Raadsvoorstel inzake financiële stukken BsGW
Tekst van het document
Onderwerp Vergaderdatum Zaaknummer
Raadsvoorstel inzake financiële stukken BsGW 12 juni 2025
20250513156359
Aan de Raad Voorstel De gemeenteraad wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de financiële stukken van BsGW; de voorlopige jaarrekening 2024, de kadernota 2026, de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2030; 2. Geen zienswijze kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van de BsGW ten aanzien van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030; 3. Het dagelijks bestuur van BsGW te informeren over de kanttekeningen ten aanzien van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030.
Inleiding Ingevolge artikel 197 van de Gemeentewet (en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen) legt het Dagelijks Bestuur van BsGW ieder jaar verantwoording af over het gevoerde financiële beheer, onder overlegging van de jaarrekening. Overeenkomstig artikel 24 van Wet Gemeenschappelijke Regelingen biedt BsGW de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 aan de gemeenteraad van Stein aan. Voordat het Algemeen Bestuur (AB) van BsGW de begroting 2026 vaststelt, wordt de raad in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 kenbaar te maken.
Argumentatie Voorlopige jaarrekening 2024 (concept versie d.d. 24 april 2025) Over het geheel van 2024 is een positief resultaat behaald van € 3,723 miljoen. Het positief resultaat bestaat uit de onderstaande posten: - Personeelskosten: € 1,6 miljoen (voordeel) - OOP-taakstelling: € 600 duizend (voordeel) - Huisvestingskosten: € 135 duizend (voordeel) - Afschrijvingskosten: € 320 duizend (voordeel) - ICT-kosten: € 420 duizend (nadeel) - Operationele kosten: € 625 duizend (nadeel) - Algemene kosten: € 136 duizend (voordeel) - Bank- rentekosten: € 125 duizend (voordeel) - Toevoeging reserves: € 5,293 miljoen (nadeel) - Renteopbrengsten: € 1,169 miljoen (voordeel) - Overige opbrengsten: € 6,563 miljoen (voordeel) - Opbrengst vervolgingskosten € 585 duizend (nadeel) - Onttrekking reserves € 956 duizend (voordeel) - Bijdragen deelnemers € 600 duizend (nadeel) - Bijdrage samenwerkingsportaal € 333 duizend (nadeel) Resultaat Jaarrekening 2024
€ 3,723 miljoen (positief)
Project AHA (storting) -/Resultaat 2024 na storting AHA
€ 0,517 miljoen (negatief incidenteel) € 3,206 miljoen (positief)
Een uitgebreide toelichting op bovenstaande posten vindt u vanaf blz 37 van de voorlopige jaarrekening 2024. In de raadsnota inzake de financiële stukken BsGW 2024, waarin ook de voorlopige jaarrekening 2023 BsGW werd behandeld, is de verwerking projectkosten OOP reeds toegelicht. Als gevolg van een gewijzigd accountantsinzicht (RSM) zijn de projectkosten OOP ten laste van het resultaat gebracht. De lasten worden vanaf 2023 in vijf jaarlijkse termijnen door de deelnemers terugbetaald. In 2024 is sprake van de tweede termijn van deze terugbetaling. Dit is conform de eerdere besluitvorming en er zijn geen nieuwe wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar, namelijk € 11.313 terugbetaling projectkosten OOP. De jaarrekening 2024 en de bestemming van het resultaat moeten vóór 15 juli worden vastgesteld. De definitieve jaarrekening 2024, de bestemming van het resultaat 2024, de begroting 2026 – inclusief neerwaartse bijstelling van de begrotingspost proceskosten en eventuele andere wijzigingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen – en de meerjarenraming 2027-2023, worden in de vergadering van 26 juni 2025 door het Algemeen Bestuur BsGW vastgesteld. Vervolgens ontvangen de deelnemers een geconsolideerde versie van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030.
Annotatie jaarrekening 2024 Meerjarig loopt de realisatie (jaarrekeningresultaat) redelijk in lijn met de begroting. De afwijking werd met name veroorzaakt door hogere proceskosten dan begroot. Zoals bekend, zijn de proceskosten niet of nauwelijks beïnvloedbaar door BsGW. BsGW heeft in 2024, zoals hierboven benoemd, een positief resultaat behaald van € 3,723 miljoen. Dit jaarresultaat wijkt in tegenstelling tot voorgaande jaren wel behoorlijk af van de begroting. Ongeveer € 2,5 miljoen van dit bedrag betreft het incidentele positieve resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering. Het bestaat vooral uit incidentele ‘deelresultaten’. In deze € 2,5 miljoen zit ook het positieve eindsaldo van € 517 duizend van het project AHA. Een bedrag van € 1,182 miljoen van het resultaat (positief incidenteel) komt voort uit renteopbrengsten op geïnde belastingbedragen. Het positieve eindsaldo project AHA wordt in de nieuwe bestemmingsreserve AHA gestort (AB 12-12-2024). Dit leidt tot een incidentele negatieve post. Kadernota 2026 De financiële gevolgen van de kaders zoals opgenomen in de kadernota zullen worden verwerkt in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030. Het betreft hier de jaarlijkse indexering en het continueren van het Samenwerkingsportaal met onbekende einddatum.
Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten en materiële lasten is de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB), respectievelijk de ‘loonvoet sector overheid’ en de ‘nationale consumentenprijsindex’. BsGW hanteert voor de indexeringen 2026 het drie-jaars gemiddelde voor het nog lopende jaar 2024 en toekomstige jaren 2025 en 2026 op. Mocht de septembercirculaire d.d. 2025 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 De ontwerpbegroting geeft inzicht in de raming voor het jaar 2026 plus een vooruitblik op de jaren 2027 tot en met 2030. Men geeft een meerjarenraming van 4 jaar. Per saldo stijgen de reguliere bijdragen 2026 (excl. OOP) van de deelnemers van BsGW, met € 835 duizend. De stijging wordt veroorzaakt door de loon- en prijsindexering en de verlaging van een bestemmingsreserve ICT 2025-2029. Daarnaast kent BsGW maatwerkvarianten waarvan de uitvoering separaat wordt geoffreerd en gefactureerd bij de betreffende deelnemers. Onderstaand gaan we nader in op onderwerpen en ontwikkelingen die zorgen voor een financieel effect op de exploitatiebegroting 2026 van de BsGW;
Loonindexering en prijsinflatie BsGW valt onder de CAO Werken voor Waterschappen. Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 2,1% en 8,4%. Gekozen is om hier het drie jaargemiddelde 2024-2026 aan te houden van 5,1%. De indexering voor goederen en diensten voor 2025 zijn gebaseerd op de meest recente raming van het Centraal Planbureau. Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2024-2026 bedraagt tussen de 3,0% en 3,6%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2024-2026 van 3,4% aan te houden. Proceskosten Per 1-1-2024 is de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) aangenomen. De Hoge Raad heeft op 12 juli 2024 het door de wetgever vastgestelde lagere bedrag voor proceskostenvergoeding buiten toepassing verklaard. Daarmee is het hoge tarief weer van toepassing. Middels het Belastingplan 2025 is een herstelmaatregel toegepast, die ervoor moet zorgen dat de proceskosten als nog op het niveau uitkomen van 1-1-2024. BsGW hanteert het voorzichtigheidsprincipe, omdat er aanzienlijke waardestijgingen zijn van objecten en hogere tarieven van gemeenten. Dit leidt dan ook niet tot bijstellingen van budgetten. Doorontwikkeling samenwerkingsportaal Landelijk wil men komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR).
Dit is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Een nieuwe streefdatum is nog niet bekend, zo de SOR er al zal komen. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit wordt het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch gecontinueerd voor een ongewijzigd bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. Indexatie) om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. Vorming bestemmingsreserve ICT 2025-2029 De BsGW heeft de aanbesteding van applicaties, software en hosting afgerond en de implementatie van deze projecten is in 2023 gestart met een uitloop naar 2024. De verwachte implementatiekosten van dit programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) waren geschat op € 2,775 miljoen. Per 31-12-2024 is het project afgesloten waarbij de totale projectkosten AHA lager zijn uitgevallen dan begroot.
Daarnaast hoefde een in de projectbegroting opgenomen risicopost niet te worden aangesproken. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om voor het volgende aanbestedings- en implementatietraject 2028/2029 een nieuwe bestemmingsreserve te vormen (AB 12-122024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar
(AB 27-6-2024). De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445 duizend (voorlopig bedrag; ook dit realisatiecijfer dient nog door de accountant te worden gecontroleerd) wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend, betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 met € 180 duizend kunnen worden verlaagd naar € 375 duizend. Het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Het ontwikkeltraject voor de herijking van de organisatie heeft geleid tot het Ondernemingsen Ontwikkelingsplan. Momenteel bevindt zich dit plan in de fase 2, waarbij de eerder gemaakte projectkosten moeten worden terugverdiend middels een taakstelling “ oplopende kostenreducties”. Voor 2026 bedraagt deze taakstelling € 1.000.000. Deze kostenreductie leidt met ingang van 2028 tot een structurele reductie van de nettokosten van € 1,3 miljoen. Vanaf het jaar 2028 wordt de structurele daling van de deelnemersbijdrage à € 1,3 miljoen verwerkt in de begroting (AB 14-12-2017). Weerstandsvermogen Het benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op een jaarlijks, bij het opstellen van de ontwerpbegroting, uitgevoerde risicoanalyse en is voor de voorliggende ontwerpbegroting 2026 berekend op € 998 duizend. Het aanwezige weerstandsvermogen bedraagt eind 2024 (vóór resultaatbepaling 2024) € 1,570 miljoen.
Bij de risicoanalyse eind 2024 is in het kader van het Ravijnjaar extra kritisch gekeken naar de omvang en onderbouwing van het weerstandsvermogen. Dit heeft geresulteerd in een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen ten opzichte van de begroting 2025 met € 572 duizend. De inzet van dit bedrag zal worden meegenomen bij de resultaatbepaling 2024 (AB 26-6-2025). Het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel is om deze € 572 duizend terug te storten naar de deelnemers. Dit zit niet in de reguliere bijdrage, maar wordt als een aparte correctie op de bijdrage verwerkt. Kostenverdeelmethode en bijdragen deelnemers De nieuwe KVM is ingegaan per 1 januari 2025 in werking, dit heeft geen invloed op de begroting van BsGW, maar leidt wel tot aanpassingen in de bijdragen van de deelnemers.
Financieel effect op de (explotatie)begroting 2026: Per saldo stijgen de netto kosten 2026, en daarmee ook de bijdrage voor 2026 van de deelnemers met maximaal € 835 duizend t.o.v. de ontwerpbegroting 2025 als gevolg van onderstaande posten: Zekere ontwikkelingen Indexering salarissen € 897.000 Inflatie € 433.000 Verlaging bestemmingsreserve ICT 2025-2029 € - 180.000 Harmonisatie en kostenverdeelmethode Inflatie maatwerk & beeldmateriaal (uit begroting)
€ - 115.000
Totaal:
€
-/-
835.000
Annotatie ontwerpbegroting 2026 Het positieve resultaat 2024, en dan met name de opbouw hiervan, heeft ook een (positief) effect op de (ontwerp)begroting 2026. Bestemmingsreserve nieuwe project AHA Het Algemeen Bestuur heeft op 12 december 2024 ingesteld met het vormen van een nieuwe bestemmingsreserve Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De definitieve onderbesteding van het eind 2024 afgesloten project AHA bedraagt (afgerond) € 517 duizend. Dit bedrag wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend, betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 met € 198 duizend kunnen worden verlaagd naar € 357 duizend. Dit is een extra verlaging van de storting ten behoeve van de bestemmingsreserve van € 18 duizend ten opzichte van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 20272030. Proceskosten: laatste stand van zaken (medio april 2025) Ten tijde van het opstellen van de (ontwerp)begroting 2026 was BsGW nog volop bezig met de aanslagoplegging 2025. Hierdoor was de bezwaartermijn nog niet verstreken. Dit is inmiddels (met uitzondering van enkele nog openstaande posten) wel het geval.
De aantallen 2025 liggen in lijn met de aantallen 2024. De bezwaartermijn is pas net verstreken en de bezwaarafhandeling is in volle gang. Pas na uitspraak op bezwaar door BsGW gaat de beroepstermijn in. Er zijn dan ook nog nagenoeg geen beroepen 2025 ontvangen. Meerjarig schommelt het aantal beroepen rond de 700-750 per jaar, met uitzondering van het jaar 2023. Op basis van de meest actuele stand van zaken 2025 in combinatie met ervaringscijfers tot en met 2024 is een prognose opgesteld voor de te verwachten proceskosten 2025 en in het verlengde hiervan de doorkijk naar (de begroting) 2026. Hierbij is uiteraard rekening gehouden met de effecten van de wetswijziging in 2024 en 2025 ten aanzien van de
proceskostenvergoeding in het algemeen en de wegingsfactor met betrekking tot bezwaren in het bijzonder. De proceskosten bestaan uit uitkerings- en uitvoeringskosten. Op basis van gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen blijven de uitvoeringskosten nagenoeg gelijk aan die van 2024. De uitkeringskosten zullen naar verwachting dalen als gevolg van de lagere wegingsfactor voor met name de bezwaren. Dit resulteert in een neerwaartse bijstelling van de proceskosten van € 1.500.000 (in totaal). Specifiek voor gemeente Stein bedraagt deze neerwaartse bijstelling € 33.459. Renteopbrengsten BsGW ontvangt rente over de geïnde belastingbedragen, vanwege het feit dat deze 2 à 3 dagen op de rekening van BsGW staan. De hoogte van de renteopbrengsten is afhankelijk van de marktrente en kan sterk fluctueren. Dat wijst de praktijk inmiddels uit. Na een periode met een stijgende en daarmee hoge rente, is inmiddels sprake van een aanzienlijke rentedaling. Op 17 april jl. heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de rente wederom met 0,25% verlaagd naar 2,25%. Een verdere daling als gevolg van de huidige economische ontwikkelingen is meer dan aannemelijk.
De accountant stelt zich nadrukkelijk op het standpunt dat wanneer de renteopbrengsten meegenomen worden in de begroting, BsGW het risico van tegenvallende renteopbrengsten dient door te vertalen in het (bovenwaarts bijstellen van het) weerstandsvermogen. Op basis hiervan heeft het Dagelijks Bestuur besloten om – in lijn met voorgaande jaren – de renteopbrengsten niet als begrotingspost op te nemen. Effect neerwaartse bijstelling proceskosten 2026 (uitkeringskosten) en bestemmingsreserve AHA Bijdrage ontwerpbegroting 2026 Bijstelling storting bestemmingsreserve Bijdrage 2026 Neerwaartse bijstelling proceskosten Bijdrage 2026 na bijstelling
€ 29.353.522 € -18.000 € 29.335.522 € -1.500.000 € 27.835.522
Zienswijze gemeente Stein ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 Op 27 februari 2025 ontving gemeente Stein, van het Dagelijks Bestuur van de GR BsGW, de ontwerpbegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030. De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op de voorliggende ontwerpbegroting. Geadviseerd wordt om geen zienswijze in te dienen. Het positieve resultaat, in de jaarrekening 2024, geeft echter wel een vertekend beeld. BsGW kent een sobere begroting, passend bij een uitvoeringsorganisatie. BsGW maakt immers zelf geen beleid. Naar aanleiding hiervan wordt geadviseerd om een aantal kanttekeningen kenbaar te maken bij het dagelijks bestuur van BsGW.
Beoogd effect: Aangezien de voorliggende ontwerpbegroting 2026 van BsGW in lijn is met de eerdere besluitvorming, stellen wij voor om de raad kennis te laten nemen van de voorliggende ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 en geen zienswijze in te dienen bij het dagelijkse bestuur van BsGW. Argumenten: 1. De gemeenschappelijke regeling BsGW heeft de financiële stukken ter kennisname naar de deelnemers verstuurd. 2. De raad wordt in de gelegenheid gesteld om zienswijze kenbaar te maken over de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 van BsGW. 3. De ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 geven een goed overzicht van de taken en werkzaamheden van de BsGW, zowel financieel als beleidsmatig. Er is geen aanleiding om een (negatieve) zienswijze in te dienen omdat de financiële ontwikkelingen consequenties conform afspraak zijn dan wel voortvloeien uit autonome ontwikkelingen. De financiële consequenties worden vertaald in de begroting 2026-2030 van de gemeente Stein. Kanttekeningen Vanuit de SGOVP (samen grip op verbonden partijen) zijn er een aantal kanttekeningen naar voren gekomen ten aanzien van de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030. Ook kwam het verzoek, vanuit de SGOVP, een negatieve (collectieve) zienswijze in te dienen. Circa 9 gemeenten overwegen een raadsvoorstel voor een negatieve zienswijze in procedure te brengen.
De kernboodschap van de negatieve zienswijze, vanuit de SGOVP, is dat de ontwerpbegroting 2026 MJR 2027-2030 van de GR BsGW met een te grote marge van voorzichtigheid is opgesteld. Hierdoor wordt de gemeentelijke bijdrage te hoog geraamd, waardoor de financiële ruimte op andere beleidsterreinen onnodig naar beneden worden bijgesteld. Enkele andere gemeenten geven naar verwachting een positieve zienswijze af, waarbij ze wel aansluiten bij de inhoudelijke argumentatie en die ook kenbaar zullen maken richting de BsGW. Het voornemen om uw raad voor te stellen om geen zienswijze in te dienen is afgestemd met de BsGW en met meerdere andere deelnemende gemeenten en het waterschap. Het minder voorzichtig ramen van de begroting van de gemeenschappelijke regeling vergroot de kans op een negatief resultaat bij de jaarafsluiting. Dit zou kunnen leiden tot een aanvullende gemeentelijke bijdrage die niet is voorzien. Op basis van de tussentijdse bestuursrapportages vanuit de BsGW wordt dit bewaakt, waarbij de raad actief wordt geïnformeerd indien daar aanleiding voor bestaat.
De kanttekeningen zullen hieronder worden benoemd en toegelicht. 1.1 Het niet opnemen van de renteopbrengsten in de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 In de ontwerpbegroting wordt geen rekening gehouden met de verwachte renteopbrengsten. Dit is opmerkelijk, gezien de renteontwikkelingen en de mogelijkheid om hierop te anticiperen. Zowel over 2023 als 2024 rapporteert BsGW een incidenteel overschot van resp. €0,7 en €1,2 mln. Het niet meenemen van deze opbrengsten heeft invloed op de realistische weergave van de gemeentelijke financiën en kan leiden tot een vertekend beeld van de werkelijke financiële situatie. In de nagekomen annotatie op jaarrekening 2024 en de ontwerpbegroting 2026 geeft BsGW aan dat, na een periode met een stijgende en daarmee hoge rente, er inmiddels sprake is van een aanzienlijke rentedaling. Als gevolg van de huidige economische ontwikkelingen kan het rentepercentage verder dalen, wat aanzienlijke invloed kan hebben op toekomstige resultaten. Mede daarom is nadrukkelijk geen rente in de begroting opgenomen. Met name ook het standpunt van de accountant speelt bij deze afweging door het DB een rol. De accountant stelt nadrukkelijk dat wanneer de renteopbrengsten meegenomen worden in de begroting, BsGW het risico van tegenvallende renteopbrengsten dient door te vertalen in het (bovenwaarts bijstellen) weerstandsvermogen.
1.2 De te ruime inschatting van de proceskostenvergoeding De raming van de proceskostenvergoeding in de begroting is erg hoog. Gezien de gerealiseerde lagere uitgaven over 2024 en de gewijzigde wetgeving rond de proceskostenvergoedingen aan o.a. NCNP-bedrijven, wordt een meer realistische inschatting als wenselijker gezien. Daarnaast laat de meerjarenraming een oplopende lijn zien van de proceskostenvergoeding, dit sluit niet aan op een reële verwachting van de ontwikkeling op deze kosten op lange termijn. In de nagekomen annotatie op de ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030, zijn de proceskosten bijgesteld, waardoor de raming van de proceskostenvergoeding in de begroting realistischer is. Naar aanleiding van deze bijstelling vervalt dit argument in de collectieve negatieve zienswijze vanuit de SGOVP. 1.3 De raming van de personele lasten De voorgestelde raming van de personele lasten is structureel te ruim. In eerdere rapportages is door het ambtelijk vooroverleg al aangekaart dat de begrote personeelskosten niet in verhouding staan tot de werkelijke uitgaven. Steeds opnieuw wordt verwezen naar niet of later invullen van vacatures of flexibele en goedkopere inhuur via derden. Dit leidt opnieuw tot een overmatige voorzichtigheid in de begroting, waardoor mogelijk een te hoge last wordt ingeschat voor het komende begrotingsjaar.
De keuze voor een ruime personeelsraming kan mogelijk voortkomen uit de krapte op de arbeidsmarkt en onzekerheden rond formatie-invulling. Door extra ruimte in te bouwen kan BsGW tijdig inspelen op fluctuaties in personeelsbehoefte zonder telkens begrotingswijzigingen te hoeven voorstellen.
1.4 Post onvoorzien In aanvulling op de voorzichtige raming bij een aantal specifieke begrotingsposten heeft de BsGW structureel een post onvoorzien in de begroting opgenomen van €424.000 in 2026, oplopend tot €485.000 in 2030. Ook deze post draagt bij aan de hoge inschatting van de begroting. BsGW anticipeert mogelijk op toekomstige risico’s of wettelijke aanpassingen, middels de post onvoorzien. Het schrappen of verlagen van de post onvoorzien kan de flexibiliteit en weerbaarheid van de begroting verminderen. Financiële onderbouwing Financiën: De jaarrekening 2024 De voorlopige jaarrekening 2024 is op 17 april 2025 vastgesteld door het Dagelijks bestuur van BsGW. Op 5 juni 2025 ligt de (definitieve) jaarrekening 2024 ter vaststelling door het Dagelijks Bestuur voor. Vervolgens wordt de (definitieve) jaarrekening 2024 ter vaststelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur op 26 juni 2025. De bestemming van het rekeningresultaat zal dan ook behandeld worden waarbij een verzoek wordt gedaan tot terugstorting van het resultaat 2024. Ontwerpbegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 De bijdrage voor gemeente Stein, na verwerking van de bijstellingen vermeld in de annotatie op de jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026, is hieronder weergegeven Bijdrage o.b.v.
ontwerpbegroting 2026 € 524.869 Neerwaartse bijstelling bestemmingsreserve € -310 Neerwaartse bijstelling proceskosten € -33.459 Bijdrage na bijstelling begroting 2026 € 491.100 De netto bijdrage 2026, inclusief het maatwerk en de opbrengstvervolgingskosten, bedraagt: Bijdrage na bijstelling begroting 2026 Structurele kosten maatwerk Opbrengstvervolgingskosten Nettobijdrage 2026
€ 491.100 € 16.637 € -26.258 € 481.479
Bij het opstellen van de meerjarenbegroting van de gemeente Stein zal rekening gehouden worden met de doorrekening van de structurele lasten in 2027-2030, zoals in onderstaande tabel is weergegeven. Zowel de begroting als de nagekomen annotatie, leiden tot de volgende meerjarige bijstellingen.
In de bovenstaande meerjarenberekening is een aanzienlijke daling in de netto mutatie in de bijdrage te zien in 2026 en 2027. In de meerjarenberekening op basis van de ontwerpbegroting 2025 is een structurele verlaging van € 23.000 opgenomen voor de bijdrage aan BsGW, naar aanleiding van de verwachte effecten van de nieuwe kostenverdeelmethode en de harmonisatie.Naar aanleiding van de daadwerkelijke effecten van de nieuwe kostenverdeelmethode en harmonisatie, is de eerder ingeschatte reductie te gering. De daadwerkelijke bijdrage voor 2026 valt lager uit dan eerder geraamd. Op basis van de huidige inzichten had een grotere verlaging van de bijdrage moeten worden opgenomen. Verder is er een daling in de netto mutatie in de bijdrage te zien vanaf 2028 ten opzichte van 2026 en 2027. Deze daling in de netto mutatie in de bijdrage wordt verklaard door de taakstellende kostenreductie, welke vanaf 2024 direct is verrekend met de deelnemers oplopend tot € 1,3 miljoen structureel met ingang van 2028. Bijdrage aan strategische toekomstvisie 2018-2022: N.v.t. Relevante beschikbare achtergrondinformatie 1. Aanbiedingsbrief voorlopige jaarrekening 2024 BsGW; 2. Voorlopige jaarrekening 2024 BsGW; 3. Aanbiedingsbrief kadernota 2026 MJR 2027-2030; 4. Kadernota begroting 2026 MJR 2027-2030; 5. Kadernota begroting 2026 MJR 2027-2030 bijlagen; 6.
Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting 2026 en MJR 2027-2030; 7. Ontwerpbegroting 2026 en MJR 2027-2030; 8. Aanbiedingsbrief annotatie voorlopige jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026 MJR 2027-2030; 9. Annotatie voorlopige jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026 MJR 2027-2030; 10. Bijgestelde bijdrage 2026 en meerjarig 2027-2030 naar aanleiding van annotatie voorlopige jaarrekening 2024 en ontwerpbegroting 2026 MJR 2027-2030; 11. (concept) Terugkoppelingsbrief namens de raad op de ontwerpbegroting 2026 en MJR 2027 – 2030. Burgemeester en Wethouders, de Secretaris,
de Burgemeester,
ValidSigned door Carolien Klesman op 21-05-2025
ValidSigned door Marion Leurs-Mordang op 21-05-2025