Reactie Presidium op zienswijze College
Tekst van het document
Reactie van het Presidium op de brief ‘Zienswijze gezamenlijke rekenkamer Limburg Centraal’ (brief college d.d. 16 november 2023 - ontvangen op 30 november 2023)
We hebben kennis genomen van de RIB zienswijze gezamenlijke rekenkamer Limburg Centraal, waarin het college haar wensen en bedenkingen kenbaar maakt ten aanzien van het initiatiefvoorstel inzake deze gezamenlijke rekenkamer. We willen het college allereerst bedanken voor hun reactie en nemen graag de onder punt 2 en 3 verwoorde suggesties over. Ook wij willen deze nieuwe samenwerking en het benodigde budget regelmatig evalueren - zeker in de beginperiode - en waarderen de door het college aangeboden ondersteuning hierbij. De zorgen die het college uit ten aanzien van de minimale reactietermijn voor ambtelijk en bestuurlijk wederhoor begrijpen wij maar willen wij ook graag nuanceren. Op de eerste plaats betekent 10 respectievelijk 15 werkdagen voor ambtelijk en bestuurlijk wederhoor deels een verruiming van deze termijnen ten opzichte van de termijnen zoals die in de vigerende Verordening rekenkamercommissie gemeente Stein 2018 (artikel 13 lid 6) zijn opgenomen. In de vigerende verordening bedragen de termijnen voor zowel de ambtelijke als de bestuurlijke reactie 2 weken, hetgeen vrij gebruikelijk is en bijvoorbeeld ook in de verordeningen van de rekenkamer(commissie)s van Sittard-Geleen en Maastricht wordt gehanteerd. In de Gemeentewet wordt geen termijn voor een ambtelijke reactie gegeven en wordt voor een bestuurlijke reactie een “redelijke termijn” genoemd.
In de modelverordening van de VNG zijn überhaupt geen reactietermijnen opgenomen. Daar gaat men er kennelijk van uit dat dat des rekenkamers is. Het is ook gebruikelijk dat een rekenkamer zelf een reglement van orde en/of een onderzoeksprotocol vaststelt waarin doorgaans reactietermijnen zijn opgenomen. Deze zullen minimaal moeten voldoen aan de in de verordening opgenomen termijnen maar mogen ook ruimer genomen worden. In de praktijk zal bovendien maatwerk mogelijk zijn. De rekenkamer schiet er immers niets mee op als ze een bestuurlijke reactie niet meeneemt als deze vertraagd is. Ook als er vanwege zomer- of kerstreces geen collegevergaderingen plaatsvinden zal een ruimere termijn noodzakelijk zijn. Het aan de rekenkamer vooraf opleggen van de door het college gewenste ruime termijnen van 20 respectievelijk 30 werkdagen voor ambtelijke en bestuurlijke reactie betekent echter dat alleen al voor het wederhoor 10 weken gereserveerd dienen te worden binnen een onderzoeksopzet. Zeker in geval een gemeenteraad dringend zit te wachten op de onderzoeksresultaten van een rekenkameronderzoek betekent dit een ongewenste en veelal ook onnodige vertraging. Ondanks dat wij erkennen dat de opgenomen termijnen in sommige gevallen mogelijk zouden kunnen knellen, zijn wij dan ook van mening dat dat in de praktijk wel zal meevallen.
Een aanpassing van de op te leggen termijnen achten wij dan ook niet noodzakelijk en bovendien is een eenzijdige aanpassing in het besluitvormingsproces om te komen tot een gezamenlijke rekenkamer ook niet gewenst. Wel zullen wij de in te stellen rekenkamer de zorgen van ons college over brengen en haar vragen om flexibiliteit te betrachten bij de te hanteren reactietermijnen voor ambtelijk en bestuurlijk wederhoor.