CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Afvalstoffenheffing 2026

Beeldvormende bijeenkomst 3 december 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Belasting en Legesverordeningen 20261.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN

AFVALSTOFFENHEFFING STEIN 2026 Gezien het voorstel inzake Belasting- en legesverordeningen 2026 (Gem. blad Afd. A 2026, zaaknummer 20251021160133); gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit:

Vast te stellen de volgende verordening

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING STEIN 2026

Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: -

gebruikmaken: gebruikmaken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

kalenderweek: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende met een maandag en eindigend met een zondag;

kalenderjaar: een tijdvak van twaalf kalendermaanden beginnende op 1 januari;

container en/of emmer: een ten behoeve van de inzameling van huishoudelijk afval door of

vanwege de gemeente per perceel of per groep van percelen ter beschikking gesteld of geplaatst inzamelmiddel.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1.

Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel

2.

De afvalstoffenheffing, als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel,

15.33 van de Wet milieubeheer.

wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten

aanzien waarvan, krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, dan wel het aanbieden van afvalstoffen bij het Milieupark als bedoeld in hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel behorende bij deze verordening.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1.

Voorwerp van de belasting is een perceel.

2.

Als perceel wordt aangemerkt: a)

de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering

b)

de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c)

d)

e)

onroerende zaken;

een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c

bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht 1.

De belasting als bedoeld in de hoofdstukken 1.1, 1.2, 1.4 en 1.5 van de tarieventabel wordt

geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel.

2.

De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.3 van de tarieventabel wordt geheven van degene die afval aanbiedt bij het Milieupark.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze

2.

Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.1.1 en 1.2.2.1,

verordening behorende tarieventabel.

van de tarieventabel wordt uitgegaan van de gewichten die zijn vastgesteld met behulp van de weegapparatuur op de wegende inzamelauto.

3.

Het gewicht van het per kalenderweek ingezamelde huishoudelijk afval wordt per perceel

vastgesteld als het verschil van het gewicht van de ter lediging aangeboden container voor en na lediging.

4.

Indien tijdens een inzamelbeurt door een calamiteit of technische storing aan de wegende

inzamelauto, de herkennings-, wegings- of registratieapparatuur of van de middelen waarmee de registratiegegevens van de geledigde containers worden opgeslagen, van een aangeboden container geen of een onjuiste automatische weging, herkenning, registratie of

gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de berekening van de belasting bij alle betrokken

percelen, waar zich deze storing heeft voorgedaan, voor de betreffende inzamelbeurt een forfaitair gewicht per perceel vastgesteld. Het forfaitair gewicht wordt vastgesteld overeenkomstig het gestelde in de leden 5 en 6.

5.

Het forfaitair gewicht als bedoeld in lid 4 wordt bepaald op het totaal over het voorafgaande

belastingtijdvak bij het betrokken perceel vastgestelde gewicht van de afvalstoffen, gedeeld door het aantal inzamelbeurten gedurende het voorafgaand belastingtijdvak.

6.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, of indien om andere

redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 5 kan worden vastgesteld, wordt het forfaitair gewicht vastgesteld op 6,5 kilogram.

7.

Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.3, van de

tarieventabel wordt uitgegaan van het aantal ledigingen dat wordt vastgesteld door middel van de registratieapparatuur op de inzamelauto.

8.

Voor de berekening van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.2.1.2, 1.2.1.3, 1.2.2.2 en 1.2.2.3, van de tarieventabel wordt uitgegaan van het aantal ledigingen dat wordt vastgesteld door middel van de registratieapparatuur op de verzamelcontainer.

Artikel 6 Belastingtijdvak Met betrekking tot de belasting die per belastingjaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Reductie heffing medisch afval 1.

Indien de belastingplichtige, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, als gevolg van chronische ziekte of handicap dan wel chronische ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afval moet aanbieden aan de aangewezen inzameldienst komt de belastingplichtige in aanmerking voor: a.

vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdelen 1.2.2 en 1.2.3,

b.

voor vermindering van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdeel 1.1.2.1 of

van de tarieventabel;

onderdeel 1.1.2.3, van de tarieventabel voor één extra container van 240 liter restafval of één extra emmer van 40 liter restafval.

2.

De in het eerste lid, onder a, bedoelde vermindering van de belasting bedraagt 60% van de totaal verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2, onderdelen 1.2.2 en 1.2.3, van de tarieventabel met een maximum van € 109,50 per belastingjaar.

3.

De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor vermindering op grond van het eerste lid

dient uiterlijk binnen 6 maanden na dagtekening van de opgelegde belasting, zoals bedoeld in het eerste lid, een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de heffingsambtenaar. Bij dit verzoek dient een schriftelijke verklaring van de huisarts, medisch specialist, ziektekostenverzekeraar, apotheker of medische groothandel te worden overlegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of handicap extra afval wordt aangeboden en - indien van toepassing - de kennisgevingen (aankoopbonnen) van de afvalzakken.

4.

De berekening van de vermindering als bedoeld in het eerste en tweede lid vindt plaats na afloop van het betreffende belastingjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing 1.

De belasting als bedoeld in de hoofdstukken 1.1 en 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij

2.

De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1.3, 1.4 en 1.5 van de tarieventabel wordt geheven door

wege van aanslag.

middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving

3.

aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.

De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van

2.

De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in

het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. belastingtijdvak.

hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat, voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

5.

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente

6.

De belasting bedoeld in de hoofdstukken 1.3, 1.4 en 1.5 van de tarieventabel is verschuldigd bij

verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.

de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

7.

Belastingbedragen als bedoeld in de hoofdstukken 1.1 en 1.2 van de tarieventabel van minder dan

8.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde

€ 5,00 worden niet geheven.

aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10 Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden

betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand

volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een

aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde

bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het

aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3.

Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso,

mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).

4.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan alleen voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1, onderdeel 1.1.1, van de tarieventabel gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.

Artikel 12 Forfaitaire heffing Indien de gemeente buiten haar aansprakelijkheid – om wat voor reden dan ook – niet kan beschikken over de informatie die nu de basis vormt voor de gemeentelijke heffing, is de gemeente gerechtigd middels een forfaitaire heffing, conform artikel 5, vierde, vijfde en zesde lid, toch de kosten bij de aanbieder van het huishoudelijk afval in rekening te brengen indien de dienstverlening toch heeft plaatsgevonden.

Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1.

De "Verordening afvalstoffenheffing Stein 2025", vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid

genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4.

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing Stein 2026".

Aldus besloten in de openbare vergadering van 11 december 2025.

De Raad voornoemd,

de Griffier,

de Voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=68f46816-5878-47b2-9d66-2c48cd9b97fa