1. Bijlage 1_Historische beschrijving Weeresteijn 28 jan_1.pdf
Tekst van het document
Historische beschrijving Weeresteyn, Zandpad 29 te Nieuwersluis Het ‘complex historische buitenplaats Weeresteyn’ bevat naast het vroeg 18de eeuwse hoofdhuis een voormalige tuinmanswoning, een voormalige kwekerij en diverse garages en schuren, alle gelegen in het Engelse landschapspark. Kadastraal is het terrein onder drie verschillende eigenaren verdeeld. De buitenplaats in 2002 aangewezen tot beschermd monument. De gehele kavel – smal en langwerpig, circa 100 bij 600 meter-‐ is door water omgeven. Zowel het huis als het park kennen meerdere fases van tot standkoming, die hieronder afzonderlijk besproken worden. I Het huis Weeresteyn a) Ligging Het huis dankt zijn naam aan de ligging aan de Weersloot, de oude grenssloot tussen Holland en Utrecht (weere = grens). De uitgang ‘stein’ (steen) duidt op een stenen gebouw, gebouwd in een periode waar over het algemeen in hout werd gebouwd. Het huis ligt op een opmerkelijk punt: aan een zeer scherpe buitenbocht van de Vecht. Door de hierdoor wat ‘vooruitgeschoven’ positie is het uitzicht naar beide kanten over het water extreem ver. Het zicht rijkt wel tot 3 kilometer. Vanwege deze strategische ligging is het niet ondenkbaar dat hier al heel vroeg bebouwing is geweest.
Duidelijk is hier de forse bocht in de Vecht te zien, waardoor Weeresteyn, links achter de bomen zichtbaar, op een wat vooruitgeschoven positie ligt. b) Middeleeuwen Het huidige huis is vermoedelijk het derde huis op deze plek. Waarschijnlijk heeft hier een middeleeuws versterkt huis gestaan. Vanwege de functie die de Vecht sinds de 11de eeuw had als grens tussen het graafschap Holland en het bisdom Utrecht, waren er vanaf 1250 een kleine 20 kastelen en versterkte huizen gebouwd langs de Vecht en de Angstel. Het kan heel goed zijn dat Weeresteyn in deze ontwikkeling paste, zeker gezien de extra strategische ligging aan de Weersloot. Er zijn echter geen kaarten uit deze periode, dus 100 % zeker is dit niet. Maar er is een aantal aanwijzingen om wel te veronderstellen dat het hier om een zeer oude bebouwde plek gaat. c) 17de eeuw Hoe het ook zij, dit huis bestaat niet meer, maar op deze plek, al of niet gebruik makend van oudere bouwdelen, is in de 17de eeuw het huis gebouwd dat op bijgaande prenten uit 1660 en 1668 te zien is.
1
Weerestein, Abraham Rademaker, 1660 (Coll. RKD)
’t Huys te Weeresteyn, Johannes Leupenius, 1668 (Coll. K. Beelaerts van Blokland) Het huis wekt de indruk dat het uit meerdere delen is opgebouwd. Wellicht is hier hetzelfde gebeurd als met Goudestein in 1629 en 1645, toen een oudere boerderij verfraaid werd tot buitenplaats door het aanbouwen van enkele vleugels en de plaatsing van een torentje met koepeldak. Overigens hetzelfde soort torentje als hier te zien is. Het huis Weeresteyn paste naadloos in de reeks van bijna 200 buitenplaatsen die vanaf circa 1630 verrezen aan de oevers van de Vecht. Net als veel andere buitenplaatsen en kastelen, is dit huis is vermoedelijk in het rampjaar 1672/73, geruïneerd, waarna het huidige huis rond 1700-‐1710 gebouwd is. 2
d) 18de eeuw De oudste kaart waar Weeresteyn op vermeld wordt is de kaart van Casper Specht uit 1704. Hier zien we dat Weeresteyn slechts als één van de weinige buitenplaatsen aan dit deel van de Vecht is aangeduid. Dat duidt wellicht de ouderdom en het belang van het huis aan. Ook is goed te zien dat het huis op de –in rood en met stippellijn aangegeven-‐ grens ligt van Holland en Utrecht.
Kaart van Holland, Casper Specht, 1704.
Op de kaart uit De Zegepraalende Vecht uit 1719 is Weeresteyn aangegeven met twee vlaggetjes. Dat is opvallend, want alleen de kastelen en geen enkele andere buitenplaats is met deze vlaggetjes aangegeven. Dit en de benaming ‘’t Huys te Weeresteyn’ (en niet alleen ‘Weeresteyn’) wijst ongetwijfeld op de zeer oude oorsprong van deze buitenplaats.
3
Op de kaart van Van Bloemswaard uit 1726 is voor het eerst de uitgebreide tuinaanleg van Weeresteyn te zien. (bij de letter W). Opvallend is dat het erop lijkt dat de percelen die direct aan de Weersloot grenzen van een andere eigenaar waren. Nr 50 , het nummer dat in alle weilanden staat aangegeven, correspondeert met de naam Willemijntje van den Ouden Reyn, terwijl nr. 51, alle weilanden achter het huis Weeresteyn, horen bij de heer Jan Crammer. Zie verder p.9.
Nieuwe kaart van Loenen, C.C. van Bloemswaard, 1726.
4
Het Weeresteyn op deze tekening uit 1730 verschilt enigszins met het huidige huis. Zo zijn eind 18de eeuw de kruisvensters vervangen door Empireramen, werden er nieuwe vensters in de zuidgevel geplaatst, is de deuromlijsting in Louis XIV-‐stijl aan de achterzijde vervangen door een in Empirestijl en is de versiering op de dakrand later vervangen door een dakkapel. Het toegangshek lag toen nog recht voor het huis. In een verkoopadvertentie van 16 augustus 1737 blijkt dat het terrein toen 12 morgen land omvatte (ca 10 hectare), met boomgaard, wey-‐ hooy-‐ als hoephuis. In een advertentie van zes weken later worden ook, naast de heerenhuizinge, de stalling, koets-‐ en tuinmanshuis en de annexe landerijen genoemd.
1737 16 aug 's Gravenhaegse courant
1737, 30 september, ’s Gravenhaegse Courant
Op deze kaart uit 1743 van Bernard De Roy is alleen Weeresteyn aangegeven, niet de vele andere buitenplaatsen die er toen al lagen langs dit deel van de Vecht. Een opvallend fenomeen.
5
Op deze litho’s van P.J. Lutgers van rond 1740 is goed te zien hoe dicht Weeresteyn aan de weg en aan de Vecht ligt.
Bij graafwerkzaamheden in 1760 (vandaar de vermoedelijke datering van de landschappelijke aanleg) is een middeleeuwse stenen sarcofaag gevonden met daarin de botten, resten van een mijter en een bisschopsstaf, waardoor aannemelijk is dat dit de resten van een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder waren. Vermoed werd zelfs dat het hier om het gebeente van bisschop Hungarius ging. Een latere eigenaresse, mevrouw Degenkamp-‐van Beusekom, was hier zo van overtuigd, dat zij het deel van het landgoed waar de kist gevonden was in 1966 in haar testament legateerde aan de paus. De paus heeft dit legaat niet aanvaard. Terecht, volgens de dochter van de heer Bennink, die van
6
1909 tot 1921 op Weeresteyn woonde. Zij wist te vertellen dat de kist na de vondst vernield was tijdens de opgraafwerkzaamheden, waarna stoffelijke resten van de bisschop door de heer van Kronenburg in de kerk op het Begijnhof in Amsterdam werden bijgezet. Toen in de jaren ’60 de grond onder de houten schuur begon te verzakken, bracht de tuinman een molensteen aan om het ergste gevaar te keren. Hij vergat dit aan zijn bazin te vertellen, waarna zij later, toen zij de steen ontdekte, meende op de ongeschonden grafkist gestuit te zijn. (Trouw, 17-‐2-‐1966). In 1796 werd het huis weer verkocht. Uit de omschrijving in de advertentie blijkt dat er nog meer gebouwen zijn verrezen. De ‘zeer plaisante en welgesitueerde hofsteede Weeresteyn’ bestaat dan uit: de sterkte en weldoortimmerte heerenhuizinge en tuinmanswoning, koetshuis, stallinge, tuinhuis, schuitenhuis, bergen en schuren met de daarachter liggende extra toegemaakte landerijen, boschen, hakhout, groot circa 25 morgen’
1796, 20 augustus, Amsterdamse courant d) 19de en 20ste eeuw In 1909 werd Weeresteyn geveild. Uit de uitgebreide veilingcatalogus blijkt de ruime en rijke inrichting van het huis met kostbare schoorsteenmantels, stuukplafonds, lambriseringen etc. Johan Carel Bennink kocht het huis en startte er een fruitkwekerij. In 1921 vertrok Bennink van Weeresteyn en liet zijn inboedel veilen inclusief ‘de bekende merrie Mimi B’ en diverse andere paarden, rijtuiten, arresledes en koetsen.
1921, 21 januari, Algemeen handelsblad Na de verkoop van het huis in 1966 is door de toenmalige eigenaren, de gebroeders Strijland, het huis dusdanig ‘gerestaureerd’ dat er van het oorspronkelijke interieur niets meer over was, op de marmeren gang en de eiken trap na. 7
Weeresteyn in 1961, in verwaarloosde staat De broers Strijland hebben ook delen van het park verkocht met daarop de voormalige tuinmanswoning en de voormalige kwekerij, ook wel in de volksmond ‘de appelschuur’ genoemd. Zodoende is het park nu eigendom van drie verschillende eigenaren. Sinds 1985 is het huis Weeresteyn en een groot deel van het park in bezit van de huidige eigenaren, de familie Bus-‐Bergen. II Het park van Weeresteyn Het huidige park van Weeresteyn is een resultante van 300 jaar ontwikkeling, waarin de tuin in verschillende perioden totaal van aanzien veranderde. De ontwikkeling van het park is in vier fasen in te delen: Fase 1: Formele tuin -‐ ca 1710-‐1760/80 Fase 2: Landschappelijke aanleg -‐ 1760/80-‐ 1900 Fase 3: Aanplant fruitbomen en bouw schuren -‐ 1909-‐1938 Fase 4: Verkaveling park -‐ 1938-‐heden Fase 1 -‐ Formele tuin: Het huidige Weeresteyn dateert uit circa 1700. De vroege parkaanleg is voor het eerst te zien op de kaart van C.C. Bloemswaard uit 1726.
8
Duidelijk is te zien dat het perceel uit twee delen bestaat: één direct liggend aan de Weersloot (nr. 50, waar een andere eigenaar bij vermeld wordt op deze kaart) en één waarop het huis met stijltuin ligt. Tot de eerste dwarssloot zijn beide percelen beplant. Hierachter liggen langgerekte weilanden. De landerijen van de heer Jan Crammer, eigenaar van het huis Weeresteyn, lopen door tot aan de Overdijks Wetering. Het laatste perceel, dat grenst aan deze wetering, was met bomen beplant. Het linkerdeel is vrijwel geheel beplant. Aan de kant van het grote huis is een de tuinmanswoning te zien, met daarachter, direct op de scheidslijn met het rechterperceel gelegen, kleine gebouwtjes, het voormalige koetshuis en een schuur. Achter het grote huis ligt een formele tuin met een symmetrische aanleg. Direct achter het huis liggen (bloem?)perken aan weerszijden van een pad, hierachter een gedeelte dat geheel beplant is. Dit wordt afgesloten met de kopse kant van een T-‐vormig gran canal, dat het verlengde van de middenas van het huis gegraven is. Het weiland dat hier achter ligt is
9
voor de helft omgeven door bomen of heggen. (nr. 51) Dit is opvallend, want geen enkele andere buitenplaats op deze kaart heeft in het achterliggende weiland zo’n omkaderd gedeelte. In het midden van dit omkaderde grasland is een vierkantje te zien. Wellicht heeft dit te doen met de stenen sarcofaag die in 1760 hier gevonden is? Een koepel lijkt onwaarschijnlijk, die zou bij de achtergrens van het terrein gestaan hebben. In 1754 is op het eiland de houten (tuinmans?)woning gebouwd, die later als kwekerij en appelschuur dienst zou doen. Fase 2 -‐ Landschappelijke aanleg Op enig moment in de tweede helft van de 18de eeuw is de formele tuin omgevormd tot een Engels landschapspark. Aangezien in 1760 bij graafwerkzaamheden de eerder genoemde graftombe is gevonden, wordt in de literatuur er van uit gegaan dat toen de tuin omgevormd is. Dit lijkt mij onwaarschijnlijk. 1760 is wel erg vroeg voor een dergelijke aanleg, en uit een brief van de toenmalige eigenaar Joan Graafland d.d. 27 september 1760, blijkt dat de kist gevonden is ‘bij het omspitten van een weiland’. Het weiland lag en ligt achter de aangelegde tuin, dus dit jaartal heeft m.i. niets te maken met de omvorming naar een landschappelijke tuin. Wanner dan wel de omvorming tot een landschappelijke tuin heeft plaats gevonden is onbekend.
Het zal eind 18de eeuw, begin 19de eeuw plaats gevonden hebben, want op de op de kadastrale kaart uit circa 1828 te zien is, is te zien dat het rechte gran canal vergraven is tot een slingerwaterpartij, die nu ook het –daarvoor door beplanting omgeven-‐ stuk weiland omvat. Dit is zo echt een eiland geworden. Twee bijzondere bruggen zijn rond 1880 aangebracht over de waterlopen. Vermoedelijk is in deze aanleg de grote eik geplant achterin het terrein, die zo hoog was dat hij voor zeilers op de Loosdrechtse plassen als baken werd gebruikt. De boom was zo belangrijk dat ik alle koopakten stond dat deze niet gerooid mocht worden. De boom staat er nog, maar is –aangetast door de tijd en weer en wind-‐ niet meer zo hoog.
Kadastrale kaart uit 1832, opmeting enkele jaren eerder.
10
Het aaanvankelijk rechte gran canal werd vergraven tot een gebogen waterloop, waarin het huis prachtig wordt gespiegeld. Fase 3 – Kwekerij-‐Aanplant fruitbomen en bouw schuren Na de aankoop van Weeresteyn in 1909 door Johan Carel Bennink onderging een deel van het park wederom een grote verandering. Wat weiland was, veranderde in een immense fruitboomgaard. Bennink liet, volgens zijn dochter in haar autobiografie, 1100 vruchtbomen planten en vervoerde later ‘karladingen’ vol aardappelen, peren, appels en bessen naar de veiling in Utrecht. Ook hield hij vee zwanen, zilver-‐ en goudfazanten en hield Bennink renpaarden. Vermoedelijk is toen het achterste weiland als renbaan in gebruik genomen. Toen hij het huis verkocht in 1919 verscheen een veilingcatalogus, waarin de indeling van het huis uitgebreid wordt beschreven en blijkt tevens dat er in de loop der tijd bijgebouwen verrezen waren. Het terrein omvatte: “Weilanden, karpervijver, waterpartij bij huis en om de kwekerij, weg langs de Vecht, kwekerij en schuur, heerenhuis, bijgebouwen en overig terrein.” In die tijd stonden er zo’n 4000 appel-‐ en perenbomen en 500 bessenstruiken op het terrein, horende bij de kwekerij. Het park was toen nog zo’n 6,4 hectare groot, en er behoorde nog 1,1 hectare aan de overkant van de Vecht, met een groot schuitenhuis voor twee boten. Het totale grondbezit was dus 7,5 hectare groot.
Op de luchtfoto van de RAF uit de tijd van WO II zijn de vele fruitbomen duidelijk te zien. Tot in de jaren ’70 zijn delen van het terrein nog als boomgaard in gebruik gebleven.
11
Luchtfoto RAF 1942-‐’47 met fruitbomen zichtbaar Fase 4 -‐ Verkaveling park, extra bebouwing Latere eigenaren hebben delen land verkocht, waardoor Weeresteyn bij de verkoop van het huis in 1966 nog circa 3 ha groot was. Na 1950 is een aantal garages gebouwd. Hiervoor is welllicht een grote boomcirkel van eiken gekapt. Zo’n cirkel is aan de zuidzijde van het huis nog wel zichtbaar, vermoedelijk was aan de noordzijde een pendant, die dus ter ziele is gegaan. Sinds 1985 is het huis Weeresteyn en daarmee een groot deel van het park in handen van de huidige eigenaren, de familie Bus. Dit deel is de afgelopen decennia in kwaliteit verminderd. Een flinke onderhoudsbeurt zou hier wenselijk zijn. Het deel met de woning langs de Weersloot en het deel met de voormalige tuinmanswoning en het eiland zijn daarentegen zeer goed onderhouden en verzorgt. Rond de schuur die gaat worden gesloopt voor de bouw van een nieuwe woning is het terrein nu versteend. Beelaerts Historisch Groen heeft een opzet gemaakt voor de kwaliteitsverbetering van het gehele landgoed en een aanzet gegeven voor een beheerplan.
12
Buitenplaatsbiotoop met zichtlijnen, bijgebouwen en tuinornamenten. Cultuurhistorische waardenkaart, https://kaarten.stichtsevecht.nl Conclusie: zowel het park als het huis Weeresteyn hebben in de afgelopen 300 jaar diverse veranderingen ondergaan. Het park is niet meer terug te voeren op een specifieke periode, van alle eeuwen zijn er onderdelen terug te vinden. Mede door de verkaveling van het landgoed is er niet meer echt sprake van een eenheid in het ensemble. Juliette Jonker-‐Duynstee, 28 januari 2019 N.B. Complex historische buitenplaats Weeresteyn bestaat uit de volgende onderdelen: -‐ Hoofdhuis, nr. 515205 -‐ Houten brug over het gran canal, nr. 515208 -‐ Brug met toegangshek, 515207 -‐ Houten brug met hamei, nr. 515209 -‐ Koude bak, nr. 515210
13