Regionaal beleidskader Van Afval naar Grondstof 2021-2025.pdf
Tekst van het document
us el Ho - De rs M t aa ie rd en n de Si M nt aa An s th on is Bo ek el Bo xm Pe ee el r en M a Oo as st G B el re Zw u n sc ar h ot te en w at er la nd Dr Ge ut m en er tB ak el Ee rs el
13x 26x 13x 13x 13x
Li ss e Bl ad el Aa l te Be n un in ge n He us de n Be rg ei jk He um en Ha tte m
grof restafval fijn restafval
Sittard-Geleen en Stein. Toelichting afbeelding: In afbeelding 13 heeft gemeente Reusel-De Mierden gemiddeld 7 kg/p/j fijn restafval (aan huis ingezameld) en 13 kg/p/j grof restafval (ingeleverd op het milieupark). De inzamelservice aan huis voor het restafval is een tariefzak van 30 liter inhoud die vierwekelijks (met onbeperkt aantal) kan worden aangeboden. Horst aan de Maas heeft een tariefzak van 60 liter voor restafval en een uniek systeem voor voedselresten (GF) die inwoners twee maal per week kunnen aanbieden in emmers van 10 of 30 liter. Daarnaast kan tuinafval in permanent geplaatste tuinkorven worden achtergelaten die nabij elk huis staan opgesteld door de gehele gemeente Horst aan de Maas. De gemeente Oost-Gelre maakt volledig gebruik van ondergrondse restafvalcontainers waar inwoners hun restafval tegen betaling in kunnen werpen. Peel en Maas is de enige gemeente zonder diftar met een goed resultaat voor fijn restafval, maar aanmerkelijk minder resultaat voor grof restafval. Mogelijk wordt daar een deel fijn restafval ingeleverd op het milieupark.
2. Wij streven naar grondstoffen van goede kwaliteit. Om circulaire economie daadwerkelijk te stimuleren is het niet genoeg om te voorkomen dat er herbruikbaar materiaal in de verbrandingsoven verdwijnt. De cirkel kan alleen daadwerkelijk worden gesloten als grondstoffen genoeg kwaliteit hebben. We kunnen niet één cijfermatig kengetal toekennen aan dit doel. In het uitvoeringsplan zullen daarom meerdere kengetallen worden opgenomen die ons zeggen in hoeverre we op de goede weg zijn. De gedaalde opbrengsten van recyclebaar afval zijn al beschreven in paragraaf 2.7. Op 9 april 2018 publiceerde het CBS een bericht dat slechts 9% van de materialen daadwerkelijk op gelijk niveau terugkeert in de ketens (91% dus niet). Het CBS bedoelt hiermee hoogwaardige recycling, bijvoorbeeld flessenglas dat terugkomt als flessenglas of oud papier dat tot 8 maal terugkomt als nieuw papier en eindigt als toiletpapier. Momenteel betekent de term ‘recycling’ vooral ‘downcycling’, bijvoorbeeld een gesloopte baksteen wordt vermalen tot funderingsmateriaal. Een positieve ontwikkeling is ‘upcycling’, waarbij afgedankte grondstoffen in een hoogwaardiger product worden ingezet, bijvoorbeeld pallethout of gebruikt karton dat wordt gebruikt voor meubelen.
De boodschap van het CBS is feitelijk dat in onze maatschappij hoogwaardige recycling vooralsnog onvoldoende wordt toegepast om hoogwaardige (doorgaans nieuw gedolven) grondstoffen te vervangen.
33
3. Wij streven naar maatschappelijke meerwaarde. De circulaire economie houdt de belofte in van meer werkgelegenheid dicht bij huis. De belofte van niet alleen een schonere maar ook een duurzamere productie met minder uitstoot van broeikasgassen en een energiebehoefte die de aarde kan dragen. Naast deze concrete kansen willen we kijken naar win-win-situaties met overige Global Goals. Zo kunnen onze milieuparken naar circulaire ambachtscentra worden omgebouwd waar kringloop, reparatie, demontage plaatsvindt en waar broedplaatsen van creativiteit met restmaterialen ontstaan. Zo kunnen afgedankte producten, materialen en grondstoffen als middel worden ingezet voor dagonderwijs, stages, praktijkcertificaten, leerwerk-trajecten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en dagbesteding voor anderen. Zowel mondiaal als dicht bij huis kan de omslag van afval naar grondstof maatschappelijke waarde creëren op diverse terreinen. We stellen ons tot doel om die maatschappelijke meerwaarde te bereiken. Verhogen van de service aan de inwoners en aansprekende voorzieningen als een circulair ambachtscentrum zien wij als een weg om deze doelstellingen te realiseren, maar service of een ambachtscentrum is ook een doel op zich. Het ervaren gebruikersgemak, bestaande sociale en kringloopactiviteiten mogen er niet op achteruit gaan.
4. Wij streven naar kostenbeheersing Zoals eerder vermeld stijgen de kosten vooral door externe factoren als hogere belasting en CO2taks op restafval en een stagnerende recyclingmarkt in Europa. In vele Nederlandse gemeenten steeg de afvalstoffenheffing met meer dan 20% in het afgelopen jaar. Door meer afvalscheiding kunnen kosten worden bespaard. Maar meer afvalscheiding vergt meer service wat doorgaans gepaard gaat met hogere kosten. Zo zal het verdubbelen van de inzamelfrequentie (als extra service) een nagenoeg vergelijkbare verdubbeling van logistieke kosten kunnen geven (indien wordt gekozen voor inzameling met dezelfde vrachtwagens). Deze hogere kosten kunnen mogelijk weer geheel gedekt worden uit de besparing die volgt uit minder restafval en meer grondstoffen. Toekomstige kosten zullen dan ook afhankelijk zijn van de maatregelen die nader uitgewerkt worden in het nog op te stellen uitvoeringsplan 2022-2025. Met betrekking tot kosten en baten stellen wij ons als doel dat de afvalstoffenheffing zich binnen een acceptabele band ontwikkelt en in samenhang wordt genomen met de totale gemeentelijke lasten.
3.3
Vertrekpunten De volgende vertrekpunten zijn als uitgangspunt genomen voor dit beleidskader: Strategie: het omslagproces ‘Van Afval Naar Grondstof’ leggen we in samenhang af met thema's als mobiliteit, werk en inkomen, duurzaamheid, et cetera voor een zo groot mogelijke bijdrage aan de lokale gemeenschap, bijvoorbeeld transport elektrificeren; afvalbeheer vergt continuïteit voor de volksgezondheid en een schone leefomgeving (betere methoden zullen stapsgewijs worden ingevoerd voor een continue dienstverlening en een zo schoon mogelijke publieke ruimte); Milieu: we nemen bronscheiding als basis voor meer hergebruik en de beste kwaliteit grondstoffen; nascheiding en alternatieve afzetmogelijkheden zien we als aanvulling op bronscheiding; Service: de inwoner 'als gebruiker' wordt als vertrekpunt genomen in het uitvoeringsplan. Het inzamelsysteem moet zoveel mogelijk aansluiten op de behoefte van de gebruikers in plaats van andersom, bijvoorbeeld door meer stromen vaker aan huis op te halen;
34
-
-
we stimuleren ook lokale ondernemers hun afvalscheiding te verbeteren, bijvoorbeeld door een inzamelservice voor afvalscheiding te bieden aan winkeliers, kantoren en andere kleine bedrijven en natuurlijk semi-overheidsorganisaties en gemeentelijke instellingen; dit geldt ook voor scholen; we overwegen om de educatieve en communicatieve waarde van goed grondstoffenmanagement op scholen te stimuleren; te nemen specifieke maatregelen dienen afgestemd te zijn op het volledige servicepakket dat wordt geboden aan onze inwoners; de voor grondstoffeninzameling gewenste inzamelservice dient negatieve neveneffecten als bijzet (bijplaatsingen) en dump van huishoudelijk afval te verminderen;
Communicatie en participatie: inspraak door en samenwerking mét alle betrokkenen (participatie) voor een optimale omslag (in het geval we besluiten tot het uitvoeren van inzamelproeven, dan testen we samen met de inwoners nieuwe inzamelmethoden in hun proefgebied); we streven naar een groter bewustzijn over de noodzaak tot afvalscheiding, bijvoorbeeld door het stimuleren van educatie over de gevolgen van bijplaatsingen, zwerfafval en de noodzaak van afvalscheiding op onze scholen; we nemen als gemeente onze eigen verantwoordelijkheid door ook binnen onze organisatie het afval allereerst te voorkomen door duurzame inkoop en vervolgens het afval zo goed mogelijk te scheiden tot grondstoffen. Goede behandeling van grondstoffen binnen de gemeentelijke organisaties en binnen RWM heeft een communicatieve meerwaarde die wij zullen benutten; Kosten: effectief en efficiënt: we zoeken naar een duurzame balans tussen milieu, service en kosten, waarbij we kosten en opbrengsten breed beschouwen. De genoemde voorbeelden komen in aanmerking voor uitwerking in het uitvoeringsplan.
3.4
Haalbaarheid Ambitieuze doelen stellen is eenvoudig. Het waarmaken vaak moeilijk. De in dit beleidskader opgenomen doelstellingen zijn gebaseerd op behaalde resultaten in andere gemeenten, verkregen inzichten en resultaten uit meerdere inzamelproeven én het besef dat de mens nooit boven zichzelf uitstijgt als hij de lat te laag legt. We stellen niet het doel waarvan we dromen, maar waarvan we niet durfden te dromen… Daarbij is het minstens zo belangrijk langs welke weg we deze droom in realiteit willen omzetten. Het doel van 30 kg restafval/p/j in 2030 is daarbij één van de (hoofd)wegen, waar uw gemeenteraad mogelijk ook het scheppen van structureel sociaal werk een belangrijkere weg vindt. Voor een algemene indruk hoe we samen tot grootse dingen kunnen komen, treft u in bijlage B3 enkele voorbeelden van succesvolle gemeenten en een succesvol beproefd voorbeeld hoe je dit kunt aanpakken.
35
4
LIJST AFKORTINGEN EN WOORDENLIJST
4.1
Afkortingen ASL CBS CPI Diftar DVO EU GFT KCA kg/p/j LAP MKB NVRD OPK OZB PMD RST RWM VANG VNG
4.2
Afval Samenwerking Limburg (een samenwerkingsverband van Limburgse gemeenten) Centraal Bureau voor de Statistiek Consumentenprijsindex Gedifferentieerde tarieven, ter invulling van het principe ‘de vervuiler betaalt’ Dienstverleningsovereenkomst Europese Unie Groenten-, fruit- en tuinafval Klein chemisch afval kilogram per persoon per jaar Landelijk Afvalbeheerplan Midden- en kleinbedrijf Nederlandse Vereniging van ReinigingsDiensten Oud papier en karton Onroerendezaakbelasting Plastic, metaal en drankkartons Restafval Reinigingsdienst Westelijke Mijnstreek Van Afval naar Grondstof Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Woordenlijst Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. Mensen die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving, onder aangepaste omstandigheden. Zij hebben meer begeleiding en aanpassing van hun werkplek nodig dan van een reguliere werkgever is te verwachten. (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-met-arbeidsbeperking/beschut-werk-voormensen-met-arbeidsbeperking) Circulair ambachtscentrum Een circulair ambachtscentrum is een plek waar producthergebruik hoog in het vaandel staat. Onnodig weggooien van grondstoffen en materialen wordt voorkomen door bijvoorbeeld een kringloopwinkel, een reparatiewerkplaats, de milieustraat en een onderwijsinstelling met elkaar te verbinden. (https://circulairambachtscentrum.nl/)
37
BIJLAGEN
B1 NULSITUATIE PER GEMEENTE B1.1 Algemeen
B1-1
B1-2
B1.2 Beek
B1-3
B1-4
B1-5
B1.3 Sittard-Geleen
B1-6
B1-7
€
(kg/ p/ j) People, Planet, Profit
3,6 kg
0,1 0,9 0,0 1,5 1,1 2015
5,9 kg
6,1 kg
6,1 kg
0,4 1,1 0,1
0,2 1,0 0,1
0,2 1,0 0,1
2,8
3,2
3,2
4,5 kg
7,5 kg
in €/ hh
0,3
€ 0,22 € 3,02
1,6 0,1 0,1 0,9 0,1
wiet restafval
3,1
pmd kringloop
1,8
€ 1,49
€ 6,54
bouwstromen 1,6
1,6
1,5
1,6
2016
2017
2018
2019
2,3 2020*
stadsdeel 5 van 5: 30% met 2% wiet…
€ 0,66
2019
* inschatting voor 2020
B1-8
B1.4 Stein
B1-9
B1-10
B1-11
B1.5 Kosten in Beek, Sittard-Geleen en Stein Op stroomniveau zijn de kosten uitgesplitst voor de belangrijkste hoofdstromen (de inzamelkosten van GFT en restafval zijn als één kostprijs vermeld door RWM). Afbeelding 14 Trend kosten per huishouden per stroom voor Beek, Sittard-Geleen en Stein
Legenda: MP overig kringloop OPK+GL+TEX PMD GFT afzet GFT+RST inzm RST grof RST fijn afzet ingezameld *
kosten gemoeid met recyclebare stromen op milieuparken kosten gemoeid met kringloop kosten gemoeid met oud papier en karton, verpakkingsglas en textiel kosten gemoeid met verpakkingen van plastic, metaal en drankpakken kosten gemoeid met de compostering van GFT kosten gemoeid met de inzameling van GFT en restafval kosten gemoeid met restafval op milieuparken kosten gemoeid met nascheiding en verbranding van restafval dat aan/nabij huis is begroting RWM voor 2020
Uit bovenstaande afbeelding kan worden afgeleid dat de kosten onderling weinig verschillen, maar sinds 2017 sterk zijn gestegen. De voornaamste oorzaken van de sterke kostenstijging zijn: Verhoging van de afvalstoffenbelasting op restafval met 138%. Overaanbod recyclebare stromen door importverbod in China (groot effect op kosten van ‘MP overig’ en ‘OPK+GL+TEX’).
B1-12
B1.6 Afval op milieustraten De situatie van ingeleverde grondstoffen en restafval op de milieustraten is weergegeven in onderstaande afbeelding. In diezelfde figuur zijn ook de gemiddelde prestaties afgebeeld van de Nederlandse top10 en top50-gemeenten met het minste restafval. Afbeelding 15 Beek, Sittard-Geleen, Stein, NL_top10 en NL_top50: ingeleverde stromen op de milieuparken 2019. groen verpakkingsglas PMD
200
78
63
metalen
38
150 5
12
83
40 31
9 8
32 6 4 6
50
kca harde kunststoffen
40 14
100
papier olie+vet
33
6 6 11
30
32
6
0
27
34
MP's Beek
6 8 13
12
35 6 7 7
38 27
29 8
8
9
64
matras+bank elektronica autobanden dakleer
41 41 23
asbest puin
19
18
c-hout b-hout
15
18
vlakglas RST fijn
MP_Top10
MP_Top50
RST grof
39
23
31
24
MP Stein
MP Born
MP Geleen
MP Sittard
17%
19%
15%
20%
24%
9%
12%
restafval
83%
81%
85%
80%
76%
91%
88%
grondstoffen
0
Uit enkele metingen van RWM blijkt het gebruik van milieuparken door bezoekers buiten het eigenlijke verzorgingsgebied zich te beperken tot enkele procenten. Met deze wetenschap kan worden vastgesteld dat de milieuparken verschillend presteren, ondanks een uniform tariefstelsel en personeel van één en dezelfde uitvoeringsorganisatie. Opvallend is de kleine hoeveelheid groen die is afgegeven op het milieupark in Sittard. Ook opvallend is de grote hoeveelheid restafvalzakken (RST fijn) die wordt (en kan worden) ingeleverd op de meeste milieuparken. Ten opzichte van de top10 en top50-gemeenten kunnen de milieuparken een verbeterslag maken om de hoeveelheid restafval de verminderen.
B1-13
B2 NEDERLANDSE GEMEENTEN MINSTE RESTAFVAL Lijst van Nederlandse gemeenten met minste restafval (top10 en top50) (kg/p/j) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47
2019 Reusel-De Mierden Horst aan de Maas Grave Cuijk Mill en Sint Hubert Boxmeer Boekel Zwartewaterland Sint Anthonis Druten Olst-Wijhe Oost Gelre Staphorst Heusden Ommen Beesel Dalfsen Zoeterwoude Bladel Hattem Winterswijk Eersel Beuningen Bunschoten Gilze en Rijen Bergeijk Aalten Heumen Bronckhorst Dinkelland Oirschot Steenwijkerland Berg en Dal Meierijstad Leusden Heeze-Leende Peel en Maas Oosterhout Doesburg Wierden Hengelo (O) Deurne Deventer Woudenberg Tubbergen Hof van Twente Scherpenzeel
totaal RST 20 35,7 42,3 42,6 42,7 42,8 42,9 43,7 44,4 49,1 54,1 54,7 56,3 59,5 60,6 60,9 61,1 61,5 61,6 62,2 63,8 64 65,7 65,7 66,7 67,5 69,4 69,4 72,5 73 73,6 74,5 75,8 76,4 79,1 79,2 79,5 82 83,4 86,9 87,1 87,9 88,2 88,4 93,9 94,5 94,6
RST fijn 6,1 23,5 29,6 29,8 29,8 29,9 30 40,8 29,8 48,6 51,7 35,5 54,8 44,3 59,1 56,1 53,9 41,1 42,8 47,5 54,1 49,1 48,4 38 43,8 49,2 45,6 49,9 63 57 54,6 61,6 53,9 67,2 64,3 67,1 37,7 69,7 61,2 71,8 75,1 73,6 73,2 70 63,9 83,4 79,6
RST grof 13,9 12,2 12,7 12,8 12,9 12,9 12,9 1,2 14,6 0,3 2,1 11,3 0,9 15,2 1,3 4,8 4,4 20,4 10,7 8,5 4,7 14,9 14,1 27,7 22,9 18,3 18,7 16,4 5,8 11,4 19 5,4 16,6 9,2 14,8 1,6 41,8 12,3 22,2 15,1 12 12,8 13,1 16 27,6 11,1 13,1
RST bouw
1,7 0,2 0,3 7,9 0,6 0,2 2,8 8,1 6,2 5 3,2
5,1 3,1 3,7 4,6 7,5 5,3
10,5
1,5 1,9 2,4 2,4 1,9
B2-1
48 49 50
Valkenburg aan de Geul Kampen Putten
96,3 96,8 97,1
71,8 64,7 58,1
24,5 25,7 38,6
6,4 0,4
B2-2
B3 RICHTING AANPAK Voor de nieuwe doelen is een andere aanpak noodzakelijk; bestaande werkwijzen dienen te worden bijgesteld en op enkele vlakken zelfs te worden vervangen door nieuwe procedures. De nieuwe aanpak voor grondstoffen is niet meer gericht op een verbeterd afvalbeheer, maar wordt gebouwd op pijlers voor het slaan van een brug naar een circulaire economie: 1. Stuur op grondstoffen (minimaliseer restafval). 2. Verweef grondstoffen met andere thema’s (Global Goals). 3. Benut snelle winstpakkers (optimalisatie/laaghangend fruit). 4. Organiseer inzamelproeven (verken de mogelijkheden van alternatieve inzamelmethoden). 5. Cocreëer met maatschappelijke participatie (betrek de inwoners bij de omslag). 6. Communiceer voor een gewenste bewustwording.
B3.1 Stuur op grondstoffen (minimaliseer restafval) Vanuit het perspectief van sturen op grondstoffen dient op een andere manier naar de huidige afvalstromen te worden gekeken. Voor restafval is dat evident, omdat periodiek onderzoek4 uitwijst dat dit voor 97% uit grondstoffen blijkt te bestaan. GFT kan als grondstof sterk worden verbeterd door splitsing van de GF (groente- en fruitresten) en T (tuinresten; een mengsel van grond, hout, blad en planten). Een goed lokaal voorbeeld hiervan is toepassing van snoeihout als brandstof voor verwarming van huizen in Sittard-Noord. De tuinstroom (grond, twijgen, bladeren en gewassen) kan goedkoper en hoogwaardiger worden gecomposteerd zonder GF. Het GF-materiaal biedt kansen voor de Biobased Economy5 als bouwsteen voor farmacie, maar ook als kippenvoer; oud voedsel wordt nieuw voedsel (de hoogste toepassing). Zo kan er bijvoorbeeld zeep en andere chemische grondstoffen uit sinaasappelschillen worden gewonnen en voedingsrijke zwammen worden gekweekt op ingezameld koffiedik. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld door Zwamburg uit Schimmert. Afbeelding 16 Zwammen uit koffiedik en zeep uit sinaasappelschillen
Voor het inzamelen van kwalitatief hoogwaardig materiaal is het belangrijk de gebruiker en diens ‘afdankmoment’ als vertrekpunt te nemen. Dat houdt in dat de bestaande afvalstromen als GFT, plastics en restafval niet meer houdbaar blijven. Waar het eindpunt ligt, is op dit moment niet te duiden; we staan aan het begin van een ontdekkingstocht. Wat we wel weten is dat dit vertrekpunt niet mag eindigen in een complex inzamelsysteem voor de gebruikers. Sterker nog, het inzamelsysteem moet de gebruikers dienen en niet andersom.
4 Samenstelling van het huishoudelijk afval: resultaten sorteeranalyses 2017, Gemiddelde driejaarlijkse
samenstelling 2016 / Rijkswaterstaat – Utrecht : Rijkswaterstaat, 2018. - ISBN 978-94-91750-20-5 5 Biobased Economy is een economie waarin grondstoffen op hernieuwbare worden gewonnen uit de
natuur.
B3-1
B3.2 Verweef grondstoffen met andere thema’s De logistiek is een belangrijke factor binnen het afvalbeheer. Een betere service naar gebruikers gaat doorgaans gepaard met hogere logistieke inspanningen en daarmee gepaard gaand hogere kosten. De kostenpost van afvalverwerking zal daarbij op termijn wel ten dele kantelen naar een opbrengstenpost van grondstoffen. Inzameling en verwerking zullen dus veranderen en dat biedt mogelijkheden om diensten af te stemmen op andere politieke agenda’s. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, het organiseren van beschut werk of zieken laten re-integreren bij de inzameling of hergebruik van producten. Zo kunnen de milieuparken worden uitgebouwd tot ambachtscentrum voor meer hergebruik en recycling. Professionals kunnen hier samenwerken met scholieren, vrijwilligers en re-integranten aan de lokale circulaire economie. Daarmee wordt méér maatschappelijke waarde gecreëerd dan de som der delen. In het straatbeeld kunnen schone en veilige voertuigen worden gebruikt welke meer service voor de inwoners mogelijk maken met hulp van sociale arbeid. Dit maakt ook gelijktijdige uitvoering van andere taken in de openbare ruimte mogelijk.
De al decennia stagnerende afvalscheiding van bedrijfsafval kan worden weggenomen bij het MKB en overige (semi-overheids)organisaties door de inzameling daarvan te verweven met huishoudelijke grondstoffen. Indien wenselijk kunnen daardoor diverse soorten afvalvoorzieningen uit het straatbeeld worden genomen.
B3.3 Benut snelle winstpakkers Er zijn enkele geschikte maatregelen die snel kunnen worden ingevoerd. Dit is helder geworden op grond van studie en goede praktijkervaringen. Als voorbeeld gaat het om maatregelen als: Toegangsbeheer met unieke toegangspassen invoeren op milieuparken. Verklein de aanbiedmogelijkheden voor restafval. Het verlagen van de inzamelfrequentie van tweewekelijks naar vierwekelijks van de tweewielcontainer is een bewezen maatregel voor 40-45% minder restafval. Vergroot het thema ‘schoon, heel en veilig’ (aanpak leegstand, onderhoud straatmeubilair en groen, toegankelijkheid voetpaden en wegen, zwerfafval, et cetera). Afhankelijk van het moment zijn er ook de volgende winstpakkers: Organiseer speelruimte voor de circulaire economie bij het afsluiten van nieuwe contracten. Beëindig contracten gericht op afvalbeheer en open contracten waarin stappen kunnen worden gemaakt richting een circulaire economie. Dit wordt momenteel voorbereid voor het toekomstig verwerkingscontract van restafval. Circulaire inkoop organiseren van producten voor gebruik in eigen organisatie en semioverheidsorganisaties, alsook riolering, wegenbouw en andere producten. Verder zijn de volgende sturingsinstrumenten op relatief korte termijn inzetbaar: Regelgeving (bijvoorbeeld regulering inzamelaars in centrumgebieden via de Afvalstoffenverordening).
Dieselmotoren en zware vrachtwagens waar mogelijk terugdringen of vervangen door schoon en stil transport in de woonwijken en de centrumgebieden. Serviceniveau (bijvoorbeeld verlagen of verhogen van het serviceniveau voor ongewenste of gewenste stromen, bijvoorbeeld minder vaak huisvuil ophalen en/of kleinere huisvuilcontainers). Prijsbeleid (bijvoorbeeld belonen van inwoners voor het correct inleveren van gescheiden afval/grondstoffen, eventueel aanvullend restafval negatief beprijzen en kosten voor grondstoffen via het vastrecht verrekenen. Voor de omslag van afval naar grondstof zijn ook op de middellange termijn maatregelen nodig, zoals bijvoorbeeld: Wet arbeidsparticipatie (stelselmatig investeren in sociale arbeid voor lagere integrale kosten met als totaal resultaat een arbeidsperspectief voor meer inwoners en een besparing voor sociaal domein).
B3-2
-
Duurzame educatie (stelselmatig investeren in circulair ‘inclusief’ (basis)onderwijs en bewustwording van de inwoners).
B3.4 Test op kleine schaal
Participatie in Reusel-De Mierden Deze gemeente betrok alle dorpsraden bij de
Door het inspelen op het afdankmoment uitdaging om samen te komen tot één proefgebied met meedenkende inwoners. In het dorp Hulsel waarin iemand iets ‘weggooit’ of ‘teruggeeft’ (gemeente Reusel-De Mierden) werden vervolgens de kan het verschil worden gemaakt tussen afval inwoners ‘bewust’ geconfronteerd met een wijziging inzamelen of grondstoffen teruggeven. Dat van de inzameling. Met een informatieavond werden afdankmoment speelt voor grofweg 5.000 de inwoners vooraf geïnformeerd over de aanleiding producten die dagelijks of zeer incidenteel en aanpak daarvan. De aanpak stond naast operationele aspecten vooral stil bij participatie. een keer worden afgedankt. Voor hergebruik Tijdens de avond vroeg de wethouder wie van de van al deze producten dient een robuust en aanwezigen wilde mee denken in een eenvoudig terugnamesysteem klankbordgroep. Deze groep is uiteindelijk 7 maal (inzamelservice) te worden ontwikkeld. Zoiets bijeengekomen en heeft zichtbaar richting kunnen kan het beste op kleine schaal worden geven aan de proef. Uiteraard werden alle tussenstappen gedeeld met de dorpsraad van Hulsel. beproefd. Enkele experimenten met 98% hoogwaardige bronscheiding hebben al bewezen dat het mogelijk is. De gemeenten Horst aan de Maas en Reusel-De Mierden hebben al 95% bronscheiding en nog maar 15-35 kg/p/j restafval.
Hun aanpak lag in het kleinschalig testen met hulp van participatie van inwoners. Proeven blijken in de praktijk ook een zeer effectief communicatiemiddel: je hebt tijdens een proef alle aandacht van elke gebruiker, want ze willen de nieuwe spelregels toepassen.
Afbeelding 17 Inzamelproef in Reusel-De Mierden 'in de optocht'
B3.5 Co-creëer met maatschappelijke participatie De voor deze omslag benodigde vernieuwing zit in de eerste plaats ín de mensen; zij maken wel of niet hét verschil. We willen dat inwoners, werknemers en ondernemers zich vanuit hun plaatselijk ‘DNA’ (sociaal weefsel) medeverantwoordelijk voelen voor elkaar en hun leefomgeving en daarom stappen nemen in deze omslag. Co-creatie met alle maatschappelijke partijen geeft iedereen extra wijsheid, menskracht, ambassadeurs, daadkracht en netwerken in de lokale samenleving van onze gemeenten. Maar onze ‘gemeenten’ zijn de basis van die samenleving en vervullen als zodanig meerdere rollen voor de gemeenschap. In de transitie van afval naar grondstof dienen we als gemeenten een voortrekkersrol te vervullen.
B3-3
B3-4
De gemeentelijke rol omvat de volgende taken (niet uitputtend): Voorbeeldfunctie; ‘doe wat je zegt’, de Afbeelding 18 speed-debating ‘wat en gemeentelijke hoe’ in Eersel organisatie dient als eerste de omslag ‘Van Afval Naar Grondstof’ te maken als we iets vergelijkbaars vragen van onze inwoners en ondernemers. Ook dienen wij duurzaamheid op andere thema’s in de praktijk te brengen. Anders verliezen wij onze geloofwaardigheid, voeling met de ontwikkelingen in de gemeenschap en daarmee onze binding. We zullen een intern traject starten om het afval dat ontstaat vanuit de gemeentelijke organisatie om te buigen naar grondstoffen. Initiator; de gemeente als ‘launching customer’ vanuit haar afvalbeheer, maar ook vanuit andere gemeentelijke diensten en producten voor lokale werkgelegenheid en het helpen aanjagen van een lokale circulaire economie. We zullen daarom nieuwe contracten baseren op de doelen van de circulaire economie en de doelstellingen van dit grondstoffenplan en andere duurzame doelstellingen. Facilitator; juist omwille van een duurzame lokale samenleving willen we als gemeente dienend zijn bij initiatieven die onszelf mogelijk overbodig zullen maken.
Naast de ondersteuning van bijvoorbeeld energiecoöperaties kunnen we ook de oprichting van grondstoffencoöperaties (CONsumenten verenigd als aanbieders ‘PROsumenten’ van grondstoffen op een grondstoffenbeurs of een grondstoffenbeurs die wordt gerund door kringloopbedrijven, sociaal werkbedrijven en/of burgerinitiatieven) bevorderen en daarmee onszelf op termijn overbodig maken of beperken tot de verwijdering van het weinige restafval dat overblijft in een circulaire economie. Ook zal de gemeente educatie over dit thema stimuleren door samen met het onderwijs stappen te nemen richting de circulaire economie. Partner; vanwege onze unieke positie kan het in voorkomende gevallen prudent zijn dat we als gemeenten een bufferende rol vervullen of deze rol op ons nemen vanwege het maatschappelijke belang. Zo kan bijvoorbeeld de vermarkting van grondstoffen met hulp van de gemeente blijven plaatsvinden.
B3.6 Communiceer voor een gewenste Afbeelding 19 ‘Information bewustwording overload’ Uit wetenschappelijk onderzoek is duidelijk geworden dat communicatie mensen nauwelijks bereikt in het geval zij ‘vastzitten’ in hun routine. Daarom is hun onbewuste focus op ‘afval’ als zeer hardnekkig te omschrijven en dienen we deze focus op vernieuwende wijze te verleggen naar ‘grondstoffen’. We zullen de eigen medewerkers, inwoners, werknemers en ondernemers meenemen op een ‘reis’ die eindigt op een bestemming waar zij niet meer hun ‘afval weggooien’, maar hun ‘grondstoffen teruggeven’. Naast participatie is communicatie daarbij zeer belangrijk.
B3-5
Daarom zal het communicatieplan inspelen op het moment waarop de routine van gebruikers wordt doorbroken als gevolg van proeven of andere interventies. Daarbij zullen we acties opzetten die zoveel mogelijk subgroepen in de gemeenschap bereiken én verleiden tot deelname. De communicatie krijgt vanuit de basis klassieke boodschappen (wat, waar, hoe, waarvoor). Maar successen zullen we vieren en we zullen ook pijnpunten benoemen. Mogelijk is het raadzaam dat we eindigen met deur tot deur bezoeken van buurtambassadeurs en ludieke acties zoals het project ‘100-100-100’ (100 gezinnen, 100 dagen, 100 % afvalloos) wat een groot succes was in Oost-Nederland en navolging kreeg door geheel Nederland.
Afbeelding 20 ‘feedback’ bij elke dorpspaal van Soerendonk, gemeente Cranendonck, 2009
Ook zullen we duidelijk vertellen waar we heen willen. Op deze wijze trachten we ook het deel van de bevolking te verleiden dat normaliter geen aandacht (wil) schenken aan nieuwe maatregelen. Uit meerdere inzamelproeven blijken deelnemers hernieuwd na te denken over hun consumptiegedrag. Veel deelnemers melden alle verpakkingen ‘uit protest daartegen’ in de supermarkt achter te laten. Daarmee zetten zij de eigenaar van een supermarkt aan tot nadenken over hoe minder verspilling aan verpakkingsmaterialen te organiseren, et cetera. We zullen daarom ook met ondernemers communiceren over het bewerkstelligen van een paradigmawisseling: Niets weggooien, maar alles terug geven. We benoemen concreet in een uitvoeringsplan wat we de komende jaren gaan doen met een doorkijk wat voor dit wensbeeld daarna dient te gebeuren. Enerzijds is dat concreet met projecten aan de slag gaan en anderzijds is dat ook het creëren van de randvoorwaarden waarmee een versnelling op langere termijn mogelijk wordt. Dit is een dynamisch proces: een zoektocht in een veranderende samenleving. De gemeente kiest hierbij steeds opnieuw haar passende rol binnen haar gemeenschap.
B3-6