CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst waarin de gewijzigde artikelen zijn toegelicht

Beeldvormende bijeenkomst 23 november 2023, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Actualisatie van de gemeenschappelijke regeling (GR) Vidar Wsw3.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tabel Wijziging GR Vidar Wsw De artikelen die inhoudelijk gewijzigd zijn hieronder weergegeven. Wijzigingen die tekstueel of sec technisch van aard zijn (artikelnummering) zijn niet weergegeven. Bij inhoudelijk gewijzigde artikelen is een korte toelichting gegeven. was Artikel 1 Begripsbepalingen e. gemeenten: de gemeenten waarvan de raden en colleges van burgemeester en wethouders deze regeling hebben getroffen; h. gemeentebesturen: de raden en colleges van de gemeenten; Artikel 4 Bevoegdheden Ter behartiging van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang dragen de raden en colleges aan het bestuur van het openbaar lichaam per 1 januari 2020 hun bevoegdheden en verplichtingen over met betrekking tot de uitvoering van artikel 2 lid 1 van de Wsw. Artikel 6 Samenstelling 2. De raad van iedere gemeente wijst uit het college twee leden en twee plaatsvervangende leden aan voor het algemeen bestuur. Artikel 7 Zittingsduur 1. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van de gemeenteraden, met dien verstande dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering bijeenkomt. 2. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers

wordt Artikel 1 Begripsbepalingen e. gemeenten: de gemeenten waarvan de raden en colleges van burgemeester en wethouders deze regeling hebben getroffen; h. gemeentebesturen: de raden en colleges van de gemeenten; Artikel 4 Bevoegdheden Ter behartiging van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang dragen de raden en colleges aan het bestuur van het openbaar lichaam per 1 januari 2020 hun bevoegdheden en verplichtingen over met betrekking tot de uitvoering van artikel 2 lid 1 van de Wsw.

toelichting Uittreden raden

Artikel 6 Samenstelling 2. De raad Het college van iedere gemeente wijst uit zijn midden het college twee leden en twee plaatsvervangende leden aan voor het algemeen bestuur. Artikel 7 Zittingsduur 1. De leden van het algemeen bestuur worden door de colleges aangewezen voor een periode gelijk aan die van de zittingsduur van het betreffende college, met dien verstande dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling voor de eerste vergadering bijeenkomt. 2. De benoeming van de leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering of

Uittreden raden

Uittreden raden

Uittreden raden

vindt uiterlijk binnen drie maanden na de datum waarop gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden plaats.

uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de colleges van de gemeenten in de nieuwe samenstelling.

Artikel 8 Ontslag 1. De raad van een gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen als deze het vertrouwen van de raad niet meer bezit. 2. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan de raad die hem heeft aangewezen en aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Artikel 11 Informatie en verantwoording 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door de raad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

Artikel 8 Ontslag 1. Het college van een gemeente kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen als deze het vertrouwen van de raad niet meer bezit. 2. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt het voornemen hiertoe mede aan het college dat hem heeft aangewezen en aan de voorzitter van het algemeen bestuur.

Uittreden raden

Artikel 11 Informatie en verantwoording 1. Een lid van het algemeen bestuur kan door het college en de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college en de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college en de raad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.

Uittreden raden; colleges toegevoegd

-

Artikel 10 Bevoegdheden en Zienswijzen 3. Het algemeen bestuur onderscheidenlijk het dagelijks bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.

Nieuw lid. De gewijzigde Wgr introduceert de bevoegdheid voor raden om een zienswijze te vragen. Deze bevoegdheid is hier opgenomen, wetende dat dit in de praktijk waarschijnlijk niet zal

voorkomen aangezien deze GR een beleidsarme regeling is die enkel is opgericht voor het fungeren als formeel werkgever van Wsw- werknemers. Artikel 11 Informatie en verantwoording 3. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.

-

-

Artikel 25 Financiële en beleidsmatige kaders 1.Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige

Artikel 11 Informatie en verantwoording 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

Artikel 18 Informatie en verantwoording 3. Het dagelijks bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

Artikel 21 De voorzitter 8. De voorzitter geeft de raden van de gemeenten schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

Artikel 24 Financiële en beleidsmatige kaders Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.

Tekstueel gewijzigd om te voldoen aan de actieve informatieplicht uit de WGR. Conform advies Boels Zanders Toegevoegd om te voldoen aan de actieve informatieplicht uit de Wgr Conform advies Boels Zanders Toegevoegd om te voldoen aan de actieve informatieplicht uit de Wgr Conform advies Boels Zanders Gewijzigde datum volgt uit de Wgr

kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten. Artikel 26 Begroting 1.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de gemeentebesturen. 3.De raden van de gemeenten kunnen vóór 1 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 5.Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten.

Artikel 25 Begroting 1.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en bijbehorende stukken ten minste twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de gemeentebesturen. 3.De raden van de gemeenten kunnen twaalf weken na aanbieding door het dagelijks bestuur bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijze bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden. 4.Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. Binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum, zendt het dagelijks bestuur de begroting aan gedeputeerde staten. 7. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen

Lid 1.Gewijzigde termijn in de Wgr Lid 3.Gewijzigde termijn in de Wgr

Lid 4.Verankering van de verplichte reactie van het DB op de zienswijze in een apart lid. Lid 5 wordt lid 6. Datum gewijzigd in zoals opgenomen in de Wgr (15 september) Lid 7. Toegevoegd

Artikel begroting is conform advies Boels Zanders Artikel 27 Jaarrekening en jaarverslag

Artikel 26 Jaarrekening en jaarverslag

1.Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten. 3.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden van de gemeenten.

Artikel 30 Wijziging De regeling wordt gewijzigd op grond van een door twee van de gemeentebesturen genomen besluit, onder wie in ieder geval de gemeente SittardGeleen. 2.Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het algemeen bestuur, of één of meer gemeentebesturen. 3.Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur zendt dit bestuur het voorstel aan de gemeentebesturen, die binnen drie maanden na ontvangst van dit voorstel een besluit nemen en dit terstond aan het algemeen bestuur mededelen. 4.Indien het voorstel uitgaat van een of meer gemeentebesturen wordt het voorstel aan het algemeen bestuur gezonden.

1.Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks voor de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum toe aan de raden.

Datum zoals genoemd in de Wgr, conform advies Boels Zanders

3.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden van de gemeenten. Artikel 29 Wijziging 1. De regeling wordt gewijzigd op grond van een door twee van de gemeentebesturen genomen besluit, onder wie in ieder geval de gemeente SittardGeleen. 2. Voorstellen tot wijziging van de regeling kunnen uitgaan van het algemeen bestuur, of één of meer gemeentebesturen. 3. Indien het voorstel uitgaat van het algemeen bestuur zendt dit bestuur het voorstel aan de gemeentebesturen, die binnen de wettelijke termijn van 13 weken een besluit nemen en dit terstond aan het algemeen bestuur mededelen. 4. Indien het voorstel uitgaat van een of meer gemeentebesturen wordt het voorstel aan het algemeen bestuur gezonden.

Lid 3 en lid 5 zijn in lijn gebracht met wettelijke bepalingen inzake de 13 weken termijn van artikel 10:31 Awb. Lid 6 vervalt: De raad heeft enkel de mogelijkheid om in te stemmen met de wijziging van een regeling of toestemmen om een regeling aan te gaan, de andere mogelijkheden die in het

5.Het algemeen bestuur doet het voorstel, zoals omschreven in lid 4 van dit artikel, met zijn beschouwingen ter zake, binnen drie maanden aan de gemeentebesturen toekomen, waarna deze besturen en het algemeen bestuur verder handelen als voor het geval bepaald in lid 3 van dit artikel. 6.Het algemeen bestuur stelt de gemeentebesturen in kennis van het aanvaarden, verwerpen, goedkeuren of niet goedkeuren van de in dit artikel bedoelde voorstellen, respectievelijk besluiten. 7.Het college van de plaats van vestiging, zoals vermeld in artikel 2 lid 2 van deze regeling, maakt de wijziging tijdig in de gemeenten bekend door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing -

Artikel 31 Toetreding en uittreding

5.

Het algemeen bestuur doet het voorstel, zoals omschreven in lid 4 van dit artikel, met zijn beschouwingen ter zake, binnen drie maanden aan de gemeentebesturen toekomen, waarna deze besturen en het algemeen bestuur verder handelen als voor het geval bepaald in lid 3 van dit artikel.

Artikel 30 Inspraak 1. Ingezetenen van gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en raden van de gemeenten betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Artikel 32 Toetreding

artikel staan genoemd zijn wettelijk niet mogelijk. Lid 7 vervalt, opgenomen in artikel 37

Opgenomen dat inspraak via de deelnemende gemeenten blijft vanwege de doelstelling en het beleidsarme karakter van de GR. Artikel is tevens uitgebreid met lid 2 en 3 conform advies Boels Zanders.

Artikelen toetreding en uittreding in lijn met de

1.Toetreding tot de regeling door andere gemeenten vindt plaats op voorstel van het algemeen bestuur en met instemming van de gemeentebesturen van de reeds aan de regeling deelnemende gemeenten. 2.Het gemeentebestuur van een gemeente kan besluiten uit de regeling te treden per 1 januari van een kalenderjaar, met inachtneming van een opzegtermijn van drie jaren 3.Het algemeen bestuur regelt de financiële alsmede de overige gevolgen van zowel een eventuele toetreding als uittreding. De financiële afrekening bij uittreding tussen de gemeenten vindt plaats met als uitgangspunt een verdeelsleutel welke is gebaseerd op het gemiddeld aantal Fte's ingevuld door Wswwerknemers per gemeente. Een en ander wordt gemeten over een referentieperiode van vijf jaren voorafgaand aan de datum van het besluit van uittreding van de desbetreffende gemeente.

1.Toetreding tot de regeling door andere gemeenten vindt plaats op voorstel van het algemeen bestuur en met instemming van de gemeentebesturen van de reeds aan de regeling deelnemende gemeenten. 2.Het algemeen bestuur regelt de financiële alsmede de overige gevolgen van een toetreding. Artikel 33a Uittreding 1. Een gemeentebestuur van een van de deelnemende gemeenten kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2. Een gemeentebestuur zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van 3 jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen. 3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. 4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 5.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen. Artikel 33b Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 33a, derde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische,

Wgr gebracht conform advies Boels Zanders. Opzegtermijn in lijn met de Centrumregeling Vidar 2020 gebracht.

Conform advies Boels Zanders

2.

3.

4.

personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de directeur/voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. De financiële afrekening bij uittreding tussen de gemeenten vindt plaats met als uitgangspunt een verdeelsleutel welke is gebaseerd op het gemiddeld aantal Fte's ingevuld door Wswwerknemers per gemeente.

Een en ander wordt gemeten over een referentieperiode van vijf jaren voorafgaand aan de datum van het besluit van uittreding van de desbetreffende gemeente.Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding

Artikel 33 Archief 1.Archivering geschiedt overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke regelgeving inclusief de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften. 2.De secretaris is belast met het dagelijks beheer van het archief. 3.De archiefverordening van de gemeente van vestiging is van toepassing. 4.Bij beëindiging van deze gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar de gemeente van de vestiging.

te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer. Artikel 35 Archief 1.Het algemeen bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden, zulks met inachtneming van de ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering. 2.De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze bescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3.De gemeentearchivaris van Sittard-Geleen is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4.Voor de bewaring overeenkomstig de ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering, van de over te brengen archiefbescheiden is aangewezen: de archiefbewaarplaats van Sittard-Geleen. 5.

Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform de dan ter zake geldende wet- en regelgeving op het gebied van archivering.

Artikel is aangescherpt. Afgeweken van de tekst van Boels Zanders op advies van de archiefinspecteur vanwege de aard van de regeling en te archiveren bescheiden.

-

Artikel 36 Evaluatie De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.

Artikel 34 Bekendmaking 1.Het college van de plaats van vestiging draagt zorg voor toezending van de regeling aan gedeputeerde staten en de bekendmaking van de regeling door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Artikel 140 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 2.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor opneming van het openbaar lichaam en de regeling in het Handelsregister.

Artikel 37 Bekendmaking 1. Het college van de gemeente Sittard-Geleen maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend in het door gemeente Sittard-Geleen uitgegeven Gemeenteblad. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet."

In lijn met de geboden mogelijkheid van evaluatie van de regeling in de Wgr, conform advies Boels Zanders Geactualiseerd algemeen artikel bekendmaking, conform advies Boels Zanders

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=c0e53992-dadf-4cff-a9d0-1322c58fdc99