CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel inzake Belasting- en legesverordeningen 2023.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 10 november 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Belasting- en legesverordeningen 20232.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp Vergaderdatum Zaaknummer

Raadsvoorstel inzake meerdere verordeningen 20221004134417

Aan de Raad

Voorstel

De gemeenteraad wordt voorgesteld: 1. de verordening Afvalstoffenheffing 2023 en bijbehorend tarievenbesluit 2023; 2. de verordening Begraafplaatsen 2023; 3. de verordening Hondenbelasting 2023; 4. de verordening Leges Stein 2022 en bijbehorende tarieventabel 2023; 5. de verordening Marktgelden 2023; 6. de verordening Onroerende-zaakbelastingen 2023; 7. de verordening Rioolheffingen 2023; 8. de verordening Toeristenbelasting 2023; 9. de verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023; 10. het tarievenbesluit Sport 2023; 11. het tarievenbesluit Wijkbeheer 2023; vast te stellen.

Inleiding De raad dient de belastingverordeningen en tariefbesluiten voorafgaand aan het belastingjaar vast te stellen. Middels voorliggend raadsvoorstel wordt uw raad voorgesteld de bijgevoegde concept belasting- en legesverordeningen 2023 en bijbehorende tariefbesluiten vast te stellen. Bij de bepaling van de belastingen, tarieven en heffingen zijn de in de begroting 2023 opgenomen uitgangspunten gehanteerd.

Argumentatie OZB-tarieven In de Begroting 2023 zijn de opbrengsten van de Onroerend Zaakbelasting voor zowel woningen als niet-woningen op basis van de kadernota 2023 jaarlijks met 2,4% geïndexeerd. Bij de opbrengst van de Onroerendzaakbelasting op niet -woningen is tot en met 2023 rekening gehouden met een jaarlijkse extra stijging van 2%. In lijn met raadsbesluit van 29 september 2019 betreffende de oprichting van een ondernemersfonds, wordt met deze extra OZB-opbrengsten investeringsruimte gecreëerd die middels samenwerkingsverbanden van

1 van 6

ondernemers wordt aangewend voor collectieve initiatieven die ten goede komen van het lokale ondernemersklimaat. Jaarlijks vindt in kader van de wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) een herwaardering plaats. De uitkomsten van deze hertaxaties zijn nodig om de OZB-tarieven te kunnen berekenen. Op basis van deze voorlopige prognose en de in de begroting 2023 opgenomen OZB-opbrengsten zijn de OZB tarieven voor 2023 berekend • • •

OZB eigenaren woningen: OZB eigenaren niet woningen: OZB gebruikers niet woningen:

0,1177% (was 0,1359 % in 2022); 0,3747% (was 0,3535 % in 2022); 0,3289% (was 0,2980 % in 2022);

Tarieven afvalstoffenheffingen In 2022 is de Oplegnotitie Regionaal Uitvoeringsplan 'Van Afval Naar Grondstof' (VANG) 20222025 vastgesteld. Dit uitvoeringsplan is opgesteld in samenwerking met gemeente Beek en gemeente Sittard-Geleen en beschrijft hoe we de doelen voor 2025 en 2030 uit het Regionaal Grondstoffenbeleidskader VANG gaan bereiken. De kosten voor het Regionaal Uitvoeringsplan VANG 2022-2025 bestaan uit: • • •

Het op peil brengen van de beleidscapaciteit (€ 27.000 structurele kosten); Het inzetten van extra beleids- en regiekracht voor het uitvoeringsplan (€ 42.500 structurele kosten); De maatregelen uit het uitvoeringsplan (€ 227.967 structurele kosten plus € 240.725 incidentele kosten).

De kosten die voortvloeien uit het Regionaal Uitvoeringsplan VANG 2022-2025 worden voor 100% gedekt uit de afvalstoffenheffing en komen bovenop de reguliere afvalbegroting. Om de stijging van de incidentele kosten per huishouden te dempen, worden deze verspreid over de doorlooptijd van het uitvoeringsplan in de periode 2023-2025. Daarnaast worden de incidentele kosten gedempt door inzet van het egalisatiereserve (€ 135.000), ook dit wordt verspreid over drie jaar. Voor de afvalstoffenheffingen wordt een tarief per kilo aangeboden afval, een tarief per lediging en een vastrecht gehanteerd. Op basis van het uitvoeringsplan ‘Van Afval naar Grondstof 2022-2025’ zijn de tarieven voor de hoeveelheid aangeboden afval en het tarief per lediging regionaal als volgt vastgesteld: • • •

€ 0,40 per kilo restafval (was € 0,26 in 2022); € 0,05 per kilo GFT (was € 0,10 in 2022); € 1,00 per lediging van restafval (was € 0,80 in 2022);

Op basis van de geactualiseerde baten en lasten is in 2023 een vastrechttarief van € 228,00 (was € 209,40 in 2022) nodig om de gewenste 100% kostendekking te realiseren.

2 van 6

In het kader van eerdergenoemd regionaal uitvoeringsplan zijn voor de milieuparken onderstaande tarieven voor 2023 afgesproken: • • • •

Asbest € 0,27 per kg / € 81,00 per m3; Schoon puin € 0,11 per kg / € 110,00 per m3; A/B/C hout gemengd € 0,11 per kg / € 36,60 per m3; Grof restafval € 0,27 per kg / 81,00 per m3;

Tarieven rioolheffing In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie en bijbehorend projectenplan vastgesteld. De financiële doorrekening van dit plan liet zien dat toekomstige riooltarieven aanzienlijk hoger zijn dan het toenmalige tarief. Bij de vaststelling van dit plan is op basis van deze doorrekening door de raad bepaald dat het riooltarief met ingang van 2021 jaarlijks met € 8,50 wordt verhoogd om een gematigde stijging van het riooltarief voor de komende jaren mogelijk te maken. Uitgaande van de 100% kostendekkendheid is op basis van de geactualiseerde baten en lasten van het rioolcompartiment voor 2023 een tarief berekend van € 160,00. Om dit tarief te 'dempen' naar € 153,10 (=tarief 2022 van € 144,60 + € 8,50 vastgestelde jaarlijkse stijging) is een beschikking over de voorziening nodig van € 82.000. Dit resulteert in een vastrechttarief in 2023 van € 153,10 (was € 144,60 in 2022). Voor de gebruikersheffingen gelden in 2023 dezelfde tarieven als in 2022: • • •

Afvoer van 1 - 100 m3 € 50,00 Afvoer van 101 - 200 m3 € 100,00 Afvoer van 201 - 300 m3 € 150,00

Voor de gebruikers met een afvoer van meer dan 300m3 geldt het tarief van € 110 per 100m3. Hierbij geldt met ingang van 2020 een maximumtarief van € 15.000. In de Verordening Rioolheffingen is een vrijstelling opgenomen voor percelen tot de gekozen WOZ-waarde (€ 25.000,-), gebouwde percelen tot 25 m2 en de ongebouwde percelen. Deze percelen zijn van een dermate geringe omvang of zijn niet middels een buis op de riolering aangesloten, waardoor niet eenvoudig kan worden vastgesteld of deze inderdaad (in)direct op de gemeentelijke riolering zijn aangesloten. Bij veel van dergelijke percelen is ofwel geen sprake van een aansluiting op de riolering (waardoor deze ook niet in de heffing kunnen worden betrokken) dan wel kan slechts na een uitvoerige inventarisering worden vastgesteld of het op het perceel vallende hemelwater uiteindelijk in de gemeentelijke riolering terecht komt (waardoor wel sprake is van een indirecte aansluiting in de zin van de Verordening). Indien men moet controleren of dergelijke percelen aangesloten zijn, dient dan ook een uitgebreid onderzoek plaats te vinden, hetgeen hoge kosten met zich mee zal brengen.

Bij sommige percelen kan bovendien tijdens een eventuele inventarisatie van de percelen niet of nauwelijks worden vastgesteld worden of hemelwater uiteindelijk in de gemeentelijke riolering terecht komt, bijvoorbeeld omdat de inventarisatie plaatsvindt tijdens een (relatief) droge periode of omdat überhaupt niet kan worden vastgesteld dat water in de gemeentelijke riolering terecht komt. Dergelijke percelen kunnen niet in de rioolheffing betrokken worden, omdat in dat geval geen sprake is van een (in)directe aansluiting.

3 van 6

Het opnemen van de vrijstellingen voorkomt dat een uitvoerige inventarisatie met onevenredig hoge kosten plaats hoeft te vinden, terwijl bovendien ook niet van ieder perceel tijdens het onderzoek kan worden vastgesteld of sprake is van een aansluiting. Om doelmatigheidsredenen zullen aldus de vrijstellingen ingevoerd worden. Om te voorkomen dat de gemeente aan zichzelf aanslagen oplegt is, tevens een vrijstelling voor percelen die voor de publieke dienst bestemd zijn en waarvan de gemeente de genothebbende is, opgenomen. Het opleggen van een aanslag voor dergelijke percelen zou immers tot een vestzak-broekzak situatie leiden. Tarieven hondenbelasting Op basis van het bestuursakkoord 2022-2026 zijn de tarieven van de hondenbelasting met ingang van 2023 bevroren. Voorgesteld wordt om de tarieven van de hondenbelasting 2023 als volgt vast te stellen: Tarieven 2023: • 1e en volgende hond € 91,55 (was € 91,55 in 2022); • Kennel € 379,60 (was € 379,60 in 2022); Tarieven Toeristenbelasting Op basis van het op 18 maart 2021 vastgestelde belastingbeleidsplan is bij de berekening van het tarief rekening gehouden met de in de Kadernota 2023 opgenomen prijsindexering van 2,4%. Voorgesteld wordt om de tarieven van de toeristenbelasting 2023 vast te stellen op € 2,04 per overnachting (was € 1,96 in 2022) en € 0,10 bij een overnachting op een kampeerterrein/kamperen bij de boer. .

Legestarieven Voor de reisdocumenten en rijbewijzen worden door het Rijk maximale tarieven vastgesteld. Op basis van het op 18 maart 2021 vastgestelde belastingbeleidsplan is bij de berekening van de overige legestarieven rekening gehouden met de in de Kadernota 2023 opgenomen prijsindexering van 2,4%. Hierbij is echter onderstaande uitzondering gemaakt: in het kader van de ombuigingen wordt, gezien het lage kostendekkingspercentage voorgesteld om het tarief voor de gehandicaptenparkeerkaart met medisch advies vast te stellen op € 178,00 (was € 155,00 in 2022) en de gehandicaptenparkeerkaart zonder medisch advies op € 73,00 (was € 64,00 in 2022). Genoemde tarieven liggen ook meer in lijn met tarieven van omliggende gemeenten. Invoering omgevingswet. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2023 in werking. Om op tijd klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet wordt deze opgave projectmatig aangepakt. In 2022 is een groot aantal projecten gereed, conform het vastgestelde Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplandeel voor de Woonkernen en het participatiebeleid. Verder zijn de werkprocessen van omgevingsvergunningen aangepast op de nieuwe wetten en regels. De Omgevingswet is echter breder dan alleen ruimtelijke ordening. Daarom wordt ook gesproken van een totale stelselherziening.

Wij zorgen ervoor dat wij voor wat betreft de applicaties, het gegevensbeheer en de digitale dienstverlening de basis op orde hebben en wij treffen de nodige maatregelen om aan te kunnen sluiten op deze landelijke voorziening. Hiervoor zijn applicaties aangeschaft en geïmplementeerd.

4 van 6

Tenslotte richt een aantal van de deelprojecten zich op communicatie, informatievoorziening en dienstverlening en zal intern worden gekeken naar taken, functies en formatie, gelet op de gewijzigde werkzaamheden die de Omgevingswet met zich zal gaan brengen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal ook de Legesverordening en bijbehorende tarieventabel aangepast moeten worden. Gelet op voorgaande is het nog te vroeg om de voorliggende legesverordening 2023 nu al ‘omgevingswetproof’ te maken. Uitgaande van de inwerkingtreding per 1 juli 2023 wordt in het tweede kwartaal 2023 een aangepaste legesverordening 2023 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Verordening Kwijtschelding In augustus heeft het college ingestemd met een wijziging van de Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Stein per 1 januari 2023. Middels deze wijziging wordt de mogelijkheid gecreëerd voor IB-ondernemers om ook kwijtschelding bij de BsGW aan te vragen voor de gemeentelijke heffingen in privé. In de voorliggende concept- verordening Kwijtscheldingen 2023 2023 is de volgende tekst opgenomen: “Met inachtneming van het in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1,2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.” Op 17 september 2022 trad de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking. Deze regeling bevat regels over de wijze waarop provincies, gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. Nieuw is dat de raad kan bepalen dat het bedrag aan financiële middelen dat niet meetelt bij de berekening van het vermogen wordt verhoogd.

De Regeling kwijtschelding belasting medeoverheden vervangt de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen. Op de genoemde punten na is de regeling hetzelfde als haar voorganger. Het kabinet besloot de algemene verhoging van de vermogensnorm niet te beperken tot enkel AOW-gerechtigden en duurzaam arbeidsongeschikten, zoals eerder het plan was. De algemene verhoging bedraagt maximaal € 2.000 bovenop de reguliere vermogensnorm. Dit betekent dat als de provincie, gemeente of het waterschap ervoor kiest de vermogensnorm op te hogen iedere belastingschuldige recht heeft op een verhoging van de vermogensnorm. Wel hangt de verhoging van de vermogensnorm af van de leefsituatie van de belastingschuldige (echtgenoten, alleenstaanden of alleenstaande ouders). Om op korte termijn een weloverwogen keuze te kunnen maken over de verhoging van de vermogensnorm voor iedere belastingplichtige worden op dit moment ambtelijk de beleidsmatige en financiële consequenties van het kabinetsbesluit in kaart gebracht. In afwachting van de uitkomsten hiervan stellen we voor om op 10 november de Kwijtscheldingverordening ‘oude stijl’, met daarin opgenomen de mogelijkheid voor kwijtschelding voor IB-ondernemers, aan de raad ter vaststelling voor te leggen.

5 van 6

Financiële onderbouwing De tarieven zijn afgeleid van de in de begroting 2023 opgenomen belasting- en legesopbrengsten.

Bijdrage aan strategische toekomstvisie 2018-2022: Door het vaststellen van de belasting- en legesverordeningen krijgt de gemeente de beschikking over instrumenten om middelen te genereren die ingezet worden ter (gedeeltelijke) dekkingen van de activiteiten die uitgevoerd worden in het kader van de strategische toekomstvisie 2018-2022.

Burgemeester en Wethouders, de Secretaris,

de Burgemeester,

ValidSigned door Jeroen Sanders op 26-10-2022

ValidSigned door Marion Leurs-Mordang op 26-10-2022

6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=c49944b9-c7a4-4fb4-aa88-6598f3d639fa