1 Bijlage TL 3. Rijksstraatweg 171, Loenen aan de Vecht_V5.pdf
Tekst van het document
Bodemkwaliteit Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek In voorliggend plan wijzigt de bestemming van Agrarisch naar Sport. In een bestemmingsplan moet aangetoond worden of de grond geschikt is voor het toekomstige gebruik. Er moet minimaal met een historisch onderzoek conform de NEN5725 worden vastgesteld wat de verwachte bodemkwaliteit van het plangebied is. Indien de bodem ter plaatse van de plandelen uit het historisch onderzoek als verdacht naar voren komen, moeten deze worden onderzocht conform de NEN5740 en/of NEN5707 (naar asbest). Het bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zie bijlage 4. De conclusie van dit bodemonderzoek luidt:
Pagina 24 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging in verband met de geplande ontwikkeling van een golf-course. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een verontreiniging met diverse stoffen ter plaatse van de slootdemping en onverdacht ter plaatse van het overige terrein. Op basis van de terreininspectie is vervolgens een nieuwe hypothese opgesteld voor diverse dammetjes en verhardingen bij bruggetjes, namelijk verdacht voor een verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest. Op grond van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken wordt het volgende geconcludeerd: Demping • Bij het verrichten van de boringen ter plaatse van de demping zijn zintuiglijke afwijkingen waargenomen in de vorm van bijmengingen met slib en kolengruis, evenals olie-waterreacties aan de opgeboorde grond. • De bodemlagen met de duidelijkste olie-waterreacties, onderzocht op minerale olie en vluchtige aromaten, zijn niet verontreinigd met deze stoffen. Ook in het grondwater zijn geen verontreinigingen met olieproducten aangetoond.
• De zandlaag bij boring 105 (0,5 – 1,0 m-mv), met bijmenging van kolengruis en slib is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met overige zware metalen. De bodemlaag direct hieronder (1,0 – 1,5 m-mv) is licht verontreinigd met zware metalen. • De bodemlagen met bijmengingen van slib bij de overige boringen zijn licht verontreinigd met kwik en lood. • In het grondwater ter plaatse van boring 105 is sprake van licht verhoogde concentraties barium en zink. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde verontreinigingen in de grond en in het grondwater. Vanwege de sterke verontreiniging met zink in de bodemlaag van 0,5 tot 1,0 m-mv bij boring 105 is formeel gezien de uitvoering van een nader onderzoek nodig om vast te stellen of sprake is van een zogenaamd ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in de zin van de Wet bodembescherming en dus sprake is van een saneringsplicht. Hiervan is sprake indien meer dan 25 m³ grond sterk is verontreinigd. De verontreiniging zal zich naar verwachting beperken tot het tracé van de demping. Boring 104 staat op circa 10 meter afstand in het tracé en 8 meter de andere kant op bevindt zich de bestaande sloot.
De verontreiniging is daarmee in horizontale richting afgeperkt en middels de overige analyses eveneens in verticale richting. Op basis hiervan kan reeds geconcludeerd worden dat het niet aannemelijk is dat er meer dan 25 m³ grond sterk verontreinigd is. Dammetjes Ter plaatse van de dammetjes 11 en 13 zijn geen puin of overige zintuiglijke afwijkingen aangetroffen. Bij de overige deellocaties is hiervan wel sprake en is derhalve aanvullend verkennend- en asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn als volgt: • Dam 1: geen asbest in de puinlaag, lichte verontreinigingen met kwik en lood in de puinhoudende grond; • Dam 2: 152 mg/kgds asbest in het puinhoudend zand en lichte verontreinigingen met kwik en lood; • Dam 3: geen asbest in de puinlaag;
Pagina 25 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
• Dam 4: 110 mg/kgds in de puinlaag, geen verontreinigingen met overige stoffen in de puinhoudende grond; • Dam 5: 1.600 mg/kgds in de puinlaag; • Dam 6: geen asbest in de puinlaag; • Dam 7: 28 mg/kgds asbest in de puinlaag (dus formeel niet verontreinigd met asbest), lichte verontreiniging met lood in de puinhoudende grond; • Dam 8: geen asbest, lichte verontreiniging met PAK in de puinhoudende grond; • Dam 9: asbest op het maaiveld, gehalte toplaag 20 mg/kgds; geen tot lichte verontreiniging met PAK in de puinhoudende grond; • Dam 10: geen asbest, lichte verontreiniging met kwik en lood in de puinhoudende grond; • Dam 12: geen asbest, sterke verontreiniging met lood en lichte verontreiniging met enkele overige metalen en PAK in de puinhoudende grond; • Verharding Brug 14: 10.800 mg/kgds in de puinlaag, lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK in de puinhoudende grond; • Verharding Brug 15: geen asbest in de puinlaag; • Verharding Brug 16: geen asbest, lichte verontreiniging met minerale olie in de puinhoudende grond. De verontreinigingen met asbest bij Dam 2, Dam 4, Dam 5, Dam 9 en Brug 14 en de verontreiniging met lood bij Dam 12 zijn aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek en/of het nemen van sanerende maatregelen. De bodemkwaliteit bij de overige dammetjes en bruggetjes vormt geen aanleiding tot nader onderzoek of aanvullende maatregelen.
Overig terrein / algemene bodemkwaliteit Uit het onderzoek blijkt het volgende: • De zintuiglijk onverdachte bovengrond (0 – 0,5 m-mv) is licht verontreinigd met enkele zware metalen (veelal lood en kwik). In mengmonster MM6 is tevens sprake van een licht verhoogd gehalte aan PCB. • De ondergrond is niet verontreinigd tot licht verontreinigd met nikkel en/of kobalt. • In het grondwater zijn matig tot licht verhoogde concentraties barium en licht verhoogde concentraties zink gemeten. In het grondwater uit peilbuis 214 zijn daarnaast de concentraties van nog enkele overige metalen verhoogd. De verhoogde concentraties van de diverse metalen worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Daarnaast zijn in diverse grondwatermonsters licht verhoogde concentraties met xylenen, benzeen en naftaleen aangetroffen. Vermoedelijk betreft het storende invloeden door humeuze of venige componenten. De gemeten concentraties zijn dusdanig dat deze geen aanleiding vormen tot aanvullend of nader onderzoek. De hypothese ‘(grootschalig) onverdacht voor verontreiniging’ dient verworpen te worden, vanwege de aangetoonde verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater.
De tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoonde verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater zijn zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen ons inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt het de algemene bodemkwaliteit op het terrein geschikt geacht voor de huidige en de toekomstige bestemming. Resumé en advies De (zink-)verontreiniging in de slootdemping wordt beschouwd als een “spot” van een beperkte omvang (< 25 m³) en vormt naar onze mening geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Wel wordt opgemerkt dat indien bij graafwerkzaamheden sterk verontreinigde grond vrijkomend, deze niet elders op het terrein mag worden hergebruikt en in dat geval dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker.
Pagina 26 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
De puinlagen en puinhoudende grond ter plaatse van de dammetjes hebben als functie om het terrein ter plaatse te verharden. Derhalve kunnen deze deellocaties (die beperkt zijn van omvang) worden beschouwd als terreinverharding. De aanwezige verontreinigingen met asbest vallen daardoor formeel onder het Besluit asbestwegen. Geadviseerd wordt om de betreffende dammetjes te saneren onder de regelgeving van dit besluit. Hiertoe dient een plan van aanpak te worden opgesteld dat ter goedkeuring wordt ingediend bij ILenT, die het bevoegd gezag is in het kader van het Besluit asbestwegen. Gezien de beperkte oppervlakte van de dammetjes wordt de verontreiniging met lood bij Dam 12 eveneens als “spot” beschouwd van beperkte omvang (< 25 m³) en is naar onze mening nader onderzoek weinig zinvol. Wel is het aanbevelenswaardig om gelijktijdig met de overige werkzaamheden deze verontreiniging te saneren om toekomstige verspreiding (door grondroering) en contactrisico’s te voorkomen. Geadviseerd wordt om bij graafwerkzaamheden op het terrein alert te zijn op resten asbest in de bodem; ook bij de dammetjes waar bij dit onderzoek geen asbest is aangetroffen. Asbest kan namelijk sterk heterogeen verdeeld voorkomen door lokale stortingen. Indien dit wordt aangetroffen dient dit op de juiste wijze te worden verwijderd.
Geadviseerd wordt om deze rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag ter beoordeling. Op basis van bovenstaande vormt het aspect ‘Bodem’ geen belemmering voor voorliggend plan.
Luchtkwaliteit Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 1. Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit.
Toetsing van Grenswaarde Advieswaarde WHO Stof EU Stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 10 µg / m³ Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per 200 µg / m³ jaar worden overschreden) Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg / m³ 15 µg / m³ 24-gemiddelde concentratie (mag max. 50 µg / m³ 35 keer per jaar worden overschreden) Zeer fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg / m³ 5 µg / m³ In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10.
Pagina 27 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Planspecifiek Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een bestaande golfbaan. In het kader van bijdrage aan verslechtering van de luchtkwaliteit overschrijdt onderhavig plan de normen niet waarvoor nader onderzoek nodig is. Daarnaast is de huidige situatie ten aanzien van de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Hiervoor is geosite van de omgevingsdienst Utrecht geraadpleegd Stikstof
Figuur 10. Stikstofconcentratie in 2018. Plangebied in rood kader.
Figuur 11. Voorspelling stikstofconcentratie in 2030. Plangebied in rood kader.
Fijnstof (PM10)
Figuur 12. Fijnstofconcentratie (PM10) in 2018. Plangebied in rood kader.
Pagina 28 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Figuur 13. Voorspelling fijnstofconcentratie (PM10) in 2030. Plangebied in rood kader.
Zeer fijn stof (PM2,5)
Figuur 14. Zeer fijn stofconcentratie (PM2,5) in 2018. Plangebied in rood kader.
Figuur 15. Voorspelling zeer fijn stofconcentratie (PM2,5) in 2030. Plangebied in rood kader.
De concentraties blijven op basis van de informatie van de ODRU onder de wettelijk vereiste gemiddelde concentraties. De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM 10) van 20 microgram per kuub, en 10 microgram per kuub voor PM 2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Voorliggend plan is getoetst aan het wettelijk vereiste. NIBM-toetsing Voor de bijdrage van voorliggend plan is gebruik gemaakt van de NIBM-tool versie jaar 2022. Deze tool is bedoeld om op een eenvoudige en snelle manier te bepalen of een plan niet-in-betekende-mate (NIBM) bijdraagt. Voor de NIBM-berekening is uitgegaan van 195 voertuigbewegingen per dag. De voertuigbewegingen zijn berekend vanuit de CROW publicatie 381 uit december 2018, onderdeel golfbanen (18 holes). In figuur 16 is de berekening zonder vrachtverkeer weergegeven. In figuur 17 is rekening gehouden met een maximale bevoorrading van 20 vrachtvoertuigen per week, wat neerkomt
Pagina 29 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
op 5 vrachtvoertuigen per weekdag. Het aandeel vrachtverkeer is hierdoor 2,5% van het totaal aantal extra voertuigbewegingen.
Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
195
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
NO2 in μg/m3
0,11
3
0,03
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 16: Worst-case berekening exclusief aandeel vrachtverkeer voor de bijdrage van extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Bron: InfoMill, 2022.
Jaar van planrealisatie
2022
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
195
Aandeel vrachtverkeer
2,5%
3
0,16
PM10 in μg/m3
0,03
Extra verkeer als gevolg van het plan
NO2 in μg/m
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m
3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 17: Worst-case berekening inclusief aandeel vrachtverkeer voor de bijdrage van extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Bron: InfoMill, 2022. Conclusie: Vanuit de NIBM-tool en de stikstofkaartanalyse kan worden geconcludeerd dat het aandeel stikstof en fijnstof als gevolg van het beoogde plan geen negatieve invloed zal hebben op de nabije omgeving. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ heeft geen negatieve invloed op de planprocedure.
Pagina 30 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Externe Veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²).
Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is.
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie.
Pagina 31 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden.
Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er risico’s in het kader van Externe Veiligheid zijn, is de risicokaart geraadpleegd.
Figuur 18. Overzicht risicokaart. Plangebied in blauw kader. (Bron: risicokaart.nl)
Risicovolle inrichtingen Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen in de omgeving van een Bevi-bedrijf. Het plangebied ligt buiten de invloedsgebieden van Bevi-bedrijven, hogedruk aardgasleidingen en defensieleiding voor brandbare vloeistoffen. Daarnaast ligt het plangebied ook niet binnen de veiligheidsafstanden van bestaande stationaire risicobronnen, waarop het Bevi niet van toepassing is. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt binnen de meest relevante toetsingszone voor beoordeling van het groepsrisico (200 meter) van relevante transportassen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en het spoor, zoals het Amsterdam-Rijnkanaal en het spoor Utrecht - Amsterdam/Schiphol. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze relevante transportassen. Navolgend wordt hier op ingegaan.
Pagina 32 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Amsterdam-Rijnkanaal Over het Amsterdam-Rijnkanaal worden gevaarlijke stoffen vervoerd, deze route valt dan ook onder het Basisnet water. Het plangebied is nagenoeg tegen het Amsterdam- Rijnkanaal gesitueerd, en valt daarmee voor een groot deel binnen de 200 meter zone. Binnen deze 200 meter zone dient conform het Bevt een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. De corridor Amsterdam- Rijnkanaal heeft daarnaast een vrijwaringszone aan weerszijden. Binnen deze vrijwaringszone van binnenwateren geldt een afwegingsplicht bij besluitvorming over het al dan niet toelaten van bebouwing met het oog op de mogelijke gevolgen van een plasbrand. In voorliggend plan is geen sprake van het toevoegen van nieuwe bebouwing. Op basis van de vuistregels van het HART kan inzichtelijk worden gemaakt of er een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico plaats moet vinden of dat er volstaan kan worden met een beperkte verantwoording. De vaarweg Amsterdam- Rijnkanaal heeft een bevaarbaarheidsklasse (CEMT) 6. Er is ter hoogte van het plangebied geen sprake van een nautisch complexe situatie. Navolgend een toetsing aan de vuistregels: Toetsing groepsrisico Vuistregel 1: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.
Voor dit plan is sprake van een gemiddelde vaarwegsituatie waardoor geconcludeerd kan worden dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde Vuistregel 1: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen mogelijk overschreden wanneer binnen 200 meter van de oever aanwezigheidsdichtheden voorkomen groter dan 500 /ha en LT2+GT3>1000 per jaar. Over het water worden stoffen uit de stofcategorieën LF1, LF2 en GF3 vervoerd. Daarmee kan al geconcludeerd worden dat er geen overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde plaatsvindt. De omgeving van het plangebied bestaat daarnaast voornamelijk uit grondgebonden woningen en enkele andere niet grootschalige functies. De uitbreiding van de golfbaan betreft het toevoegen van een aantal holes. De uitbreiding ziet niet toe op uitbreiding van bebouwing of andere plekken op de golfbaan waar mensen zich intensief bij elkaar bevinden, al dan niet in een gebouwde constructie. De uitbreiding betreft bestemmingswijziging van ca 14 ha, waarop op korte termijn 3 holes gerealiseerd zullen worden. In de toekomstige situatie is verdere uitbreiding door middel van dit bestemmingsplan ook mogelijk. Op de 3 holes zullen maximaal enkele tientallen mensen zich tegelijkertijd bevinden.
De bevolkingsdichtheid blijft daarmee ruim onder de 500 personen per hectare. Gelet op het bovenstaande volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van het maatgevende scenario koude BLEVE (GF3). Spoorlijn Amsterdam- Breukelen Over de spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Voorliggend plan bevindt zich op meer dan 200 meter ten opzichte van de spoorlijn, waardoor een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde is. over de spoorlijn vindt transport van stoffen uit de stofcategorie D4. Het invloedsgebied van de stofcategorie D4 bedraagt 4.000 meter. Het plangebied ligt binnen dit invloedsgebied waardoor nader in moet worden gegaan op het maatgevende toxische scenario.
Pagina 33 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Leidingen Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. 4.8.1
Verantwoording groepsrisico
Koud BLEVE scenario BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof gasexpansie explosie). Een koude BLEVE kan ontstaan doordat na een botsing de ladingtank openscheurt. Na de explosie voltrekt het scenario zich snel en duurt de vuurbal niet langer dan 20 seconden. Dan zijn direct of in korte tijd de effecten in het plangebied merkbaar. De effecten van een koude BLEVE zijn warmtestraling, overdruk en scherfwerking. Deze effecten kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving veroorzaken. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Een koude BLEVE is niet te bestrijden omdat de tanklading meteen explodeert. Gezien de snelle ontwikkeltijd zijn er geen mogelijkheden voor bronbestrijding en primaire effectbestrijding. De effectbestrijding zal daarom gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. De effecten van een explosie kunnen tot op een afstand van 90 meter dodelijk zijn. De aanwezigen in het plangebied bevinden zich voornamelijk in de openlucht en daarmee hebben zij geen vorm van bescherming. Het advies is om te vluchten van de bron af. Het plangebied biedt hier mogelijkheid toe. De bestaande bereikbaarheid tot het plangebied wordt daarnaast voldoende geacht voor hulpdiensten.
Toxisch scenario (vloeistof en/of gas) Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tank met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Een toxische plas zal vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de weersomstandigheden en de windrichting kan de toxische wolk het plangebied indrijven. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Bij een ongeval met toxisch gas of vloeistof kan de brandweer optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen of op te nemen met water. Dit is wel afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Het advies bij het vrijkomen van een toxische wolk is om te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen.
Indien het plangebied alsnog moet worden ontruimd, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Gezien de ligging van de spoorlijn is het voor personen in het plangebied goed mogelijk om haaks op de wolk te vluchten. Conclusie Het plangebied of de nieuwe bestemming ligt niet binnen het invloedsgebied van Bevi-inrichtingen, de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen en het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt binnen de toetsingszones van transportroutes voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het water en het spoor en daarvoor is
Pagina 34 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
verantwoord dat er geen sprake is van een significante toename van het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Waterbeheer Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Wettelijk kader Op rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21 e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: • vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater.
Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. • schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning.
Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.
Pagina 35 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Waterbeleid Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het beleid van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is vastgelegd in het waterbeheerplan. In dit plan zijn beleid en wetgeving van hogere overheden en van AGV zelf (onder andere Visie AGV) nader uitgewerkt. Hoofddoel van het plan is "het mogelijk maken van een veilig, ruim, ecologisch gezond en daardoor veerkrachtig watersysteem, dat geschikt is voor aan- en afvoer en berging van water, natuur, recreatie, wonen en bedrijvigheid. Om de watersysteemdoelen te bereiken is een optimaal beheer en een goed functioneren van de afvalwaterketen essentieel." Binnen dit hoofddoel zijn de volgende thema's van belang: • Bescherming tegen overstromingen; in Breukelen is met name de veiligheid achter de primaire waterkeringen van het Amsterdam-Rijnkanaal van belang. • Peilbeheer: zo veel mogelijk afgestemd op functie. AGV heeft geen invloed op het peil in het Amsterdam-Rijnkanaal, wat weer van invloed is op het peil van de Vecht. • Waterberging en afvoercapaciteit op orde. In stedelijke waterplannen meer aandacht geven aan kleinschalige waterberging. • Grondwater: AGV streeft op termijn naar uitvoering van de stedelijke grondwaterzorg in opdracht van gemeenten in het gehele beheergebied. • Ecologische en chemische toestand. • Bevaarbaarheid en recreatief gebruik.
• Inzameling afvalwater: Bij herinrichting regenwater zo veel mogelijk afkoppelen van het rioolstelsel. • Duurzame behandeling van afvalwater. • Aanpak van emissies uit de afvalwaterketen. Planspecifiek Onderstaand de interactieve legger van het waterschap en de onderhoud van secundaire watergangen.
Figuur 19. Legger van het waterschap met het plangebied in rood kader.
Pagina 36 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Figuur 20. Overzicht secundaire watergangen met het plangebied in rood kader.
Bestaand watersysteem Uit de interactieve legger van het waterschap blijkt dat aan de oost- en westzijde van het uitbreidingsgebied primaire watergangen bevinden. Deze primaire watergangen maken geen deel uit van het plangebied. In het plangebied zijn het secundaire of tertiaire watergangen. In paragraaf 2.3 Beeldkwaliteit is door middel van een inpassingsplan aangegeven wat de kaders zijn voor het inrichtingsplan. In principe worden slechts twee watergangen die van oost naar west lopen behouden. De overige watergangen zullen gedempt of vergraven worden. De gedempte watergangen worden elders in het plangebied gecompenseerd door middel van open water. Het vergraven van het water, het aanleggen of verwijderen van bruggen en dammen zal in overleg met het waterschap te gebeuren. Wanneer hiervoor een watervergunning nodig is zal deze aangevraagd worden. Afvalwater In voorliggend plan worden geen gebouwen gerealiseerd waarvoor afvoer van afvalwater nodig is. Hemelwater Het hemelwater kan op de golfbaan ter plaatse worden opgenomen of naar de sloten worden afgevoerd. Door voorgenomen planontwikkeling vindt er geen significante toename van verharding plaats die de afvoer van hemelwater zou kunnen verminderen of belemmeren. Conclusie De waterparagraaf zal worden voorgelegd aan het waterschap.
Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Het bestaande golfpark wordt uitgebreid met ca.14 ha. Er wordt door de golfbaan vooralsnog niet uitgegaan van een uitbreiding van het aantal gebruikers van de golfbaan. Verder zijn de bestaande parkeervoorzieningen en infrastructuur aangelegd met het oog op een eventuele uitbreiding. De infrastructuur wordt daarom passend geacht voor de verkeersgeneratie van de golfbaan. De golfbaan heeft een totale oppervlakte van ca. 38 ha. Door het bestemmingsplan kan de Golfbaan uitbreiden in extra holes, tot en met 18 holes. Op de korte termijn is een uitbreiding met 3 holes voorzien. Pagina 37 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
In de uitgave van het CROW (dec 2018) zijn de parkeernormen voor een golfbaan aangegeven. Voor een golfbaan van 60 ha / 18 holes wordt uitgegaan van een parkeereis van gemiddeld 118,3 pp in het buitengebied. Het gemeentelijk parkeerbeleid gaat voor een golfbaan met 18 holes uit van minimaal 108,3 en maximaal 128,3 parkeerplaatsen. Het gemiddelde van het gemeentelijk parkeerbeleid is 118,3 en komt daarmee geheel overeen met de landelijke richtlijnen. De parkeereis voor de golfbaan op basis van het ruimtegebruik van 38 ha is 75 pp. De parkeereis voor de golfbaan op basis van het aantal holes is 79 pp. De huidige parkeervoorziening betreft 80 parkeerplaatsen. De parkeervoorziening bij de ingang van de golfbaan wordt voldoende geacht voor de uitbreiding van de golfbaan. Het aspect Verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor voorliggend plan.
Pagina 38 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
5 Juridische planbeschrijving Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van de uitbreiding van de golfbaan. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het direct aangrenzende bestemmingsplan ter plaatse ‘Landelijk gebied Noord’ en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.
Opzet van de regels Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan. In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte).
De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 6.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: • de anti-dubbeltelbepaling; • algemene bouwregels; • algemene aanduidingsregels; • algemene afwijkingsregels; • algemene wijzigingsregels; • overige regels.
Pagina 39 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.
De bestemmingen In het plangebied zijn verschillende bestemmingen weergegeven. Hieronder wordt een nadere beschouwing gegeven van deze bestemmingen. Artikel 3 Sport Zowel de bestaande golfbaan als de uitbreiding zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Derhalve zijn alle huidige regels in het vigerende bestemmingsplan overgenomen in voorliggend plan. In de regels is de aanduiding “Golfbaan” opgenomen, daarin wordt gesteld dat de gronden enkel voor het beoefenen van de golfsport gebruikt mogen worden. in aanvulling op deze regels is opgenomen dat voor de uitbreiding van de golfbaan bij de omgevingsvergunning een voorstel voor de landschappelijke inrichting aangeleverd moet worden. Artikel 4 Water De bestemming “Water” blijft gehandhaafd zoals in het bestaande bestemmingsplan, met uitzondering van de regels ten behoeve van bruggen. Vanwege de instandhouding van de landschappelijke waarden en het kavel- en slotenpatroon, worden de aanleg van een of meer bruggetjes noodzakelijk. De aanleg van een of meer bruggetjes zal vergunningplichtig worden. Dubbelbestemming: Waarde Cultuurhistorie 1 en 6 De dubbelbestemming “Waarde Cultuurhistorie 1” blijft gehandhaafd zoals in het vigerende bestemmingsplan. Deze dubbelbestemming waarborgt de Cultuurhistorische – Waarde.
Dubbelbestemming: Waarde Archeologie 4 De dubbelbestemming “Waarde Archeologie 4” blijft gehandhaafd zoals in het vigerende bestemmingsplan. Deze dubbelbestemming waarborgt de eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Gebiedsaanduiding: vrijwaringszone – straalpad De gebiedsaanduiding “Vrijwaringszone – straalpad” blijft gehandhaafd zoals in het vigerende bestemmingsplan. Deze regel voorkomt hoogbouw in deze zone. In voorliggend plan wordt echter nergens nieuwe bebouwing toegestaan.
Pagina 40 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Economische uitvoerbaarheid Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens wordt een anterieure overeenkomst en of een planschadeovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico’s verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico’s voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Nota van uitgangspunten Bij de ontwikkeling van de uitbreiding van de golfbaan is in samenwerking met de gemeente Stichtse Vecht een Nota van uitgangspunten opgesteld, gedateerd op 3 maart 2020. De nota voorziet in transparantie naar de inwoners van de gemeente Stichtse Vecht en naar de initiatiefnemer over de uitgangspunten die de gemeente Stichtse Vecht hanteert voor de uitbreiding van de golfbaan. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is de nota meegenomen als kader voor de ontwikkeling en wordt er specifiek op in gegaan in het hoofdstuk 3.4 Gemeentelijk beleid. Participatie De omwonenden en andere belangstellenden zijn betrokken bij de planontwikkeling onder andere door middel van een informatieavond die georganiseerd is op 16 juni 2019. Op deze bijeenkomst zijn ca. 25 personen gekomen. Verslag inspraak en artikel 3.1.1 Bro overleg Het ontwerpbestemmingsplan zal in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden worden aan organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Verslag zienswijzen Het plan zal tevens gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb ter inzage gelegd worden.
Pagina 41 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht
7 Bijlagen 1. Nota van Uitgangspunten voor uitbreiding van de golfbaan in Loenen aan de Vecht, Gemeenteraad van Stichtse Vecht, 3 maart 2020; 2. Quickscan Wet natuurbescherming Rijksstraatweg ong. te Loenen aan de Vecht, Blom Ecologie, kenmerk: 2022-0925, 15 september 2022; 3. Aeriusberekening Uitbreiding Golfbaan OC Loenen, 20-01-2022; 4. Verkennend (asbest)bodemonderzoek Randweg N402 Loenen aan de Vecht, Inventerra, kenmerk: 21-2423-R01AvH, 26-08-2022,
Pagina 42 Bestemmingsplan ‘Golfbaan te Loenen aan de Vecht’ in gemeente Stichtse Vecht