1. Gemeentelijk Rioleringsplan Stichtse Vecht 2022-2026 (aangepast nav cie Fysiek Domein 8-2-2022).pdf
Tekst van het document
Voor de komende planperiode wordt geadviseerd om voor variant 3 te kiezen. In deze variant sorteren we wel voor op de komende vervangingspiek, maar laten we de voorziening niet onnodig oplopen. Tijdens de volgende (financiële) actualisatie is meer zicht op de daadwerkelijke vervangingspiek op basis van actuele kwaliteitsgegevens en nieuwe restlevensduurberekeningen. Met deze gegevens bepalen we opnieuw het effect hiervan op de kostendekkendheid van het tarief.
53/53
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Evaluatie
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Tabel B 1 Plannen Activiteit
Frequentie
Toelichting
opstellen GRP
1 × 5 jaar
ja
opstellen jaarprogramma's
Jaarlijks
Nee, wordt ad hoc ingevuld
opstellen grondwaterbeleidsplan
Eenmalig
ja
opstellen beheerplan 'overige objecten'
Eenmalig
nee
opstellen / actualiseren meetplan riolering
Eenmalig
Ja, via contract met mous
ontwikkelen beheerplan water
Eenmalig
Ja, een baggerplan is opgesteld
opstellen incidentenplan
Eenmalig
Nee, dit moet worden geactualiseerd inclusief een veldoefening
Tabel B 2 Onderzoeken Activiteit
Frequentie
Toelichting
reguliere inventarisatie / registeren
Jaarlijks
Ja, is doorlopend aandacht voor
inventariseren kleppen, schildmuren en
Eenmalig
Nee
inventariseren kolken
Eenmalig
Ja
opzetten administratie storingen en
Eenmalig
Ja, loopt via onderhoudsmanagementsysteem
schuiven
uitgevoerd onderhoud gemalen
in H2GO
inventariseren duikers
Eenmalig
Nee
inventariseren watergangen
Eenmalig
Is gebeurd in kader van baggerplan
inventariseren drainage
Eenmalig
Nee, doorschuiven naar nieuwe planperiode
inventariseren funderingen van gebouwen
Eenmalig
Ja
reinigen en inspecteren vrijverval riolering
Planmatig
Ja
onderzoeken rioolvreemd water / OAS
Jaarlijks
Nee
aanpassen meetprogramma nav nieuw
Eenmalig
Ja
uitvoering meetprogramma riolering
Jaarlijks
Ja
uitvoering meetprogramma grondwater
Jaarlijks
Ja
onderzoek nav waterenquête 2014
Eenmalig
Nee
beoordelen technsiche staat vrijverval
Jaarlijks
Ja, is grotendeels uitbesteed
overige rioolstudies
Jaarlijks
Nee
onderzoek klimaatrobuust ontwikkelen
Jaarlijks
Niet jaarlijks uitgevoerd. Wel voor enkele
meetplan riolering
riolering
projecten gebruikt, bijvoorbeeld onderzoek naar het klimaatbestendig inrichten wijk Eendracht. onderzoek wateroverlast
Eenmalig
De regionale stresstesten zijn uitgevoerd. Daarnaast zijn er wat kleine onderzoeken uitgevoerd tbv wateroverlast, bijvoorbeeld in de Friezenbuurt
hemelwaterstructuurplan
Eenmalig
Niet uitgevoerd, wel opgestart, maar niet afgerond.
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Tabel B 3 Onderhoud Activiteit
Frequentie
Toelichting
groot onderhoud vrijverval riolering
Planmatig
Ja, Integraal met wegen etc.
dagelijks onderhoud vrijverval riolering
Jaarlijks
Ja, onderhoudscontract IBOR service riolering
regulier onderhoud kolken
Jaarlijks
Ja, bestek reinigen kolken en lijngoten
incidenteel onderhoud kolken
Jaarlijks
Ja, onderhoudscontract IBOR service riolering
onderhoud lijngoten
Jaarlijks
Ja, bestek reinigen kolken en lijngoten
regulier onderhoud rioolgemalen
Jaarlijks
Ja, onderhoudscontract (druk)rioolgemalen
incidenteel onderhoud rioolgemalen
Jaarlijks
Ja
regulier onderhoud drukrioolgemalen
Jaarlijks
Ja, onderhoudscontract (druk)rioolgemalen
incidenteel onderhoud drukrioolgemalen
Jaarlijks
Ja
onderhoud vacuümriolering
Jaarlijks
Ja
onderhoud IBA's
Jaarlijks
Ja, uitgevoerd door waternet en HDSR
onderhoud geurfilter
Jaarlijks
Ja
onderhoud overige objecten
Jaarlijks
Ja
wegwerken achterstand onderhoud overige
Eenmalig
Nee, ad hoc
onderhoud drainage
Jaarlijks
Ad hoc
onderhoud watergangen en duikers
Jaarlijks
Ad Hoc. Duikers vallen onder kunstwerken.
objecten
Deze moeten in komende planperiode van iasset overgezet worden naar GBI riolering. onderhoud overstorten
Jaarlijks
Ja, onderhoudscontract (druk)rioolgemalen
onderhoud BBB's en BBL's
Jaarlijks
Ja, onderhoudscontract (druk)rioolgemalen
calamiteitenvoorziening
Jaarlijks
Niet tot nauwelijks gebruikt. Calamiteiten worden geboekt op onderhoudsbudgetten
Tabel B 4 Overig Activiteit
Frequentie
Toelichting
Ontwikkeling grondwaterloket
Eenmalig
Ja
Ontwikkelen protocol registratie meldingen
Eenmalig
Ja
Eenmalig
Nee
en klachten Protocol nieuwe aanleg / Handboek openbare ruimte Plan van aanpak Klimaatadaptatie
Nog geen lokale adaptatiestrategie, wel deelgenomen aan de regionale adaptatiestrategie
Onderzoek klimaatrobuust ontwikkelen Systeemgerichte maatregelen
Nee, zie hierboven Jaarlijks
Ingezet voor het uitvoeren van maatregelen klimaatadaptatie en het verbeteren van het systeem. Bijvoorbeeld creëren van extra waterberging en verbeteren van de sponswerking van de bodem (ontharden).
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht
Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht
Juni 2021
Foto: Nanda Sluijsmans
1.1 INLEIDING Een toekomstbestendige en dus klimaatrobuuste gebouwde omgeving wordt volkomen normaal in de provincie Utrecht. Daarom maken we afspraken die: •
Recht doen aan de klimaatopgave
•
Rekening houden met de verstedelijkingsopgave
•
Rekening houden met de boven- en ondergrondse ruimte
•
Reële mogelijkheden hebben om te bekostigen
•
Door onze organisaties formeel bekrachtigd kunnen worden
•
Kunnen rekenen op draagvlak ook buiten deze groep
•
Handelingsperspectief bieden
•
Aanpasbaar zijn
•
En rekening houden met de gebiedspartners en eindgebruikers
In de afspraken maken we onderscheid in algemene afspraken, afspraken voor nieuwbouw en afspraken voor de bestaande bouw.
Foto: Nanda Sluijsmans AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 4
1. 2 ALGEMENE AFSPRAKEN We spreken in algemene zin het volgende af: • In navolging van de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie wordt een toekomstbestendige en dus klimaatrobuuste gebouwde omgeving volkomen normaal in de provincie Utrecht; dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor de bestaande gebouwde omgeving. •
•
•
•
•
We erkennen dat alle partijen die een rol hebben in de bouw in de regio Utrecht, zowel publiek als privaat, hierin een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben.
Startpunt daarbij zijn de stresstesten en de risicodialogen om voor de verschillende gebieden de opgaves scherp in beeld te krijgen en met verstedelijkingsprofessionals te prioriteren welke knelpunten als eerste worden aangepakt in de stedelijke (vernieuwings)planning. We streven de volgende doelen na voor klimaatrobuustheid van de gebouwde omgeving: 1.
Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies.
3.
Hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen; vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.
4.
Om de gewenste eindsituatie (‘volkomen normaal’) te bereiken hanteren we dezelfde doelen en bijbehorende prestatie-eisen, opereren zoveel mogelijk op dezelfde manier en werken samen waar nodig om kennis te ontwikkelen of te ontsluiten. We werken samen met verstedelijkingsprofessionals om de woningbouwopgave en de klimaatadaptatieopgave tegelijkertijd ter hand te kunnen nemen in bouwactiviteiten en gebiedsontwikkelingen.
2.
5.
6.
Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt via het leidend principe in het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen dat natuurlijke oplossingen altijd de voorkeur hebben boven ‘grijze’ oplossingen (‘groen, tenzij….’).
•
We ontwikkelen een ‘routekaart’ als hulpmiddel om de belangrijkste processtappen voor het klimaatrobuust maken van zowel nieuwbouw als de bestaande gebouwde omgeving in kaart te brengen.
•
We verkennen in samenwerking met verzekeraars, banken, vastgoedinvesteerders en taxateurs eventuele kansen en belemmeringen in de financiële keten rondom nieuwbouw en de bestaande gebouwde omgeving om klimaatadaptieve maatregelen te kunnen waarderen, financieren en bekostigen.
•
Elke twee jaar bespreken we met elkaar of en zo ja hoe onze doelen en bijbehorende prestatie-eisen aangepast moeten worden.
•
Waar nodig blijven we met elkaar optrekken om nog openstaande acties met elkaar uit te voeren en de resultaten ervan met elkaar te bespreken.
•
Alle organisaties die deze afspraken bekrachtigen, committeren zich aan onze gezamenlijke missie (‘volkomen normaal’) en zullen deze afspraken vastleggen in het eigen handelingsinstrumentarium zoals bijvoorbeeld omgevingsvisies en -plannen of ander passend beleidsinstrumentarium.
Eventuele bodemdaling van gebouwd gebied blijft beheersbaar en betaalbaar. De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen door dijkdoorbraken.
•
Bij deze doelen sturen we op de in de bijlage 1 gespecificeerde prestatie-eisen als ondergrens voor een klimaatrobuuste gebouwde omgeving;
•
We zorgen voor aansluiting bij eindgebruikers (bewoners, bedrijven, eigenaren, ondernemers) zodat klimaatadaptatie-maatregelen ook leiden tot een verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.
•
We ontwikkelen samen met andere klimaatadaptatieprogramma’s een werkproces om doelmatige maatregelen te kiezen op basis van ruimtegebruik en maatschappelijke investerings- en onderhoudskosten van klimaatadaptieve maatregelen. AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 5
1. 3 NIEUWBOUW Voor nieuwbouw spreken we het volgende af: • In samenwerking met verstedelijkingsprofessionals wordt de klimaatadaptatie-opgave zo vroeg mogelijk in het proces van bouwprojecten en gebiedsontwikkelingsprocessen meegenomen. •
Stresstesten worden al in de eerste ontwerpfase benut als voorspellend instrument om de opgaves in het plangebied inzichtelijk te maken.
•
In uitvragen naar marktpartijen wordt naar deze afspraken, doelen en prestatieeisen verwezen waarbij de uitkomsten van stresstesten en risicodialoog leidend zijn voor de selectie van doelen en eisen.
•
De ontwikkelende en bouwende partijen maken inzichtelijk hoe de gekozen maatregelen in het ontwerp ook daadwerkelijk de beoogde prestaties en doelen realiseren; overheden zullen aangeven op welke wijze dit bij voorkeur aantoonbaar zal worden gemaakt.
•
We maken de meekoppelkansen tussen de klimaatadaptieve thema’s en op de andere opgaves (energieneutraliteit, circulariteit, duurzame mobiliteit, gezondheid) inzichtelijk en streven ernaar deze te benutten.
•
De verdeling van maatregelen tussen openbaar terrein en privaat perceel kan per locatie verschillen; uitgangspunt is daarom dat we streven naar de meest doelmatige (efficiënt en effectief ) verdeling in combinatie met een reële verdeling van bijbehorende investerings- en onderhoudskosten.
Foto: Nanda Sluijsmans AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 6
1.4 BESTAANDE BOUW Voor bestaande bouw spreken we het volgende af: • We streven in het klimaatrobuust maken van de bestaande omgeving dezelfde doelen na als die gelden voor de nieuwbouw, omdat zowel in een nieuwbouw omgeving als in de bestaande gebouwde omgeving de weersextremen ten gevolge van klimaatverandering niet zullen verschillen. •
Om deze doelen te halen zullen we dezelfde prestatieeisen als ondergrens van klimaatrobuustheid hanteren; deze ondergrens geldt in de bestaande gebouwde omgeving als inspanningsverplichting.
•
We committeren ons eraan om de bestaande gebouwde omgeving uiterlijk in 2050 klimaatrobuust te hebben ingericht en uiterlijk in 2025 de belangrijkste interventiemomenten hiervoor te hebben geïnventariseerd.
•
Startpunt daarbij zijn de stresstesten en risicodialoog om voor de verschillende gebieden de opgaves scherp in beeld te krijgen en te bepalen welke knelpunten als eerste zullen worden aangepakt.
•
Om progressie op de doelen en de beoogde prestaties te bereiken, benutten we interventiemomenten actief die zich tussen 2021 en 2050 in het gebied voordoen.
•
We ontwikkelen een manier om de progressie visueel inzichtelijk te maken; enerzijds als hulpmiddel voor overheden en grondeigenaren; anderzijds om ook breder maatschappelijk te kunnen laten zien welke progressie we boeken.
•
We zetten met de eindgebruikers (huiseigenaren, bewoners, bedrijven) in op structurele impact op privaat terrein door te informeren, inspireren, motiveren en handelingsperspectief te bieden om klimaatadaptieve maatregelen toe te passen.
•
Om de interventiemomenten te benutten, zorgen we dat de klimaatadaptatie knelpunten en doelen worden meegenomen in lokale stedelijke programmeringen en stadsvernieuwingsprojecten.
•
•
We inventariseren, nemen belemmeringen weg en benutten andere mogelijke interventiemomenten (rondom groot onderhoud, gebouwonderhoud, regulier onderhoud, infrastructurele mobiliteitsconcepten en -oplossingen, de energietransitie, particuliere initiatieven en/of beleidscycli en -initiatieven).
We geven voorbeelden van de meest toegepaste maatregelen in bestaande gebouwd gebied voor een beperkt aantal veel voorkomende gebieden in de regio Utrecht, inclusief bijbehorende kengetallen die bijvoorbeeld betrekking hebben op investerings- en onderhoudskosten en andere belangrijke kenmerken.
•
We maken de specifieke klimaatadaptatie-opgave en kansen inzichtelijk bij de start van de voorbereiding van een interventiemoment.
•
We betrekken alle benodigde stakeholders voor het vormgeven van de benodigde aanpak zodat we aansluiten bij de opgave/aard van het interventiemoment en kunnen inspelen op kansen en belemmeringen rond de interventiemomenten.
AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 7
BIJLAGE 1 Prestatie-eisen Hitte Doel: tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Prestatie-eisen: 1. Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30 % op buurtniveau. 2.
Koele, schaduwrijke verblijfsplekken zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk.
3.
40% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend of verkoelend ingericht.
4.
De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving.
5.
Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen de hitte.
Droogte Doel: langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies.
Wateroverlast Doel: Hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.
Prestatie-eisen: • De (grond)waterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.
Prestatie-eisen: 1. In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag geen schade op (bij 70 mm in een uur) aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen en vitale voorzieningen blijven functioneren (bij 90mm in een uur) (hoofdwegen, drinkwater en energie).
•
De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling of herinrichting (minimaal 50 % van de jaarneerslagsom).*
•
Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit.
•
Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte. * % infiltratie is gebiedsspecifiek in tabel in bijlage 2 opgenomen.
2.
Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm, met range tussen 40-70mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of in daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar (range 48-60 uur).
3.
De (her)ontwikkeling of (her)inrichting gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied.
AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 8
Gevolgbeperking van overstromingen Doel: de gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen door dijkdoorbraken.
Biodiversiteit & Natuurinclusiviteit Doel: Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt.
Bodemdaling Doel: Bodemdaling van gebouwd gebied blijft beheersbaar en betaalbaar.
Voorlopige prestatie-eis*: • Een risico-afweging van de plaatselijke overstromingskans, evacuatietijd en optredende waterdiepte op maaiveld bepaalt of een of meerdere van de volgende eisen van toepassing zijn of dat het risico wordt geaccepteerd:
Prestatie-eisen: • Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen van het specifieke gebied hebben altijd de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership benadering).
Prestatie-eisen: • De natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.
•
Schade voorkomen (<0,2 meter): bij overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar.
•
Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30 % groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee).
•
Schadebeperking (<0,50 meter): er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn.
•
Het plangebied creëert een hoogwaardige habitat voor tenminste gebouwbewonende soorten.
•
Beschermen vitale functies (<2,0 meter): bij overstromingen zijn vitale functies beschermd en blijven doorfunctioneren, mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn gezien het regionaal of nationaal belang.
•
Schuilen en evacueren (>0,50 meter): Er moeten maatregelen getroffen worden om te evacueren in het geval van een overstroming en als de evacuatietijd te kort is, om veilig te schuilen.
•
Gebiedsspecifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein.
* Onder voorbehoud van afstemming met afstemming met het kernteam van het regionale proces op ‘gevolgbeperking overstromingen’ op inhoud en proces.
AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 9
BIJLAGE 2 Overzichtstabel doelen, eisen en gebiedstypen
Klimaatopgave
Bodem-, landschapstype en watersysteem (plangebied en omgeving)
Thema en doel
Prestatie-eisen (nieuwbouw en bestaande bouw)
Leidende principes bodem-, landschapstype en watersysteem
Hitte: tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
1.
Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30 % schaduw op buurtniveau. Koele, schaduwrijke verblijfsplekken zijn op loopafstand (300 meter) aanwezig en openbaar toegankelijk. 40% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend of verkoelend ingericht. De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving. Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen de hitte.
Veen- en kleipolder: benut natuurlijke ventilatie vanuit open polderlandschap
De (grond)waterpeilen in het plangebied en de omgeving en de zoetwaterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. De inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal bij uitbreidingslocaties en infiltratiepositief bij herontwikkeling (minimaal 50 % van de jaarneerslagsom, afhankelijk van bodemtype benoemd in volgende kolom). Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing, regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit. Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.
Veen- of kleipolder: minimaal 50 % infiltreren in de bodem voor zover de ontwateringsdiepte, drooglegging en kwelbalans het toelaten
In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag geen schade op (bij 70 mm in een uur) aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen en vitale voorzieningen blijven functioneren (bij 90mm in een uur) (hoofdwegen, drinkwater en energie). Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm, met range tussen 40-70mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur daarna vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar (range 48-60 uur). De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied.
Veen- of kleipolder: vasthouden en gericht afvoeren bij bebouwing en inrichting en vergroten waterberging watersysteem
Droogte: langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies
2. 3. 4. 5. 1. 2. 3. 4.
Wateroverlast: hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar
1. 2.
3.
Stuwwal: versterk verbinding met de bossen Lage zandgronden: benut natuurlijke ventilatie vanuit open valleilandschap
Stuwwal: 100 % infiltreren in de bodem Lage zandgronden: minimaal 50 % infiltreren in de bodem voor zover de ontwateringsdiepte, drooglegging en kwelbalans het toelaten
Stuwwal: vasthouden bij bebouwing en inrichting, maximaal infiltreren in de bodem, alleen overschot natuurlijk afvoeren Lage zandgronden: vasthouden bij bebouwing en inrichting, infiltreren in de bodem waar mogelijk en vergroten waterberging watersysteem
Gevolgbeperking overstromingen: de gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen door dijkdoorbraken
Een risico-afweging van de plaatselijke overstromingskans, evacuatietijd en optredende waterdiepte op maaiveld bepaalt of een of meerdere van de volgende eisen van toepassing zijn of dat het risico wordt geaccepteerd: • Schade voorkomen (<0,2 meter): bij overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. • Schadebeperking (<0,50 meter): er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn. • Beschermen vitale functies (<2,0 meter): bij overstromingen zijn vitale functies beschermd en blijven doorfunctioneren, mits de maatregelen hiervoor doelmatig zijn gezien het regionaal of nationaal belang. • Schuilen en evacueren (>0,50 meter): Er moeten maatregelen getroffen worden om te evacueren in het geval van een overstroming en als de evacuatietijd te kort is, om veilig te schuilen.
Veen- of kleipolder: geen specifieke principes
Biodiversiteit en natuurinclusiviteit: groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt
1.
Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen hebben altijd de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen, ook bij gelijke maatschappelijke prestaties en kosten (Total Cost of Ownership benadering). Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30 % groen op buurtniveau, boomkroonoppervlak telt mee). Het plangebied creëert een hoogwaardige habitat voor tenminste gebouwbewonende soorten.
Veen- of kleipolder: nog te ontwikkelen
Bodemdaling: Bodemdaling van gebouwd gebied blijft beheersbaar en betaalbaar
1.
De natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied. Gebiedsspecifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein.
Veen- of kleipolder: (grond)waterpeil gelijk houden of verhogen
2. 3.
2.
Stuwwal: niet van toepassing Lage zandgronden: geen specifieke principes
Heuvelrug: nog te ontwikkelen Lage zandgronden: nog te ontwikkelen
Stuwwal: niet van toepassing Lage zandgronden: niet van toepassing
AFSPRAKEN KLIMAATADAPTIEF BOUWEN UTRECHT 10
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Beslisboom en beslisschema
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Belisschema "directe afvoer regenwater op open water"
Voor alle lozingen geldt: minimaal voldoen aan algemene regels Categorie 1. Schone daken en gevels 2. Schone openbare ruimte 3. Beperkt verontreinige openbare ruimte 4. Vuile oppervlakken
Nieuwe verharding Kwetsbaar water Normaal Advies: alleen afvoeren als geen Alleen toegestaan als voldaan uitlogende materialen worden wordt aan maatwerkvoorschrift toegepast Alleen toegestaan als voldaan Lozen geen probleem wordt aan maatwerkvoorschrift
Bestaande verharding Kwetsbaar water Normaal Alleen toegestaan als voldaan wordt aan maatwerkvoorschrift
Lozen geen probleem
Alleen toegestaan als voldaan wordt aan maatwerkvoorschrift
Lozen geen probleem
Alleen toegestaan als voldaan wordt aan maatwerkvoorschrift
Advies: voorzuivering toepassen
Alleen toegestaan als voldaan wordt aan maatwerkvoorschrift
Advies: voorzuivering toepassen
Niet toegestaan
Advies: niet afvoeren, aansluiten op verbeterd gescheiden stelsel
Niet toegestaan
Advies: niet afvoeren, aansluiten op verbeterd gescheiden stelsel
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Programma van Eisen riolering
Programma van eisen Riolering Januari 2022
1/7
Inhoud 1.
PVE AANLEG RIOLERING .................................................................................................................. 3
2.
PVE GEGEVENSAANLEVERING BIJ OPLEVERING RIOLERINGSWERK ................................................ 5
3.
PVE REINIGING, INSPECTIE EN RAPPORTAGE .................................................................................. 7
Status document Dit Programma van Eisen geldt als functioneel programma van eisen. Dit betekent dat het PvE functioneel beschrijft aan welke uitgangspunten een project moet voldoen als het gaat om de zorgplicht met betrekking tot Afvalwater en Hemelwater. Met betrekking tot grondwater wordt verwezen naar het GRP en het Grondwaterbeleidsplan (2019). Dit document is, als bijlage van het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026, door de gemeenteraad van Stichtse Vecht vastgesteld. Bij onvolledigheden en/of verschillen tussen dit PvE en het GRP geldt dat het GRP leidend is. Voor minigemalen en hoofdgemalen beschikt de gemeente over specifieke PvE’s. Gezien de omvang zijn deze niet opgenomen als bijlage, op verzoek kunnen deze worden toegestuurd.
2/7
1. PVE AANLEG RIOLERING Dit Programma van Eisen beschrijft eisen voor aanleg en aanpassing van voorzieningen voor inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater. Onderscheid wordt gemaakt in vier situaties: 1. 2. 3. 4.
aanpassing bij bestaande bouwwerken en reeds ingerichte percelen; aanleg bij nieuwe bouwwerken en inrichting percelen; inrichting openbare ruimte - bestaand bebouwd gebied; inrichting openbare ruimte - nieuw bebouwd gebied.
1. Aanpassing bij bestaande bouwwerken en reeds ingerichte percelen Indien de gemeente de verordening afvoer hemelwater- en grondwater van toepassing verklaart en oordeelt dat aanpassing doelmatig, uitvoerbaar en kosteneffectief is, verplicht de gemeente de perceeleigenaar: • hemelwater op het eigen terrein te verwerken; • hemelwater en/of grondwater direct op het oppervlaktewater te lozen; • hemelwater en/of grondwater gescheiden van afvalwater op de perceelgrens aan te bieden. 2. Bouwwerken en inrichting percelen Onderstaande eisen moeten worden toegepast bij aanleg van nieuwe bouwwerken of inrichting van nieuwe percelen. • Vuil- en (schoon) hemelwater moeten gescheiden worden aangeleverd op de perceelgrens. • Voorschriften uit de bouwverordening moeten bij de aanleg (van terreinriolering) worden nageleefd. • Bij nieuwe bouwwerken moet een vloerpeilhoogte van minimaal 30 cm boven het straatpeil worden toegepast. • Op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of, als op privaat terrein niet mogelijk is, in daarvoor bestemde (extra) voorzieningen in het plangebied. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar. 3.
Inrichting openbare ruimte - bestaand bebouwd gebied Onderstaande eisen moeten worden toegepast bij reconstructie of herinrichting van de openbare ruimte of rioolrenovatie. • Voor zover haalbaar moet worden voorkomen dat hemelwater wordt afgevoerd. Voorbeelden van methoden zijn: geen of waterdoorlatende verharding toepassen, hemelwater infiltreren in de berm, etc. • De openbare ruimte moet zo worden ingericht dat hemelwater, bij hevige neerslag, tijdelijk in de openbare ruimte kan worden geborgen. • Indien hemelwater toch moet worden afgevoerd, moet hemelwater gescheiden worden ingezameld en verwerkt. Dit geldt voor zowel het afstromende hemelwater in de openbare ruimte, als het afstromende hemelwater van percelen. De eisen voor percelen zijn onder punt 1 en 2 beschreven. • De toe te passen methode voor transport (en eventueel verwerking) van hemelwater moet aansluiten bij het hemelwaterstructuurplan van de gemeente Stichtse Vecht. Dit betekent dat Aansluiting moet plaatsvinden op reeds uitgevoerde of nog uit te voeren afkoppelprojecten. • De mate waarin de openbare ruimte en voorzieningen voor inzameling, transport en verwerking van hemelwater bescherming tegen wateroverlast bieden moet worden getoetst. o Hemelwaterafvoerriool moet in staat zijn te voorkomen dat bij een situatie die zich niet vaker dan 1 keer per 2 jaar voordoet (T=2) water--op-straat ontstaat.
Bij uitvoering van de toets moet bui 08, zoals voorgeschreven door de Stichting Rioned, worden toegepast, inclusief een vermeerdering van 10 % meer intensiteit in verband met mogelijke toekomstige klimaatverandering. o De openbare ruimte moet zodanig zijn ingericht dat bij het optreden van een neerslaggebeurtenis van 70mm in één uur, een neerslaggebeurtenis die één keer per 100 jaar voorkomt, geen wateroverlast ontstaat. Wat wordt gerekend tot overlast is beschreven het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026. o Voor hoofdwegen en vitale functies hanteren we de norm dat de openbare ruimte zodanig ingericht moet zijn dat bij het optreden van een neerslaggebeurtenis van 90mm in één uur, een neerslaggebeurtenis die één keer per 250 jaar voorkomt, geen wateroverlast ontstaat. Wat wordt gerekend tot overlast is beschreven het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026.
3/7
4. Inrichting openbare ruimte - nieuw bebouwd gebied Onderstaande eisen moeten worden toegepast bij aanleg van nieuwe ontwikkeling van bebouwd gebied voor de inrichting van de openbare ruimte. • Voor zover haalbaar moet worden voorkomen dat hemelwater moet worden afgevoerd. Voorbeelden van methoden zijn: geen of waterdoorlatende verharding toepassen, hemelwater infiltreren in de berm, etc. • De openbare ruimte moet zo worden ingericht dat hemelwater, bij hevige neerslag, tijdelijk in de openbare ruimte kan worden geborgen. • Indien hemelwater toch moet worden afgevoerd, moet hemelwater gescheiden worden ingezameld en verwerkt. Dit geldt voor zowel het afstromende hemelwater in de openbare ruimte, als het afstromende hemelwater van percelen. De eisen voor percelen zijn onder punt 2 beschreven. • De mate waarin de openbare ruimte en voorzieningen voor inzameling, transport en verwerking van hemelwater bescherming tegen wateroverlast bieden moet worden getoetst. o De openbare ruimte moet zodanig zijn ingericht dat bij het optreden van een neerslaggebeurtenis van 90mm in één uur, een neerslaggebeurtenis die één keer per 250 jaar voorkomt, geen wateroverlast ontstaat. Wat wordt gerekend tot overlast is beschreven het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026.
o Voor hoofdwegen en vitale functies hanteren we de norm dat de openbare ruimte zodanig ingericht moet zijn dat bij het optreden van een neerslaggebeurtenis van 90mm in één uur, een neerslaggebeurtenis die één keer per 250 jaar voorkomt, geen wateroverlast ontstaat. Wat wordt gerekend tot overlast is beschreven het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026.
4/7
2. PVE GEGEVENSAANLEVERING BIJ OPLEVERING RIOLERINGSWERK Inleiding Dit Programma van Eisen (PvE) is opgesteld voor de oplevering van riolering, drainage en duikers/duikerriolen in de gemeente Stichtse Vecht. Bij de oplevering dienen de in dit document genoemde gegevens minimaal aan de gemeente te worden aangeleverd. Programma van eisen Het rioleringswerk wordt op tekening weergegeven. Onderstaand zijn de eisen weergegeven. Formaat • De tekening wordt in DWG-formaat aangeleverd; • De tekening is conform de NLCS (Nederlandse CAD-Standaard) opgesteld; • De tekening is in RD-coördinaten weergegeven; de nauwkeurigheid waarmee de objecten zijn ingetekend komt overeen met de eisen die de WIBON (Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken) stelt; • De te gebruiken eenheid is meter [m]. Inhoud • Op de tekening zijn de door de aannemer aangelegde, verwijderde en gerepareerde objecten gepresenteerd en als dusdanig te herkennen; o rioolputten; o rioolstrengen; o voorzieningen (gemalen, overstortputten, uitstroombakken, bergbezinkbasins etc.); o persleidingen; o drainputten; o drainstrengen. • Met voorzieningen worden alle objecten bedoeld die dienen voor de inzameling en afvoer van afval-, hemel, en/of grondwater die geen inspectieput of rioolstreng zijn.
Voorbeelden van voorzieningen zijn: gemalen, overstortputten, uitstroombakken, lamellenafscheiders, bergbezinkbassins, infiltratiekoffers, e.d. • Voorzieningen worden in de tekening weergegeven door middel van een vlak. Eventuele putdeksels die op de voorziening zijn aangebracht zijn ook op de tekening zichtbaar. Het geheel komt overeen met de werkelijke situatie, conform de eisen die de WION stelt (zie Formaat). • De tekening bevat minimaal de volgende detailinformatie: o putten; maaiveldhoogte putdeksels (m +NAP); materiaal; afmetingen; aanwezigheid van fundering (indien van toepassing); putdiepte (indien de putbodem niet aansluit op de laagste b.o.b.); putcodes (de werktekening wordt aan de gemeente voorgelegd, de gemeente zal putcodes toekennen) o strengen; begin bob (binnenonderkant buis, m +NAP); eind bob (binnenonderkant buis, m +NAP); vorm; afmetingen; materiaal, inclusief eventuele bijzondere eigenschappen van de buis: → bij kunststof leidingen wordt ook de druksterkte aangegeven; → eventuele bijzondere eigenschappen, bijvoorbeeld: leiding onder druk, infiltratiebuis, drainagebuis, etc.
type buisverbinding; de aanwezigheid van fundering (indien van toepassing); het stelseltype (de aard van het water dat door de streng stroomt); o aanwezigheid van sub-objecten (sub-objecten zijn objecten die in de riolering zijn aangebracht), onderstaand zijn enkele voorbeelden genoemd: 5/7
o
o o
vrijverval rioolleiding: schildmuren, kleppen, schuiven, e.d.; overstortputten: drempels (ook vermelden: drempelbreedte (m) en drempelhoogte (m +NAP)); pompputten: pompen (te leveren pompgegevens nader met de gemeente af te stemmen). mechanische riolering: afsluiters, kleppen, T-stukken en moffen, doorspuitinrichtingen, etc.; drainage: overstorten, doorspuitinrichtingen, etc. aanwezigheid van detailriolering: aansluitleidingen (incl. diameter en materiaal); kolkleidingen (incl. diameter en materiaal); kolken (incl. typeaanduiding: straat- of trottoirkolk) ; ontstoppingsputjes/erfscheidingsputjes. Bij uitgevoerde reparaties wordt de aard en plaats/traject aangegeven. Bij relining wordt ook het type lining en materiaal aangegeven; Bij realisatie of aanpassing van een complex object (gemaal, overstort, e.d.) worden aanvullende doorsneden gepresenteerd.
Bij uitvoering van opleverinspectie worden putcodes gehanteerd die overeenkomen met de putcodes van de tekening.
6/7
3. PVE REINIGING, INSPECTIE EN RAPPORTAGE Bij oplevering riolering in over te dragen openbaar gebied. Uitgangspunten camera-inspectie vanuit het riool • De toe te passen inspectiemethode is rijdende camera vanuit het riool. • De tijd tussen reinigen en inspecteren moet minimaal zijn. Wat wordt gereinigd moet dezelfde dag worden geïnspecteerd. • In het meelopende videobeeld zijn minimaal de volgende inventarisatiegegevens constant in beeld: • Straatnaam, buismateriaal soort, diameter, Streng ID nummer, van put – naar put, datum, tijd, inspectieafstand, fotonummer en hellingspercentage. • Het maken van foto's en video-opnamen in een in bedrijf zijnde leiding uitvoeren tijdens droogweer afvoer. • De foto's moeten een representatief beeld van de toestand van het desbetreffende onderdeel van de riolering geven, in het bijzonder van de ernst van gebreken en de aard van vervuiling. • Rapportages, foto's, video-opnamen en scans van de werktekeningen bij oplevering van het werk, digitaal op externe HDD aan opdrachtgever overhandigen. Tevens worden een samengesteld foutenverslag en globale beoordeling aangeleverd. • De inspectie moet worden uitgevoerd met een kleuren camera waarmee minimaal haaks op de wand gekeken kan worden. Inspectie in 360gr rond SCHOON en DROOG riool! Er moet worden geïnspecteerd met droge en schone lens.
• Met het terugrijden van de gekalibreerde camera moet een nauwkeurige hellingshoekmeting worden uitgevoerd. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van de bob-waarden. • Tijdens de rioolinspectie moeten de putten voor de veiligheid afgedekt zijn. • Bij het inspecteren moet ook de eerste voeg (put buis aansluiting) in beeld worden gebracht. Nadat de camera in het riool is gebracht, moet zover achteruit gereden worden zodat de cameralens bij de put buis aansluiting staat en deze kan classificeren. • Alle voegen moeten 360° worden geïnspecteerd; • Alle axiaal verplaatste verbindingen groter dan klasse 3 moeten door middel van softwarematige meting worden bepaald. Schatten is niet toegestaan. • Alle inlaten moeten duidelijk rondom in beeld worden gebracht; • De rioolinspectie moet van hart beginput tot hart eindput worden uitgevoerd, ook de putschacht en de putbuis aansluitingen moeten worden gefilmd. • De beeldopnamen worden samengesteld en in die hoedanigheid ook beschikbaar gesteld in MPEG-2 format met een bitrate van minimaal 4 Mbit/sec. De frameinstelling moeten zodanig zijn dat zowel kleuren als beeld altijd scherp zijn. Het dieptebeeld moet minimaal 5-10meter bedragen. De benodigde codec moet worden meegeleverd. • De waarnemingen moeten worden geregistreerd volgens NEN-EN 13508-2. Minimaal moeten de normatieve beeldcodes volgens NEN 3399 (2015) worden geregistreerd.
In geval van twijfel over de aard en omvang van een toestandsaspect moet dit te allen tijde op de commentaarregel worden gemeld en beargumenteerd. Eindoplevering inspectieresultaten Het te leveren eindproduct wordt aangeleverd op een externe HDD en bevat minimaal: • een rapportage volgens hoofdstuk 12 van NEN-EN 13508-2 • inspectieresultaten conform GWSW-RibX • inspectiefoto's en -video's, inclusief de benodigde software om deze te bekijken • scans in pdf van de werktekeningen.
7/7
Kenmerk
Bijlage 5
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Nulmeting kwaliteit oppervlaktewater
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Factsheet KRW-lichamen: •
•
Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vechtstreek: Factsheets (v5, 2020-02-11) https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/WKP.WebApplication/General/DownloadFile?path= CustomReports/December2019Publiek/Oppervlaktewater/factsheet_OW_11_Hoogheemr aadschap_Amstel_Gooi_en_Vecht_2020-02-11-02-15-18.pdf Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden: -
-
Factsheets (v5, 2020-02-11) https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/WKP.WebApplication/General/DownloadFile?path= CustomReports/December2019Publiek/Oppervlaktewater/factsheet_OW_14_Hoogheemr aadschap_De_Stichtse_Rijnlanden_2020-02-11-02-30-19.pdf Achtergronddocument KRW maatregelen 2016-2021 https://www.hdsr.nl/publish/pages/10966/4_1_bijlage_2_-_achtergronddocument_krwmaatregelen_2016-2021.pdf
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Resultaten Ecologische Kwaliteitsratio’s (EKR score) AGV EAGIDENT
Waterlichaam
Oordeel
2340-EAG-1
Polder Holland en Sticht west, bemalen
matig
2505-EAG-1
Veldhuiswetering, Veldhuisweg
matig
3240-EAG-1
Polder Dorssewaard, Polder Dorssewaard
ontoereikend
3250-EAG-1
Vreeland (oost), Vreeland (oost)
ontoereikend
3301-EAG-1
Gansenhoef oost, Gansenhoef
matig
3303-EAG-1
Gansenhoef west, Gansenhoef west
ontoereikend
3311-EAG-1
Bethunepolder,
ontoereikend
3311-EAG-2
Bethunepolder,
matig
3311-EAG-3
Bethunepolder,
ontoereikend
3311-EAG-6
Bethunepolder,
slecht
3311-EAG-7
Bethunepolder,
matig
3311-EAG-9
Bethunepolder,
matig
3320-EAG-3
Loenderveen, Terra Nova landelijk zuid
goed
3340-EAG-1
Polder Mijnden, Polder Mijnden west
matig
3340-EAG-2
Polder Mijnden, Polder Mijnden oost
matig
3340-EAG-3
Polder Mijnden, Staatbosbeheer
matig
3350-EAG-1
Polder Breukelen-Proostdij, bemalen gebied
matig
3350-EAG-2
Polder Breukelen-Proostdij, Beringde landen
matig
3360-EAG-1
Polder Maarsseveen-Westbroek, Agrarisch Molenpolder
ontoereikend
3360-EAG-15
Polder Maarsseveen-Westbroek, Taartpunt
3360-EAG-2
Polder Maarsseveen-Westbroek, Polder Buitenweg
ontoereikend
3360-EAG-3
Polder Maarsseveen-Westbroek, Zogwetering
ontoereikend
3360-EAG-4
Polder Maarsseveen-Westbroek, Wilgenplas
ontoereikend
3360-EAG-5
Polder Maarsseveen-Westbroek, rond Kleine Maarsseveensche Plas
ontoereikend
3360-EAG-9
Polder Maarsseveen-Westbroek, Kleine Maarsseveensche Plas
Slecht
6460-EAG-1
Breukelen Noord, Breukelen Noord
goed
6460-EAG-2
Breukelen Noord, landelijk
goed
6480-EAG-1
Hoeker- en Garstenpolder, bemalen gebied
matig
6480-EAG-2
Hoeker- en Garstenpolder, noord
ontoereikend
6480-EAG-3
Hoeker- en Garstenpolder, oost
ontoereikend
6540-EAG-1
Aetsveldse Polder Oost, bemalen
matig
6550-EAG-1
Polder Nijenrode, landelijk gebied
goed
6550-EAG-2
Polder Nijenrode, Kasteel Neijenrode en sportvelden
matig
Kenmerk
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Resultaten Ecoscans Code
Locatie
Resultaat 2015
Resultaat 2018
Resultaat 2021
SV235 SV236 SV237 SV238 SV239 SV240 SV241 SV242 SV243 SV244 SV245 SV246 SV247 SV248 SV249 SV250 SV251 SV252 SV253 SV254
Maarssenbroek Valkenkamp bij nr. 70 Maarssenbroek vijver bij kinderboerderij park Reigerskamp Maarssenbroek Duivenkamp bij 436 Maarssenbroek Fazantenkamp bij 310 Maarssenbroek Boomstede bij 546 Maarssen-dorp bij Buitenweg 42 Maarssen-dorp Kennedylaan bij Schaepmanstraat 1 Maarssen-dorp vijver bij gemeentekantoor Endelhovenlaan 1 Breukelen bij speelplaats Straatweg t.o. 62 Breukelen bij Karel Doormanweg 43 Breukelen De Danne bij Straatweg 92 Kockengen bij Schoolstraat 10 Loenen bij Middenhoek 61 Loenen bij Cronenburgherlaan 6 Vreeland bij Kneuterdijk Nieuwer ter Aa bij Doude van Troostwijkstraat 33 Nigtevecht Ambachtsherensingel t.h.v. 12 Nigtevecht bij Oost en Vecht 12 Loenersloot de Angstel bij Rijksstraatweg 234 Tienhoven Dwarsdijk bij Laan van Nifterlake 54
Levendig Levendig Levendig Zichtbaar Zichtbaar Levendig Laag Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Laag Levendig Laag Zichtbaar Laag Zichtbaar
Laag Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Laag Levendig Laag Laag Laag Laag Zichtbaar Natuurlijk Laag Laag Laag Natuurlijk Levendig Laag Laag Zichtbaar
Zichtbaar Levendig Zichtbaar Levendig Levendig Zichtbaar Zichtbaar Zichtbaar Laag Laag Zichtbaar Zichtbaar Laag Zichtbaar Laag Natuurlijk Zichtbaar Zichtbaar Laag Levendig
Voldoet aan ambitie Zichtbaar Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Nee Ja Nee Ja Ja Ja Nee Ja
Kenmerk
Bijlage 6
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Overzicht lozingspunten / overstorten
Kern
Bemalingsgebied
Stelseltype Code (put) Locatie
Type
Drempel X-coordinaat Y-coordinaat peil breedte [m +NAP] [m] -1,38 1,50 128066,820 464639,170 -1,30 50 128443,400 465674,000 -1,05 1,38 128699,594 466325,543 -1,03 1,50 128673,104 466073,632 -0,88 2,12 128663,104 465889,856 -1,19 1,50 128373,391 466436,815 -0,89 1,45 127938,195 465216,692 -0,33 1,10 128857,328 464337,248 -0,37 1,08 128579,200 464340,780
Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen
Rode Dorp Gemengd Breukelen Noord Gemengd Breukelen Noord Gemengd Breukelen Noord Gemengd Breukelen Noord Gemengd Merwedeweg Gemengd Breukelen centrum Gemengd Breukelen centrum Gemengd
Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd
BRO43 N60 N77 N456 NRO201 MRO11 HRO21 HRO406
Broekdijk West G.S.Ruwiellaan Gijsbrecht van Nijenrodestraat Gijsbrecht van Nijenrodestraat Gijsbrecht van Nijenrodestraat Linnaeusdreef Merwedeweg Stinzenlaan Noord Stinzenlaan Noord
Externe overstort Bergbezinkbassin Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort
Kockengen Kockengen Kockengen Kockengen Kockengen
Kockengen kern DWA Kockengen kern Gemengd Kockengen kern DWA Kockengen kern DWA Wagendijk Gemengd
DWA Gemengd DWA DWA Gemengd
190189 K1096 KD1059 KD1089 K1105
Dreef Kerkweg Purperreiger Roerdomp Wagendijk
Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort
-1,65 -1,90 -1,84 -1,86 -1,90
0,94 0,59 0,59 0,59 0,59
125055,091 126316,690 125002,780 124960,050 124885,440
462365,364 462662,180 462652,850 462677,520 462190,230
Loenen aan de Vecht Loenen aan de Vecht Loenen aan de Vecht
Kerklaan drukriool Gemengd
Gemengd Gemengd Gemengd
697
Hoefijzer Hoflaan Kerklaan
Bergbezinkbassin Bergbezinkbassin Externe overstort
-1,10 -1,10 -1,24
27 38 0,99
130377,600 129745,900 129233,352
469811,500 469053,100 470528,416
Loenersloot Loenersloot
Binnenweg Gemengd -
Gemengd Gemengd
710 -
Binnenweg Hollandstraat
Externe overstort Bergbezinkbassin
-1,55 -1,48
2,02 50,00
128741,402 128718,400
470866,089 471341,500
Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp Maarssen dorp
Klokjeslaan Gemengd Maarssendorp noordoost Gemengd Maarssendorp zuidwest Gemengd Maarssendorp zuidwest Gemengd Maarssendorp noordoost Gemengd Klokjeslaan Gemengd Maarssendorp noordoost Gemengd Gageldijk
Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd
XX173 158076 459 417 175681 MO62 500
Albardastraat Arienslaan Binnenweg Buitenweg (oostzijde) Buitenweg (westzijde) Diependaalsedijk Julianaweg Schippersgracht Schoutenstraat Van Speykstraat Vechtensteinlaan Gageldijk (t.h.v. nr 50)
Externe overstort Bergbezinkbassin Bergbezinkbassin Bergbezinkbassin Bergbezinkbassin Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort
-0,75 -0,60 -0,30 -0,69 -0,08 -0,31 0,30 0,30 -0,16 -0,98 -0,05 -0,45
1,50 58 34 15 98 2,50 2,00 1,40 4,40 2,00 1,10 0,75
131781,347 131415,300 131598,000 132318,200 131823,000 130955,126 131451,412 131071,310 131477,231 131494,710 131593,984 -
461689,692 462027,300 461011,000 461222,800 460792,000 462453,393 461468,462 461408,891 461520,155 462140,201 461185,075 -
Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek Maarssenbroek
Bisonspoor - Antilopespoor DWA Kamelenspoor DWA Duivenkamp - Fazantenkamp DWA Duivenkamp - Fazantenkamp DWA Reigerskamp west DWA Reigerskamp west DWA Valkenkamp - Spechtenkamp DWA Valkenkamp - Spechtenkamp DWA Valkenkamp west DWA Westkanaaldijk Noord Gemengd Westkanaaldijk Noord Gemengd Zebraspoor DWA Zwanenkamp west DWA
DWA DWA DWA DWA DWA DWA DWA DWA DWA Gemengd Gemengd DWA DWA
3900 5698 5132 6153 6690 RGK 6318 8701 8930 9081 9087 7330 8533
Antilopespoor Kamelenspoor Pauwenkamp Reigerskamp Reigerskamp Reigerskamp Reigerskamp Valkenkamp Valkenkamp Westkanaaldijk Westkanaaldijk Zebraspoor Zwanenkamp
Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort
-1,19 -1,34 -1,30 -1,30 -1,37 -1,30 -1,24 -1,50 -1,30 0,00 0,10 -1,30 -1,30
1,27 1,15 0,90 0,90 1,20 ?? 0,84 1,50 0,50 2,00 1,50 0,90 0,50
130669,060 130203,596 129915,083 129920,589 129647,269 129492,020 129648,260 129296,720 129154,880 131424,100 131304,492 129655,360 129142,520
460672,491 461328,632 460805,445 460593,448 460631,823 460475,516 460997,780 461532,540 461447,080 460393,987 460474,489 461626,975 461465,190
Nieuwer ter Aa
Nieuwer ter Aa kern Gemengd
Gemengd
ARO18
Dorpsstraat
Externe overstort
-1,05
2,00
127100,792
467059,493
Nigtevecht Nigtevecht Nigtevecht Nigtevecht Nigtevecht
Nigtevecht kern Gemengd Nigtevecht kern Gemengd Nigtevecht kern Gemengd Nigtevecht kern Gemengd Nigtevecht kern Gemengd
Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd
12520 NI1147 1155 1167 1241
Garstenstraat Klompweg Oost en Vecht Petersburg Raadhuisstraat
Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort Externe overstort
-1,35 -0,60 -1,20 -1,20 -0,80
2,00 1,20 2,10 1,15 1,15
130465,000 130796,928 130607,000 130680,640 130322,350
476597,200 476464,672 476361,984 476517,030 476336,690
Oud Zuilen Oud Zuilen
Oud Zuilen Noord Gemengd Oud Zuilen Zuid Gemengd
Gemengd Gemengd
OZ15 OZ17
Dorpsstraat Vechtzijde
Externe overstort Externe overstort
0,12 0,12
1,20 1,44
133415,400 133210,690
459957,800 460026,490
Vreeland Vreeland
Vreeland kern oost Gemengd -
Gemengd Gemengd
835 -
Raadhuislaan Singel
Externe overstort Bergbezinkbassin
-0,12 -1,60
1,44 37
130986,688 130377,900
471433,856 471474,300
Type Bergbezinkleiding Bergbezinkvoorziening Externe overstort
Esri, EsriNL, Rijkswaterstaat, Intermap, NASA, NGA, USGS; Kadaster, Esri, HERE, Garmin, METI/NASA, USGS
Kenmerk
Bijlage 7
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Analyse personele middelen
Uitgangspunten: • • • • •
•
•
Onderhoud:
Rekentool Stichting RIONED (voormalige module D2000 Leidraad Riolering) 1 fte is 175 dagen/jaar Gemiddeld uurtarief (excl. Overhead) op basis van totale loonkosten begroting 2021: EUR 67 64.928 inwoners in 2020 (bron: https://allecijfers.nl/gemeente/stichtse-vecht/) In de rekentool wordt de benodigde personele capaciteit voor de volgende onderdelen bepaald: o Planvorming o Onderzoek o Facilitair o Onderhoud o Maatregelen Per onderdeel is nagegaan wat op basis van areaalgegevens, uitvoeringsprogramma huidige GRP en inwonersaantal: o de totale benodigde personele capaciteit (wanneer de gemeente niets uitbesteed) o de mate waarin de gemeente werkzaamheden uitbesteed o welke personele capaciteit nog overblijft Voor die onderdelen die geen onderdeel uitmaken van de rekentool (samenwerking, klimaatadaptatie, innovatie en duurzaamheid) is een inschatting gemaakt over de benodigde personele capaciteit.
Planvorming, onderzoek en facilitair: afgelopen planperiode Uitgangspunt: maximale uitbesteding op het vlak van planvorming, onderzoek en facilitair. Voor een gemeente groter dan 50.000 inwoners geldt een tijdsbesteding van:
planvorming GRP Afstemming en overleg Jaarprogramma’s Onderzoek inventarisatie inspectie/controle meten functioneren (berekeningen, afkoppelplannen, ed) Facilitair verwerken revisiegegevens vergunningen en voorlichting gebruik klachtenanalyse en -verwerking Totaal Fte’s
Areaal gegevens: obv areaalgegevens opgenomen in GRP 2017-2021 (het aantal bijzondere voorzieningen regenwater obv inschatting) Omschrijving Gemengd Gescheiden Verbeterd gescheiden Aantal pompunits (incl. bufferputten) Aantal bijzondere voorzieningen regenwater drainage
Omvang 110 191,7 26,9 1.310 10 24,9
Opmerking km (GEM) Km (DWA+HWA) Km (DWA+HWA) St. St. Km
Uitgangspunt: de gemeente heeft geen eigen buitendienst, waarmee al het onderhoud wordt uitbesteed Op basis van de bovenstaande areaalgegevens geldt een tijdsbesteding van: Onderdeel
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Stichtse Vecht
834 480 64 2 15 1.920 10,9
100% 100% 100% 100% -
Riolen / kolken Gemalen / mech. Riolering Infiltratievoorz. / regenwater voorz. Drainage Planning en begeleiding Totaal Fte’s
Tijdbesteding Stichtse Vecht [dg/jr.] 0 0 0 0 15 15 0,1
Maatregelen:
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Stichtse Vecht
Tijdbesteding Stichtse Vecht [dg/jr.]
85 40 175
60% 40%
34 40 105
10 350 50 40
90% 50% -
10 35 25 40
Op basis van de bovenstaande uitgangspunten geldt een tijdsbesteding van: Onderdeel
‘Kale’ investering
VAT-kosten
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Stichtse Vecht
40 35 75 900 5,1
0% -
40 35 75 439 2,5
Investering
2.125.000
318.750 Totaal Fte’s
595 595 3,4
60%
Uitgangpunten: • maximaal uitbesteden • gemiddelde investering voor vervanging en verbetering obv projectenplan (excl. reeds uitgevoerde werkzaamheden) en benodigde vervangingen EUR 3,2 mln. per jaar (incl. toeslagen 41,7) • kale investeringsbedragen (excl. Toeslagen van 41,7%) • percentage voor VAT-kosten is 15%
Tijdbesteding Stichtse Vecht [dg/jr.] 238 253 1,4
Overig: afgelopen planperiode Op basis van een inschatting van de taken voor overige taken die geen onderdeel uitmaken van de rekentool geldt een tijdsbesteding van: Onderdeel Samenwerking / KRW / oppervlaktewater ed Klimaatadaptatie incl. communicatie en participatie (afhandeling stimuleringsregeling klimaatadaptatie Totaal fte’s
Tijdsbesteding Toelichting [fte] 0,45 16 uur per week 1 0,65 2,1
Totaal: Op basis van het voorgaande is de volgende tijdsbesteding benodigd en beschikbaar: Onderdeel Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen (investeringen) Overig Totaal fte’s
Benodigd [Fte] 2,5 0,1 1,4 2,1 6,1
Beschikbaar [fte] 1,9 0,1 1,4 2,1 5,5
Opmerkingen: • VAT-kosten voor het in uitvoering brengen van projecten/investeringen maken in de kostendekkingsberekening onderdeel uit van de personele lasten, de 1,4 fte voor maatregelen worden op de betreffende projecten geboekt • De tijdsbesteding voor heffen en invorderen maken geen onderdeel uit van de analyse benodigde personele capaciteit • Ivm het generatiepact is één van de beheerders slechts voor 0,7 fte inzetbaar. • Als gevolg van personeel verloop is een deel van de tijdsbesteding inmiddels niet meer beschikbaar, waar mogelijk is hiervoor tijdelijk personeel ingehuurd. • Verder is de afgelopen periode gebleken dat in verhouding zijn er veel beleidsmedewerkers (2,4 fte), waar slechts 1,7 fte beheerders tegenover staan. Hierdoor blijven veel beheer taken liggen en/of zijn beleidsmedewerkers bezig met uitvoeringstaken. Een andere verdeling van invulling van functies is dan ook wenselijk. Zeker gelet op het complexe rioolstelsel van de gemeente met relatief veel druk- en vacuümriolering. • Ook waren de afgelopen periode beperkt PL’s beschikbaar voor het in uitvoering brengen van de projecten. Dit blijft een aandachtspunt voor de komende planperiode.
Analyse en conclusie: Op basis van hetgeen eerder benoemd zou een andere verdeling van de medewerkers wenselijk zijn. Dit betreft de besteding op het vlak van ‘Planvorming, onderzoek en facilitair’ en de ‘overige taken’. Onderstaand is de nieuwe gewenste situatie weergegeven voor de beide onderdelen.
planvorming GRP Afstemming en overleg Jaarprogramma’s Onderzoek inventarisatie inspectie/controle meten functioneren (berekeningen, afkoppelplannen, ed) Facilitair verwerken revisiegegevens vergunningen en voorlichting gebruik klachtenanalyse en -verwerking Totaal Fte’s Overige taken: Onderdeel Klimaat / RO-projecten / Samenwerking / KRW / oppervlaktewater ed afhandeling stimuleringsregeling Samenwerking
Totaal fte’s
Tijdbesteding Totaal [dg/jr.]
Uitbesteding Stichtse Vecht
Tijdbesteding Stichtse Vecht [dg/jr.]
85 40 175
60% 0%
34 40 175
10 350 50 40
40% 50% -
10 210 25 40
40 35 75 900 5,1
0% -
40 35 75 684 3,9
Tijdsbesteding [fte] 0,6 0,3 0,1 1,0
Toelichting Beleidsmedewerker 0,1 voor beleidsmedewerker, tactisch beheerder en toezichthouder Tactisch beheerder
Met deze verdeling krijgen we meer grip op ons eigen areaal. De ideale invulling van de benodigde tijd is onderstaand vertaald naar functies. Hierbij is tevens aangegeven in hoeverre deze beschikbaar zijn (d.d. 1 september 2021) Medewerker
Wenselijk [fte] Beleidsmedewerker water, riolering & klimaatadaptatie 1,0 Tactisch beheerder Water & riolering 1,0 Operationeel beheerder vrijvervalriolering en water 1,0 Operationeel beheerder mechanische riolering 1,0 Toezichthouder riolering (vrijverval + mechanisch) 1,0 Totaal fte’s 5,0
Beschikbaar [fte] 0,5 fte + vacature 1,0 1,0 1,0 0,0 (vacature) 3,5
Kenmerk
Bijlage 8
R001-1281300GBV-V07-ssc-NL
Financiële tabellen
Uitgangspunten scenario projectnummer versie versiedatum
Variant B 1281300 8 14-2-2022
begrotingsjaar begin planperiode (GRP) einde planperiode (GRP)
2021 2022 2026
rekentarief rioolheffing 2020 aantal heffingseenheden 31-12-2020 saldo voorziening 31-12-2020 rente voorziening BTW, methode BTW, percentage inflatiepercentage over eenheidsprijzen investeringen (bron: LR prijspeil 2015)
241,99 euro/heffingseenheid 28.815 heffingseenheden 10.344.570 euro 0,0% over kapitaallasten en exploitatiekosten 21,0% 2,0%
debetrente afschrijivingsmethode start afschrijving in jaar rentedeel in jaar van investering rente over afschrijvingstermijnen vrijvervalriolen gemalen en minipompunits - bouwkundig gemalen - mechanisch-electrisch minipompunits - mechanisch-electrisch persleidingen drukriolering - leidingen drukriolering - vrijvervalriolen randvoorzieningen IBA's - bouwkundig
2,00% annuitair na investering 0% boekwaarde 01-01 technisch (levensduur) financieel (afschrijving) 60 60 60 40 15 15 15 15 60 40 60 40 60 40 60 40 15 30
Tabellen Onderwerp Bestaande objecten
Nummer
A.1 A.2 A.3a A.3b A.3c A.3d A.4 A.5
Omschrijving Gemalen Persleidingen Drukriolering - minigemalen Drukriolering - drukleidingen Drukriolering - vrijverval IBA's Randvoorzieningen Vrijvervalriolen
B.1 B.2a B.2b
Verbeteringsmaatregelen
Kapitaallasten
C.1
Bestaande kapitaallasten
Inkomsten, niet rioolrecht zijnde
D.1 D.2
Overige inkomsten
Uitkomsten rioolheffingsberekening
U.1
Heffingsberekening
Overzichten
K.1 K.2
Investeringen vervangingen
Nieuwe investeringen
Exploitatie Onderzoek
Heffingseenheden
Verrekenbare BTW
#VERW!
Tabel A.1: Gemalen
scenario: Variant B projectnummer: 1281300 versie: 8 versie datum: 14 februari 2022
Nr. Locatie rioolgemalen 1 10001001 Coridor to 7 2 10001002 Galgewaard 3 10001003 Hotel v/d Valk 4 10001004 Kievitsbloem thv 10 5 10001005 Noordwijk 6 10001006 Ooievaarsbek to 52 7 10001007 Stinzenlaan noord nst 166 8 10001008 Vingerhoedskruid to 20 9 10001009 Merwedeweg 4c 10 11001001 Groenlust Zwanebloem 11 11001002 Watermunt to 2 12 11001003 Schoenmakerweg nst 1 13 11001004 Rotonde Portengen 14 11001005 Dreef 9 15 13001001 Hoefijzer 1 16 13001002 Jan de Beijerhof 11 17 13001003 Kerklaan 44 18 15001001 Abel Tasmanlaan 9 19 15001002 Amsterdamsestraatweg 56a 20 15001003 Fort 21 15001004 Gageldijk 25 22 15001006 Gageldijk 83a 23 15001007 Herenweg 25 Maarssen
GEM DWA HWA [st.] [st.] [st.]
Vervanging ME kosten
jaartal
47 30 30 25 30 20 33 24 55 30 10 30 30 30 30 21 10 31 30 30 65 35 30
1998 1987 2010 1992 1969 1991 1992 1990 1998 1980 2017 2008 1999 2017 1975 2006 1986 1973 2006 2016 2020 2020 2019
2014 2019 2018 2019 2007 2013 2020 2015 2017 2014 2020 2016 2020 2018 2021 2020 2018 2015 2016 2015 2020 2020 2019
2058 2047 2070 2052 2029 2051 2052 2050 2058 2040 2077 2068 2059 2077 2035 2066 2046 2033 2066 2076 2080 2080 2079
52.764 33.679 33.679 28.066 33.679 22.453 37.047 26.943 62.955 33.679 11.226 33.679 33.679 33.679 33.679 23.576 11.226 34.802 33.679 33.679 66.746 39.293 33.679
2029 2034 2033 2034 2022 2028 2035 2030 2032 2029 2035 2031 2035 2033 2036 2035 2033 2030 2031 2030 2035 2035 2034
36.634 29.799 29.799 27.401 29.799 24.728 31.134 26.892 39.381 29.799 17.977 29.799 29.799 29.799 29.799 25.289 17.977 30.251 29.799 29.799 42.526 31.988 29.799
30 18 56 30 30 30 10 10 10 30 30 15 10 10 10 10 10 19 17 21 17 136 57 40 8 13 13 4 39 10 30 5 30 30 30 15 37 30 30 30 30 30 30 54 30 30 30 30 41 30 30 30 30 30 77 54 30 30 40
2013 1985 1979 1985 1986 1976 2013 2002 2013 2013 1990 1993 1980 1980 2013 2013 2013 2006 2006 1978 1976 1976 1977 1982 1984 2006 1984 1986 2000 1980 2019 1995 2021 1987 1987 1987 1984 1975 1975 1975 1975 1980 1975 1985 1975 1975 1996 2006 2006 1975 1975 1975 1975 1975 2018 1975 2006 2004 1984
2018 2019 2016 2015 1996 2002 2019 2016 2009 2009 2008 2010 1991 1991 2012 2018 2009 2014 2004 2021 2012 2016 2019 2010 2017 2016 2020 2019 2016 2020 2019 2016 2021 2017 2017 2016 2017 1996 1997 1997 1997 2013 1997 2019 2001 1997 2017 2017 1996 1997 1996 1996 1996 1996 2018 2015 2017 2020 2016