met een moerasachtig karakter. Het contrast tussen Maarssen-dorp en Maarssenbroek is duidelijk zichtbaar, laatstgenoemde heeft een meer stedelijke uitstraling t.o.v. het dorpse karakter van Maarssen-dorp. Dit contrast wordt versterkt door de harde scheidslijn die wordt gevormd door het Amsterdam-Rijnkanaal en parallel daaraan de eerder aangelegde spoorlijn tussen Utrecht en Amsterdam. Samen met de aanleg van de snelweg A2 hebben deze drie elementen voor een groot deel bijgedragen aan de bereikbaarheid van Maarssen. Inmiddels bestaat Maarssenbroek uit veertien woonwijken. Het centrum van Maarssenbroek vormt het voorzieningencentrum voor heel Maarssen, maar heeft tevens een regionale functie met als hart het winkelcentrum, treinstation en omliggende functies. Het winkelcentrum Bisonspoor (fase 1) werd in 1981-1982 gerealiseerd. Het ontwerp, getekend door Groosman uit Rotterdam was voor die tijd erg modern met prefab gevelelementen. Het plan omvatte 11.000 m² winkels, 17.000 m² kantoor en 2.500 m² recreatieruimte. De oorspronkelijke stedenbouwkundige en architectonische uitwerking is karakteristiek voor de tijdsgeest waarin het complex gebouwd is en vertrekt vanuit structuralistische principes.
Binnen het structuralisme is een gebouw meer dan een optelling van functies. De architectuur moet menselijke activiteiten mogelijk maken en sociale contacten bevorderen. Gebouwen bestaan voornamelijk uit kleinere eenheden, meestal van dezelfde vorm, die zich op een of andere manier herhalen. De kleinere eenheden zijn gebaseerd op de menselijke maat en vormen samen een totaalstructuur.
blad 9 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Figuur 2.1: Structuur Bisonspoor De laatste jaren wordt gewerkt aan het opknappen van het gebied en de gebouwen. In 2011 is gestart met diverse kleinere renovaties en vervolgens het vernieuwen van de kantoortorens die op het winkelcentrum staan. Tegelijkertijd heeft het stationsplein een impuls gekregen met onder meer de nieuwbouw van het appartementencomplex aan de rand van Maarssen, de MAR'CS. Aan de andere zijde van het winkelcentrum is de oorspronkelijke sporthal gesloopt en is er een multifunctioneel centrum voor in de plaats gekomen. Het opknappen heeft zich in de meeste gevallen beperkt tot kleinschalige incidentele ingrepen met name op gebouwniveau. De rust en eenheid die voorheen uitging van de architectuur lijkt daarmee uiteengevallen in een diffuse verzameling van objecten zonder duidelijke oriëntatie en samenhang. Met het verdwijnen van de loopbruggen en door de komst van nieuwbouw is het winkelcentrum meer verscholen komen te liggen. De ontsluitingsring Bisonspoor voelt sinds deze nieuwe ontwikkelingen meer aan als een functionele expeditiestraat. De relatie en samenhang tussen het winkelcentrum en zijn omgeving is daarmee onder druk komen te staan. De meeste entrees zijn niet uitnodigend. Een uitzondering hierop vormt de noordoost zijde van het winkelcentrum, het MAR'CS en het stationsgebouw.
Samen omkaderen ze een plein dat een entree vormt tot beide functies (Stedenbouwkundig plan Bisonspoor, MAAN, juni 2017).
2.3
Bestaande structuur
2.3.1
Ruimtelijke structuur Maarssenbroek heeft een herkenbare ruimtelijke hoofdstructuur van deelgebieden (wijken) die voor autoverkeer worden ontsloten vanaf een interne ringweg. Een fijnmazig net van fiets- en voetpaden verbindt de wijken onderling voor het langzame verkeer, veelal ingebed in een doorlopende groen- en waterstructuur en gescheiden van het gemotoriseerde verkeer op de interne ontsluitingsring. De 14 deelgebieden, naar hun ligging aangeduid als '-spoor', '-kamp' of '-stede', zijn weergegeven in onderstaand figuur. De wijken zijn vergelijkbaar in omvang en bestaan uit voornamelijk rijen eengezinshuizen in twee bouwlagen met kap, gelegen aan woonerven of woonstraten, waartussen zich de groen- en waterstructuur slingert. Aan de voorzijde van de woningen is veelal sprake van een ondiepe voortuin, of, met name bij woonerven, van een onduidelijke overgang tussen openbaar en prive terrein. In de uitwerking van het stedenbouwkundig concept voor geheel Maarssenbroek hebben de deelgebieden elk een eigen ruimtelijke structuur gekregen. Toch bezitten zij een vergelijkbare uitstraling door het vergelijkbare programma (voornamelijk wonen), de herkenbare 70 en 80'er jaren architectuur met de bijpassende inrichting van de openbare ruimtes.
Drie deelgebieden wijken van dit algemene beeld af: het wijkcentrum Bisonspoor met winkels, woningen en kantoren in gestapelde bouw en hoogbouw, Antilopespoor met een afwijkend programma gestapelde woningen en Waterstede als recent gerealiseerde wijk, van geringere omvang en met een afwijkende, moderne architectuur.
blad 10 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Figuur 2.2: Deelgebieden Maarssenbroek Binnen de deelgebieden zijn twee principes voor interne ontsluiting herkenbaar, namelijk: 1. lusstructuur; 2. boom-/vorkstructuur. Bisonspoor, het deelgebied dat binnen dit bestemmingsplan valt, heeft overduidelijk de ontsluiting in een lusstructuur.
Figuur 2.3: Ontsluitingsprincipe Bisonspoor
blad 11 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
2.3.2
Functionele structuur Bisonspoor Het plangebied ligt aan de rand van winkelcentrum Bisonspoor. In de wijk Bisonspoor liggen het grootschalige winkel- en voorzieningencentrum van Maarssenbroek en het station met trein- en busverbindingen richting Amsterdam en Utrecht. Vanwege de centrale ligging en goede bereikbaarheid vanuit de regio heeft het overdekte winkelcentrum een bovenlokale winkelfunctie gekregen. In het voorzieningencentrum zijn winkels, kantoren en dienstverlenende bedrijven gevestigd. Rond het winkelcomplex zijn verschillende maatschappelijke voorzieningen aanwezig, zoals een politiebureau, bibliotheek, zwembad en een kinderdagopvang. Het winkel- en kantorencentrum Bisonspoor wordt ontsloten via de Safariweg, die ook dient als ontsluitingsweg van de aanliggende woonwijken. Ook is aan de Safariweg het NS-station Maarssen gelegen. De Safariweg vormt de buitenzijde van de wijk Bisonspoor en wordt daarom ook wel de buitenring genoemd. De structuur van Bisonspoor zelf wordt grotendeels bepaald door het winkel- en kantorencentrum, met hieromheen een binnenring. WoningbouwlocatieBisonspoor 332 Het huidige plangebied bestaat voor het ene deel uit bebouwing van de voormalige Utrechts Bestuursacademie en het andere deel een verhard parkeerterrein.
In de huidige situatie is er op locatie een gedeeltelijk leegstaand kantoor met thans leegstandsbeheer met aansluitend een maaiveld parkeerlocatie. Het gebied heeft een gesloten en verstedelijkt karakter.
Figuur 2.4: Vogelvlucht van bestaande locatie (bron: globespotter).
2.4
Beeldkwaliteit De stedenbouwkundige randvoorwaarden van de ontwikkeling zijn vastgelegd in het stedenbouwkundig kader en beeldkwaliteitsplan Bisonspoor. Dit beleidsdocument bevat ontwerpafwegingen en technische randvoorwaarden voor de totale ontwikkeling van Bisonspoor. Dit document is een vervolgstap op het bestaande Ambitiedocument Bisonspoor. Met het stedenbouwkundig kader en ambitiedocument wordt gestuurd op ruimtelijke en architectonische samenhang van de verschillende ontwikkelinglocaties. Het kader bevat daarom randvoorwaarden voor de hoogten van situering, hoogtes en beeldkwaliteit van gebouwen, de structuur van de openbare ruimte en het parkeren. Toetsing Het bouwplan wordt in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen getoetst aan het
blad 12 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
stedenbouwkundige kader en beeldkwaliteitsplan.
blad 13 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
blad 14 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Hoofdstuk 3
Beleidskaders Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
NOVI De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. De visie geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Betekenis voor het bestemmingsplan De NOVI heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn.
3.1.2
Structuurvisie infrastructuur en ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. Deze visie vervangt verschillende nota's, zoals: de Nota Ruimte; de Structuurvisie Randstad 2040; de Nota Mobiliteit; de MobiliteitsAanpak; de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Verder vervallen met de SVIR de ruimtelijke doelen en uitspraken uit de Agenda Landschap, Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta.In de SVIR staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040; een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Dit doet het Rijk op basis van de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven zowel bovengronds als ondergronds richting 2040 bepalen. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken.
Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; de bereikbaarheid verbeteren;
blad 15 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Betekenis voor het bestemmingsplan De SVIR heeft een dusdanig abstractieniveau dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het onderhavige bestemmingsplan van toepassing zijn.
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Betekenis voor het bestemmingsplan Vanuit het Barro volgen geen belemmeringen voor de onderhavige ontwikkeling.
3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte werd de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard gemotiveerd te worden met behulp van drie opeenvolgende treden. Deze treden borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van het Bro gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de regeling te vereenvoudigen, waarbij de effectiviteit van het instrument behouden moet blijven. Een onderzoek naar de behoefte heeft slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een functie of dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Concreet betekent dit dat met betrekking tot de (economische) behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of economische gevolgen van die vestiging ruimtelijke effecten (bijv. leegstand) relevant zijn. Artikel 3.1.6.
lid 2 van het Bro luidt als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Dat betekent: eerst bepalen of een nieuwe ontwikkeling een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft, vervolgens kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, daarna analyseren of het bestaande stedelijk gebied kan worden hergebruikt en tot slot afwegen of de ontwikkeling negatieve ruimtelijke gevolgen tot gevolg kan hebben. Betekenis voor het bestemmingsplan De Ladder voor duurzame verstedelijking wordt behandeld in paragraaf 5.12.
blad 16 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
3.2
Provinciaal beleid Gedeputeerde Staten hebben de ontwerpen van de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Utrecht en het bijbehorende milieueffectrapport (planMER) op 17 maart 2020 vastgesteld. Doordat de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treedt, is er ter overbrugging een interim Omgevingsverordening nodig.
3.2.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht In de Ontwerp Omgevingsvisie staat hoe de provincie Utrecht er in 2050 uitziet. Met de Omgevingsvisie geeft de provincie richting aan de toekomstige leefomgeving. In de Omgevingsverordening staan de regels die daarvoor nodig zijn. De provincie wil zich onder andere voorbereiden op: de extra woningen die gebouwd moeten worden; de toename van werkgelegenheid; de toename van verkeer; de energietransitie; de klimaatverandering; de veranderingen in de landbouw. Aan deze (nieuwe) ontwikkelingen wil de provincie ruimte geven. Verder vindt de provincie het belangrijk om de bestaande kwaliteiten van de provincie Utrecht te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. In de Omgevingsvisie zijn zeven thema’s uitgewerkt. Per thema maakt de provincie belangrijke keuzes: 1.
stad en land gezond: "We zorgen ervoor dat de woon-, werk- en leefgebieden gezond zijn en uitnodigen tot bewegen (te voet of per fiets). Ook willen we dat er in en rondom steden en dorpen voldoende groene gebieden zijn om te recreëren". 2. klimaatbestendig en waterrobuust: "We beschermen onze provincie tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Ook gaan we de bodemdaling tegen, met name in de veenweidegebieden." 3. duurzame energie: "We stimuleren energiebesparing, evenals het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water." 4. vitale steden en dorpen: "We bouwen nieuwe woningen en bedrijven vooral op plekken binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein, bus, tram en fiets te bereiken zijn." 5. duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: "We leggen nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden aan tussen de woon-, werk- en leefgebieden. Ook willen we beter gebruik maken van de bestaande wegen." 6. leven landschap, erfgoed en cultuur: "We zorgen goed voor de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen, en we willen dat veel mensen kunnen genieten van die fraaie plekken. Ook vinden we het belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) met het aantal inwoners meegroeit." 7.
toekomstbestendige natuur en landbouw: "We beschermen de natuur en leggen nieuwe natuurgebieden aan die we onderling met elkaar verbinden. We helpen boeren om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur." Betekenis voor het bestemmingsplan Het plan voorziet in een binnenstedelijk project en levert een bijdrage aan de woningbouwopgave, hier sluit de ontwikkeling aan bij het thema 'vitale steden en dorpen'. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met de Omgevingsvisie. blad 17 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
3.2.2
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht In de interim Omgevingsverordening zijn de belangen van de provincie Utrecht uit de omgevingsvisie juridisch geborgd. Bij de voorgenomen ontwikkeling dient rekening gehouden te worden met de regels uit de volgende provinciale beschermingsregimes: De duurzame verstedelijkingsladder (artikel 9.12 t/m 9.14). Natuurnetwerk Nederland (NNN) en beschermde houtopstanden (onderdelen 6.1 en 6.2). Betekenis voor het bestemmingsplan De effecten van de ontwikkeling op beschermde natuurgebieden (waaronder het NNN) worden behandeld in paragraaf 5.10. De toetsing aan de Ladder is opgenomen in paragraaf 5.12. Uit de bijbehorende onderzoeken volgt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling, het bestemmingsplan voldoet aan de Omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Toekomstvisie Stichtse Vecht 2013-2040 (Focus op Morgen) Algemeen De gemeenteraad Stichtse Vecht heeft op 29 januari 2013 de toekomstvisie ‘Focus op morgen’ vastgesteld. De toekomstvisie bevat vier hoofddelen: de kernkwaliteiten laten de sterke kanten van dit gebied zien. De trends en ontwikkelingen geven aan waar Stichtse Vecht in de toekomst mee te maken krijgt. De opgaven en kansen voor de toekomst zijn uitgesplitst naar mensen, gebied, economische vitaliteit en bestuurlijke opgaven. Ze laten de strategische vraagstukken, kansen en ontwikkelingen zien en wat de visie is. Het laatste onderdeel van de visie schetst het vervolg: de overdracht aan het college en de nog te ontwikkelen deelvisies. In voorliggend geval zijn met name het onderdeel opgaven en kansen ten aanzien van de thema’s ‘Mensen’ en ‘Gebied’ van belang. Hierna wordt op de desbetreffende thema’s nader ingegaan. Mensen De diversiteit in de kernen is van groot belang voor de leefbaarheid. Van hier uit geredeneerd is het belangrijk dat elke kern ‘vitaal’ is en dus ook een bepaalde mate van diversiteit qua bevolkingsopbouw kent. Hierbij zijn accentverschillen acceptabel: kernen trekken door hun ligging, voorzieningenniveau en uitstraling mensen aan of niet. De diversiteit staat onder druk doordat er geen goede doorstroming is op de woningmarkt.
Hierdoor zijn er steeds minder huisvestingsmogelijkheden voor starters en ouderen. Een goede verdeling van jong en oud is van cruciaal belang voor de vitaliteit van de samenleving. Samen met partners en ontwikkelaars zal in alle kernen gezocht worden naar mogelijkheden om starters te huisvesten. Zij zorgen voor aanwas van de gemeente. Naast ruimte voor starters is ruimte voor sociale woningbouw en vestigingsmogelijkheden voor middeninkomens nodig. Op deze manier 'kunnen we doorstroming bevorderen en een diverse bevolkingsopbouw nastreven'. De bouw moet passen binnen de opgave van behoud van de natuurwaarden en het historisch erfgoed in het gebied. Hierbij zal zoveel mogelijk binnenstedelijk naar een oplossing worden gezocht. Ook moet rekening gehouden worden met de identiteit en omvang van de kernen. Gebied Stichtse Vecht ligt tussen Utrecht en Amsterdam in en fungeert als een rustpunt. Zowel recreatief als op woongebied. Op economisch en cultureel gebied kan de gemeente niet concurreren met deze steden. Dat is ook niet de ambitie van de gemeente Stichtse Vecht. De komende jaren gaat de vergrijzing hard en als de gemeente niets doet loopt het aantal
blad 18 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
inwoners terug. Omdat dit gevolgen heeft voor de vitaliteit van de kernen, de kwaliteit en betaalbaarheid van maatschappelijke voorzieningen, is nieuwbouw noodzakelijk. Niet als doel op zich maar als een logische ontwikkeling. Het landschap blijft open en groen. De gemeente is en blijft een open gebied met kleinschalige woonkernen. Dat betekent voor de toekomst dat er geen grote, nieuwe en op zichzelf staande uitbreidingslocaties binnen de gemeente wenselijk zijn. Wel wordt bouwen beperkt toegelaten, waarbij het buitengebied zoveel mogelijk wordt ontzien. Om het inwoneraantal stabiel te houden is –gelet op de demografische ontwikkelingen- extra woningbouw noodzakelijk. De voorkeur gaat uit naar verdere verdichting van het binnenstedelijk gebied. Daar, maar ook in de kleinere kernen, wordt gedacht aan inbreiding- en verdichtingslocaties en creatief omgaan met mogelijkheden en kansen. Betekenis voor het bestemmingsplan In de Toekomstivisie is aangegeven dat de voorkeur uitgaat naar verdere verdichting van het binnenstedelijk gebied in plaats van uitbreiding buiten de rode contouren (landelijk gebied) en creatief om te gaan met mogelijkheden en kansen. Met het transformeren van het gebied tot hoogwaardige woon- en verblijfsgebied wordt invulling gegeven aan de beleidsambitie genoemd in de structuurvisie.
Met het plan wordt op een binnenstedelijke locatie, passend binnen het principe “inbreiding voor uitbreiding”, voorzien in divers aanbod aan woningen, zoals zowel vrije sector als sociale huurwoningen. De voorgestelde bebouwing zal ook qua hoogte en vormgeving een relatie zoeken met bebouwing in de rest van het centrum. Geconcludeerd wordt dat de structuurvisie de gewenste ontwikkeling niet in de weg staat.
3.3.2
Gemeentelijke Verkeers- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013 De Planwet Verkeer en Vervoer (1998) schrijft voor dat alle lagere overheden een zichtbaar en samenhangend verkeer- en vervoerbeleid moeten voeren, dat richting geeft aan de door het gemeentebestuur te nemen beslissingen op het gebied van verkeer en vervoer. Het is aan de gemeente om de beleidslijnen vast te leggen in een verkeersvisie, vastgelegd in een Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP), dat volgens de Planwet Verkeer en Vervoer moet passen binnen de regionale en landelijke beleidskaders. Het GVVP Stichtse Vecht 2013-2017 heeft ten doel een zichtbaar en samenhangend verkeeren vervoerbeleid te kunnen voeren, dat richting geeft aan de door het gemeentebestuur te nemen beslissingen op het gebied van verkeer en vervoer. Het GVVP bestaat uit verschillende onderdelen die op verschillende momenten zijn geactualiseerd, namelijk: Deel A (algemeen): juli 2013 Deel B (parkeren): juli 2015 Deel C (langzaam verkeer): maart 2016 Deel D (auto landbouw en vrachtverkeer): juli 2017 Deel E (trajectnota Zandpad): november 2017 Deel F (openbaar vervoer): april 2015 Betekenis voor het bestemmingsplan De relevante aspecten met betrekking tot verkeer en parkeren worden behandeld in paragraaf 5.5.
3.3.3
Woonvisie Op 2 juli 2019 heeft de gemeenteraad de Actualisatie Woonvisie 2017 - 2022 vastgesteld. Hierin beschrijft de gemeente Stichtse Vecht haar ambitie op het gebied van wonen in de gemeente aan de hand van de volgende thema's. voldoende betaalbare woningen, nu en straks;
blad 19 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
vergroten van het aanbod aan middenhuur; wonen met welzijn en zorg: aanbod verruimen; verduurzaming van de woningvoorraad; ruimte voor nieuwe woonconcepten en woonwagenstandplaatsen. De gemeente wil in deze actualisatie meer sturing geven aan de nieuwbouwopgave en concrete handvatten opnemen om hier ook daadwerkelijk uitvoering aan te kunnen geven. Betekenis voor het bestemmingsplan Met de onderhavige ontwikkeling met 75 appartementen met sociale huurappartementen en appartementen in de vrije huursector wordt ingezet op voldoende betaalbare woningen. Daarnaast zijn voor de herontwikkeling ambities gesteld die voldoen aan de nieuwste eisen in termen van duurzaamheid. Hiermee wordt ingezet op de verduurzaming van de woningvoorraad. Gesteld kan worden dat het bestemmingsplan in lijn is met de Woonvisie.
3.3.4
De Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 De welstandsnota maakt onderdeel uit van het kwaliteitsbeleid van gemeente Stichtse Vecht. De gemeente hanteert beoordelingskaders waarin aspecten voor de beoordeling van de welstand zijn verwerkt in beschrijvingen en criteria. De criteria gaan over het uiterlijk van gebouwen. Voor grote plannen die qua structuur en architectuur passen binnen het gebied zijn criteria opgenomen in de Nota waaraan getoetst wordt. Het bouwplan en de architectuur van het gebouw waarvoor dit bestemmingsplan gemaakt wordt wijkt echter af van het uiterlijk van de omgeving. Afhankelijk van de situatie worden soortgelijke, afwijkende plannen getoetst aan algemene criteria of wordt een nieuw welstandskader opgesteld. Betekenis voor het bestemmingsplan Het bouwplan wordt in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen getoetst aan de Welstandsnota.
3.3.5
Ruimtelijke agenda Stichtse Vecht 2013 De Ruimtelijke agenda Stichtse Vecht 2013 betreft een strategische agenda opgesteld door de gemeente Stichtse Vecht en Provincie Utrecht. In deze agenda zijn diverse ruimtelijke ontwikkelopgaven genoemd die op korte termijn door beiden partijen gezamenlijk worden opgepakt. In het voorliggende geval is van belang de opgave 'bevorderen woningbouw en binnenstedelijke ontwikkeling'. De opgave is opgesplitst in twee thema's; wonen en kantoren. Hieronder wordt het thema wonen verder uitgelicht omdat dit betrekking heeft op het plan. Wonen Gemeente Stichtse Vecht heeft in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie tot 2028 een binnenstedelijke woningbouwopgave van 1800 woningen. In de (provinciale) Kadernota Wonen en Binnenstedelijke ontwikkeling zijn ambities neergelegd met betrekking tot de afstemming van vraag en aanbod, efficiënt ruimtegebruik en toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Een concretisering voor de periode tot 2015 is neergelegd in het Actieplan Wonen en Binnenstedelijke ontwikkeling. Op een regulerende, stimulerende en participerende wijze wordt aan de ambities invulling gegeven. Ook gemeente Stichtse Vecht heeft de voorkeur uitgesproken om het binnenstedelijk gebied verder te verdichten, zodat het buitengebied wordt ontzien.
Betekenis voor het bestemmingsplan De onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de verdichting van binnenstedelijk gebied. Het bestemmingsplan is in lijn met de Ruimtelijke agenda.
blad 20 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
3.4
Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders die zijn gesteld op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Vanuit rijks- en provinciaal beleid volgen er geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling.
blad 21 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
blad 22 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Hoofdstuk 4
4.1
Visie en uitgangspunten
Gebiedsvisie De herontwikkeling aan de Bisonspoor 332 maakt onderdeel uit van de bredere gebiedsontwikkeling Bisonspoor. Het streefbeeld voor Bisonspoor is uitgewerkt in een stedenbouwkundig kader en beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 2). Bisonspoor verbindt kantoren, winkels, parkeren en wonen in een vernieuwend, duurzaam en aantrekkelijk gebied in Maarssenbroek. Een plek waar de vele functies elkaar verstreken. Waar zowel plaats is voor de individu als voor sociale interactie. Bisonspoor is een locatie met economische groei potentie. Om deze potentie te verwezenlijken zijn diverse stappen nodig om te komen tot een toekomstbestendig concept. Het doel van de opwaardering van de kwaliteit van het gebied is Bisonspoor een toekomstbestendig centrum waar je kunt wonen, ondernemen, winkelen en werken. Een bedrijvige plek voor bewoners, werknemers en ondernemers.
Figuur 4.1: Schetsbeeld toekomstig complex Bisonspoor. Bron: Stedenbouwkundige plan Bisonspoor Maarssen (MAAN, 2018). Bisonspoor kan een eigen, hedendaagse architectonische identiteit aannemen, waarbij wordt geleund op de eenheid en rust van het oorspronkelijke ontwerp en die lonkt naar de karakteristieke diversiteit van uitnodigende stedelijke centra. Het leunen komt onder andere tot uitdrukking in de aandacht voor de menselijke schaal en maat; een herkenbare routing door het gebied en eenduidigheid in het ontwerp van de openbare ruimte (als podium) voor de gebouwen. Het lonken heeft onder andere te maken met het verbijzonderen van de pleinen als onderdeel van de openbare ruimte; de zichtlijnen tussen de verschillende gebouwen door; en de uitnodigende en expressieve uitstraling van de gebouwen naar de omgeving. Zo krijgt blad 23 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Bisonspoor een divers, stedelijke uitstraling passend bij een uitnodigend centrumgebied. Aantrekkelijk voor meerdere doelgroepen (ondernemers en bewoners) en voor ieder wat wils. Door de prominente ligging aan de wijkontsluitingsweg en langs het spoor, bepaalt Bisonspoor het 'gezicht' van Maarssenbroek. Een vernieuwing van het winkelcentrum op zowel architectonisch als functioneel niveau is belangrijk voor een hoge waardering door zijn bezoekers en om zijn voorbestaan te garanderen. De functiewijzigingen en de uitbreidingen van het aantal woningen op de locatie kan er voor zorgen dat het Bisonspoor zijn bestaande functie in Maarssen en omgeving kan waarborgen en versterken.
Figuur 4.2: Beoogde maximale bouwhoogten toekomstig complex Bisonspoor. Bron: Stedenbouwkundige plan Bisonspoor Maarssen (MAAN, 2018).
4.2
Locatie specifieke ontwikkelingen Het onderhavige bestemmingsplan is van toepassing op het onderdeel voor Bisonspoor 332. Deze ontwikkeling bestaat uit de sloop van het bestaand pand en het realiseren van een nieuw wooncomplex met 75 appartementen en een half verdiepte tweelaagse parkeergarage. Hieronder is een impressie gegeven van de vormgeving van het gebouw. Het betreft huurappartementen, waarvan circa 30% van de appartmenten in gebruik genomen gaat worden als sociale huurwoningen. Dit komt overeen met 23 appartementen. De rest van de appartementen worden in de vrije huursector in gebruik genomen. Het gebouw bestaat uit vijf woonlagen en twee split-level parkeerlagen en heeft een hoogte van circa 20 meter. Het voorlopig ontwerp van de onderhavige ontwikkeling is bijgevoegd in bijlage 1, dit ontwerp vormt de basis voor het onderhavige bestemmingsplan. De entree van het gebouw ligt in het noordoostelijke gedeelte van het gebouw. De ontsluiting van de verdiepte parkeergarage vindt aan de noordoostzijde van het gebouw plaats. Aan
blad 24 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
alle zijden worden overhangende balkons gerealiseerd voor een alzijdig beeld. Rondom het gebouw bevindt zich een groenstrook met meerdere bomen. Voorafgaand aan de werkzaamheden voor de realisatie van het gebouw, moeten enkele bomen verwijderd worden nu deze niet duurzaam en veilig behouden kunnen blijven, hier dient rekening mee gehouden te worden in de vergunningenfase.
Figuur 4.3: Impressie van het toekomstige gebouw en de openbare ruimte, gezien van de ingang van het winkelcentrum. Bron: VO set Bisonspoor 332 (Urban Renewal VOF, Klunder Architecten, 2021).
Figuur 4.4. Onderlegger - Inrichtingsschets BURO MAAN.
blad 25 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
blad 26 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Hoofdstuk 5
5.1
Onderzoeken
Bodem Beleidskader Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Onderzoek In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 7. Slootdempingen De noordelijke slootdemping bestaat uit zintuiglijk schoon zand en in dit zand is 0,9 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Dit gehalte ligt (ver) beneden de grens voor nader onderzoek. Op de locatie van de zuidelijke slootdemping is puin in de kleiige ondergrond aangetroffen. Er is geen asbest aangetoond en er zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan PAK en lood gemeten.
Overig terrein Het veen dat vanaf een diepte van circa 1,5 m –mv. is aangetroffen, bevat maximaal licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen. In het zand en de klei (bovengrond) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In de zintuiglijk schone grond is geen asbest aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten. Vervolgonderzoek Na de sloop van het bestaande pand wordt het noodzakelijk geacht aanvullend onderzoek te doen naar de bodem onder het pand en de gedempte sloot onder het pand. Dit advies is overgenomen vanuit de vooroverlegreactie van de omgevingsdienst (ODRU). Conclusie De grond en het grondwater bevatten maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen. De kwaliteit van de grond en het grondwater vormt daarmee vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling van het terrein.
5.2
Geluid Beleidskader De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidhinder. Het doel van het akoestisch onderzoek is het bepalen of ter plaatse van de gevoelige bestemmingen die middels het bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, hinder ontstaat
blad 27 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
ten gevolge van verkeerslawaai en de wettelijke gevolgen daarvan. Het plangebied is niet gelegen binnen de geluidzone van wegen. Dit betekent dat er vanuit de Wet geluidhinder geen wettelijke geldende geluidgrenswaarden aan de orde zijn. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege wegverkeer wel inzichtelijk gemaakt en geduid. De berekeningsresultaten zijn getoetst aan de volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geldende grenswaarden. Wanneer de in de Wgh gestelde grenswaarden worden overschreden, dient beoordeeld te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn en/of er een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht. Hierbij dient het beleid hogere grenswaarde te worden betrokken. Onderzoek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Antea Group (2021) een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai opgesteld, het volledige rapport is meegenomen in Bijlage 6. Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen van de geluidbelasting op het nieuwe appartementencomplex. Het plangebied is echter niet gelegen binnen de geluidzone van wegen. Dit betekent dat er vanuit de Wet geluidhinder geen wettelijke geldende geluidgrenswaarden aan de orde zijn.
Desalniettemin is de geluidbelasting vanwege wegverkeer wel inzichtelijk gemaakt en geduid, om hiermee invulling te geven aan goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. Bij het nemen van een ruimtelijk besluit dient de gemeente namelijk de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting in acht te nemen als gevolg van omliggende wegen. Uit de berekeningsresultaten van de niet-gezoneerde wegen blijkt dat op de gevels van de nieuw te bouwen appartementen de geluidbelasting ten hoogste 54 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt ten gevolge van Bisonspoor en 49 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh als gevolg van de Safariweg. In analogie met de Wet geluidhinder wordt de (voorkeurs)grenswaarde van 48 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh overschreden, maar niet de maximaal toegestane geluidbelasting van 63 dB. Uit een overweging van mogelijke maatregelen volgt dat er redelijkerwijs geen bron- en overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn. Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van gezoneerde wegen. Volledigheidshalve is de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de 30 km/uur wegen wel inzichtelijk gemaakt. De cumulatieve geluidbelasting op de appartementen bedraagt ten hoogste 59 dB exclusief aftrek en 54 dB Lden inclusief aftrek. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke grenswaarden vastgelegd.
Aangezien de geluidbelasting binnen de marges blijft die uit de Wet geluidhinder volgen en bron- en overdrachtsmaatregelen redelijkerwijs niet mogelijk zijn, is er daarom sprake van een aanvaardbare geluidinvloed van de wegen op de voorgenomen woningen in het plangebied. Conclusie De geluidbelasting op de voorgenomen woningen is aanvaardbaar, het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
5.3
Luchtkwaliteit Beleidskader De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2
blad 28 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM1 0); Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit gevoelige bestemmingen. Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. Tabel 5.1: Grenswaarden uit de Wet milieubeheer voor NO2 , PM1 0 en PM2,5.
Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een plan/project niet in betekenende mate bijdraagt aan de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM1 0. Een plan/project draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de jaargemiddelde concentraties in de buitenlucht van zowel NO2 als PM1 0 niet meer bedraagt dan 3% van de grenswaarde voor die stoffen. Dit komt voor beide stoffen overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentraties met 1,2 µg/m3 . Plannen of projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, die onder het gelijknamige Besluit hangt, zijn categorieën van gevallen opgenomen die per definitie 'niet in betekenende mate' zijn. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een woningbouwontwikkeling van minder dan 1.500 woningen of een kantoorontwikkeling van minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlak. Deze ontwikkelingen hoeven dan niet nader onderzocht te worden op een eventuele bijdrage aan de luchtkwaliteit en hiervoor hoeft geen toetsing aan de grenswaarden plaats te vinden. Onderzoek NIBM Het voorgenomen plan voorziet in de ontwikkeling van 75 woningen.
De omvang van dit plan past binnen een in de Regeling niet in betekenende mate bijdragen aangegeven categorie van gevallen die standaard niet in betekenende mate bijdraagt. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg. NSL-monitoringstool In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op advies van de omgevingsdienst (ODRU) is aan de hand van de NSL-monitoringstool de luchtkwaliteit ter plaatse van het blad 29 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
plangebied geanalyseerd. De dichtstbijzijnde rekenpunten liggen aan de Burgemeester Raverijnweg, deze ligt op circa 430 meter van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg, ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De waarden voor 2030 laten zien dat de concentraties verder dalen (zie onderstaande tabellen). Hierdoor is er in en rondom het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat en wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Tabel 5.2: Achtergrondconcentraties stikstofdioxide en fijnstof nabij Burgemeester Waverijnweg in 2020.
Tabel 5.2: Achtergrondconcentraties stikstofdioxide en fijnstof nabij Burgemeester Waverijnweg in 2030.
Conclusie De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen, het aspect 'luchtkwaliteit' vormt daarom geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.
5.4
Geur Beleidskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (ge-projecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenaf-weging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Onderzoek In de directe nabijheid (circa 500 meter) van de ontwikkelingslocatie bevinden zich geen (intensieve) veehouderijen. Het uitvoeren van een nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Ook de bedrijfsmogelijkheden van omliggende bedrijven worden niet belemmerd. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.
blad 30 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
5.5
Verkeer en parkeren Beleidskader Functieprogramma In tabel 5.2 is het functieprogramma van de ontwikkeling opgenomen en gekoppeld aan een CROW-functie. Tabel 5.3: Functieprogramma Bisonspoor 332
CROW-verkeersgeneratiekencijfers In tabel 2.2 zijn de gehanteerde verkeersgeneratiekencijfers weergegeven. Gekozen is om net als bij de parkeerbalans uit te gaan van stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’ in stedelijke zone ‘centrum’. De gemeente Stichtse Vecht kiest in haar beleid bij woningen voor het gemiddelde kencijfers binnen de bandbreedte en plust daar 0,1 (ca. 10% bij op). Deze zelfde werkwijze is gekozen om goed aan te sluiten bij de parkeerbalans. Tabel 5.4: CROW-verkeersgeneratie-kencijfers
Met de verkeersgeneratie-kencijfers uit tabel 5.3 kan de verkeersgeneratie van de nieuwe functies berekend worden. Alle gebruikers van de nieuwe functies zullen gebruikmaken van de parkeergarage die gerealiseerd wordt in het pand. Verdeling van de verkeersgeneratie over de week De verkeersgeneratie van een ontwikkeling wordt berekend voor een weekdagetmaal. Vervolgens wordt dit weekdagetmaal door middel van een omrekenfactor vertaald naar een werkdagetmaal. Het werkdagetmaal wordt vertaald naar een spitsuur (bijvoorbeeld 8% voor woningen in de ochtendspits). De verkeersgeneratie tijdens de spitsmomenten bestaat uit aankomend en vertrekkend verkeer. In tabel 5.4 is de verdeling van het verkeer over de week weergegeven. Tabel 5.5: Verdeling van de verkeersgeneratie over de week
Parkeren De voor parkeren gehanteerde normen zijn afkomstig uit het 'GVVP Stichtse Vecht: deel B: Nota parkeernormen'. De daarop gebaseerde en bij berekening gehanteerde parameters zijn: 'sterk stedelijk', 'centrumzone' en 'maximale kencijfers'. Conform het 'GVVP Stichtste Vecht: deel B: Nota parkeernormen' wordt een parkeerbalans blad 31 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
opgesteld om te bepalen of aan de parkeernorm wordt voldaan. Onderzoek In het kader van de onderhavige ontwikkeling is door Antea Group (2021) een verkeersmemo d.d. 16 juni 2021 opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 4. De memo maakt gebruik van eerder onderzoek van Goudappel Coffeng (2019) en de door Goudappel opgestelde parkeerbalans d.d. 21 mei 2021. Het onderzoek en de parkeerbalans zijn opgenomen als Bijlage 3 en Bijlage 5 bij de toelichting. Verkeer Het gehouden onderzoek leidt tot de volgende conclusies: De verkeersgeneratie van Bisonspoor 332 bedraagt 291 mvt/weekdagetmaal, 322 mvt/werkdagetmaal en 29 mvt tijdens een avondspitsuur (maatgevend moment). De verkeersgeneratie kan op wegvakniveau probleemloos afgewikkeld worden op het wegvak Bisonspoor. De verkeersgeneratie zorgt niet voor congestie op het kruispunt Bisonspoor – Safariweg: de wachtrijlengtes en verliestijden nemen als gevolg van de ontwikkeling nauwelijks toe en vallen binnen de beschikbare opstellengte en gestelde grenswaarden. Parkeren In onderstaande tabel is de parkeerbalans voor de ontwikkeling opgenomen, met toepassing van de parkeernormen en de aanwezigheidspercentages. Tabel 5.6: Parkeerbalans
Uitgaande van bovenstaande berekening is de parkeerbalans sluitend. De parkeervraag is op de werkdagavond maximaal 72 (afgerond) parkeerplaatsen. In de ontwikkeling zijn op de eerste en tweede verdieping in totaal 72 parkeerplaatsen opgenomen. De ontwikkeling voorziet daarmee in de eigen parkeerbehoefte. Nadere toelichting verkeersgeneratie en effecten In de eerder genoemde notitie is de verkeersgeneratie van het plan Bisonspoor 332 berekend. Naar aanleiding van de reactie van de omgevingsdienst (ODRU) is een verdere toelichting geven op de generatie en de verkeerseffecten. Verkeersgeneratie ontwikkeling Bisonspoor 332 en salderen Uitgaande van de in Stichtse Vecht gehanteerde parameters ('sterk stedelijk', 'centrumzone' en 'maximaal kencijfer' en CROW 381) geldt – uitgaande van het programma- dat herontwikkeling van die locatie leidt tot een verkeersgeneratie van 550 (weekdag) tot 615 (werkdag) verkeersbewegingen per werkdag. Hoewel in de genoemde notitie niet opgenomen mag daar in beginsel het huidig gebruik van worden afgetrokken (salderen). Het huidige pand is 3 lagen en heeft daarmee een oppervlakte van ca. 1.900 m2. Bij het huidige gebruik (kinderdagverblijf begane grond, rest kantoorruimte), bedraagt de te salderen verkeersgeneratie (respectievelijk 159 + 63 =) 222 verkeersbewegingen per etmaal.
Per saldo resulteert herontwikkeling daarmee slechts in een beperkte 'netto' verkeerstoename van (615 – 222 =) 393 verkeersbewegingen per etmaal. Effecten toename verkeer blad 32 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
Voor berekening van de verkeerseffecten is gebruik gemaakt van de door de gemeente aangereikte verkeersonderzoek van Goudappel met in 2019 uitgevoerde verkeerstellingen. Deze gegevens zijn toegepast omdat het VRU 3.4 model niet goed de situatie weer geeft. Weliswaar is Maarssenbroek opgenomen in het VRU 3.4 model, doch is het model in dit deel (buitenrand van het model) onvoldoende gedetailleerd om daarmee (op kruispuntniveau) te rekenen. In het VRU-model is heel Bisonspoor als slechts 1 zone opgenomen, die volledig ontsluit via de zuidelijke ontsluiting van Bisonspoor op de Safariweg. De noordelijke ontsluiting is weliswaar in het model aanwezig, doch trekt nagenoeg geen verkeer (in model ongeveer 1/10) , terwijl zoals o.a. uit de tellingen van Goudappel blijkt, wel degelijk verkeer (ca. 1/3 van de verkeersgeneratie van Bisonspoor) gebruik maakt van de noordelijke ontsluiting. Ook door Arcadis (Mobiliteitsonderzoek Maarssenbroek, Arcadis, 16 september) was in een eerdere onderzoek al geconstateerd dat de zonevulling van het VRU 3.4 model voor Bisonspoor niet klopte. Om die reden is destijds met de gemeente afgestemd om uit te gaan van de actuele verkeerstellingen en op basis daarvan een prognose voor het toekomstjaar (2030) te doen. Dit is recent opnieuw besproken met de gemeente.
De op deze wijze bepaalde en berekende verkeersgeneratie is (overigens exclusief saldering)opgenomen in het eerder genoemde memo. Concluderend Conclusie uit die uitgevoerde berekeningen is/was dat de verkeerseffecten van herontwikkeling Bisonspoor slechts zeer gering zijn en -gelet op onder meer de intensiteiten op de verschillende delen van de Safariweg- slechts marginaal van invloed is. Uitgaande van de ongesaldeerde verkeersgeneratie is in 2030 op het drukste deel van de Safariweg (ten zuiden van Bisonspoor) sprake van een toename van 548 mvt/etm, oftewel op een totaal van 19.633 mvt/etm slechts 2,8%. Zou daarbij rekening gehouden zijn met saldering zou dat percentage nog lager liggen. Dergelijke aandelen vallen overigens ruimschoots binnen de veronderstelde nauwkeurigheid (+/- 10%) die worden gehanteerd voor prognoses met verkeersmodellen. Op basis van de slechts zeer beperkte verkeerstoename bij herontwikkeling van Bisonspoor 332 stellen wij voor de verkeerseffecten als verwaarloosbaar aan te merken en geen nieuwe verkeersberekeningen uit te voeren. Prognose 2030 en effecten andere ontwikkelingen In de nu gebruikte prognose voor 2030 is rekening gehouden met een (gemiddelde) verkeersgroei van 1% per jaar. De In de door Antea group uitgevoerde berekeningen is voor de intensiteiten op de Safariweg uitgegaan een 'autonome' verkeersgroei van 1%.
Deze is in onderstaande tabel vergeleken met het VRU 3.4 model. Waaruit de verkeersgroei in het VRU 3.4 model is opgebouwd is niet uit de beschikbaar gestelde gegevens (plots) te herleiden. Tabel 5.7: Vergelijking verkeersintensiteiten.
Met de gemeente is afgesproken dat zij navraagt met welke ontwikkelingen in het VRU 3.4 model rekening is gehouden. Los van de uitkomsten daaruit blijkt uit de tabel dat -overigens uitgaande van de blad 33 van 54
Ruimte - Antea Nederland B.V.
ontwerp bestemmingsplan Bisonspoor 332 Gemeente Stichtse Vecht Projectnummer 0433960.100
niet-gesaldeerde verkeergeneratie- dat de op basis van het onderzoek van Goudappel berekende intensiteiten voor de autonome situatie in 2030 al hoger liggen dan in het VRU-model. Impliciet zou die 'ruimte' gezien kunnen worden aangemerkt als effect van andere ontwikkelingen. Concluderend Daarmee kan worden gesteld dat naast de al aangegeven zeer beperkte omvang van de verkeerstoename, qua verkeersafwikkeling al is uitgegaan van een worst-case benadering en uitgaande van beide het voorgelegde verkeersonderzoek een goed beeld geeft van de effecten van herontwikkeling van Bisonspoor 332. Conclusie Er wordt voldaan aan de parkeernormen en de aanwezige infrastructuur kan het verkeer afwikkelen. Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.