1. Startnotitie Omgevingsprogramma Wonen.pdf
Tekst van het document
Startnotitie Beoogd Omgevingsprogramma Wonen Bestuurlijk opdrachtgever Wethouder Frank van Liempdt Ambtelijk opdrachtgever Simone Volmer Initiatiefnemer Beoogd projectleider Gemeente SV (Team Ruimtelijke Regie en Ontwikkeling)
Versie Datum 11-2-2025
Inleiding Er komen steeds meer diverse opgaven en ontwikkelingen op ons af die het thema wonen raken: het tekort aan woningen, de schaarse ruimte, de betaalbaarheid, steeds ouder wordende bevolking, mensen die langer thuis wonen en een toenemend aantal aandachtsgroepen. In zowel de Omgevingsvisie, Woonvisie 2023-2030 en de Woonzorgvisie, zijn de belangrijkste richtingen over ons woonbeleid vastgelegd. Richtingen die vragen om een integrale benadering, waarbij in onderlinge samenhang én met een langetermijnperspectief toekomstgericht op de opgave en ontwikkelingen (bij)gestuurd kan worden. Het juiste instrument hiertoe is een omgevingsprogramma. Waarom een omgevingsprogramma? Een omgevingsprogramma heeft aandacht voor een toekomstbestendige woningvoorraad in relatie tot wonen en zorg, leefbaarheid en duurzaamheid. Hiermee kunnen we integraal en overkoepelend (bij-) sturen op zowel de ruimtelijke opgaven als de opgaven vanuit volkshuisvesting. De diverse ambities en thema’s in de kaderstellende documenten vinden hierin hun nadere uitwerking en borging. Het werken met een omgevingsprogramma sluit bovendien aan bij de notitie werken met Omgevingsprogramma’s én de nieuwe Wet versterking regie Volkshuisvesting. Omgevingsvisie en omgevingsprogramma In de Omgevingsvisie wordt bij verschillende thema’s ingegaan op de kernwaarden wonen.
Heel concreet worden de ambities en doelen uitgesproken als: • Aantrekkelijke, bereikbare en gezonde leefomgeving voor wonen, werken en recreëren; • Het bieden van een gezonde leefomgeving: nieuwe woningen verder van drukke wegen bouwen conform de streefwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie; • Woningen die passen bij de vraag uit een kern; • Goede verdeling tussen jongeren/starters en ouderen/doorstromers. Uitgangspunt van de omgevingsvisie is om te werken met (vrijwillige) omgevingsprogramma’s. Een omgevingsprogramma is een uitwerking van het te voeren beleid, met daaraan gekoppeld doelstellingen en de maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken. 1 Het thema wonen leent zich bij voorbaat voor een thematisch programma. Juist omdat elke visie meerdere ambities en doelen in een bredere context bevat, welke het snijvlak van Ruimte en Samenleving raken. Ambities en doelen die om een integrale en domein overstijgende benadering vragen én een vertaling naar kwantitatieve en kwalitatieve (uitvoerings-)maatregelen. Maatregelen die we prioriteren, maar ook monitoren en daar waar gewenst bijsturen. Zo houden we grip op de woningbouwontwikkelingen, op ontwikkelingen in de bestaande wijken en kernen, maar nemen we ook de economie, sociale maatschappelijke én leefbaarheidsopgaven in acht.
We bouwen namelijk niet alleen maar betaalbare en toegankelijke wonen n versnellen dit, we houden ook rekening met bijzonder doelgroepen, vergunninghouders, onze omgeving, de schaarse ruimte en lange termijn ontwikkelingen. Een programma dat zit op het snijvlak van Ruimte en Samenleving 1 artikel 3.5 van de Omgevingswet meldt: ‘Programma’s bevatten maatregelen om aan een of meerdere
omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.’
Wet versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv) Naar alle waarschijnlijkheid treedt de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (hierna Wvrv) in 2026 in werking. Het leidt tot een groot aantal wijzigingen in de Omgevingswet, de Huisvestingswet 2014, de Woningwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt een grondslag aan de Omgevingswet toegevoegd om bij algemene maatregel van bestuur tijdelijk besluiten voor categorieën van projecten te kunnen aanwijzen, waarvan de versnelde uitvoering gewenst is vanwege zwaarwegende maatschappelijke belangen. De woonvisie vanuit de Woningwet wordt vervangen door het kerninstrument volkshuisvestingsprogramma. ‘Volkshuisvesting’ wordt hierbij als maatschappelijk doel van de Omgevingswet toegevoegd en wordt geborgd via een beleidscyclus. Het begrip woonzorgvisie komt niet meer terug, net zomin als de woonvisie zelf. Het beoogt binnen het sociale domein een overstijgende aanpak te realiseren. Nadrukkelijk wordt verbinding met zorg en ondersteuning, en daarmee de Wet maatschappelijke ondersteuning, gevraagd. Dit geldt ook voor de leefbaarheid, met de focus op de fysieke inrichting van de wijk. Het volkshuisvestingsprogramma krijgt uiteindelijk zijn uitwerking in het de gemeentelijke omgevingsplannen en omgevingsverordeningen.
Het volkshuisvestingsprogramma dient door het college van burgemeester en wethouders te worden vastgesteld. Kortom: Het Omgevingsprogramma Wonen is een uitwerking van onder meer de drie voernoemde visies. De ambities en thema’s worden integraal gekoppeld aan meetbare doelen en (uit)voerings-) maatregelen. Hiermee kunnen we anticiperen op wat komen gaat en daarbij ook rekening houden met integraal domein overstijgende aspecten. Hoewel het geen antwoord op álles geeft zorgt een omgevingsprogramma Wonen voor een duidelijke afbakening met andere programma’s met focus én realisatiekracht. Samengevat zijn de belangrijkste thema’s en ambities van de Omgevingsvisie, Woonvisie en woonzorgvisie: De Omgevingsvisie kent op het gebied van wonen de volgende ambities: 1. Nieuwe woningen bouwen in een gezonde omgeving, liefst op afstand van drukke wegen. 2. Woningen bouwen die passen bij de vraag van de inwoners uit de kern. 3. Woningen voor starters in de kleine kernen ten behoeve van de levendigheid. Woonvisie kent de volgende thema’s 1. Betaalbaar wonen 2. Een thuis voor iedereen 3. Wonen met zorg voor ouderen 4. Leefbaarheid en veiligheid 5. Duurzaamheid In de Woonzorgvisie wordt langs de volgende 5 lijnen ingezet op wonen en zorg via: 1. Voldoende, aantrekkelijk en divers aanbod aan woningen 2. Inclusieve wijken en kernen 3. Passende dienstverlening, zorg en begeleiding 4.
Samen verantwoordelijk 5. Bewoners aan het roer Het omgevingsprogramma Wonen beoogt bovenstaande ambities te realiseren door zelfbindende doelen te stellen en maatregelen te ondernemen. Het geeft geen antwoord op álles. Er is een duidelijke afbakening met andere programma’s voor de focus én realisatiekracht.
Kaders De belangrijkste landelijke kaders zijn: • Nationaal Woon- en Bouwprogramma • De volkshuisvestelijke prioriteiten van het Rijk • De Woningwet, het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting • Huisvestingswet • Omgevingswet
De belangrijkste regionale kaders zijn: • Woondeal 2022 – 2030 Regio U10 • Prestatieafspraken 2025-2030 De belangrijkste lokale kaders zijn: • Omgevingsvisie Stichtse Vecht (2022) • Woonvisie 2023-2030 Gemeente Stichtse Vecht • Woonzorgvisie 2021-2030 Gemeente Stichtse Vecht • Integraal Huisvestingsplan (2024) • Integraal Veiligheidsplan Stichtse Vecht 2023-2026 • Integraal beleidskader Sociaal Domein (2020)
Scope en afbakening van Omgevingsprogramma Van ontwikkelen tot beheren Veelal wordt het woord ‘omgevingsprogramma’ gebruikt om aan te geven hoe een nieuwe ontwikkeling gerealiseerd gaan worden. Onder de Omgevingswet moeten in een omgevingsprogramma meer typen maatregelen opgenomen worden, namelijk maatregelen om de leefomgeving te: - Beschermen; - Beheren; - Gebruiken; en - Ontwikkelen. Alle vier type maatregelen zullen terugkomen in het omgevingsprogramma Wonen. Thematische omgevingsprogramma’s Het omgevingsprogramma wonen is een thematisch programma. Dat houdt in dat het niet gericht is op één of meer specifieke gebieden in de gemeente, maar van toepassing zal zijn voor de gehele gemeente. Het thematische omgevingsprogramma Wonen is slechts één van de beoogde twaalf thematische programma’s die gemeente Stichtse Vecht wil ontwikkelen in de komende jaren. Het risico van toespitsing op een thema zou kunnen zijn dat de integraliteit verloren gaat. Daarom is het blijvend van belang om het omgevingsprogramma Wonen en in het geheel van de andere thematische programma’s te zien. Van ambitie naar doelstellingen In het omgevingsprogramma Wonen zal worden gewerkt met de door de raad vastgestelde kaders in de Omgevingsvisie, Woonvisie en Woonzorgvisie. Visies zijn echter geen statische documenten.
Juist de Omgevingswet heeft beoogd een visie niet voor langer termijn vast te leggen en eens per zoveel tijd opnieuw vast te stellen, maar juist via programma’s belangrijke thema’s uit te werken en vanuit daar de koers te bepalen. Dit betekent niet dat de ambities en doelen wijzigen, het betekent wel dat er bijgestuurd kan worden als de omgeving en andere maatschappelijk opgaven dat van ons vragen. Woonbehoefteonderzoeken en een PenC-cyclus zijn hierbij leidend. Doel: hoofd- en thema’s met subdoelen Op dit moment wordt er bij een aanvraag voor het realiseren van nieuwe woningen of transformaties voornamelijk getoetst op de ruimtelijke kwaliteit. Het is van belang om ook te kijken naar de behoefte van doelgroepen, de betaalbaarheid van de woningen, levensloopbestendigheid en duurzaamheid van de woningen, maar ook de buitenruimte het groen er omheen. Belangrijk is dat we regie op de ontwikkelingen houden en voorkomen we dat we bouwen zonder rekening te houden met domein overstijgende aspecten als ruimtelijke kwaliteit, gezondheid, klimaat en inclusiviteit, schaarste en langer termijn ontwikkelingen. Het hoofddoel bevat al deze elementen. Naast het hoofddoel kent het omgevingsprogramma Wonen vier thema’s met elk subdoelen. Zowel het hoofddoel als de thema’s met de subdoelen komen voort uit kaderstellende documenten door de raad vastgesteld.
Het is een samenvatting van de eerder bepaalde richting, welke gedurende de vaststelling van het omgevingsprogramma Wonen zijn nadere uitwerking vindt. Dit kan met zich meebrengen dat gelet op woonbehoefteonderzoeken er een aanscherping plaatsvindt, maar zonder dat ambities en thema’s uit de kaderstellende documenten opzij gezet worden. Gedurende het ontwikkelen
van het omgevingsprogramma Wonen kunnen meer doelstellingen worden toegevoegd als deze aansluiten op de ambities vanuit de raad. De doelstellingen met het ontwikkelen van het omgevingsprogramma Wonen worden SMART geformuleerd om zo het doelbereik te kunnen monitoren. Hoofddoel We streven ernaar dat iedereen binnen gemeente Stichtse Vecht fijn kan wonen. Nu maar ook in de toekomst. We houden hierbij rekening met de strategische woningbouwontwikkelingen, maar ook met de economie én sociale maatschappelijke en leefbaarheidsopgaven. Een vitale, krachtige en inclusieve samenleving met een juiste balans voor passende en betaalbare woning voor alle doelgroepen is het uitgangspunt. Een veilige en gezonde woonomgeving oog voor natuur en biodiversiteit horen hierbij. Thema’s met subdoelen 1. Beschikbaarheid 2. Leefbaarheid 3. Wonen en zorg 4. Duurzaam
Omgevingsprogramma Wonen Beschikbaarheid
Wonen en Zorg
Leefbaarheid
Duurzaam
Woningen bouwen die passen bij de vraag van de inwoners;
Een thuis voor iedereen;
Nieuwe woningen in een gezonde omgeving;
Kwalitatieve goede, duurzame en toekomst bestendige woningen;
Woningen voor starters en senioren in de kleine kernen;
Natuur en biodiversiteit;
Wonen met zorg voor ouderen; Betaalbaar wonen; Inclusieve wijken en kernen; Voldoende, aantrekkelijk en divers aanbod aan woningen; Levensloopbestendig.
Groen groeit mee. Passende dienstverlening, zorg en begeleiding
Leefbaarheid en veiligheid; Inclusieve wijken en kernen.
Van doelen naar uitvoerbaarheid: maatregelen De maatregelen zijn kwantitatief en kwalitatief meetbare eisen die leidend zijn bij de uitvoering van het thema en subdoelen. Per project of huisvestingsopgaven geven ze sturing opdat het hoofddoel, nu maar ook in de toekomst. In het Omgevingsprogramma Wonen zullen deze maatregelen nader worden uitgewerkt en de resultaten gemonitord. Werkwijze en beoogde projectorganisatie Voor het opstellen van het omgevingsprogramma Wonen dient een werkgroep te worden opgestart. Deze wordt geleid door een projectleider voor de duur van het opstellen van het omgevingsprogramma Wonen. Daarna dient het in de lijn terug te worden gelegd. De organisatie is dan in staat om met het programma te werken, maar ook jaarlijks te monitoren en bij te sturen. Essentieel hierbij is de nieuwe rol van een “coördinator” voor de vertaling van strategie naar uitvoering en waarborging van de PenC-cyclus. De (kleine) werkgroep wordt geleid door de projectleider in samenwerking met beleidsadviseur volkshuisvesting en de strateeg van het ruimtelijk en het sociale domein. Hierbij zal ad hoc gebruik worden gemaakt van de expertise: • • • • •
Voor de input voor data planning en monitoring; Voor de input vanuit andere beleidsvelden: duurzaamheid, mobiliteit, planologie; Van projectleiders woningbouw; Experts in vastgoed - en grondzaken; Voor de input vanuit andere programma’s
Participatie en belanghebbenden Belanghebbenden De gemeente onderscheidt onder andere de volgende belanghebbenden: gemeenteraad, provincie Utrecht, buurgemeenten, U10-samenwerkingsverband, huurdersorganisaties, woningcorporaties, marktpartijen (ontwikkelaars, beleggers, makelaars, architecten), zorginstanties, welzijnsorganisaties, de inwoners van de gemeente. Participatie Bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie, Woonvisie en Woonzorgvisie zijn uitvoerig overeenkomstig de Participatieleidraad van de gemeente Stichtse Vecht participatietrajecten gehouden. Hierbij zijn voornoemde belanghebbenden betrokken, maar zijn ook de Raad en het College betrokken geweest. Omdat het Omgevingsprogramma Wonen een nadere uitvoering van deze visies betreft, waarbij de uitgangspunten van de visies niet wijzigen, is opnieuw participeren niet noodzakelijk. Bij het omgevingsprogramma Wonen zullen wel de woningcorporaties betrokken worden. Dit wegens hun rol bij de realisatie van (een deel) van de huisvestingsopgave en de prestatieafspraken.
Procedure en afstemming met gemeenteraad Omgevingsprogramma’s zijn bedoeld voor de uitvoering en worden door het College vastgesteld. In samenspraak met de Raad is afgesproken om het startpunt van de op te stellen programma’s te peilen in de raadscommissie Fysiek Domein in de vorm van een startnotitie. Zo kan binnen de Raad worden gepeild of voldoende rekening wordt gehouden met de juiste opgaven en wordt gewerkt binnen het gewenste gebied. Na peiling van de startnotitie in de raadscommissie zal de ambtelijke organisatie onder aansturing van het college het programma opstellen en in de lijnorganisatie uitzetten ter uitvoering. Uit het omgevingsprogramma Wonen zullen onder meer regels voortvloeien voor het fysieke domein. Deze regels zullen worden vastgelegd in het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan wordt vastgesteld door de Raad. Gedurende de ontwikkeling en uitvoering van het omgevingsprogramma Wonen zal de Raad via informatieve commissievergaderingen op de hoogte worden gehouden van de voortgang. Indien extra kaders nodig zijn voor de uitwerking, zal de Raad worden gevraagd deze extra kaders te stellen. Daarnaast is het de verwachting dat nota’s worden opgesteld als beleidsmatige verdiepingsslag op het omgevingsprogramma Wonen. Een voorbeeld daarvan is de Nota Bijzondere woonvormen.
Wanneer deze nota wordt uitgewerkt, zal de raad over worden geïnformeerd over het proces en de inhoud.
Financiële aspecten Er is geen budget noodzakelijk. Het opstellen van het omgevingsprogramma Wonen dient binnen de huidige capaciteit te worden gerealiseerd. Planning
Initiatief (2 weken) Organiseren van een Project Start Up (PSU); Besluit om de definitiefase in te gaan; Besluit wie de beoogd Ambtelijk Opdrachtgever is en wie de beoogd Projectleider; Regelen capaciteit van beoogd projectteam. Definitie 6 maanden De 2de stap van het project omvat de meest tijd. Dit is wanneer het Omgevingsprogramma Wonen en bijbehorend Uitvoeringsprogramma worden opgesteld. Deze stap is op te splitsen in 4 fasen. Analysefase (2 maanden) In de eerste fase na vaststelling van deze startnotitie doen we nader onderzoek op basis van de ambities, doelen en thema’s voor dit programma. We onderzoeken wat hiervan de status is en hoe zich dit verhoudt tot de doelstellingen van het omgevingsprogramma Wonen. De diverse nota’s, de eerdere genoemde visies en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s zijn hierbij het uitgangspunt. Ontwerpfase (2 maanden) In de ontwerpfase stellen we een conceptprogramma wonen op. Dat doen we op basis van de kaderstelling en de opdracht uit deze startnotitie, aangevuld met de informatie die we verzamelen in de analysefase. Daarbij bepalen we op welke trends en ontwikkelingen we willen inspelen en welke beleidskeuzes hierbij horen op basis de recente woonbehoefteonderzoeken. We kijken bovendien nadrukkelijk naar de andere omgevingsprogramma’s, waar ze elkaar raken en waar een integrale aanpak nodig is.
Planning en Monitoring (1 maand) De uitkomst van de analyse en ontwerpfase leidt tot strategische doelen en gekoppelde uitvoeringsmaatregelen voor de langer termijn. Om dit concreet een meetbaar te maken dient er een globale planning aan te worden gekoppeld. Monitoring en bijsturing is hier inherent aan. In de hoofdstukken Planning en Monitoring zal dit verder worden uitgewerkt. Uitvoeringsprogramma Wonen (1 maand) Om het strategische kader dat in het omgevingsprogramma Wonen staat te vertalen naar uitvoeringsniveau dient er een uitvoeringsprogramma (UP) te worden opgesteld. Langere termijn ambities en doelen worden hierin vertaald naar concreet meetbare te realiseren maatregelen op uitvoeringniveau. Ook bestaande uitvoeringsprogramma’s kunnen hier onderdeel van zijn. Voor de korte termijn (1 jaar) wordt vastgelegd waarop wij ons gaan richten. Tijdelijk projecten, concrete woningbouwplannen waaraan uitvoering wordt gegeven, maar ook aan welke maatregelen we daadwerkelijk gaan werken worden vastgelegd. Het UP wordt overeenkomstig het uitgangspunt in het Omgevingsprogramma Wonen jaarlijks gemonitord. De strategische woningbouwplanning vormt hiervan een onderdeel. Tevens wordt periodiek een woonbehoefteonderzoek uitgevoerd, maar ook wordt de behoefte vanuit de samenleving gepeild.
Zo kunnen we de voortgang bewaken maar ook de strategische ambities en doelen uit het omgevingsprogramma Wonen bijsturen daar waar nodig. Nadat de het Omgevingsprogramma Wonen en bijbehorende UP zijn vastgesteld wordt de uitvoering teruggelegd in de lijn. Om en vertaling tussen het strategische en operationele In onderstaand kort de vervolg stappen. Uitvoering Bewaken van de projectopdracht; Bewaken van het projectplan; Bewaken van informatievoorziening en archivering; Organiseren besluitvorming op faseovergangen; Besluit acceptatie projectresultaat door opdrachtgever. Afronding Overdracht van het projectresultaat worden terug in de lijn gelegd; Projectevaluatie wordt gehouden; Risico’s
Er zijn geen onoverkomelijke risico’s, wel is het belangrijk een aantal aspecten te benoemen waarvan duidelijk moet zijn dat ze het uitgangspunt zijn opdat het omgevingsprogramma Wonen op de juiste wijze wordt belegd en geborgd. Raad: De Woonvisie, Woonzorgvisie en de Omgevingsvisie zijn door de gemeenteraad vastgesteld. Het omgevingsprogramma Wonen is een uitwerking deze visies. De bevoegdheid voor het omgevingsprogramma Wonen ligt bij het college. Hierin wordt het uitvoerings- en toetsingskaders voor nu en de toekomst vastgesteld. Welke maatregel neem je? De raad wordt tussentijds geïnformeerd via raadsinformatiebrieven en via de informatieve commissies. Indien nodig wordt ook gebruikt gemaakt van een peilnota. Capaciteit Het belangrijkste is dat de voortgang wordt gewaarborgd opdat het omgevingsprogramma Wonen en uitvoeringsprogramma daadwerkelijk worden vastgesteld. Er dient voldoende capaciteit beschikbaar te zijn. Op korte termijn om voornoemde planning te realiseren, maar ook daarna ter monitoring en waarborging PenC-cyclus. Integrale benadering en domein overstijgende samenwerking Het omgevingsprogramma Wonen is het overkoepelden programma voor alle visies, beleidstukken en aanverwante stukken die voornoemde doel en subdoelen raken. Het is een kaderstellend document dat domein overstijgend moet worden benaderd.
Borging en monitoring Borging is essentieel voor het succes van het Omgevingsprogramma Wonen. Door middel van duidelijke verantwoordingsstructuren, regelmatige monitoring, kwaliteitsborging en de mogelijkheid voor bijsturing, zorgen we ervoor dat het programma zowel op korte als langer termijn voldoet aan de gestelde doelstellingen. De focus ligt niet alleen op de uitvoering van de woonopgave voor de gehele gemeente, maar ook op het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving en het behouden van draagvlak bij alle betrokkenen. Voor akkoord Opdrachtgever
Projectleider
datum
datum