CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

was-wordt overzicht APV 2026

Beeldvormende bijeenkomst 19 november 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Vaststellen Algemene Plaatselijke Verordening Stein 20261.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was

Wordt

Artikel 1:1 Definities Bestaande tekst - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving

-gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.

Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet 20.., Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd. Hoofdstuk 2 Openbare orde en Veiligheid

Artikel 2.1 lid 2 Degene die op een openbare plaats: • a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; • b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of • c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.

Artikel 2:6 Artikel 2:6 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg • 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen,

Boa toegevoegd (is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of buitengewoon opsporingsambtenaar) Dit is in overeenstemming met artikel 184 strafrecht

Van de losse tekst onder dit artikel een lid 3 gemaakt, zodat e.e.a. overzichtelijker en duidelijker leesbaar is.

de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. • 2.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

Artikel 2:7 Artikel 2:7 Maken, veranderen van een uitweg • 1.Het is verboden zonder vergunning van het college: o a. een uitweg te maken naar de weg; o b. van de weg gebruik te maken voor het bereiken van een perceel; o c. veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. • 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 wordt de vergunning slechts geweigerd: o a. indien de bruikbaarheid (doelmatigheid) en de veiligheid van de weg wordt aangetast; o b. indien het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt aangetast; o c. indien een openbare groenvoorziening wordt doorkruist; o d. indien gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert;

Artikel 2:7 lid 2 onder a: het woord “en” is veranderd naar of, omdat nu enkel een inrit geweigerd kan worden als zowel de bruikbaarheid als ook de veiligheid wordt aangetast, terwijl de bedoeling was één van deze. Dit blijkt ook uit de beleidsregel voor het maken en veranderen van inritten, waar ook het onderscheid tussen allebei is gemaakt. Daarnaast is sub f toegevoegd: bij vrijstaande woningen met een perceelsbreedte minder dan 20m wordt de inritvergunning voor een 2e inrit ook geweigerd. Dit is nu als algemeen uitgangspunt opgenomen in de beleidsregel, maar niet als weigeringsgrond in de APV.

Artikel 2:7 Maken, veranderen van een uitweg

1. Het is verboden zonder vergunning van het college: a. een uitweg te maken naar de weg; b. van de weg gebruik te maken voor het bereiken van een perceel;

o e. bij tussenwoningen.

c. veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:7 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. indien de bruikbaarheid (doelmatigheid) of de veiligheid van de weg wordt aangetast; b. indien het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt aangetast; c. indien een openbare groenvoorziening wordt doorkruist; d. indien gebruik door mindervalide onnodig verhindert, bemoeilijkt of gevaar oplevert; e. bij tussenwoningen; f. bij vrijstaande woningen met een perceelsbreedte minder dan 20 meter.

Artikel 2:18 lid 2

Tekstuele aanpassing. Van het woord ‘en’ het woord ‘een’ gemaakt

Terras: en buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt dat behoort bij een openbare inrichting indien zij in de onmiddellijke nabijheid van een horecalokaliteit zijn gelegen.

Artikel 2:29 • 1.De exploitant van een inrichting moet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen. • 2.Het is verboden een inrichting te exploiteren indien door de exploitant niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Dranken Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen.

Er stonden nog verwijzingen naar de Drank- en Horeca wet. Dit is aangepast naar de geldende Alcoholwet

Artikel 2:30 onder e

Er stond nog een verwijzing naar de Drank- en Horecawet. Dit is aangepast naar de geldende Alcoholwet.

de exploitant niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank - en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen; Artikel 2:36 onder c

de exploitant niet of niet langer voldoet

Er stond nog een verwijzing naar de Drank- en Horecawet. Dit is aangepast naar de geldende Alcoholwet.

aan de bij of krachtens artikel 8, tweede

lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen. Artikel 2:61

“hetgeen daaronder wordt verstaan” verwijderd, dit was dubbelop (tekstuele aanpassing)

In deze paragraaf wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan vuurwerk van categorie F1 of F2 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. Artikel 2:71 Gebiedsontzeggingen •

•

1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen in het woonof leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2.Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld

Lid 4 toegevoegd: Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

De Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) is bereid om een feitcode aan overtreding van de gebiedsontzegging te koppelen als dat in dit artikel expliciet is geregeld. Door het nieuwe vierde lid in combinatie met strafbaarstelling in artikel 6:1 model-APV is het mogelijk om een boete op te leggen aan degene die een gebiedsontzegging overtreedt. Voor het afdoen met een feitcode moet er in het proces-verbaal ook een kaart van het

in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. •

desbetreffende gebied worden meegestuurd. Er zal namelijk getoetst moeten worden of de ontzegging in persoon is uitgereikt en of het gebied waarop de ontzegging ziet, duidelijk kenbaar is gemaakt.

3.Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, Sekswinkels, Straatprostitutie e.d. Artikel 3:6 Sluitingstijden •

1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: o

a.

op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur; o

b.

op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 07.00 uur. •

2.Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.

•

3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.

•

4.Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.

Er werd verwezen naar artikel 1:4. Dit moet artikel 1:3 zijn

Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Artikel 4:11c lid 3

Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk nietgebruik tot het moment dat de bezwaartermijn is verstreken, tenzij binnen de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. In dat geval geldt de standaard voorwaarde van niet-gebruik tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.

Artikel 4:14 lid 2 1.Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder of gevaar ontstaat voor de omgeving. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat de bezwaartermijn is verstreken, tenzij binnen de bezwaartermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. In dat geval geldt de standaard voorwaarde van niet-gebruik tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Lid 3 is verwijderd. De APV en artikel 16.79 Omgevingswet regelen hier hetzelfde onderwerp, waardoor deze betreffende bepaling in de APV haar werking heeft verloren (artikel 122 Gemeentewet)

Lid 2 gemaakt. Dit lid 2 stond eerst als losse tekst onder dit artikel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=87ffb0be-1705-45a3-9ea7-07c34e0b75ea