CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bijlage TL 8. Klompweg 74-74a-76a, Nigtevecht_V4.pdf

Raad 26 september 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18.: Bestemmingplan 'Verzamelplan Stichtse Vecht'15.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerp Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Toelichting

Gemeente Stichtse Vecht, d.d. juli 2022 NL.IMRO.1904.BPKlompweg7476aNTV-OW02

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ....................................................................................................... 4

1.2

Ligging plangebied ................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 6

1.5

Bij het plan behorende stukken .............................................................................................. 7

1.6

Leeswijzer ................................................................................................................................ 7

Hoofdstuk 2 Het plan............................................................................................................................... 9 2.1

Plan voor functieverandering van agrarisch naar wonen ....................................................... 9

2.2

Afwegingen ............................................................................................................................ 12

2.3

Beeldkwaliteit ........................................................................................................................ 12

Hoofdstuk 3 Beleidskader ..................................................................................................................... 13 3.1

Rijksbeleid.............................................................................................................................. 13

3.1.1

Nationale omgevingsvisie .............................................................................................. 13

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .................................................. 13

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................... 15

3.1.4

Nationaal landschap Groene Hart ................................................................................. 15

3.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 16

3.2.1

Omgevingsvisie Provincie Utrecht ................................................................................. 16

3.2.2

Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. ...................................................... 17

3.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 19

3.3.1

Focus op morgen ........................................................................................................... 19

3.3.2

Omgevingsvisie Stichtse vecht ...................................................................................... 19

3.3.2

Landschapsontwikkelingsplan Breukelen – Loenen (2008)........................................... 20

3.3.3

Beeldkwaliteitplan Breukelen en Loenen (2008) .......................................................... 22

3.3.4

Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 .............................................................................. 22

Hoofdstuk 4 Milieu- en gebiedsaspecten .............................................................................................. 25 4.1

M.e.r.-beoordeling ................................................................................................................ 25

4.2

Bodem ................................................................................................................................... 26

4.3

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 27

4.4

Landschappelijke waarde ...................................................................................................... 32

4.5

Ecologie ................................................................................................................................. 32

4.6

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 35

4.7

Geluid .................................................................................................................................... 36 2

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht 4.8

Externe veiligheid .................................................................................................................. 37

4.9

Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 39

4.10

Mobiliteit ............................................................................................................................... 40

4.11

Watertoets ............................................................................................................................ 41

4.12

Duurzaam bouwen ................................................................................................................ 44

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten en planverantwoording .................................................................... 45 5.1

Opzet van de regels ............................................................................................................... 45

5.2

Verantwoording van de regels .............................................................................................. 45

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 47 6.1

Ruimtelijke uitvoerbaarheid .................................................................................................. 47

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 47

6.2.1 6.3

Vooroverleg ................................................................................................................... 47

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 47

Bijlagen

Bijlage 1: Schetsplan Bijlage 2: Bodemonderzoek Bijlage 3: Quickscan Flora en fauna Bijlage 4: Aerius berekening

3

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Vanwege diverse ontwikkelingen in het gebied en in het algemeen ten aanzien van de agrarische sector, waarbij het steeds lastiger wordt om het agrarisch bedrijf, bestaande uit een melkveehouderij en een (vlees)varkenstak, voort te zetten en uit te breiden, hebben de eigenaren van het agrarisch bedrijf gelegen aan de Klompweg 74, 74a en 76a te Nigtevecht ervoor gekozen om het bedrijf te beëindigen. Middels het toepassen van de ‘ruimte-voor-ruimteregeling’ wordt de agrarische bestemming gewijzigd naar wonen, waarbij in ruil voor het slopen van alle overbodig geworden agrarische opstallen twee woningen op het erf worden gerealiseerd. Daarnaast worden de twee bestaande agrarische bedrijfswoningen omgezet naar (burger)woningen. Het voorliggende plan respecteert de oorspronkelijke opzet van het agrarisch erf en de voormalige boerderij als hoofdvolume. Met behoud van de hooiberg en het zomerhuisje wordt het oorspronkelijke agrarische karakter van het erf in stand gehouden. Met enkele nieuwe toevoegingen zoals de uitbreiding van de bestaande boomgaard en de aanleg van een nieuwe boomgaard wordt het erf verankerd in het landschap. Dit initiatief wordt door de gemeente ondersteund. De gewenste ontwikkeling is echter niet in overeenstemming met de regels uit het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord.

Om dit plan met de benodigde zorgvuldigheid te kunnen behandelen is besloten voor dit initiatief voorliggend postzegelbestemmingsplan op te stellen.

1.2

Ligging plangebied

De agrarische locatie bevindt zich aan de Klompweg 74, 74a en 76a te Nigtevecht. Gelegen langs de Vecht, ten noorden van Nigtevecht. Aan de zuidkant grenst het bedrijf aan de buitenplaats Zwaanwijck. Op het erf bevinden zich diverse agrarische opstallen en twee bedrijfswoningen. De oppervlakte van het agrarisch erf bedraagt ongeveer één hectare, hierna te noemen het plangebied.

Figuur 1: Ligging plangebied

4

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Figuur 2: Plangebied rood omkaderd

5

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De agrarische bedrijfslocatie is in bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord van de gemeente Stichtse Vecht als zodanig bestemd. De enkelbestemming is ‘Agrarisch met waarden’. Deze gronden zijn (onder andere) bestemd voor grondgebonden veehouderijbedrijven en tevens voor een intensieve veehouderij tot maximaal 1.000 m2 per agrarisch bouwperceel. Binnen het bouwvlak zijn twee wooneenheden toegestaan. Verder gelden de volgende dubbelbestemmingen:  Waarde – Cultuurhistorie 3: De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie 3’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de versterking van de Stelling van Amsterdam.  Waarde – Cultuurhistorie 4: De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie 4’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de versterking van de buitenplaatszone langs de Vecht.  Waarde Archeologie 4: De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Figuur 3 betreft een detail van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord.

Figuur 3: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan

1.4 Principebesluit college van burgemeester en wethouders Herhaaldelijk heeft de initiatiefnemer een vooroverlegplan ingediend met betrekking tot de invulling van de rood-voor –rood regeling op het erf met het verzoek tot medewerking voor een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan. Het laatste verzoek werd 30 juni 2021 ingediend. De gemeente heeft het plan beoordeeld. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 25 november 2021 in een principebesluit verklaard bereid te zijn onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het verzoek. 6

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

De gestelde uitgangspunten bij de ontwikkeling zijn:  De ‘ruimte voor ruimte’ regeling (artikel 9.11 van de interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht) is van toepassing. In ruil voor de sloop van onder andere alle agrarische opstallen en het verwijderen van erfverharding, kunnen twee woningen worden teruggebouwd (de bestaande bungalow en nieuwe schuurwoning). De twee bestaande bedrijfswoningen (boerderij en Klompweg 76) kunnen worden omgezet naar burgerwoningen.  Het is een meerwaarde om aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te behouden.  De historie van deze plek geldt als basis voor het ontwerp; het agrarisch karakter van het perceel wordt zoveel mogelijk behouden. De gebouwen worden in een boerderij-ensemble gepositioneerd met een duidelijke keuze voor hoofd- en bijgebouwen in de verschijningsvorm.  Er is een clustering van bebouwing aan de voorzijde van het perceel.  De oorspronkelijke boerderij wordt als hoofdvolume behouden en herkenbaar. Deze wordt gerestaureerd indien dat technisch en financieel haalbaar is. Indien dat niet mogelijk blijkt te zijn, wordt deze opnieuw gebouwd. Ook dan blijft de boerderij het hoofdvolume op het erf. De overige gebouwen zullen ondergeschikt zijn aan de boerderij, zowel wat betreft verschijningsvorm als ook wat betreft het volume.

 De bestaande bungalow wordt gesloopt en 10 meter naar voren, in de richting van de Klompweg, nieuw gebouwd.  De nieuwe schuurwoning wordt ongeveer op de plek van de bestaande stal gebouwd.  De nieuwe woningen hebben een volume van maximaal 600 m³.  De voormalige hooiberg wordt gerestaureerd dan wel opnieuw gebouwd.  Het bestaande zomerhuisje wordt behouden danwel herbouwd op de huidige locatie.  De bestaande boomgaard wordt uitgebreid.  Er wordt een nieuwe boomgaard aangelegd achter het erf.  Er is één gedeelde, duidelijke toegangsweg/ inrit. Op basis van deze uitgangspunten is deze gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan opgesteld.

1.5

Bij het plan behorende stukken

Het 'Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a' bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken:  regels  verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1904.BPKlompweg7476aNTV-OW02) Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het plangebied weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. Als onderdeel van de toelichting is in de bijlagen een aantal onderzoeksrapporten opgenomen. Een beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

1.6

Leeswijzer 7

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht De toelichting is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de planbeschrijving. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan aangetoond voor wat betreft milieuaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische planopzet en hoofdstuk 6 geeft informatie over de uitvoerbaarheid.

8

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1

Plan voor functieverandering van agrarisch naar wonen

Op de locatie aan de Klompweg 74, 74a en 76a wordt een agrarisch bedrijf gevoerd bestaande uit een melkveehouderij met daarbij een (vlees)varkens-tak. Het bedrijf grenst aan de zuidwest kant aan de buitenplaats Zwaanwijck, aan de zuidoost ligt de Vecht en het bedrijf wordt verder omringd door weidegronden. De planlocatie bevindt zich ten noordoosten van de dorpskern van Nigtevecht. Het agrarisch erf bestaat uit twee bedrijfswoningen, een kleine voormalige bedrijfswoning (niet meer als zodanig in gebruik) en diverse agrarische opstallen. In totaal is een oppervlakte van ruim 2.435 m2 aan agrarische gebouwen aanwezig op de locatie (waarvan ca. 1.300 m2 met asbesthoudend dak). Plus nog ruim 502 m2 aan (sleuf)silo’s, 1.451 m3 ondergrondse mestkelders en ruim een halve hectare (5.120 m2) erfverharding. Het plangebied heeft een oppervlakte van in totaal circa 1 hectare (10.000 m2).

Figuur 4: Huidige situatie

9

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Figuur 5: Overzicht over het erf met de bestaande, te behouden elementen en de te slopen stallen.

De bestaande boomgaard wordt uitgebreid en krijgt zo een functie als een verbindend element op het erf. Vanuit het hoofdvolume (de boerderij) is zicht door de boomgaard naar het landschap mogelijk. Hiermee wordt gezorgd voor een verankering van het erf met het omliggende landschap. In het verlengde van de voormalige boerderij wordt de voormalige, verdwenen boomgaard aan de kant van buitenplaats Zwaanwijck weer hersteld. Ook hier geldt dat door bomen heen zicht naar het achterliggende landschap mogelijk is. Opgaande lijnvormige beplanting langs de erfgrens aan de oostkant zorgt voor een verdere verbinding met het landschap. Door de bomen is vanaf het erf zicht naar het landschap, zowel naar de zijkant als naar achteren. Het schetsplan zoals opgesteld door Agroplan/Noordanus & Partners is als bijlage 1 toegevoegd.

10

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Figuur 6: Schetsplan nieuwe situatie

11

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

2.2

Afwegingen

Vanwege diverse omstandigheden is besloten het agrarisch bedrijf te beëindigen en de locatie met toepassing van de ‘ruimte-voor-ruimteregeling’ om te vormen naar een woonlocatie. Door het beëindigen van het agrarisch bedrijf met intensieve (vleesvarkens)tak op deze locatie zal het woonmilieu voor de bewoners van het aangrenzende landgoed Zwaanwijck aanzienlijk verbeteren. Bovendien zal door het opheffen van de milieuvergunning van het agrarisch bedrijf de uitstoot (stikstofdepositie) op naastgelegen natuurgebieden afnemen. Zowel landgoed Zwaanwijck als de Vecht zijn aangemerkt als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000 gebied Oostelijke Vechtplassen ligt op ongeveer 800 m van de planlocatie. De woning op Klompweg nummer 76 betreft een burgerwoning en ligt in de huidige situatie op zeer korte afstand van het agrarisch bedrijf. Door het verwijderen van de agrarische bestemming en het omvormen naar een woonerf zal ook hier de woonkwaliteit verbeteren. Zowel in de directe omgeving als op enige afstand wordt dus geprofiteerd van de omvorming van een (intensief) agrarisch bedrijf naar een woonlocatie.

2.3

Beeldkwaliteit

Bij deze ontwikkeling wordt nadrukkelijk gestreefd baar het behoud van het agrarisch karakter, waarbij de gebouwen in een boerderij-ensemble worden gepositioneerd met een duidelijke keuze voor hoofd- en bijgebouwen in de verschijningsvorm en een gepaste ontsluiting met een duidelijke toegangsweg. De oorspronkelijke boerderij blijft hierbij als hoofdvolume behouden en herkenbaar. De achtergelegen woning krijgt de uitstraling van een agrarisch bijgebouw. Qua materiaalgebruik gaat de voorkeur uit naar de toepassing van natuurlijke materialen zoals hout, baksteen en zink. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van gedekte kleuren. Hiermee wordt er met de bebouwing aangesloten op het traditionele beeld van een boerenensemble. De daken zijn voorzien van matte keramische pannen of riet.

12

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden die worden getoetst aan het voorgenomen plan.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten:    

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Voorliggend plan is kleinschalig van aard, waardoor het geen landelijke impact heeft. Wel wordt rekening gehouden met de ambities van de Rijksoverheid met betrekking tot efficiënt ruimtegebruik en een goede fysieke leefomgeving. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten dat van Rijksbelang is met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: - Project Mainportontwikkeling Rotterdam; - Kustfundament; - Grote rivieren; - Waddenzee en waddengebied; - Defensie; - Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het plangebied is gesitueerd binnen de grenzen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en tevens binnen de grenzen van de Stelling van Amsterdam. Deze zijn beiden door het rijk als erfgoedcomplex van uitzonderlijke universele waarde aangewezen.

13

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Nieuwe Hollandse Waterlinie Kernkwaliteiten (essentiële landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken) zijn: 1. Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit: – inundatiegebieden; – zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; – voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; – waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers, en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; – overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; – de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; – de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem; Figuur 7: Kaart erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde 2. Grote openheid; 3. Groen en overwegend rustig karakter. De Stelling van Amsterdam Kernkwaliteiten zijn: 1.

Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laatnegentiende-eeuwse en vroegtwintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: – een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; – sluizen en voor- en achterkanalen; – de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; – inundatiegebieden; – voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied); – de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. De voorgestelde ontwikkeling, te weten het beëindigen van het agrarisch bedrijf, het herbestemmen van de bestaande woningen en het oprichten van twee nieuwe woningen binnen het voormalige bouwvlak van het agrarische bedrijf, heeft geen negatieve gevolgen op de kernkwaliteiten die aan de 14

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht Nieuwe Hollandse waterlinie en aan de Stelling van Amsterdam worden toegekend en is om die reden niet in strijd met de doelstelling van het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (Ladder) geïntroduceerd, als instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder is per 1 oktober 2012 als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: - 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Volgens de Nota van Toelichting worden ontwikkelingen die geen extra verstedelijking tot gevolg hebben, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, zoals bij voorbeeld de Ruimte-voorRuimteregelingen, niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De Laddertoets hoeft in dat geval niet worden uitgevoerd.

Ook een plan om vier wooneenheden te realiseren wordt, vanwege de relatieve kleinschaligheid, niet gezien als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro gezien (Raad van State, 27 augustus 2014, 201311233/1/R4). In onderhavige situatie is er sprake van de ontwikkeling van een agrarische locatie naar een woonlocatie. In ruil van het saneren van het veehouderijbedrijf en het slopen van agrarische opstallen worden middels toepassing van de ‘ruimte-voor-ruimteregeling’, twee nieuwe woningen opgericht. De oppervlakte bebouwing wordt hiermee sterk gereduceerd. Het plan wordt om die reden niet belemmerd door de Ladder voor duurzame verstedelijking. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet aan de orde. 3.1.4 Nationaal landschap Groene Hart De planlocatie bevindt zich binnen de grenzen van Nationaal Landschap Groene Hart. Voor dit nationaal landschap zijn de volgende kernkwaliteiten gedefinieerd, die behouden en versterkt dienen te worden: - openheid; - (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); - landschappelijke diversiteit; - rust & stilte. Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal.

Daarbij dienen de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden én te versterken. Enkel en alleen het accent leggen op rust en stilte doet geen recht aan het Groene Hart. Het waarborgen van rust vraagt ook het bieden van ruimte voor vormen van dynamiek. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de contrasten in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de velden en de dynamische landschappen van de oude stroomruggen. We vragen dus zorgvuldig om te gaan met de open, lege ruimte en de dynamiek te concentreren in de ‘zones’. Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de 15

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht verschillende typen landschap te behouden en versterken. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: - openheid en intimiteit - rust en reuring - oude en nieuwe overgangen De omvorming van een agrarisch erf naar een woonerf vindt plaats op de kleinschalige en relatief besloten overwal van de Vecht. Dit sluit aan op de kernkwaliteiten en ambities die voor het Groene Hart zijn geformuleerd. Door het toevoegen van beplanting op en rond het erf en het versterken van de landschappelijke kenmerken blijft het contrast met het achterliggende open veenweidengebied behouden.

3.2

Provinciaal beleid

Ter overbrugging van de periode tot de inwerkingtreding van de omgevingswet hebben de Staten van provincie Utrecht op 10 maart 2021 de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening vastgesteld. 3.2.1

Omgevingsvisie Provincie Utrecht

Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van onze gezonde en veilige leefomgeving. De visie is een inclusieve en circulaire provincie Utrecht in 2050:       

waarin stad en land gezond zijn; die klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin duurzame energie een plek heeft; met vitale steden en dorpen; die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een levend landschap, erfgoed en cultuur; die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

16

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht Verhaallijn en opbouw Omgevingsvisie provincie Utrecht

Voor het omgevingsbeleid zijn de volgende twee centrale uitgangspunten gehanteerd:  

gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen waarmee we de Utrechtse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, zo nodig met compenserende maatregelen. concentreren en combineren nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Er blijft ook ruimte beschikbaar voor lokale opgaven.

Planspecifiek Het projectgebied ligt in het landelijk gebied van Utrecht, met belangrijke waarden in cultuurhistorie, landschap en natuur. De volgende voor het plangebied belangrijke waarden zijn benoemd: historische buitenplaatszone, NHW, landbouw(kern)gebied en recreatiegebied. De voorgenomen ontwikkeling betreft het slopen van agrarische opstallen, het, zo mogelijk, behoud van de historische boerderij, het beter positioneren van een bestaande woning, het bouwen van een nieuwe woning op het erf en de aanleg van diverse landschapselementen. Dit betreft een ruimtelijke ontwikkeling die de kernkwaliteiten van het landelijk gebied niet zal aantasten, maar juist zal versterken. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht.

De interim omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de interim omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. Andere voorbeelden van direct werkende regels zijn de meld- en informatieplichten en de specifieke zorgplichten. Regels over bijvoorbeeld een vergunningplicht gelden ook voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening zijn vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1-1-2022) opgesteld. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening vervangen sectorale visies en een groot aantal verordeningen. Planspecifiek Het projectgebied ligt in twee cultuurhistorisch waardevolle gebieden: Groene Hart en (Voorlopige lijst) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies (NHW). In de Omgevingsverordening zijn daarover specifieke eisen of voorwaarden opgenomen. Nieuwe Hollandse Waterlinie Voor het (beoogde) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies geldt dat de uitzonderlijke universele waarde niet mag worden aangetast.

De uitzonderlijke universele waarde van het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies, bestaande uit de Stelling van Amsterdam (SvA) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), is gelegen in het uitgebreide en ingenieuze systeem van militaire verdediging door inundatie. De hoofdkenmerken van de Hollandse Waterlinies zijn het strategisch landschap, het watermanagement en de militaire werken. De te behouden kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn:  

het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; groen en overwegend rustig karakter; 17

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht 

openheid.

Groene Hart Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het bevorderen van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden. Als kernkwaliteiten van het Groene Hart wordt genoemd:  openheid;  (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.);  landschappelijke diversiteit;  rust & stilte. Historische buitenplaatszone De aanduiding historische buitenplaatszone is erop gericht om de nog aanwezige zichtassen en zichtrelaties te respecteren gerespecteerd en te handhaven bij ontwikkelingen. De cultuurhistorische waarde van de Historische buitenplaatszone ligt met name in:  de samenhang van parkstructuren, hoofdhuizen en bijgebouwen;  de zichtassen en zichtrelaties tussen buitenplaatsen en de omgeving;  de kenmerken van de buitenplaatszone in relatie tot het onderliggende landschap. Nieuwe functies voor stoppende agrarische bedrijven Het provinciale beleid voor vrijkomende agrarische bedrijven is gericht op sloop van overbodig geworden bedrijfsbebouwing.

Om dit te stimuleren is in artikel 9.11 van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht (ruimte-voor-ruimte) opgenomen dat in ruil voor sloop van de bedrijfsgebouwen ruimte geboden wordt voor één of meer extra woningen of voor een passende bedrijfsfunctie. Wanneer 750 m2 tot 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2.500 m2 tot 4.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Afwijking van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. De nieuwe woningen moeten worden gesitueerd binnen het voormalige bouwperceel, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning. De bouwpercelen worden verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast. Uitgangspunten bij de inrichting van het plangebied is dat in ruil voor de sloop van onder andere alle agrarische opstallen en het verwijderen van erfverharding, kunnen twee woningen worden teruggebouwd, conform de ruimte voor ruimte regeling. Eén bestaande bungalow en nieuwe schuurwoning.

De twee bestaande bedrijfswoningen de (historische) boerderij en Klompweg 76 kunnen worden omgezet naar burgerwoningen. Het is een meerwaarde om aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te behouden, het agrarisch karakter van het perceel wordt zoveel mogelijk behouden. De voormalige hooiberg en het zomerhuisje worden gerestaureerd dan wel opnieuw gebouwd. Boongaarden worden uitgebreid. Hierdoor wordt het erf met het omliggende landschap verbonden. Door het behoud van het agrarisch karakter binnen de huidigen grenzen van het erf sluit de ontwikkeling goed aan bij de kernwaarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het Groene Hart en de Historische buitenplaatszone.

18

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht Concluderend kan gesteld worden dat onderhavig plan voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Focus op morgen ‘Focus op morgen’ is een toekomstvisie van Stichtse Vecht die de gemeenteraad op 29 januari 2013 heeft vastgesteld. De toekomstvisie bevat vier hoofddelen: 1. 2. 3. 4.

Kernkwaliteiten van Stichtse Vecht; Trends en ontwikkelingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet; Opgaven en kansen voor de toekomst; Vervolg van de visie en verder ontwikkelen van deelvisies op Stichtse Vecht.

De kernkwaliteiten van Stichtse Vecht zijn voor een belangrijk deel gevormd door de ligging en de historie van het gebied. De Vecht met haar buitenplaatsen en natuurschoon, typeren samen met de plassen, polders en het veenweidegebied Stichtse Vecht. Deze 'zachte kant' wordt veel genoemd als drager van cultuur en identiteit. Ook in historisch opzicht speelt de rust en schoonheid die het landschap biedt aan degene die de drukte van de stad wil ontvluchten een grote rol. Het gebied kent meer dragers van identiteit: er is ook een 'harde kant -de 'harde as'-' met het Amsterdam-Rijnkanaal, het spoor en de A2. Stichtse Vecht wordt gezien als schakel tussen Utrecht en de metropoolregio Amsterdam. Regionale samenwerking is van belang voor de inwoners en de bedrijven. Locatie en bereikbaarheid zijn van belang voor woningzoekenden. Behoud van het landschap met haar eeuwenoude buitenplaatsen en ontginningenstelsel vormt een belangrijke pijler. Het landschap geeft Stichtse Vecht identiteit en toekomstwaarde. Het behoud van het landschap wordt als een cruciale opgave voor de toekomst gezien. Voor het dragen van de kosten van landschapsontwikkeling wil de gemeente naar nieuwe vormen van financiering zoeken. De gemeente wenst ruimte te bieden aan zelfbouw en initiatieven die de vitaliteit en het behoud van historisch erfgoed mogelijk maken.

De voorliggende ontwikkeling sluit hierop aan en is in overeenstemming met de uitgangspunten van de toekomstvisie 'Focus op Morgen'. 3.3.2

Omgevingsvisie Stichtse vecht

Hierin staan de belangrijkste ambities en keuzes voor onze fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie beschrijft wat voor een gemeente Stichtse Vecht in 2040 wil zijn. Stichtse Vecht zet in op een gezonde en leefbare woon- en leefomgeving, een gemeente waarin fijn gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. In de visie worden de kwaliteiten van het landschap vanuit de historische ontwikkeling ervan benaderd. Hierbij worden vier deelgebieden gehanteerd: de ‘langzame Vecht’, de ‘snelle Vecht’, het westelijk veenweidegebied en het oostelijk veenweidegebied (plassengebied). Alle vier deze gebieden hebben hun eigen kwaliteiten en identiteit.  De langzame Vecht bestaat uit de rijke historie rondom de rivier de Vecht met een lint van onder meer dorpen en buitenplaatsen.  De snelle Vecht is een bundel van infrastructuur, zoals de snelweg en het spoor, waar de dynamiek overal is. 19

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht 

Het oostelijk en westelijk veenweidegebied zijn van oudsher landbouwgebieden, waar ondernemers zich inzetten voor veeteelt en agrarisch natuurbeheer. Kenmerkend voor deze gebieden is de combinatie van landbouw en natuur op een natte en dalende ondergrond.

Planspecifiek: Het plangebied ligt in het deelgebied ‘langzame Vecht’ met als gebiedsdoel ‘Belevingszone Vecht’. Binnen de belevingszone zijn veranderingen alleen mogelijk als ze de typische beleving van de Langzame Vecht behouden en/of versterken. De bestaande kwaliteiten op het gebied van erfgoed, cultuurhistorie en landschap zijn leidend. Specifieke aandacht is er voor de zichtlijnen. In de Langzame Vecht zijn er zichtlijnen van en naar de buitenplaatsen, de forten (verboden kringen), groepsaccommodaties, molens (molenbiotopen) en beschermde dorpsgezichten. Met de beoogde ontwikkeling, binnen de grenzen van het huidige erf, worden de bestaande kwaliteiten van ‘deelgebied’ langzame Vecht’ niet aangetast.

Uitsnede Omgevingsvisie Stichtse vecht

3.3.2 Landschapsontwikkelingsplan Breukelen – Loenen (2008) In het landschapsontwikkelingsplan Breukelen Loenen is opgenomen hoe de gemeente Stichtse Vecht de komende 15 jaar de landschappelijke karakteristiek wilt behouden, versterken en ontwikkelen. Het plan geeft inzicht in de ontwikkelmogelijkheden in het buitengebied en te maken keuzes. Daarnaast geeft het plan voor nieuwe ontwikkelingen landschappelijke randvoorwaarden aan. Het LOP vormt een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied en is om die reden als onderdeel van deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Het buitengebied van gemeente Stichtse Vecht is in het LOP onderverdeeld in 5 deelgebieden. Voor elk deelgebied zijn bestaande gebiedskwaliteiten geïnventariseerd en geanalyseerd en voor elk 20

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht deelgebied zijn opgaven geformuleerd. Op basis van de opgaven zijn ontwikkelingsrichtingen opgesteld. De planlocatie is op de algemene visiekaart van het LOP gesitueerd in het half-open stroomruglandschap van de Vecht-Noord. Dit deelgebied kenmerkt zich door een licht glooiend kleinschalig landschap met langgerekte onregelmatige blokverkaveling. De rivier heeft een bochtig natuurlijk verloop, waarlangs een lint van historische buitenplaatsen ligt. De stroomrug kent een vrij rijke beplanting van populier, wilg, kastanje, iep en vruchtbomen. De cultuurhistorische waarden van de stroomruggen van de Vecht bestaan (o.a.) uit: een grote reeks buitens met bos en park, dijken langs de Vecht, de Indijk als achtergrens van de ontginning. Een van de doelstellingen van de visie is het “behouden en ontwikkelen van karakteristieke landschapstypen”. Voor het stroomruggenlandschap van de Vecht betekent dit het half open tot half besloten landschap, buitens, landgoederen en buiten wonen. Daarnaast het ontwikkelen van natuuren landschapswaarden horend bij de landschapstypen. Een van de opgaven voor de Noordelijke Vechtzone is het “landschappelijk versterken noordelijke Vechtzone met behoud van het meer agrarische karakter”.

Er ligt een uitdaging in een integrale kwaliteitsverbetering door kleinschalige natuurontwikkeling en de aanleg van landschapselementen. Verder wordt aangegeven dat de stroomruggronden goede agrarische gronden blijven en hoogstamboomgaarden de aantrekkelijkheid van het noordelijk deel van de Vecht vergroten. De ontwikkeling op de onderhavige locatie draagt bij aan de doelstellingen van het LOP omdat het aanleggen van nieuwe beplanting en het versterken van de bestaande beplanting op en rondom het erf zorgt voor een verdichting van de stroomrug en daarmee een vergroting van het contrast tussen het open weidegebied en de half-open stroomrug. Omdat de beplanting en de nieuwe bebouwing binnen het bestaande bouwperceel worden gesitueerd zal geen aantasting van het zicht vanaf de Vecht naar het achterland plaatsvinden en blijven bestaande zichtlijnen in stand.

Figuur 8: Kaart uitsnede uit LOP

21

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht 3.3.3 Beeldkwaliteitplan Breukelen en Loenen (2008) Naast het LOP is een beeldkwaliteitplan Breukelen en Loenen opgesteld. Het beeldkwaliteitplan sluit aan op het LOP. Doelstelling van het beeldkwaliteitplan buitengebied is om de bestaande beeldkwaliteit van het landelijke gebied te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plan streeft daarom naar beeldkenmerken die passen bij de ontstaansgeschiedenis en karakteristiek van het buitengebied. Het BKP gaat in op diverse niveaus van beeldkwaliteit:  De ruimtelijke samenhang van structuurdragers zoals de bebouwingslinten en de Vechtoevers;  De ruimtelijke samenhang in het landschap: - open of besloten landschap; - landschappelijke beplantingen; - wegbeplantingen; - slotenpatronen.  De ruimtelijke samenhang op de erven: de opbouw van de erven, relatie tussen bebouwing en beplanting op het erf;  De diverse elementen op de kavels en erven, zoals verharding, verlichting, hekwerken, paardenbakken, etc. Onderhavige planlocatie bevindt zich in het deelgebied Stroomruggenlandschap, Vechtgebied-Noord. Dit stroomruggenlandschap is ontstaan door de afzettingen van de rivieren de Vecht, Aa en Angstel.

Deze hogere en drogere gronden leenden zich van oudsher voor de ontwikkeling van zowel woon- als agrarische bebouwing en in de Vechtstreek ook voor de vestiging van buitens en landgoederen. Vergeleken met het zuidelijk deel van de Vecht heeft het noordelijk deel een meer agrarisch karakter. De doelstelling voor het stroomruggenlandschap langs de Vecht is behoud en versterking van het afwisselende landschap en de bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. De buitens en landgoederen liggen met hun voorzijde georiënteerd naar de Vecht. Hun parkbossen liggen er dwars op. Zij dragen daardoor bij aan de ruimtelijke afwisseling en de uitzichten vanaf de Vecht op het buitengebied. In elk landschapstype is behoud, beheer en ontwikkeling van streekeigen natuurwaarden en beplantingen gewenst, zoals erfbeplanting, kavelgrensbeplanting, (geriefhout-)bosjes, boomgaarden, oeverbeplanting, houtkaden, poelen, slotenpatronen en andere elementen. Voor de inrichting van sloten dient uit te worden gegaan van natuurvriendelijke of natuurlijke oevers. Bij de omvorming van de planlocatie worden diverse landschapselementen zoals hoogstamboomgaarden en kavelgrensbeplanting in de vorm van knotwilgen toegevoegd aan het plangebied. Bestaande sloten worden doorgetrokken en er worden nieuwe dwarssloten gerealiseerd. Hierbij worden waar mogelijk natuurvriendelijke oevers aangelegd.

De planontwikkeling draagt hiermee bij aan de versterking van het landschap en voldoet daarmee aan de voorwaarden van het Beeldkwaliteitplan. 3.3.4 Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 Op 1 januari 2011 zijn de gemeenten Breukelen, Loenen en Maarssen samengevoegd tot de gemeente Stichtse Vecht. Maarssen, Loenen en Breukelen hebben in het verleden een welstandsnota vastgesteld zoals aangegeven in de Woningwet. Hierin zijn beoordelingskaders opgenomen voor gebieden en objecten, die hun grondslag vinden in de samenhang van het bebouwingsbeeld en de historisch gegroeide structuren. De welstandnota Stichtse Vecht is een samenvoeging van de nota's van de voormalige gemeenten en is waar nodig geactualiseerd.

22

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht De planlocatie ligt op de niveaukaart in een gebied aangeduid met ‘bijzonder’. Op de Gebiedskaart in het gebied ‘buitengebied Vechtzone’: “De bebouwing staat in het algemeen langs de ontsluitingswegen op de oeverwallen met meer naar achteren bijgebouwen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, woonhuizen op buitenplaatsen en (agrarische) bedrijfsgebouwen. Daarnaast komt hier en daar kleinschalige lintbebouwing voor. De bebouwing staat vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Op een buitenplaats staat het hoofdgebouw veelal op enige afstand van de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De woningen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit één tot twee lagen met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa.” “De Vechtzone een bijzonder welstandsgebied.

Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen en de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in een groene omgeving.” De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • hoofdgebouw staat aan de straatzijde, bijgebouwen in ondergeschikte positie • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimten en op het water met in de eerste lijn bebouwing boerderijen en (buiten)huizen en in de tweede lijn stallen, bijgebouwen en schuren • bedrijfsgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn (doorzichten behouden) • gebouwen liggen op enige afstand van de perceelsgrens of de slootkant • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • woongebouwen bestaan bij voorkeur uit één laag met kap • bedrijfsgebouwen bestaan uit één laag met een zadeldak of plat dak • nok is in beginsel haaks op de weg of evenwijdig aan de verkavelingsrichting • zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa en eenvoudig van vorm Architectonische

uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend en per ensemble in samenhang • de voorgevel is representatief • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand doorbreken • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume 23

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en terughoudend • gevels van woongebouwen bij voorkeur uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal of in een lichte tint pleisteren • hellende daken van woningen dekken met pannen of riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur • kleuren harmoniëren met de omgeving • aan- en bijgebouwen in materiaal en kleur afstemmen op hoofdmassa en aan de voorkant traditioneel uitvoeren of bijgebouwen in gepotdekselde planken Bij de realisatie van de twee nieuwe woningen zal getoetst worden aan de welstandsnota.

24

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Hoofdstuk 4 Milieu- en gebiedsaspecten

4.1

M.e.r.-beoordeling

Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen, een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Een stedelijk ontwikkelingsproject is als activiteit 11.2 omschreven op de D-lijst bij het Besluit m.e.r. In de Nota van Toelichting bij het Besluit m.e.r.

wordt deze activiteit als volgt omschreven: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.” De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt in een voor dit onderwerp belangrijke uitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:694) dat het begrip stedelijk ontwikkelingsproject ruimte laat voor interpretatie en dat daardoor discussie kan ontstaan over de vraag wanneer sprake is van een wijziging van een dergelijk project. Niet iedere mogelijk gemaakte wijziging van een stedelijke ontwikkeling, hoe ondergeschikt ook, moet worden aangemerkt als een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Of sprake is van een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Middels het toepassen van de ‘ruimte-voor-ruimteregeling’ wordt de agrarische bestemming gewijzigd naar wonen, waarbij in ruil voor het slopen van alle overbodig geworden agrarische opstallen twee nieuwe woningen op het erf worden gerealiseerd. De twee bestaande agrarische bedrijfswoningen worden omgezet naar (burger)woningen.

Na sloop van de agrarische opstallen, het verwijderen van de erfverharding en het saneren van de sleufsilo’s en mestkelders, wordt het erf opnieuw ingericht ten behoeve van wonen en wordt het geheel landschappelijk ingepast. De bestaande beplanting wordt versterkt door de uitbreiding van de hoogstam fruitboomgaard. Daarnaast wordt achter het erf, op de historische locatie, een nieuwe hoofstamboomgaard gerealiseerd. Deze elementen dragen bij aan het herstel van de landschapswaarden in het gebied en hersteld historische verbindingen met de omgeving. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna en water. Het beëindigen van de veehouderij heeft een aanzienlijke verbetering op het woon- en leefklimaat ter plaatse en de instandhoudingsdoelstellingen in de omgeving. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten. Daarnaast blijft het ruim onder de drempelwaarde van 2000 of meer woningen. In onderhavige 25

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht situatie kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, een m.e.r.‐ beoordeling is hiermee niet aan de orde is.

4.2

Bodem

Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de milieukundige bodemkwaliteit in het plangebied. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden verwijderd. In het kader van voorliggende ontwikkeling is door Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 21 november 2016 een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest uitgevoerd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van een representatieve indicatie inzake eventuele verontreiniging(en) van de grond en het ondiepe grondwater. Het doel van het verkennend onderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Uit het deze onderzoeken is gebleken dat er aanvullend onderzoek naar de verontreiniging in de bodem noodzakelijk is. Het onderzoek is in de bijlage 2 toegevoegd met het kenmerk (P16M0143).

Het aanvullende onderzoek is uitgevoerd op 29 augustus 2018. Het doel van het aanvullend onderzoek is om na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Daarnaast wordt de aard van de bodemverontreiniging, en een schatting van het gehalte aan asbest gemaakt op basis van een steekproefsgewijze monsterneming om een indicatie van de omvang en de verontreiniging te krijgen. Aan de hand van deze gegevens wordt bepaald of er al dan niet met spoed gesaneerd moet worden. Op de locatie is sprake van een bodemverontreiniging met minerale olie, lood en PAK. Zowel voor de minerale olieverontreiniging als de loodverontreiniging, ter plaatse van de huidige bovengrondse dieseltank, blijkt sprake van een lokale spot, welke voldoende zijn afgeperkt. De verontreiniging wordt aan de zijde van de bebouwing begrensd door de aanwezigheid van mestkelders onder de stallen. De verontreiniging met minerale olie blijkt op basis van de aangetroffen oliesoort niet te relateren aan de dieseltank ter plaatse, maar vermoedelijk aan olieopslag in het verleden. Ten aanzien van de loodverontreiniging wordt verwacht dat sprake is van een plaatselijk aanvulling met verontreinigd materiaal van de bouwput voor de stal met mestkelders.

Vanwege het lange gebruik als boerderij (al van voor 1900) wordt de verontreiniging als historisch beschouwd. De op de locatie aangetroffen sterke verontreiniging met minerale olie in de bovengrond en lood in de ondergrond betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Op het westelijke deel bevindt zich boven de verontreinigde grond nog een verhardingslaag met plaatselijk gehalten aan PAK boven de hergebruikswaarde (voor bouwstoffen van 50 mg/kg d.s.) met een geschatte omvang van 100 m³. In het grondwater is een sterk verhoog gehalte aan barium aangetroffen. Indien het nodig is om grondwater te onttrekken of verplaatsen is het nodig dat voorafgaand contact met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht wordt opgenomen.

26

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht Uit de uitgevoerde asbestinventarisatie en de locatie inspectie blijkt dat alleen aan de zuidoostzijde van schuur 8 sprake is van een asbestverdachte druppelzone (onverhard maaiveld en zonder dakgoot). Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' voor de onderzoekslocatie stand houdt, omdat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging met asbest. De locatie valt in de categorie ‘geen onaanvaardbare risico’s’. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt afhankelijk van de exacte invulling van de plannen mogelijk een belemmering voor verlening van een omgevingsvergunning (bouwen). Ten behoeve van de nieuwbouw van een woning lijkt op basis van de resultaten van het bodemonderzoek een bodemsanering noodzakelijk. Voorafgaand aan de sloop van de fundering van de varkensstal dient een BUS-melding bij de RUD Utrecht gedaan te worden. Met het onderzoek is aangetoond dat er weliswaar verontreiniging in de bodem aanwezig is, maar dat deze na sanering voor het beoogde doel (wonen) gebruikt kan worden. De milieu-hygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor een functiewijziging. De saneringskosten zijn niet dusdanig hoog dat het plan economisch onhaalbaar wordt.

Voor de sanering van de verontreiniging met minerale olie, lood, PAK en asbest is een plan van aanpak nodig. Dit plan moet twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden ter beoordeling bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht worden voorgelegd. Na uitvoering van de sanering is het nodig dat een evaluatieverslag van de sanering wordt opgesteld.

4.3

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Omdat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate wordt bedreigd door natuurlijke processen, ondeskundig gebruik van het bodemarchief en door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, hebben op 16 april 1992 een aantal Europese lidstaten het Verdrag van Malta ondertekend. De bepalingen van het Verdrag van malta zijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd door een wijziging van de Monumentenwet, die met de inwerkingtreding van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 van kracht is geworden. De Monumentenwet 1988 is per juli 2016 vervallen. Een deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De gemeente Stichtse Vecht beschikt over een gemeentelijke beleidskaart archeologie (Boer, A. de, A. Botman, N. de Jonge, J. Dijkstra & S. van der A, 2010: Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemeenten Maarsen, Loenen, Abcoude en Breukelen. Rapportnr. H032, ADC Heritage, Amersfoort). Volgens de beleidskaart geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting in verband met de ligging op een meandergordel of crevasse.

De archeologische verwachtingswaarde is in het vigerende bestemmingsplan overgenomen middels een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500m2 en dieper dan 30cm beneden maaiveld. In het verleden is bij de bouw van de diverse stallen welke zijn voorzien van mestputten de grond dusdanig verstoord zodat er ter plaatse geen archeologische verwachtingen meer zijn te verwachten tot een diepte van ca. 2 meter beneden maaiveld.

27

Toelichting Bestemmingsplan Klompweg 74, 74a en 76a, Nigtevecht

Figuur 9: Situering bedrijfsgebouwen met mestkelders

Omdat er nog geen concrete bouwplannen beschikbaar zijn is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ overgenomen. Hiermee blijft de verplichting bestaan voor het uitvoeren van een onderzoek naar archeologische resten bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500m2 en dieper dan 30cm beneden maaiveld. De bescherming van de archeologische waarden is hiermee gewaarborgd. In het algemeen geldt dat indien er bij de uitvoering van de werkzaamheden archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, deze conform de Erfgoedwet artikel 5.10 dienen te worden gemeld bij het bevoegd gezag. Cultuurhistorie Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals dit in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2312/documents/49251