1.6 Nader vleermuizenonderzoek.pdf
Tekst van het document
WET NATUURBESCHERMING
Dudok de Witstraat Breukelen
Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen
COLOFON OPDRACHT
Nader onderzoek Wet natuurbescherming voor Dudok de Witstraat NO, Breukelen OPDRACHTGEVER
OPDRACHTNEMER
IM Bouwmanagement B.V. Vlierberg 4-13b 3755BS Eemnes
LOO PLAN, voor bos, natuur en landschap Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg tel.: 026 – 351 41 74 info@looplan.nl www.looplan.nl
Contactpersoon
: dhr. A. van der Wal
Ons kenmerk Datum
: 2023-101485-10036 : 29 november 2023
Contactpersoon Medewerking van
: Marko Sinke : Mart Sagel
© Loo Plan B.V. Dit rapport is vervaardigd op verzoek van en is eigendom van de opdrachtgever. Loo Plan is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade voortvloeiende uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Loo Plan. De opdrachtgever vrijwaart Loo Plan voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
INHOUDSOPGAVE 1 1.1 1.2 2 2.1 2.2 2.2.1 3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3
INLEIDING DOEL VAN HET ONDERZOEK LOCATIE INVENTARISATIEMETHODIEK GESCHIKTHEID MEDEWERKERS ONDERZOEK VLEERMUIZEN VOLLEDIGHEID INVENTARISATIE RESULTATEN VLEERMUIZEN ALGEMEEN FUNCTIONELE LEEFOMGEVING VERBLIJFPLAATSEN OVERIGE GROEPEN EGEL ALGEMENE BROEDVOGELS RODE LIJST OMGEVINGSCHECK UITGEBREIDE CONCLUSIE VLEERMUIZEN VERBLIJFPLAATSEN FUNCTIONELE LEEFOMGEVING OVERIGE GROEPEN EGELS ALGEMENE BROEDVOGELS RODE LIJST
5 5 6 7 7 7 10 11 12 12 12 13 15 15 15 15 15 17 17 17 17 18 18 18 19
ACHTERGRONDINFORMATIE
BIJLAGEN 1 2 3 4 5
DEELGEBIEDEN INVENTARISATIEGEGEVENS VELDBEZOEKEN PROJECTWONINGEN EN VERBLIJFPLAATSEN BOUWJAREN PROJECTWONINGEN E.O. ENERGIELABELS PROJECTWONINGEN E.O.
23 24 3 4 5
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
Bevindingen In hoofdstuk 4 is de uitgebreide conclusie van het nader onderzoek Wet natuurbescherming opgenomen. De onderstaande tabel bevat een beknopte samenvatting van de bevindingen en de te nemen vervolgacties. Beschermde
Conclusie
Vervolgactie (worst-case scenario)
soorten Vleermuizen
type verblijfplaats en aantal Soort
kraam
gewone
zomer
paar
1
2
Ontheffing aanvragen.
winter 12 alternatieve verblijfplaatsen.
dwergvleermuis Overig
Houd rekening met broedende vogels die in bomen/struiken in
Geen werkzaamheden uitvoeren
het gebied aanwezig kunnen zijn.
tijdens het broedseizoen Óf Nestplaatsen buiten het broedseizoen ongeschikt maken (bijvoorbeeld door nestkasten en
Ook moet de zorgplicht voor egels in acht genomen worden.
schoorstenen af te sluiten). Óf Aanwezigheid van broedende vogels uitsluiten door middel van een controle door een ecoloog. Geen struiken verwijderen gedurende de kraamtijd en winter óf de aanwezigheid van de egel uitsluiten door middel van een controle door een ecoloog.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
1 Inleiding Woonstichting Vecht en omstreken te Eemnes is voornemens de bebouwing aan de Dudok de Witstraat te slopen en nieuwbouw op de locatie te realiseren. De bebouwing bestaat uit een appartementencomplex met twee woonlagen met plat dak, gebouwd in 1973. De woningen zijn technisch versleten en de bewoners van de woningen ondervinden problemen met een verstopte riolering, vocht doorslag en tocht. Daarom worden de woningen gesloopt en komt er een appartementencomplex van drie woonlagen voor in de plaats. In voorbereiding op de voorgenomen werkzaamheden is door ATKB Assen een quickscan uitgevoerd in 2023 (lit. 1). Uit deze quickscan bleek dat de projectwoningen mogelijk vaste verblijfplaatsen bevat van de gewone, ruige en kleine dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en de laatvlieger. Naar deze soorten is nader onderzoek uitgevoerd. De voorgenomen werkzaamheden in het studiegebied worden getoetst aan de Wet natuurbescherming op soortbescherming. Dit rapport presenteert de resultaten van het nader onderzoek. Dit rapport is opgesteld op basis van de op dit moment geldende natuurwetgeving, namelijk de Wet natuurbescherming. Vanaf 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet (Ow) in werking, deze vervangt de Wet natuurbescherming. Als de werkzaamheden onder de Ow worden uitgevoerd dan is het van belang dat getoetst wordt aan de aanvullende eisen vanuit de Ow.
Het gaat hierbij om de invulling aan de zorgplichtbepalingen uit de Ow en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In dit nader onderzoek is geen invulling gegeven aan de aanvullende eisen vanuit de Ow. Dit i.v.m. de onzekerheden over de juridische uitleg/interpretatie van de Ow. In een later stadium moet invulling gegeven worden aan de aanvullende eisen van de Ow (bijvoorbeeld als onderdeel van het activiteitenplan/werkprotocol).
1.1 Doel van het onderzoek Het onderzoek kent de volgende doelstellingen: 1. Vaststellen van verblijfplaatsen in het studiegebied en functie van het studiegebied voor de verschillende soorten vleermuizen (voor de individuele soorten zie § 2.2.1) 2. Effectbeoordeling van de voorgenomen werkzaamheden op de aanwezige soorten.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
1.2 Locatie Projectnaam
Dudok de Witstraat NO
Naam opdrachtgever
IM Bouwmanagement B.V.
Adressen
Dudok de Witstraat 18-40
Figuur 1: Ligging studiegebied in de regio en ten opzichte van beschermde natuurgebieden.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
2 Inventarisatiemethodiek 2.1 Geschiktheid medewerkers De personen die de inventarisaties uitgevoerd of verwerkt hebben, zijn door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen verrichte werkzaamheden1. Het onderzoek is uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van Loo Plan. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Loo Plan is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
2.2 Onderzoek vleermuizen In deze paragraaf wordt de wijze van onderzoek beschreven. De tijdstippen en omstandigheden waaronder het onderzoek is uitgevoerd zijn voor de soortgroep in bijlage 2 opgenomen. Vleermuizen maken op diverse wijzen gebruik van het landschap. De volgende functies kunnen in bomen, gebouwen en aangrenzende groenstructuren aanwezig zijn: • Zomerverblijfplaats • Kraamverblijfplaats • Paarverblijfplaats • Winterverblijfplaats • Foerageergebied • Routefunctie Om deze functies allemaal in beeld te kunnen brengen, moet in verschillende seizoenen onderzoek plaatsvinden. De minimale onderzoeksinspanning is vastgelegd in het Vleermuisprotocol 2021, opgesteld door de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging (lit. 4). SOORTEN
Op basis van de quickscan kunnen verblijfplaatsen niet worden uitgesloten van: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, meervleermuis en de laatvlieger (lit. 15). De gewone grootoorvleermuis is een gebouwbewonende soort, maar heeft voorkeur voor ruime verblijfplaatsen zoals zolderruimten. Door de afwezigheid van zolders of andere grote, toegankelijke ruimten wordt de aanwezigheid van de gewone grootoorvleermuis uitgesloten.
ZOMERONDERZOEK
Voor het in beeld brengen van de zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn twee deelgebieden onderscheiden (bijlage 1). In elk deelgebied is
1 Het Ministerie van Economische Zaken verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, KON, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of –bescherming.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
minimaal 75% van het deelgebied te overzien vanuit één punt. Hiermee wordt voldaan aan de ‘overzichtsregel’ van het vleermuisprotocol. Om de verblijfplaatsen en de functies voor de hier te verwachten vleermuizen goed in beeld te krijgen zijn, conform het Vleermuisprotocol 2021, twee avondbezoeken en één ochtendbezoek per deelgebied uitgevoerd. De woningen zijn vanaf de openbare weg en de achterpaden geïnventariseerd. Wanneer in het veld sterke aanwijzingen waren voor de aanwezigheid van een verblijfplaats (bijvoorbeeld het wegschieten van een vleermuis zeer kort na zonsondergang, maar zonder het dier daadwerkelijk te zien uitvliegen), is dit genoteerd als een mogelijk verblijf. Zorgvuldigheidshalve worden deze in de verdere uitwerking beschouwd als verblijfplaatsen en zijn dezelfde zorgmaatregelen als bij zekere verblijfplaatsen van toepassing. NAJAARSONDERZOEK
Omdat baltsende vleermuizen een vrij groot territorium hebben en gedurende een langere tijd in de nacht actief zijn, wordt bij één enkel deelgebied altijd ruim buiten het deelgebied onderzoek gedaan. Bij nabijgelegen of aansluitende deelgebieden is hierdoor een overlap in het onderzoek per deelgebied. Het in kaart brengen van paarterritoria in de directe omgeving is van belang voor het plaatsen van tijdelijke voorzieningen en om een beeld te krijgen van de samenhang met de omgeving. Conform het Vleermuisprotocol 2021 worden er, voor het in kaart brengen van paarverblijfplaatsen van gewone- en ruige dwergvleermuis, minimaal twee rondes gelopen. Tijdens minimaal één van de veldbezoeken per deelgebied wordt geïnventariseerd tot middernacht ten behoeve van de ruige dwergvleermuis waardoor er juridisch voldoende onderzoeksinspanning wordt geleverd voor het in beeld krijgen van de verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis. Bij het najaarsonderzoek kunnen de verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis exact worden vastgesteld; de dieren roepen vanaf één of meerdere vaste locaties. De gewone dwergvleermuis baltst vanuit de vlucht aan de hand waarvan het baltsterritorium wordt bepaald. Dit territorium omvat nagenoeg altijd een groter gebied dan enkel de projectwoningen. Het waarnemen van een in- of uitvliegend dier is een toevalstreffer.
Omdat de paarverblijven zeer divers zijn, kiest Loo Plan ervoor om alle woningen binnen een baltsterritorium als potentiële verblijfplaats aan te merken, als de verblijfplaats zelf niet is aangetroffen. Aan ieder aangetroffen territorium, als deze projectwoningen omvat, wordt één paarverblijfplaats toegekend aan de meest kansrijke woning. Op basis van onze jarenlange ervaring weten we dat paarverblijven vaak in de kopgevels van woningen worden aangetroffen. In de provincie Utrecht worden verblijfplaatsen van meervleermuizen standaard meegenomen in het nader onderzoek. De mogelijke aanwezigheid van de meervleermuis is de reden dat ook bij het onderzoek naar paarverblijfplaatsen gestart wordt bij zonsondergang. Meervleermuizen baltsen niet binnen een territorium waardoor gekeken moet worden naar uitvliegende dieren. Bij een uitvliegende
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
meervleermuis in de paarperiode wordt er automatisch vanuit gegaan dat de verblijfplaats een paarverblijf betreft. WINTERONDERZOEK
Bij de voorbereiding van het Vleermuisprotocol 2017 is door Korsten, Bouman en Tuitert (lit. 23) een notitie opgesteld over (massa)winterverblijfplaatsen. Op basis van deze notitie wordt deze verblijfsfunctie verwacht bij steenachtige gebouwen met een groot volume en vaak afwijkend van de omgeving. In de handleiding van de provincie Utrecht (lit. 25) wordt de norm gehanteerd dat de provincie Utrecht onderzoek naar massawinterverblijven niet nodig acht bij een rijtjeswoning met een puntdak uit de jaren ‘60-‘70-‘80 in stedelijk gebied. In landelijk gebied bij een rijtjeswoning met een puntdak uit de jaren ‘60-‘70-‘80 is dit wel nodig. Ook bij massieve gebouwen, jaren ‘20-‘30 woningen, bijzondere complexen, industriële complexen, flats, zorgcomplexen en kantoorpanden wordt aangeraden om onderzoek naar massawinterverblijven te doen. De woningen in het studiegebied voldoen hier niet aan. Het betreft een klein appartementencomplex van twee woonlagen die qua volume en hoogte niet afwijkt van de omliggende bebouwing. Als bij het najaarsonderzoek zwermende dieren worden aangetroffen, een indicatie voor de aanwezigheid van (massa)winterverblijfplaatsen, wordt nog een aanvullende onderzoeksronde voor specifiek (massa)winterverblijfplaatsen uitgevoerd.
AANTAL TUSSENDAGEN
Bij de inventarisaties in het studiegebied is altijd voldaan aan de minimale eisen ten aanzien van de tussendagen.
APPARATUUR
Het onderzoek vindt plaats met behulp van batdetectors die de, voor mensen onhoorbare, sonargeluiden omzetten naar klanken en ritmes die te interpreteren zijn tot op soortniveau van de vleermuizen. De veldmedewerkers werken met het type batdetector ‘Batlogger M’ of ‘Batlogger M2’; in het najaar aangevuld met de Elekon stereoscanner. Deze typen batdetectors worden in de hand meegenomen door het deelgebied. De stereoscanner heeft twee microfoons waardoor je stereo kunt luisteren en baltsterritoria snel en nauwkeurig in beeld kunnen worden gebracht. Met dit apparaat is ook beter te bepalen waar de dieren vandaan komen en naartoe gaan. De Batlogger M/M2 is veel gevoeliger dan de vaak ingezette Pettersson D240X. Uit onderzoek (lit. 24) blijkt dat de Batlogger M op grotere afstand dan andere detectors signalen opvangt en een hogere gevoeligheid heeft. Daarnaast worden alle signalen over de volledige bandbreedte aan frequenties van de vleermuizen in Nederland gelijktijdig geregistreerd. Hiermee zijn dus gelijktijdig meerdere soorten waar te nemen die bij handmatig bediende batdetectors grote kans hebben gemist te worden. Als laatste biedt het feit dat alle vleermuisgeluiden opgenomen en met GPS, tijdstip en temperatuur vastgelegd worden een betrouwbare en controleerbare dataset (hiermee wordt ruim voldaan aan de eisen uit het Vleermuisprotocol ten aanzien van ‘geluidsopnamen’).
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
Alle opnamen worden met het softwareprogramma Batexplorer-Pro geanalyseerd, waardoor ook de zwakke signalen, die wellicht in het veld gemist zijn of waarvan de soort niet bepaald kon worden, in een latere fase worden geïnterpreteerd. Bij de analyse van de opnamen wordt speciaal gelet op fluistersonar van de grootoorvleermuis, aanwezigheid van onverwachte soorten en sonar die kan wijzen op de aanwezigheid van verblijfplaatsen (social calls). Op basis van toonhoogte, vorm (shape) van het individuele roepje (call) en afstand tussen de roepjes wordt de soort en zo mogelijk de functie bepaald. De analyseresultaten worden vergeleken met de functies zoals die in het veld zijn vastgesteld. Met deze werkwijze biedt Loo Plan een stevige kwaliteitsborging. Naast vleermuisgeluiden worden ook andere geluiden opgenomen. Opnamen van natuurlijke ‘bijgeluiden’ betreft in de nazomer vaak de struiksprinkhaan of soorten binnen de familie sabelsprinkhanen. Andere bijgeluiden die vaak worden aangetroffen zijn: opladende elektrische auto’s, marterverschrikkers en inbraakalarmen. Na het uitfilteren van de niet-vleermuisgeluiden worden per onderzoeksronde tussen de 30 (zeer rustig gebied) tot meer dan 300 opnamen met vleermuisgeluiden gemaakt.
2.2.1 Volledigheid inventarisatie De inventarisaties passen binnen de criteria van de uitwerking Vleermuisprotocol en de in de Kennisdocumenten opgenomen methoden. Hiermee is voldoende juridische basis om de aan of afwezigheid van soorten en functies vast te stellen. Het ochtendbezoek op 30 mei was tien minuten te laat gestart. Hiervoor is een extra ochtendbezoek uitgevoerd op 10 juli 2023. Hiermee wordt zeer ruim aan de voorgeschreven onderzoeksinspanning voldaan. Elke inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnamen. Hierdoor is niet uitgesloten dat soorten en functies die tijdens de inventarisatie niet waargenomen zijn, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat met het volgen van de inventarisatieprotocollen gedaan is ‘wat redelijkerwijs verwacht kan worden’. Als er aanleiding is om te veronderstellen dat de functies niet goed in beeld zijn gebracht met de voorgeschreven inspanning, worden aanvullende inventarisatieronden uitgevoerd. Hiermee wordt voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
3 Resultaten In figuur 2 zijn de locaties van de aangetroffen verblijfplaatsen weergegeven. In bijlage 3 is een overzicht van alle adressen van de projectwoningen opgenomen, met het aantal aangetroffen verblijfplaatsen weergegeven.
Figuur 2: Verblijfplaatsen aangetroffen beschermde soorten.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
3.1 Vleermuizen 3.1.1 Algemeen Tijdens het onderzoek zijn in de ruime omgeving van het studiegebied de onderstaande vleermuissoorten vastgesteld: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Watervleermuis • Gewone grootoorvleermuis In en rondom het studiegebied zijn tijdens de veldbezoeken 1546 opnamen van vleermuizen geregistreerd. Het gemiddelde aantal opnamen per veldbezoek was 77, wat wijst op een rustig studiegebied. Het betrof in meer dan 80% van de opnamen waarnemingen van de gewone dwergvleermuis (1287 opnamen). Opnamen van ruige dwergvleermuis (93 opnamen), rosse vleermuis (89 opnamen), laatvlieger (71 opnamen), watervleermuis (4 opnamen) en gewone grootoorvleermuis (1 opname) waren veel zeldzamer. De kleine dwergvleermuis en meervleermuis zijn niet waargenomen. Van één opname kon de exacte soort niet bepaald worden behalve dat het een opname van een vleermuis van het geslacht Pipistrellus betrof. Waarschijnlijk betreft het opname van de gewone of ruige dwergvleermuis, soorten die al veel vaker in het studiegebied waargenomen zijn, maar de opname is te kort en de vleermuis was te ver weg om dit met zekerheid te zeggen. De opname was niet gerelateerd aan een waarneming van in- of uitvliegende dieren of ander gedrag indicatief voor een verblijfplaats. Het vaststellen van de exacte soort voor deze opname is daardoor niet van belang.
In de volgende paragrafen wordt per soort en functie een toelichting gegeven van de waarnemingen. Per verblijfplaats wordt het aantal inen/of uitvliegers gemeld. Bij zomer- en paarverblijven wordt het aantal dieren enkel genoemd als dat er meer dan één is.
3.1.2 Functionele leefomgeving In en rond de projectlocatie zijn een paar foeragerende vleermuizen aangetroffen. Per onderzoeksronde zijn er vaak andere accenten, maar de meeste dieren worden nabij de grotere groenelementen waargenomen, zoals de bomen langs wegen en langs het Amsterdam-Rijn kanaal. Ook individuele struiken en bomen in tuinen worden gebruikt om tijdelijk te foerageren. Van de gewone dwergvleermuis is vooral boven het grasveld voor en achter de projectwoningen een verhoogde foerageeractiviteit geconstateerd. Er zijn geen duidelijke migratie- of vliegroutes in het studiegebied aangetroffen. Een paar vleermuizen passeerden door het studiegebied maar maken daarbij geen gebruik van specifieke elementen van het studiegebied.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
3.1.3 Verblijfplaatsen GEWONE DWERGVLEERMUIS
De gewone dwergvleermuis is de meest algemene vleermuissoort in Nederland. Zowel in stedelijke omgeving als het landelijk gebied wordt de soort vaak aangetroffen. Er zijn nauwelijks nadere onderzoeken waarbij de soort niet wordt aangetroffen. Winter- en kraamverblijfplaatsen worden veelal in relatief grote spleetvormige ruimtes aangetroffen; spouwmuren zijn daarbij favoriet. Ook worden ze regelmatig in dakoverstekken en onder de nok- en kantpannen van een kopgevel gevonden. Voor zomer- en paarverblijven is de gewone dwergvleermuis veel minder kritisch; locaties variëren van relatief kleine ruimtes achter open stootvoegen, achter gevelbetimmering tot achter regenpijpen (lit. 2, 3, 15). Tijdens het onderzoek in 2023 zijn de volgende verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in de projectwoningen aangetroffen: • 1 zomerverblijfplaatsen; • 2 paarterritoria die toegekend zijn aan de projectwoningen. De zomerverblijfplaats is aangetroffen op Dudok de Witstraat 18-40, onder het boeiboord bij de dakrand aan de achterzijde. Het betrof een zomerverblijfplaats van één individu. Voor een overzicht van de paarterritoria wordt verwezen naar figuur 2. Omdat tijdens het paarseizoen ook ten tijden van het uitvliegen werd geïnventariseerd, zou het logisch zijn als de uitvlieger gezien zou zijn. Dit is niet het geval.
Mogelijk kwamen de baltsende dieren van buiten het gebied om gebruik te maken van de goede akoestiek van het projectgebouw of de dieren kwamen beide keren in de 25% die op dat moment niet goed te overzien was. Bij protocollair onderzoek zonder meervleermuis was dit geen vraag; immers dan is het spotten van in- of uitvliegen een toevalstreffer. Omdat (vorstvrije) zomer- en paarverblijfplaatsen ook als tijdelijk winterverblijfplaats gebruikt kunnen worden tijdens warmere winterperioden kan de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis in de winter niet uitgesloten worden (verblijf van een enkel individu).
RUIGE DWERGVLEERMUIS
Ruige dwergvleermuizen gebruiken meerdere typen verblijfplaatsen en verhuizen regelmatig. Er zijn verblijfplaatsen bekend in zowel bomen als gebouwen. Bomen met veel holten en loszittend schors in de nabijheid van water hebben een grote aantrekkingskracht op deze soort. Er zijn slechts enkele kraamverblijfplaatsen in Nederland bekend. In de voorzomer worden vooral individuele (mannelijke) dieren aangetroffen. De mannetjes roepen de vrouwtjes vanuit de paarplek, zodat deze locatie nauwkeurig is te bepalen (lit. 2, 3 en 15).
ROSSE VLEERMUIS
Rosse vleermuizen gebruiken meerdere typen verblijfplaatsen en verhuizen regelmatig. Er zijn verblijfplaatsen bekend in zowel bomen als gebouwen. Bomen met veel holten en loszittend schors in de nabijheid van water hebben een grote aantrekkingskracht op deze soort.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
Tijdens het onderzoek in 2023 zijn geen verblijfplaatsen van de rosse vleermuis aangetroffen. De rosse vleermuis is vrij regelmatig kort foeragerend en langsvliegend in het studiegebied waargenomen. Het studiegebied speelt geen rol van betekenis als foerageergebied of als verblijfplaats van deze soort. LAATVLIEGER
De warmteminnende laatvlieger is een uitgesproken gebouwbewonende soort. Deze soort mijdt (in tegenstelling tot de gewone dwergvleermuis) de dichtbebouwde wijken. Zomer- en winterverblijven bevinden zich in nauwsluitende ruimten, zoals onder dakpannen, in ventilatieschachten, dilatatievoegen e.d. De soort wordt ook vaak op kerkzolders aangetroffen (lit. 2, 3 en 15). De laatvlieger is uitermate kwetsbaar vanwege de lage reproductiesnelheid en de hoge mate van trouw aan het kraamverblijf. Standaardvleermuiskasten worden nauwelijks gebruikt (lit. 2, 3 en 15). Tijdens het onderzoek in 2023 zijn geen verblijfplaatsen van de laatvlieger gedaan. De laatvlieger is af en toe in de wijk rond de projectwoningen waargenomen. Het studiegebied speelt geen grote rol van betekenis voor deze soort en in de projectwoningen bevinden zich geen verblijfplaatsen.
WATERVLEERMUIS
In de zomer bewoont de watervleermuis verschillende verblijfplaatsen in voornamelijk bomen. Spechtengaten zijn daarbij favoriet. In de winter verblijven ze vooral in ‘grondgedekte situaties’ zoals grotten, mergelgroeves, ijskelders en steenfabrieken. Deze lichtschuwe soort foerageert meestal boven grote vijvers, brede watergangen, beken en rivieren met spiegelglad oppervlak, zonder kroos en andere uitstekende waterplanten (lit. 3, 4 en 16). De vliegroute van de dagverblijfplaatsen naar de foerageergebieden loopt via onverlichte lanen, hoge struweelhagen, singels en houtwallen. De watervleermuis is slechts eenmaal waargenomen met de batdetector. Er is geen enkele binding tussen de watervleermuis en de voorgenomen werkzaamheden.
GEWONE GROOTOORVLEERMUIS
De lichtschuwe, heimelijke, gewone grootoorvleermuis heeft verblijfplaatsen in gebouwen en in bomen. Daarbij moet met name gedacht worden aan kerkzolders, (woon)boerderijen, molens, watermolens en spechtengaten. Eengezinswoningen worden zelden gebruikt (lit. 2, 3 en 15). Tijdens het onderzoek in 2023 zijn geen verblijfplaatsen van de gewone grootoorvleermuis aangetroffen. Bij de analyse van de opnamen blijkt deze soort in één opname te zijn geregistreerd. De soort heeft geen binding met de projectwoningen.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
3.2 Overige groepen 3.2.1 Egel In het studiegebied is een enkele keer een foeragerende egel waargenomen, in de bosjes rond het grasveld aan de achterzijde van de projectwoningen. De egel heeft vaste verblijfplaatsen onder bladerhopen, lage dichte struiken, houtwallen, houtstapels of composthopen (lit. 20). Soms verblijven ze ook in/onder (ongebruikte) schuurtjes. Aangelokt door een groot voedselaanbod en goede schuilgelegenheid voelt de egel zich niet alleen thuis in kleinschalig landschap, maar ook in dorpen en steden (lit. 16).
3.2.2 Algemene broedvogels In de tuintjes en het groen rondom de woningen is geschikt broedhabitat aanwezig voor algemene beschermde vogels als mezen, merel, roodborst en winterkoning. Tijdens de quickscan zijn boomkruiper, koolmees, pimpelmees, spreeuw en ekster foeragerend waargenomen (lit. 1).
3.3 Rode lijst VOGELS
In de omgeving van de projectwoningen zijn 21 vogelsoorten waargenomen die voorkomen op de rode lijst. Het habitat ongeschikt voor deze vogelsoorten.
OVERIGE SOORTEN
In de omgeving van de projectwoningen zijn twee paddenstoelen waargenomen die voorkomen op de rode lijst. Dit zijn de bleke melkzwam en de rode kleibosmelkzwam. De paddenstoelen zijn waargenomen op een grote afstand (>350 meter) van de projectwoningen en de werkzaamheden aan de projectwoningen heeft geen invloed op de paddenstoelen. Daarnaast word door het ontbreken van de waardbomen (Fagus spec. en Quercus spec.) de aanwezigheid van deze paddenstoelen uitgesloten.
3.4 Omgevingscheck Op basis van de eerder getoonde resultaten is de onderstaande omgevingscheck toegespitst op zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Soorten en functies die niet in het studiegebied zijn aangetroffen, worden niet behandeld. VLEERMUIZEN
Het studiegebied ligt in de bebouwde kom van Breukelen in de gemeente Stichtse Vecht. Uit de omgevingscheck blijkt dat veel woningen in de directe omgeving in de jaren 60 zijn gebouwd. De projectwoningen zijn jonger dan een aantal van de omliggende woningen. Daarnaast zijn er een aantal nieuwere woningen in de omgeving (bijlage 4).
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
In grote lijnen geldt dat woningen die in een vergelijkbare periode zijn gebouwd dezelfde opbouw hebben (bijvoorbeeld spouwmuur) en materiaaltoepassing (baksteen, pangedekt). Hierdoor is er vaak een grote overeenkomst in de vestigingsmogelijkheden voor beschermde soorten. Over het algemeen geldt dat woningen gebouwd tussen 1920 en 1975 een niet-geïsoleerde spouwmuur hebben, die geschikt is voor vleermuisverblijfplaatsen. Woningen na 1975 hebben over het algemeen een geïsoleerde spouwmuur. Het is niet bekend of de projectwoningen een spouwmuur hebben door het ontbreken van open stootvoegen. De oudere woningen rond de projectwoningen lijken dan ook voor vleermuizen aantrekkelijker dan de projectwoningen. Uit de Energielabelatlas (bijlage 5) blijkt dat een aantal van de gebouwen in de directe omgeving een lager energielabel heeft dan de projectwoningen, ook zijn er woningen met een vergelijkbaar of een hoger energielabel aanwezig. De woningen met een lager energielabel zijn deels woningen waarvan het energielabel na toekenning van het aanvangslabel niet meer is bijgewerkt, en deels zijn dit nog ongeïsoleerde woningen. Dat woningen minder aantrekkelijk zijn voor vleermuizen wil niet zeggen dat verblijfplaatsen op voorhand uitgesloten kunnen worden.
De gewone dwergvleermuis, de meest voorkomende vleermuissoort, heeft aan weinig ruimte voldoende en wordt bij de onderzoeken die Loo Plan uitvoert bij zeer uiteenlopende bouwjaren, typen en energielabels van bebouwing aangetroffen. LOKALE POPULATIE
Verder ten noorden van de projectwoningen, bij ‘t Heykop, is door Loo Plan al wel eerder nader onderzoek uitgevoerd (lit. 27). Hierbij is een kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen en verschillende zomerverblijfplaatsen. Vanuit de NDFF (lit. 26) zijn geen andere verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis bekend in het gebied.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
4 Uitgebreide conclusie Ten behoeve van de voorgenomen sloop van de projectwoningen is in 2023 nader onderzoek verricht naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Bij de sloop van de projectwoningen worden alle verblijfplaatsen van zowel beschermde als niet-beschermde dieren vernield. In de onderstaande paragrafen is een overzicht gegeven van de aangetroffen beschermde verblijfplaatsen en de consequenties in het geval van uitvoering van de sloop van de projectwoningen.
4.1 Vleermuizen 4.1.1 Verblijfplaatsen GEWONE DWERGVLEERMUIS
Bij de onderzochte projectwoningen zijn 1 zomerverblijf en 2 paarterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Met de onderzoeksinspanning, zoals die in het Vleermuisprotocol is voorgeschreven, is niet met zekerheid aan te geven waar in de projectwoningen de paarverblijven zich bevinden. Op basis van het aangetroffen zomerverblijf wordt ingeschat dat de grootste kans is dat deze verblijfplaatsen zich achter de boeidelen bevinden. De paarterritoria omvatten enkel de projectwoningen. Hierdoor kan met zekerheid worden gesteld dat de paarverblijfplaatsen in de projectwoningen aanwezig zijn. Verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn jaarrond beschermd en met de voorgenomen werkzaamheden wordt artikel 3.5 lid 2 en 4 (verstoring en vernieling verblijfplaats) van de Wet natuurbescherming overtreden. Voor verstoring van verblijfplaatsen dienen tijdelijke voorzieningen (bijvoorbeeld opbouw-vleermuiskasten) te worden aangebracht. Wanneer ook sprake is van het vernielen van verblijfplaatsen dienen ook permanente voorzieningen (bijvoorbeeld inbouw-vleermuiskasten) te worden aangebracht. Voor de gewone dwergvleermuis geldt een mitigatiefactor van vier wat betekent dat voor elke verblijfplaats vier tijdelijke en/of permanente voorzieningen moeten worden gerealiseerd.
Omdat de verblijven in de projectwoningen zijn vastgesteld, moet een ontheffing Wet natuurbescherming worden verleend voordat de verstorende of vernielende werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.
OVERIGE SOORTEN
In de onderzochte projectwoningen zijn geen verblijfplaatsen van andere soorten vleermuizen aangetroffen.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
4.1.2 Functionele leefomgeving Omdat de werkzaamheden alleen plaatsvinden aan de gebouwen zijn de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor de foerageerfunctie van het studiegebied minimaal. Bij de sloop van de woningen en de herontwikkeling zal de begroeiing in de tuinen verwijderd worden. De meeste foerageeractiviteit is echter buiten het studiegebied aangetroffen. Hier zijn meer, en kwalitatief betere, alternatieven aanwezig. Het verwijderen van begroeiing in de tuinen heeft een verwaarloosbaar effect op de functie van het foerageergebied in zijn geheel. Er zijn geen vlieg- of migratieroutes in het studiegebied aangetroffen.
4.2 Overige groepen 4.2.1 Egels In het studiegebied is een enkele keer een foeragerende egel waargenomen, in de bosjes rond het grasveld aan de achterzijde van de projectwoningen. De egel is in de provincie Utrecht vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De algemene zorgplicht is wel van toepassing. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen bij de uitvoer van de werkzaamheden. Het wordt aanbevolen om geen struiken te verwijderen gedurende de kraamperiode (juni t/m oktober), wanneer de jongen slecht mobiel zijn, en de aansluitende winterperiode (november t/m april), wanneer de egels in winterslaap zijn. Als alternatief kan, voorafgaand aan het verwijderen, een controle door een ecoloog worden uitgevoerd om de aanwezigheid van egels uit te sluiten. Voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, hoeft voor de egel geen ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen.
4.2.2 Algemene broedvogels Er kunnen rond de projectwoningen (in tuinen of in de aanwezige nestkasten) algemene beschermde broedvogels voorkomen. Met name de houtduif wordt zeer vaak aangetroffen. De nesten van deze soorten zijn niet jaarrond beschermd. Als de werkzaamheden buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 augustus) uitgevoerd worden en/of de potentiële nestplaatsen vóór het broedseizoen afgesloten of ongeschikt gemaakt worden, wordt met de voorgenomen werkzaamheden artikel 3.1 lid 2, 4 en 5 (verstoring en vernieling nestplaats) van de Wet natuurbescherming niet overtreden. Als alternatief kan ook een controle door een ecoloog worden uitgevoerd, waarbij de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd wanneer er geen in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen. Voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, hoeft voor algemene broedvogels geen ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden verkregen mits onder genoemde stringente voorwaarden gewerkt wordt.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
4.3 Rode lijst Er zijn geen gevoelige soorten van de rode lijst aangetroffen in het studiegebied, noch worden deze verwacht. Er zijn (onder de nieuwe omgevingswet) geen soortspecifieke maatregelen nodig om effecten op gevoelige soorten te beperken.
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
Achtergrondinformatie 1.
2. 3. 4. 5. 6.
7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17.
18.
19. 20.
ATKB, 2023 Quickscan Wet natuurbescherming Dudok de Witstraat 18-40 Breukelen (rapportkenmerk: 20230072/rap01) Atlas van de Nederlandse vleermuizen Onderzoek naar de verspreiding en ecologie Onder redactie van H. Limpens, K. Mostert en W. Bongers Dietz, C., O. von Helversen en D. Nill, 2011 Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika De Fontein/Tirion Natuur, Utrecht Gegevensautoriteit Natuur (GaN) in samenwerking met het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de Zoogdiervereniging, Vleermuisprotocol 2021 Mörzer Bruijns, M.F., september 1961 De dichtheid van broedvogelbevolkingen in bebouwde kommen De Levende Natuur, jaargang 64, nummer 9 (blz. 193-199) Mentink, P., november 1980 Een doodgewone vogel Doctoraalscriptie ethologie aan de Landbouwhogeschool te Wageningen naar huismussen Heij, K. en J.
Vos, 2016 De huismus BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Pipistrellus nathusii, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gewone grootoorvleermuis, Plecotus auritus, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument rosse vleermuis, Nyctalus noctula, versie 1.0 BIJ12, juli 2017, Kennisdocument gierzwaluw, Apus apus, versie 1.0 BIJ12, juli 2023, Kennisdocument gierzwaluw, Apus apus, versie 2.0 BIJ12, februari 2023, Kennisdocument huismus, Passer domesticus, versie 2.1 Limpens, H, J. Regelink en R. Koelman, 2010 Cursusmap Vleermuizen en planologie Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Kanters en J.C. Buys, 2016 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren Sachteleben, J. en O. von Helversen, 2006 Songflight behaviour en mating system of the pipistrelle bat in an urban habitat Acta Chiropteroligca 8 (2) 391-401 Jahelková, H. en I. Horáček, 2011 Mating System of a Migratory bat, Nathusius Pipistrelle: Different Male Strategies Acta Chiropteroligca 13 (1) 123-137 Zoogdiervereniging, 2014 Cursusmap Vleermuizen en planologie Diepenbeek, A. van & P. Twisk, 2014 Veldgids Europese Zoogdieren KNNV-Uitgeverij
NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
21. 22. 23. 24.
25.
26. 27.
Hustings, F. en J. Vergeer, 2002 Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000 KNNV-Uitgeverij / Sovon Harxen, R. van & P. Stroeken, 2011 De Steenuil KNNV-Uitgeverij Korsten, Bouman en Tuitert (Massa)winterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen: discussiestuk Vleermuisprotocol 2017 Adams, A.M., et al., 2012 Do you hear what I hear? Implications of detector selection for acoustic monitoring of bats Methods in Ecology and Evolution Provincie Utrecht, 2023 Handleiding – Aanvraag Ontheffing Soortenbescherming bij Ruimtelijke ingrepen Versie maart 2023 National Databank Flora en Fauna Geraadpleegd op 14-11-2023 Loo Plan, 2023 Nader onderzoek Wet natuurbescherming ‘t Heycop Breukelen Rapportnummer 2021-101011-3615
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
BIJLAGEN
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
1
Deelgeb ieden
Figuur 3: Overzicht deelgebieden voor onderzoek naar zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen van vleermuizen.
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
24
Dudok de Witstraat in Breukelen
2
Inventarisatiegegevens veldbezoeken
Tabel 1: Inventarisatiegegevens nader onderzoek naar zomer- en kraamverblijfplaatsen vleermuizen. Deelgebied
Datum
Begintijd
Eindtijd
Achterzijde
29 mei 2023
21:40
00:05
Tijdstip zonsondergang/opkomst 21:47
Achterzijde
30 mei 2023
02:40
05:30
05:27
Voorzijde
30 mei 2023
21:40
00:05
Voorzijde
31 mei 2023
02:30
Achterzijde
19juni 2023
Voorzijde Achterzijde
1)
Waarnemer1)
Temp begin (˚C)
Temp eind (˚C)
Wind (Bft)
Neerslag
Eerste vleermuis
Laatste vleermuis
LK
15
13
1
Droog
22:39
23:53
LK
12
13
1
Droog
02:48
04:50
21:47
LK
15
12
1
Droog
22:20
23:53
05:26
05:27
LK
10
12
1
02:42
04:53
21:58
00:22
22:04
SB
23
23
2
22:25
00:22
23juni 2023
22:00
00:30
22:05
SB
23
20
0
Droog Droog met hele lichte neerslag vanaf 00:13 Droog
22:27
00:28
10 juli 2023
02:26
05:30
05:29
AB
19
17
1
Droog
02:28
04:59
AB: A.A. Bock / LK: L.M. Kleuver / SB: S. Beisterveld BSc
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING
25
Dudok de Witstraat in Breukelen
Tabel 2: Inventarisatiegegevens nader onderzoek naar paarverblijfplaatsen vleermuizen.
Deelgebied
Datum
Begintijd
Eindtijd
Tijdstip zonsondergang
Waarnemer1)
Temp begin (˚C)
Temp eind (˚C)
Wind (Bft)
Neerslag
Eerste vleermuis
Laatste vleermuis
Achterzijde
17 augustus 2023
20:54
00:04
21:01
AB
20
21
2a3
eerste helft een heel klein beetje motregen, voor de rest droog
21:17
00:04
Achterzijde
6 september 2023
20:11
23:21
20:16
AB
25
22
0a1
Droog
20:34
23:21
Voorzijde
23 augustus 2023
20:45
00:00
20:48
MS
22
18
2
Droog
21:13
23:50
Voorzijde
12 september 2023
19:50
23:10
20:02
HvdA
22
21,5
1
Droog
20:15
23:10
1)
AB: A.A. Bock / HvdA: H. van den Akker / MS: M. Stolk MSc
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
3
Projectwoningen en verblijfplaatsen
Huisnummer
Postcode
Vleermuis zomerverblijf
Vleermuis zomerverblijf soort
Vleermuis paarverblijf
Vleermuis paarverblijf soort
Breukelen
Straat
Plaats
Tabel 3: Adressen projectwoningen en aangetroffen verblijfplaatsen. Pp = gewone dwergvleermuis.
Dudok de Witstraat
18-40
3621 CS
1
Pp
2
Pp
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
4
Bouwjaren projectwoningen e.o.
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
5
Energielabels projectwoningen e.o.
BIJLAGEN NADER ONDERZOEK WET NATUURBESCHERMING Dudok de Witstraat in Breukelen
Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg
telefoon 026 3514174
info@looplan.nl
www.looplan.nl
KvK 61001015