Verordening Leges Stein 2026
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de
invordering van leges Stein 2026 De Raad der gemeente Stein; Gezien het voorstel inzake Belasting- en legesverordeningen 2026 (Gem. blad Afd. A 2025, zaaknummer 20251021160133); gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en
onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13 1a van de Omgevingswet; besluit: Vast te stellen de volgende verordening
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LEGES STEIN 2026
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a)
’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag
b)
’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
c)
’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de
wordt aangemerkt;
volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31
januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d)
’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het
e)
'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december.
volgende kalenderjaar;
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a)
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een
b)
het verlenen van een dienst op aanvraag; of
c)
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;
besluit;
een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a)
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden
b)
diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos
verhaald;
moeten worden verleend.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1.
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening
2.
Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde
behorende tarieventabel.
eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke
kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald
a)
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:
b)
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van
c)
langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan, onverwijld, dan wel als die
toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;
mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;
d)
langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na
2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
dagtekening van de kennisgeving.
Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, dat besluit of die handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a)
van zuiver redactionele aard zijn;
b)
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie
maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de
Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1)
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);
2)
paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
3)
paragraaf 1.4 (papieren verstrekking uit Basisregistratie Personen);
4)
artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent gedrag);
5)
artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Overgangsrecht 1.
De “Legesverordening Stein 2025” van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de
heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.
Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
3.
Deze verordening wordt aangehaald als "Legesverordening Stein 2026".
Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 december 2025
De Raad voornoemd,
de Griffier,
de Voorzitter,