CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

TVC rapport veiligheid in samenwerking def.pdf

Beeldvormende bijeenkomst 25 januari 2023, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Vaststellen bovenwettelijke veiligheidskaders binnen en buiten Chemelot19.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Door activiteiten en bebouwing die nu op de Chemelot site (zone 0) zijn gevestigd, maar een laag risicoprofiel hebben zoals bijvoorbeeld kantoor- of maintenance gebouwen, uit deze zone te halen en te vestigen in (bijvoorbeeld) zone 1 kan binnen zone 0 op den duur extra fysieke ruimte worden gecreëerd voor de ontwikkeling van aan de chemisch processen gerelateerde risicovolle activiteiten. Op termijn dient deze verplaatsing er toe te leiden dat het veiligheidsrisico voor de omgeving zodanig wordt beperkt dat dichter bij de site meer ontwikkelmogelijkheden voor de gemeenten ontstaan.

AANBEVELING aan provincie Limburg, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, gemeente Beek (ieder voor zover het de eigen jurisdictie betreft) Borgen van de in veiligheidskader verwoorde visie op en uitgangspunten voor de ruimtelijkplanologische ontwikkeling van Chemelot en omgeving in het eigen ruimtelijk-planologisch beleid en instrumentarium.

28

4.2.1 Afwegingscriteria voor zone 0 Onderstaande criteria gelden voor nieuwe activiteiten op site Chemelot behoudens de Brightlands Chemelot Campus (BCC).29 Voor BCC wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Binding met risicovolle chemische productieprocessen De TVC is van mening dat nieuwe activiteiten binnen zone 0 en dus op site Chemelot binding moeten hebben met de chemische productieprocessen op Chemelot. De vraag die hierbij centraal staat is of site Chemelot als chemisch cluster echt dé aangewezen plek is voor de betreffende activiteit en deze persé dáár uitgevoerd moet worden. Daarnaast geldt voor de TVC ook dat activiteiten die weliswaar gerelateerd zijn aan deze productieprocessen, maar zelf geen extern veiligheidsrisico met zich meebrengen, niet op de Chemelot kernsite (lees: in zone 0) maar in zone 1 gevestigd zouden moeten worden. AANBEVELING aan Chemelot / CSP en DSM Stichting Chemelot / CSP en DSM waarborgen dat nieuwe ontwikkelingen binnen de PR 10-6 risicocontour (zone 0) een binding hebben met de chemisch productieprocessen op Chemelot, een eigen extern veiligheidsrisico hebben en onder de koepelvergunning van Chemelot worden gebracht.

Positie DSM als grondeigenaar Alle bedrijven op site Chemelot vallen nu onder de koepelvergunning van CSP en daarmee onder de huisregels van CSP. Theoretisch is het echter zo dat een bedrijf dat via landlord DSM grond huurt ook zelfstandig een vergunning kan aanvragen. De provincie heeft geen wettelijke mogelijkheid om te eisen dat zo’n bedrijf onder de koepelvergunning valt. Een bepalende rol in het borgen van een connectie met CSP ligt daarom bij landowner DSM die de grond verhuurt en soms verkoopt. Door zich te committeren aan dit veiligheidskader stelt DSM dat het alleen grond verhuurt aan bedrijven die onder de koepelvergunning willen vallen. 30

Geen uitbreiding risicocontour buiten begrenzing Chemelot site Nieuwe activiteiten op site Chemelot ( zone 0) leiden er ook toe dat er nieuwe risicobronnen worden geïntroduceerd. De TVC is van opvatting dat het toelaten van een dergelijke nieuwe activiteit echter niet mag leiden tot een verhoogd algeheel risiconiveau of uitbreiding van de PR 10-6 risicocontour buiten site Chemelot c.q. zone 0.31 Het integraal veiligheidsniveau dient toe te nemen. Om te voorkomen dat dit gebeurt dient in voorkomende situaties interne zonering het leidende uitgangspunt te zijn. Hierbij worden de meest risicovolle fabrieken in de kern van site Chemelot geplaatst, zo ver mogelijk verwijderd van de bebouwing rondom site Chemelot (zone 1 en zone 2).32

29

I.c. betreft het dus het Chemelot industrial park, de haven Stein en de Integrale Afvalwater ZuiveringsInstallatie (IAZI), 30 In de koepelvergunning is een ‘groene kaart’ opgenomen die de gebieden aangeeft waar de koepelvergunning van kracht is. Deze kaart wordt onderschreven door CSP, DSM, Veiligheidsregio en Provincie Limburg. 31 Overigens kan de bestaande risicocontour ook groter worden door gebruik van een nieuwere versie van Safeti-NL die met bijgestelde rekenaannames werkt. 32 In het huidige bestemmingsplan is dit al opgenomen.

29

Het belang van zonering Tegenwoordig wordt er bij de plaatsing van nieuwe fabrieken en activiteiten al gestreefd naar inwaartse zonering. Zo is hier nadrukkelijk rekening mee gehouden bij de plaatsing van de verschillende gebouwen van de Brightlands campus, het (her)plaatsen van de nieuwe sulfafabriek en de plaatsing van niet Brzo-activiteiten zoals bijvoorbeeld de railterminal en een plastic recycling installatie aan de randen van de site. In het (verre) verleden was dit evenwel niet altijd het geval, wat ertoe heeft geleid dat fabrieken met een hoog risicoprofiel nu soms nog aan de rand van site Chemelot staan. Een voorbeeld van een dergelijke situatie is tankenpark 3 dat oorspronkelijk aan de rand van site Chemelot is geplaatst omdat deze weinig geluidsoverlast veroorzaakt voor de omgeving maar nu wel een belasting is vanuit extern veiligheidsperspectief.

Landlord DSM heeft de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat geïnteresseerde partijen gehuisvest worden op de juiste plek waardoor de risicocontour niet uitbreidt en heeft de verantwoordelijkheid optimalisatie van de inrichting van het gebied na te streven. Dit betekent dus ook dat wanneer zich daar kansen toe voordoen er naar gestreefd moet worden fabrieken en processen die al aanwezig zijn te herplaatsen wanneer daar vanuit het oogpunt van zonering veiligheidswinst te behalen is.33 In de opvatting van de TVC dient DSM (in samenwerking met CSP) de mogelijkheden hiertoe vanuit een langjarig perspectief in beeld te brengen. AANBEVELING aan Chemelot / CSP en DSM Onderzoeken van de mogelijkheden (op lange termijn) tot ver- en herplaatsing van installaties binnen / naar de daarvoor bedoelde zone en hierover rapporteren. 4.2.2 Afwegingscriteria voor zone 1 en zone 2 Eén van de kenmerken die van Chemelot zo’n bijzonder chemisch cluster maakt is dat de omringende (woon)bebouwing dicht tegen de site aanligt. Dit maakt dat de beschikbare ruimte rondom site Chemelot die zonder externe veiligheidsrisico’s gebruikt kan worden schaars is. Het grootste deel van het gebied waar voor Chemelot nog ontwikkeling mogelijk is buiten de begrenzing van de site ligt binnen de (realistische) aandachtsgebieden voor brand- en explosie (zone 1).

Het is dus van belang dat deze schaarse grond zo effectief mogelijk wordt gebruikt. De TVC stelt daarom voor deze te benutten voor bedrijven waarvoor geldt dat door de plaatsing in de nabijheid van Chemelot het integrale veiligheidsniveau op den duur omhooggaat. Herplaatsing gebouwen van industrial park naar locatie buiten zone 0 Het verhogen van de veiligheid op de site maar ook het mogelijk maken van de ontwikkeling van de Chemelot circulair hub zorgt voor extra ruimtebeslag. Alhoewel er op het Industrial park nu nog ruimte beschikbaar is, is de verwachting dat deze op den duur volledige benut zal zijn. Momenteel zijn op het Industrial park kantoor- en maintenancegebouwen gevestigd. Functies die weliswaar een rol spelen in het chemische productieproces echter geen extern veiligheidsrisico in de zin van de Brzo-regelgeving met zich meebrengen. De vestiging hiervan zou om deze reden dan ook buiten het chemisch kerndeel (zone 0) van site Chemelot dienen plaats te vinden. Door deze bebouwing op termijn (wanneer sloop en herbouw aan de orde is) naar zone 1 (en waar praktisch mogelijk naar zone 2 of daarbuiten) te verplaatsen, komt binnen

33

De TVC realiseert zich dat herplaatsing dusdanig hoge kosten met zich meebrengt dat dit alleen realistisch is op momenten dat de eigenaar van de plant overweegt een (oude) fabriek te sluiten om een nieuwe te openen. De TVC roept dus niet op om bestaande fabrieken te verplaatsen.

30

zone 0 ruimte beschikbaar voor het vestigen van gebouwen en activiteiten die, in de visie van de TVC hier thuishoren (relatie met chemische processen én risicovol). Kantoor- en maintenance-gebouwen zijn daarnaast mensintensief. Door de aanwezigheid van deze gebouwen bevinden zich veel mensen in zone 0 terwijl zij voor de uitvoering van hun werkzaamheden niet persé aan die plek gebonden zijn. Het verplaatsen van deze gebouwen naar een locatie buiten zone 0 betekent dus tevens dat mensintensieve activiteiten, ondanks dat deze nog wel binnen de aandachtsgebieden liggen, worden verplaatst naar een gebied waar een lager risiconiveau geldt. Het veiligheidsniveau in zone 0 neemt daardoor toe. Opdracht aan CSP De TVC is van mening dat de beschikbare ruimte in zone 1 gebruikt dient te worden voor aan de ‘Chemelot waardeketens’ gerelateerde activiteiten (zonder extern veiligheidsrisico). Dit kan echter niet betekenen dat dit gebied altijddurend exclusief voor Chemelot gereserveerd blijft, in afwachting van een opportuniteit voor Chemelot om er iets mee te doen. Dit zou de belangen van de omliggende gemeenten die eigen plannen kunnen maken voor ontwikkeling van deze gronden onevenredig schaden.

Van Chemelot mag daarom worden verwacht dat ze een langetermijnvisie ontwikkelt waarin, voor een tijdshorizon van 10 jaar, concreet wordt beschreven of, welke, wanneer en hoe benutting van deze schaarse grond noodzakelijk wordt geacht. In hun ruimtelijk-planologisch beleid zouden de gemeenten hierop vervolgens kunnen anticiperen.

AANBEVELING aan Chemelot / CSP Maken van een meerjarenplanning voor de ontwikkeling in het ruimtegebruik door Chemelot in het gecombineerde aandachtsgebied voor brand en explosie (zone 1).

Verplaatsing activiteiten ten dienste van Chemelot site uit de regio Een tweede mogelijkheid voor een meer effectieve benutting van de schaarse ruimte rond site Chemelot ziet de TVC in het uit de regiogemeenten verplaatsen van activiteiten die ten dienste staan van de ‘Chemelot waardeketens’ naar zone 1. Bijkomend effect is dat de integrale veiligheid in de regio wordt verhoogd aangezien minder transportbewegingen van onder meer gevaarlijke stoffen nodig zijn. Ter illustratie onderstaand voorbeeld. Verplaatsing Salpeterzuurfabriek van IJmuiden naar Chemelot DSM Agro BV heeft in 2009 een salpeterzuurfabriek verplaatst van IJmuiden naar site Chemelot. In de uitgangssituatie werd per trein jaarlijks 116.000 ton ammoniak van site Chemelot vervoerd naar IJmuiden om daar te worden verwerkt tot kunstmest. In een convenant tussen DSM Agro BV en de overheid was vastgelegd deze ammoniaktransporten te stoppen omdat dit transport over het spoor dwars door dorpskernen en stadscentra voor externe veiligheidsrisico’s zorgt.34 Door de fabriek te verplaatsten van IJmuiden naar site Chemelot en daar het volledige proces te laten plaatsvinden zijn de ammoniaktransporten niet meer nodig. Een ontwikkeling die per saldo dus een positief veiligheidseffect heeft voor de omgeving van Chemelot alsook voor dat deel van het land waarlangs het eerdere ammoniaktransport voerde.

34 Convenant DSM Afbouw ammoniaktransporten

31

Geen nieuwe externe risicobronnen in zone 1 en 2 In zone 1 en 2 kunnen alleen activiteiten plaatsvinden die zelf geen verhoogd externe veiligheid risicoprofiel met zich meebrengen, met andere woorden geen BRZO-bedrijf zijn. De facto zou er anders immers sprake zijn van uitbreiding van site Chemelot en zou de risicocontour verder over de bebouwing van de omliggende gemeenten kunnen komen te liggen. Voorwaardelijk voor het toestaan van nieuwe activiteiten in deze zones is dus dat deze niet risicovol zijn en daarmee dus ook niet onder de koepelvergunning vallen. Overigens, er mag geen misverstand bestaan dat het wel degelijk mogelijk is om binnen site Chemelot de grenzen van de zones te verschuiven bijvoorbeeld door een nieuwe activiteit met een extern veiligheidsrisico in zone 1 te plaatsen. Dit heeft dan wel consequenties: tenminste zone 0 wordt dan groter en daarbinnen mogen zich dan geen andere activiteiten zonder extern veiligheidsrisico bevinden. Evident mag daarmee de PR 10-6 contour zich niet uitbreiden over de bebouwde woonomgeving. Bij een verschuiving van de PR 10-6 contour over een niet bebouwd deel van de omliggende gemeenten zal planschade ontstaan en de noodzaak tot veiligheidscompensatie om de integrale veiligheid te verhogen.

4.2.3 Transitiefonds De voorgaand beschreven strategie gaat ervan uit dat de huidige bedrijfsterreinen binnen zone 1 zich in de loop van de komende jaren, passend bij het natuurlijk ritme van bedrijfstransformaties, transformeren tot bedrijfsterreinen waarop uiteindelijk enkel bedrijven zijn gevestigd die een relatie hebben met de Chemelot waardeketen. Op dit moment bevinden zich in zone 1 enkele woningen die aan het wettelijk veiligheidsminimum voldoen voor bestaande bouw. De suggestie van de TVC is om deze woningen op termijn te vervangen door (kantoor)gebouwen passend bij de Chemelot waardeketen. Nieuwbouw van woningen in deze zone moet sowieso aan stringente voorschriften voldoen. Om een ontwikkeling in de richting van de ruimtelijke visie die de TVC voor staat te stimuleren stelt de TVC voor een revolverend transitiefonds in te stellen. Dit fonds kan worden gebruikt om het voor ‘gewenste’ bedrijven in zone 1 aantrekkelijker te maken zich te (her)vestigen in de betreffende zone. Vanuit het fonds kunnen aankopen worden gedaan zodat de overheid geleidelijk controle krijgt over een steeds groter deel van bebouwing in zone 1 (buiten het Chemelot terrein en waarvan de aard niet voldoet aan de criteria voor zone 1 te weten gerelateerdheid met de Chemelot waardeketens).

Zodra voldoende ruimte is verkregen kan het terrein worden verkocht aan een bedrijf dat past binnen deze Chemelot waardeketens. De verwachting is dat dit fonds zichzelf terugverdiend doordat op die manier extra bedrijvigheid in de regio aangetrokken kan worden. AANBEVELING aan provincie Limburg, gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, gemeente Beek Uitwerken van en invulling geven aan in te stellen revolverend transitiefonds ter stimulering van de beoogde ruimtelijk-planologische ontwikkeling van Chemelot en omgeving. Verantwoordelijkheidsverdeling Ook aan bovenstaande strategie koppelt de TVC diverse aanbevelingen waar een groot aantal actoren in adviserende, uitvoerende, controlerende dan wel vanuit wettelijke / politieke 32

verantwoordelijkheid bij betrokken is. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is in onderstaande matrix weergegeven. Daarbij is: • taakverantwoordelijk, de actor die de taak feitelijk uitvoert. Wanneer meerdere organisaties bij de uitvoering betrokken zijn kan hier dus meer dan één actor worden genoemd. • eindverantwoordelijk, de actor die juridisch verantwoordelijk is en daarmee ook de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft. • adviserend, de actoren die technisch-inhoudelijk advies geven, bijvoorbeeld in het proces van vergunningverlening • controlerend, de actor die toeziet op een correcte uitvoering van de maatregel. Aanbeveling

4.2 Borgen ruimtelijk-planologische visie in ruimtelijk-planologisch beleid en instrumentarium betreffende het gebied Chemelot en omgeving 4.2.1 Waarborgen dat nieuwe ontwikkelingen binnen de PR 10-6 risicocontour (zone 0) een binding hebben met de chemische productieprocessen op Chemelot, een eigen extern veiligheidsrisico hebben en onder de koepelvergunning van Chemelot wordt gebracht 4.2.1 Onderzoeken mogelijkheden (lange termijn) tot ver- en herplaatsing installaties 4.2.2 Maken meerjarenplanning ontwikkeling ruimtegebruik Chemelot in zone 1 4.3 Uitwerken in te stellen revolverend transitiefonds ter stimulering beoogde ruimtelijkplanologische ontwikkeling

4.3

Strategie 3

Taakverantwoordelijk

Eindverantwoordelijk

Advies

Controleren & rapporteren

Provincie Gemeenten

Provincie Gemeenten

Situatie afhankelijk

Provincie Gemeenten

CSP DSM

CSP

Situatie afhankelijk

RUD ZL

CSP DSM

CSP

Situatie afhankelijk

CSP

CSP

CSP

Situatie afhankelijk

CSP

Provincie Gemeenten

Provincie Gemeenten

Situatie afhankelijk

Provincie Gemeenten

Mitigeren gevolgen in effectgebied

De kans op zware ongevallen op site Chemelot is gelukkig heel klein. Er blijft echter altijd een restrisico over. Deze derde strategie is dan ook gericht op het informeren van de omgeving over het risico dat men loopt, het voorbereiden op een mogelijke calamiteit en daarmee het vergroten

33

van de zelfredzaamheid en het stellen van aanvullende bouwvoorwaarden bij nieuwe bebouwing in zone 1 en zone 2 om het effect te mitigeren. 4.3.1 Communicatie over het (rest)risico Door het treffen van maatregelen aan de bron en door goed na te denken over een optimale ruimtelijk-planologische ontwikkeling kan het risico voor de omgeving zoveel mogelijk worden geminimaliseerd. Honderd procent veiligheid is echter een utopie en dus blijft er altijd een zeker restrisico over. De omgeving van site Chemelot heeft het recht om te weten wat er in haar directe omgeving gebeurt. Daarnaast is transparantie daarover essentieel om het vertrouwen van de omgeving te krijgen en te behouden. Ook zorgt goede risicocommunicatie voor realistische wederzijdse verwachtingen tussen overheid en burgers en zijn goed geïnformeerde burgers beter in staat zelfredzaam op te treden in het geval van een majeur incident. In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat risicocommunicatie een wettelijke taak is van het bestuur van de veiligheidsregio’s.35 Desondanks ziet de TVC ook een belangrijke rol voor CSP weggelegd als vergunninghouder voor de primaire bron van het risico. Vanuit de best geïnformeerde positie waarin CSP zich bevindt, heeft zij in de optiek van de TVC een morele verplichting om open en transparant te communiceren met haar omgeving.

AANBEVELING aan Chemelot / CSP Zorgen voor proactieve risicocommunicatie (in afstemming met de risicocommunicatie door de overheid). Huidige activiteiten Chemelot en veiligheidsregio CSP, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en de omringende gemeenten hebben in de afgelopen jaren gezamenlijk al het nodige gedaan aan risico en crisiscommunicatie. Zo wordt een keer in de twee jaar de site open gesteld voor een open dag. Verder hebben CSP en de gemeente Sittard-Geleen bijvoorbeeld 5000 ‘meterkastflyers’ met instructies over hoe te handelen bij een luchtalarm verspreid onder omwonenden van Chemelot. Ook communiceert CSP via sociale media wanneer er afwijkingen in het proces zijn of worden verwacht, bijvoorbeeld wanneer er gefakkeld gaat worden of wanneer fabrieken pluimen uit kunnen stoten bij een storing of het opstarten van een fabriek. Tenslotte heeft in 2020 onder omwonenden van site Chemelot, in opdracht van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg en uitgevoerd door het RIVM, een belevingsonderzoek plaatsgevonden met de bedoeling hun informatiebehoefte op te halen. Instructie en vrijwilligheid bezoekers Binnen het chemisch kerndeel van site Chemelot (zone 0) is wettelijk een hoger overlijdensrisico geaccepteerd dan in het gangbare Nederlandse veiligheidsbeleid waarin in het algemeen een overlijdensrisico van maximaal 1 in de 100.000 jaar wordt geaccepteerd.

Een rechtvaardigingsgrond daarvoor is dat mensen die besluiten op een chemische plant te gaan werken er zelf weloverwogen voor kiezen om zichzelf bloot te stellen aan een groter risico. Daarbij krijgen ze beroepsmatig óók instructie hoe te handelen in het geval van een calamiteit. Voor bezoekers van de plant of de BCC geldt weliswaar dat zij hier vrijwillig naar toe gaan, maar is het minder vanzelfsprekend dat zij op de hoogte zijn van het verhoogde risico dat zij lopen. Bezoekers van de plant en BCC moeten zich er (meer) van bewust zijn dat zij zich in een verhoogd risicogebied 35 Artikel 46 lid 2 Wet veiligheidsregio’s: Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de bevolking informatie wordt verschaft over de rampen en de crises die de regio kunnen treffen, over de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming en bestrijding of beheersing hiervan en over de daarbij te volgen gedragslijn.

34

begeven en bevinden. Ook zullen zij niet vanzelfsprekend weten hoe te handelen in het geval van een calamiteit en moeten zij daartoe geïnstrueerd worden voor ze het terrein betreden. Als dat beide het geval is, is het volgens de TVC ook legitiem om hen aan een hoger risico bloot te stellen. De BCC voldoet al aan deze voorwaarden doordat eventbezoekers voorafgaand aan het event worden geïnstrueerd hoe te handelen in het geval van een calamiteit. Dit geldt ook voor bezoekers die andere reden op BCC dienen te zijn. Overigens constateert de TVC dat de huidige veiligheidsinstructie voor de BCC in de Engelse taal is geschreven. De TVC is van mening dat de instructie dient te passen bij de taalkennis van de doelgroep die toch echt breder reikt dan personen die de Engelse taal voldoende machtig zijn.

4.3.2 Aanvullende bouweis nieuwbouw in zone 2 De TVC stelt voor binnen het realistische aandachtsgebied toxisch ( zone 2) één extra eis te stellen aan nieuwe bebouwing. Die eis is het koppelen van mechanische ventilatie aan het alarm van site Chemelot zodat de ventilatie automatisch uitgeschakeld wordt op het moment dat de detectie op de site aangeeft dat dit noodzakelijk is (en dat is overigens ook het moment waarop ook de huidige WAS-palen afgaan c.q. een NL-alert uitgaat).36 De TVC verwacht dat deze maatregel proportioneel is t.o.v. het risico voor nieuwbouw waar deze voorziening met relatief weinig kosten kan worden gerealiseerd. AANBEVELING aan gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, gemeente Beek (ieder voor zover het de eigen jurisdictie betreft Vaststellen aanvullende bouweis voor nieuwbouw in zone 2 betreffende mechanische ventilatie gekoppeld aan de detectie op site Chemelot en deze borgen in het eigen ruimtelijkplanologisch beleid en instrumentarium. 4.3.3 Crisiscommunicatie De kans op een (groot) incident op site Chemelot is gelukkig klein, maar niet uitgesloten. Het is dus van belang dat de betrokken crisisorganisaties van Chemelot, de bedrijven en de overheden van voldoende kwaliteit, voldoende voorbereid en voldoende geoefend zijn. Van belang daarvoor is de wijze waarop de crisiscommunicatie is ingericht.

Daarbij sluit de TVC aan bij het recente onderzoek van het Instituut Fysieke Veiligheid (juni 2020) naar aanleiding van de crisiscommunicatie na een incident op site Chemelot in 2019. De hoofdbevinding is dat men nuchter en realistisch moet zijn over het effect van risicocommunicatie (mensen nemen van tevoren maar heel beperkt kennis van risico’s) maar vooraf vooral geïnvesteerd moet worden in crisiscommunicatie, zodat snel een handelingsperspectief meegegeven kan worden. Verder kunnen eisen worden gesteld aan het aantal keren dat in een jaar gezamenlijk geoefend wordt door de crisisorganisatie van site Chemelot (onder verantwoordelijkheid van CSP), de overheid en de samenleving. Daarbij stelt de TVC voor dat de bevolking betrokken wordt bij deze oefeningen door bijvoorbeeld een ontruimingsscenario voor een deel van de wijk te oefenen.37 AANBEVELING aan gemeente Sittard-Geleen, gemeente Stein, gemeente Beek - Bepleiten dat de aanbevelingen uit het onderzoek van het Instituut Fysiek Veiligheid van juni 2020 in de ontwikkeling van activiteiten aangaande risico- en crisiscommunicatie worden betrokken. 36-Dit is Bepleiten een op diverse vanlocaties de mogelijkheid in Nederlandtot al geïmplementeerde het oefenen vanmaatregel. crisissituaties met de bevolking in de 37 Een voorstel dat aansluit bij het rapport van de Evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s uit 2020.

ontwikkeling van activiteiten aangaande risico- en crisiscommunicatie. 35

Voorbeeld: oefening aardbeving in Groningen Het betrekken van burgers bij crisisoefeningen is in Nederland vrij ongewoon. In landen met ‘disaster prone areas’ zoals Japan of de Verenigde Staten waar aardbevingen of orkanen regelmatig voorkomen is dit veel gebruikelijker. In Nederland is in 2018 door de Veiligheidsregio Groningen samen met bewoners geoefend op een aardbevingsscenario. Op eenzelfde wijze zouden betrokken burgergroepen mee kunnen doen in een oefening rond site Chemelot. Wat wel een duidelijk verschil is tussen de situatie in Groningen en die op en rond Chemelot is dat er in Groningen maar één realistisch rampenscenario bestaat (aardbeving), terwijl de aard van een eventuele calamiteit op site Chemelot sterk kan verschillen en er derhalve ook een ander handelingsperspectief wordt gevraagd. Project LINKS CSP en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg participeren samen met de Universiteit van Amsterdam in het project LINKS van de Europese Commissie. Dit project heeft als doel een sterkere verbinding tussen technologie en samenleving tot stand te brengen om op die manier een grotere maatschappelijke veerkracht tijdens een incident of ramp te bewerkstelligen. Sociale media wordt daarin benut als middel om informatie over de ramp of incident te delen met de maatschappij, maar ook om informatie uit de maatschappij op te halen die benut kan worden bij de crisisbestrijding.

Het project bevindt zich nog in de beginfase.

Verantwoordelijkheidsverdeling Ook aan bovenstaande strategie koppelt de TVC diverse aanbevelingen waar een groot aantal actoren in adviserende, uitvoerende, controlerende dan wel vanuit wettelijke / politieke verantwoordelijkheid bij betrokken is. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is in onderstaande matrix weergegeven. Daarbij is: • taakverantwoordelijk, de actor die de taak feitelijk uitvoert. Wanneer meerdere organisaties bij de uitvoering betrokken zijn kan hier dus meer dan één actor worden genoemd. • eindverantwoordelijk, de actor die juridisch verantwoordelijk is en daarmee ook de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft. • adviserend, de actoren die technisch-inhoudelijk advies geven, bijvoorbeeld in het proces van vergunningverlening • controlerend, de actor die toeziet op een correcte uitvoering van de maatregel. Aanbeveling

4.3.1 Zorgen voor proactieve risicocommunicatie (in afstemming met risicocommunicatie overheid) 4.3.2 Vaststellen aanvullende bouweis voor nieuwbouw in zone 2 betreffende mechanische ventilatie gekoppeld aan de detectie op site Chemelot en deze borgen in het eigen ruimtelijk-planologisch beleid en instrumentarium.

Taakverantwoordelijk

Eindverantwoordelijk

Advies

Controlerend & rapporteren

CSP

VRZL

Situatie afhankelijk

AB GR VRZL

Gemeenten

Gemeenten

Situatie afhankelijk

Gemeenten

36

4.3.3 In ontwikkeling activiteiten risico- en crisiscommunicatie - betrekken aanbevelingen uit onderzoek IFV (juni 2020) - mogelijkheden tot oefenen crisissituaties met bevolking bezien

VRZL

VRZL Gemeenten

37

Situatie afhankelijk

AB GR VRZL

Hoofdstuk 5

De Brightlands Chemelot Campus

Op site Chemelot is een vestiging van de Brightlands Campus aanwezig (BCC).38 De aandeelhouders van deze Brightlands Chemelot Campus zijn de Provincie Limburg, de Universiteit Maastricht en DSM.39 Op de campus is een groot aantal research and development bedrijven gevestigd. Daarnaast wordt op de campus onderwezen aan MBO-, HBO- en WOstudenten en worden congres- en vergaderfaciliteiten verhuurd.40 De campus bestaat hierdoor feitelijk uit twee delen. Het ene deel omvat vooral opschaalfaciliteiten zoals pilotplants en demonstrators met bijbehorende kantoorvoorzieningen, het ‘chemisch deel’. Dit deel is gelokaliseerd dicht tegen het industrial park in de zone met de hoogste risico’s. Het andere deel omvat de laboratoria, cleanrooms, kantoren, instructie- en collegeruimten en vergader- en congresfaciliteiten, het ‘publieksdeel’. Dit deel is verder weg van het industrial park gepositioneerd. Een deel van het publieksdeel valt binnen de zone 0, d.w.z. de PR 10-6 risicocontour. 5.1 Visie TVC op de Brightlands Chemelot Campus De TVC merkt op dat de campus in zijn geheel onder één campusvergunning, als onderdeel van de koepelvergunning van site Chemelot valt, terwijl de aard van de activiteiten wat betreft alles dat in het ‘publieksdeel’ van de campus gebeurt wezenlijk anders is dan de chemisch-industriële activiteiten op site Chemelot.

De koepelvergunning regelt een verscheidenheid aan eisen die aan site Chemelot worden gesteld. De TVC kijkt in dit hoofdstuk uitsluitend naar het externe veiligheidsaspect ervan en om dat te benadrukken spreekt de TVC over de ev-koepelvergunning. Juridisch precies: BCC ligt binnen de veiligheidscontour van site Chemelot De TVC spreekt over de ‘ev-koepelvergunning’ maar juridisch meer precies gaat het om het besluit van de Provincie als bevoegd gezag, als opgenomen in de omgevingsvergunning van Chemelot Site Permit, om de gehele site Chemelot te beschouwen als één inrichting. Gevolg hiervan is dat er geen eisen worden gesteld aan de ligging van de PR 10-6 contouren binnen site Chemelot ten opzichte van de verschillende bedrijven op de site. Hiermee krijgt de formele vergunninghouder CSP een integrale verantwoordelijkheid voor het voldoen aan alle BRZO-eisen door alle bedrijven die op site Chemelot staan. Een meer gebruikelijke lichtere vorm is een aanwijzing door het bevoegd gezag van een veiligheidscontour ex artikel 14 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Binnen een veiligheidscontour worden er geen eisen gesteld aan de (berekening van de) ligging van de PR 10-6 contour die dus over meerdere bedrijven en (kwetsbare) objecten kan liggen.

Een wettelijke eis is wel dat de kwetsbare objecten binnen een veiligheidscontour een functionele binding met de inrichting hebben. In dit geval is de inrichting formeel Chemelot Site Permit.

38 Andere Brigthlands campussen zijn gevestigd in Heerlen, Venlo en Maastricht. 39 De provincie Limburg heeft hier dus een dubbele rol, namelijk die van mede-eigenaar en van bevoegd gezag.

40

Overigens uitsluitend te huren door vaste campus bewoners en te gebruiken voor congressen die inhoudelijk gerelateerd zijn aan activiteiten op de campus of de site.

38

Doordat de site Chemelot als een inrichting wordt beschouwd met één overkoepelende omgevingsvergunning gelden ook andere normen (terecht) niet tussen de bedrijven op site Chemelot maar ‘slechts’ naar de omgeving. Denk hierbij aan geluids- en stikstofnormen. Als de TVC in het navolgende spreekt over haar advies om het publieksdeel van BCC uit de evkoepelvergunning te halen, doelt zij dus op het verkrijgen van een eigen vergunning door het publieksdeel onder de algemene koepelvergunning, maar met de expliciete eis dat het publieksdeel niet in zone 0 oftewel buiten de PR 10-6 ligt. In de landelijk gebruikelijk termen zou het gaan om het verkleinen van de veiligheidscontour ex art. 14 Bevi zodat deze contour niet meer het publieksdeel van BCC omvat.

Doordat de campus in zijn geheel onder de koepelvergunning valt zijn er vanuit extern veiligheidsperspectief wettelijk nauwelijks beperkingen aan de aard van de activiteiten die uitgevoerd mogen worden op de campus. Voor de ultieme helderheid: wanneer de BCC niet onder de koepelvergunning zou vallen zouden de huidige activiteiten niet zomaar plaats kunnen vinden zonder nadere toetsing en bestuurlijke afweging en de door de TVC hierna voorgestelde wijziging van het BEVI. De TVC is daarom van mening dat de huidige situatie vanuit het oogpunt van (externe) veiligheid niet past bij een bovenwettelijk ambitie op veiligheidsgebied en, hoewel conform de letter van de wet, niet aansluit bij de geest van de wetgeving. Vanuit voorgaande overwegingen vindt de TVC dat het huidige terrein van de campus in twee delen moet worden ‘geknipt’: • Het eerste deel is het ‘chemisch deel’ waar de pilotplants en demonstrators staan; • Het tweede deel is het ‘publieksdeel’ dat principieel geen onderdeel uitmaakt van het chemisch kerndeel van site Chemelot.41 Voor de helderheid, met ‘opknippen’ wil de TVC geen barrière introduceren voor de inhoudelijke verwevenheid tussen beide delen. Het ‘opknippen’ gaat over de verschillende eisen die aan functies en bescherming van gebouwen worden gesteld. Dit is te beschouwen als een virtuele splitsing.

Van een fysiek hekwerk tussen beide delen is wat de TVC betreft dan ook geen sprake. Voor het ‘chemisch deel’ van de campus beveelt de TVC aan dezelfde uitgangspunten te gebruiken als voor zone 0 op site Chemelot. De activiteiten op het chemisch deel dienen dus een functionele binding te hebben met de activiteiten die Chemelot in haar meerjaren(transitie)strategie heeft benoemd richting meer duurzame (bio)chemische producten. Verwezen wordt verder naar de voorgaande hoofdstukken waarin onder andere gesteld wordt dat niet essentieel personeel daar idealiter niet gehuisvest wordt. Voor het ‘publieksdeel’ beveelt de TVC aan de eerder beschreven uitgangspunten voor het toestaan van (publieks)activiteiten in zone 2 en de daaraan te verbinden vergunningsvoorwaarden te hanteren.42 Dat wil zeggen dat activiteiten op het publieksdeel voldoende bescherming bieden tegen een vrijkomende gifwolk door de aanwezigheid van een redelijk gasdichte ruimte waar de aanwezigen direct gealarmeerd gedurende twee uur veilig zijn. Vanuit het perspectief van externe veiligheid wordt het ‘publieksdeel’ daarmee onderdeel van de ‘buitenwereld’. 41 NB de binnen dit ‘publieksdeel’ aanwezige laboratoria kennen een intern gericht veiligheidsrisico. 42 Merk op dat zone 1, het realistische brand- en explosieaandachtsgebied, niet over het publieksdeel van BCC ligt.

39

Omdat binnen het ‘publieksdeel’ uitsluitend activiteiten plaatsvinden die geen binding hebben met de feitelijke risicovolle chemische productieprocessen (zoals zone 0 beoogd) is de TVC van mening dat het namelijk niet passend is dat deze activiteiten onder de (chemie)koepelvergunning van CSP vallen. Daarbij komt dat, zoals al gesteld, de PR 10-6 risicocontour voor een deel over het ‘publieksdeel’ van de campus valt, zodat de huidige situatie vanuit (extern) veiligheidsperspectief bezien niet past bij de geest van de wet, hoewel deze niet in strijd is met de letter van de wet. Dit alles maakt dat de TVC van mening is dat deze historisch gegroeide ‘weeffout’ voor het ‘publieksdeel’ hersteld dient te worden en daarmee wordt geborgd dat er in de toekomst geen, aan (externe) veiligheid gerelateerde, ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden. AANBEVELING aan provincie Limburg Bevorderen van de ontkoppeling van het ‘publieksdeel’ van de Brightlands Chemelot Campus van de koepelvergunning van Chemelot en dit onder een eigen vergunningregime brengen. In de intensieve gesprekken tussen TVC en diverse actoren is regelmatig opgemerkt: “Een nieuwe vergunning voor BCC gaat toch niet meer veiligheid opleveren? Dus waarom al die moeite?” De TVC onderkent natuurlijk dat voor elke vorm van vergunningverlening geldt dat deze sec niet meer veiligheid hoeft op te leveren.

De TVC gaat echter uit van de algemeen aanvaarde visie dat een vergunning het publiekelijk vastleggen is van afspraken tussen een activiteiteninitiator en de overheid en daarmee bijdraagt aan borging, transparantie en het afleggen van verantwoording. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de overheid geen formele eisen mag stellen aan de cruciale bescherming van aanwezigen bij nieuwe activiteiten op de campus maar afhankelijk is van de goede wil (die er nu zeker is) van commerciële partijen en/of de bereidheid bij BCC om het eigen afwegingskader dienaangaande strak en consequent toe te passen. 5.2 Gevolg van een eigen vergunning voor het publieksdeel van de campus Zodra het ‘publieksdeel’ van de campus uit de ev-koepelvergunning is gehaald kan bekeken worden welk deel van de campus binnen welke zone (i.c. 0, 1 of 2) ligt. Tentatief kan daarover het volgende worden gezegd: • Het terrein van het ‘publieksdeel’ van de campus lijkt zich voor een deel binnen de PR 10-6 risicocontour te bevinden die in het algemeen zowel op het brand-, explosie- als toxische gevaar ziet. Meer precies kijkend, lijkt het erop dat dit deel van de campus feitelijk alleen binnen de PR 10-6 risicocontour voor toxisch gevaar ligt waarbij wordt uitgegaan van onbeschermde blootstelling gedurende een half uur van een individu die buiten staat.

Het vergt een aanpassing van het Bevi om toe te staan dat een kwetsbaar object binnen de PR 106 is gelegen als het toxisch risico het maatgevende risico is en er voldoende beschermingsmaatregelen zijn genomen. Het aanwezig zijn van redelijk gasdichte ruimten met voldoende luchtcapaciteit en een aan het sirene alarm gekoppelde afsluiting van de ventilatie geeft voldoende bescherming. Het ‘Centercourt’ beschikt over dergelijke redelijk gasdichte ruimten. Met andere woorden: bij een toxische gasontsnapping zijn 40

• •

(geïnstrueerde) studenten redelijkerwijs veilig en hoeft er dus geen beperking op hun aanwezigheid te zijn; Uit het voorgaande volgt tevens dat het ‘publieksdeel’ van de campus niet binnen zone 1 (die immers bepaald wordt door brand- en explosierisico) lijkt te liggen; Het ‘publieksdeel’ van de campus dat buiten de PR 10-6 risicocontour ligt, bevindt zich in zone 2 waar de TVC geen bovenwettelijke gebruiksbeperkingen voorstelt maar wel een automatische afschakeling van de ventilatie gekoppeld aan het sirenealarm van Chemelot. Deze is in de gebouwen op de campus, zoals hierboven al vermeld, al aanwezig. Dit geldt ook voor de locaties ten noorden van de huidige campus waar mogelijke nieuwe campusactiviteiten worden gepland.

Waar het gaat om voldoende veiligheidsmaatregelen ziet de TVC nog een aandachtpunt dat in de nieuwe vergunning geregeld moet worden. Op de campus zijn redelijk gasdichte ruimtes waar bezoekers van de campus in geval van een toxisch scenario naar toe kunnen vluchten. De strategie is dat mensen hier veilig zijn tot het toxische scenario beheerst is en door metingen op de campus kan worden zeker gesteld dat mensen weer veilig naar buiten kunnen. Oudere redelijk gasdichte ruimtes zijn echter niet volledig gasdicht en dit betekent dat mensen hier maar enkele uren kunnen verblijven. In het geval van de moderne publieksgebouwen op de campus is onderzocht dat de beperking niet zit in de gasdichtheid maar de hoeveelheid ‘verse’ lucht die in de gebouwen zit. Na twee uur is dan de grens van een regulier acceptabele luchtkwaliteit bereikt.43 Wanneer langer dan twee uur sprake is van blootstelling aan giftige gassen zullen mensen door de brandweer uit deze ruimte gehaald moeten worden. De repressieve slagkracht van de Veiligheidsregio is, gezien de hoeveelheid mensen die zich tegelijkertijd op de campus kan bevinden, er vanzelfsprekend niet op berekend bij een incidenten waarbij sprake is van blootstelling langer dan twee uur alle aanwezigen uit deze ruimtes te redden.

De TVC is dan ook van opvatting dat voor het verstrekken van een eigen vergunning het voorwaardelijk is dat de bedrijfsbrandweer er blijvend op ingericht wordt om ieder gifwolkscenario dat BCC kan bedreigen binnen twee uur meester te zijn.44 Een blijvende formele relatie tussen de (vergunning voor de) BCC en de (prestaties van de) bedrijfsbrandweer is daarmee gewenst. Zonder een dergelijke formele relatie zou de veiligheidsregio ‘opeens’ de verantwoordelijkheid dragen voor de buiten de ev-koepelvergunning geplaatste BCC. AANBEVELING aan de provincie Limburg en de gemeente Sittard-Geleen Zorgen voor een adequate borging van de aanwezigheid en/of realisatie van redelijk gasdichte ruimtes in de eigen vergunning voor het ‘publieksdeel’ van de Brightlands Chemelot Campus.

AANBEVELING aan Chemelot / CSP Inrichten van de repressieve slagkracht van de bedrijfsbrandweer op het binnen twee uren beheersen van toxische scenario’s.

43 Er is daarmee nog een marge voor ultieme noodgevallen. 44 Overigens gelet op het feit dat er een (beperkte) categorie incidenten is die niet binnen twee uren onder controle is te brengen, zijn de genoemde twee uren niet ‘in beton gegoten’. Het moet worden gelezen als een nadrukkelijk streven (meer dan een inspanningsverplichting echter geen resultaatsverplichting).

41

Echter … Op dit moment is voor het verkrijgen van een eigen ev-vergunning voor het ‘publieksdeel’ van de campus evenwel nog sprake van een obstakel op Rijksniveau. Landelijke wetgeving verbiedt dat een vergunning verstrekt wordt voor kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 risicocontour. Er wordt daarbij niet gedifferentieerd of het risico veroorzaakt wordt door een toxisch of een brand- of explosiescenario. Aangezien het toxisch scenario zoals reeds gesteld relatief eenvoudig te beheersen is, is een eigenstandige vergunning voor het ‘publieksdeel’ van de campus in de opvatting van de TVC te rechtvaardigen. Een en ander betekent echter dat de aanbeveling om het ‘publieksdeel’ van de campus uit de koepelvergunning te halen, pas geëffectueerd kan worden wanneer de landelijke wetgeving op voornoemd punt is aangepast. 45 Bevi geeft minister ruimte voor voorstel TVC In het Bevi is in artikel 4 lid 6 en 5 lid 4 opgenomen dat ‘bij regeling van de minister […] categorieën van gevallen kunnen worden aangewezen waarvoor het plaatsgebonden risico [anders] mag worden berekend, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag aan die grenswaarde of aan die richtwaarde wordt voldaan door het in acht nemen […] van een kleinere afstand […].

Het bevoegd gezag betrekt bij zijn oordeel als bedoeld in de eerste zin de aard van de gevaarlijke stoffen die in de inrichting die het plaatsgebonden risico veroorzaakt, toegestaan zijn en de toegepaste maatregelen ter beperking van dat risico.’ Momenteel heeft de minister een dergelijke toestemming gegeven voor LPG-stations en propaanopslagen. De maatregelen die d BCC heeft genomen tegen het risico van toxische scenario’s geven in de opinie van de TVC een rechtvaardiging om een kleinere contour voor dat risico voor het BCC te rekenen.

5.3 Advies TVC in relatie tot aanbevelingen Onderzoeksraad voor Veiligheid De meerwaarde van het vestigen van de campus op site Chemelot zit in het samenbrengen van industrie, onderzoek en onderwijs waardoor innovatie tot stand kan worden gebracht. De OvV doet in haar rapport Chemie in samenwerking daarom een aanbeveling aan de aandeelhouders van de campus om een afwegingsproces vast te stellen om te bepalen welke activiteiten wel en welke niet uitgevoerd kunnen worden op de campus. Aanbeveling OvV relevant voor BCC (1) ‘Implementeer een expliciet en navolgbaar proces voor de afweging tussen het belang van uitbreiding of aanpassing van niet-industriële activiteiten op Chemelot (met name op de Chemelot Campus) en de veiligheidsrisico’s voor de mensen die er aanwezig zijn. Zorg er hierbij ook voor dat de synergie met de activiteiten op het Industrial Park wordt versterkt zodat de gekozen locatie van de Campus op het industriecomplex functioneel is en vanuit veiligheidsperspectief verantwoord kan worden’. Chemie in samenwerking, p. 12

Aan Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg doet de OvV de aanbeveling om in de op te stellen veiligheidsvisie ook aandacht te hebben voor beperking van het aantal mensen op o.a. de campus.

45 Het betreft hier een wijziging van een ministeriele regeling. Zolang deze wijziging niet is doorgevoerd zijn de effecten van splitsing disproportioneel. Merk echter op dat de noodzaak tot het bereiken van de splitsing groot is gezien de aankomende Omgevingswet.

42

Aanbeveling OvV relevant voor BCC (2) ‘Streef er hierbij naar om de aanwezigheid van mensen zoveel mogelijk te beperken en maak de verdere ontwikkeling van Chemelot afhankelijk van de mate waarin aan de verhoogde veiligheidsambities inhoud wordt gegeven’. Chemie in samenwerking, p. 12

De TVC heeft eerder aangegeven dat zij voor nieuwe activiteiten op het chemische kernterrein van site Chemelot (zone 0) vindt dat ook gestreefd moet worden naar vermindering van niet noodzakelijk personeel. Daarnaast heeft de TVC aangegeven dat in zone 1 en zone 2 de continue verbetering van de integrale veiligheid centraal moet staan. Dat is echter nadrukkelijk niet hetzelfde als streven naar zo weinig mogelijk aanwezigen. De TVC is kiest daarmee een net wat andere lijn van redeneren dan de OvV. In haar aanbeveling heeft de OvV geredeneerd vanuit het gegeven dat BCC in haar geheel onderdeel uitmaakt van de koepelvergunning. . Daarom leidt de redenering van de OvV voor de BCC tot dezelfde wens tot beperking van het aantal aanwezigen als de OvV (en overigens ook de TVC) elders binnen (zone 0 van de) Chemelot site voorstaan. De TVC heeft een verdiepingsslag gemaakt door BCC te onderscheiden in een ‘chemisch deel’ en een ‘publieksdeel’ en voor de volledige site Chemelot realistische aandachtgebieden te laten berekenen. Daaruit kan worden geconcludeerd dat het ‘publieksdeel’ van BCC buiten de PR 10-6 risicocontour ligt. Daardoor kan er betreffende de aanwezigheid van mensen een andere afweging worden gemaakt en leidt de keuze van de TVC tot de redenatie dat de aanwezigen in zone 2 (zonder beperking op hun aantal) met voldoende garantie veilig moeten zijn.

Eigen afwegingskader BCC na OvV-rapport BCC heeft zelf in opvolging van het OvV-rapport ‘Chemie in samenwerking’ een afwegingsproces opgesteld aan de hand waarvan voor nieuwe activiteiten wordt bepaald of deze op de campus kunnen worden gestaan. Initiatieven worden hierin getoetst aan een tiental criteria:46 1. Toets nieuwe activiteit aan de BCC-ontwikkelstrategie. 2. Toets nieuwe activiteit aan de BCC-omgevingsvergunning. 3. Toets nieuwe activiteit aan Bestemmingsplan Chemelot. 4. Toets nieuwe activiteit aan het BCC-masterplan. 5. Locatiekeuze nieuwe activiteit t.o.v. risicobronnen. 6. Ontwerpvereisten huisvesting nieuwe activiteit t.o.v. risicobronnen. 7. Onderlinge afstanden van activiteiten i.v.m. voorkomen domino-effecten bij brand of explosie. 8. Noodzakelijke alarm- en waarschuwingsvoorzieningen & check aan Bouwbesluit. 9. Check aan wettelijke vereisten voor opslag chemicaliën. 10. Beoordeling in MoC-cie voor het doorlopen toetsingsprocedure van de nieuwe ontwikkeling. Deze eisen die de BCC zichzelf oplegt lijken deels al bovenwettelijk aangezien vanuit de koepelvergunning die op de campus rust maar weinig beperkingen gesteld (kunnen) worden aan de campus. De TVC heeft echter geen concretere uitwerking van de criteria gezien zodat onzeker blijft wat de toetsing precies inhoudt.

46 Toelichting op het proces voor de afweging tussen het belang van uitbreiding of aanpassing van activiteiten op de

Brightlands Chemelot Campus en de veiligheidsrisico’s voor de mensen die er aanwezig zijn.

43

5.4

Aanwezigheid studenten en evenementen in de huidige situatie op de BCC

Eén van de uitgangspunten van de TVC is dat haar aanbevelingen niet met terugwerkende kracht gelden. Bestaande activiteiten kunnen dus uitgevoerd blijven worden. In paragraaf 5.3 is vastgesteld dat, na invulling van de aanbevelingen van de TVC er in het ‘publieksdeel’ feitelijk sprake is van een zone 2 situatie en er daarmee voldoende garantie is voor de veiligheid van aanwezigen. Dit geldt ook voor studenten en bezoekers van symposia en evenementen. In het ‘chemisch deel’ gelden de restricties als op het Chemelot Industrie Park. Daar zouden dus geen onderwijs en symposia / evenementen moeten plaatsvinden.47 Tot het moment dat de aanbevelingen zijn opgevolgd/ingevoerd adviseert de TVC voor studenten en events de volgende restricties.

Studenten op de BCC tot het moment dat de TVC aanbevelingen zijn opgevolgd/ingevoerd Wat betreft het toevoegen van nieuwe studieactiviteiten en daarmee het trekken van meer studenten naar de campus, is de TVC van mening dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan totdat haar aanbevelingen zijn gerealiseerd.48 Aangezien het terrein van de campus momenteel binnen de koepelvergunning valt en er daarmee geen eisen gesteld (kunnen) worden voor het deel van de campus dat zich binnen de PR 10-6 risicocontour bevindt, is de TVC van mening dat alle nieuwe studieactiviteiten die ook op een andere locatie gegeven kunnen worden niet op dat deel van de BCC zouden moeten plaatsvinden. Dit betekent dus dat nieuwe vormen van praktijkonderwijs waarbij gebruik dient te worden gemaakt van de laboratoria of de installaties (functionele binding) op de BCC kunnen plaatsvinden. Nieuwe onderwijsactiviteiten waarbij een dergelijke functionele en / of technische relatie er niet is, dienen in de opvatting van de TVC in zone 2 (en dan goed beschermd tegen het toxische gevaar) of daarbuiten plaats te vinden. AANBEVELING aan Chemelot / CSP Opstellen van een afwegingskader voor het toestaan van nieuwe studieactiviteiten op de Brightlands Chemelot Campus en toepassen zolang het ‘publieksdeel’ van de Brightlands Chemelot Campus onder de koepelvergunning van Chemelot valt.

Evenementen op de BCC tot het moment dat de TVC aanbevelingen zijn opgevolgd/ingevoerd Op de campus zijn faciliteiten aanwezig voor het organiseren van congressen en evenementen. Wanneer een organisator op de campus een evenement wil organiseren wordt het onderwerp en het programma van het evenement getoetst aan een afzonderlijk afwegingskader. Er vinden echter toch ook evenementen plaats waarbij vraagtekens kunnen worden gezet of deze thuis horen op de campuslocatie. Dit roept de vraag op of het afwegingskader wel concreet genoeg is alsook of het kritisch genoeg toegepast wordt. Naar het oordeel van de TVC verdient het afwegingskader dan ook een verdere concretisering alsmede een meer robuuste toetsing. AANBEVELING aan Chemelot / CSP Zorgen voor een nadere concretisering en kritische toepassing van het afwegingskader voor 47 het toestaan van events wel op de Chemelot Campus het ‘publieksdeel’ van de Uiteraard kunnen studenten eenBrightlands eventuele stage bij een bedrijf in dezezolang zone vervullen. 48 Idealiter zouden deze bovenwettelijke eisen in de aanstaande revisievergunning van de campus worden Brightlands Chemelot Campus onder de koepelvergunning van Chemelot valt.

meegenomen hoewel de wettelijke basis om ze te vereisen dus ontbreekt.

44

Verantwoordelijkheidsverdeling Ook voor de BCC doet de TVC diverse aanbevelingen waar een groot aantal actoren in adviserende, uitvoerende, controlerende dan wel vanuit wettelijke / politieke verantwoordelijkheid bij betrokken is. Deze verantwoordelijkheidsverdeling is in onderstaande matrix weergegeven. In de matrix gaat het nadrukkelijk om het publieksdeel van de huidige campus. Daarbij is: • taakverantwoordelijk, de actor die de taak feitelijk uitvoert. Wanneer meerdere organisaties bij de uitvoering betrokken zijn kan hier dus meer dan één actor worden genoemd. • eindverantwoordelijk, de actor die juridisch verantwoordelijk is en daarmee ook de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid heeft. • adviserend, de actoren die technisch-inhoudelijk advies geven, bijvoorbeeld in het proces van vergunningverlening • controlerend, de actor die toeziet op een correcte uitvoering van de maatregel. Aanbeveling

5.1 Ontkoppelen ‘publieksdeel’ Brightlands Chemelot Campus van koepelvergunning Chemelot en dit onder eigen vergunningregime brengen 5.2 In vergunning voor ‘publieksdeel’ Brightlands Chemelot Campus borgen van aanwezigheid van redelijke gasdichte ruimtes 5.2 Inrichten repressieve slagkracht bedrijfsbrandweer op beheersen toxische scenario’s binnen twee uur 5.4 Opstellen afwegingskader toestaan nieuwe studieactiviteiten op Brightlands Chemelot Campus 5.4 Nadere concretisering en kritische toepassing afwegingskader voor toestaan events op Brightlands Chemelot Campus

Taakverantwoordelijk

EindverantWoordelijk

Advies

Controleren & rapporteren

RUD ZL

Provincie

CSP, BBC

RUD ZL

RUD ZL

Provincie Gemeente Sittard-Geleen

Situatie afhankelijk

RUD ZL

Bedrijfsbrandweer Chemelot

CSP

VRZL

VRZL

BCC

CSP

RUD ZL VRZL

CSP RUD ZL

BCC

CSP

RUD ZL VRZL

CSP RUD ZL

45

Bijlagen

46

Bijlage 1

Realistische aandachtgebieden (rapportage AVIV)

De rapportage van AVIV (incl. de daarbij behorende bijlage) is als afzonderlijk document bijgevoegd.

47

Bijlage 2

Bepalen integraal veiligheidsniveau

Inleiding Het centrale uitgangspunt van de TVC is dat op termijn het integrale veiligheidsniveau in Nederland als gevolg van ontwikkelingen op en rond site Chemelot meerjarig moet stijgen. In de optiek van de TVC moeten veiligheidseffecten integraal afgewogen worden. Dit betekent dus dat bij nieuwe ontwikkelingen het integrale veiligheidsniveau niet mag dalen en het liefst zelf stijgt. Met nieuwe ontwikkelingen doelen we op toevoegen van een nieuw object, het uitvoeren van een nieuwe activiteit op site Chemelot of in de directe omgeving, of het wijzigen van activiteiten of processen van de al bestaande installaties. De integrale veiligheid van site Chemelot is, zoals eerder gesteld, het geheel aan onveiligheid dat samenhangt met de activiteiten op de site. Dit is daarmee nadrukkelijk meer dan alleen de externe veiligheid maar omvat ook de gezondheidseffecten van bijvoorbeeld geluid, verkeersbewegingen en werkgelegenheid. In deze technische bijlage gaan we in op de wijze waarop kan worden bepaald of het integraal veiligheidsniveau toe- of afneemt. We onderscheiden twee gebieden waarop het integraal veiligheidsniveau op verschillende wijze gemeten moet worden, namelijk op (het chemisch kerndeel van) site Chemelot en in de omgeving (zone 1, 2 en verder). In essentie komt de toepassing op het volgende neer. 1.

bepaal voor elk van de relevante factoren (externe veiligheid, verkeersveiligheid, etc) de kwalitatieve veranderingen die door een nieuwe activiteit plaatsvindt; 2. reken uit wat die veranderingen in DALY’s per jaar betekenen voor elk van de relevante factoren waarvoor dit kan en tel de uitkomsten op; 3. indien de som positief is, neemt de integrale veiligheid toe; 4. is de som negatief, dan dienen extra compenserende veiligheidsmaatregelen te worden genomen (totdat de uitkomst positief is). Primair is het overigens de initiatienemer die de vertaling van het initiatief in termen van integrale veiligheid maakt. In de toetsende-afwegende-besluitvormende zin is het bevoegd gezag aan zet, daarbij gebruikmakend van de (integrale) expertise van haar adviseurs. Opgemerkt dient te worden dat voor sommige overlastfactoren (bijvoorbeeld geurhinder, CO²uitstoot) geen directe omrekeningswijze naar DALY’s bestaan. In dat geval dient een bestuurlijk waardering te worden gemaakt.49

49 Of een omgekeerde ingewikkelde berekeningswijze te worden gevolgd: bepaal de waarde die de samenleving aan

vermindering van bijvoorbeeld geuroverlast of CO²-uitstoot toekent in een zogenaamd ‘willingness to pay’ experiment en reken die waarde terug met behulp van de norm van €40.000 per DALY naar virtueel gewonnen DALY’s.

48

Overigens hoeft de compenserende maatregel niet direct verbonden te zijn met de nieuwe activiteit. Zo kan een investering in meer verkeersveiligheid van de algemene vervoerstromen van/naar Chemelot een serieuze integrale veiligheidswinst opleveren. Hoe ruim (qua geografische ‘actieradius’) daarbij gekeken wordt is een aspect dat in een bestuurlijke afweging dient te worden beantwoord. Integrale veiligheid op het chemisch kerndeel van site Chemelot De verantwoordelijkheid voor het monitoren en handhaven van het integrale veiligheidsniveau op het chemisch kerndeel van site Chemelot ligt primair bij CSP. De maatstaf voor het meten van het veiligheidsniveau op de site waaraan CSP nu denkt is de CEFIC safety performance benchmark. Dit is tevens de benchmark waar CSP de ambitie om in 2025 de veiligste site van Europa te zijn aan af wil meten. De TVC heeft op dit moment nog onvoldoende inzicht in de CEFIC safety performance benchmark om te beoordelen of deze integraal genoeg kijkt. Integrale veiligheid in de omgeving van Chemelot De overheid is (met o.a. vergunningverlening als instrument) verantwoordelijk voor het bepalen of de integrale veiligheid in de omgeving van Chemelot toe- of afneemt. De TVC beschouwt de omgeving van Chemelot breder dan alleen de convenantgemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek maar kijkt naar heel Nederland.

50 Met dit ruimere geografische en tijdsdomein ontstaat een terecht grotere flexibiliteit waardoor er meer mogelijkheden zijn risicoruimte te creëren. Dit maakt het mogelijk economische groei en een verhoogd integraal veiligheidsniveau verenigen. De TVC erkent echter dat het bestuur van de provincie Limburg en de besturen van de convenantgemeenten primair de lokale belangen behartigen en daarom mogelijk geneigd zullen zijn de veiligheidseffecten alleen binnen de grenzen van de convenantgemeenten mee te nemen. Bestuurlijk kan hier voor gekozen worden, maar dit zal wel ten koste gaan van de flexibiliteit die de multidimensionale integrale toets biedt. Zoals al gesteld kan een verhoging van de integrale veiligheid op termijn betekenen dat tijdelijk een verlaging ervan kan worden toegestaan wanneer zeker is dat het veiligheidsniveau op termijn zal toenemen. Het concept van risicoruimte De eis die de TVC in dit kader stelt dat het veiligheidsniveau op termijn altijd omhoog moet gaan betekent dat wanneer een nieuwe risicobron wordt toegevoegd dit extra risico ergens anders gecompenseerd moet worden. Zo kan voor de omgeving van site Chemelot het veiligheidsniveau bijvoorbeeld iets dalen door een afvalverwerkingsinstallatie in de nabijheid van Chemelot te openen. Wanneer dit echter leidt tot minder transportbewegingen kan per saldo het veiligheidsniveau toenemen.

Door het aantal transportbewegingen in te perken is ‘risicoruimte’ gecreëerd die deels opgevuld wordt door het extra ev-risico dat de installatie met zich meebrengt. De totale integrale veiligheid voor de omgevings neemt daarmee toe. 50 De TVC is zich er van bewust dat door de ligging van Chemelot op het ‘smalste stukje Nederland’ ontwikkelingen op Chemelot ook een invloed kunnen hebben op Duitsland en België. Voor de uitvoerbaarheid van het kader stelt de TVC echter dat gehandeld moet worden vanuit het belang van de provincie Limburg.

49

De TVC vraagt daarom aan overheden en de uitvoeringsorganisaties bij het verstrekken van vergunningen om met een integrale blik te kijken. Dit betekent dus dat niet alleen gekeken wordt naar het effect op externe veiligheid dat de vergunde activiteit met zich meebrengt, maar dat het effect op alle veiligheidsgebieden meegewogen wordt. Voor het bepalen of de integrale veiligheid toe- of afneemt moet (tenminste) gekeken worden naar het effect op de volgende terreinen omdat deze de grootste impact hebben op de gezondheidssituatie van bewoners in de omgeving. De gemeenschappelijke maat waar volgens de TVC de gezondheidswinst van een voorgenomen besluit het beste in uitgedrukt kan worden is de Disability Ajusted Life Year (DALY).51 De wet van de remmende voorsprong Grote industriële rampen zijn in Nederland gelukkig erg zeldzaam. Dit neemt echter niet weg dat het potentiële effect van een ramp in de (proces)industrie, wanneer deze plaatsvindt, desastreus kan zijn. Ook twintig jaar na dato staan de beelden van de vuurwerkramp in Enschede bijvoorbeeld veel Nederlanders nog helder voor de geest.

Dit potentieel maakt dat we altijd moeten streven naar het vergroten van het veiligheidsniveau, maar zoals onderstaand (sterk versimpelde) rekenvoorbeeld laat zien dat het huidige hoge veiligheidsniveau van de Nederlandse industrie dat de veiligheidswinst uitgedrukt in DALY’S altijd beperkt zal zijn. •

•

•

•

•

•

Binnen de PR 10-6 contour staan geen woningen, dat is wettelijk ook niet toegestaan. Mensen wonen aan de veilige kant van de PR 10-6 contour. De 10-7 contour is de eerst volgende externe veiligheidsrisicocontour aan de veilige kant. Binnen de PR 10-7 contour is wel sprake van permanent bewoonde bebouwing en deze ligt deels over de gemeenten rondom Chemelot. We nemen aan dat zich binnen deze contour gedurende het hele jaar permanent ongeveer 1000 personen bevinden. Wanneer iemand zich een heel jaar binnen deze contour bevindt heeft hij een kans van 10-7 om te overlijden als gevolg van een extern veiligheidsincident op Chemelot. Dit wordt wettelijk voldoende veilig geacht. Het jaarlijks gemiddelde aantal dodelijke slachtoffers binnen deze contour is dan dus (jaarlijkse overlijdenskans * aantal personen binnen contour). Dit komt neer op gemiddeld (10-7 * 1000 =) 1 * 10-4 dodelijke slachtoffers per jaar als gevolg van externe veiligheidsrisico’s op Chemelot. Als we er van uit gaan dat een dodelijk slachtoffer van gemiddelde leeftijd is en er daamee 40 DALY’s verloren gaan, betekent dit dat als gevolg van externe veiligheidsrisico’s van Chemelot jaarlijks 1 * 10-4 (=gemiddeld aantal dodelijke slachtoffers per jaar) * 40 (gemiddeld aantal verloren DALY’S’ per jaar = 0,004 DALY verloren gaat.

De jaarlijkse proportionele investeringsruimte bedraagt dus maar enkele duizenden euro’s in deze voorbeeldberekening. Juist bij nieuwe activiteiten kan door slimme combinatie van maatregelen tegen een relatief geringe extra investering meer veiligheid worden verkregen. Zo kan een automatische afschakeling van de ventilatie of het aan andere zijde van een gebouw plaatsen van ramen/deuren leiden tot minder mensen die blootgesteld worden aan het risico.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=f911663a-24bd-4888-b0d6-55d3590f4ca2