CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ruimtelijke onderbouwing 26-11-25.pdf

Raad 27 januari 2026, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 10: Verklaring van geen bedenkingen voor 21 woningen aan de Dudok de Witstraat in Breukelen9.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Breukelen Ruimtelijke onderbouwing

GEEF DE RUIMTE AAN GOED WONEN IN BREUKELEN

Colofon Titel:

Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Breukelen Ruimtelijke onderbouwing

Auteur(s): Willem van Wagenberg &Rick van Soest Gemeente : Stichtse Vecht Projectnaam: Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat , Breukelen Projectnummer: 24062 Datum: 26 november 2025 Status: Definitief

Contactadres: Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven T 040 30 300 95 E contact@accentadviseurs.nl I www.accentadviseurs.nl

© Accent adviseurs, Eindhoven. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, microfilm of op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van Accent adviseurs.

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging en begrenzing Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

2. Planvoornemen 2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

3. Beleidskader 3.1 3.2 3.3

Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

4. Omgevingstoets 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Archeologie en cultuurhistorie 4.7 Natuurwaarden 4.8 Watertoets 4.9 Verkeer en parkeren 4.10 Windhinder 4.11 Schaduwwerking 4.12 Milieueffectrapportage

5. Procedure 5.1 5.2

Algemeen Maatschappelijke haalbaarheid

5 5 5 6 7

8 8 9

12 12 15 18

21 21 22 23 24 28 30 33 34 39 41 41 42

44 44 44

Bijlagen

46

Bijlage — 1 Verkennend bodemonderzoek 46 Bijlage — 2 Onderzoek wegverkeerslawaai 46 Bijlage — 3 Archeologisch bureau - en inventariserend veldonderzoek 46 Bijlage — 4 Stikstofdepositieberekening 46 Bijlage — 5 Quickscan Wet Natuurbescherming 46 Bijlage — 6 Nader vleermuizenonderzoek 46 Bijlage — 7 Ontheffingsaanvraag Wet Natuurbescherming 46 Bijlage — 8 Notitie parkeeradvies 46 Bijlage — 9 Schaduwstudie 46 Bijlage 10 —Aanmeldnotitie MER 46 Bijlage 11 —Verslagen omgevingsdialogen 46

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Dudok de Witstraat in Breukelen staat complex eenmet verouderd twaalf appartementen . Woningstichting Vecht en Omstreken wildit gebouw slopen en vervangen door een nieuwbouwcomplex met21 duurzame en goed toegankelijke appartementen. Het planvoornemen kan niet worden gerealiseerd op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Breukelen woongebied – geconsolideerd’ . Met een omgevingsvergunning op basis van artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wordt voor het project afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. Voorliggend rapport vormt de ruimtelijke onderbouwing voor de omgevingsvergunning.

1.2 Ligging en begrenzing Het plangebied ligt aan de Dudok 18 de -40Witstraat in Breukelen , gemeente Stichtse. De Vecht percelen staan bekend onder de kadastrale B-3650 nummers en-3649 B . Op dit moment staatcomplex er een met twaalf appartementenog diebewoondDe zijn. locatie wordt omgeven door voornamelijk grondgebonden woningen en appartementen en heeft een oppervlakte 1.685van m . Figuur 1geeft de ligging van plangebied het weer.

Figuur 1: plangebied

PAG5 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Breukelen woongebied “ - geconsolideerd ”, vastgesteld door de gemeenteraad 7 juli 2016 .op Figuur 2 geeft een uitsnede van de verbeelding. Het plangebied heeft binnen het geldende bestemmingsplan de enkelbestemmingen – 1’, ‘Groen’, ‘Tuin ‘Verkeer’ en ‘Wonen – 1’. Binnen de woonbestemming ligt het bouwvlak met maatvoeringen die de maximale bouwhoogte (10 meter) en goothoogte (7 meter) bepalen.

Figuur 2: uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan

Het beoogde gebouw wordt qua bouwmassa groter dan het . Daarnaast bestaande wijkt gebouw de ligging af van de bestaande situatie. De beoogde ontwikkeling past hiermee niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan waardoor een uitgebreide procedure conform de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt doorlopen. De aanvraag is immers voor 1 januari 2024 ingediend.

PAG6 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

1.4 Leeswijzer Deruimtelijke onderbouwing start na deze inleiding in hoofdstuk 2 met een verdere uitleg van de bestaande en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau behandeld. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 relevante omgevingsaspecten behandeld, zoals flora en fauna, archeologie Ten slotte enwordt akoestiek. in hoofdstuk 5 deprocedure toegelicht.

PAG7 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

2. Planvoornemen 2.1 Huidigesituatie Het plangebied ligt aan de Dudok 18 de -40Witstraat in de wijk De Poel in Breukelen. De wijk kent een gevarieerde bebouwing met woningen uit verschillende decennia De vandirecte voor n na de oorlog. omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door aaneengebouwde woningen in ruim opgezette straten met veel groen. Aan de zuidkant van het plangebied ligt de Dudokter dehoogte Witstraat, wat van het plangebied enkelvoor langzaam verkeer (voetgangers en fietsers) te bereiken . Verder is ligt het gebouw aan e noord d -, oost - en westzijde tussen bebouwing. Binnen het plangebied in de staat huidige situatie appartementencomplex een met twaalf wooneenheden . Het gebouw bestaat uit twee volwaardige bebouwingslagen met een plat dak. Op elke verdieping liggen zes woningen. Rondom de bebouwing ligt zowel -aan als zuidzijde de noord veel groen. Figuur 3 toont het vooraanzicht een van gedeelte van bestaande de bebouwing gezien vanaf het- en voet fietspad.

PAG8 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Figuur 3: vooraanzicht bestaande bebouwing

2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Bouwplan De beoogde bebouwing ziet toe op de sloop van het en huidige de bouwcomplex van een nieuw appartementencomplex. Het nieuwe woongebouw wordt en groter voorziet van bouwmassa daardoor ruimte voor de bouw van 21 appartementen voor de sociale sector. Het aanbod van sociale huurwoningen binnen Breukelen neemt hierdoor negen woningen toe met (21 minus 12) waarbij tevens een vernieuwingsslag plaats vindt. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen meteen maxim ale bouwhoogte circa van9,5 meter . De buitenruimte wordt aan de voorkant groen De groene ingericht. inrichting sluit aan op het

PAG9 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

voetgangerspad van de Dudok de Witstraat. Op het achterterrein is ruimte om de auto te parkeren en worden er bergingen gerealiseerd. Onderstaande afbeelding toont detoekomstige situatie.

Figuur 4: Situatie tekening Dudok de Witstraat

2.2.2 Parkeren De parkeeropgave zal deels , enbinnen deels buiten het plangebied worden opgelost. In de directe omgeving van het plangebied is hier ruimte voldoende voor beschikbaar. Paragraaf 4.9gaat nader in op het aspect parkeren. 2.2.3 Klimaatadaptatie Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect - en leefklimaat op het woon door hittestress en vraagt

PAG10 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

aandacht voor goede voorzieningen voor waterberging. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is e sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Het planvoornemen voorziet hier op de volgende wijze in:  De daken vanhoofdgebouw het en de bergingen krijgen een Groene groen daken dak. zorgen voor wateropvang om hevige regenbuien op te kunnen vangen en tevens deals dakisolatie van bebouwing.  Het planvoornemen voorziet in voldoende groen om hevige regenbuien op te kunnen vangen, zond dat er wateroverlast optreedt. 2.2.4 Duurzaamheid De gemeente Sticht se Vecht heeft veel aandacht voor duurzaamheid. In regionaal verband zijn prestatieafspraken gemaakt het middels convenant “Duurzame woningbouw Utrecht”. De initiatiefnemer is verplicht om de afspraken convenant uit het uit te voeren (niveau brons). De initiatiefnemerdaarnaast heeft aangegeven te voldoen aan de normen brons voor wat betreft MPG en BENG 1 en 3.

2.2.5 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot te van CO 2 drastisch verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransiti De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie i de grootste omslag, maar weok zullen bewust er ovan moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld.

De ontwikkeling draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie:  De woningen worden ‘aardgasvrij’ gebouwd, overeenkomstig de geldende wetgeving. Dat betekent dat er geen aardgas wordt gebruikt voor het verwarmen van het gebouw en het warme water, en ook niet voor het koken.

PAG11|Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het planvoornemen getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid van de verschillende overheden.

3.1 Nationaal beleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvis (NOVI) vastgesteld als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam ief voor de perspect leefomgeving.

Daarin is vermeld dat Nederland de komende jaren voor grote opgaven staat: de bouw van één miljoe nieuwe woningen, het opwekken van duurzame energie, het omgaan met klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie vragen meer eschikbaar ruimte dan is. Daarom er b moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend t houden. In de NOVI heeft de Rijksoverheid de nationale belangen . Hieronder opnieuw gedefinieerd volgen de nationale belangen ie relevant d zijn voor het planvoornemen: 1 Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van d fysieke leefomgeving ; 2 Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit ; 3 Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke ; leefomgeving 4 Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op ; de woonbehoeften 5 Waarborgen van een goede toegankelijkheid van ; de leefomgeving 6 Beperken van klimaatverandering ; 7 Realiseren van een toekomstbestendige circulaire ; economie 8 Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit) ; 9 Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater ; en

PAG12 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

10 Verbeteren en beschermen van natuur .en biodiversiteit Analyse Bovenstaande nationale belangen hebben direct of indirect invloed op de voorgestane planontwikkeling en daarmee op de inhoud van evoorliggend ruimtelijke onderbouwing . De vaak algemeen geformuleerde belangen zijn gespecificeerd in de verordeningen en beleidsregels van de verschillende (lagere) overheden. Door te voldoen aan die verordeningen en beleidsregels, geeft het plan invulling aan de nationale belangen. Een nderenkomt a in ruimtelijke deze onderbouwing aan de orde. Conclusie Het plan voldoet aan de Nationale Omgevingsvisie.

3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Hoewel de hiervoor beschreven NOVI de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt, blijve bepaalde onderdelen van de SVIR van toepassing tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de Omgevingswet is namelijk een aantal ruimtelijke gstaken ordenin van de Rijksoverheid overgedragen aan provincies en gemeenten en daarom niet meer verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet liggen die taken nog bij de Rijksoverheid. Dat betekent dat tot dan ook onderdele n van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van toepassing blijven. In deze paragraaf is het plan echter integraal aan de SVIR getoetst.

De SVIR geeft het kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, ngen enbela opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving. De reeds ingezette trend om aan de provincie en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR.

De SVIR bevat dertien nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, en het Natuurnetwerk Nederland. Een bescherming van die belangenhet is opgenomen Besluit algemene in regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1.3 ). Als aan dat besluit wordt voldaan, wordt tevens aan de SVIR voldaan.

PAG13 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Conclusie Het plan voldoet aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De in de SVIR opgenomen nationale belangen krijgen een wettelijke grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De werking van het Barro is naar plaats bepaald. Onderhavig plangebied ligt niet in een gebied waar de in het Barro beschermde belangen aan de orde zijn. Er is geen nadere toetsing nodig.

Conclusie Het project vormt geen belemmering voor de nationale belangen die middels het Barro beschermd zijn

3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Het doel va de Ladder voor duurzame verstedelijking is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen ing. Wanneer in de omgev sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet een beschrijving van de behoefte plaatsvinden en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied dieinbehoefte kan worden voorzien. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Ten aanzien van woningbouwlocaties geldt op basis van jurisprudentieen datsprake vanaf iselfvan woning een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is.

Bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied wordt in de Bro gedefinieerd als ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel va bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede d daarbij behorende openbare of sociaal culturele ingen, stedelijk voorziengroen en infrastructuur’. Het plangebied ligt in de bebouwde Breukelen kom van (bestaand stedelijk gebied). Het planvoornemen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op.

PAG14 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Behoefte Uit de paragra fen3.2.1en3.3.3blijkt dat er behoefte is aan de woningen beoogdedieontwikkeling de mogelijk maakt . De herontwikkeling van het plangebied met de in nieuwbouw totaal 21socialevan huurappartementen sluit aan op de provincialeambitie. en gemeentelijke Daarnaast worden 21 alle appartementen levensloopbestendig uitgevoerd (geschikt voor rollator en rolstoel) waardoor het planvoornemen ook aansluit op de kwalitatieve woningbehoefte. Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omda de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet erking kan treden. in w Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden.

In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid enIninclusiviteit. de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema’s de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen:  extra woningen die gebouwd moeten worden;  toename van werkgelegenheid;  toename van verkeer;  energietransitie;  klimaatverandering;

PAG15 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

 verandering in de landbouw;  versterking van natuur en recreatief groen.

Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is.

Uitwerking beleid in 7 thema’s De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde omgeving en veilige is beschreven leef in 7 thema’s: 1 Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon -, werk -, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene te recreëren. gebieden zijn om 2 Klimaatbestendig en water robuust Dit thema gaat over een duurzaam en -robuust en watersysteem, bodem een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, aan zoetwater een tekort of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). 3 Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie u wind, zon, bodem en water. 4 Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom.

Ook is het belangrijk dat deze plekken ijngoed met trein, bereikbaar bus, tram z en fiets. 5 Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar

PAG16 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindinge voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen on-, werk tussen -, en leefgebieden. de wo Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. 6 Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. dat het Ook is belangrijk cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. 7 Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren n omslag geholpen te maken om ee naar kringlooplandbouw.

Alle thema’s moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezond leefomgeving in balans blijven. Het concentreren bijvoorbeeld richt zich op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. In drie regio's (U16, Amersfoort Foodvalley) en werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier Breukelen aandacht. is de regio Voor U16van belang. In deze uitwerkingonder gaat het andere over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is datin de periode tot 2040 in de regio 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Analyse De beoogde ontwikkeling is in lijn met doelstellingen van de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Met de worden beoogde elfverouderde ontwikkeling woningen vervangen 21nieuwbouwappartementen door binnen de bebouwde Breukelen . kom Naastvan dat dit een positieve bijdrage aan de woningbouwopgave ert, van wordt derekening provincie lev

PAG17|Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

gehouden met de klimaatdoelstellingen van Zowordt de provincie. de openbare ruimte het rondom appartementengebouw groen ingericht en worden de platte groene daken daken voorzien . van Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met het bovengenoemde provinciale beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Stichtse Vecht In januari 2022 heeft de gemeente Stichtse Vecht haar Omgevingsvisie definitief vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities en keuzes voor onze fysieke leefomgeving. Denk aan d huizen en andere gebouwen, maar ook aan groen, en. De water Omgevingsvisie en weg beschrijft hoe de gemeente er in 2040 uit zou moeten zien. In de Omgevingsvisie Stichtse Vecht worden zeven thema’s beschreven die de rode draad van actuele onderwerpen vormen. Per thema wordt in de Omgevingsvis beschreven wateelt, er spde bijbehorende visie voor 2030/2040 en de programma’s/opdrachten die nodig zijn om deze visie te realiseren. Het betreft de volgende zeven thema’s: 1 Gezondheid voor iedereen 2 Ruimte voor de verstedelijkingsopgaven (wonen en werken) 3 Goede bereikbaarheid in een steeds vollere regio 4 Prettig leven in de kernen 5 Ruimte voor recreatie 6 Toekomstbestendig vitaal platteland 7 Werken aan klimaatverandering

Analyse De omgevingsvisie gaat niet specifiek in op de projectlocatie van het planvoornemen. De beoogde ontwikkeling bestaat uit het realiseren van 21 nieuwbouwappartementen die voldoen aan de (duurzam kwaliteitseisen van deze tijd. De woningen worden rd binnen gerealisee de contouren van de bestaande bebouwing en de wijk. Het plan draagt hiermee bij aan de verstedelijkingsopgave van de kern Breukele en aan het vitaal houden van de woningvoorraad.

PAG18 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Met de bouw van 21 sociale en levensloopbestendige huurwoningen voorzien in wordt de lokale behoefte aan dit type woningen. Door te bouwen voor de juiste doelgroep per kern ontstaat er een gemengde e evenwichtige bevolkingsopbouw. Dit zorgt voor bestaansrecht op omliggende voorzieningen. Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met de uitgangspunten van de gemeentelijke Omgevingsvisie. 3.3.2 Welstand Stichtse Vecht 2013 Het welstandsbeleid van de gemeente Stichtse Vecht is vastgelegd in de welstandsnota uit 2013 (‘Welstand Stichtse Vecht 2013’). Uit deze welstandsnota blijkt dat het plangebied is gelegen in een gebied dat wat betreft welstandsniveau gekwalificeerd is als ‘gewoon’. hetHet beleid is gericht op beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden, waarbij de grens met het beschermde gezicht aanvullende aandacht krijgt. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden nken gescho aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Op 6 juli 2023 is het conceptplan voorgelegd aan commissie de ruimtelijke .kwaliteit De commissie heeft een positief advies gegeven met een aantalOpopmerkingen. basis van deze opmerkingen is het ontwerp op onderdelen aangepast.

Conclusie In het kader van de verlening van de omgevingsvergunning wordt het bouwplan getoetst aan redelijk eisen van welstand, met in achtneming van de hierboven genoemde uitgangspunten en de gemaakte opmerkingen. 3.3.3 Woonvisie 2023 – 2030 De Woonvisie –2023 2030 is opgesteld voor een langere looptijd om aan te sluiten op de Woondeal tussen de regio U10Rijk, en het het Provinciaal Programma Wonen en Werken en de Omgevingsvisie van de gemeente Stichtse Vecht.

In het coalitieprogramma – 2026 2022is de ambitie opgenomen om voldoende betaalbare en passende woningen voor de inwoners van Stichtse Vecht aan te bieden. Daarbij hoort ook de uitdrukkelijke wen

PAG19 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

om de woningbouw te versnellen. Er zijn voldoende woningbouwplannen voor de komende jaren maa de uitvoering van deze plannen verloopt te traag. Hierdoor sluiten de kwantitatieve woningbehoefte e het woningaanbod niet op elkaar Ook isaan. er sprake van een mismatch tussen de kwalitatieve behoefte en het huidige aanbod. Er is bijvoorbeeld veel vraag naar betaalbare, grondgebonden koopwoningen en naar - en een tweepersoons huurappartementen. Het aanbod is echter minimaal.

Om het aantal te realiseren betaalbare woningen te vergroten worden in het woningbouwprogramma voorwaarden gehanteerd. Dat wil zeggen, 30%–sociale 30% middenhuur huur, 25 en 20% betaalbare koop tot € 300.000/€ 355.000. Vanaf de realisatie van zestien woningen wordt deze voorwaarden gehanteerd.

Analyse In de gemeente Stichtse Vecht is een grote behoefte aan woningen in het sociale huur segment. Voorliggende planvoornemen voorziet in de ontwikkelingen van 21 sociale huurwoningen op een locat binnen het bestaand stedelijk gebied. Het percentage sociale huur op de planlocatie De 21 zal 100% zijn. appartementen zijn allemaal tweekamerappartementen (ca. 50 m GO). De appartementen zijn levensloopbestendig en geschikt en rolstoel voor . De rollator appartementen zijn geschikt voor één en twee persoonshuishoudens. Zeven appartementen liggen op de begane grond en hebben een eigen tuin, de overige veertien appartementen liggen op de eerste en tweede verdieping hebben een balkon . De maximale huurprijs van de sociale huurwoningen wordt vastgesteld door de Rijksoverheid. Ten slotte heeft de initiatiefnemer aangegeven om het woningbouwplan zo duurzaam mogelijk te ontwikkelen. Het voornemen is om de gebouwen op de BENG eisen aan te laten sluiten. Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met de–Woonvisie 2030. 2023

PAG20 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

4. Omgevingstoets

Een planvoornemen moet goed kunnen functioneren in zijn omgeving en een gezonde leefomgeving kunnen vormen voor de toekomstige gebruikers. Dat betekent dat overlast door en op omliggende activiteiten moet worden voorkomen. Bovendien mogen orden er geen aangetast. waarden In dit w hoofdstuk is daarom een omgevingstoets opgenomen, waarin het planvoornemen wordt getoetst aan verschillende milieuaspecten en aanwezige waarden.

4.1 Bodem

De bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de (toekomstige) gebruikers van d bodem. Bovendien mag toekomstig gebruik van de bodem niet tot nieuwe bodemvervuiling leiden.

Analyse Om de bestaande bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy - en een verkennend bodem asbestonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport , d.d. 12 november 2024, is als bijlage 1 bijgevoegd. Het doel van het verkennend onderzoek is om middels een steekproef, de actuele bodemkwaliteit ter plaatse vast te stellen. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventue verontreiniging aan te geven.

De bovengrond isplaatselijk zwak tot matig betonhoudend, zwak baksteenhoudend en zwak kolengruishoudend. De bijmengingen die zijn aangetroffen ter plaatse van de gedempte sloot verschill niet in samenstelling ten opzichte van de rest van het terrein. de sloot Dit wijst vermoedelijk erop datis gedempt met gebiedseigen In de grond. bovengrond zijn de parameters nikkel, cadmium, lood in een licht verhoogd gehalte aangetroffen. In de ondergrond zijn de parameters cadmium, kwik, lood in een licht verhoogd halte ge aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Daarnaast er zijnop basis van het bodemonderzoek tijdens denterreininspectie op het geen maaiveld asbestverdachte materialen aangetroffen.

PAG21 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Gelet op de aard en mate van de aangetroffen wordt verontreinigingen er daarom geen nader onderzoek noodzakelijk geacht. Conclusie Het aspect bodemgeen vormt planologische belemmering voor het planvoornemen.

4.2 Geluid

In de Wet geluidhinder worden verschillende objecten, waaronder woningen, beschermd tegen bijvoorbeeld weglawaai en industrielawaai. De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten is geregeld in diezelfde wet. In een bestemmingsplanworden moet aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai nodig. In het onderzoek wordt de geluidsbelasting op de gevels het tevan realiseren woongebouw inzichtelijk gemaakt en getoetst aan het wettelijk kader. De berekeningen zijn gebaseerd op de Wet - enGeluidhinder, Meetvoorschrift Reken Geluid 2012 en het Besluit Geluidhinder. Analyse Wegverkeerslawaai De woningen zijn nieuwe geluidgevoelige objecten, die moeten voldoen aan de Wet geluidhinder. De realisatie van de woningen geeft daarom aanleiding tot het uitvoeren akoestischvan onderzoek een wegverkeerslawaai. Om de geluidsbelasting op de gevels inzichtelijk te een maken heeft Econsultancy akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai “Onderzoek uitgevoerd: wegverkeerslawaai Dudok de Witstraat, Breukelen ” (rapportnummer 21244.004 1 oktober d.d. 2024 ). Hetonderzoeksrapport is als bijlage 2 toegevoegd. De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen bedraagt ten hoogste 40 dB.

Er vindt geen overschrijding van de richtwaarde vanEr48gelden dB plaats. vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.

PAG22 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Industrielawaai Het plangebied ligt niet op of in de nabijheid van een geluidgezoneerd bedrijventerrein. Er is geen nadere toetsing aan het aspect industrielawaai als bedoeld in de Wet geluidhinder nodig. Een beoordeling van individuele bedrijvigheid in de g is directe opgenomen omgevin paragraaf 4.5 Bedrijven en milieuzonering. Conclusie Het aspect geluid geen vormt planologische belemmering voor het planvoornemen.

4.3 Luchtkwaliteit

Een gezonde lucht draagt bij een aan gezonde leefomgeving. De luchtkwaliteit is echter niet overal eve goed, als gevolg van zware industrie, (concentraties van) intensieve veehouderijen en drukke (vaar)wegen. Beoordeeld moet worden of er goed sprakewoon is- en vanleefklimaat. een Bovendien moet aangetoond worden dat een planvoornemen zelf niet bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Analyse

Goed woon - en leefklimaat Voor het planvoornemen zijn uitsluitend de effecten als gevolg van het wegverkeer aan de orde, omda de afstand tot de overige bronnen Omgroot te kunnen is. beoordelen ter plaatse of van het plangebied sprake is van een goed woon - en leefklimaat isetst geto aan de ‘Grootschalige Concentratie - en Depositiekaarten’ (GCN & GDN). Deze kaarten worden jaarlijks door het RIVM beschikbaar gesteld en z gebaseerd op een combinatie modelberekeningen van en metingen en geven een beeld van de luchtkwaliteit enitie depos voor zowel jaren in het verleden al in de toekomst. Uit de toets aan de GCNblijkt & GDN dat ter plaatse van het plangebied aandegrenswaarden wordt voldaan van onder meer dejaargemiddelde concentratie NO concentratie10en PM 2, dejaargemiddelde de jaargemiddelde concentratie PM2,5. Er is daarmee sprake van een -goed en leefklimaat woon ter plaatse van het plangebied.

PAG23 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Effecten op de omgeving De "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" bevat enkele categorieën van gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Ee project met maximaal 1.500 woningen nbijontsluitingsweg minimaal éé is zo’n geval. Het planvoornemende omvat nieuwbouw21van woningen en betreft daarmee een project dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van fijnstof in de buitenlucht. Er is geen nader onderzoek nodig. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.4 Externe veiligheid

Opslag, verwerking en vervoer- of van explosiegevaarlijke brand of giftige stoffen kunnen effect hebben op de veiligheid van personen in de omgeving van die activiteit. Zeker wanneer er zich een ongeval me die stoffen voordoet. In het kader van externe het aspect veiligheid moet worden uitgesloten dat een planvoornemen leidt tot een onaanvaardbare risicotoename met dodelijke afloop voor personen die g directe relatie hebben met de genoemde opslag, verwerking of vervoer. 4.4.1 Beoordelingskader Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnd veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijk ordening. Kernbegrippen In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal:

PAG24 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die enzelfde puntenplaatsgebonden met e risico verbinden. Voor -6 ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour /jaar hetvan meest 10 relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.

Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (tien personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste een oriëntatiewaarde norm, maar (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. llen van deHet verantwoordingsplicht invu is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen aan bod die kunnen of moeten Tabel komen. 1bevat een nadere uitwerking en toelichting van de onderdelen van de verantwoording, volgend uit de Handreiking verantwoordingspli groepsrisico. Bron

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico

Inrichtingen (Bevi)

Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen.

Buisleidingen (Bevb) Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden.

PAG25 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Transportroutes (Bevt)Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de -zone 200 meter bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Tabel1: onderdelen van de verantwoording

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft, nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen z

4.4.2 Analyse De beoogde woningen van het planvoornemen betreffen nieuwe kwetsbare objecten. Beoordeling van het aspect externe veiligheid is daarom noodzakelijk.

De externe veiligheidskaart geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten ten opzichte v het plangebied. Figuur 5 geeft een uitsnede van deze kaart.

PAG26 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Figuur 5: uitsnede externe veiligheid skaart

Uit de externe veiligheidskaart volgt dat er geen ofbuisleidingen inrichtingenin de omgeving van het plangebied aanwezig zijn die invloed hebben op het planvoornemen. Wel ligt het plangebied in de nabijheid vandecorridor Amsterdam -Rijn, spoorroute Breukelen – Duivendrecht en de A2. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van deze transportroutes dientde bestrijdbaarheid ligt en zelfredzaamheid worden beschouwd vanuit -, explosie een enbrand gifwolkscenario . Zelfredzaamheid De bewoners van het appartementencomplex kunnen am worden als zelfredza beschouwd. De mogelijkheden voor de zelfredzaamheid hangen van het scenario af. Bij een explosie zijn de mogelijkheden tot ontvluchting beperkt omdat het scenario bijna tot geen ontwikkeltijd kent. Is er dreiging van een explosie dan is het voor handelingsperspectief mensen dichtbij de bron ontruimen en van de bron van het gevaar af vluchten. Bij een toxisch scenario dient er snel gereageerd te worden. Het handelingsperspectief is schuilen, ramen en deuren gesloten houden en de ventilatie uitzetten.

PAG27 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Rampenbestrijding Toereikende bluswatervoorziening De brandweer dient snel te kunnen beschikken over voldoende bluswater te om een incident adequaat kunnen bestrijden. Voor de bluswatervoorziening en daarmee de bestrijdbaarheid dient het gebied te voldoen aan de handreiking bluswatervoorziening van de brandweer. Gezien de ontwikkeling zal de bestaande situatie qua bluswatervoorziening oeten al voldoende zijn, dit wordt m verder getoetst tijdens de aanvraag omgevingsvergunning. Bereikbaarheid Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een ramp of zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden. Een goede bereikbaarheid van het plangebied is hierbij Ofvan de essentieel belang. bereikbaarheidhet vanplangebied voldoende dient te is worden bekrachtigd door de veiligheidsregio. Risicocommunicatie Om te zorgen dat de personen in het beter plangebied op de hoogte zijn van de mogelijkheden om zich in veiligheid te stellen is een goede risicocommunicatie van groot belang.

Conclusie Gezien de benodigde groepsrisicoverantwoording moet de veiligheidsregio Utrecht om advies worden gevraagd inzake de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid .

4.5 Bedrijven en milieuzonering

Bedrijfsactiviteiten kunnen-uitstraling een milieu hebben op de omgeving en daardoor hinder of gevaar opleveren voor personen. Daarom moet getoetst worden dat:  het planvoornemen geen negatieve invloed heeft op omliggende milieugevoelige objecten, zoals woningen ;  omliggende bedrijfsactiviteiten geen negatieve invloed hebben op de nieuwe woningen binnen het plangebied .

PAG28 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

De handreiking “Bedrijven en milieuzonering” (VNG, Den Haag, 2009) bevat richtafstanden voor divers bedrijfstypen en vormt de basis voor De deze handreiking toetsing. maakt daarbij onderscheid in twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Omgevingstype Het omgevingstype van het planvoornemen is een rustige woonwijk. In de omgeving is slechts van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer. Invloed planvoornemen op omgeving Het planvoornemen betreft woningbouw. Woningen worden algemeen -uitstraling geacht geen milieu naar de omgeving te hebben. Invloed omgeving op plan Voor het plangebied zijn twee beeldbepalend locaties , zoals in te zien : is  OpEngel de Ruijterstraat ligt de 5 bestemming Gemengd ‘ - 1’ waarbij bedrijven tot milieucategorie 2 zijn toegestaan. De richtafstand voor bedrijven met milieucategorie bedraagt 30 meter.  Op Kerkplein 14A ligt de bestemming ‘Maatschappelijk’ waar een met basisschool een is gelegen milieucategorie 2. De richtafstand voor de basisschool bedraagt 30 meter.  OpJoris Dircksenstraat ligt20 de bestemming ‘Maatschappelijk - Zorginstelling ’ waar zorgwoningen zijn toegestaan. Zorgwoningen behoren maximaal tot de milieucategorie 2, waarmee de richtafstand 30 meter bedraagt.

PAG29 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Figuur 6: hindercontouren-bedrijf en milieuzonering

De hindercirkels van bovengenoemde locaties liggen niet over de grenzen heen en van het plangebied zijn daarom geen belemmering voor het planvoornemen.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het planvoornem

4.6 Archeologie en cultuurhistorie

Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekeni gehouden moet worden met aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn de aan een bouwwerk toegekende of een gebied waarden gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. Archeologische waarden zijn cultuurhistorische waarden die zich in de bodem bevinden.

PAG30 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

4.6.1 Archeologie Gemeente Stichtse Vecht heeft een Archeologische Beleidskaart vastgesteld, waarop het plangebied binnen een zone met een archeologische verwachting valt. Het plangebied WA4 valt in de zone ‘ Middelhoge tot hoge verwachting: stroomgordels , zieFiguur en crevasses 7. Conform het beleid moeten bodemingrepen met een diepte 30 centimeter van onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500mvoorafgegaan worden van een archeologisch onderzoek.

Figuur 7: uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Stichtse Vecht

De ontwikkeling zorgt voor een bodemverstoring met een oppervlak waardoor groter eendan 500 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk . Het onderzoeksrapport is “Archeologisch bureau - en verkennend bodemonderzoek ” (rapportnummer 21244.00 2 d.d.8 augustus 2024)isals bijlage 3 toeg evoegd. Gezien de in dit onderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden

PAG31 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doe om eventuele archeologische waarden te karteren afgaand en waarderen. aan dit Voor proefsleuven onderzoek is eenProgramma van Eisen (PvE) opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. ister Dittoetsing PvE voorgelegd aan het bevoegd engoedgekeurd gezag.

4.6.2 Cultuurhistorie In het kader van cultuurhistorie heeft de gemeente Stichtse Vecht een cultuurhistorische waardenkaar vastgesteld waar de waardering voor diverse bouwkunsten gedefinieerd staat in. Het planvoornemen omvat de sloop van het bestaande gebouw binnen het plangebied en tast geen cultuurhistorische waarden aan van de omliggende De te slopen gebouwen. bebouwing is aangeduid als ‘Waardevol pand’ . Het document ‘Waardevolle Levend Land gemeente Stichtse Vecht’ omschrijft dat waardevolle elementen, niet formeelobjecten beschermde met een positieve monumentwaarde, van belang voor de structuur en/of betekeniszijn van . het gebied In de cultuurhistorische waardenkaart huidige wordt voor pand het verwezen naar een toelichtend document. In het toelichtend document is het pand gewaardeerd op basis van drie thema’s; belevingswaarde, waardering intrinsiek en waardering Het complex context. heeft totaalwaardering een van ‘middel’. Dit heeft vooral te maken met de herkenbaarheid en gaafheid van het gebied.

Het huizenblok wordt gekenmerkt door grote vensters naast inspringende delen waar de terras balkondeuren op uitkomen. Door de boven elkaar geplaatste grote vensters en de witte panelen erond wordt de verticale component van de muren geaccentueerd. muren zijn opgetrokken De van rode machinale baksteen halfsteensverband in . De beoogde ontwikkeling zal aansluiten bij dezevan stijlhet vancomplex. bouwen Op deze manier wordt de beoogde bebouwing passend binnen de bestaande stedenbouwkundige ensemble van de wijk. 4.6.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geenplanologische belemmering voor het planvoornemen.

PAG32 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

4.7 Natuurwaarden De bescherming van natuurwaarden is geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet maakt onderscheid in gebiedsbescherming en soortenbescherming.

4.7.1 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied. Ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden moet effecten worden beoordeeld, de ‘externe werking’. Het gaat daarbij enerzijds om verstorende effecten als geluid, licht en trillingen op natuurgebieden ehorende tot het b Natuurnetwerk Nederland en anderzijds om stikstofdepositie op-gebieden. Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Op380meter ten noordoosten van het plangebied ligt de dichtstbijzijnde begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Doordat het plangebied buiten deze gebieden ligt en de provincie Utrecht geen externe werking kent, is toetsing aan de planologische erminggebiedsbesch niet van toepassing.

Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000. Het meest nabijgelegen -gebied Natura Oostelijke ‘ 2000Vechtplassen ’ bevindt zich op een afstand1,5 van kilometer circa oosten ten van het plangebied. Externe effecten als gevolg van licht, trillingen en geluid vanwege de voorgenomen ontwikkeling zijn gezien de afstand niet te verwachten.

Externe effecten als gevolg stikstofdepositie zijn op voorhand echter niet uit te sluiten. Om die reden i een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Bijbehorend rapport met de depositieberekeningen van d sloop -, bouw - en gebruiksfase is opgenomen bijlage 4.als Uit deze berekeningen volgt dat zowel in de bouwfase als de gebruiksfase wordt voldaan aan de grenswaarde (0,00 mol/ha/jaar) voor stikstofdepositie op Natura -gebieden. 2000 Het planvoornemen heeft geen negatief effect op Natura 2000. 4.7.2 Soortenbescherming Een quickscan natuurwetgeving is nodig om inzicht te geven in het mogelijke effect van een nieuwe ontwikkeling op beschermde flora Op20 en maart fauna. 2023 heeftonderzoeksbureau ATKB een

PAG33 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

quickscan wet natuurbescherming in het plangebied uitgevoerd , het rapport isbijlage als 5 aan deze onderbouwing toegevoegd . Op basis van deze quickscan kan de aanwezigheid vleermuizen van niet op voorhand worden uitgesloten. Om deze reden heeft onderzoeksbureau op 29 november ATKB 2023 een nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen uitgevoerd. Het bijbehorende onderzoeksrapport bijlage 6 aan isdeze als onderbouwing toegevoegd. Uit het nader onderzoek datblijkt er één zomerverblijf en twee paarterritoria van de gewone dwergvleermuis zijn aangetroffen. In de onderzochte woningen zijn geen verblijfsplaatsen vansoorten andere vleermuizen aangetroffen. Voor verstoringen van verblijfplaatsen dienen tijdelijke voorzieningen te worden aangebracht. Wanneer de ijfsplaatsen verbl worden vernield dienen er permanente voorzieningen aangebracht te worden. Ontheffing Wet natuurbescherming Door de sloopwerkzaamheden van de bestaande woningen worden verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden, namelijk:  artikel 3.1 lid 2, voor wat betreft het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten van huismus;  artikel 3.1 lid 4, voor wat betreft het opzettelijk storen van huismus. Ten aanzien van bovenstaande verbodsbepalingen isbij de provincie Utrecht een ontheffing aangevraagd. Deze is als bijlage 7aan deze onderbouwing toegevoegd.

4.7.3 Conclusie Het aspect natuurwaarden vormt geen planologische belemmering voor het planvoornemen.

4.8 Watertoets

In Nederland vraagt het aspect water steeds de aandacht. We hebben behoefte een schoon en voldoe water – niet te veel en niet te–weinig én we willen een veilige leefomgeving. De verandering van het klimaat vormt daarbij een extra uitdaging. e ontwikkelingen Ruimtelijk hebben vaak invloed op de waterhuishouding. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

PAG34 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

4.8.1 Beleid Volgens de Wet gemeentelijke watertaken (2008) is de gemeente verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van stedelijk -en hemelwater. afval De gemeente mag vervolgens zelf bepalen op welke wijze het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. heeft de gemeente Verder de zorgplicht voor het in openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen, om structurele problemen als gevolg van een voor de gebruiksfunctie nadelige grondwaterstand in openbaar bebouwd gebied zoveel mogelijk te voorkomen of te erken. bep Dit dient wel doelmatig te zijn en niet de verantwoordelijkheid te zijn van het Hoogheemraadschap of de Waterschap provincie. Amstel, Gooi enisVecht verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, het beheer van het waterpeil en waterveiligheid. Daarnaast is het Hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het zuiveren van Waterschap het afvalwater. is sinds de Het inwerkingtreding van de Waterwet (eind 2009) ook verantwoordelijk voor het beheer van het grondwater.

Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van d wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer ruimtelijkvan plan een en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke Waterschap beleid.isHet het eerste aanspreekpunt in het watertoetsproces, waarbij Water schap het rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid.

Hieronder is een overzicht gegeven van relevante nota's aangaande de waterhuishouding, uitgesplitst naar de verschillende bestuursniveaus. Allen hebben als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief e kwantitatief). Europees  Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal  Nationaal Water Programma -20272022 (NWP);  Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21);  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW);  Waterwet.

PAG35 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Provinciaal  Bodem - en waterprogramma provincie Utrecht (BWP);  Provinciale Structuurvisie;  Verordening Ruimte. Waterschap  Waterbeheerprogramma 2022– 2027  Keur Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2019  Legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Gemeentelijk  Gemeentelijk Rioleringsplan -2026 (GRP) 2022 4.8.2 Watersysteem

Watercompensatie Op basis van de ontwerptekeningen en de tekening van de bestaande situatie is voor het planvoornem bepaald hoeveel het toekomstige verhard oppervlak bedraagt. Onderstaande tabel toont de berekenin van het verhard oppervlak huidige in desituatie. Onderdeel

Oppervlak (m )

Percentage verhardingMeetellend (%) verhard oppervlak)(m

Bebouwing

473

100

473

(Half -)verharding

81

100

81

Groen

1.131

0

0

Totaal

1.685 m 

554m

Tabel2: verhard oppervlak huidige situatie 2 uit verhard oppervlakte. Het plangebied taat besin de huidige situatie 554m voor Onderstaande tabel toont de berekening van het verhard oppervlak in de beoogde situatie.

PAG36 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Onderdeel

Oppervlak (m )

Percentage verhardingMeetellend (%) verhard oppervlak)(m

Sedumdaken

576

60

346

(Half-)verharding

780

100

780

Groen

329

0

0

Totaal

1.685 m 

1.126m

Tabel3: verhard oppervlak toekomstige situatie

In totaal bestaat het plangebied toekomstige in de situatie voor1.126 m2 uit verhard oppervlakte . Er is dus sprake vantoename een van572m2 aanverhard oppervlak .

Volgens het geldende beleid van de gemeente Stichtse Vecht geldt dat de neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in één uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en of geborgen) moet worden op eigen terrein. Voor nieuwbouw projecten geldt verplicht de ingom op ieder perceel een voorziening te realiseren voorhet bergen van regenwater . Dezevoorziening dient 50mm neerslag te kunnen verwerken. Uit het oogpunt van het creëren van- en eenleefklimaat fijn woon en klimaatadaptatie worden daarom maatregelen getroffen om regenwater zo goed mogelijk tewordt kunnen het hemelwater opvangen. Zo opgevangen in infiltratiekratten die onder de parkeerplaatsen aan de achterzijde van het appartementengebouw worden engeplaatst w orden de platte delen dak van de woongebouwen voorzien van sedum. Deze daken houden water vast en er groeit (lage) beplanting op. Daarnaast wordt de openbare ruimte groen ingericht rdt en wo de verharding in de tuin uitgevoerd half-verharding. als Het groen kan daarmee ook water bergen. Watergangen InFiguur 8 is een uitsnede van de Legger van het Amstel, Waterschap Gooi en Vecht weergegeven .

PAG37 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Figuur 8: uitsnede legger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

InFiguur 8 is te zien datiner of direct aangrenzend aan het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig is. Het plangebied ligt ook niet binnen een beschermingszone watergangen . Het van planvoornemen heeft verder geen invloed op het oppervlaktewater. Bodem Er heeft geen specifiek onderzoek plaatsgevonden naar de infiltratiecapaciteit Uit het van de bodem. uitgevoerde bodemonderzoek (zie 4.1)paragraaf blijkt dat er ter plaatse sprakezavel is vaneneen licht e kleibodem . De waterdoorlatendheid redelijk goed. is Grondwater De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het circa plangebied 1,7meter onder bedraagt maaiveld, dit blijkt uit het uitgevoerde bodemonderzoek.

PAG38 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

Afvalwater Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden. Het vuile afvalwater zal op de bestaande in riolering de Dudok de Witstraat geloosd worden. Conclusie Het aspect water geen vormt planologische belemmering voor het planvoornemen .

4.9 Verkeer en parkeren 4.9.1 Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie zijn de kengetallen -publicatie 744 uit de CROW ‘Parkeerk encijfers 2024’gehanteerd. Specifiek gelden de gemiddelde kencijfers voor ‘matig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel bevat de berekening van de extra verkeersbewegingen als gevolg van het planvoornemen. Situatie

Type woning

Aantal

Maximaal kencijfer Verkeersgeneratie (mvt /woning/etmaal)(mvt/woning/etmaal)

Bestaand

Huur, appartement, sociale , 12 huur

2,7

32,4

2,7

56,7

Toename van

25 (24,3)

< 75 m2 bvo Beoogd

Huur, appartement, sociale , 21 huur < 75 m2 bvo

Tabel4: verkeersgeneratie planvoornemen

Het planvoornemen leidt tot een toename in verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie van maximaal 25voertuigen per etmaal. Gezien deze beperkte toename van verkeersbewegingen per etmaal wordt geen onevenredige hinder gevolg van deze toename op omliggende straten Dudok de zoals Witstraat, de ck Aerstsenstraat Huy en G.W. van Couwenhovenstraat verwacht.

PAG39 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

4.9.2 Parkeren Voor een goed functioneren van het planvoornemen en het voorkomen van overlast voor de omgeving moet het planvoornemen voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Om dit inzichtelijk te maken heeft BonoTraffics een parkeeradvies voor het planvoornemen opgesteld, (projectnummer d.d. 4 mei 2023 23 0078 ). Het parkeeradvies als bijlage is 8 toegevoegd aan dit rapport. De parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen een toename bedraagt van 13,5 parkeerplaatsen en11,9 parkeerplaatsen op het maatgevende moment . Er worden (werkdagavond) 9 parkeerplaatsen gerealiseerd op het achterterrein . Daarnaast worden naast er de woning Dudok de Witstraat 7 nogvier parkeerplaatsen aangelegd. In totaal worden er daarmee 13 parkeerplaatsen aangelegd waarmee wordt voldaan aanparkeerbehoefte de van op 11,9 het maatgevende .moment Figuur 9 toont 13 de parkeerplaatsen in de nieuwe situatie.

Figuur 9: Ligging parkeerplaatsen

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen planologische belemmering voor het planvoornemen.

PAG40 |Woningbouwontwikkeling Dudok de Witstraat Ruimtelijke Breukelen onderbouwing

4.10 Windhinder

In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen windhinder of windgevaar niet hoeft te worden meegenomen in de afwegingen. De beoordeling aspect windhinder van het vindt zijn grondslag in art 3.1 Wro de zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Daarvoor is het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar en deze te betrekken in de beoordeling noodzakelijk.

In 2006 is de NEN 8100 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ uitgekomen. De NEN 8100 is een privaatrechtelijke norm die niet is aangewezen in het Bouwbesluit of andere wetgeving, maar in Nederland wel de meest gebruikte normoeken is voorenhet beoordelen onderz van het windklimaat. De NEN 8100 geeft richtlijnen zowel ten aanzien van wanneer uitgebreid windonderzoek uitgevoerd dient te worden, als hoe het windklimaat eenduidig beoordeeld dient te worden.

Volgens het beslismodel uit de NEN 8100 is bij gebouwhoogtes vanaf 30 meter een uitgebreid windtun of CFD onderzoek nodig om het windklimaat nauwkeurig te beoordelen. Voor beschut gelegen gebouw tussen 15 en 30 meter hoog, en onbeschut gelegen n tot 30 gebouwe meter hoog moet een windhinderdeskundige beoordelen of een uitgebreid windonderzoek nodig is. Analyse Het woongebouween heeft maximale bouwhoogtecirca van 9,5 meter. Een toetsing op het planvoornemen door een windhinderdeskundige is derhalve niet nodig. Conclusie Het aspect windhinder vormt geen planologische belemmering voor het planvoornemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/3207/documents/63801