Wijzigingenoverzicht Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 20212023 .pdf
Tekst van het document
Wijzigingenoverzicht Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAZ, IOAW gemeente Stein 2021 - 2023 Leeswijzer: • Kolom 1 “was” betreft de tekst in de afstemmingsverordening 2021. • Kolom 2 “wordt” betreft de tekst in de nieuwe afstemmingsverordening 2023. • Kolom 3 “toelichting”: hierin wordt een toelichting gegeven op de wijzigingen tussen de nieuwe en huidige afstemmingsverordening. Alleen de wijzigingen zijn hierin opgenomen. o Tekstuele aanpassingen zijn weergegeven in blauw. o Inhoudelijke wijzigingen zijn weergegeven in rood. o Artikelen die geheel gelijk zijn gebleven zijn niet opgenomen in dit overzicht. o […]: dit wil zeggen dat de passages die op deze plaatsen in de afstemmingsverordening 2021 staan, niet gewijzigd worden en dus exact worden overgenomen in de afstemmingsverordening 2023.
Was Afstemmingsverordening 2021 Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Stein 2021 De raad van de gemeente Stein;
Wordt Afstemmingsverordening 2023 Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Stein 2023 De raad van de gemeente Stein;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Stein
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Stein;
gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a en d, van de Participatiewet, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a en d, van de Participatiewet, artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
besluit vast te stellen de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stein 2021
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein;
Toelichting Tekstuele aanpassingen.
besluit vast te stellen: de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stein 2023 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijving 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet. 2. De Wet: de Participatiewet; 3. Het college: het college van burgemeester en wethouders; 4. Bijstandsnorm: toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of b. grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; 5. Uitkering: a. algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Artikel 1 Begripsomschrijving 1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet.
2.
Aanpassing in opmaak.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. De wet: de Participatiewet. b. IOAW: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
c. IOAZ: Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
d. Het college: het college van burgemeester en wethouders.
e. Bijstandsnorm: toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Definitie IOAW en IOAZ toegevoegd.
f. Uitkering: algemene bijstand op grond van
Artikel 3. Berekeningsgrondslag 1. […] 2. Het college kan besluiten tot het verlagen van de bijzondere bijstand indien de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.
de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Artikel 3. Berekeningsgrondslag 1. […] 2. Het college kan besluiten tot het verlagen van de bijzondere bijstand als de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand, daartoe aanleiding geeft.
Artikel 5. Afzien van verlaging 1. […] 2. Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing indien: 3. […] 4. […]
Artikel 5. Afzien van verlaging 1. […] 2. Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing als: 3. […] 4. […]
Tekstuele aanpassing.
Tekstuele aanpassing.
Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. Een verlaging wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan belanghebbende wordt bekendgemaakt. Indien de verlaging op deze wijze niet of niet volledig kan worden geëffectueerd wordt de verlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de gedraging of van de periode waarop de gedraging betrekking heeft. 2. […] 3. […] 4. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast vanaf de ingangsdatum van de bijstand indien de gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van een aanvraag.
Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. Een verlaging wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan belanghebbende wordt bekendgemaakt. Als de verlaging op deze wijze niet of niet volledig kan worden geëffectueerd wordt de verlaging toegepast met ingang van de eerste dag van de gedraging of van de periode waarop de gedraging betrekking heeft. 2. […] 3. […] 4. In afwijking van het eerste lid wordt de verlaging toegepast vanaf de ingangsdatum van de bijstand als de gedraging wordt geconstateerd bij de beoordeling van een aanvraag.
Tekstuele aanpassingen.
Hoofdstuk 2. Niet nakomen van de niet geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en 55 van de wet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: […]
Artikel 7. Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een belanghebbende waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en artikel 55 van de wet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: […]
Tekstuele aanpassing.
Artikel 8. Gedragingen IOAW en IOAZ Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 37 en 38 van de Wet
Artikel 8. Gedragingen IOAW/IOAZ 1. Gedragingen van de belanghebbende waardoor de verplichtingen op grond van artikel 37 en 38 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c IOAW/IOAZ, niet of onvoldoende zijn
1. Tekstuele aanpassingen. 3. Voor Vidar uitvoering logischer opbouwen van de categorieën.
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 37 en 38 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. tweede categorie: 1. Het niet of onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; 2. het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 36, eerste lid, en artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening; 3.
het uit houding en gedrag ondubbelzinning laten blijken de verplichting als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een
nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Eerste categorie: 1° het zich niet dan wel niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet dan wel niet tijdig laten verlengen van de registratie. b. Tweede categorie: 1° het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen 2° het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. 3° het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW/IOAZ 4° het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37 lid 1 onder e van IOAW of artikel 37 lid 1 onder e, eerste lid, onderdeel b van de IOAZ niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de IOAW of artikel 38, eerste lid van de IOAZ. c. Derde categorie: het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering. 2. Als er sprake is van een gedraging zoals bedoeld in artikel 20 lid IOAW/IOAZ legt het college een maatregel op.
alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 38, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; 4. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.; c. derde categorie: 1. het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid; 2. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 3. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 4.
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging 1. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7 en 8, wordt vastgesteld op:
Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging 1. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7 en 8 lid 1, wordt vastgesteld op:
1. Tekstuele aanpassingen. 2. Verduidelijking van lid 2.
a. 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie. 2. Het college kan een verlaging van categorie c verrekenen over de maand van oplegging van de maatregel en ten hoogste de twee volgende maanden, waarbij over de eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend.
a. 5 % van de bijstandsnorm gedurende een
maand bij gedragingen van de eerste categorie; b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie; c. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie. 2. Het college kan een verlaging van categorie c over maximaal drie maanden toepassen. Waarbij over iedere maand minimaal 1/3 van de verlaging wordt toegepast. 3. De verlaging bij gedragingen als bedoeld in artikel 8 lid 2 is blijvend. De hoogte van de verlaging is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven. Hoofdstuk 3. Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling n.b. Eerst viel 10a hier ook onder. Deze heeft hier echter geen betrekking op, dus verplaatst naar hoofdstuk 4. Artikel 10. Duur verlaging bij schending Artikel 10. Duur verlaging bij schending 1. Tekstuele aanpassingen. geüniformeerde arbeidsverplichting geüniformeerde arbeidsverplichting 2. Verduidelijking door toevoegen lid 2. Als een belanghebbende een verplichting als 1. Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet niet of bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de wet niet onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging procent van de bijstandsnorm gedurende een 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. maand. 2.
Het college kan een verlaging onder lid 1 over maximaal drie maanden toepassen. Waarbij iedere maand minimaal 1/3 van de verlaging wordt toegepast. Hoofdstuk 4. Overige gedragingen die leiden tot een verlaging Artikel 10a. Niet nakomen Artikel 11. Niet meewerken aan taaltoets Dit artikel is aangepast naar het nieuwe artikel 11 medewerkingsverplichting als bedoeld in van de afstemmingsverordening. Als een belanghebbende niet meewerkt aan het artikel 17 lid 2 van de Participatiewet afleggen van de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, Het afstemmen op grond van niet verlenen van medewerking op grond van artikel 17 lid 2 komt tweede lid, van de Participatiewet, wordt een Als de belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 17 lid hiermee te vervallen (oude verordening artikel verlaging opgelegd van: 10a).
2 van de wet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de maatregel gedurende een maand: a. 20% bij het niet tijdig voldoen aan het verzoek om binnen de gestelde termijn de gevraagde informatie in te leveren dan wel op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Onder niet tijdig wordt verstaan binnen 24 uur na het verstrijken van de gestelde termijn of het tijdstip van de afspraak. b. 40% bij het voor een tweede maal niet voldoen aan het verzoek om binnen de gestelde termijn de gevraagde informatie in te leveren dan wel op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen. Onder niet wordt mede verstaan het wel reageren later dan 24 uur na het verstrijken van de gestelde termijn of het tijdstip van de afspraak.
a. b.
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand; 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand als belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege het niet meewerken aan het afleggen van de taaltoets opnieuw schuldig maakt aan dezelfde verwijtbare gedraging.
Reden hiervoor is dat alle mogelijke gedragingen, vallend onder ‘niet nakomen medewerkingsverplichting zoals bedoeld in art. 17 lid 2 van de Participatiewet’, al op een andere manier vanuit de Participatiewet worden afgestemd. Bijvoorbeeld het niet toestaan van een huisbezoek; dit zal leiden tot beëindiging of intrekking van het recht op bijstand, omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Verlaging van de bijstand is dan niet meer van toepassing. Een ander voorbeeld is het niet voldoen aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met arbeidsinschakeling; dit gaat om oproepen voor het verstrekken van bepaalde inlichtingen en betreft dus het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Uitzondering is echter het niet meewerken aan de taaltoets. Deze kan niet op een andere manier worden afgestemd. Daarom wordt het artikel gewijzigd naar deze specifieke gedraging en toegevoegd als artikel onder het afzonderlijke hoofdstuk ‘Overige gedragingen die leiden tot een verlaging’. Door de wijziging hoort het artikel namelijk niet meer thuis onder het hoofdstuk ‘Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling’.
Artikel 11. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. […] a. […] b. […] c. […] d. […] 2. Als het college naar aanleiding van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft besloten om op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b van de wet, de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken, wordt daarmee rekening gehouden bij de toepassing van onderdelen a tot en met c van dit artikel.
Artikel 12. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. […] a. […] b. […] c. […] d. met 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand als belanghebbende voorafgaand aan de datum van melding algemeen geaccepteerde arbeid niet heeft behouden. 2. Als het college naar aanleiding van betoond tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft besloten om op grond van artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de wet de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken, wordt daarmee rekening gehouden bij de toepassing van onderdelen a tot en met c van dit artikel.
Onder lid 1 is sub d toegevoegd. Deze regel maakt het mogelijk om een afstemming toe te passen op het verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voorafgaande melddatum bijstand. Deze toevoeging is een correctie op de verordening 2021, waarin sub d abusievelijk niet was opgenomen.
-
Artikel 13. Niet nakomen van het verplicht ontzorgen Als belanghebbende de verplichting onder artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet niet nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op 5% van de bijstandsnorm gedurende één maand.
Dit artikel is nieuw en betreft een actualisatie met de Wet Inburgering 2021 per 1 januari 2022.
Artikel 12. Verlagingen van uitkeringen krachtens het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 […]
Artikel 14. Verlagingen van uitkeringen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 […]
Tekstuele aanpassingen.
Artikel 13. Zeer ernstige misdragingen Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet als bedoeld in
Artikel 15. Zeer ernstige misdragingen 1. Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen en instanties die zijn belast met de uitvoering:
Aanpassing in de opmaak. Ook is sub b toegevoegd. Deze is in de huidige verordening abusievelijk niet opgenomen.
artikel 9, zesde lid, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand
Artikel 14. Niet nakomen overige verplichtingen […] Hoofdstuk 5. Samenloop en recidive
a. van de wet als bedoeld in artikel 9, zesde lid, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. b. van de IOAW/IOAZ als bedoeld in artikel 37, eerste lid onder g, van die wet, wordt een verlaging opgelegd van 100% van de grondslag gedurende één maand. Artikel 16. Niet nakomen overige verplichtingen […]
Tekstuele aanpassing
Artikel 15. Samenloop van gedragingen 1. […] 2. […] 3. […] 4. […]
Artikel 17. Samenloop van gedragingen 1. […] 2. […] 3. […] 4. […] 5. Als er sprake is van een gedraging die aanleiding kan zijn voor zowel het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de Wet inburgering 2021 als een verlaging op grond van artikel 18 van de Participatiewet, handelt het college als volgt: a. bij het niet nakomen van verplichtingen en afspraken in het Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarbij de nadruk ligt op het bevorderen van participatie en het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt, wordt een verlaging op grond van artikel 18 van de Participatiewet beoordeeld; b. bij het niet nakomen van verplichtingen en afspraken in het Plan Inburgering en Participatie (PIP), waarbij de nadruk ligt op het vergroten van de taalbeheersing, wordt een boete op grond van de Wet inburgering 2021 beoordeeld.
Artikel 16. Recidive […]
Artikel 18. Recidive […]
In de nieuwe verordening is lid 5 toegevoegd. Dit betreft een actualisatie die betrekking heeft op de Wet Inburgering 2021 die per 1 januari 2022 is ingegaan.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. 2. De Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Stein 2018 wordt met ingang van de
Artikel 19. Intrekken oude verordening De Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Stein 2021 wordt ingetrokken per datum inwerkingtreding van de
In de nieuwe verordening wordt de intrekking en de inwerkingtreding en citeertitel in twee aparte artikelen vermeld.
datum van inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken, zulks met dien verstande dat eerstgenoemde verordening van kracht blijft voor op deze datum aanhangig zijnde aanvragen en bezwaar- en/of (hoger) beroepsprocedures. Besluiten welke zijn genomen krachtens de Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Stein 2018 die golden op de datum van inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening Participatiewet gemeente Stein 2021. Toelichting Algemeen deel Opdracht aan gemeenteraad […] Met de Afstemmingsverordening Participatiewet wordt aan deze verplichting gevolg gegeven.
Rechten en plichten in de Participatiewet […] Met ingang van 1 januari 2015 zijn in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet geüniformeerde arbeidsverplichtingen opgenomen. Voor schending van deze verplichting geldt dat de bijstand in beginsel moet worden verlaagd met honderd procent gedurende één tot drie maanden. In de verordening moet de duur van de verlaging worden vastgelegd (artikel 18, vijfde lid, van de Participatiewet). […]
‘Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Stein 2023’. Artikel 20. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking na de datum van bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stein 2023.
Opdracht aan gemeenteraad […] Ook in de IOAW en IOAZ is een dergelijke verplichting opgenomen. Deze zijn samengevoegd in de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ gemeente Stein 2021. Rechten en plichten in de Participatiewet […] In artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet zijn geüniformeerde arbeidsverplichtingen opgenomen. Voor schending van deze verplichting geldt dat de bijstand in beginsel moet worden verlaagd met honderd procent gedurende één tot drie maanden. In de verordening moet de duur van de verlaging worden vastgelegd (artikel 18, vijfde lid van de Participatiewet). […]
Harmonisering van het beleid met SittardGeleen/Beek.
Een verlaging krachtens de afstemmingsverordening is een punitieve sanctie voor zover de verlaging wordt opgelegd omdat belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen. […]
Een verlaging op grond van de afstemmingsverordening is een punitieve sanctie voor zover de verlaging wordt opgelegd omdat belanghebbende zich zeer ernstig heeft misdragen. […]
In andere gevallen waarin een verlaging wordt opgelegd krachtens de Afstemmings-verordening is sprake van een reparatoire sanctie (bijvoorbeeld bij schending arbeidsverplichting). […].
In andere gevallen waarin een verlaging wordt opgelegd op grond van de Afstemmingsverordening is sprake van een reparatoire sanctie (bijvoorbeeld bij schending arbeidsverplichting). […].
Artikelsgewijze toelichting n.b. Hier zijn op de juiste plek de hoofdstukken aan toegevoegd. Artikel 5. Afzien van verlaging Artikel 5. Afzien van verlaging Afzien van verlagen Afzien van verlaging Het afzien van het opleggen van een verlaging Het afzien van het opleggen van een verlaging “als “indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt", elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt", is is overgenomen uit artikel 18, negende lid, van de overgenomen uit artikel 18, negende lid, van de Participatiewet. Aangenomen moet worden dat Participatiewet. Aangenomen moet worden dat hiervan uitsluitend sprake is bij evidente hiervan uitsluitend sprake is bij evidente afwezigheid van verwijtbaarheid.3 Het is aan het afwezigheid van verwijtbaarheid. Het is aan het college te beoordelen of elke vorm van college te beoordelen of elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt aan het betreffende verwijtbaarheid ontbreekt aan het betreffende gedrag. Is vanwege de afwezigheid van elke vorm gedrag. Is vanwege de afwezigheid van elke vorm van verwijtbaarheid afgezien van een verlaging, van verwijtbaarheid afgezien van een verlaging, dan is het niet mogelijk om bij toepassing van dan is het niet mogelijk om bij toepassing van recidive deze gedraging mee te tellen (zie artikel recidive deze gedraging mee te tellen (zie artikel 14 van deze verordening). Is vanwege de 17 van deze verordening).
Is vanwege de afstemming op grond van artikel 18, eerste lid, van afstemming op grond van artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet van een verlaging afgezien dan is de Participatiewet van een verlaging afgezien dan is daarin geen reden gelegen om de betreffende daarin geen reden gelegen om de betreffende gedraging buiten beschouwing te laten in geval van gedraging buiten beschouwing te laten in geval van recidive. recidive.
Tekstuele aanpassingen. Er zijn voetnoten verwijderd, omdat deze zijn verouderd.
3 CRvB 24-07-2001, nr. 99/1857 NABW, ECLI:NL:CRVB:2001:AD4887.
Waarschuwing Er is besloten de mogelijkheid van het geven van een waarschuwing te herintroduceren in artikel 5, tweede lid. […]
Waarschuwing Artikel 5, tweede lid biedt de mogelijkheid tot het geven van een waarschuwing. […]
[…] Dit heeft tevens als voordeel dat een uitkeringsgerechtigde niet te lang in onzekerheid wordt gehouden over de vraag of het college overgaat tot het opleggen van een verlaging. […]
[…] Dit heeft ook als voordeel dat een uitkeringsgerechtigde niet te lang in onzekerheid wordt gehouden over de vraag of het college overgaat tot het opleggen van een verlaging. […]
Afzien van verlagen in verband met dringende redenen […]
Afzien van verlaging in verband met dringende redenen […]
Afzien verlagen ook mogelijk bij geüniformeerde arbeidsverplichtingen […] Op grond van bijzondere omstandigheden kan het college besluiten de maatregel op een lager niveau, voor een kortere duur of op nul vast te stellen.
Afzien verlaging ook mogelijk bij geüniformeerde arbeidsverplichtingen […] Op grond van bijzondere omstandigheden kan het college besluiten de verlaging op een lager niveau, voor een kortere duur of op nul vast te stellen (artikel 5, derde lid).
Schriftelijke mededeling in verband met recidive Het doen van een schriftelijke mededeling in een beschikking dat het college afziet van het opleggen van een verlaging wegens dringende redenen is van belang in verband met eventuele recidive (artikel 5, derde lid).
Schriftelijke mededeling in verband met recidive Het doen van een schriftelijke mededeling in een beschikking dat het college afziet van het opleggen van een verlaging wegens dringende redenen is van belang in verband met eventuele recidive (artikel 5, vierde lid).
Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging […] Verlagen met terugwerkende kracht (tweede lid) Het is niet altijd mogelijk om een lopende uitkering af te stemmen. In die gevallen kan de verlaging met terugwerkende kracht te worden toegepast.
Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging […] Verlaging met terugwerkende kracht (tweede lid) Het is niet altijd mogelijk om een lopende uitkering af te stemmen. In die gevallen kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast.
Verlaging uitvoeren op nieuwe uitkering (derde lid) Een verlaging kan niet los worden gezien van het recht op bijstand. Het opleggen van een verlaging is niet mogelijk als een belanghebbende geen recht op bijstand (meer) heeft.4 Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd gebracht als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, is het ook mogelijk om de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog op te leggen als belanghebbende binnen een bepaalde termijn na beëindiging van de uitkering opnieuw een uitkering op grond van de wet ontvangt. […]
Verlaging uitvoeren op nieuwe uitkering (derde lid) Een verlaging kan niet los worden gezien van het recht op bijstand. Het opleggen van een verlaging is niet mogelijk als een belanghebbende geen recht op bijstand (meer) heeft. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gebracht als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, is het ook mogelijk om de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog op te leggen als belanghebbende binnen een bepaalde termijn na beëindiging van de uitkering opnieuw een uitkering op grond van de wet ontvangt. […]
4 CRvB 08-09-2009, nrs. 07/6337 WWB e.a., ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7732 en CRvB 07-12-2010, nr. 09/1094 WWB, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6721. Verlaging na beoordeling aanvraag […]
Verlaging na beoordeling aanvraag (vierde lid) […]
Artikel 7. Gedragingen Participatiewet De artikelen 7 en 8 moeten in onderlinge samenhang worden gelezen. In artikel 7 worden schendingen van verplichtingen uit de Participatiewet geformuleerd. De verwijtbare gedragingen die zijn genoemd in artikel 7 zijn ondergebracht in categorieën. Aan die categorieën
Artikel 7. Gedragingen Participatiewet De artikelen 7 en 8 moeten in onderlinge samenhang worden gelezen. In artikel 7 worden schendingen van verplichtingen uit de Participatiewet geformuleerd voor zover deze niet zien op de geüniformeerde arbeidsplicht (art. 18 lid 4 van de Participatiewet). De verwijtbare
Tekstuele aanpassingen. Er zijn voetnoten verwijderd, omdat deze zijn verouderd.
wordt in artikel 8 een gewicht toegekend in de vorm van een verlagingspercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte en zijn – waar mogelijk - ontleend aan de categorie-indeling met bijbehorende hoogte en duur van verlaging die in de Afstemmingsverordening WWB van toepassing was.
gedragingen die zijn genoemd in artikel 7 zijn ondergebracht in categorieën. Aan die categorieën wordt in artikel 8 een gewicht toegekend in de vorm van een verlagingspercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte.
De WWB (Wet Werk en Bijstand) is niet meer van toepassing, waardoor de tekst is verwijderd.
Niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen De verwijtbare gedragingen omvatten zowel het niet als het onvoldoende nakomen van diverse verplichtingen. Artikel 18, tweede lid, van de WWB zoals dat luidde vóór 1 januari 2015 bepaalt dat het college moest afstemmen als een belanghebbende de verplichtingen "niet of onvoldoende nakomt". Met het huidige artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt dit gewijzigd in "het niet nakomen van de verplichtingen". Het woord "onvoldoende" valt hiermee weg. Gemeend wordt dat de wetgever hiermee echter geen inhoudelijke wijziging heeft beoogd en dat dit moet worden gelezen als het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen. Om onduidelijkheid hierover te voorkomen is daarom in artikel 7 neergelegd dat sprake is van een verwijtbare gedraging bij het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen.
Niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen De verwijtbare gedragingen omvatten zowel het niet als het onvoldoende nakomen van diverse verplichtingen. In artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet spreekt men over "het niet nakomen van de verplichtingen". Gemeend wordt dat dit moet worden gelezen als het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen. Om onduidelijkheid hierover te voorkomen is daarom in artikel 7 van de afstemmingsverordening neergelegd dat sprake is van een verwijtbare gedraging bij het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen (met uitzondering van artikel 7 onder b, 1e omdat het niet houden aan de betreffende verplichting leidt tot uitsluiting van het recht op bijstand, zie art. 13 lid 2 onder d van de Participatiewet).
Harmonisering van het beleid met Sittard-Geleen en Beek.
Inspanningen in eerste vier weken na de melding (onderdeel b) […]
Inspanningen in eerste vier weken na de melding (onderdeel b) […]
Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen (onderdeel c) […] In deze verordening is de duur vastgelegd in artikel 9. De mate van afstemming voor het niet naar
Het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen (onderdeel c) […]
Harmonisering van het beleid met Sittard-Geleen en Beek.
vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in een andere dan de gemeente van inwoning alvorens te verhuizen is door de wetgever als geüniformeerde verplichting aangeduid. […]
Artikel 8 Gedragingen IOAW en IOAZ De artikelen 8 en 9 moeten in onderlinge samenhang worden gelezen. In artikel 8 worden4 schendingen van verplichtingen uit de IOAW en IOAZ geformuleerd. De verwijtbare gedragingen die zijn genoemd in artikel 8, zijn ondergebracht in categorieën. Aan die categorieën wordt in artikel 9 een gewicht toegekend in de vorm van een verlagingspercentage. De categorieën zijn gerangschikt naar toenemende zwaarte. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging meer concrete gevolgen heeft voor het niet aanvaarden, verkrijgen of behouden van betaalde arbeid.
Artikel 9. Gedragingen IOAW/IOAZ
Harmonisering van het beleid met Sittard-Geleen en Beek. De verwijzingen zijn verouderd en daarom verwijderd.
Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging Categorieën gedragingen De gedragingen die verband houden met onvoldoende of ontbrekende medewerking aan het vergroten van duurzame arbeidsinschakeling, worden in vier categorieën onderscheiden. Hierbij is de ernst van de gedraging het onderscheidend criterium. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging concretere gevolgen heeft
Harmonisering van het beleid met Sittard-Geleen en Beek. De verwijzingen zijn verouderd en daarom verwijderd.
4 CRvB 08-09-2009, nrs. 07/6337 WWB e.a., ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7732 en CRvB 07-12-2010, nr. 09/1094 WWB, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6721. Artikel 9. Hoogte en duur van de verlaging Zie voor de verlagingswaardige gedragingen de toelichting bij de artikel 7 en 8. Met de Wet Maatregelen WWB zijn geüniformeerde arbeidsverplichtingen en bijbehorende maatregelen geïntroduceerd (zie artikel 18, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet). Er is voor gekozen bij de zwaarte van de afstemming voor de gedraging
zoals omschreven in de derde categorie aan te sluiten bij de maatregel voor het schenden van de geüniformeerde arbeidsverplichting tot het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid in een andere dan de gemeente van inwoning, zoals omschreven in artikel 18, vierde lid, onder c van de wet. Voor de duur van de verlaging bij van gedragingen in de eerste en tweede categorie is zoveel mogelijk aangesloten bij het onder de Wet werk en bijstand geldend afstemmingsbeleid.
voor de kans op het verkrijgen van betaalde arbeid. Voor het opleggen van verlagingen na verwijtbare gedragingen over het behouden van arbeid of het aanvaarden van aangeboden arbeid gelden de specifieke bepalingen zoals opgenomen in dit artikel. hoogte en duur van de verlaging De gedragingen die in lid 1 zijn gecategoriseerd worden in lid 2 gekoppeld aan gestandaardiseerde verlagingen. Als er binnen één jaar na een eerste verwijtbare gedraging sprake is van herhaald verwijtbaar gedrag uit dezelfde categorie, wordt de grotere mate van verwijtbaarheid tot uitdrukking gebracht in een verdubbeling van de duur van de verlaging. Dit betekent dat ieder verwijtbaar gedrag via een besluit kenbaar zal moeten worden gemaakt, ook als de gedraging op grond van andere redenen dan het ontbreken van verwijtbaarheid niet heeft geleid tot een verlagingsbesluit. Op basis van deze bepaling kan een recidiveverlaging slechts één keer worden toegepast. Als de belanghebbende na een tweede verwijtbare gedraging wederom verwijtbaar gedrag uit dezelfde categorie vertoont, zal de hoogte en de duur van de verlaging individueel moeten worden vastgesteld, waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de betrokkene.
De IOAW/IOAZ laat het toe om een verlaging van de uitkering op twee manieren te effectueren, namelijk met terugwerkende kracht of door middel van verlaging van de grondslag in de eerstvolgende maand(en). Om te voorkomen dat een groot aantal herzienings- en terugvorderingsbesluiten genomen zouden moeten worden, is bepaald dat in beginsel een verlaging wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de beschikkingsdatum c.q. de ingangsdatum van de uitkering In de uitzonderlijke situaties waarin dit
niet mogelijk is (bijvoorbeeld in verband met beëindiging van de uitkering) vindt de verlaging plaats met terugwerkende kracht, waarbij de verlaging dan wel moet worden gecombineerd met een herzienings- en terugvorderingsbesluit. In het zesde lid is geregeld dat een waarschuwing kan worden opgelegd wanneer de belanghebbende voor het eerst verwijtbaar gedrag vertoont. Het volstaan met een waarschuwing is daarbij uitdrukkelijk een bevoegdheid. Er kan slechts eenmaal met een waarschuwing worden volstaan gedurende de gehele uitkeringsperiode. Verlagingen door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid en niet aanvaarden van aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid In deze artikelen zijn de bepalingen in artikel 20 IOAW/IOAZ om bij verwijtbare werkloosheid de uitkering blijvend of tijdelijk geheel of gedeeltelijk te weigeren, uitgewerkt. Vanwege het specifieke uitkeringsregime van IOAW en IOAZ is in de aangegeven situaties een verlaging in de vorm van blijvend (gedeeltelijk) weigeren van de uitkering van toepassing. Verwijtbare werkloosheid wordt de belanghebbende hier dus zwaarder aangerekend dan bij de Participatiewet het geval is. Bij een volledige weigering van de uitkering, staat het de belanghebbende vrij om op (aanvullende) bijstand aan te vragen.
Via de middelentoets in de Participatiewet zal dan moeten worden beoordeeld of de belanghebbende recht heeft op bijstand en in hoeverre het verlagingwaardige gedrag binnen de Participatiewet tot een verlaging moet leiden. Bij het niet aanvaarden van aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid gaat het om het weigeren van een aangeboden dienstverband. Het kan hierbij om allerlei soorten arbeid gaan, gesubsidieerd of regulier, fulltime of parttime, tijdelijk of voor onbepaalde duur. Essentieel is dat de belanghebbende door de werkweigering afziet van
Artikel 10a. Niet nakomen medewerkingsverplichting als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Participatiewet Artikel 17 lid 2: De belanghebbende is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. Dit artikel 10a in de verordening is ook van toepassing op de situatie dat een belanghebbende niet verschijnt bij de taaltoets zoals omschreven in de Wet Taaleis Participatiewet cq. weigert de taaltoets af te leggen. De andere afstemmingsmogelijkheden bij het niet meewerken aan een taalplan of bij onvoldoende voortgang ten gevolge van gebrek aan motivatie zijn geregeld in de Wet Taaleis Participatiewet zelf.
Artikel 11. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid […] Op grond van artikel 11 van deze verordening kan een verlaging worden opgelegd wegens het betonen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het
een concrete kans om geheel of gedeeltelijk uit de uitkering te komen. Het door eigen toedoen niet verkrijgen van aangeboden algemeen geaccepteerde arbeid moet overigens niet worden verward met het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen bedoeld in lid 1. Daar gaat het om schending van de actieve sollicitatieplicht. In lid 4 is sprake van een concreet aangeboden dienstverband bij een aanwijsbare werkgever. Artikel 11. Niet meewerken aan taaltoets Artikel 18b (taaleis) in de Participatiewet bevat een verplichting voor bijstandsgerechtigden om de Nederlandse taal te beheersen, voor zover dit noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, aanvaarden en behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. Het artikel kent ook een eigen afstemmingsregime wanneer blijkt dat belanghebbende de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. De impliciete verplichting in artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet, om mee te werken aan het afleggen van de taaltoets is echter niet gesanctioneerd. Dat gebeurt nu via artikel 11 van de afstemmingsverordening.
Toelichting aangepast naar aanleiding van wijzigen artikel.
Het artikel regelt bij recidive zelf de sanctie. Artikel 18 van deze verordening is hier dan ook niet van toepassing.
Artikel 12. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid […] Bijstand in de vorm van een geldlening Als sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan het college tevens besluiten de bijstand in de vorm van een geldlening
De verwijderde tekst betreft overbodige en verouderde informatie en is daarom verwijderd.
bestaan. De mate afstemming is gebaseerd op het onder de Wet werk en bijstand geldend afstemmingsbeleid. Als sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan het college tevens besluiten de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken. Dit volgt uit artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet. Als het college besluit beide instrumenten te gebruiken (leenbijstand én verlaging) moet het wel voldoende acht slaan op het totale effect hiervan voor de bijstandsgerechtigde. Dit is vastgelegd in het tweede lid van artikel 11. -
te verstrekken. Dit volgt uit artikel 48, tweede lid, onderdeel b, van de Participatiewet. Als het college besluit beide instrumenten te gebruiken (leenbijstand én verlaging) moet het wel voldoende acht slaan op het totale effect hiervan voor de bijstandsgerechtigde. Dit is vastgelegd in het tweede lid van artikel 12 van deze afstemmingsverordening.
Artikel 13. Niet nakomen van het verplicht ontzorgen De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om de bijstand te verlagen met toepassing van de afstemmingsverordening als belanghebbende weigert mee te werken aan het ontzorgen zoals bedoeld in artikel 56a van de Participatiewet. Deze keuze is in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever.1
Toevoeging als gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Inburgering 2021.
1 TK 2019-2020, 35 483 nr. 3, blz. 24. Artikel 13. Zeer ernstige misdragingen
Artikel 15. Zeer ernstige misdragingen In de verordening is de duur en mate van verlaging vastgelegd.
Onder de term 'zeer ernstige misdraging' dient in elk geval te worden verstaan: elke vorm van ongewenst en agressief fysiek contact met een persoon of het ondernemen van pogingen daartoe. […] Handelingen die door hun grote en mogelijk blijvende impact op de desbetreffende persoon of personen grote invloed hebben zoals het opzetten
Onder de term 'zeer ernstige misdraging' dient in elk geval te worden verstaan: elke vorm van ongewenst en agressief fysiek contact met een persoon of het ondernemen van pogingen daartoe. […] Handelingen die door hun grote en mogelijk blijvende impact op de desbetreffende persoon of personen grote invloed hebben zoals het opzetten
Harmonisering van het beleid met Sittard-Geleen en Beek.
De voetnoten zijn verouderd en dus verwijderd.
van gerichte lastercampagnes, seksuele intimidatie, het tonen van steek en/of vuurwapens evenals (pogingen tot) opsluiting in een ruimte zijn eveneens als zeer ernstige misdraging te beschouwen.5 Ook verbaal geweld valt onder de noemer 'zeer ernstige misdraging'.6
van gerichte lastercampagnes, seksuele intimidatie, het tonen van steek en/of vuurwapens evenals (pogingen tot) opsluiting in een ruimte zijn eveneens als zeer ernstige misdraging te beschouwen. Ook verbaal geweld valt onder de noemer 'zeer ernstige misdraging'.
[…] Dat is anders als betrokkenen elkaar buiten werktijd tegen komen: dan is alleen het strafrecht van toepassing.8 Het toepassen van een verlaging staat geheel los van het doen van aangifte bij de politie.
[…] Dat is anders als betrokkenen elkaar buiten werktijd tegenkomen: dan is alleen het strafrecht van toepassing. Het toepassen van een verlaging staat geheel los van het doen van aangifte bij de politie.
[…]
[…]
Met ingang van 1 januari 2015 is de verplichting om zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen een zelfstandige verplichting die is opgenomen in artikel 9, zesde lid, van de Participatiewet. Deze verplichting staat dus op zichzelf. Vóór 1 januari 2015 was dit een onzelfstandige verplichting. Om een belanghebbende te sanctioneren wegens zeer ernstige misdragingen, moest sprake zijn van een samenhang tussen de zeer ernstige misdragingen met het niet nakomen van een of meer verplichtingen die voortvloeien uit de toenmalige wet.9 In de verordening is de duur en mate van verlaging vastgelegd.
5 CRvB 20-03-2007, nrs. 06/515 NABW e.a., ECLI:NL:CRVB:2007:BA2344. Kamerstukken II 2013/14, 33 801, nr. 3, blz. 24. 6 CRvB 19-08-2008, nrs. 07/2416 WWB e.a., ECLI:NL:CRVB:2008:BE8919.
Tekst is verouderd en daarom verwijderd.
7 Kamerstukken II 2013/14, 33 801, nr. 3, blz. 55. 8 Kamerstukken II 2013/14, 33 801, nr. 3, blz. 2526. 9 CRvB 06-07-2010, nr. 08/2025 WWB, ECLI:NL:CRVB:2010:BN0660. Artikel 14. Niet nakomen overige verplichtingen
Artikel 16. Niet nakomen overige verplichtingen
Tekstuele aanpassing.
Artikel 15. Samenloop van gedragingen […]
Artikel 17. Samenloop van gedragingen […]
Tekstuele aanpassingen.
Samenloop met een bestuurlijke boete Het derde en vierde lid regelen in hoeverre een verlaging kan worden opgelegd als sprake is van een verlagingswaardige gedraging die tevens een boetewaardige gedragingen is.
Samenloop met een bestuurlijke boete Het derde en vierde lid regelen in hoeverre een verlaging kan worden opgelegd als sprake is van een verlagingswaardige gedraging die ook een boetewaardige gedraging is.
[…]
[…]
Artikel 16. Recidive […]
Artikel 18. Recidive […]
Tekstuele aanpassing.