RIB inzake Meicirculaire 2022.pdf
Tekst van het document
Aan de leden van de Raad
Stadhouderslaan 200 Postbus 15 6170 AA Stein T +31 (0)46 435 93 93 info@gemeentestein.nl www.gemeentestein.nl BTW NL 0017.31.105.B.02 KvK 5198 4997 0000 IBAN NL20 BNGH 0285 008 110 BIC BNGH NL2G
Datum: Uw kenmerk: Zaaknummer: Behandeld door:
7 juni 2022
Betreft:
Meicirculaire 2022
D. Aarts
Geacht raadslid, Inleiding De meicirculaire 2022 is verschenen op 1 juni jl. In deze raadsinformatiebrief geven we een toelichting op de circulaire en brengen wij in beeld wat de financiële consequenties zijn voor de gemeente Stein. De meicirculaire is verwerkt in zowel de bestuursrapportage 2022 als de kaderbrief 2023. Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Ontwikkeling accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse voeding van het gemeentefonds (positief of negatief) wordt het accres genoemd. In de meicirculaire 2022 zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Voor alle jaren vanaf 2022 is sprake van een forse opwaartse bijstelling van het accres. De accressen zijn hoger dan aangekondigd in de voorgaande circulaires en ook hoger dan aangekondigd in de startnota van het kabinet.
In de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de hogere accressen het gevolg van extra rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting (Vpb), koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon (WML), inkomensbelasting Box 3 en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen.
De cumulatieve mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2021 zijn als volgt: Per jaar Cumulatief - 2022: € 1.008 miljoen € 1.008 miljoen - 2023: € 1.544 miljoen € 2.552 miljoen - 2024: € 1.588 miljoen € 4.140 miljoen - 2025: € 1.075 miljoen € 5.215 miljoen - 2026: €-2.404 miljoen € 2.811 miljoen Herijking gemeentefonds De afgelopen jaren hebben de fondsbeheerders samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Op 6 april jl. zijn de Tweede Kamer en gemeenten door de fondsbeheerders geïnformeerd over de invoering van de nieuwe verdeling per 1 januari 2023. Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. De gemeente Stein is voordeelgemeente en ook ‘afgetopt’ op deze maximale bedragen. Dat betekent dat voor 2023 een voordeel is van € 7,50 per inwoner, in 2024 een voordeel van € 22,50 per inwoner en vanaf 2024 een voordeel van € 37,50 per inwoner. Dit is nu ook verwerkt in de meicirculaire 2022.
Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Zoals reeds in de brief van 7 december 20214 aan de VNG aangegeven omarmen de fondsbeheerders het advies van de ROB inclusief de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda. De fondsbeheerders geven hier graag in nauw overleg met de ROB, de VNG en de gemeenten nadere invulling en uitvoering aan. De Tweede Kamer zal nog voor de zomer nader worden geïnformeerd over de onderzoeksagenda. De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Opschalingskorting De opschalingskorting wordt door gemeenten als onrechtvaardig ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf opgelegd is. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021 cumulatief al € 1,5 miljard gekost en daarnaast € 150 miljoen als gemist accres over de opschalingskorting. De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode. Het betreft een reeks die oploopt van € 400 miljoen in 2023 naar € 675 miljoen in 2025. Eerder was de oploop van de opschalingskorting al bevroren voor de jaren 2020 tot en met 2022. Dit betekent dat de stand van de opschalingskorting zoals bereikt in 2019 van € 300 miljoen wordt bevroren tot en met 2025.
Incidenteel wil zeggen dat de korting in de betreffende jaren (€ 400 miljoen voor 2023; € 135 miljoen voor 2024 en € 140 miljoen voor 2025) wordt teruggeboekt, maar de reeks eindigt wel in een korting van € 975 cumulatief in 2026, zoals voorzien. BTW Compensatiefonds Het BCF-plafond bedraagt € 3,25 miljard voor gemeenten in 2021. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In de septembercirculaire 2021 is een voorschot voor het jaar 2021 van € 215,959 miljoen verstrekt. In deze circulaire volgt de afrekening voor het jaar 2021 een plus van € 119,49 miljoen. Gemeenten hebben minder gedeclareerd bij het BCF, waardoor de ruimte onder het
plafond groter is geworden. De afrekening over 2021 vindt plaats in 2022 als incidentele compensatie. Sociaal Domein De omvangrijkste taakmutatie in de circulaire: de definitieve verdeling van € 1.445 miljoen voor het jaar 2023 ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van kostenbesparende maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Bij het afsluiten van de Hervormingsagenda zal het kabinet ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden. Het advies van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt. Ravijnjaar 2026 Beide maatregelen van het kabinet, de opschalingskorting en het bezuinigen op het accres gemeentefonds, vallen buiten de huidige regeerperiode en zijn dan ook niet door het Centraal Planbureau in hun meerjarenraming gehonoreerd. Tussen de fondsbeheerders enerzijds en de VNG en het IPO anderzijds loopt het traject Lazeroms om het geschil over dit ravijn te beslechten. Wat betekent dit voor de gemeente Stein? Onderstaande tabel geeft weer wat de meicirculaire 2022 voor een effect heeft voor de gemeente Stein. 2022
2023
2024
2025
2026
131
70
108
197
121
183
559
934
934
1.422
3.444
5.555
7.074
3.772
Taakmutaties
829
2.139
30
-118
-123
IU/DU/SU
323
31
31
31
31
-22
-23
-23
-23
Hoeveelheidsverschillen Herverdeeleffect herijking GF Accresontwikkeling incl opschalingskorting
WOZ waardering en aanpassing rekentarieven 2023 Effect meicirculaire
2.705
5.846
6.260
8.085
4.712
Effect lastenkant
-1.057
-113
-105
-105
-105
6.155
7.980
4.607
Effect vrijval stelpost BCF
-149
Effect vrijval stelpost Jeugd Totaal effect meicirculaire
-
-1.376 1.499
4.357
(-) heeft een negatief effect op het huidig begrotingssaldo Bedragen x 1.000
Loon en prijsontwikkelingen Via het accres worden gemeenten fors gecompenseerd voor loon-en prijsontwikkelingen. De omvang van de effecten van deze ontwikkelingen op de uitgavenbudgetten worden in de begroting 2023 verwerkt. Deze zullen ook fors van omvang zijn en zullen op verschillende manieren zijn doorwerking gaan hebben. De omvang hiervan is op dit moment nog niet aan te geven.
Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Stein, namens dezen,
Wethouder middelen en economie mw. N.T.P. Wingelaar