CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bijlage TL 8.1. Bijlagenboek Klompweg 74-74a-76, Nigtevecht.pdf

Raad 26 september 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18.: Bestemmingplan 'Verzamelplan Stichtse Vecht'15.034 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage(n) Toelichting

Inhoudsopgave Bijlage 1. Inrichtingsplan Klein Zwaanwijck Klompweg 74, 74a/b en 76a te Nigtevecht Bijlage 2. Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Klompweg 74, 74a en 76a te Nigtevecht Bijlage 3. Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Bijlage 4. QuickScan flora en fauna klompweg 74 Nigtevecht Bijlage 5. Aerius berekening Klompweg 74a, 1393 PM Nigtevecht

Bijlage 1. Inrichtingsplan Klein Zwaanwijck Klompweg 74, 74a/b en 76a te Nigtevecht

Inrichtingsplan Klein Zwaanwijck Klompweg 74, 74a/b en 76a te Nigtevecht

13 januari 2022

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 2 1.

2.

Historie ............................................................................................................................................ 3 1.1

Ontwikkeling van de Vechtstreek ............................................................................................ 3

1.2

Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie ................................................ 3

1.3

Buitenplaatsen en boerderijen ................................................................................................ 4

1.4

Buitenplaats Zwaanwijck ......................................................................................................... 4

1.5

Hofstede Klein Zwaanwijck...................................................................................................... 5

Schets inrichtingsplan...................................................................................................................... 8 2.1

Uitgangspunten inrichting perceel .......................................................................................... 8

2.2

Inrichtingsplan schets .............................................................................................................. 9

Pagina | 1

Inleiding Aan de Klompweg 74 ligt een agrarisch erf met een bijzondere historie. In de huidige tijd is het voortzetten van de agrarische functie op deze locatie een moeilijke opgave. In verband met de beëindiging van de agrarische activiteiten is gezocht naar een herbestemming. In het kader van de ‘rood voor rood regeling’ worden alle schuren gesloopt. De oude boerderij krijgt weer een woon functie. Daarnaast wordt de bungalow aan de weg vervangen voor een beter in het landschap passende woning. Op de huidige locatie van de stal wordt een schuur woning gerealiseerd. De gebouwen worden op deze wijze in een boerderij-ensemble gepositioneerd, waarbij er een duidelijke keuze is voor hoofd- en bijgebouwen in de verschijningsvorm. De oorspronkelijke boerderij wordt als hoofdvolume behouden en herkenbaar. Klein Zwaanwijck kent een lange historie vanaf de 17e of 18e eeuw. In deze tijd is het een boerenhofstede of bouwhof van buitenplaats Zwaanwijck. In dit inrichtingsplan wordt allereerst de historie beknopt beschreven. Daarna worden de bestaande kwaliteiten en randvoorwaarden in beeld gebracht. Tot slot wordt het schetsontwerp beschreven en onderbouwd op welke wijze de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de versterking van de landschappelijke kwaliteiten.

Afbeelding 1: Ligging Klein Zwaanwijck in gemeente Stichtse Vecht, aan de Vecht en grenzend aan de buitenplaats Zwaanwijck

Pagina | 2

1. Historie 1.1 Ontwikkeling van de Vechtstreek In de voorlaatste ijstijd (ca. 150.000 jaar geleden) bereikten grote ijskappen vanuit het noorden het midden van Nederland. Door opstuwing van de ondergrond werden zo de stuwwallen gevormd (waaronder de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe). Door de ligging van de Utrechtse Heuvelrug ten noordoosten van het plangebied, kwam kwelwater omhoog in het gebied. In de laatste ijstijd (ca. 20.000 jaar geleden) werd door de wind veel zand verplaatst en afgezet. Dit zand bevindt zich op grotere diepte in de ondergrond. In het Holoceen stegen de temperaturen weer en vormde de Rijn met haar aftakkingen een vlechtend netwerk van stroomruggen en -geulen. Door de stijging van de zeespiegel en het grondwater stagneerde de afwatering en ontstond in combinatie met afgestorven plantenresten een dik veenpakket. Rivieren, zoals de Vecht en de Aa, stroomden door dit veengebied naar de zee. Hierlangs ontstonden door afzetting Afbeelding 2: Open weidelandschap achter de boerderijen van zand en klei de oeverwallen. Vlak naast de rivier werd het grofste materiaal (zand) afgezet en verder weg het fijnste materiaal (klei). Deze oeverwallen bevinden zich over de gehele lengte van de Vecht, Aa en Angstel. In het zuiden zijn ze breder dan in het noorden. Omdat de oeverwallen hoger en dus droger waren, vestigden zich hier de eerste bewoners van het gebied.

De verkaveling op de stroomruggen is onregelmatig en blokvormig. In het lager gelegen gebied zijn de kavels langgerekt. Door de eeuwen heen is het verkavelingspatroon herkenbaar gebleven. Karakteristiek voor de Vechtstreek is het halfopen landschap met een afwisseling van historische dorpen, boerderijen, boomgaarden, buitenplaatsen en open weilanden. Het zicht op de Vecht en de doorzichten naar het open gebied achter de boerderijen zijn kenmerkend voor dit gebied.

1.2 Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie De locatie aan de Klompweg ligt tussen fort Nigtevecht en fort Hinderdam welke beiden zowel onderdeel zijn van de Stelling van Amsterdam als van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Zowel de Stelling als de Linie zijn belangrijke verdedigingswerken uit de Nederlandse geschiedenis. De Nieuwe Hollandse Waterlinie dateert van de 17e eeuw en loopt van de voormalige Zuiderzee tot aan de Biesbosch. De Stelling van Amsterdam dateert van het eind van de 19e eeuw en ligt rondom de stad Amsterdam. Beiden dienden voor de verdediging van grote delen van Nederland in tijden van oorlog. Door laaggelegen gebieden onder water te zetten, te inunderen, hoopte men de vijand te hinderen. Op afbeelding 8 zijn de historische inundatievlakken nabij de projectlocatie te zien. Hoewel de forten de meest zichtbare onderdelen van de waterlinie waren was de werking van de linie vooral afhankelijk van de samenhang tussen de diverse onderdelen. Zo behoort het smalle rivierlint (de Klompweg en de Vecht) tot de zogenaamde “hoofdweerstandslijn”. Fort Hinderdam (vanaf de 17e eeuw) ligt op korte afstand van de projectlocatie. Het fort is eigendom van Natuurmonumenten en heeft een ecologische bestemming en is veranderd in een geheel overwoekerd forteiland. De Stelling van Amsterdam heeft sinds 1996 de UNESCO Werelderfgoedstatus.

Op 26 juli 2021 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de UNESCO Werelderfgoedlijst gekomen. Pagina | 3

Afbeelding 3: De historische inundatievlakken in de directe omgeving van de projectlocatie. De hoofdweerstandslijn is met een bruine lijn aangegeven. Fort Nigtevecht ligt aan de westzijde en Fort Hinderdam ligt ten oosten van de projectlocatie. (bron:http://maps.noord-holland.nl/extern/gisviewers/sva/desk.htm)

1.3 Buitenplaatsen en boerderijen Op de oeverwallen vond vanaf het begin van de ontginningen akkerbouw plaats. Dit was lange tijd de belangrijkste bron van bestaan. Er werden granen als tarwe, rogge, gerst en haver verbouwd. In de zeventiende eeuw werden langs de Vecht verschillende boerderijen als speculatieobject aan Amsterdamse kooplieden verkocht. Zij gingen er ’s zomers wonen om de stad te ontvluchten en transformeerden zo diverse boerenerven tot buitenplaatsen met fraaie tuinen.

1.4 Buitenplaats Zwaanwijck Zwaanwijck is een onderdeel van een historische buitenplaatsontwikkeling aan de Vecht. De eerste buitenplaats op deze plek dateert van omstreeks 1700. Helaas is er niet veel bekend over de periode. De eerst bekende eigenaar is Jan Pieter Oostwaard. Hij bezat tussen 1817 en 1835 een hofstede, waarnaast iets later een buitenhuis gebouwd werd. In 1879 werd deze buitenplaats, toen bestaande uit een park met een wit herenhuis, koetshuis en oranjerie, verkocht aan Marinus Nicolaas de Pré en Johanna Theunissen. Waarschijnlijk is de buitenplaats uitgebreid in noordwestelijke richting. Van de monumentale watergang is nog maar een klein gedeelte overgebleven. In 1893 laat Johanna na het overlijden van haar man een nieuw huis bouwen door architect H.H. Hagedoorn. Dit is het huidige hoofdgebouw: een in neo-renaissancestijl gebouwd landhuis dat met de voorzijde naar de rivier gekeerd staat. De tuin is destijds van een Hollands classicistische stijl omgevormd naar de toen heersende Engelse landschapsstijl. Eind 20e eeuw is het landhuis, met behoud van de oorspronkelijke kenmerken, ontwikkeld tot een appartementencomplex. De tuin is eveneens gerenoveerd (onder leiding van tuinarchitecten Mien Ruys en Arend Jan van der Horst), hierbij zijn veel karakteristieke kenmerken van de landschapsstijl verdwenen.

Op de buitenplaats bevinden zich naast het landhuis ook diverse bijgebouwen, zoals het koetshuis en de tuinmanswoning. Deze gebouwen zijn eveneens omgebouwd tot meergezinshuizen en appartementen.

Pagina | 4

Afbeelding 4: Topografische kaart uit circa 1879

1.5 Hofstede Klein Zwaanwijck De plek waar vroeger de oude hofstede was, ten noordoosten van de buitenplaats, wordt momenteel aangeduid als Klein Zwaanwijck. Op afbeelding 4 is de situatie van deze boerenhofstede duidelijk zichtbaar. Er zijn twee rechthoekige bouwmassa’s, van verschillend formaat, achter elkaar gesitueerd. Op het achter terrein zijn bomen aangegeven, waarschijnlijk zijn dit fruitbomen. Ook het kleine perceel achter de bouwhof, eveneens omgeven door sloten, lijkt een boomgaard te zijn. De toenmalige noordelijke grens van de buitenplaats, eindigt bij deze boomgaard. De hofstede is door de eeuwen heen ontwikkeld tot een hedendaags agrarisch bedrijf. De oorspronkelijk bebouwing is verdwenen en vervangen door een nieuwe boerderij, diverse stallen, hooimijt en een zomerhuis. In de jaren ‘20 van de vorige eeuw wordt schuin voor het agrarische bedrijf een woning gebouwd (Klompweg 76). Eind jaren ’60 is deze woning door de vorige eigenaar aan derden verkocht. Door de jaren heen is de boerderij verbouwd en uitgebreid. Zo wordt het woongedeelte van de boerderij in 1961 in gebruik genomen als stal. Er is een nieuwe bedrijfswoning gebouwd aan de voorzijde van het perceel (type semibungalow). Het zomerhuisje een tijd lang als woning voor de huidige eigenaar dienst gedaan, waarna in 2013 een nieuwe bedrijfswoning is gebouwd aan de oostkant van het perceel (Klompweg 76a).

Het zomerhuisje is ongeschikt gemaakt voor bewoning.

Pagina | 5

Afbeelding 5: Huidige situatie

Afbeelding 6: Vooraanzicht Klompweg 74 en 74a

Pagina | 6

Afbeelding 7: Zijkant Klompweg 74 met kijk op de huidige boomgaard

Afbeelding 8: Vooraanzicht zomerhuisje, boerderij en hooiberg

Afbeelding 9: Vooraanzicht zomerhuisje

Afbeelding 10: Vooraanzicht Klompweg 76a Pagina | 7

2. Schets inrichtingsplan 2.1 Uitgangspunten inrichting perceel Het plan voor Klompweg 74, 74a/b en 76a te Nigtevecht is het omvormen van de agrarische bestemming naar een woonbestemming. Hierbij worden alle agrarische opstallen gesloopt en de erfverharding verwijderd. In ruil hiervoor worden twee woningen teruggebouwd (de bestaande bungalow en een nieuwe schuurwoning). De twee bestaande bedrijfswoningen (de boerderij op nummer 74a en de woning op Klompweg 76a) worden omgevormd naar burgerwoning. Bij inpassing van de nieuwe woningen is de historische opzet van de bouwhof als motief gebruikt: de “nieuwe bouwhof”. De historie van het erf dient zo als basis voor de geschetste ontwikkeling. Het agrarisch karakter van het perceel wordt zoveel mogelijk behouden. De gebouwen worden in een boerderij-ensemble gepositioneerd, waarbij er een duidelijke keuze is voor hoofd- en bijgebouwen in de verschijningsvorm. Daarnaast worden gebouwen zoveel mogelijk geclusterd aan de voorzijde van het perceel. De boerderij blijft het hoofdvolume op het erf en krijgt weer een woonfunctie. In eerste instantie wordt de boerderij gerestaureerd. Indien blijkt dat dit technisch en financieel niet haalbaar is, wordt de boerderij opnieuw gebouwd. De boerderij blijft in dit geval nog steeds de hoofdvolume op het erf.

Ter versterking van het agrarisch karakter behoud het erf één gedeelde toegangsweg vanaf de Klompweg. De huidige toegangsweg wordt in de het verlengde van het bestaande gedeelte, verder doorgetrokken op het erf. In de berm tussen het toegangspad en de sloot blijven de bestaande boerenhortensia’s gehandhaafd. De aanwezige hooiberg en het bestaande zomerhuisje worden zo mogelijk gerestaureerd en anders op de huidige locatie opnieuw gebouwd. De bungalow aan de weg vervangen voor een beter in het landschap passende woning. De nieuwe woning zal 10 meter naar voren, in de richting van de Kompweg, worden gebouwd. Op de huidige locatie van de stal wordt een schuur woning gerealiseerd. De groencontouren op het erf worden hersteld. De bestaande boomgaard wordt zoveel mogelijk gehandhaafd en wordt met enkele hoogstamfruitbomen uitgebreid. Door een ruime plantafstand blijft het doorzicht naar de nieuwe woning behouden. Door het verwijderen van de stallen wordt de sloot aan de westzijde weer geheel zichtbaar. Op de historische plaats achter het erf en een nieuwe boomgaard wordt aangelegd. De bestaande knotwilgen en essenbomen op de buitenplaats zijn flink uitgegroeid en beeldbepalend. De bestaande boomgaard wordt zoveel mogelijk gehandhaafd en wordt met enkele hoogstamfruitbomen uitgebreid. De plantafstand tussen de bomen is groot om doorzicht naar de nieuwe woningen te behouden.

Pagina | 8

2.2 Inrichtingsplan schets

Pagina | 9

Bronnen  Loenen, geschiedenis en architectuur, Monumenten inventarisatie Project, provincie Utrecht  Belvédere bouwen Vecht- en Plassengbied, La4sale 2002  De Utrechtse Buitenplaatsbiotoop, provincie Utrecht 2014  www.topotijdreis.nl  Welstansnota 2013  Panorama Kraijenhoff 2004  Agrimeter

Colofon Project: Ontwikkelingsplan Klompweg 74, 74a/b en 76a te Nigtevecht Opdrachtgever: Dhr. H.A. den Hartog Eerste versie: A. van Daatselaar Landschapsarchitect en L. Borst Landschapsontwerper Tweede versie: ing. E.A.F. Kock en ing. A. van Donselaar Datum tweede versie: 13 januari 2022

Pagina | 10

Bijlage 2. Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Klompweg 74, 74a en 76a te Nigtevecht

Bijlage 3. Nigtevecht

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Opdrachtgever: Rentmeesterskantoor Noordanus & Partners B.V. Contactpersoon: Mevrouw L. de Graaf en M. Snaaijer Datum: 29 augustus 2018 Projectnummer: P18M0092

Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld Postbus 99

- 3770 AB Barneveld

tel. 0342 - 406 406 e-mail milieu@vink.nl www.vink.nl

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................................................... 1

2.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ......................................................... 3 2.1. Locatie inspectie en hypothese ..................................................................................................... 3 2.2. Onderzoeksstrategie ...................................................................................................................... 4 2.3. Veldwerkprogramma...................................................................................................................... 4 2.4. Laboratoriumonderzoek ................................................................................................................. 5

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING ............................................ 7 3.1. Toetsingskader .............................................................................................................................. 7 3.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................... 7 3.3. (Analyse)resultaten asbestonderzoek ........................................................................................... 8

4.

MILIEUHYGIËNISCH SANERINGSCRITERIUM BODEM, PROTOCOL ASBEST ................... 11 4.1. Vaststellen geval van ernstige verontreiniging ............................................................................ 11 4.2. Standaard risicobeoordeling ........................................................................................................ 11 4.3. Locatiespecifieke risicobeoordeling ............................................................................................. 12 4.4. Conclusie protocol asbest............................................................................................................ 12

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 13 5.1. Conclusie ..................................................................................................................................... 13 5.2. Aanbevelingen ............................................................................................................................. 13

(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analysecertificaten C. Profielbeschrijving Omgevingskaart Kadastrale kaart Kaart met situering boorpunten

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

1.

INLEIDING

Rentmeesterskantoor Noordanus & Partners B.V. heeft ons op 27 juni 2018 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een aanvullend verkennend onderzoek asbest aan de Klompweg 74a te Nigtevecht. Voor de ligging van de locatie wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Aanleiding voor het aanvullend verkennend onderzoek asbest is de bestemmingswijziging en de 1

beoordeling in dit kader van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek door de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Het doel van het onderzoek is: •

Met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

En naar aanleiding van de eerste onderzoeksresultaten tevens: •

Het vaststellen van de aard van de bodemverontreiniging, en een schatting van het gehalte aan asbest te maken op basis van een steekproefsgewijze monsterneming.

•

Het verkrijgen van een indicatie van de omvang van de verontreiniging.

•

Het vaststellen of er al dan niet met spoed behoort te worden gesaneerd.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707 [Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, augustus 2015], het wijzigingsblad NEN 5707/C1 van augustus 2016 en het wijzigingsblad NEN 5898/C1 van augustus 2016. In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 5). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid

1

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest aan de Klompweg 74, 74a en 76a te Nigtevecht, P16M0143, d.d. 21 november 2016, door Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. & de beoordeling van de Omgevingsdienst Regio Utrecht per email d.d. 14 juni 2018.

1

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.

2

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

2.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING

In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 2.1. Locatie inspectie en hypothese Op basis van de email van de ODRU van 14 juni 2018 met betrekking tot de beoordeling van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek [noot 1] geldt de volgende vraagstelling: “Uit het bodemonderzoek blijkt niet of ter plaatse van de asbesthoudende daken (met name dakplaten) dakgoten aanwezig zijn. Indien geen dakgoten aanwezig zijn, is de inspoelzone langs de dakgoot verdacht op asbest. Uit het onderzoek blijkt niet dat ze hier extra aandacht aan hebben besteed. Als langs de asbesthoudende daken geen dakgoten aanwezig zijn, is het nodig dat alsnog de inspoelzone op asbest wordt onderzocht. Het is daarom nodig dat nagegaan wordt of ter plaatse van de asbesthoudende daken dakgoten aanwezig zijn. Indien hier geen dakgoten aanwezig zijn, is het nodig dat alsnog de inspoelzone op asbest wordt onderzocht. Het is nodig dat de informatie over het wel/geen dakgoten aanwezig zijn en het eventuele onderzoek ter plaatse van de inspoelzone ter beoordeling aan de gemeente Stichtse Vecht wordt overgelegd.” 2

Gelijktijdig met het eerdere bodemonderzoek hebben wij een asbestinventarisatie laten uitvoeren. Hieruit blijkt dat de schuren 3, 4, 6, 7 en 8 en de privéberging op het terrein (schuur 9 in de inventarisatie) voorzien zijn van asbesthoudende dakplaten. De betreffende schuren staan weergegeven op de situatietekening in de bijlage. De privéberging betreft het gebouwtje op de perceelgrens met Klompweg 76. De overige schuren blijken niet voorzien van asbesthoudende dakplaten. De resultaten van de locatie inspectie voorafgaand aan de uitvoering van het aanvullend verkennend onderzoek asbest staan beschreven in tabel 1. Tabel 1: Resultaat locatie inspectie ten aanzien van mogelijke asbestverdachte druppelzones

Schuur 3 4 6 7 8

2

Voorzien van goten? 1 zijde wel en 1 zijde niet Beide zijden wel Beide zijden wel Beide zijden wel 1 zijde wel en 1 zijde niet

Maaiveld verhard? Zijde met dakgoot verhard Zijde zonder dakgoot hangt boven de sloot (dus geen maaiveld) Verhard Onverhard Verhard Zijde met dakgoot verhard Zijde zonder dakgoot is onverhard

Hypothese toplaag ten aanzien van asbest Onverdacht / n.v.t. Onverdacht Onverdacht Onverdacht 1 zijde onverdacht Zuidoostzijde verdacht

Aanvullend Asbestinventarisatierapport conform SC 540; Klompweg 74 en 76a 1393 PM Nigtevecht, 16-1121-AB, d.d. 23 december 2016, door Inspectus B.V.

3

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

Schuur Berging (privé)

Voorzien van goten? Goten

Maaiveld verhard? Grotendeels onverhard

Hypothese toplaag ten aanzien van asbest Onverdacht

Uit tabel 1 blijkt dat de toplaag van de zuidoostzijde van schuur 8 verdacht is voor asbest. Ter plaatse van de overige schuren is de toplaag onverdacht vanwege de aanwezigheid van goten, verharding en sloot. 2.2. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Het onderzoek is afgeleid van het rapport ‘Bijzonder inventariserend onderzoek Erosie van 3 asbestdaken’ , waarbij de onverharde bodem tot een meter uit de gevel en de bovenste 10 cm als verdachte laag wordt beschouwd. Ter plaatse van de schuren met asbesthoudende dakbedekking is als gevolg van verwering en afspoeling door water, de bodemlaag van 0,0 tot 0,1 m-mv als verdachte bodemlaag separaat bemonsterd van de onderliggende bodem. De hypothese voor deze druppelzone luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016 en § 6.4.5 van de NEN 5707:2015 en NEN 5898/C1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden om de eventuele diffuse verontreiniging aan te kunnen tonen.

Naar aanleiding van de eerste analyseresultaten is de nader onderzoek uitgevoerd door middel van het analyseren van de onderliggende bodem (om de omvang van de verontreiniging te bepalen) en het uitvoeren van een SEM-analyses om het gehalte respirabele vezels te bepalen (om de actuele humane risico’s te bepalen ten behoeve van de spoedeisendheid van sanering). 2.3. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met protocol 2018 (versie 3.2). Het veldwerk is uitgevoerd door D. Karsten van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 6 juli 2018. De weersgesteldheid tijdens de werkzaamheden was gunstig. Er was geen sprake van neerslag en de lucht was voldoende helder. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of

3

Bijzonder inventariserend onderzoek: Erosie van asbestdaken (in opdracht van de provincies Overijssel en Gelderland), 20131980/J00S, d.d. 29 september 2014, door Geofox-Lexmond b.v. en Eelerwoude b.v.

4

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Alle monsters zijn verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Er is een visuele inspectie van het maaiveld uitgevoerd ter plaatse van de druppelzone. De visuele inspectie heeft plaatsgevonden met een inspectie-efficiëntie van 70 – 90%. Systematisch verdeeld over de drupzone zijn 3 inspectiegaten gegraven met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. De vrijgekomen grond is per inspectiegat voorbehandeld op locatie. De grove fractie is (indien aanwezig) afgescheiden door uitharken en visueel onderzocht op asbestverdachte materialen. Van de fijne fractie zijn per inspectiegat een proportioneel aantal grepen genomen van circa 0,5 kilogram ten behoeve van twee analysemonsters. De gaten zijn na afloop van het onderzoek gedicht door de uitgegraven grond terug te storten. 2.4. Laboratoriumonderzoek De asbestmonsters zijn aangeboden aan het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium ACMAA Laboratoria b.v. te Deurningen. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 2: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses

Nr.

1

Omschrijving

Matrix

Boorpunt, diepte (cm-mv)

Analyse(s)

Mengmonster toplaag

Grond

Asbest1

Mengmonster bovengrond onder de toplaag (verticale afperking) Mengmonster toplaag (risicobepaling)

Grond

inspectiegat G101,102,103 (0-10) inspectiegat G101,102,103 (20-50) inspectiegat G101,102,103 (0-10)

SEM-analyse op respirabele vezels

Grond

Asbest

Asbest: − Chrysotiel (witte asbest), amosiet (bruine asbest), crocidoliet (blauwe asbest), anthophylliet (gele asbest), tremoliet (grijze asbest), actinoliet (groene asbest)

5

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

6

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond. 3.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kgds gewogen). Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) maar op het veel strenger Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Bij materialen niet zijnde bodem is geen sprake van een interventiewaarde, maar van een restconcentratienorm (100 mg/kgds gewogen asbest).

Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A. De 4

analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage B. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling. 3.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage C ‘profielbeschrijving’. De onderzochte bovengrond bestaat uit zwak tot sterk zandige klei, zwak humeus en donkerbruin van kleur. Bodemvreemde materialen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen kenmerken waargenomen, die duiden op een mogelijke verontreiniging.

4

Op de analysecertificaten staan voetnoten, die betrekking kunnen hebben op de betrouwbaarheid van de uitgevoerde analyse of duiden op een indicatief gehalte. Bij beschouwing van de voetnoten op de bijgevoegde analysecertificaten is er geen aanleiding om te verwachten dat deze van invloed zijn op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek.

7

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

3.3.

(Analyse)resultaten asbestonderzoek

Er zijn op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen. (Analyse)resultaten inspectiegaten In de gegraven inspectiegaten zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. De analyseresultaten van de fijne fractie zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3: Analyseresultaten (mg/kgds); fijne fractie

Monster

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie Gewogen asbestconcentratie Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-)

inspectiegat G101,102,103 (0-10) 11,9 770 770 450 1200 770 <2 <2 770

Inspectiegat G101,102,103 (20-50) 11,8 12 12 3,2 38 12 <2 <2 12

Uit tabel 3 blijkt dat in de fijne fractie van het mengmonster van de toplaag ter plaatse van de druppelzone van schuur 8 asbest is aangetroffen in een gehalte ruim boven de interventiewaarde. Op basis van de inspectie van de grove fractie van de inspectiegaten en de analyseresultaten van de fijne fractie van de toplaag ter plaatse van de druppelzone van schuur 8 blijkt dat asbest is aangetroffen in een gehalte boven de interventiewaarde.. De resultaten ter plaatse van de druppelzone van schuur 8 geven aanleiding tot nader onderzoek. De uitvoering van nader onderzoek is ingevuld door middel van het analyseren van de onderliggende bodem (in het kader van de omvang bepaling) en het uitvoeren van een SEM-analyses om het gehalte respirabele vezels te bepalen (bepaling actuele humane risico’s). Uit tabel 3 blijkt dat in de fijne fractie van de bodem onder de toplaag wel asbest is aangetoond, maar niet in een gewogen asbestconcentratie boven de interventiewaarde. Dit resultaat is vergelijkbaar met het eerder uitgevoerde verkennend onderzoek asbest op de locatie [noot 1]. Doordat in de toplaag in de fijne fractie < 0,5 mm asbestverdachte vezels zijn waargenomen heeft een aanvullende SEM-analyse voor de bepaling van het gehalte aan asbestvezels in het monster plaatsgevonden. De resultaten van de SEM-analyses staan weergegeven in tabel 4.

8

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

Tabel 4: Analyseresultaten (mg/kgds) fijne fractie

Monster

G101,102,103 (0-10)

Massa zeeffractie < 0,5 mm (kg) Gemeten asbestconcentratie Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte

2,846 -

Uit tabel 4 blijkt dat in het mengmonster van de toplaag geen respirabele asbestvezels zijn aangetroffen, waardoor het resultaat voor de fijne fractie ongewijzigd blijft. Op basis van de inspectie van de grove fractie van de inspectiegaten en de analyseresultaten van de fijne fractie (inclusief de SEM-analyses) zijn de gemiddelde gehalten aan asbest voor de toplaag en de onderliggende bodem berekend. In tabel 5 zijn de resultaten weergegeven en getoetst. Tabel 5: Berekende gewogen asbestgehalten aan asbest per bodemlaag (mg/kgds)

G101,102,103 (0-10)

G101,102,103 (20-50)

Grove fractie 0 Fijne fractie 770 Concentratie 0 vezels (SEM) Totaal 770 *** *** Overschrijding interventiewaarde

0 12 12

Uit tabel 5 blijkt dat in de gaten G101, G102 en G103 een gewogen asbestconcentratie is aangetoond boven de interventiewaarde. Op basis van deze resultaten wordt de van de toplaag ter plaatse van de druppelzone van schuur 8 als verontreinigd beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de onderliggende bodem wel asbest is aangetoond, maar in een gewogen asbestconcentraties beneden de interventiewaarde, waarmee de onderliggende bodem, net als het overige terrein, niet verontreinigd blijkt. Geschatte verontreinigingsomvang Uitgaande van een totaal verontreinigd oppervlak van 24 m² (l x b = 16 x 1,5) en een gemiddelde laagdikte van circa 0,20 meter bedraagt de omvang van de asbestverontreiniging met gehalten boven de interventiewaarde circa 4,8 m³.

9

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

10

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

4.

MILIEUHYGIËNISCH SANERINGSCRITERIUM BODEM, PROTOCOL ASBEST

In het kader van het nieuwe bodembeleid is het Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest opgesteld. Op basis van dit protocol, dat als bijlage opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675), kan worden bepaald of er sprake is van onaanvaardbare risico's ten gevolge van de aanwezigheid van een bodemverontreiniging met asbest. Het protocol bestaat uit drie stappen, die tot de uitspraak 'geen onaanvaardbare risico's' of 'onaanvaardbare risico's' leiden. In het navolgende worden de 3 stappen doorlopen voor zover mogelijk op basis van de beschikbare gegevens. 4.1. Vaststellen geval van ernstige verontreiniging Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de bodem ter plaatse van de druppelzone van schuur 8 verontreinigd is met asbest in een gehalte dat de interventiewaarde van 100 mg/kgds (gewogen) overschrijdt. Op grond hiervan is er conform het protocol asbest sprake van een geval van ernstige verontreiniging. 4.2. Standaard risicobeoordeling Bij asbest zijn risico’s voor het ecosysteem verwaarloosbaar. Verspreidingsrisico’s treden alleen op ten gevolge van verwaaiing, niet door transport via grondwater. Vooral relevant zijn de humane risico’s.

Aangezien de humane risico’s van asbest worden veroorzaakt door inademing van asbestvezels is voornamelijk de vezelemissie vanuit de bodem naar de lucht bepalend voor de humane blootstelling. De concentratie aan asbestvezels wordt bepaald door de primaire emissie (het vrijmaken van asbestvezels uit asbesthoudende materialen in en op de bodem) en de secundaire emissie of resuspensie (het weer in beweging komen van eerder vrijgemaakte en neergekomen 5

asbestvezels, geïnitieerd door bepaalde activiteiten of wind) . De standaard risicobeoordeling houdt rekening met aanwezigheid van asbest in de contactzone, de gebruiksvorm van de locatie en eventuele aanwezigheid van vegetatie. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is van een ernstig verontreinigde actuele contactzone. De concentratie niet hechtgebonden asbest is groter dan 100 mg/kgds (gewogen). De locatie is momenteel niet volledig bedekt met vegetatie en de verontreiniging wordt niet afgedekt door bebouwing of een duurzame en aaneengesloten verharding. Op basis van het voornoemde kan niet worden uitgesloten dat sprake is van onaanvaardbare risico's.

5

bron: Swartjes, F.A., Tromp, P.C. en Wezenbeek, J.M. (2003) Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven. RIVM Rapport 711701034

11

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

4.3. Locatiespecifieke risicobeoordeling Om vast te stellen of er sprake is van onaanvaardbare risico’s buiten moet vastgesteld worden of de concentratie respirabele asbestvezels ter plaatse van de verontreiniging hoger is dan 10 mg/kgds (gewogen). Vooraf wordt reeds opgemerkt dat het voornemen bestaat de locatie op korte termijn te saneren ten behoeve van de bestemmingswijziging en woningbouwplannen, waarmee eventuele risico's ongedaan gemaakt worden. Uit de resultaten van de SEM-analyses blijkt dat geen respirabele asbestvezels zijn aangetroffen, waardoor ter plaatse geen sprake is van actuele blootstellingsrisico’s. 4.4. Conclusie protocol asbest Er is op de locatie aan de Klompweg 74a te Nigtevecht sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem, omdat de gemiddelde concentratie in de toplaag van de druppelzone schuur 8 hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds (gewogen). De locatie valt in de categorie ‘geen onaanvaardbare risico’s.

12

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van Rentmeesterskantoor Noordanus & Partners B.V. is een aanvullend verkennend onderzoek asbest aan de Klompweg 76a te Nigtevecht uitgevoerd. Uit de uitgevoerde asbestinventarisatie en de locatie inspectie blijkt dat alleen aan de zuidoostzijde van schuur 8 sprake is van een asbestverdachte druppelzone (onverhard maaiveld én zonder dakgoot). 5.1. Conclusie Op basis van voorgaande onderzoeken en de locatie inspectie is aangenomen dat de toplaag ter plaatse van de druppelzone bij schuur 8 mogelijk diffuus verontreinigd is met asbest met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het aanvullend verkennend onderzoek asbest blijkt het volgende: 

Op het maaiveld en in de inspectiesleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

In de fijne fractie van de toplaag is asbest aangetroffen in een gehalte boven de interventiewaarde. In de fijne fractie van de onderliggende laag is wel asbest aangetoond,

 

maar niet in een gewogen asbestconcentratie boven de interventiewaarde. Bij de SEM-analyse op het toplaag zijn geen respirabele asbestvezels aangetroffen. Uitgaande van een totaal verontreinigd oppervlak van 24 m² en een gemiddelde laagdikte van circa 0,2 meter bedraagt de omvang van de asbestverontreiniging met gehalten boven de interventiewaarde circa 4,8 m³.

De bodem ter plaatse van de onderzochte druppelzone is verontreinigd met asbest in een gehalte dat de interventiewaarde van 100 mg/kgds (gewogen) overschrijdt, waarmee sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. De locatie valt in de categorie ‘geen onaanvaardbare risico’s.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' voor de onderzoekslocatie stand houdt, omdat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging met asbest. De locatie valt in de categorie ‘geen onaanvaardbare risico’s’. 5.2. Aanbevelingen De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt afhankelijk van de exacte invulling van de plannen mogelijk een belemmering voor verlening van een omgevingsvergunning (bouwen). Ten behoeve van grondwerkzaamheden ter plaatse van de verontreinigde locaties en de geplande nieuwbouw van een woning lijkt op basis van de resultaten van het bodemonderzoek een bodemsanering namelijk noodzakelijk. Voor sanering van de asbestverontreiniging dient vooraf een BUS-melding ingediend te worden bij de RUD Utrecht.

13

Aanvullend verkennend onderzoek asbest; Klompweg 74a te Nigtevecht Projectnummer: P18M0092 Datum: 29 augustus 2018

De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt naar ons oordeel geen belemmering voor een functiewijziging. De saneringskosten zijn niet dusdanig hoog dat het plan economisch onhaalbaar wordt.

.

14

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.

BIJLAGE B Analysecertificaten

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Vink Milieutechn Adviesbureau Dhr. R. Druijff Valkseweg 62 3771 RG Barneveld P18M0092 P18M0092

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V180700745 versie 1 09-07-2018 09-07-2018 12-07-2018 1 van 2

Naam G101, G102, G103 (0-10) Datum monstername 09-07-2018 Monstersoort Grond Datum analyse 12-07-2018 Monstername door Opdrachtgever Barcode AM14179473 Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Resultaten Parameter Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Concentratie Gemeten 82,5 11,9 (1) 9,9 770 n.a. n.a.

Gewogen

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Eenheid

770 n.a. n.a.

450 -

450 -

1200 -

1200 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

770 n.a. 770 n.a. n.a. n.a.

770 n.a. 770 n.a. n.a. n.a.

450 450 -

450 450 -

1200 1200 -

1200 1200 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

770 <2 770

770 n.a. 770

450 450

450 450

1200 1200

1200 1200

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. = niet aantoonbaar Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest. 1 = Het aangeleverde monstermateriaal voldoet niet aan de minimale hoeveelheid voor een NEN 5898 analyse. Eerste analist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. ACMAA Laboratoria BV is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Vink Milieutechn Adviesbureau Dhr. R. Druijff Valkseweg 62 3771 RG Barneveld P18M0092 P18M0092

Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) vezelbundels Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)

Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 869 100

Fractie 4 - 8 mm 2087 100

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V180700745 versie 1 09-07-2018 09-07-2018 12-07-2018 2 van 2

Fractie 2 - 4 mm 1484 0,90

Fractie 1 - 2 mm 1318 0,59

Fractie 0,5 - 1 mm 1251 0,21

6,0889 nee 66 80 4871,1

1,0678 nee 78 80 854,2

2,2857 nee 63 80 1828,6

9,4424

494,28 494,28

86,68 86,68

185,55 185,55

766,51 766,51

66 494,28 494,28

78 86,68 86,68

63 185,55 185,55

207 766,51 766,51

* = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

Fractie < 0,5 mm 2846 *

Fractie Totaal 9855

207 7553,9

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Vink Milieutechn Adviesbureau Dhr. R. Druijff Valkseweg 62 3771 RG Barneveld P18M0092 P18M0092

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V180800016 versie 1 31-07-2018 09-07-2018 06-08-2018 1 van 2

Naam G101,G102,G103 (20-50) Datum monstername 09-07-2018 Monstersoort Grond Datum analyse 03-08-2018 Monstername door Opdrachtgever Barcode AM14179249 Analyse methode Asbest in bodem m.b.v. microscopie - conform AS 3000, AP04 SG6 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Resultaten Parameter Droge stof Massa monster (veldnat) Massa monster (droog) Chrysotiel (serpentijn) Amosiet (amfibool) Crocidoliet (amfibool) Per mineralogische groep Niet hechtgeb. serpentijn Hechtgebonden serpentijn Totaal serpentijn Niet hechtgeb. amfibool Hechtgebonden amfibool Totaal amfibool Totaal Niet hechtgeb. asbest Hechtgebonden asbest Totaal asbest

Concentratie Gemeten 78,7 11,8 (1) 9,3 12 n.a. n.a.

Gewogen

95% betrouwbaarheidsinterval Ondergrens Bovengrens Gemeten Gewogen Gemeten Gewogen

Eenheid

12 n.a. n.a.

3,2 -

3,2 -

38 -

38 -

% kg kg mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

12 n.a. 12 n.a. n.a. n.a.

12 n.a. 12 n.a. n.a. n.a.

3,2 3,2 -

3,2 3,2 -

38 38 -

38 38 -

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

12 <2 12

12 n.a. 12

3,2 3,2

3,2 3,2

38 38

38 38

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

n.a. = niet aantoonbaar Aanvullende analyseresultaten volgen hieronder.

Conclusie en/of opmerkingen: Het aangeboden monster bevat asbest. 1 = Het aangeleverde monstermateriaal voldoet niet aan de minimale hoeveelheid voor een NEN 5898 analyse. Eerste analist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. ACMAA Laboratoria BV is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Vink Milieutechn Adviesbureau Dhr. R. Druijff Valkseweg 62 3771 RG Barneveld P18M0092 P18M0092

Analyse Zeven (g) Afgezochte deel fractie (%) asbestcement Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) vezelbundels Asbesth.materiaal (g) Hechtgebonden Aantal deeltjes Percentage chrysotiel (%) Gewicht chrysotiel (mg) totaal per mineralogische groep Gehalte NHG serpentijn (mg/kg ds) Gehalte serpentijn (mg/kg ds) totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) Gehalte NHG t.o.v. totaal (mg/kg ds) Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds)

Fractie > 20 mm 0 100

Fractie 8 - 20 mm 2146 100

Fractie 4 - 8 mm 2136 100

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina Fractie 2 - 4 mm 1174 100

Fractie 1 - 2 mm 1011 20

V180800016 versie 1 31-07-2018 09-07-2018 06-08-2018 2 van 2 Fractie 0,5 - 1 mm 827 5

0,0095 nee 1 22,5 2,1

Fractie < 0,5 mm 2009 *

Fractie Totaal 9303 0,0095 1 2,1

0,0126 nee 1 80 10,1

0,0405 nee 3 80 32,4

0,0820 nee 3 80 65,6

108,1

1,31 1,31

3,48 3,48

7,05 7,05

11,84 11,84

2 1,31 1,31

3 3,48 3,48

3 7,05 7,05

8 11,84 11,84

* = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.

0,1351 7

Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever Contactpersoon Adres Postcode en plaats Projectcode Project omschrijving

Vink Milieutechn Adviesbureau Dhr. R. Druijff Valkseweg 62 3771 RG Barneveld P18M0092 P18M0092

Rapportnummer Datum opdracht Datum ontvangst Datum rapportage Pagina

V180702366 versie 1 31-07-2018 09-07-2018 03-08-2018 1 van 1

Naam G101, G102, G103 (0-10) Datum monstername 09-07-2018 Monstersoort Grond Datum analyse 02-08-2018 Monstername door Opdrachtgever Analyse methode Bepaling van respirabele asbestvezels m.b.v. SEM conform AS3000 en NEN 5898 (Q) Q = door RvA geaccrediteerd Resultaten Labcode zeeffractie monster: Massa zeeffractie <0,5 mm: Massa totale monster: Aantal getelde beeldvelden:

V180700745 2846 9,855 100

Aantal gemeten vezels Totaal gemeten serpentijn Totaal gemeten amfibool Totaal asbest -

g kg Gehalte aan vezels mg/kg ds -

Ondergrens mg/kg ds -

Bovengrens mg/kg ds -

Eerste analist laboratorium Mw. ing. E. Kingma

Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking zijn gesteld. ACMAA Laboratoria BV is niet aansprakelijk voor interpretaties en conclusies die gedaan zijn naar aanleiding van de verkregen resultaten. Nadere informatie over de toegepaste methodes en prestatiekenmerken is beschikbaar en kan op aanvraag worden verkregen.

BIJLAGE C Profielbeschrijving

0

G1 0 1

, m aaiveld klei, st erk zandig, zwak hum eus, schep

0

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 6 -0 7 -2 0 1 8 boorm eest er D . Ka r st e n

m eet punt G101 10518011

0

G1 0 2

m oest uin, m aaiveld klei, zwak zandig, zwak hum eus, schep

0

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 6 -0 7 -2 0 1 8 boorm eest er D . Ka r st e n

m eet punt G102 10518012

0

G1 0 3

m oest uin, m aaiveld klei, zwak zandig, zwak hum eus, schep

0

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 0 6 -0 7 -2 0 1 8 boorm eest er D . Ka r st e n

m eet punt G103 10518013

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina

P1 8 M 0 0 9 2 P1 8 M 0 0 9 2 0 9 -0 7 -2 0 1 8 N EN 5 1 0 4 1 va n 2

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE ( OW )

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

GEUR IN TEN SITEIT ( GI)

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

Grind, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

Zand, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

Leem , silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

Klei, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

Veen, hum eus (V,h) Slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

Asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

Bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

Wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = Phot o Ionisat ie Det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

KAARTBIJLAGEN

Omgevingskaart

Klantreferentie: P16M0143

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object NIGTEVECHT A 1441 Klompweg 72A, 1393 PM NIGTEVECHT CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Uittreksel Kadastrale Kaart

Uw referentie: P16M0143

1441

992

74a

1440

1181

76 74

1498 764

0m

Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 4 oktober 2016 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

12345

10 m

50 m

Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel

NIGTEVECHT A 1441

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

28

29

27

26

25

08

Schuur 3

24

Sleufsilo

Sleufsilo

Schuur 4

07

02 20

Schuur 8 19 21

16 18

Schuur 6

Schuur 7

G01

G02

G03

Druppelzone=contour asbest >I in toplaag

22

Schuur 8

Detail druppelzone Schaal 1:200

16

74a

14 15 13

Legenda Asbestinspectiegat Bebouwing Asbesthoudende dak (golf)platen

74

Onderzoekslocatie

11

5m 0 Kad. Gem. Nightevecht Sectie , nr. 992(ged), 1440, 1441, 1442(ged) Onderwerp:

76

--Klompw eg--

76a

Project:

Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 Postbus 99 3770 AB Barneveld : 0342 - 406 449 Tel : 0342 - 406 459 Fax E-mail : milieu@vink.nl Internet : www.vink.nl

10m

15m

20m

25m

Situering asbestinspectiegaten Opdrachtgever:

Aanvullend Rentmeesterskantoor Verkennend onderzoek asbest

Noordanus & Partners BV

Klompweg 74,74a & 76a namens H. den Hartog Nigtevecht Getekend : P.H. Status : Definitief Schaal : 1:500 Datum : 07-08-2018 Formaat : A3 Projectnr. : P18M0092 Tekeningnaam:

P18M0092_700

Teknr.:

01

Versie.:

00

DEZE TEKENING MAG ZONDER DE UITDRUKKELIJKE TOESTEMMING VAN VINK NIET GEKOPIEERD NOCH AAN DERDEN TER INZAGE GEGEVEN WORDEN.

© Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. AutoCAD Release 2004

Asbestinspectiegat, P16M0134

12

Valkseweg 62, 3771 RG Barneveld Postbus 99, 3770 AB Barneveld T + 31 (0) 342 406 406

F + 31 (0) 342 406 400

E milieu@vink.nl

www.vink.nl

Bijlage 4. QuickScan flora en fauna klompweg 74 Nigtevecht

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA Klompweg 74 Nigtevecht

30 juni 2022 Projectnummer 015-22

Quickscan Flora en Fauna – Klompweg 74 Nigtevecht

Van Bommel FAUNAWERK Hollandseweg 7 h 6706 KN Wageningen Mobiel: +31 (0) 6 - 2741 6188 www.vanbommel-faunawerk.nl Email: info@vanbommel-faunawerk.nl

Documentatiepagina

Opdrachtgever:

De heer en mevrouw Den Hartog

Titel:

Quickscan Flora en Fauna

Subtitel:

Klompweg 74 Nigtevecht

Datum:

30 juni 2022

Aantal pagina’s incl. bijlagen

24

Status rapport:

Definitief

Uitvoering:

Van Bommel FAUNAWERK Frans van Bommel M.Sc.

Projectnummer:

015-22

Trefwoorden:

Wet natuurbescherming, natuuronderzoek, oriënterend onderzoek, effectbeschrijving

Van Bommel FAUNAWERK is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Van Bommel FAUNAWERK; opdrachtgever vrijwaart Van Bommel FAUNAWERK voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Deze inventarisatie is zorgvuldig uitgevoerd. De opdrachtgever dient zich er van bewust te zijn dat tussen het tijdstip van inventarisatie en uitvoering van werkzaamheden, beschermde soorten zich op het perceel kunnen vestigen. Van Bommel FAUNAWERK kan dan ook geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en/of vertragingen, voortvloeiend uit het voorkomen van beschermde soorten. © Van Bommel FAUNAWERK Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven genoemd en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm, of op andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven genoemd en Van Bommel FAUNAWERK, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2312/documents/49252