Transitievisie Warmte gemeente Stein (gemarkeerde wijzigingen).pdf
Tekst van het document
TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE STEIN 2021-2030
Geschreven door Driven by Values 4 november 2021
Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend. De beschikbare informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld en wordt verondersteld betrouwbaar te zijn. Driven By Values is, evenals betrokken organisaties, niet aansprakelijk voor eventueel geleden schade door onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van handelen op grond van informatie uit dit rapport.
Samenvatting Om aan de toekomstige klimaatafspraken te voldoen, zal Stein in 2050 geen aardgas meer gebruiken in de gebouwde omgeving. Hoe de weg daarheen eruit komt te zien, wordt in deze Transitievisie Warmte beschreven. We identificeren drie primaire projecten die op korte termijn zouden kunnen worden opgestart. Die kunnen parallel aan elkaar lopen, of er kan gekozen worden om met één of twee van de projecten te starten. Dat ligt aan de ambitie en middelen van de gemeente. Het gros van de CO2-uitstoot in Stein wordt veroorzaakt door de gebouwde omgeving. Daarin hebben woningen een aandeel van 65%. De gemeente Stein telt bijna 12.000 woningen (plus ruim duizend utiliteiten) die uiterlijk in 2050 aardgasvrij zullen moeten zijn. De opgave is dus groot, maar dan gaat het dus wel om de grootste bron van CO2-uitstoot in de gemeente. Niet elke woning zal overgaan op dezelfde duurzame warmteoplossing in de toekomst. Het systeem verandert van centraal en grootschalig naar lokaal en kleinschalig. Uit de technische analyse blijkt dat 3% van de warmtevraag middels isolatie bespaard kan worden, 23% sluit best aan op een warmtenet, 13% gaat over op een individuele elektrische warmtepomp en nog eens 13% komt uit op een hybride oplossing.
De precieze cijfers zullen nog veranderen als het warmtenet er daadwerkelijk zou komen en als wordt bepaald welke woningen en gebouwen kunnen worden aangesloten. Uitgaande van deze cijfers is er in elk geval potentie om op de korte tot middellange termijn – tot en met 2030 – 52% van de warmtevraag te reduceren bij volledige benutting van de potentie.
Drie projecten Een drietal projecten kan ervoor zorgen dat er invulling gegeven wordt aan een deel van deze 52%. Allereerst het warmtenet, de potentie geldt vooral voor een warmtenet op hoge temperatuur. Er is een bron die hieraan kan voldoen, namelijk de industriehub Chemelot aan de andere
kant van de A2. Er is reeds een warmtenet, Het Groene Net, in SittardGeleen dat zal aansluiten op deze warmte. De mogelijkheid bestaat dat gemeente Stein hier ook gebruik van kan maken. Ten tweede de individuele oplossingen, namelijk de hybride en elektrische warmtepomp. De gezamenlijke potentie van 26% is aanzienlijk en kan worden ingevuld met een cluster- of gemeentebreed warmtepompprogramma. Daarbij zou de gemeente ervoor kunnen kiezen om ook de ontwikkeling van groengas te faciliteren. Als derde is er de niet te onderschatten isolatie-opgave. Hoewel de potentie slechts 3% is, zal elke toekomstige warmteoplossing baat hebben bij een zo goed mogelijk geïsoleerd gebouw. Tot slot spelen communicatie en participatie in elk afzonderlijk project een rol.
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding
5
2
Uitgangspunten
8
3
De opgave
10
4
Warmtestrategieën
13
5
Warmtebronnen
18
6
Analyseresultaten
22
7
Koudevraag
35
8
Koppelkansen en natuurlijke momenten
38
9
Conclusie en aanbevelingen
42
10
Uitvoeringssporen
45
11
Bijlagen
55
4
Inleiding Nederland, en daarmee ook Stein, stopt uiterlijk in 2050 met het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas voor de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving. Daarmee voldoet de gemeente in de toekomst aan de internationale, Europese en nationale doelen om de opwarming van de aarde te beperken. Dat vraagt om veel investeringen en een andere wijze van wonen, leven en werken.
Het akkoord van Parijs markeerde in 2015 het officieuze
startschot
energietransitie
met
voor de
de
Nederlandse
warmtetransitie
als
onderdeel. Bijna 200 landen committeerden zich aan de opgave om te streven naar een maximale opwarming van 2 °C ten opzichte van het preindustriële tijdperk, liefst zelfs maximaal 1,5 °C. Op deze manier, zo is onderzocht, zullen de gevolgen van klimaatverandering relatief beperkt blijven. Nederland heeft vervolgens middels het Nationale
Klimaatakkoord richting gegeven aan dit streven voor ons land. Hierin heeft Nederland als doel gesteld om in 2030
De Transitievisie Warmte schetst de technische warmtemogelijkheden en
een emissiereductie van 49% te bereiken ten
bepaalt in het bijzonder de route naar aardgasreductie tot en met 2030.
opzichte van 1990: bijna de helft van de huidige
Op regionaal niveau heeft het onderdeel RSW (Regionale Structuur
CO2-emissie moet op dat moment bespaard zijn. In
Warmte) binnen de RES (Regionale Energiestrategie) Zuid-Limburg de
2019 zat Nederland pas op 5% ¹⁹. De gebouwde
vraag en het aanbod van (collectieve rest)warmte in kaart gebracht om
omgeving werkt vooral toe naar het einddoel in
een efficiënte gemeente-overstijgende infrastructuur te kunnen realiseren.
2050 om volledig aardgasvrij te zijn. Als tussendoel
Dit kan een belangrijk kader zijn voor de Transitievisie Warmte, want in
heeft
Stein is de mogelijkheid reëel dat het warmtenet Het Groene Net de
Nederland
in
2030
20%
aardgasvrije
woningen gedefinieerd: dit is een landelijk streven
gemeente van warmte kan voorzien.
maar geen lokale verplichting. De opgave is fors en
In het traject om tot een Transitievisie Warmte te komen, heeft de
de impact zal enorm zijn, maar met de gemeente als
gemeente Stein afstemming gehad met buurgemeenten Sittard-Geleen en
regisseur kunnen er op de juiste momenten
Beek. Met Het Groene Net als warmtenet hebben deze drie gemeenten
verstandige stappen gezet worden om langzaam
samen een concreet warmteproject in handen. Daarnaast vormen ze samen
maar zeker naar een aardgasvrije gebouwde
de sub-RES-regio Westelijke Mijnstreek.
omgeving toe te werken.
6
Proces Deze Transitievisie Warmte Stein is tot stand gekomen middels een iteratief proces waarin adviesbureau Driven by Values de (technische) potenties voor de gemeente heeft doorgenomen met de gemeentelijke interne
organisatie.
Daarnaast
zijn
de
netbeheerder
en
woningbouwcorporaties geraadpleegd ter reflectie op de haalbaarheid van de (technische) opties. Ook zijn er andere stakeholders, zoals inwoners, meegenomen in het visietraject middels een informatieavond en een online enquête. Later in dit document volgt meer informatie; in bijlage 5 vindt u de uitslagen van de enquête. Zodra de uitvoeringsfase start in 2022 zullen inwoners, bedrijven, organisatie en andere belanghebbenden afhankelijk van de projecten uiteraard een belangrijke rol (blijven) gaan spelen. De warmtetransitie is immers geen objectief technisch verhaal, maar een maatschappelijke transitie met technische kaders. Hoe Stein deze transitie, weliswaar binnen de nationale en regionale richtlijnen, vorm zal geven,
hangt van veel factoren af. Gelukkig hoeft nu nog niet overal een oplossing voor te zijn. Technieken blijven zich ontwikkelen en over vijf jaar ziet de wereld er weer heel anders uit. Deze Transitievisie Warmte zal dan ook minstens elke vijf jaar geactualiseerd worden. Eventuele innovaties en technische ontwikkelingen worden bij een herijking van de Transitievisie Warmte meegenomen.
Leeswijzer Deze transitievisie begint na deze inleiding (hoofdstuk 1) en de uitgangspunten (hoofdstuk 2) met de huidige situatie (hoofdstuk 3). De mogelijke oplossingen om woningen aardgasvrij te maken worden daarna besproken (hoofdstuk 4). Vervolgens komen de warmtebronnen aan bod (hoofdstuk 5): welke bronnen zijn er en hoeveel woningen zouden daarmee verwarmd kunnen worden? Vraag en aanbod worden samengebracht in een potentieanalyse (hoofdstuk 6). Ook komt de koudevraag kort aan bod (hoofdstuk 7) en daarna de koppelkansen (hoofdstuk 8). Tot slot sluiten we af met een conclusie (hoofdstuk 9) en de uitvoeringsprojecten (hoofdstuk 10).
7
Concept 1.0
Concept 1.0
Uitgangspunten De gemeente Stein heeft de ambitie om bij te dragen aan het verminderen van de klimaatverandering. Het internationale klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse (nationale) uitwerking hiervan hebben geleid tot de opgave voor gemeenten om in 2021 een Transitievisie Warmte op te stellen. Hierin staat een aantal principes en uitgangspunten centraal ten behoeve van onze aardgasvrije toekomst. Het einddoel uit de energievisie staat daarbij centraal: een energieneutrale gemeente in 2050.
Actief communiceren en informeren
Minima ontzien
Voorlopig is het in de meeste gevallen nog een
Systeemverandering kost nu eenmaal geld, dus de warmtetransitie ook.
individuele keuze of mensen aardgasvrij willen
Maar het levert ook wat op: isolatie zorgt voor een lagere energiefactuur
worden. Belangrijk is daarom dat de warmtetransitie
en minder aardgas gebruiken zorgt voor een lagere CO2-uitstoot – ook
gaat ‘leven’ in de gemeente. Dat inwoners weten wat
dat kan uiteindelijk in geld worden uitgedrukt. Omdat de nieuwe
rendabele isolatie is, hoe belangrijk isolatie is óók
technologieën geld kosten én aardgas elk jaar duurder wordt, moet de
als je nog wel aardgas gebruikt en welke manieren
positie van de minima een rol spelen in het beleid. Anders nemen de
er zijn om aardgasvrij te wonen – mits iemand
relatieve energiekosten elk jaar verder toe. Door ze te helpen met
daarvoor kiest. De gemeente kan hier een actieve
isoleren en energie besparen kan dit voorkomen worden én werkt de
rol in spelen door ondersteuning te bieden en een
gemeente aan haar doelstelling.
betrouwbare bron van informatie te zijn. Daarin kan het samenwerken met andere partijen, zoals het nu
Ook individuele oplossingen stimuleren
ook al doet: onder andere Provincie Limburg,
Wellicht komt er in een deel van de gemeente Stein een warmtenet op
Stichting Dubbel Duurzaam, de Woonwijzerwinkel en
hoge temperatuur, bijvoorbeeld Het Groene Net. Dat betekent echter niet
ZaamWonen.
dat individuele oplossingen niet belangrijk meer zijn. Veel inwoners zijn gehecht aan de keuzevrijheid die zij hebben bij het kiezen van een warmteoplossing of –leverancier. En een groot deel van de gemeente zal hoe dan ook niét worden aangesloten op een warmtenet. Zij zijn dus sowieso op een individuele oplossing aangewezen. Daarom ligt ook hier een rol voor de gemeente: goed informeren en inwoners ondersteunen bij het aanschaffen van een warmtepomp.
Betaalbaarheid Het energiesysteem wordt elk jaar duurder – wel of niet aardgasvrij. Daarom is de betaalbaarheid van de transitie een belangrijk speerpunt voor onze gemeente. Duurzame alternatieven moeten betaalbaar zijn voor inwoners, maar ook het huidige systeem moet betaalbaar blijven. Bij
het aanleggen van een warmtenet betekent dit dat kosten gecentraliseerd en gelijkmatig verdeeld kunnen worden.
9
Concept 1.0
Concept 1.0
De Opgave Zowel onze gemeente als onze inwoners staan voor een ingrijpende transitie. Meerdere oorzaken maken dat in de toekomst onze warmtevoorziening duurzaam moet zijn, maar anders dan in de transitie naar aardgas toe, ligt het alternatief nu minder voor de hand. De gemeente Stein wordt ineens regisseur van de warmtevoorziening, een rol die nieuw is voor de gemeente. Toch is het belangrijk om stappen te gaan zetten om Nederland uit de onderste regionen van de Europese duurzaamheidslijst te krijgen en om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen. De urgentie is hoog.
Verkeer en Vervoer 430
De Transitievisie Warmte onderzoekt de opgave voor onze gemeente om aardgasvrij te worden. Dat wil zeggen, de situatie waarin de gebouwde
Industrie, Energie, Afval en Water ?
Landbouw, Bosbouw en Visserij 4
omgeving geen aardgas meer gebruikt voor de verwarming van ruimten, tapwater en het fornuis. Hoeveel CO2-emissie valt daarmee te besparen? Het grootste aandeel in de CO2-uitstoot in Stein heeft de sector gebouwde omgeving. Van de totale uitstoot
Gebouwde Omgeving 1.295
Hernieuwbare Warmte 118
woningen met ongeveer 65% de grootste vervuilers. Zie figuur 3.1 voor de cijfers van andere sectoren en van andere gebouwen binnen de sector gebouwde
omgeving.
Aantal Woningen [#]
Publieke dienstverlening 156
Commerciële dienstverlening 151
van de gebouwde omgeving (66.580 ton) zijn
Woningen 669
12.000
11.768
10.000
9.414
8.000 6.000 4.707
4.000 2.000
Figuur 3.1: Energievraag (TJ) per sector en binnen de sector gebouwde omgeving in Stein.1 De energievraag van de sector Industrie, Energie, Afval en Water is onbekend.1 Deze gegevens zijn de meest complete actuele cijfers en kunnen afwijken van data uit de RES.
11
0 2020
2030
2040
2050
Jaartal Figuur 3.2: De afbouw van aardgasvoorziening voor woningen, illustratief.2
Concept 1.0 De route(s) naar 2030 Meerdere wegen leiden naar Rome en de warmtetransitie is ook zo’n weg. Aardgasvrij is het doel, de stip op de horizon, op de lange termijn. In 2050 moeten alle gebouwen in Nederland aardgasvrij zijn. Een mogelijke route is afgebeeld in figuur 3.2. Uitgaande van de (vrijblijvende) nationale ambitie om in 2030 op 20% aardgasvrij te zitten, moeten er tot die tijd ruim 2.000 woningen in Stein van het aardgas worden afgesloten. De rest volgt nadien. Mocht je dit lineair uitrekenen, kom je uit op ongeveer 262 woningen tot 2030 en 471 na 2030 die per jaar aardgasloos gemaakt zouden moeten worden. Een andere route is juist om in te zetten op een reductie van de CO2-emissie. Over de hele gemeente genomen kan ingezet worden op besparing middels besparing en isolatie. Ook is er de hybride warmtepomp, waarover later meer, die de aardgasvraag flink kan reduceren zonder dat de aardgasaansluiting geheel verwijderd moet worden. Voor Stein ligt een combinatie van beide strategieën voor de hand. Het Groene Net zal, indien gerealiseerd, een deel van de gebouwen compleet aardgasvrij kunnen maken. Dat zal ongetwijfeld gepaard gaan met isolatiemaatregelen. Gebouwen die buiten het warmtenet vallen kunnen de stappen nemen zoals beschreven in de vorige alinea.
Mocht de vrijblijvende doelstelling van 20% aardgasvraagreductie in 2030 losgelaten worden, opent dit mogelijkheden voor andere
strategieën. Er kan bijvoorbeeld op korte termijn vooral gericht worden op communicatie, bewustwording, participatie, isolatie en besparing. Dat zijn kleine stappen, maar ook belangrijke om de gemeente voor te bereiden op warmte zonder aardgas.
Wist je dit? Koop Huur 8.423 3.310
Eigendomsverdeling.3
Bevolkingsleeftijden.3
00-14 2.998 65-00 6.844
15-24 2.433
25-44 4.993 45-64 7.739
Woningen met energielabel C of hoger.2
Gemiddelde gasvraag [m3/jr] per buurt.3 Het nationaal gemiddelde is 1270 m3/jr.
12
Concept 1.0
Concept 1.0
Warmtestrategieën Het Expertisecentrum Warmte (ECW) onderscheidt vijf oplossingsrichtingen (zogenaamde strategieën) waarmee gemeenten de weg naar een aardgasvrije toekomst kunnen bewandelen. Ook is het mogelijk om combinaties van technieken te gebruiken, als dit binnen de lokale context past. Elk van de voorkeursstrategieën levert warmte op een bepaalde temperatuur. Men spreekt van een hoge temperatuur (HT) boven de 70 °C en van een lage temperatuur (LT) onder de 50 °C. Tussen de 50 °C en 70 °C spreekt men van een middentemperatuur (MT). Naarmate de temperatuur van een warmteoplossing hoger is, daalt de isolatiebehoefte en vice versa.
Voorkeursstrategieën Tabel 4.1: De vijf voorkeursstrategieën van het ECW.4
Strategie 1
Strategie 2
Strategie 3
Strategie 4
Strategie 5
Individuele elektrische warmtepomp
Warmtenet HT/MT-bron
Warmtenet LT-bron
Hybride Groengas
Hybride Waterstof
Temperatuur niveau
LT
HT
LT
HT
HT
Vereist Energielabel
B
D
B
D
D
Primaire warmteinfrastructuur
elektriciteitsnet
warmte(+ e-)net
warmte(+ e-)net
gas(+ e-)net
gas(+ e-)net
Techniek Individueel of Collectief
Overzicht: ECW - strategieën HT
S4/S5 Hernieuwbare gassen
Het Expertisecentrum Warmte (ECW) is in Nederland het kennisinstituut
S2 Warmtenet HT/MT-bron
als het aankomt op de warmtetransitie. Zoals tabel 4.1 illustreert, onderscheiden de vijf voorkeursstrategieën van het instituut zich op basis van verschillende variabelen. Grofweg zou je kunnen zeggen dat er twee dimensies belangrijk zijn: is de strategie individueel of collectief en op hoge of lage temperatuur? Afhankelijk hiervan kom je uit op strategie 1,
S3
Individuele elektrische warmtepomp
Warmtenet LT-bron
2, 3 of 4 en 5, zie ook figuur 4.1. Vervolgens valt er onder elke
LT
S1
hoofstrategie nog een flink aantal sub-oplossingen (zie tabel 11.1 in de bijlage). Dit zijn verschillende manieren waarop je de oplossing kunt realiseren. Zo kan een warmtenet met LT-bron (strategie S3) gevoed
Individueel
worden door bijvoorbeeld een centrale bodemwarmtepomp of met
Collectief
Figuur 4.1: Een grafische weergave voorkeursstrategieën van het ECW.
van
de
vijf
behulp van aquathermie.
14
Concept 1.0 Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp De individuele elektrische warmtepomp verwarmt een pand door warmte uit de bodem of de buitenlucht te halen en daarmee de ruimte op temperatuur te brengen. De benodigde apparatuur verbruikt hiervoor elektriciteit. Een elektrische warmtepomp is erg energiezuinig, maar levert warmte op een lage temperatuur (tot ongeveer 45 °C). Een pand moet dus flink geïsoleerd zijn, in de regel ongeveer tot schillabel B, om het voldoende te kunnen verwarmen. Het gasnet is niet langer nodig voor panden die van deze oplossing gebruik gaan maken. Omdat met deze technologie warmte uit omgevingslucht en bodem gehaald wordt, kan deze strategie nagenoeg overal toegepast worden, ook daar waar geen warmtebronnen beschikbaar zijn. Voorwaarde is wel dat het elektriciteitsnetwerk de toegenomen vraag aan moet kunnen.
Strategie 2/3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Een warmtenet kan, in tegenstelling tot de individuele elektrische warmtepomp,
collectief warmte
leveren
aan meerdere
panden.
Afhankelijk van de bron van het warmtenet gaat het om een hoge, lageof middentemperatuur warmtenet. Hoe hoger de brontemperatuur, des te kleiner de benodigde isolatiestappen. Er zijn tal van bronnen die een warmtenet kunnen voeden, denk aan (industriële) restwarmte, (diepe) geothermie,
een
biomassacentrale,
een
collectieve
elektrische
warmtepomp of met behulp van oppervlaktewater. De uitdaging voor deze strategie is een geschikte warmtebron in de omgeving vinden. Er zijn relatief weinig bronnen met een voldoende hoge temperatuur en leveringszekerheid voor een dergelijk warmtenet. Het gasnet wordt bij deze oplossing vervangen door een warmtenet waar warm water doorheen wordt gepompt. Perfect voor deze oplossing lenen zich dus panden die dicht bij elkaar staan (bijvoorbeeld in het centrum van een
(middel)grote
stad).
Voor
oude
panden
zou
een
hoge
temperatuurbron nodig zijn, voor nieuwe panden volstaat een lagere temperatuurbron. Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
Schillabels De isolatiegraad van een pand wordt uitgedrukt in het schillabel of energielabel. Het schillabel geeft een indicatie van de kwaliteit van de gebouwschil, terwijl een energielabel ook de warmtevoorziening en opwek meerekent. Een schillabel B+ duidt op een zeer goed geïsoleerd gebouw met een Rc van 2,5 of hoger voor woningen. Rc staat voor ‘constructieresistentie’ en drukt uit hoe goed de gebouwconstructie isoleert. Hoe hoger de Rc-waarde is, hoe beter het gebouw geïsoleerd is. En hoe minder warmte er nodig is om het huis te verwarmen. Daarom is het, ook voor woningen op aardgas, een goed idee om in elk geval rendabel te isoleren – doorgaans tot label D of C. Hiervoor zijn subsidies en leningen beschikbaar. Met de huidige isolatietechnieken is het mogelijk om alle woningen tot schillabel B te isoleren, maar dit zal voor bijvoorbeeld vooroorlogse woningen niet rendabel zijn. Label B is voldoende om woningen te verwarmen met warmte op lage temperatuur, label D voor hoge temperatuur.
15
Concept 1.0 Wat is hernieuwbaar gas? (groengas en waterstof) Groengas is een energiedrager die gemaakt wordt door organisch afval te verwerken tot gas. Deze brandstof haalt hoge temperaturen bij verbranding (1.960 °C5) en is dus erg geschikt voor industriële processen. Groengas is vooralsnog echter schaars. Waterstof is ook een energiedrager met een hoge energiedichtheid en wordt opgewekt middels een proces genaamd elektrolyse. Bij voorkeur wordt dit proces uitgevoerd met duurzame elektriciteit, maar vooralsnog wordt dit grotendeels gedaan met fossiele energie. Grootschalige, duurzame productie van waterstof staat nog in de kinderschoenen. Net als groengas verbrandt waterstof op heel hoge temperaturen (2.210 °C5).
Strategie 4/5: hernieuwbare gassen De minst ingrijpende oplossing voor bewoners is om groengas (S4) of waterstof (S5) in het bestaande gasnetwerk in te voeden, eventueel in combinatie met een hybride warmtepomp. Groengas kan worden ingevoed in het bestaande gasnetwerk en voor waterstof zijn aanpassingen aan de infrastructuur vereist, zowel in als buiten de woning. Voordeel is wel dat panden amper extra geïsoleerd hoeven te worden. Omdat de strategie op individuele basis inzetbaar is, leent deze oplossingsrichting zich ook voor panden op het platteland. Hier geldt echter dat groengas en waterstof als warmtebron momenteel beperkt beschikbaar zijn of zelfs nog ontwikkeld moeten worden. Idealiter worden deze oplossingen ingezet in combinatie met een hybride warmtepomp waardoor er veel minder hernieuwbaar gas nodig is. Deze combinatie
Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
levert warmte op midden- tot hogetemperatuur waardoor oude slecht geisoleerde panden ook deze oplossing kunnen gebruiken.
S1 Nieuw Dunbevolkt
Individuele Elektrische warmtepomp
S4/S5 Oud Is het gebied dichtbevolkt of dunbevolkt?
Is het pand oud of nieuw?
Hernieuwbare gassen
S3 Nieuw
Warmtenet LT-bron
Dichtbevolkt
S2 Oud Figuur 4.2: Een flowchart met een simpele indicatie voor de voorkeursstrategieën van de ECW, illustratief.
16
Warmtenet HT/MT-bron
Concept 1.0 Hybride met hernieuwbare gassen
Hybride met aardgas
Gelukkig zijn er voor alle strategieën ook hybride
Een hybride oplossing kan ook worden toegepast door op de korte termijn
varianten toepasbaar. Groengas en waterstof
fossiele bronnen met duurzame warmtebronnen te combineren. Zo kan
kunnen bijvoorbeeld hybride gebruikt worden in
een fossiele warmtebron ingezet worden om bij te springen wanneer een
combinatie met een hybride warmtepomp. Dat
duurzame bron onvoldoende vermogen levert bij een piek warmtevraag,
beperkt de isolatieopgave nog altijd significant ten
bijvoorbeeld in de ochtend of in koude perioden. De warmtevoorziening is
opzichte van een individuele elektrische oplossing,
dan nog niet geheel duurzaam, maar gedurende het grootste gedeelte
maar zorgt er tegelijk voor dat een hernieuwbaar
van de tijd wel. Op die manier kan een kleinere duurzame bron nu al een
gas alleen wordt benut wanneer de nood ervoor het
forse CO2-reductie waarmaken. Op termijn kan de fossiele warmtebron
hoogst is. Zo kunnen meer woningen en gebouwen
verduurzaamd of vervangen worden.
worden
verwarmd
met
dezelfde
hoeveelheid
groengas. Wel neemt bij deze oplossing de elektriciteitsvraag toe, zij het minder dan bij de volledig elektrische warmtepomp.
Een voorbeeld is de hybride warmtepomp met aardgas. Op termijn kan het aardgas vervangen worden door hernieuwbaar gas, zoals groengas of waterstof. Of er kan op termijn meer geïnvesteerd worden in isolatie, opdat een individuele elektrische warmtepomp uiteindelijk genoeg
warmte kan produceren om het pand te verwarmen. Op die manier kunnen de benodigde kosten en inspanningen over een langere tijd gespreid worden, waardoor de transitie beter beheersbaar wordt en natuurlijke
momenten
(zoals
verbouwingen
en
verhuizingen)
aangegrepen kunnen worden om geleidelijk over te gaan op een duurzame warmteoplossing. Ook zullen de kosten voor technologieën als warmtepompen
en
LT
(lage
temperatuur)-afgiftesystemen
naar
verwachting verder afnemen in de tijd. Dergelijke hybride oplossingen zijn op de korte termijn goed uitvoerbaar. Die faciliteren namelijk een geleidelijke overstap naar een aardgasvrije samenleving. Met een hybride oplossing kan geleidelijk toch de doelstelling gehaald worden en ondertussen de ontwikkeling van isolatietechnieken, groengas en waterstof gevolgd worden. Veel is nog onzeker, maar met deze onzekerheid in het achterhoofd zijn er al wel veel zogenoemde ’no-regret’ maatregelen mogelijk. Deze maatregelen zijn, ondanks de toekomstige onzekerheid, goed om te nemen. Denk bijvoorbeeld aan een basisniveau
isolatie,
energiebesparing
en
bewustwording. Ze zorgen ook voor een hybride situatie waarbij de winst
direct zichtbaar is, zij het nog niet in de vorm van complete aardgasvrije panden.
17
Concept 1.0
Concept 1.0
Warmtebronnen Elke duurzame warmteoplossing heeft een energiebron nodig. Voor de elektrische warmtepomp is dit bijvoorbeeld simpelweg elektriciteit plus warmte uit de buitenlucht of bodem. En er zijn collectieve CO2-neutrale warmtebronnen nodig waar een warmtenet wordt aangelegd. Potentiële warmtebronnen voor Stein worden hier beknopt beschreven. In tabel 11.2 in de bijlage is een totaaloverzicht gegeven van de alternatieve warmtebronnen in de gemeente. Tabel 5.1: Overzicht van alternatieve warmtebronnen voor collectief gebruik in de gemeente Stein.
Hoge temperatuurbronnen In het nabijgelegen Sittard ligt het warmtenet Het
Warmtebron
Groene Net. Het is mogelijk om extra restwarmte uit
Beschrijving
deze warmtenetten te ontsluiten, maar daar staat HT - Restwarmte Chemelot (buiten gemeente)
een grote investering tegenover vanwege het onderboren van de A2 richting Stein. Tezamen met
525 MW th vermogen, grote potentie
het vollooprisico (zal iedereen uiteindelijk echt aansluiten?) brengt dat de business case van een
HT - Biomassa Energecentrale Sittard (buiten gemeente)
eventueel warmtenet voor Stein onder druk. 8 MW th vermogen, geleverd aan het Groene Net
Geothermische warmte (meer dan 500 meter diep) heeft voorlopig geen potentie aangezien er
HT - Restwarmte van bedrijven
Potentie slechts 7 TJ.
HT - Geothermie
Voorlopig geen potentie bekend
vooralsnog geen adequaat onderzoek naar de bodem in de regio heeft plaatsgevonden. Verder kan er in Stein op dit moment hoge temperatuur gewonnen worden door zon op dak (zonneboilers) of zon op landbouw (grootschalige zonthermie). Er is in Nederland nog niet veel
HT - Zonthermie (op dak Potentie op daken vooral voor tapwater en op velden)
HT - Biomassa
LT - TEO (aquathermie)
ervaring met warmtevelden zoals die in Demenarken
Snoeiafval (5 tot 10 duizend ton per jaar) wordt al geleverd aan de BES (biomassa Energiecentrale Sittard). Kan in samenwerking met de BES worden omgezet in duurzame warmte. Oppervlaktewater van de Maas. Heeft potentie: 96 TJ per jaar
meer gebruikelijk zijn. De hoge temperatuur warmte kan dan worden gewonnen met vacuümbuizen of met PhotoVoltaisch-Thermische panelen (PVT). De laatste hebben het voordeel dat ze niet alleen warmte, maar ook elektriciteit opwekken. Bij beide opties is (seizoens)opslag van de warmte een uitdaging. In de winter is namelijk meer warmte nodig dan in de zomer, terwijl in de zomer meer warmte wordt
LT - TEO (aquathermie)
Gemaal 1327, n.t.b.
LT - TEA (aquathermie)
Thermische Energie uit Afvalwater RZWI (55 TJ)
opgewekt.
19
Concept 1.0 Lagetemperatuurbronnen Er zijn een paar bedrijven in Stein die samen 7 MW aan nog onbenutte lage temperatuurrestwarmte produceren. Dit komt overeen met het gemiddeld aardgasverbruik van 540 woningen. Uit aquathermie, namelijk TEO (thermische energie uit oppervlaktewater) en TEA (thermische energie uit afvalwater), kan theoretisch veel warmte worden gewonnen. Voor TEA is dat alleen al uit het gemaal 96 TJ, goed voor ruim 1800 woningen Verder kan uit de RWZI theoretisch 55 TJ worden gewonnen via warmte-koudeopslag (WKO) (goed voor ruim
1000 woningen). Echter hangt de technische en financiële haalbaarheid van aquathermie en WKO sterk af van onder andere de mate van isolatie van de panden (minimaal schillabel B), de bebouwingsdichtheid, het volloopscenario* en de afstand tot de warmtebron. Slecht geïsoleerde panden zullen flink geïsoleerd moeten worden en er moet een (kostbaar) warmtenet worden aangelegd. * Omdat er grote investeringen gemoeid zijn met het aanleggen van een warmtenet, wordt jaarlijks een planning gemaakt van hoeveel woningen daadwerkelijk zullen aansluiten om de gemaakte kosten over het aantal woningen te verdelen. Zo loopt het aantal aangesloten woningen als het ware vol gedurende langere periode.
Zonnecollectoren Naast bovengenoemde bronnen kunnen ook zonnecollectoren meehelpen om invulling te geven aan de warmwatervraag. Als aangenomen wordt dat 80% van de particuliere panden wordt belegd met zonnecollectoren, kan naar schatting 20 TJ per jaar aan warmte voor sanitair warm water en ruimteverwarming worden opgewekt. Dit kan helpen om invulling te geven aan de warmwatervraag. Echter zal in de praktijk niet 80% van de particuliere panden geschikt zijn voor zonnecollectoren. Ook concurreren zonnecollectoren nu nog vaak met PV-zonnepanelen. Gedetailleerde studies zullen moeten uitwijzen of deze optie voordelig is ten opzichte van het alternatief om PV-zonnepanelen te plaatsen in combinatie met een (hybride) warmtepomp. Op korte termijn kunnen zonnecollectoren al individueel worden ingezet om de warmtevraag met ISDE-subsidie in Stein in te vullen.
20
Concept 1.0 Biomassa Er is een jaarlijkse potentie voor lokaal biogas via vergisting van 46 TJ per jaar (871 woningen): dit komt uit mest, GFT-afval en de reststromen van gras, groenvoedergewassen en akkerbouw. Ook kan uit houtachtige biomassa 44 TJ (833 woningen) aan hoge temperatuurwarmte worden gewonnen zoals hierboven beschreven onder hoge temperatuurbronnen. Theoretisch kan aan een groot deel van de warmtevraag van Stein middels biomassa invulling worden gegeven. Echter, een belangrijke kanttekening is dat deze biomassa vaak reeds een nuttig doel heeft (bijv. veevoer en bemesting). Daarnaast komt er bij het inzetten van deze biomassa als energiebron CO2 vrij die erin opgeslagen zit. Er komt echter even veel CO2-equivalenten (zoals methaan ofwel CH4) vrij wanneer deze biomassa afbreekt via natuurlijke processen, zij het aanzienlijk langzamer 21. Ook is er vaak discussie over de plaats en opzet van
een vergistingsinstallatie vanwege vervoersbewegingen en duurzame herkomst van de grondstoffen. De reële potentie van lokale biomassa voor warmte moet dus nader worden onderzocht. Verder biedt de Biomassa Energiecentrale Sittard (BES) wellicht mogelijkheden, zoals hierboven beschreven in hoge temperatuurbronnen, als verbrander om biomassa uit de gemeente aan te leveren.
21
Concept 1.0
Concept 1.0
Analyseresultaten: technisch-economisch Welke mogelijkheden en beperkingen zijn er in Stein met betrekking tot de warmtetransitie? Voor de realisatie van elk van de besproken strategieën is er een specifieke warmte-infrastructuur nodig alsook een bepaalde mate van isolatie van de panden. Zo vraagt strategie 1, de individuele elektrische warmtepomp, het meest van het elektriciteitsnetwerk. De warmtenetten van strategie 2 en 3 hebben een (rest)warmtebron nodig om het warmtenet te voeden, zoals industriële restwarmte, een biomassacentrale, een geothermie-bron of een aquathermie-bron. Ook een collectieve elektrische oplossing heeft dit vereiste. Voor strategie 4 en 5, groengas
en waterstof, moet er voldoende hernieuwbaar gas beschikbaar zijn. In dit hoofdstuk analyseren we de potentie van de vijf strategieën voor Stein.
Welke strategie de meeste potentie heeft voor welke panden, buurten en wijken in Stein hangt af
Tabel 6.1: De factoren die meegenomen worden in de analyse van de geschiktheid van elke warmtestrategie per pand. Het bouwjaar van het pand is grotendeels
van verschillende factoren. Dit kunnen technischeconomische of sociaal-maatschappelijke factoren
Bouwjaar
zijn, of allebei. Deze zijn samengevat in tabel 6.1.
Hoe beter een pand is geïsoleerd, des te kleiner de
beperkingen met betrekking tot het aardgasvrij
Energielabel
maken van de gemeente Stein, is een analyse naar
de
potentie
van
Warmtevraag
dan oorspronkelijk bedoeld met de Transitievisie
Berekende
Warmte maar noodzakelijk om goed onderbouwde
kosten
keuzes te kunnen maken. Bebouwings-
Deze inschatting betreft overigens niet alleen een
technische
analyse
maar
neemt
dichtheid
ook
kwalitatieve aspecten in beschouwing. De variabelen hybride,
warmtenet-
De warmtevraag heeft invloed op de geschiktheid voor HT- of LT-oplossingen. De maatschappelijke kosten en kosten voor de eindgebruiker zijn bepalend voor de financiële haalbaarheid van een strategie. De adressendichtheid bepaalt of een collectieve oplossing mogelijk is in een gegeven wijk of buurt. Hoe meer naastgelegen panden op elkaar lijken,
samen bepalen per pand hoe geschikt het is voor de elektrische,
warmtevraag en des te groter de geschiktheid voor een LT-oplossing.
elke
warmtestrategie op pandniveau. Dit is diepgaander
harde,
mate van isolatie te kunnen realiseren en de geschiktheid voor specifieke warmtetechnieken.
Om een beeld te krijgen van de kansen en
uitgevoerd
bepalend voor de kostprijs om een bepaalde
Wijkuniformiteit
en/of
des te groter de kans dat eenzelfde warmtetechniek toegepast kan worden in deze panden en des te groter de schaalvoordeel.
hernieuwbaar-gasoplossingen. Een kaartweergave van een aantal van de gehanteerde parameters
Sociaal-
staat in de bijlage.
economische kenmerken
23
Sociaal-economische kenmerken kunnen invloed hebben op de geschiktheid van bepaalde warmteoplossingen in de betreffende buurten of wijken.
Concept 1.0 Interpretatie van de analyseresultaten Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de analyseresultaten per pand en de daadwerkelijke warmteoplossing die per pand geïmplementeerd gaat worden.
Pandspecifieke
bijvoorbeeld
toe
leiden
kenmerken
kunnen
dat
naastgelegen
voor
er
vergelijkbare panden toch verschillende warmteopties
als voorkeursoplossing geïdentificeerd worden. Dit wordt veroorzaakt door verschillen in bijvoorbeeld de bereidheid en/of investeringsmogelijkheden van de bewoners
om
realiseren.
duurzame
Of
er
warmteoplossingen
inderdaad
te
verschillende
warmteoplossingen geïmplementeerd gaan worden voor dergelijke identieke panden, is nader te bepalen aan de hand van bijvoorbeeld de ambitie en voorkeuren van de
gemeente
en
financiële
haalbaarheid.
Deze
overweging zal vooral relevant worden bij de planning van
het
warmtenet,
Het
Groene
Net.
De
analyseresultaten vormen daarmee een eerste stap op weg naar de bepaling van warmtestrategieën voor pandclusters, buurten of wijken. Vervolgens wordt op basis van deze resultaten gekeken naar de warmteoplossingen op pandcluster-, buurt- en wijkniveau.
Overzicht van de potentie van warmtestrategieën Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de analyse op wijk- en buurtniveau is weergegeven in figuur 6.1. In figuur 6.2 is een gedetailleerde kaart van Stein afgebeeld waarop de potentie per pand wordt weergegeven. In figuur 6.3 worden ter illustratie en verdieping Stein en Elsloo uitgelicht. Figuur 6.1: De potentie van warmteoplossingen in de gemeente Stein. De cirkeldiagrammen geven het aantal panden per potentievolle oplossing aan. De grootte van de cirkeldiagrammen vormt een maat voor het totaal aantal panden in elke buurt. De getallen geven het absoluut aantal panden aan.
24
Concept 1.0
Figuur 6.2: De potentie van warmteoplossingen voor panden in Stein: Individuele elektrische warmtepompen (geel), hybride warmtepompen (groen) op hernieuwbaar gas en een warmtenet op hoge temperatuur (rood) hebben potentie. Voor een warmtenet op lage temperatuur (blauw) is nauwelijks potentie gevonden. De komst van het warmtenet Het Groene Net is plausibel en zou op hoge temperatuur warmte leveren. Op de kaart zien we dat vooral delen van centrum Stein, Kerensheide, Oud-Stein en Nieuwdorp in aanmerking zouden komen voor aansluiting. Verder zijn – kleinere – delen van Berg, Urmond en Elsloo ook roodgekleurd. De individuele elektrische warmtepompen zouden met name in Elsloo kansrijk zijn, maar ook in delen van Nieuwdorp en Urmond. De hybride warmtepomp, ten slotte, biedt uitkomst voor Meers, Maasband en Nattenhoven alsook voor delen van Berg, Urmond, Kerensheide, centrum Stein, oud-Stein, Nieuwdorp, Elsloo en Catsop.
25
Concept 1.0
Figuur 6.3: De potentie van warmteoplossingen voor panden in Stein en Elsloo. Naast individuele elektrische warmtepompen en hybride oplossingen is er potentie voor een warmtenet in Stein. In Elsloo zijn twee oplossingsclusters zichtbaar: een deel kan goed verwarmd worden met een individuele elektrische warmtepomp, een ander deel kan het beste aangesloten worden op een warmtenet op hoge temperatuur.
26
Concept 1.0 Tabel 6.2: Overzicht van de potentie van elke duurzame warmtestrategie in warmtevraag (TJ).
Een overzicht van de potentie van de verschillende warmteoplossingen in de gemeente Stein is weergegeven in tabel 6.2 en figuur 6.2 en 6.3. Drie oplossingen komen naar voren als kansrijk: de hybride warmtepomp, de
Totale warmtevraag
695 TJ
Individuele elektrische Warmtepomp
88 TJ
oplossingen gaan we zo, één voor één, nog dieper in.
13 %
Over het algemeen is in elke kern een combinatie van diverse oplossingen
165 TJ
te zien. Zo zijn Elsloo, Oud-Stein, Nieuwdorp, centrum Stein, Kerensheide,
Warmtenet
23 %
elektrische warmtepomp en het warmtenet op hoge temperatuur. Op de
Urmond West, Urmond Oost en Berg allemaal voorzien van significante stukken rood (warmtenet op hoge of midden-temperatuur), groen (hybride
Hybride met hernieuwbare gassen
92 TJ
warmtepomp) en geel (elektrische warmtepomp). Hier en daar is zelfs een
13 %
stukje blauw (warmtenet op lage temperatuur) zichtbaar.
Totale potentie
49 %
Overigens dient ook vermeld te worden dat een groot deel van de gebouwen géén kleur heeft gekregen. Dit betekent dat geen van de vier warmteoplossingen op dit moment voldoende potentie heeft. Het devies
voor deze gebouwen is om wel te investeren in isolatie, opdat ze bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte over vijf of tien jaar wel realistischerwijs
in
aanmerking
komen
voor
een
duurzame
warmteoplossing. Ook technologische innovaties zouden in de toekomst uitkomst kunnen bieden. Zo is waterstof nu nog geen alternatief voor aardgas, maar in de toekomst wellicht wel (of wellicht ook niet).
27
Concept 1.0 Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp De individuele elektrische warmtepomp heeft redelijk veel potentie in de gemeente. Aan de ene kant zien we enkele clusters, zoals het noorden van Elsloo en in delen van Urmond. Aan de andere kant zijn er veel losse panden verspreid over de hele gemeente die goed op een individuele elektrische warmtepomp zouden kunnen worden aangesloten. Dat is prima, want deze oplossing is individueel van aard. Dat betekent dat een huiseigenaar een individuele elektrische warmtepomp kan aanschaffen eventueel gepaard met benodigde isolatiemaatregelen zonder dat er buren mee hoeven te doen. Ook kan een elektrische warmtepomp collectief worden ingezet, dan is er sprake van een warmtenet op lage temperatuur. Dat zou wellicht een optie kunnen zijn in gele clusters op de kaart van figuur 6.4, al zou de bebouwingsdichtheid
wellicht toch te laag kunnen zijn om dit rendabel te maken. Hiervoor is nader onderzoek nodig. Het realiseren van de potentie voor individuele elektrische warmtepompen is lastig. De oplossing is dus individueel van aard en mensen kunnen niet gedwongen worden op individuele basis om daadwerkelijk een warmtepomp aan te schaffen. Dat maakt de gemeente vooral tot facilitator: hoe kun je mensen informeren over de mogelijkheden, vertellen over welke subsidies er zijn, collectieve inkoopacties organiseren en duurzame initiatieven ondersteunen? Afhankelijk van de aanpak speelt ook de druk op het elektriciteitsnet een rol. Een intensieve buurtgerichte aanpak waarbij het aardgas op termijn wordt uitgefaseerd kan natuurlijk rekenen op meer elektrische warmtepompen dan een buurt waar zo af en toe eens iemand uit eigen beweging een warmtepomp neemt. In dat tweede scenario van natuurlijke groei geeft Enexis aan geen problemen te verwachten met de druk op het elektriciteitsnet. Ook andere ontwikkelingen, zoals duurzame energieopwek en laadinfrastructuur voor elektrische auto’s, maken
namelijk dat het elektriciteitsnet verzwaard gaat worden de komende jaren en decennia.
28
Figuur 6.4: De potentie van strategie 1 (individuele elektrische warmtepomp) in de gemeente Stein.
Concept 1.0 Strategie 2: warmtenet met HT- of MT-bron Hoewel woningeigenaren het nog niet altijd beseffen, hebben ze geluk als ze in aanmerking komen voor een warmtenet op hoge temperatuur. Deze oplossing heeft veel aantrekkelijke factoren, zoals ontzorging, weinig isolatiebehoefte en (dus) weinig investering door de woningeigenaar. Zeker in de nationale proeftuinen aardgasvrij (PAW) blijkt het vaak mogelijk om, dankzij nationale subsidies, de eindgebruikerskosten gelijk te houden. De keerzijde is dat er in Nederland alleen met gesloten warmtenetten gewerkt wordt. Dat betekent dat er maar één warmteleverancier is en geen keuze, zoals nu wel het geval is met energieleveranciers. De potentie in Stein is er. Uit de analyse blijken diverse kernen in de buurtschappen Urmond Oost, Kerensheide, Oud-Stein, centrum Stein, Nieuwdorp en Elsloo te zijn met de technische potentie (met
name: genoeg bebouwingsdichtheid) om op een HT-warmtenet te worden aangesloten. Dit maakt de grens trekken tussen het gebied waar het warmtenet wel en waar niet zou komen tegelijk lastig. Wel kan geconcludeerd worden dat de potentie in Berg en Urmond-West te laag is om het warmtenet naar de andere kant van het water te brengen; in plaats daarvan zal een hybride warmtepomp hier realistischer zijn. Verder moet deze analyse vooral op hoofdlijnen gezien worden, wat betekent dat de grens in centrum Stein tussen rood (HT-warmtenet) en groen (hybride individuele warmtepomp) niet heel strikt is. Hetzelfde geldt voor andere gebieden waar rood aan groen (hybride) of zelfs aan geel (elektrische individuele warmtepomp) grenst. Deze demarcatie dient later nog gemaakt te worden, mocht het warmtenet inderdaad gerealiseerd worden. De bron voor het warmtenet zou aan de overzijde van de A2 gelegen zijn, waar restwarmte vrijkomt van de industriële processen van Chemelot. In de RES is bepaald dat deze warmtebron gemeenteoverschrijdend kan zijn en dus kunnen nabije Figuur 6.5: De potentie van strategie 2 (Collectief warmtenet) in de gemeente Stein.
gemeenten er rekening mee houden dat deze bron de gemeentegrens over zou kunnen gaan. Het primaire plan is voorlopig om in elk geval de Westelijke Mijnstreek-gemeentes te voorzien en daarna het net door te trekken richting Maastricht.
29
Concept 1.0 Strategie 3: warmtenet met LT-bron Zojuist zagen we dat de bebouwingsdichtheid voor een warmtenet aanwezig is in de gemeente. Datzelfde kan echter niet worden gezegd over een voldoende hoge isolatiegraad voor een LT-warmtenet, blijkt uit bovenstaand plaatje in figuur 6.6. Een warmtenet op lage temperatuur heeft zeer weinig potentie. In tegenstelling tot het warmtenet op hoge temperatuur, zijn er dus onvoldoende woningen met potentie om een LT-warmtenet te realiseren. Het alternatief voor deze woningen is om aan te sluiten op het HT-warmtenet indien mogelijk of gebruik te maken van een individuele elektrische warmtepomp.
Figuur 6.6: De potentie van strategie 3 (Collectief warmtenet) in de gemeente Stein.
30
Concept 1.0 Strategie 4/5: hybride warmtepompen en hernieuwbare gassen Tot slot is er de hybride oplossing. Vooral in landelijke gemeenten geldt dit als een interessante belofte op de korte termijn. Ten opzichte van de individuele elektrische warmtepomp is er niet de noodzaak om zo flink te isoleren, dat ook de piekvraag door de warmtepomp kan worden ingevuld. In plaats daarvan wordt de warmtepomp
bijgestaan
door
aardgas
of
(op
termijn)
hernieuwbaar gas, bijvoorbeeld waterstof of groengas. Dit zorgt ervoor dat de transitie gefaseerd kan verlopen door eerst wat isolatiemaatregelen met een hybride warmtepomp te combineren en pas later het beetje aardgas dat resteert te vervangen door een hernieuwbaar gas of
door een volledig elektrische
warmtepomp in combinatie met verdere isolatiemaatregelen.
Voor deze oplossing geldt dezelfde uitvoeringsstrategie als voor de individuele elektrische warmtepomp. Anders dan bij een warmtenet, waar op termijn de aardgasaansluiting kan worden uitgefaseerd, is er binnen de huidige wet- en regelgeving op individueel niveau alleen de mogelijkheid om uit eigen beweging (deels) aardgasvrij te worden. De hybride warmtepomp wordt op individuele basis aangeschaft en moet vooral gepromoot worden onder de inwoners. Een hybride warmtepomp is een stuk gemakkelijker rendabel te maken dan een volledig elektrische en vormt daarmee een logische en relatief gemakkelijke stap om aardgasreductie te realiseren in de gemeente. Het overgaan op de hybride warmtepomp zou een individuele keuze zijn. Uit de analyse blijkt dat voor 13% van de panden in de gemeente Stein dit een goede oplossing kan zijn. Dat wil niet zeggen dat de rest niet op een hybride warmtepomp over kan, het is immers de meest laagdrempelige oplossing die bovendien minder investering van de woningeigenaar vraagt. Het is dus goed denkbaar dat ook panden die in de analyse uitkomen op een Figuur 6.7: De potentie van strategie 4 en strategie 5 (hybride warmtepomp en hernieuwbaar gas) in de gemeente Stein.
warmtenet of elektrische warmtepomp of die geen potentie hebben, toch overstappen op de individuele hybride warmtepomp. Hier ligt dus een faciliterende rol voor de gemeente.
31
Analyseresultaten: sociaal-maatschappelijk Om inwoners te betrekken bij de warmtetransitie en om hun beweegredenen op te halen, heeft de gemeente Stein gekozen voor een participatietraject tijdens het opstellen van de visie. Inwoners hebben (1) informatie gekregen via de website en andere gemeentelijke kanalen, (2) een webinar kunnen bijwonen met meer informatie en kaders over de transitie, (3) een enquête in kunnen vullen over de warmtetransitie en (4) deel kunnen nemen aan het Transitievisie Warmte-bewustwordingsspel, een serious game die niet alleen informeert maar ook argumenten ophaalt. Communicatie Het traject begon in het tweede kwartaal van 2021 met de gemeentelijke webpagina over de warmtetransitie. Hier wordt uitgelegd wat de warmtetransitie is, waar de gemeente Stein naartoe werkt en op welke momenten inwoners nog kunnen meepraten over de visie. De webpagina wordt periodiek bijgewerkt om actueel te blijven. Via kortere berichtjes, bijvoorbeeld op sociale media-kanalen en in weekblad De Maaskentjer, is bij livegang van de website, bij publicatie van de enquête en ter uitnodiging
voor
het
Transitievisie
Warmte-bewustwordingsspel
gecommuniceerd naar de inwoners toe.
Webinar De publicatie van de communicatiematerialen ging gepaard met de aankondiging van een webinar. Deze webinar had een informatief karakter en werd in de avond van 17 juni georganiseerd. Tijdens de presentatie werd meer informatie gegeven over het ‘waarom’ van aardgasvrij, de wettelijke richtlijnen en de door het ECW geselecteerde alternatieven voor aardgas. Meer dan honderd inwoners hebben uiteindelijk – zij het live of achteraf – de bijeenkomst bijgewoond. Livekijkers hebben daarbij de mogelijkheid gehad om vragen te stellen, die live werden beant
Warmtegame Om inwoners op een ludieke en inzichtvolle manier te betrekken bij de materie, heeft de gemeente begin september een warmtegame georganiseerd: het TVW-bewustwordingsspel, een serious game. Helaas was de animo onvoldoende om de avond doorgang te laten vinden. Het spel zal in 2022 alsnog georganiseerd worden.
32
Enquête Direct na de webinar werd de online enquête gepubliceerd. Wie bij de webinar aanwezig was, kon na afloop dus meteen doorklikken naar de enquête om deze in te vullen. Een dag later werd de enquête gecommuniceerd via o.a. sociale media. Deelnemers hadden de mogelijkheid tot zelfselectie, dat beïnvloedt altijd de resultaten. Ten eerste doen vaker mensen met een sterke mening over het onderwerp mee, of die mening nu positief of negatief is. De extreme antwoorden worden dus relatief vaker gekozen dan de neutrale antwoorden dan wanneer een willekeurige groep inwoners de vragenlijst zou invullen. Ten tweede zijn er groepen die over het algemeen sneller geneigd zijn om mee te doen aan enquêtes dan andere groepen. Zo doen ouderen vaker mee dan jongeren en hoger-opgeleiden vaker dan lager-opgeleiden. Door middel van wegingsfactoren is achteraf voor dit verschil gecorrigeerd. Concreet hield dit in dat iedereen op basis van persoonskenmerken een wegingsfactor heeft gekregen. De antwoorden van een 20-jarige Elsloonaar met MBO 1 als hoogst afgeronde opleiding in een huurwoning tellen bijvoorbeeld (veel) zwaarder mee dan die van een 70-jarige Maasbander met HBO als hoogste afgeronde opleiding in een koopwoning.
Tot slot hebben iets meer dan 100 mensen de enquête ingevuld, dat aantal is in combinatie met de zelfselectie van deelnemers wel reden om aan te nemen dat de representativiteit onder druk kan staan. Zie voor meer informatie bijlage 5. Ook in bijlage 5 vind je de complete uitslag van de enquête, zowel met als zonder correctie op basis van de wegingsfactoren. Wat
opvalt is dat de helft van de inwoners de ambitie om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken in de gebouwde omgeving te ambitieus vindt. Ongeveer 30% vindt de ambitie prima, slechts twee op de tien zou graag sneller aardgasvrij worden. Dat geeft aan dat er nog een communicatieopgave voor de gemeente ligt. Uit vraag 8 blijkt gelukkig wél dat de gemeente zelf wordt gezien als een betrouwbare bron van informatie, samen met de wetenschap, de Rijksoverheid, de provincie en onafhankelijke energiecoaches (zoals de reeds actieve coaches van Stichting Dubbel Duurzaam). Vraag 9 en 10 sluiten goed op elkaar aan en laten zien dat de meeste inwoners het meest zien in een hybride warmtepomp, voorzien van energie uit zonnepanelen op daken. Het warmtenet op hoge temperatuur volgt op relatief grote afstand – ook al is dat wel een reële oplossing voor Stein – maar is nog een populairdere keuze dan geen van de alternatieven. Betaalbaarheid, draagvlak, haalbaarheid en keuzevrijheid zijn de belangrijkste uitgangspunten voor inwoners: die vier zijn allemaal aanwezig in de hybride warmtepomp. In vraag 12 blijkt dan ook dat inwoners verdeeld zijn: ongeveer de helft heeft wel en de andere helft geen interesse om deel te nemen aan een warmtenet. Als het om isolatie en besparing gaat, is de inwoner actiever.
Zo blijkt uit vraag 13, waar velen aangeven de woning al geïsoleerd te hebben, eigen energie op te wekken, kleine maatregelen te hebben genomen en met gedragsverandering bezig te zijn geweest. Al met al is het beeld dat uit de enquête naar voren komt zoals je zou verwachten op basis van landelijke gemiddelden. De voornaamste drijfveer lijkt financieel te zijn. Duurzaamheid is aantrekkelijk wanneer het rendabel kan zijn en haalbaar is. Maar het is geen doel op zich, zeker niet wanneer het duur of complex wordt. Om een mogelijk warmtenet in de gemeente te realiseren, moeten er dus behoorlijk wat obstakels overwonnen worden. Zelfs wanneer de gemeente ondersteunt en de kosten terug te verdienen zijn, willen de meeste inwoners namelijk liever niet op het warmtenet aansluiten. En daarin verschillen inwoners van de grotere kernen
(Stein, Elsloo, Urmond) niet van de rest. Wel een verschil zien we in leeftijd: jongeren zijn ambitieuzer dan ouderen. Wellicht is dat dus een goede groep om anderen te inspireren.
33
Concept 1.0
Concept 1.0
Koudevraag In Nederland wordt de warmtevraag op dit moment nagenoeg geheel met fossiele energie (aardgas) vervuld. De huidige invulling van de warmtevraag draagt dus bij aan de CO2-uitstoot en daarmee aan de opwarming van Nederland en de rest van de aarde. De opwarming van de aarde veroorzaakt hogere temperaturen in de zomer: in 2050 is de warmste zomerdag naar verwachting 1,4 °C tot 3,3 °C warmer dan nu en het aantal zomerse dagen (25 °C of warmer) neemt toe van 21 naar 35.7 Inwoners zullen naast extremere winters en regenbuien vaker te maken krijgen met lange, warme zomers en frequentere hittegolven waardoor de
koudevraag zal toenemen. De fossiele invulling van de warmtevraag veroorzaakt zo mede de toename van de koudevraag. Lange,
hete
zomers
kunnen
niet
alleen
als
onaangenaam worden ervaren, het vormt ook een gevaar voor kwetsbare groepen inwoners zoals 65plussers. Daarbij stijgt het aantal 65-plussers met zo’n 50% richting 2050, dus de kwetsbare groep wordt steeds groter. Ook kunnen langere, hetere
zomers zorgen voor verergering van het hitteeilandeffect waarbij stedelijke gebieden met nog hogere temperaturen te maken zullen krijgen. Door de grote hoeveelheid aan beton en asfalt in de stedelijke omgeving wordt meer warmte opgenomen en langer vastgehouden, waardoor hittestress en droogtes in steden nog extremer worden. Desondanks is de koudevraag voor woningen
in
Nederland relatief klein ten opzichte van de warmtevraag (utiliteiten niet meegenomen). Voor woningen variëren de schattingen tussen 0,00054 TJ en 0,0031 TJ7 terwijl de gemiddelde warmtevraag ongeveer 0,057 TJ bedraagt.1 In woningen die een zwaar zonbelaste oriëntatie hebben of niet goed kunnen ventileren (bijv. appartementen) en/of beperkte mogelijkheden voor zonwering hebben, kan de koudevraag echter veel hoger liggen.
35
Concept 1.0 toenemende
Vooral in stedelijke gebieden kan het hitte-eilandeffect groot zijn. Stein
koudevraag tegelijkertijd aan te pakken met de
heeft een hogere bebouwingsdichtheid dan Sittard-Geleen en is bijna zo
warmtevraag. Werkzaamheden ten behoeve van het
verstedelijkt als de Randstad. Dat resulteert in het hitte-eilandeffect op
verduurzamen van een woning kunnen uitstekend
figuur 7.1. Om dit effect te voorkomen of minimaliseren, kan de omgeving
gekoppeld worden met aanpassingen om de
zó worden ingericht dat warmtebehoudende oppervlakken zoals beton
koudevraag te reduceren en/of duurzaam in te
zo klein mogelijk worden gehouden. Dat kan bijvoorbeeld door het
vullen. De (toename in) de koudevraag kan
strategisch plaatsen van groenvoorzieningen of door rekening te houden
gereduceerd worden. Passieve
koeling, waarbij
met de plaatsing en oriëntatie van nieuwe gebouwen. Hier ligt een
gebruikt
wordt
gemaakt
van
zonwering
en
belangrijke opgave voor de ruimtelijke ordening en een koppelkans met
ventilatie,
wordt
daarbij
geprioriteerd
zodat
de omgevingsvisie in het kader van de nieuwe omgevingswet,
Het
is
daarom
raadzaam
de
onnodige energieconsumptie en grote aanpassingen
bijvoorbeeld door samen te werken met woningcorporaties.
aan het energiesysteem van het pand worden voorkomen. Deze maatregelen lenen zich bij uitstek om gecombineerd te worden met het isoleren van een pand. Indien passieve koeling geen optie of niet toereikend is, kan actieve koeling worden toegepast. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor het plaatsen van een warmtepomp die ook kan koelen of een airco unit. Indien met een WKO (WarmteKoude-Opslag) wordt gewerkt, kan zelfs met het koelen in de zomer, de bron geregenereerd worden
om warmte te bieden in de winter. Vaak is dit ook een onderdeel in een laagtemperatuur warmtenet, maar kan ook apart gerealiseerd worden. Dit betekent dat de elektriciteitsvraag van het pand nog verder zal toenemen. Echter kan aan deze extra vraag
duurzaam
worden
voldaan
door
PV-
zonnepanelen te plaatsen op bijvoorbeeld daken. Op de warmste dagen schijnt immers de zon ook het meest.
Figuur 7.1: De stedelijke hitte-eiland effect in gemeente Stein8
36
Concept 1.0
Concept 1.0
Koppelkansen en natuurlijke momenten Het is duidelijk dat de meest kansrijke warmteoplossing voor Stein een HT-warmtenet is, daarna hybride en volledig elektrische warmtepompen. Echter, het is niet alleen de potentie van de oplossingen die bepaalt waar gestart wordt met het aardgasvrij maken van panden. Koppelkansen, natuurlijke momenten en het identificeren en wegnemen van drempels voor pandeigenaren om nieuwe warmteoplossingen te implementeren zijn belangrijke factoren die een rol spelen bij het maken van een wijkprioritering. Het aanpassen en/of vervangen van verwarmingssystemen en het aanbrengen van isolatie brengt meer comfort en een lagere verwarmingsrekening met zich mee. Het aanbrengen van deze aanpassingen geeft echter ook kosten en ongemak voor bewoners en eigenaren. Ook voor een collectieve oplossing geldt dit, omdat de straat open moet. Om het ongemak te minimaliseren, is het raadzaam optimaal gebruik te maken van natuurlijke momenten en koppelkansen.
Tabel 8.1: Koppelkansen en natuurlijke momenten in Stein.
Koppelkans13
Beschrijving
Gemeentelijk vastgoed
Verhuurd aan instellingen en sportclubs, maar ook voor eigen gebruik
Monumentale panden
64 Rijksmonumenten
Vastgoed (nieuwbouw)
Nieuwbouw wordt aardgasvrij opgeleverd. Denk aan: CPO Meerdel, 10 woningen.
Vastgoed (verbouwing)
Verduurzamen van gebouwen wanneer ze toch verbouwd worden is een interessante koppelkans voor de gemeente. Dit geldt voor onder meer: Sint Jozefkerk Kerensheide.
Businesspark Stein
Ook bedrijven moeten verduurzamen. De gemeente kan hier een rol in spelen met bijvoorbeeld: EED-audits bij bedrijven en handhaving op renderende maatregelen, duurzame opwek met zon op dak, etc.
Woningcorporatie: Zaam Wonen
Woningcorporaties hebben prestatieafspraken om te verduurzamen en daarnaast geplande werkzaamheden: verduurzamingsproject in Nieuwdorp gepland.
Woningcorporatie: Wonen Limburg
Woningcorporaties hebben prestatieafspraken om te verduurzamen en daarnaast geplande werkzaamheden, zoals: Kattekop fase 3, Beatrixplein / Bergerveste.
Infrawerkzaamheden
Bij de aanleg van een warmtenet of een verzwaring van het elektriciteitsnet is een koppeling met infrawerkzaamheden interessant. Bijvoorbeeld de herinrichting Mauritsweg fase 3 of het snelfietspad Elsloo-Stein.
Aquathermie
In principe is warmtewinning uit de Maas mogelijk.
Duurzame opwek
Door de warmtetransitie zal de elektriciteitsvraag toenemen. Deze vraag moet (op termijn) duurzaam worden ingevuld.
Klimaatadaptatie
Klimaatadaptatie en aardgasvrij zijn aan elkaar gerelateerd en kunnen soms gekoppeld worden. Denk aan een warmtepomp die in de zomer als airco kan dienen.
Wijkaanpak Nieuwdorp
Zaam Wonen gaat hier woningen verduurzamen van 2022 t/m 2026.
Wijkaanpakken algemeen
Geplande werkzaamheden, zoals in centrum Stein, kunnen worden gekoppeld aan verduurzamingsmaatregelen.
DOP’s 20
Voor activiteiten in de wijken zou het waardevol zijn om gebruik te kunnen maken van de DOPsgewijze aanpak middels de DOPs in Nieuwdorp, Oud-Stein, Kerensheide en Centrum.
38
Concept 1.0 Koppelkansen en natuurlijke momenten zijn kansen waarbij de transitie naar een alternatieve warmteoplossing
gekoppeld kan worden aan
bestaande initiatieven, geplande werkzaamheden, of het bestaan van een ‘startmotor’ zoals gemeentelijk vastgoed en/of vastgoed van een woningcorporatie dat verduurzaamd gaat worden en kan dienen als voorbeeld voor verdere verduurzaming in de gemeente. Voorbeelden zijn lokale
duurzaamheidsinitiatieven,
actieve
energiecoöperaties,
monumentale panden, geplande woningrenovaties bij woningcoöperaties, werkzaamheden aan het energienet door de netbeheerder en herinrichting van de omgeving ten behoeve van klimaatadaptatie. In tabel 8.1 is een overzicht weergegeven van de kansen in Stein. Koppelkansen blijven niet wachten, vaak is een kans beperkt ‘houdbaar’ – dat brengt daarmee ook het risico op een gemiste kans met zich mee. Gemeentelijk vastgoed en monumentale panden kunnen als voorbeeld
dienen bij het verduurzamen van panden; ook dit is een koppelkans. De gemeente kan ervoor kiezen haar vastgoed te verduurzamen om inwoners en bedrijven te inspireren en aan te sporen verduurzamingsmaatregelen te treffen. Ook andere vastgoedplannen (nieuwbouw, herbestemming en verbouwing van o.a. bedrijventerreinen en scholen) bieden kansen om als startmotor, pilotlocatie of inspiratie te dienen. Het bedrijventerrein Businesspark Stein huisvest bedrijven die gehouden zijn aan energiemaatregelen binnen de energiebesparingsplicht of zelfs maatregelen die voortkomen uit een EED-audit. Daarnaast bieden veel bedrijfsdaken de mogelijkheid daar ‘zon op dak’-projecten te realiseren. Dit biedt goede kansen voor de verduurzaming van de warmtevoorziening van bedrijven op dit terrein en kan dienen als startmotor en inspiratie voor andere bedrijven. Groepen inwoners die aangeven geïnteresseerd te zijn in verduurzaming en betrokken willen worden bij de warmtetransitie zijn ook een koppelkans. Dit biedt een belangrijke kans om inwoners te betrekken bij de warmtetransitie en als ambassadeurs te laten optreden (bij wederzijdse interesse) voor andere inwoners.