RAP-Regionaal Uitvoeringsplan Westelijke Mijnstreek-4.0-bijlage.pdf
Tekst van het document
25
Het behalen van de doelstellingen van maximaal 100 kg/p/j in 2025 en maximaal 30 kg/p/j in 2030 zal beide ontwikkelingen gunstig beïnvloeden. Minder restafval en meer grondstoffen geeft een dubbel rendement: een besparing op restafval en gelijktijdig opbrengsten uit grondstoffen. Alle kosten en opbrengsten van het huishoudelijk afvalbeheer (afval en herbruikbare grondstoffen) worden met de inwoners verrekend zonder winstoogmerk. Dat wordt elk jaar geregeld in de Verordening Afvalstoffenheffing. Voor de afvalstoffenheffing in de WM-gemeenten wordt daarbij het uitgangspunt gehanteerd van ‘de vervuiler betaalt’; het zogenaamde diftar (gedifferentieerde tarieven). Daardoor heeft de afvalstoffenheffing een variabel en een vast deel. Huishoudens hebben invloed op hun eigen variabele kosten door minder restafval en meer gesorteerde grondstoffen aan te bieden. Elk huishouden betaalt per lediging van een GFT-container of restafvalcontainer. Gratis GFT Uit afbeelding 2 (hoofdstuk 2, sorteeranalyse) blijkt het restafval nog zeer veel GFT en overige grondstoffen te bevatten. In het restafval van de WM-gemeenten zit meer GFT dan via de GFT-routes is ingezameld. Beter scheiden van GFT uit restafval is dan ook noodzakelijk. Daarom is in paragraaf 3.2.3 geadviseerd op termijn het aanbieden van GFT “gratis” (kosteloos) te maken.
In de WM-gemeenten is het diftartarief voor GFT lager dan de feitelijke kostprijs en is het diftartarief van restafval psychologisch “duur” gemaakt. Bij aanvang van deze aanpak was het restafval circa 1,5 duurder dan de feitelijke kostprijs, maar in 2019 was deze marge binnen het diftartarief verdwenen. De aanpak in tarief differentiatie wordt in de meeste diftargemeenten toegepast. Voor geheel gratis (kosteloos) maken van het diftartarief van GFT in 2023 dient het diftartarief van restafval verder te worden verhoogd tot 0,50 €/kg (met behoud van 0,80 €/lediging). Daardoor worden de kosten van GFT (en PMD) geheel gedekt uit de extra inkomsten van het restafval. Een bijna verdubbeld diftartarief voor restafval vergroot het risico op ontwijkgedrag en toename aan vervuiling van GFT en PMD. Dat geeft vervolgens een risico op een grotere onzekerheid over de daadwerkelijke inkomsten. Gratis GFT wordt daarom afgeraden in de huidige uitgangssituatie. Uniformeren diftartarieven fijn en grof restafval Er zijn verschillen in het diftartarief tussen tariefzak, inworp in een OGI, gewicht van een restafvalcontainer en wat als restafval wordt aangeboden op milieuparken. Op basis van een gemiddeld gewicht per afvalzak en inworp betaalt een huishouden als volgt in de WM-gemeenten: Restafval tariefzak Restafval inworp OGI Restafvalcontainer Restafval milieupark
± 0,20 €/kg (gemiddeld 6,5 kg/zak) ± 0,23 €/kg (gemiddeld 6,5 kg/zak) 0,26 €/kg (gewogen) 0,20 €/kg (gewogen)
Deze verschillen veroorzaken extra restafval op de milieuparken. In andere gemeenten met tariefverschillen zijn situaties geconstateerd waarin een buurt om financiële redenen en gemak elke zaterdag een aanhangwagen met restafval naar het milieupark brengt, of de situatie waarbij het milieupark als achtervang wordt gebruikt voor teveel restafval. Dit soort situaties komen hoogstwaarschijnlijk ook voor in de WM-gemeenten. Ook staat dit soort gedrag op gespannen voet met het principe 'de vervuiler betaalt’, want het tarief voor restafval op milieuparken is lager dan de kostprijs. Met de ‘wetenschap’ dat zowel fijn als grof restafval voor meer dan 80% bestaat uit grondstoffen is dit een onwenselijke situatie. Momenteel wordt 24-37 kg/p/j grof restafval gemaakt in de WM-gemeenten. Die hoeveelheid moet naar 15 kg/p/j voor het behalen van de doelstelling voor minder restafval in 2025. Voor het ontmoedigen van ongewenst gedrag wordt geadviseerd het tarief voor fijn en grof restafval te uniformeren.
26
Benodigde diftartarieven vanwege de wijzigingen in 2023 Met de voorgestelde wijziging naar vierwekelijks inzamelen van restafval en een oplopend tarief voor gebruik van de OGI’s zal de hoeveelheid restafval 40% kleiner worden en de hoeveelheden GFT en PMD toenemen. Daardoor dalen de variabele inkomsten uit restafval, terwijl PMD en GFT hogere uitgaven hebben. Op basis van verschillende diftartarieven voor restafval is een verkenning gemaakt van de dekkingsgraad voor bekostiging van de kosten voor inzameling en verwerking van GFT, PMD en (fijn) restafval. Deze verkenning bevat geen kosten voor inzamelmiddelen, het schoonhouden van OGI-locaties, het uitbreiden van werkelijk benodigde uren beleid en regie, et cetera. Voor een definitieve bepaling van diftartarieven wordt aangeraden dat RWM en de gemeenten samen de vermelde kosten verfijnen tot een feitelijk kostenniveau. Ongewijzigde diftartarieven Uit de onderstaande cijfermatige verkenning van verwachte kosten voor het inzamelen en verwerken van GFT, PMD en restafval en inkomsten uit PMD (zie tabel 3) ontstaat een tekort voor de WM-gemeenten bij ongewijzigd tariefbeleid voor de jaren 2022-2025 (positief getallen zijn kosten, negatieve getallen opbrengsten): Tabel 3 Verwachte kosten inzamelen en verwerken GFT, PMD en restafval en opbrengsten PMD GFT PMD Rest kilo’s Rest ledigingen
diftartarief 0,10 €/kg 0,26 €/kg 0,80 €/lediging
2022 - k€ 60 - k€ 97 - k€ 61 - k€ 52
2023 k€ 33 k€ 352 - k€ 727 - k€ 29
2024 k€ 336 k€ 352 - k€ 596 - k€ 29
2025 k€ 336 k€ 352 - k€ 442 - k€ 29
- k€ 270
- k€ 371
k€ 63
k€ 217
Uit de cijfermatige verkenning volgt in kolom 2022 een indicatief resultaat van globaal -270 K€ voor het jaar 2022. Dit ‘batig saldo’ was ook in voorgaande jaren aanwezig en is waarschijnlijk de dekking van de kosten van de inzamelmiddelen. Met de voorgestelde gewijzigde inzameling loopt dit saldo op tot -371 K€ in 2023. De voorziene stijging van de verwerkingskosten van GFT en fijn restafval in 2024 slaat dit batig saldo om naar een onderdekking van 63 K€ in 2024. In deze cijfermatige verkenning ontstaat dus een financieel begrotingstekort ten opzichte van 2022 van 330 K€ (270+63 K€). Invoering van CO2-heffing op restafval zal dit begrotingstekort in 2025 doen oplopen tot 585 K€ in 2025 (270+217 K€). Vanaf 2024 dient daarom naar verwachting extra dekking te worden gezocht in variabele en vaste lasten die worden doorberekend naar elk huishouden in de WM-gemeenten. De inkomsten kunnen ‘vlak’ op -270 K€ worden gehouden door de diftartarieven per jaar daarop af te stemmen. Het nadeel daarvan is onbegrip bij een deel van de inwoners doordat de kiloprijs veranderd.
Wijzigingen van de diftartarieven Met het hoge aandeel GFT en andere grondstoffen in het restafval, de doelstelling van minder restafval, de (sneller) stijgende kosten van restafval en de kosten voor extra te nemen maatregelen gaan wij de diftartarieven als volgt bijstellen vanaf het jaar 2024: • GFT wordt verlaagd van 0,10 €/kg naar 0,05 €/kg. • Restafval wordt verhoogd van 0,26 €/kg naar € 0,40 €/kg. • Restafvalcontainer ledigen wordt verhoogd van 0,80 €/lediging naar 1,00 €/lediging. De redenen achter de vermelde bedragen zijn: • Een lagere diftartarief voor GFT zet meer inwoners aan tot het gescheiden aanbieden van GFT. • Een hogere diftartarief voor restafval financiert de stijgende kosten van GFT en PMD. • Het psychologisch effect van ‘ronde bedragen (0,40 €/kg en 1,00 €/lediging) zet inwoners aan tot het aanbieden van meer grondstoffen en minder restafval. • Te nemen maatregelen ter verbetering van afgekeurde PMD bieden voorlopig geen betrouwbare ‘opbrengst’ in de afvalstoffenheffing.
27
Dit geeft een volgende verwachting van kosten en inkomsten voor de jaren 2024 en 2025: Tabel 4 kosten en inkomsten 2024-2025 GFT PMD Rest kilo’s Rest ledigingen
diftartarief 0,10 €/kg 0,26 €/kg 0,80 €/lediging
2022 - k€ 60 - k€ 97 - k€ 61 - k€ 52
2023 k€ 33 k€ 352 - k€ 727 - k€ 29
- k€ 270
- k€ 371
diftartarief 0,05 €/kg 0,40 €/kg 1,00€/lediging
2024 k€ 842 k€ 352 - k€ 1.672. - k€ 36
2025 k€ 842 k€ 352 - k€ 1.518 - k€ 36
- k€ 514
- k€ 360
Een diftartarief van 0,39 €/kg voor restafval geeft 77 K€ minder inkomsten. Elke Eurocent minder geeft telkens 77 K€ minder inkomsten. Op grond van de ‘eerste signalen’ uit de nieuwe regeringscoalitie wordt de afvalstoffenbelasting verdubbeld en de geplande CO2-heffing gehandhaafd. Tezamen met de verwerkingskosten van restafval geeft dat een verwachte stijging van 0,40 €/kg in 2026 naar 0,45 €/kg in 2030. Diftarparadox door te weinig restafval De bekostiging van GFT en PMD is niet meer mogelijk wanneer minder dan 65 kilogram per inwoner per jaar restafval aan huis wordt ingezameld. In dat geval is er ‘te weinig’ restafval om voldoende inkomsten te hebben voor het dekken van de kosten van GFT en PMD. Voor de doelstelling van 2030 is het daarom raadzaam het gehele stelsel van variabele en vaste lasten te herzien. Bedrijfsafval Bedrijfsafval mag niet worden bekostigd via de Verordening Afvalstoffenheffing. Voor de WM-gemeenten zijn er twee mogelijkheden voor het faciliteren van afvalscheiding bij bedrijven: • RWM contracten laten afsluiten met elk afzonderlijk bedrijf. In deze optie gaat RWM direct concurreren met commerciële inzamelaars. • Gemeenten stellen een reinigingsrecht in om de kosten met elk afzonderlijk bedrijf te verrekenen.
In deze optie melden ondernemers zich bij de gemeente en worden vervolgens opgenomen in de inzamelroutes van de huishoudens (PMD uitgezonderd vanwege sectorafspraken). In beide gevallen mag RWM geen oneerlijke concurrentie maken door inzet van overheidsgeld. RWM is met de WM-gemeenten bezig met een meerjarenvisie waarin de inzameling van bedrijfsafval wordt overwogen.
3.7
Afvalscheiding stimuleren op scholen Er is een wens om afvalscheiding te stimuleren op scholen. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. De ervaring leert dat kinderen en jongeren gevoelig zijn voor de effecten van hun eigen gedrag en dat van hun naasten op de planeet. Educatie over de circulaire economie heeft niet alleen effect op de jeugdigen zelf. Jeugdigen zijn uitstekende ambassadeurs voor verantwoord omgaan met grondstoffen. Om afvalscheiding ‘van jongs af aan’ te stimuleren en om het voor leerlingen begrijpelijk te houden is een vergelijkbare inzamelstructuur als voor huishoudens ook op school van belang. Op enkele scholen vindt dit al plaats. Echter meer scholen moeten in de gelegenheid worden gesteld om afvalpreventie en afvalscheiding in de klas beter te organiseren. De gemeente en RWM ondersteunen daarin. Dit sluit ook aan op (gewijzigd) Rijksbeleid waarin gemeenten de ruimte wordt geboden om scholen te laten deelnemen in een gemeentelijke inzamelstructuur. Voor kinderen komt daarmee een eenduidig beeld tot stand tussen school en thuissituatie.
28
In de planperiode beogen wij dit als volgt te versterken: In samenwerking met RWM komen wij tot een aanbod aan de onderwijsinstellingen in Beek, Sittard-Geleen en Stein om grondstoffen in te zamelen alsof het afval van huishoudens is. Ook de scheidingsregels zijn daarmee gelijk aan die van huishoudens en de scholen krijgen minstens dezelfde hulpmiddelen om aan de scheidingsregels te voldoen. Het aanbod moet voor de onderwijsinstellingen aantrekkelijk zijn. In samenwerking met RWM en verwerkers van de ingezamelde grondstoffen komen wij tot een educatieprogramma over de circulaire economie, gericht op kinderen en jongeren. Dit programma omvat bedrijfsbezoeken om het echte verhaal achter de circulaire economie te laten beleven. De kosten voor de benodigde capaciteit bedragen 10 k€.
3.8
Bijplaatsingen, dump en zwerfafval Uit onderzoek blijkt een schone openbare ruimte het welzijn te bevorderen en criminaliteit te verminderen. Een vervuilde openbare ruimte bevordert het tegenovergestelde daarvan. Ook vanuit de raadsessies is aandacht gevraagd voor het probleem van bijplaatsingen en dump. In paragraaf 2.6 is reeds verduidelijkt dat de WMgemeenten als grensgemeenten bovengemiddeld meer last daarvan hebben. De in voorgaande paragrafen voorgestelde maatregelen voor wijziging van de inzamelfrequenties voor PMD en restafval kunnen kortstondig extra bijplaatsingen en dump veroorzaken als gevolg van afval dat inwoners te veel aanbieden. Dat effect ebt weg zodra de routine ontstaat bij de inzamelaar en inwoners. Daarnaast dragen andere maatregelen naar verwachting bij aan het verminderen van zwerfvuil, zoals het werken met een beperkt aantal inzameldiensten voor de centra (zie paragraaf 3.9), zodat er niet iedere dag afval aan de straat mag staan. Best practices In enkele gemeenten lijkt toegangsbeheer voor alle brengvoorzieningen (OGI’s) een positief effect te hebben op zowel bijplaatsingen als kwaliteit van de grondstoffen. Bij gemeente Almere waren de bijplaatsingen bij hoogbouw bijna verdwenen na invoering van gescheiden GFE en PMD. Volledig toegangsbeheer op een brengparkje tijdens een hoogbouwproef in Haarlemmermeer gaf ook minder bijplaatsingen.
Onbekend is of dit een blijvend effect heeft gehad op de bijplaatsingen in beide gemeenten. Een nieuwe ontwikkeling is de verantwoordelijkheid die enkele bedrijven hebben genomen voor hun dienstverlening. Enkele bedrijven laten medewerkers de omgeving schoon maken. Op basis van beschikbare data is het nog niet helemaal duidelijk op welke wijze het beste invulling kan worden gegeven aan een schone openbare ruimte. Wij gaan een studie uitvoeren naar de beste methoden om zwerfafval, dumpingen, bijplaatsingen te voorkomen en daarmee een schonere openbare ruimte te krijgen. Hiervoor moet een eenmalig budget worden gereserveerd van 25 K€. Meerwaarde, kosten en opbrengsten Met de eenmalige investering in studie worden effectieve(re) verbetermaatregelen in beeld gebracht waarmee structureel bijplaatsingen, dump en zwerfafval kunnen worden verminderd. Deze vermindering geeft een schonere en veiligere leefomgeving én lagere reinigingskosten. Mogelijke besparingen zijn hierbij buiten beschouwing gelaten.
3.9
Ambities, Voornemens
3.9.1
Verbetering afvalscheiding bij lokale ondernemers Om van de lineaire naar een circulaire economie te gaan zal ook de afvalscheiding bij lokale ondernemers beter georganiseerd moeten worden. In voorliggend uitvoeringsplan is het vertrekput de wens om lokale ondernemers te stimuleren hun afvalscheiding te verbeteren. Om dit punt te kunnen stimuleren zullen wij zelf het goede voorbeeld
29
geven. Hiervoor zullen bij zowel RWM én de gemeenten veranderingen worden doorgevoerd, zoals het duurzaam inkopen en het gescheiden inzamelen van het afval. Bovendien zal het afval ook gescheiden worden afgevoerd. Naast de betere scheiding van afval zal een betere bewustwording binnen onze organisaties plaatsvinden. Goede behandeling van grondstoffen binnen de gemeentelijke organisaties en binnen RWM heeft daarnaast een communicatieve meerwaarde die wij zullen benutten. Naast betere bewustwording en afvalscheiding bij onze organisatie komen ook mogelijkheden voor lokale ondernemers en bedrijven om afval gescheiden in te zamelen en af te voeren. In Nederland zijn hier reeds enkele commerciële initiatieven ontstaan. In onderstaand kader zijn deze nader beschreven.
Voor betere afvalscheiding van bedrijfsafval heeft de Rijksoverheid het programma VANG buitenshuis opgezet. Ook zijn een aantal commerciële initiatieven ontstaan zoals: a) White label inzameling; één vuilniswagen voor alle commerciële containers in een gebied. De White label inzameling is een methode die vooral een efficiëntere inzameling van restafval mogelijk maakt door gebruik van minder voertuigen voor eenzelfde volume. Voor afvalscheiding blijft deze maatregel vooralsnog oneconomisch voor commerciële bedrijven. (Deze methode wordt gestimuleerd door de internationale inzamelaars Renewi en PreZero (voorheen Suez Nederland) en vormt een bedreiging voor lokale inzamelaars). b) Gelijktijdige inzameling van meerdere stromen door kleinschalige bedrijfjes, bijvoorbeeld met behulp van bakfietsen en studenten of idealistisch gedreven ondernemers. De werkvorm van dit soort bedrijfjes biedt vooralsnog onvoldoende schaalgrootte en is daardoor gemiddeld duurder dan een gangbare inzamelaar. c) Inzameling van stromen, zoals koffiedrab en sinaasappelschillen die tot publicitair interessante eindproducten worden opgewerkt (vb. oesterzwammen en biologische zeep). De logistiek is duur voor deze kleine stromen waardoor alleen bedrijven deze service gebruiken die vanuit een diepere motivatie bereid zijn een hogere prijs te betalen.
Afvalscheiding van bedrijfsmatige stromen met gelijkaardige kenmerken als de huishoudelijke stromen heeft de grootste kans van slagen als dit wordt mogelijk gemaakt binnen de gemeentelijke inzamelstructuren. Door toelating tot de gemeentelijke inzameling worden de drempels voor afvalscheiding voor goedwillende bedrijven en organisaties weggenomen. RWM gaat onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden hoe en op welke wijze zij bedrijven en instellingen kunnen ondersteunen bij en stimuleren van afvalscheiding. RWM doet hiervoor een aanbod aan de bedrijven en instellingen. Daarnaast gaat RWM onderzoeken hoe en op welke manier zij bedrijven hierin verder kunnen ondersteunen. Deze activiteiten hebben invloed op de activiteiten en organisatie van RWM zoals nu aanwezig zijn. RWM stelt intern een meerjaren strategie van activiteiten vast. Aan de hand van deze strategie moet duidelijk worden wat voor consequenties dit heeft voor de organisatie van RWM. Overigens dient opgemerkt te worden dat de gemeente geen bedrijfsmatig PMD mag samenvoegen met huishoudelijk PMD binnen de afspraken met het verpakkend bedrijfsleven; zij vergoeden alleen PMD afkomstig uit particuliere huishoudens. Voor inzameling van bedrijfsmatig PMD dient dus een andere oplossing te worden gevonden.
In het kern-winkelgebied van de gemeenten is sprake van een versnippert beeld van afvalinzameling, waarbij weinig scheiding van afvalstromen plaatsvindt. Bovendien zijn verschillende afvalinzamelaars actief. De afvalinzameling vindt daardoor continue plaats met de nodige overlast voor winkelend publiek. Bijkomend aspect is het verrommeld beeld in de winkelstraat door het aanbod van de afvalstromen. Verrommeling en overlast hebben daarbij direct invloed op het stadsbeeld en de leefbaarheid in die winkelgebieden.
30
Om ook hieraan een verbeterslag toe te brengen wordt voorgesteld om slechts een beperkt aantal reinigingsdiensten toe te laten voor inzameling van bedrijfsafval. De WM-gemeenten kunnen nadere regels opleggen via de Afvalstoffenverordening. Daarmee kan de afvalinzameling in aangewezen gebieden (vb. centra) worden gereguleerd. Ook kunnen nadere regels worden opgelegd ter beperking of voorkoming van nadelige effecten van bedrijfsactiviteiten. Hierdoor kan in enkele gangen door slechts enkele firma’s de inzamelroutes worden gereden. Overlast voor winkelend publiek, ondernemers en bewoners neemt daardoor af, terwijl de afvalstromen beter gescheiden ingezameld kunnen worden. De inzamelstructuur wordt afgestemd met de ondernemers en bewoners en zal eveneens afgestemd worden met de inzamelstructuur van huishoudelijk afval die parallel daaraan in die gebieden loopt. Voor het toelaten van bedrijven en organisaties tot de gemeentelijke inzamelstructuur is een reinigingsrecht noodzakelijk. De hierbij vast te stellen gedifferentieerde tarieven en vastrecht kunnen afwijken van de afvalstoffenheffing. Op deze wijze kan maatwerk worden geleverd voor inwoners en ondernemers. Dit aspect is bovenstaand (3.6 Afvalstoffenheffing) beschreven.
3.9.2
Elektrificeren transport De overheid heeft bepaald dat voertuigen in binnensteden vanaf 2030 emissieloos moeten zijn. Nieuwe bestelen vrachtauto’s die op kenteken worden gezet moeten zero-emissie aan de uitlaat zijn om in de zero-emissiezone voor stadslogistiek in te mogen. Bij vervanging van voertuigen wordt getoetst op welke wijze invulling kan worden gegeven aan de nationale beleidsregel voor emissieloze binnensteden in 2030. RWM en gemeente zullen bij vervanging van transport de afweging maken op welke wijze invulling gegeven wordt aan de vervanging om aan deze doelstelling te voldoen. Voor de aanschaf van elektrisch transport dient men per te vervangen vrachtwagen rekening te houden met hogere aanschafkosten. Daarnaast komt (eenmalig) de kosten voor de aanleg van de benodigde infrastructuur voor laden. Een samenvatting van alle maatregelen is opgenomen in bijlage 5.
3.10
Huishoudboekje op orde voor invoering maatregelen 2025
3.10.1
Beleid, regie en uitvoering Voor het Beleidskader en het Uitvoeringsplan is het raadsmodel gehanteerd waarin de raad in een vroegtijdig stadium van het planvormingsproces is betrokken. Voor de voorbereiding, implementatie en evaluatie van pilots hebben raadsleden hun voorkeur voor inwoners-participatie aangegeven. Dit sluit goed aan bij de voorschriften over participatie die van kracht worden bij de verwachte invoering van de Omgevingswet in 2022/2023. Beleid en regie Voor het beheersbaar houden van de kosten zal de omslag van afval naar grondstof tot 2030 ingrijpend moeten zijn. In dit uitvoeringsplan zijn daarvoor een groot aantal maatregelen opgenomen, verdeeld over de tijdvakken 2023-2025 en 2026-2030. Deze maatregelen moeten zowel voorbereid, ingevoerd, gemonitord, geëvalueerd als bijgestuurd worden, naast de huidige periodieke werkzaamheden binnen het politieke proces. RWM verzorgt sinds 2010 het operationele deel van ‘regie voor grondstoffenbeheer en reiniging’. Een deel van de werkzaamheden, zoals beleidszaken, wordt door de gemeenten uitgevoerd. Zoals in hoofdstuk 2 reeds is aangegeven is de beschikbare capaciteit bij de gemeenten ontoereikend voor de taken die er nu liggen. Het uitbesteden van beleidscapaciteit aan het inzamelbedrijf geeft het risico dat operationele boven beleidsmatige afwegingen dominant worden.
Dat is zowel nadelig voor het dossier als voor aangrenzende thema’s. Uitbesteden aan een extern deskundige is interessant voor incidentele of specialistische activiteiten, maar voor structurele werkzaamheden staan externen doorgaans te ver van de lokale politiek. De gemeenten moeten voor RWM een goede sparringpartner zijn met inhoudelijke en procesmatige kennis van de afspraken.
31
Aanvullend is daarom ambtelijke capaciteit vereist voor een goede vertaling en tijdige uitvoering, monitoring, evaluatie en bijsturing van het Beleidskader, Uitvoeringsplan en de pilots en daarnaast ook het tijdig waarnemen van en inspelen op nieuwe (regionale) ontwikkelingen. Daarnaast moet regie worden gevoerd op een goede uitvoering van de overeenkomst die met RWM is gesloten (contractbeheer en begeleiding van RWM), alsook op de dagelijkse operationele gang van zaken binnen de gemeenten met betrekking tot de inzameling van afval en grondstoffen. Het is duidelijk dat de huidige ambtelijke capaciteit daarvoor niet toereikend is. Daarom wordt geadviseerd de ambtelijke capaciteit te vergroten tot de totale ambtelijke capaciteit zoals opgenomen in tabel 5. De aanwezige en uitbreiding van capaciteit bij RWM is buiten beschouwing gelaten in dit uitvoeringsplan.
Tabel 5 Advies vergroten ambtelijke capaciteit Beek Sittard-Geleen Stein Beleid en 0,5 fte 1,0 fte 0,5 fte grondstoffenbeheer Regie en grondstoffenbeheer 1,0 fte 2,0 fte 1,0 fte Beleid en reiniging 0,5 fte 1,0 fte 0,5 fte Regie en reiniging 0,5 fte 1,0 fte 0,5 fte * grondstoffenbeheer betreft het vormgeven van beleid gericht op de circulaire economie, inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval, de omslag van afval naar grondstoffen, professioneel contractbeheer en het laten verwijderen van bijplaatsingen in de inzamelstructuur. In de meeste gemeenten wordt deze taak afzonderlijk van andere taken uitgevoerd. RWM neemt ook taken inzake Regie, Grondstoffenbeheer en Reiniging voor haar rekening. Deze zijn niet in deze tabel opgenomen. ** reiniging betreft het schoonhouden van de openbare ruimte; waaronder opruimen van dumpingen en zwerfafval, kolken reinigen, evenementen en markten reinigen, ongediertebestrijding, wegen vegen en gladheidsbestrijding. Deze taken worden in veel gemeenten gesplitst uitgevoerd: dump en zwerfafval bij groenbeheer, kolken reinigen bij rioolbeheer en vegen bij wegbeheer, etc
De kosten voor het uitbreiden van de ambtelijke capaciteit bedragen ± 95 K€ voor 1 fte beleid en ± 85 K€ voor1 fte regie. Deze kosten worden structureel verwerkt in de gemeentelijke begrotingen.
Het advies over de capaciteit is gebaseerd op de volgende ervaringscijfers: Helmond (91.500 inwoners) heeft gekozen voor een raadsmodel (raad wordt betrokken, inwoners niet). Naast het inzamelbedrijf met andere gemeenten heeft Helmond een eigen beleidsadviseur en twee regievoerders. Venlo (100.500 inwoners) heeft gekozen voor het raadsmodel. Zonder eigen inzamelbedrijf heeft Venlo 1 beleidsadviseur en 3 regievoerders. Weert (50.000 inwoners) heeft gekozen voor een raadsmodel. Zonder eigen inzamelbedrijf heeft Weert 1 beleidsadviseur en 1 regievoerder. Maastricht (122.000 inwoners) heeft gekozen voor het participatiemodel (raad en inwoners worden betrokken). Naast het eigen inzamelbedrijf heeft de gemeente 2 beleidsadviseurs die zich bezighouden met de omslag door participatie naast enkele medewerkers die zich op de regie van het inzamelbedrijf toeleggen.
Uitvoeringsovereenkomst Voor de uitvoering van de inzameling van afval en grondstoffen hebben de gemeenten met RWM N.V. per 1 januari 2011 een overeenkomst voor onbepaalde tijd met een minimum van 10 jaar afgesloten. Deze overeenkomst bestaat uit een Basisovereenkomst en een Productovereenkomst, waarbij de eerste prevaleert en de laatste vooral een lijst is van wederzijds overeengekomen afspraken en voorschriften. In de intenties van de Basisovereenkomst staat naast vermelding van de wettelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval en aanverwante zaken ook vermeld dat RWM een structurele samenwerkingsrelatie aangaat met het Regionaal Werkbedrijf Vidar om waar passend en mogelijk medewerkers in het kader van de sociale werkvoorziening of anderszins werkzaam op basis van gesubsidieerde arbeid in te zetten voor de uit te voeren taken. Ter versterking van deze wens is de intentie opgenomen in de statutaire taak van RWM. Opmerkelijk genoeg ontbreekt deze intentie volledig in de Productovereenkomst. Door RWM is hieraan invulling gegeven door de inzet van medewerkers van Vizia (Vidar) bij bijvoorbeeld milieuparken, textielrecycling en papierinzameling. Doordat Vixia (Vidar) geen medewerkers meer kan leveren worden momenteel geen medewerkers meer ingezet van Vidar.
32
Wat ook opvalt is dat Artikel 3.4 van de Basisovereenkomst strijdig is met de intentie van sociaal werk; ‘Partijen hebben een gezamenlijke intentie gericht op handhaving en zo mogelijk verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening tegen een verlaging van de kosten daarvan.’ Deze strijdigheid wordt versterkt in Artikel 4.1 van de Productovereenkomst: ‘De NV heeft als primaire doelstelling om de opgedragen taken adequaat en zo efficiënt mogelijk uit te voeren conform het daarbij aangegeven kwaliteitsniveau.’ Als wij voor de komende planperiode sociaal werk willen organiseren, dan dienen wij afspraken hieromtrent toe te voegen aan de Productovereenkomst op basis van Artikel 4.3 van de Basisovereenkomst. Het is daarbij raadzaam het sociaal domein en het Regionaal Werkbedrijf Vidar verder hierin te betrekken. Naast dit voorname aandachtspunt zijn er talloze aandachtspunten die actualisatie behoeven. Samenvattend kan worden gesteld dat zowel de Basisovereenkomst als de Productovereenkomst na bekrachtiging nimmer zijn bijgesteld. De nieuwe contractperiode biedt een nieuwe kans om de overeenkomsten en de onderlinge samenwerking te actualiseren voor de volgende periode van tien jaar: Wij voegen een apart hoofdstuk toe aan de Productovereenkomst waarin het bevorderen van de gesubsidieerde arbeid binnen het werkveld van RWM wordt geregeld.
Dit doen wij in samenspraak met RWM, Regionaal Werkbedrijf Vidar en de sociale afdelingen van de gemeenten. Wij actualiseren de Basisovereenkomst en Productovereenkomst en herschrijven gelijktijdig passages die strijdig zijn met de intenties van de Basisovereenkomst en het Beleidskader en Uitvoeringsplan.
3.10.2
Monitoring en evaluatie doelen Om te controleren of de gestelde doelen uit het Beleidskader in zicht komen en uiteindelijk behaald worden is monitoring en evaluatie noodzakelijk. Percentage afvalscheiding ongeschikt voor benchmark Afvalscheiding als percentage op de totale hoeveelheid huishoudelijk afval wordt al decennia vanuit de Rijksoverheid als benchmark gezien voor de milieuprestaties van gemeenten. Voor de WM-gemeenten wordt dit generieke percentage als prestatie-indicator niet gebruikt, omdat dit percentage een zeer vertekend beeld geeft. Eenzelfde inzamelmodel in Beek zal met vrij grote zekerheid nimmer eenzelfde percentage als in Sittard-Geleen of Stein geven. Het percentage wordt onder meer bepaald door factoren als veel/weinig tuinbezit, verhouding laag-/ hoogbouw en het acceptatiebeleid op de milieustraat. Dit percentage daalt aanzienlijk als bijvoorbeeld de poort van de milieustraat ‘letterlijk’ zou worden gesloten voor bijvoorbeeld puin of groen. Dat maakt dit percentage ook minder relevant voor de beeldvorming op eigen prestaties van de WM-gemeenten. Prestatie-indicatoren De te leveren prestaties zullen worden getoetst aan de volgende prestatie-indicatoren: Hoeveelheid GFT, PMD en (grof) restafval (uitgedrukt in kg/p/j). Samenstelling restafval (per afvalstroom in % van restafval).
Hoeveelheid reinigingsdienstenafval (uitgedrukt in kg/p/j) als indicator voor zwerfafval, bijplaatsingen en dump. In overleg met RWM en het eigen werkbedrijf worden maatregelen ingevoerd voor aparte registratie hiervan vanuit de bronnen ‘zwerfafval’, ‘bijplaatsingen’ en ‘dump’. Kwaliteit grondstoffen (in % ongewenst materiaal van PMD, GFT en papier): De kwaliteit van grondstoffen leidt in veel gemeenten tot afkeur door en daarmee dispuut met afnemers. Daarvoor is het wenselijk dat samenstellingsonderzoek wordt uitgevoerd ter bepaling van de kwaliteit van in elk geval PMD en GFT. RWM zal bovendien proactief moeten ‘schouwen’ en daarmee voortijds stoorstoffen en afgekeurde vrachten helpen voorkomen. CO2-besparing (uitgedrukt in ton CO2/jaar) als som van GFT, PMD en restafval. Consumptie van voedsel en spullen veroorzaakt een zeer hoge CO2-uitstoot. Met een vereenvoudigde formule volgens The Scottish Metric kan een resultaat worden vertaald in ton CO2-equivalent op elk moment. Een CO2uitstoot van alle huishoudelijk afval vergt evenwel een zeer arbeidsintensieve handeling. Daarom blijft het beperkt tot de dominante kantelstromen GFT, PMD en restafval. Service: tevredenheid inwoners (algemeen en over de voornaamste bijstellingen):
33
De tevredenheid van inwoners wordt jaarlijks gemeten aan de hand van de gemeentelijke enquête. Met de uitvoerders van deze enquête wordt bezien hoe tevredenheid specifieker kan worden opgenomen in de enquête. Afvalstoffenheffing: Kosten uitgesplitst in gescheiden grondstoffen en (ongescheiden) restafval. Door administratie op ‘stroomniveau’ wordt voor bestuursleden duidelijk(er) waar financiële risico’s en zwaartepunten liggen. Operationeel wordt op stroomniveau snel duidelijk of de realisatie zich ontwikkelt in lijn met de begroting. De administraties van gemeenten en RWM dienen hierop te worden afgestemd.
Evaluatiemomenten De prestatie-indicatoren moeten tenminste elk kwartaal worden verzameld en verwerkt in een monitoringsrapport. Jaarlijks vindt een evaluatie plaats waarbij beoordeeld wordt waar wij staan ten opzichte van de gestelde doelen. Op het einde van de planperiode vindt een eindbeoordeling plaats en dienen de doelen en maatregelen voor de langere termijn waar nodig bijgesteld te worden. Het bestuur wordt als volgt periodiek geïnformeerd (tabel 6). Tabel 6 Evaluatiemomenten prestatie-indicatoren
Kantelstromen Reinigingsafval Overige Stromen CO2 Service Kosten
3.10.3
2022 Q3 cijfers cijfers cijfers
cijfers
2022 Q4 cijfers cijfers cijfers
2023 Q1 evaluatie evaluatie evaluatie
cijfers
evaluatie enquête evaluatie
2023 Q2 cijfers cijfers cijfers
cijfers
2023 Q3 cijfers cijfers cijfers
cijfers
2023 Q4 cijfers cijfers cijfers
2024 Q1 evaluatie evaluatie evaluatie
cijfers
evaluatie enquête evaluatie
2024 Q2 cijfers cijfers cijfers
cijfers
2024 Q3 cijfers cijfers cijfers
cijfers
2024 Q4 cijfers cijfers cijfers
2025 Q1 evaluatie evaluatie evaluatie
cijfers
evaluatie enquête evaluatie
Structurele Communicatie Ten aanzien van communicatie en participatie zijn in het Beleidskader onderstaande vertrekpunten benoemd.
-
-
-
inspraak door en samenwerking mét alle betrokkenen (participatie) voor een optimale omslag (in het geval wij besluiten tot het uitvoeren van inzamelproeven, dan testen wij samen met de inwoners nieuwe inzamelmethoden in hun proefgebied); we streven naar een groter bewustzijn over de noodzaak tot afvalscheiding, bijvoorbeeld door het stimuleren van educatie over de gevolgen van bijplaatsingen, zwerfafval en de noodzaak van afvalscheiding op onze scholen; we nemen als gemeente onze eigen verantwoordelijkheid door ook binnen onze organisatie het afval allereerst te voorkomen door duurzame inkoop en vervolgens het afval zo goed mogelijk te scheiden tot grondstoffen. Goede behandeling van grondstoffen binnen de gemeentelijke organisaties en binnen RWM heeft een communicatieve meerwaarde die wij zullen benutten.
Deze punten en overige zaken over communicatie zijn in deze paragraaf opgenomen. Communicatiestrategie In paragraaf 3.1 is aangegeven dat afval zo veel mogelijk voorkomen moet worden (aanschafmoment) en welk inzamelsysteem na het afdankmoment de inwoners in staat gaat stellen om hun overtollige materiaal beter te scheiden, zodat de doelstellingen binnen bereik komen. Dat lukt als de inwoners van Beek, Sittard-Geleen en Stein hun gedrag aanpassen. Daarvoor is een communicatieve inspanning nodig. In de komende periode zetten wij sterker dan voorheen in op persoonlijke mondelinge communicatie zodat inwoners die hun informatie vooral hieraan ontlenen, de kans krijgen om mee te profiteren van de transitie van
34
lineaire naar circulaire economie. Mondelinge communicatie vergt inzet en deskundigheid van degenen die het overbrengen. Wij zetten daarbij zowel in op sociale werkgelegenheid, op ontwikkeling van het werving- en selectiebeleid en op gerichte opleidingen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstelling om maatschappelijke meerwaarde te creëren. Dit brengt ook kosten met zich mee. Daar staat een verdienmodel tegenover: minder verwijdering van afval richting de dure verbrandingsinstallatie, méér afzet van grondstoffen tegen lagere kosten. Naast mondelinge communicatie wordt ook ingezet op ludieke en creatieve communicatie, bijvoorbeeld een afvalbarometer bij elke plaatsnaampaal of kunstobject gemaakt uit afval op zichtlocaties om de waarde van afval te onderstrepen. Wij maken onderscheid in communicatie over enerzijds de achtergronden van de circulaire economie en anderzijds de praktische werking van het nieuwe inzamelsysteem. Het eerste is gericht op vergroting van het bewustzijn en zal worden opgepakt door de samenwerkende gemeenten. Het belang van afvalpreventie maakt hier tevens onderdeel van uit. Het tweede is gericht op het correct gebruik van de inzamelmiddelen en correct toepassen van de scheidingsregels. Inwoners dienen te worden geïnformeerd over nieuwe regels over circulariteit en het belang van grondstoffen van een goede kwaliteit.
Daarnaast moeten zij geïnformeerd worden over scheidingsregels en nieuwe inzamelfrequenties. Door heldere communicatie hierover zal de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen toenemen en ook een schone leefomgeving bevorderen. Wij geven de communicatie over dit laatste in handen van onze reinigingsdienst. Dit gezegd hebbend: communicatie over beide onderwerpen versterkt elkaar. De gemeenten en hun reinigingsdienst zullen op dit punt dan ook nauw met elkaar samenwerken. Voorts maken wij onderscheid tussen: Reguliere communicatie. Communicatie rond de aanpassing van het inzamelsysteem. Communicatie rond de pilots voor mogelijke toekomstige doorontwikkeling van het inzamelsysteem. Doelgroep Alle inwoners behoren tot de doelgroep van onze communicatie, als burger zowel als ondernemer, werkgever of werknemer. Hierbinnen onderscheiden wij de volgende doelgroepen. Bewoners van laagbouw die te maken krijgen met aanpassing van de inzamelfrequenties voor restafval en PMD. Doelgroepen van de pilots (zie paragraaf 3.3). De onderwijswereld en leerlingen. Ondernemers en werkgevers. Inhoud/boodschap Wij geven de voorkeur aan positieve communicatie. In het verlengde van afbeelding 10 (gedragsbeïnvloeding) wordt de nadruk gelegd op welke voordelen er voor de inwoners zelf zijn, voor de kwaliteit van hun omgeving en voor de planeet.
Vermaningen en verwijzingen naar verplichtingen en sancties blijven wel in onze communicatieve gereedschapskist. Wij reserveren die voor het benaderen van uitwassen en situaties die scheef gegroeid zijn. Dit geldt voor nieuwe acties en ook voor de bestaande communicatie. De komende periode gaan wij de communicatieve uitingen na met de bedoeling om de positief motiverende, informerende waarde te versterken. Bij de positief motiverende communicatie hoort ook dat de waarde van overtollig materiaal als grondstof, benadrukt wordt. Wij gebruiken in communicatie met de inwoners de term ‘grondstof’ als dat mogelijk is en wij vermijden de term ‘afval’ als die term de lading niet (meer) dekt. De belangrijkste aanpassing in het inzamelsysteem is de verhoging van de inzamelfrequentie voor de PMDzakken aan huis, bij laagbouw, naar één keer per twee weken. Het wordt dus makkelijker voor inwoners om van
35
PMD af te geraken. De inzamelfrequentie van restafval wordt verlaagd naar vierwekelijks waardoor het aanbieden van restafval moeilijker wordt. Inwoners met medische hulpmiddelen zullen hiervoor gerichte communicatie ontvangen. Kennis van de scheidingsregel voor PMD en motivatie om die correct toe te passen zijn van belang voor het succes. En juist de scheidingregel voor PMD is voor veel inwoners niet duidelijk. Velen menen ten onrechte dat het soort materiaal, met name plastic, maatgevend is voor wat als PMD mag worden aangeboden. Een logische vergissing: de P van PMD staat immers voor ‘plastic’. In werkelijkheid is maatgevend of het om verpakkingsmateriaal gaat. De invoering van de nieuwe inzamelfrequenties zal dan ook gepaard gaan met een specifieke communicatie-inspanning om de scheidingsregel voor PMD te verduidelijken. Naast de reguliere communicatiekanalen zal hier ook aandacht aan worden besteed bij de uitgiftepunten van PMD-zakken: de milieuparken en supermarkten. Wij werken hierbij met supermarkten samen. De samenwerkende gemeenten en RWM zullen hun communicatie onderling coördineren. Wij streven naar eenheid in de boodschap, omdat het effect hierdoor wordt versterkt. Wij streven bovendien naar optimale afstemming met andere belanghebbenden, zoals ZO-Wonen, Zaam Wonen, Wonen Limburg en andere verhuurders en lokale ondernemersverenigingen (winkeliers, horeca).
Kanalen De samenwerkende gemeenten blijven alle huidige communicatiekanalen benutten. Media gericht op de hele doelgroep: Stadskrant, sociale media van de gemeenten en van RWM, lokale radio, TV en huis-aan-huis bladen worden benut voor vergroting van het bewustzijn in combinatie met een algemene aankondiging van de wijziging van de inzamelfrequenties. Die boodschap zal in verschillende toonaarden worden herhaald. De afgelopen periode is goede ervaring opgedaan met het stimuleren van betrokken influencers om hun boodschap via sociale media te verspreiden. Dit ‘kanaal’ zal verder worden uitgebouwd. Ook de inzet van de RMW-app zal hierin een plaats krijgen. Specifiekere kanalen, zoals buurtbladen worden benut om aankondigingen te doen van de invoeringsdatum per buurt. Ook gesponsorde boodschappen op sociale media zijn hier geschikt voor evenals – gesponsord – de kanalen van buurtkaders. Pilots in specifieke buurten of bij specifieke hoogbouw complexen kunnen in algemene communicatie worden vermeld, maar vergen ook specifieke, op de doelgroep gerichte communicatie. Om te beginnen komen de pilots zoals opgenomen in paragraaf 3.3 na participatie en in co-creatie tot stand (zie volgende sub-paragraaf). Tijdens de uitvoering van de pilots staan wij actieve gerichte communicatie en ook hulp voor.
Het is bekend dat de doelgroep in het algemeen relatief weinig gebruik maakt van schriftelijke informatie die ze door de gemeente of andere officiële instanties wordt aangeboden. Mondelinge communicatie van persoon tot persoon komt indringender over en is dus effectiever. Met het oog hierop maken wij in de planperiode meer gebruik van de natuurlijke contactmomenten tussen inwoners en vertegenwoordigers van onze organisatie en onze reinigingsdienst. Namelijk: Bij bezoeken aan het milieupark. Vooral bij de acceptatie. Voor de inwoners is dit de meest logische plek om een vraag over ‘wat moet waar’ met een deskundige te bespreken. Bij het afgeven van gratis PMD-zakken op de milieuparken. Dit is een prima moment om face to face te communiceren over de bedoeling ervan. Contacten met beladers. Die hebben op het moment formeel geen communicatieve functie, maar ze zijn in de buurt van de inwoners aanwezig en worden in de praktijk wel aangesproken. Naar verwachting zal dit vaker gebeuren op het moment dat de inzamelfrequenties voor PMD en restafval worden aangepast. Bij de telefonische meldingsdienst van RWM. Ons beleid om bij voorkeur gebruik te maken van positief motiverende communicatie brengt met zich mee dat het huidige personeel wordt getraind in klantvriendelijkheid en dat wij andersom waardering vragen voor de medewerkers van RWM die alles schoon houden.
36
Participatie In de planperiode zullen pilots worden georganiseerd, gericht op doorontwikkeling van de inzamelstructuur bij hoogbouw (GFE scheiden). Ons voornemen is om deze pilots vorm te geven en te organiseren in samenspraak met de betreffende bewoners. Communicatie over de pilots is uitdrukkelijk tweerichtingsverkeer. De betrokken bewoners zullen mede bepalen hoe de pilot wordt opgezet en hun mening over de uitvoering wordt betrokken bij de evaluatie. Betrokken bewoners wordt gevraagd een ambassadeursrol te vervullen als een succesvolle pilot wordt opgeschaald. Grondstoffencoaches en nudging In de pilots worden de deelnemende inwoners gevraagd om hun gedrag te veranderen op een manier die elders in de samenwerkende gemeenten nog niet gangbaar is. Dit vergt extra en gerichte communicatieve inzet. Zowel vóór, tijdens als na de pilot. Wij zetten hierbij grondstoffencoaches in. Wij evalueren in de planperiode de succes- en faalfactoren van coach projecten in andere gemeenten en benutten de opgedane ervaring om tot een op onze pilots gerichte aanpak te komen. De ambitie is dat alle deelnemers aan de pilots persoonlijk worden benaderd. Uit onderzoek blijkt dat een ‘zetje in de goede richting’ effectief is om een gedragsverandering te bewerkstelligen. In de psychologie wordt hiervoor de term ‘nudging’ gebruikt.
In de sfeer van grondstoffeninzameling kan hierbij worden gedacht aan: hulp bij daadwerkelijke scheiding op de milieuparken; hulp bij vervoer naar het milieupark; hulp bij het aanbieden van/bij het juiste inzamelmiddel (bijvoorbeeld bij de voorgenomen containers voor luiers en incontinentiemateriaal); persoonlijk contact en hulp bij het uitdelen van inzamelvoorzieningen. Het effect op het gedrag kan al worden bereikt door een éénmalig zetje. Nudging is arbeidsintensief en daardoor vooral geschikt voor specifieke doelgroepen en voor pilots. Het ligt in het verlengde van het werk van grondstoffencoaches. In de planperiode wordt onderzocht óf en bij welke gedragsverandering nudging zal worden ingezet. Gemeentelijke en RWM organisaties als voorbeeld De drie gemeenten gaan binnen de eigen organisatie het intern grondstoffenmanagement optimaliseren naar de structuur die ook aan inwoners wordt aangeboden en zullen RWM vragen om hetzelfde te doen. De gemeentelijke organisaties moeten een voorbeeld zijn. Dit kan bij communicatie met inwoners ook als zodanig uitgedragen worden. Doel is om navolging door de inwoners en door vergelijkbare bedrijven en instellingen te bewerkstelligen. Kosten communicatie De komende jaren moet er veel gebeuren om alle inwoners mee te krijgen in de benodigde omslag van afval naar grondstof. Structurele communicatie is daardoor noodzakelijk.
Het budget voor communicatie wordt daarvoor structureel verhoogd naar 130 K€ (voor alle gemeenten).
37
3.10.4
Regelgeving en handhaving Afvalstoffenverordening De Wet milieubeheer geeft de gemeenteraad en het college van B&W een regulerende bevoegdheid als het gaat om de inzameling van afval bij huishoudens. Regels voor inwoners en inzameldiensten kunnen worden opgenomen in de Afvalstoffenverordening. Beek, Sittard-Geleen en Stein maken van deze mogelijkheid gebruik en de Afvalstoffenverordening Westelijke Afvalstoffenverordeningen van de drie gemeenten zijn nagenoeg Mijnstreek 2016 (Stein) gelijkluidend, dateren van 2016 en zijn gebaseerd op de Artikel 9 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen modelverordening die de Vereniging van Nederlandse 1. Het is de gebruiker van een perceel, Gemeenten ter beschikking stelt. De Afvalstoffenverordening stelt voor wie krachtens artikel 4, tweede lid goed gebruik van de inzamelvoorzieningen verplicht. Inwoners een inzamelmiddel of inzamelvoorziening mogen materialen die gescheiden worden ingezameld, alleen is aangewezen, verboden de gescheiden aanbieden; zie kader. De Afvalstoffenverordening huishoudelijke afvalstoffen anders aan te bevat ook bepalingen tegen vervuiling van de openbare ruimte, bieden dan via het betreffende inzamelmiddel of de betreffende waaronder zwerfvuil en bijplaatsingen. De colleges van B&W inzamelvoorziening of het betreffende hebben krachtens de Afvalstoffenverordening de bevoegdheid om brengdepot.
nadere regels te stellen in een Uitvoeringsregeling 2. Het is verboden andere categorieën Afvalstoffenverordening en ook hiervan maken de drie gemeenten huishoudelijke afvalstoffen via een in samenwerking gebruik. inzamelmiddel of inzamelvoorziening aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in 2020 de krachtens artikel 4, tweede lid is bestemd. model- Afvalstoffenverordening geactualiseerd, zodat wordt voldaan aan het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (in werking vanaf 1 juli 2020) dat op zijn beurt de Europese Kaderrichtlijn afval in de Nederlandse wetgeving implementeert. Hierin, en ook in de in dit plan opgenomen aanpassingen in de inzamelstructuur, zien wij aanleiding om in de planperiode geactualiseerde Afvalstoffenverordeningen aan de gemeenteraden voor te leggen. Ook hebben wij het voornemen om de Uitvoeringsregelingen samen te actualiseren. Hierbij hanteren wij de volgende aandachtspunten: Wettelijk verplichte inzameling van categorieën materialen is in de Westelijke Mijnstreek geïmplementeerd en goed gebruik van de inzamelstructuur blijft voor de inwoners verplicht, waarbij de uitzondering wordt geïmplementeerd dat verpakkingsmateriaal van metaal en kunststof samen met drankverpakkingen mogen worden aangeboden.
Wijzigingen in het inzamelsysteem zoals in dit plan aangegeven, worden in de verordeningen en uitvoeringsregelingen verwerkt. Zo nodig worden uitzonderingen gemaakt voor de inzameling volgens de in dit plan aangekondigde pilots. Service voor bedrijven en instellingen zoals in dit plan aangekondigd, wordt aan passende regels gebonden. Aanwijzen private inzameldiensten voor grond en puin van particulieren. Regulering tegen vervuiling van de openbare ruimte, zwerfvuil, bijplaatsingen wordt aangescherpt waar dit zinnig is.
Handhaving Handhaving van de Afvalstoffenverordening is in handen van buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst van de gemeenten. In de praktijk bepalen de boa’s hun prioriteit op grond van meldingen van het publiek en vanuit de politiek. Deze meldingen gaan tot op heden vooral over overlast door zwerfvuil, bijplaatsingen en afvaldumping. De boa’s komen hierdoor niet toe aan handhaving van de bepalingen in de Afvalstoffenverordening die verplichten tot gescheiden aanbieden van grondstoffen. In de planperiode zal na een ‘gewenningsfase’ worden toegewerkt naar meer prioriteit voor handhaving van verplichting tot gescheiden aanbieden. Hierbij ligt de nadruk handhaving in aansluiting op en in samenhang tot communicatie en op specifieke aanpassingen in de inzamelstructuur: de wijziging van de aanbiedfrequenties voor PMD, GFT en restafval (2022 - 2023) en de pilots in hoogbouw (2022 – 2023) Handhavingsacties zullen
38
in voorbereiding en in uitvoering worden gecoördineerd met communicatieve acties. Inzet van BOA’s zal in nauwe afstemming met RWM plaatsvinden. In de Westelijke Mijnstreek blijft het verplicht om verpakkingen van plastic, metaal en drankkartons gescheiden aan te bieden en de mogelijkheden daartoe worden verbeterd doordat dit materiaal frequenter gratis aan huis zal worden ingezameld. Een risico is dat inwoners deze gratis service gaan misbruiken om ander materiaal bij het PMD te voegen. Communicatie zal worden ingezet om te motiveren tot een bijdrage aan de circulaire economie en over de scheidingsregel voor PMD. Met name rond de invoering van de hogere inzamelfrequentie zal daarnaast ook handhavend worden opgetreden. De medewerkers van RWM laten de doorzichtige zakken staan als er zichtbaar ander materiaal dan PMD in zit. Thans wordt op deze zakken een sticker geplakt. Deze stickers zullen van een informatieve boodschap worden voorzien. Bij knelpunten heeft RWM de mogelijkheid om de hulp van een boa in te roepen om een overtreder aan te spreken en zo nodig een sanctie toe te passen.
39
4
MAATREGELEN VOOR DOELSTELLING 2030
4.1
Algemeen In het Regionaal Beleidskader Van Afval Naar Grondstof 2021-2025 stelden de gemeenten zich het doel maximaal 30 kg per inwoner per jaar (fijn en grof) restafval in 2030. Om dit te behalen worden in de periode van 2025 tot 2030 maatregelen genomen. De maatregelen zijn op hoofdlijnen onderstaand beschreven. Gedetailleerde beschrijving van deze maatregelen is op dit moment niet zinvol gezien de vele maatregelen die in de tijdsperiode tot 2026 genomen worden en de vele (landelijke) ontwikkelingen op dit thema. Traject 2026-2030 gericht op 30 kg/p/j restafval Het traject van 2026 naar 2030 dient te leiden tot maximaal 30 kg/p/j restafval in 2030. Dit moet worden bereikt via de inzamelservice aan huis en via de milieuparken. Door middel van pilots zal worden onderzocht welke inzamelmethoden het meest geschikt zijn om (verdere) deze reductie in restafval te verkrijgen met gelijktijdig een hogere kwaliteit grondstoffen. In Nederland zijn er momenteel twee gemeenten die de doelstelling van 30 kg/p/j behalen. Deze gemeenten worden in tegenstelling tot de WM-gemeenten gekenmerkt door een sterke sociale cohesie en beperkte verstedelijking. Het behalen van de doelstelling zal onder andere behaald moeten worden met een gewijzigde inzamelmethode. Enkele elementen uit de inzamelmethoden van de gemeenten die de doelstelling behalen zijn ook bruikbaar voor de WM-gemeenten.
Het betreft dan bijvoorbeeld de 30 liter tariefzak voor restafval en de halfwekelijkse inzameling (104x) van GFE. De tariefzak (dure zak) voor restafval is voor Sittard-Geleen een bekend verschijnsel in de vorm van de gele zak. Dit inzamelmiddel wordt in Nederland al decennia succesvol gebruikt in 14 gemeenten, maar veel mensen in andere gemeenten hebben een angstbeeld van een straatbeeld vol met (aangevreten) zakken. Dit beeld is niet representatief. In Reusel-De Mierden staat gemiddeld één tariefzak per 2,5 huishoudens per inzameldag, zie afbeelding 16 voor een straatbeeld. Afbeelding 16 Straatbeeld met GFT, restafval (rode zak) en veel PMD in Reusel-De Mierden.
40
Naast de tariefzak zijn meerdere methoden beproefd met wisselende resultaten. Het gebruik van een 40 liter emmer is daarbij afgevallen vanwege de fysieke belasting van beladers. Uiteindelijk zal met een proef van verschillende inzamelmethoden duidelijk moeten worden welke methode voor de WM-gemeenten het beste is. Naast inzamelproeven wordt ook voorgesteld om de milieuparken verder te optimaliseren richting circulaire ambachtscentra (paragraaf 4.4).
4.2
Inzamelservice aan huis Om de hoeveelheid restafval verder naar 30 kg/inwoner/jaar te krijgen worden pilots voor restafval uitgevoerd bij de laagbouw. Met de pilots wordt informatie ingezameld om te bepalen wat de beste stap kan zijn om de hoeveelheid restafval te verminderen en tegelijkertijd de kwaliteit van de grondstoffen te handhaven en te verbeteren. Hierbij wordt gedacht aan inzameling met andere volume inzamelcontainers en met een tariefzak. Door een veranderde inzamelwijze kan de kwaliteit van de grondstoffen, voornamelijk bij PMD en GFT, veranderen. Tijdens de pilot wordt daarom een scherpe monitoring hierop uitgevoerd. Bij zowel hoogbouw als laagbouw wordt een pilot uitgevoerd met service gericht inzamelen mét belonen. Om te onderzoeken hoe de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen verder kan worden verbeterd in combinatie met minder restafval gaan we meerdere afvalstromen frequent op één route aan huis ophalen. Gedacht moet worden aan het meerdere keren per week ophalen van verschillende afvalstromen. Het afhalen van de afvalstromen wordt afgestemd met de inwoners. Daarnaast krijgen de inwoners specifieke inzamelmiddelen en zal de pilot nauwkeurig worden gemonitord. Inwoners worden beloond voor op juiste wijze scheiden van afval. In plaats van een diftar tarief op GT worden de inwoners beloond voor goed gesorteerd afval.
Het streven is 98% afvalscheiding te realiseren. Voor de monitoring worden wijkconciërges ingeschakeld. Zij kunnen op laagdrempelige wijze monitoring op scheiding uitoefenen en tevens de oren en ogen voor de buurt. Op deze manier wordt een hoog serviceniveau behaald. De verwachting is daarbij dat de hoeveelheid restafval verder zal afnemen en de kwaliteit van de verschillende grondstoffen verder zal verbeteren. In het kader van deze pilot beogen wij ook de sociale werkgelegenheid te versterken.
4.3
Inzamelservice bij hoogbouw Ook in de hoogbouw wordt in de periode van 2025-2030 een pilot uitgevoerd voor service gericht inzamelen met belonen. De verschillende afvalstromen worden meerdere keren per week opgehaald. Dit zal worden afgestemd met de inwoners. Verder zal het op juiste wijze scheiden van afval in verschillende afvalstromen worden beloond. De diftar voor GFT gaat verdwijnen. De deelnemers aan de pilot krijgen specifieke inzamelmiddelen. Tijdens de pilot wordt nagegaan op welke wijze de verschillende afvalstromen het beste kunnen worden ingezameld. Door de wijkconciërge zal monitoring plaatsvinden. Door de inzet van afvalcoördinatoren en -conciërges wordt ook direct de sociale werkgelegenheid in de gemeente versterkt. In tabel 7 zijn de voorgesteld inzamelproeven voor de doelen 2030 samengevat.
41
Tabel 7 Voorgestelde inzamelproeven voor doelen 2030 Proefopzet: 26x 80L-bak voor restafval
Door het vervangen van de 240L-bak door een 80L een 140 L-bak of ander inzamelmiddel wordt de capaciteit voor elk huishouden beperkt. De 30Ltariefzak mag worden gebruikt door inwoners die geen bak meer nodig hebben. Voor een proef in de laagbouw dient een budget van minimaal 150 K€ te worden gereserveerd voor een schaalgrootte van ± 400 huishoudens. Dit komt neer op een eenmalige last van afgerond € 2,5 per huishouden.
Proefopzet: optimalisatie pilot hoogbouw PMD en restafval
Indien de proeven voor hoogbouw tijdens het traject 2022-2025 resulteren in voldoende succes, dan kan dit verder geoptimaliseerd worden. De hoogbouwcomplexen worden daarbij aanvullend voorzien van andere serviceconcepten voor PMD en restafval. Het aanbodvolume voor restafval wordt verkleind naar 17 keer per jaar wat neerkomt op een storting gemiddeld eens per 3 weken. Aanvullend wordt in samenspraak met de bewoners gezocht naar een verbeterde service voor PMD, bijvoorbeeld zakken van 30 liter die eventueel door een conciërge periodiek worden ingezameld. Voor een proef in de hoogbouw dient een budget van 300 K€ te worden gereserveerd. Dit komt neer op een eenmalige last van afgerond € 5 per huishouden.
Proefopzet: servicegerichte inzameling
Deze proef is bedoeld voor het minste restafval en de beste grondstoffen zonder vermijdingsgedrag in hoog- en laagbouw. De methode is gericht op interesse opwekken, gebruiksvriendelijkheid, voordeel geven en goed gedrag waarderen (zie afbeelding 10 gedragsbeïnvloeding). De vijfde vereiste gedragsbeïnvloedingsfactor ‘simpele regels’ conflicteert met de noodzaak tot kwalitatief hoogwaardige grondstoffen. Met deze proef wordt het afdankmoment (zie afbeelding 11) zo goed mogelijk gefaciliteerd. In tegenstelling tot het gebruik van OGI’s en brengparkjes wordt deze inzamelservice zo persoonlijk mogelijk gemaakt. Een ander aspect van deze proefopzet is de ‘versplintering’ van het restafval in vele kleinere grondstofstromen. Voor het efficiënt inzamelen daarvan is gelijktijdige inzameling noodzakelijk met een smalspoorvoertuig. Daardoor verdringt deze proefopzet alle overige voorzieningen, inclusief OGI’s. Een hybridevorm is ook mogelijk door het (nog weinige) restafval te laten afdanken via OGI’s. Een aantal aspecten is bijzonder aan deze proef: Een sorteertoren (hxbxd=105x40x30cm) biedt een oplossing voor afvalscheiding in kleine woningen. In combinatie met bijpassende zakken maakt deze sorteertoren verdere hulpmiddelen overbodig. De uitneembare emmers kunnen eenvoudig naar het afgiftepunt op straat worden meegenomen.
Een voor elk huishouden unieke QR-code kan door gebruikers worden geplakt op zakken met aangeboden grondstoffen. Elke correct aangeboden zak wordt vervolgens beloond (bijvoorbeeld € 0,25 per zak). De beloningen moeten worden gedekt uit de afvalstoffenheffing. Deze moet worden ‘omgedraaid’ naar een model waarin gebruikers de (vooraf betaalde) heffing kunnen terugverdienen door middel van het ontvangen van beloningen voor goed gesorteerde grondstoffen. De tariefzak voor restafval blijft ongewijzigd geld kosten voor gebruik. Deze inzamelmethode leent zich uitstekend voor aanvullende diensten in de wijk, bijvoorbeeld het verspreiden van brieven en postpakketten en/of het gelijktijdig legen van openbare afvalbakken. Vanwege de factor gebruiksvriendelijk dient in de hoogbouw minstens halfwekelijks (104x) en in laagbouw minstens wekelijks (52x) een inzamelronde te worden gereden.
42
Voor het beproeven van deze methode dient rekening te worden gehouden met een budget van 500 K€ voor hoog- en laagbouw. Dit komt neer op een eenmalige last van afgerond € 8 per huishouden (exclusief restwaarde van voertuig en overige hulpmiddelen).
hoogbouw GFE REST PMD spullen
€0,25/st . €1/st belonen alles 104x soc.return
laagbouw
gratis.
€0,25/st . €1/st
T 26x
4.4
belonen alles 52x soc.return
Kringloop en milieuparken Milieuparken worden onderdeel van circulair ambachtscentrum. De service op grondstoffen omvat de inzameling aan huis, in de wijk, de kringloop en de milieuparken. In de jaarlijkse enquête in de WM-gemeenten zien respondenten graag de inzamelservice aan huis worden uitgebreid met service voor het ophalen of gratis mogen afgeven van herbruikbare spullen op milieuparken. Circulair ambachtscentrum Er is een belangrijke ontwikkeling gaande die om herziening vraagt van de in 2013 verstrekte adviezen naar aanleiding van de in opdracht van RWM uitgevoerde beoordeling van milieuparken (zie paragraaf 2.4). Sinds 2019 heeft het Rijk het icoonproject ‘circulair ambachtscentrum’ (zie afbeelding 17) opgezet waarmee zij inzet op een kruisbestuiving tussen milieupark, kringloop, repair café, onderwijs, dagbesteding en sociale werkvoorziening. De idee hierachter is dat een circulair ambachtscentrum alle (on)bruikbare goederen zal innemen met als doel deze volgens de 10 R-volgorde (Refuse, Reduce, Renew/rethink, Reuse, Refurbish, Repair, Remanufacture, Repurpose, Recycle, Recover) zo lang mogelijk in productketens te houden.