Raadsvoorstel inzake Afstemmingsverordening en Re-integratieverordening 2023 gemeente Stein.pdf
Tekst van het document
Onderwerp Vergaderdatum Zaaknummer
Raadsvoorstel inzake Afstemmingsverordening en Re-integratieverordening 2023 gemeente Stein 22 juni 2023 20230511140151
Aan de Raad
Voorstel De gemeenteraad wordt voorgesteld: 1. In te stemmen met Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente Stein. 2. In te stemmen met Re-integratieverordening Participatiewet 2023 gemeente Stein. Inleiding Op grond van de Participatiewet heeft de gemeenteraad deze (verplichte) verordeningen al eerder vastgesteld. Enkele wetswijzigingen en actualiteiten maken het nodig om deze verordeningen opnieuw vast te stellen c.q. aan te passen. - De belangrijkste reden om de afstemmingsverordening aan te passen is, om deze in samenhang te brengen met de nieuwe Wet inburgering en een aantal aanpassingen in de Participatiewet. Gezien de omvang van het aantal aanpassingen stellen we voor om een geheel nieuwe verordening vast te stellen. Het wijzigingenoverzicht is opgenomen in bijlage 3. - De Re-integratieverordening dient te worden aangepast vanwege de inwerkingtreding van de Wet Uitvoeren Breed offensief per 1 juli 2023. Ook hiervoor leggen we een geheel nieuwe Re-integratieverordening aan u voor om vast te stellen. De wijzigingen zijn opgenomen in bijlage 6. Argumentatie 1.1 Een nieuwe afstemmingsverordening is nodig vanwege de Wet inburgering. De Afstemmingsverordening beschrijft alle gedragingen waarvoor de gemeente een bijstandsuitkering kan verlagen om redenen van verwijtbaarheid. De hoogte van de verlagingen wordt ook in deze verordening bepaald.
Het is nodig om de huidige Afstemmingsverordening te wijzigen, vanwege de samenhang met de nieuwe Wet inburgering waarvoor ook de Participatiewet is aangepast. Daarnaast zijn er een aantal technische wijzigingen en een paar inhoudelijke onjuistheden meegenomen. Gezien de omvang van de wijzigingen kunnen we niet volstaan met een gewijzigde verordening en stellen we voor om een geheel nieuwe verordening vast te stellen, waarin meteen de oude verordening wordt ingetrokken. Als gevolg van de nieuwe Wet inburgering is artikel 56a aan de Participatiewet toegevoegd. Dit artikel voert de titel ‘Ontzorgen’ en is van toepassing op statushouders die een eerste huisvesting krijgen in een gemeente en een bijstandsuitkering ontvangen. Artikel 56a regelt dat de gemeente een aantal financiële betalingen overneemt (d.m.v. inhouding op de uitkering). Het doel is dat de statushouder hierdoor meer focus kan aanbrengen op de inburgering en alle nieuwe facetten van het wonen en leven in onze maatschappij. Als de
inburgeringsplichtige niet meewerkt aan het ‘ontzorgen’, dan dient een afstemming op de uitkering worden beoordeeld. Dit kan alleen als de verordening hierin voorziet. Dit regelen we in art. 13 van de nieuwe verordening. In de uitvoering werkt Vidar al vóór de inwerkingtreding van de wet op hoofdlijnen volgens de regel ‘ontzorgen’. Het niet meewerken aan het ‘ontzorgen’ hoeft dan ook niet te leiden tot een afstemming. We ervaren dat statushouders in vrijwel alle gevallen akkoord gaan met ondersteuning op dit vlak. Doen zij dit niet dan gaan we hierover in gesprek. In een uiterste geval kan het wenselijk zijn om gevolgen te kunnen verbinden aan het niet meewerken aan het ‘ontzorgen’. Dit zal meer uitzondering dan regel zijn. Er is ook duidelijkheid nodig over het van toepassing zijnde wettelijke kader. De Participatiewet en Wet inburgering stellen op onderdelen dezelfde verplichtingen. Zo is in de situatie dat iemand verwijtbaar niet voldoet aan de gestelde participatieverplichtingen een beoordeling op grond van de Participatiewet en de Wet inburgering mogelijk. Wettelijk is geregeld dat een samenloop niet mag. Er is echter niet bepaald wanneer welke wet van toepassing is. In artikel 17 lid 5 van de verordening regelen we dit.
We stellen dat talige activiteiten in een inburgeringstraject op grond van de Wet inburgering worden beoordeeld en dat activiteiten gericht op participatie op grond van de Participatiewet. 2.1 Een nieuwe re-integratieverordening is noodzakelijk vanwege de inwerkingtrededing van de ‘Wet Uitvoeren Breed offensief’’ Het aanpassen van de Re-integratieverordening is een onderdeel van het zgn. ‘breed offensief’ van het kabinet om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Het breed offensief ziet toe op het landelijk harmoniseren van Re-integratie instrumenten én het vereenvoudigen en harmoniseren van de regels rondom loonkostensubsidies. Met name deze laatste onderdelen zijn geregeld in deze nieuwe verordening. Het beschreven aanvraagproces loonkostensubsidie sluit al aan bij de huidige uitvoeringspraktijk en is dus nu in de verordening verankerd. In de uitvoering is dit aanvraagproces voor werkgevers al volledig gedigitaliseerd en eenvoudig ingericht via de website (Vidar.nl), zodat een aanvraag loonkostensubsidie via een e-formulier kan worden ingediend. Het werkproces is ingericht volgens de methode van de “De normaalste zaak”, een netwerk van bijna 700 werkgevers die samen aan de inclusieve arbeidsmarkt bouwen.
Doel van het breed offensief is om de lasten voor werkgevers als gevolg van verschillende werkwijzen door gemeenten te verminderen, door het creëren van één administratief uitvoeringsproces voor het verstrekken van loonkostensubsidie. Wij sluiten hierbij aan om het makkelijker te maken voor werkgevers, zodat zij personen met een loonkostensubsidie aan het werk kunnen helpen. Ook op andere onderdelen sluiten wij zoveel mogelijk aan bij de model Reintegratieverordening die beschikbaar is gesteld door Stimulansz (kennis- en adviesorgaan voor gemeenten). Dit model is op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) opgesteld. De re-integratieverordening beschrijft de instrumenten die het college kan inzetten voor het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen, inclusief loonkostensubsidie. De meeste van deze instrumenten kennen wij al uit onze huidige verordening en uit de uitvoeringspraktijk. De opsomming in de verordening is niet bedoeld om op voorhand begrenzingen aan te geven, maar om transparant te zijn over het gevarieerde aanbod van ondersteuning dat beschikbaar is. Het uitgangspunt is maatwerk, afgestemd op de individuele behoefte en mogelijkheden van de werknemer met een arbeidsbeperking. Maatwerk is nodig omdat die behoeften en mogelijkheden van mensen met een beperking en van (aspirant)
werkgevers sterk kunnen verschillen. Om maatwerk te kunnen leveren moet het aanbod van instrumenten voldoende gevarieerd zijn. Dit aanbod kan vervolgens worden toegesneden op wat in het individuele geval, gezien de behoefte van de werknemer met een arbeidsbeperking én de werkgever, nodig is. De verordening zorgt voor transparantie over het gevarieerde pakket van ondersteunende instrumenten die wij kunnen aanbieden, met name voor werkzoekenden en werkgevers. Deze nieuwe verordening vervangt in zijn geheel de huidige Re-integratieverordening én de huidige verordening loonkostensubsidie (die beiden gelijktijdig worden ingetrokken). Het breed offensief gaat niet alleen om de Re-integratieverordening maar ook om aanpassingen in de Participatiewet zelf. Die overige onderdelen zijn: • de wijziging in de Participatiewet van de vrijlatingsregeling van arbeidsinkomsten, • de mogelijkheid in de Participatiewet om een uitzondering toe te passen op de 4- weken zoektermijn voor kwetsbare jongeren, • wijzigingen van de Individuele Studietoeslag om de hoogte van deze toeslag landelijk te harmoniseren, • wettelijke aanpassing van de kostendelersnorm; de leeftijd waarbij de korting voor inwonenden wordt toegepast is verhoogd van 21 naar 27 jaar. Kanttekeningen: 1.1 De toepasbaarheid van het ‘ontzorgen’ volgens de afstemmingsverordening kan in bepaalde praktijksituaties lastig zijn. O.a.
omdat de inhoudingen soms hoger zijn dan de uitkering (bijv. vanwege de kostendelersnorm), derden soms de voorkeur hebben voor een automatische incasso en het lastig is om tussentijdse tariefswijzigingen bij te houden. Intern bezien we wat nodig is om zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de wet. Hierbij staat centraal, duidelijke informatie aan de doelgroep over hun financiële situatie. Landelijk is dit probleem bekend en wordt bezien of aanpassingen mogelijk zijn. 1.2 Formeel gezien had de afstemmingsverordening al gewijzigd moeten zijn. De Wet Inburgering 2021 is ingegaan per 1 januari 2022. Formeel gezien had de afstemmingsverordening daarom reeds per 1 januari 2022 gewijzigd moeten zijn. Dat de wijziging is uitgesteld heeft verschillende redenen. Enerzijds waren er andere ontwikkelingen die meer prioriteit hadden zoals de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Tot op heden zijn we nog geen situaties tegengekomen waarin de aanpassingen gevolgen zouden hebben voor de inwoner, als de verordening al geldig was. Bovendien hebben we ervoor gekozen om de verordening in zijn geheel opnieuw kritisch door te nemen en waar nodig te actualiseren. Dit kost extra tijd, maar voorkomt wel dat we in korte tijd twee keer het besluitvormingsproces moeten doorlopen.
2.1 Door de landelijke harmonisatie van de instrumenten in de re-integratie verordening lijkt er minder oog te zijn voor de mogelijkheden tot lokale- en regionale afstemming binnen de arbeidsmarktregio’s. De landelijke harmonisatie geldt met name voor het uitvoeringsproces loonkostensubsidie. Daarin is tegemoet gekomen aan de wens van werkgevers om het aanvraagproces te harmoniseren, omdat met name grotere werkgevers te maken kunnen hebben met verschillende procedures in meerdere gemeenten. In de nu voorliggende verordening zijn daarom de regels uit het landelijke model overgenomen.
Ondanks de landelijke regels biedt de verordening voldoende mogelijkheden tot individueel maatwerk voor de inzet van instrumenten voor onze inwoners. De verordening werkt daardoor niet belemmerend voor hun re-integratiemogelijkheden. We hebben de verordening afgestemd met de gemeenten in de Westelijke Mijnstreek. Daarnaast is ook ambtelijk afgestemd met de grotere gemeenten in de arbeidsmarktregio (Maastricht en Heerlen). Samengevat biedt de nieuwe verordening voldoende mogelijkheden voor lokaal- en regionaal maatwerk. Financiële onderbouwing • De Afstemmingsverordening heeft geen financiële consequenties. • Het bestaande Re-integratiebudget voorziet in voldoende mate in de programmakosten van de nieuwe Re-integratieverordening. Bijdrage aan strategische toekomstvisie 2018-2022: Dit voorstel draagt bij aan Sociale en Vitale kernen: Van regisseren naar meer stimuleren en faciliteren. Met de begeleiding en activiteiten gericht op ‘ontzorgen’ beogen we de financiële zelfredzaamheid van statushouders te versterken. Dit kan leiden tot een verhoogd participatieniveau en draagt bij aan inclusie. Relevante beschikbare achtergrondinformatie 1. Raadsbesluit; 2. Advies Adviesraad Sociaal Domein; 3. Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stein 2023; 4. Wijzigingenoverzicht Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Stein 2023; 5.
Re-integratieverordening Participatiewet 2023 gemeente Stein; 6. Schematische toelichting oude en nieuwe Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Stein 2023. 7. Brief aan Adviesraad Sociaal Domein naar aanleiding van advies met betrekking tot de Afstemmings- en Re-integratieverordening gemeente Stein 2023. Burgemeester en Wethouders, de Secretaris,
de Burgemeester,
ValidSigned door Ingrid van Kempen op 01-06-2023
ValidSigned door Marion Leurs-Mordang op 06-06-2023