CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026

Besluitvormende raadsvergadering 6 november 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Programmabegroting 2026-202934.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

4.732

4.903

Rioolheffing

3.361

3.428

3.429

3.663

3.843

3.999

329

209

255

265

274

284

14.756

15.404

15.757

16.576

16.931

17.188

Leges

Toeristenbelasting Totaal

Algemeen

Waarom wordt belasting geheven? Een gemeente genereert geen winst zoals een private onderneming. De lasten die de gemeente jaarlijks maakt voor het lokaal bestuur en het onderhouden en in stand houden van wegen, riolering, scholen, openbaar groen etc. worden voor een groot gedeelte gedekt uit de van het Rijk ontvangen algemene uitkering. Omdat de algemene uitkering niet de volledige uitgaven dekt, moet de gemeente zelf ook baten genereren. Dit gebeurt door het heffen van belastingen en (privaatrechtelijke) heffingen. Verschil algemene heffingen en specifieke heffingen: Bepaalde belastingen/heffingen mogen alleen worden opgelegd als kosten worden gemaakt voor dit doel. Zo mag bijvoorbeeld de opbrengst van de afvalstoffenheffingen niet hoger zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Er zijn ook belastingen/ heffingen die een algemeen karakter hebben. Deze zijn wat hoogte en besteding betreft niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven. De heffingen van de gemeente Stein zijn: • Onroerende Zaak Belastingen (OZB) • Afvalstoffenheffingen • Rioolheffingen • Toeristenbelasting • Leges

51

Totstandkoming van de tarieven: Jaarlijks worden bij het vaststellen van de begroting ook de opbrengsten voor de belastingen/heffingen en retributies door de gemeenteraad vastgesteld. In de raad van 11 december 2025 wordt, na vaststelling van de programmabegroting 2026, per belasting/heffing een aparte verordening vastgesteld met daarin opgenomen het doel, de grondslag en de definitieve tarieven 2026 van de belasting/heffing. Belastingbeleid: Op 18 maart 2021 is het Belastingbeleidsplan door uw raad vastgesteld. In dit plan is het belastingbeleid voor de komende jaren beschreven. Het opbrengstvolume van de OZB wordt in 2026 conform dit plan met een indexering van 2,3 % verhoogd. Voor de rioolheffing geldt het principe van 100% kostendekkendheid. Dat betekent dat de opbrengst van de rioolheffing voldoende moet zijn om de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding en verbetering van het watersysteem te borgen. Schommelingen in de rioolheffing worden opgevangen middels de daartoe gevormde (egalisatie)voorziening. Voor de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde kader van kostendekkendheid. Bij deze heffing kan de ingestelde egalisatiereserve ingezet worden om schommelingen in de tarieven tegen te gaan.

Uitgangspunt bij zowel de rioolheffing als de afvalstoffenheffing is dat niet uitgegeven middelen middels de voorziening respectievelijk egalisatiereserve ingezet worden om tariefstijgingen te dempen. Daarnaast wordt kritisch gekeken naar de uitgaven om daarmee de lasten voor inwoners en bedrijven te beperken. In 2026 zal het belastingbeleidsplan worden geactualiseerd, zodat een geactualiseerd beleidsplan aan het begin van de nieuwe bestuursperiode in werking kan treden.

Onroerende zaakbelastingen (OZB)

Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover deze belastingopbrengst staan geen specifieke uitgaven. Wie is belastingplichtig? De OZB wordt geheven van: • de eigenaren van alle woningen en • de eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijven, scholen, trafo's etc.) binnen de gemeentegrenzen. Grondslag van de heffing: De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde. Dit is de waarde volgens de Wet Onroerende Zaken. De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde WOZ-waarden. Overige informatie: Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. Voor de belastingcapaciteit wordt een afgeleide van de waarde van onroerende zaken gebruikt. Gemeenten die binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt met 80% rekening gehouden en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde OZB-tarief.

Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, is niet relevant voor deze aftrekpost bij de algemene uitkering.

52

Relatie met programma's: Omdat de onroerende zaakbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen.

Afvalstoffenheffing

Doel van de belasting/heffing: De opbrengsten van deze heffingen worden benut voor het dekken van de kosten voor het ophalen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten voor heffing en invordering. Wie is belastingplichtig? De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis. Grondslag van de heffingen Voor de afvalstoffenheffingen worden hoofdzakelijk tarieven per kilo aangeboden afval, per lediging afvalbak en een vastrecht gehanteerd. Verdeling van de kosten De gemeente heeft een wettelijk inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Uit onderstaande overzicht blijkt dat het grootste deel van de gemeentelijke kosten staat op het taakveld afval (€ 3.850.000). Deze kosten bestaan vooral uit het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval inclusief het scheiden van afval en het recyclen. Ook de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffingen worden binnen dit taakveld verantwoord. Denk hierbij aan het versturen van juiste aanslagen aan de juiste personen. Naar verwachting wordt € 261.000 uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen.

Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Daarnaast is € 600.000 toegerekend van het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 547.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen Naar verwachting ontvangen we € 751.000 aan opbrengsten van de verwerking van het ingezamelde afval. Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. In de begroting 2026 is een netto-kostenpost voor het afval van € 4.507.000 opgenomen. In 2025 is er een incidenteel voordeel van € 55.000, dat in 2026 wordt ingezet om het tarief te dempen. Tevens vindt er een extra onttrekking van € 100.000 plaats uit de egalisatiereserve afval om het tarief te dempen. Op basis van de geactualiseerde baten en lasten is in 2026 een vastrecht-tarief van € 291.50 (was € 270.76 in 2025) nodig om de gewenste 100% kostendekkendheid te realiseren. Op 11 december 2025 worden de verordening Afvalstoffenheffing 2026 en de definitieve tarieven voor 2026 vastgesteld.

53

Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 2026 bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer 7.3 afval totaal lasten taakvelden

261 3.850 4.111

baten taakvelden 7.3 afval

751

totaal baten taakvelden

751

netto lasten taakvelden

3.360

toe te rekenen lasten: overhead

600

compensabele BTW

547

totale netto lasten

4.507

beschikking over egalisatiereserve

155

opbrengst heffing

4.352

totale opbrengsten

4.507

kostendekking:

100%

Relatie met programma's: De opbrengsten van de afvalstoffenheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.

Rioolheffingen

Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze heffingen wordt benut voor het dekken van de kosten van afval-, hemel- en grondwater (inclusief rioleringen). Wie is belastingplichtig? De belasting wordt geheven: • van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en • van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen: gebruikersdeel.

54

Grondslag van de heffing: Stein baseert zich op het eigendomsrecht. Per perceel wordt een vast bedrag opgelegd. Daarnaast worden de verbruikers aangeslagen op basis van het watergebruik. Verdeling van de kosten: De gemeente is wettelijk verplicht haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Het merendeel van de gemeentelijke kosten betreft het taakveld riolering € 2.512.000. De kosten bestaan vooral uit kosten voor het nakomen van de gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater, met name aanleg en onderhoud van rioleringen en de kosten voor heffen en invorderen van de rioolheffingen. Naar verwachting wordt € 131.000 uitgegeven aan straatreiniging, een kostenpost die onder het taakveld verkeer en wegen valt. Dit voorkomt overbelasting van het rioolstelsel bij piekbelasting. Verder is € 392.000 toegerekend voor overhead. Dit zijn kosten voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 455.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen: Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffingen invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn.

Om 100% kostendekking te realiseren is een bedrag van € 3.490.000 als opbrengst van de rioolheffing in de begroting opgenomen. In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie en bijbehorend projectenplan vastgesteld. De financiële doorrekening van dit plan laat zien dat de toekomstige riooltarieven aanzienlijk hoger zijn dan het toenmalige tarief. Bij de vaststelling van dit plan is op basis van deze doorrekening door de raad bepaald dat het riooltarief met ingang van 2021 jaarlijks met € 8,50 mag worden verhoogd om een gematigde stijging van het riooltarief voor de komende jaren mogelijk te maken. Echter, er heeft in 2026 een herrekening van het renteomslagpercentage plaatsgevonden, dat zorgt voor een daling van de kapitaallasten. Uitgaande van de 100% kostendekkendheid is op basis van de geactualiseerde baten en lasten van het rioolcompartiment , samen met een extra onttrekking uit de voorziening riool van € 65.000, voor 2026 hetzelfde tarief berekend als voor 2025 van € 206,16. Daarmee stijgt het tarief niet in 2026. Op 11 december 2025 worden de verordening Rioolrecht 2026 en de definitieve tarieven voor 2026 vastgesteld.

Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing 2026 bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer

131

7.2 riolering

2.512

totaal lasten taakvelden

2.643

netto lasten taakvelden

2.643

toe te rekenen lasten: overhead

392

compensabele BTW

455

totale lasten

3.490

55

beschikking over voorziening ter demping tarieven

65

opbrengst rioolheffing

3.425

totale baten

3.490

kostendekking:

100%

Relatie met programma's De opbrengsten van de rioolheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.

Toeristenbelasting

Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze belasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een deel van de opbrengst wordt aangewend voor de revitalisering van het toerisme en de recreatie. Wie is belastingplichtig? Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente Stein zonder in het bevolkingsregister van deze gemeente te zijn opgenomen. Grondslag van de heffing: Per persoon wordt per overnachting een bedrag geheven. Tarieven 2026: Tarief per overnachting: €2,26 (was €2,20 in 2025) €0,10 Kampeerterrein/kamperen bij de boer (was €0,10 in 2025) De toeristenbelasting wordt per kwartaal, op aangifte, achteraf opgelegd. Relatie met programma's: De baten van de toeristenbelasting worden verantwoord op het programma economie.

Leges

Titel 1 – Algemene dienstverlening We streven naar 100% kostendekkendheid, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie hieronder de mate van kostendekkendheid voor de leges burgerzaken. Burgerzaken maakt deel uit van het programma Bestuur en Ondersteuning. Titel 1: Algemene dienstverlening Burgerlijke stand Reisdocumenten Rijbewijzen Verstrekkingen uit gemeentelijke basisregistraties Kansspelen Verkeer en vervoer Diversen Totaal

Lasten

Baten

Kosten dekking

38,4 476,9 168,3 37,7

22,6 433,7 160,6 25,3

59% 91% 95% 67%

2,0 28,9 2,0 754,2

1,1 15,0 1,1 659,5

55% 52% 55% 87%

56

Titel 2 – Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Het grootste gedeelte van de kosten en opbrengsten binnen titel 2 vallen binnen het hoofdstuk van de Omgevingsvergunning. Omgevingsvergunningen maken deel uit van het programma Ruimtelijke Ordening. Titel 2 : Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgevingsvergunningen

lasten

baten

kosten dekking

Omgevingsvergunningen

530

269

51%

Totaal

530

269

51%

Binnen titel 2 wordt dus grofweg 51% van de kosten gedekt door baten. Titel 3 – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Deze titel vormt een klein gedeelte van onze legesinkomsten. Onze tarieven zijn hier niet kostendekkend, de mate van kostendekkendheid ligt rond de 63%. Titel 3 : Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnen

lasten

baten

kosten dekking

Horeca

6,8

3,7

54%

Organiseren van evenementen of markten

59,1

38,0

64%

Totaal

65,9

41,7

63%

Vergelijking regionaal

In onderstaande tabel worden de gemiddelde woonlasten 2025 van een eigenaar/gebruiker en een huurder in Stein vergeleken met de gemeenten van Limburg. De cijfers zijn afkomstig uit het Belastingoverzicht 2025 van de provincie Limburg. Lastendruk Stein

OZB 363

Aanslag eigenaar en gebruiker afval riool totaal 362 283 1008

Aanslag huurder 439

Per regio Maastricht-Heuvelland Midden-Limburg

416 353

384 311

292 266

1092 930

488 404

Noord-Limburg Parkstad

371 390

255 337

246 297

872 1024

306 513

Westelijke Mijnstreek Limburg

395 372

328 327

255 248

978 947

354 415

Per inwonersklasse 0 - 10.000

522

306

138

966

324

10.001 - 20.000 20.001 - 50.000

420 364

314 311

292 283

1026 958

434 390

>= 50.001

363

344

210

917

431

57

Om een inschatting te geven waar Stein staat wat betreft de lastendruk eigenaar en gebruiker, en de lastendruk huurder zijn in onderstaande tabellen de gemiddelde aanslagen, de gemeenten met de hoogste en de laagste aanslagen en de aanslagbedragen van Stein opgenomen. Bij Stein is de positie aangegeven op de ranglijst van gemeenten van Limburg. Lastendruk eigenaar/gebruiker

Positie

Aanslag

Limburg

gemiddeld

948

Meerssen Stein

hoogste 24e van 31

1358 1008

Venlo

laagste

802

Lastendruk huurder

Positie

Aanslag

Limburg

gemiddeld

415

Voerendaal

hoogste

711

Stein

19e van 31

439

Beesel

laagste

190

Kwijtscheldingsbeleid

Stein hanteert momenteel de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Gemeenten hebben sinds 2022 de mogelijkheid om bij kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen een verruiming van de vermogensnorm toe te passen. Het merendeel van de bij BsGW aangesloten gemeenten maakt hier inmiddels gebruik van. Maastricht en Stein zijn op dit moment de enige gemeenten in Limburg die nog de reguliere vermogensnorm hanteren. BsGW adviseert om, mede met het oog op uitvoerbaarheid en uniformiteit, aan te sluiten bij deze verruiming. Het voornemen is om dit onderwerp, gelijktijdig met de vaststelling van de belastingen legesverordeningen, ter besluitvorming aan de raad voor te leggen. Totdat hierover een formeel besluit is genomen, blijft de huidige vermogensnorm van toepassing. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets wordt met de kosten van bestaan volgens de bijstandsnorm voor 100% rekening gehouden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Invorderingswet 1990. Vanaf 2023 is de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Stein aangepast en is een wettelijke basis gecreëerd voor IB-ondernemers om onder voorwaarden kwijtschelding te kunnen vragen voor gemeentelijke heffingen.

Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelastingen, rioolheffingen en vastrecht van de afvalstoffenheffingen.

58

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding

De gemeente Stein acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend.

Risicoprofiel

Om de risico's van gemeente Stein in kaart te brengen wordt elk jaar bij de begroting en jaarrekening een risicoprofiel opgesteld. Bij het opstellen van dit risicoprofiel worden de verschillende risico's binnen de organisatie in beeld gebracht. Dit zijn zowel grote als kleine risico’s, risico’s met interne of externe oorzaak, operationeel dan wel strategisch van aard.

Risico

Schatting maximale omvang risico

Kans

Schatting verwachte omvang risico

Privacy risico’s

3.600.000

10%

360.000

Beveiligingsrisico’s

4.000.000

10%

400.000

Garantstellingen

1.400.000

5%

70.000

Grondexploitaties

400.000

10%

40.000

Dossier BAG B.V.

6.000.000

10%

600.000

200.000 512.000

25% 20%

50.000 102.000

Juridische risico’s

PM

PM

PM

Fiscale risico’s

PM

PM

PM

Loon en prijsontwikkeling

PM

PM

PM

Jeugd zorgaanbieders Risico’s gemeentefonds

Toelichting risico's Privacy risico’s Op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) kan een boete worden opgelegd van maximaal 4% van de omzet. Voor de gemeente Stein zou dit een maximale boete van € 3.600.000 kunnen betekenen. Beveiligingsrisico’s ICT ransomware en phishing: De ICT-systemen en- of data worden ontoegankelijk. Systemen zullen niet beschikbaar zijn en gegevens zullen niet meer te openen zijn. De dienstverlening naar interne medewerkers en inwoners zal hier hinder van ondervinden. Garantstellingen De gemeente staat garant voor instellingen als zij hun verplichtingen niet kunnen nakomen. Kans hierop is zeer klein, omdat er een waarborgfonds bij betrokken is. Grondexploitaties Belangrijke uitgangspunten bij het beoordelen van de resultaten van de grondexploitatie zijn het voorzichtigheidsprincipe (verliezen nemen wanneer ze zich voordoen) en realisatieprincipe (winsten

59

nemen bij voldoende zekerheid van behalen). Echter zijn er wel risico’s verbonden aan de grondexploitaties indien er niet voldoende kavels worden afgenomen, waardoor vertraging kan plaatsvinden. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen en de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter worden. Dossier BAG B.V. Er kan niet uitgesloten worden dat de gemeente Stein naar aanleiding van het faillissement van BAG B.V. geconfronteerd gaat worden met kosten, gericht op het verwijderen van de op het terrein aanwezige (minerale) reststoffen. Jeugd zorgaanbieders De verwachting is dat in 2026 de financiële problemen van de grote jeugdzorg aanbieders nog niet opgelost zullen zijn. De centrumgemeente Maastricht voert namens de 16 Limburgse gemeenten de regie hierin. Risico’s gemeentefonds In de Voorjaarsnota heeft het rijk een eerste tussenstap gezet in de opvolging van het zwaarwegende advies van de deskundigencommissie Van Ark met betrekking tot de kosten die gemeenten maken voor jeugdhulp.

Aansluitend zijn afspraken gemaakt over de opvolging van een resterend deel van het advies, waarbij gemeenten met terugwerkende kracht worden gecompenseerd voor 50% van de extra gemaakte kosten voor 2023 en 2024 én een nieuwe deskundigencommissie welke begin 2027 terugkijkt op de jaren 2025 en 2026 en inschatting maakt van de jaren van 2027 en verder. Voor deze vervolgafspraken zijn in deze begroting stelposten opgenomen, omdat we erop vertrouwen dat het rijk zich aan de gemaakte afspraken houdt. Deze hebben een omvang van € 512.000 in 2028 en € 526.000 Juridische risico’s Onze gemeente loopt juridische risico’s in zijn algemeenheid, aangezien gemeenten besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Fiscale risico’s De gemeente Stein wordt - mede door veranderingen in wet- en regelgeving - geconfronteerd met een aantal risico’s/onzekerheden op fiscaal gebied. Loon- en prijsontwikkeling Inflatie en CAO stijgingen zijn afgedekt met de in de circulaires genoemde percentages. De werkelijkheid kan positief dan wel negatief hiervan afwijken.

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van deze risico's is een risicosimulatie (Montecarlo simulatie) uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van de maximale omvang van het risico ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.300.000. De kans is een inschatting dat een risico ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Deze aanname wordt vervolgens geclusterd waarbij een kans tot 10% wordt aangemerkt als zeer klein, de kans tot 30% als klein, tot 50% als middel, tot 70% als groot en alles daarboven tot zeer groot.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en de mogelijkheden waarover onze gemeente beschikt om risico’s van financiële aard (niet-begrote kosten), die zich onverwacht voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. Dit kunnen zowel incidentele als structurele middelen zijn. Op grond van de vereisten van het BBV heeft de gemeente Stein ervoor gekozen om onze weerstandscapaciteit uit de elementen algemene reserve en de post onvoorzien te vormen.

60

Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Startcapaciteit

Algemene reserve (vrij besteedbaar)

€ 16.428.000

Post onvoorzien

€

Totale weerstandscapaciteit

25.000

€ 16.453.000

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, is de relatie gelegd tussen beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit is afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het hieronder geschetste weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 16.453.000 €

= 4,9

3.300.000

Onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

Het ratio van de Gemeente Stein valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.

Financiele kengetallen

In deze paragraaf zijn een aantal kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid.

Indicator

rekening 2024

begroting begroting begroting begroting begroting 2025 2026 2027 2028 2029

Netto schuldquote

65%

87%

109%

132%

139%

133%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

62%

84%

107%

130%

137%

131%

Solvabiliteitsratio

34%

26%

24%

22%

21%

23%

Structurele exploitatieruimte

5,7%

5,4%

3,0%

3,1%

2,0%

2,3%

Grondexploitatie

0,0%

1,4%

0,8

1,0%

0,5

0%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

103%

103%

103%

103%

103%

103%

61

Onderverdeling voor de beoordeling Om een beeld te geven hoe de financiële positie van de gemeente Stein zich ontwikkelt, is gebruik gemaakt van een onderverdeling naar drie categorieën. Dit zijn: groen (goed/weinig risico), oranje (voldoende/voorzichtigheid geboden) en rood (onvoldoende/veel risico). In onderstaande tabel de standaard percentages die daarvoor gebruikt worden. Deze percentages zijn gebaseerd op algemene normwaarden (worden onder andere gebruikt door de Provincie bij de publicatie van ranglijsten). Rood (onvoldoende / veel risico)

Groen (goed /weinig risico)

Oranje (voldoende/ voorzichtigheid geboden)

Netto schuldquote

< 90%

90% t/m 130%

> 130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

< 90%

90% t/m 130%

> 130%

Solvabiliteitsratio

> 50%

20% t/m 50%

< 20%

Indicator

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

Grondexploitatie

< 20%

20% t/m 35%

35%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens

< 95%

95% t/m 105%

> 105%

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager de netto schuldquote, hoe lager de relatieve schuldenlast. De netto schuldquote stijgt de komende jaren door de toename van de schulden (vreemd vermogen). De ontwikkeling daarvan wordt periodiek bij de opstelling van de jaarrekening en begroting gemonitord. Wij constateren dat met name vanaf 2027 de netto schuldquote verslechtert, waardoor we op basis van de huidige prognoses in de categorie ‘hoog risico’ (rood) terechtkomen. Deze ontwikkeling wordt vooral veroorzaakt door het omvangrijke investeringsvolume in de komende jaren en de inzet van de algemene reserve. Het is dan ook raadzaam om de komende jaren terughoudendheid te betrachten en hierbij nadrukkelijk oog te houden voor de effecten op onze financiële kengetallen. Ervaring leert dat de gerealiseerde ratio’s in de jaarrekening vaak positiever uitvallen dan vooraf geraamd. Desondanks blijft het van belang om deze ontwikkeling goed te blijven monitoren en hier in de besluitvorming expliciet aandacht aan te besteden. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Er is tevens een tweede berekening van de netto schuldquote, maar nu gecorrigeerd met de doorverstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en deelnemingen.

In de eerste berekening van de netto schuldquote zijn deze verstrekte leningen niet meegenomen, omdat er een risico bestaat dat de gemeente deze bedragen niet (volledig) zal kunnen terugvorderen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. Het geeft weer in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio hoe beter de gemeente hier toe in staat is. Een solvabiliteitsratio van 20% wordt aangemerkt als voldoende. De begroting 2026 laat zien dat de grens van 20% in alle jaren wordt gehaald. Wel is monitoring gewenst, gezien de meerjarige ontwikkeling van deze ratio. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente Stein heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief cijfer betekent dat het structurele deel van de begroting

62

voldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Gegeven de reeks 2026-2029 is dat aanwezig. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar, hetgeen niet het geval is. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De indicator belastingcapaciteit geeft aan hoe hoog de gemiddelde woonlasten voor een gezin zijn in de gemeente Stein ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar.

63

Grondbeleid Inleiding

Het grondbeleid van de gemeente Stein is vastgelegd in de Nota Grond- en Vastgoedbeleid. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om de visie van de gemeente te realiseren. Deze visie heeft de gemeente vastgelegd in de ”Strategische toekomstvisie 2040”, de “Omgevingsvisie gemeente Stein" en het bestuursakkoord.

Nota grondbeleid

In 2019 heeft uw raad de nota Grond- en vastgoedbeleid vastgesteld. In de nota zijn de spelregels voor het grondbeleid incl. grondbeheer en vastgoedbeleid opgenomen. Grondbeleid is een middel om de doelen die de gemeente heeft voor het gebruik, het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving te bereiken. Hierbij vormen de (toekomstige) bewoners en gebruikers het uitgangspunt. In het najaar van 2025 is de nieuw nota Grondbeleid, samen met de nota Kostenverhaal, aangeboden aan de raad. Deze twee nota's geven invulling aan de veranderde wet- en regelgeving, te weten de omgevingswet en het gelijkheidsbeginsel bij gronduitgifte zoals dat in het Didamarrest is vastgelegd. Ook de gewijzigde vraagstukken op het gebied van woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie zijn betrokken bij het samenstellen van deze twee nota's. In lijn met het Grond- en vastgoedbeleid van 2019 wordt een situationeel grondbeleid voorgestaan. Dit betekent dat de keuze voor een actieve danwel faciliterende grondpolitiek per gebiedsontwikkeling wordt bepaald. Het afwegingskader in de nieuwe nota Grondbeleid is een hulpmiddel bij die keuze. De criteria binnen dit afwegingskader zijn: maatschappelijk belang, marktsituatie en financiële risico's.

Onderdeel van de nieuwe nota Grondbeleid is om de Reserve Grondexploitatie weer actief te gaan gebruiken om de winsten en verliezen van grondexploitaties mee te verrekenen. Vanaf het moment van vaststellen van de nota Grondbeleid wordt de reservevorming in de Reserve Grondexploitaties weer beleid en zal deze reserve als een soort Algemene Reserve voor de gronden in exploitatie gaan functioneren. Afgeleid van de nota Kostenverhaal zal het noodzakelijk zijn voorzieningen te vormen voor ontvangen bijdragen waartegenover toekomstige kosten staan en zal er voor de bijdragen die we ontvangen een bestemmingsreserve worden ingesteld waarbij de afdeling Ruimte voorstellen zal doen voor de meest effectieve inzet voor die middelen, uiteraard gekoppeld aan de ruimtelijke doelen.

Grondbeleid in relatie tot de Programma’s

Ruimtelijke ordening ziet op de verdeling van de schaarse ruimte naar de verschillende functies (wonen, werken, recreëren). Grondbeleid is het middel om als gemeente over de noodzakelijke ruimte te beschikken om deze ruimte gericht in te kunnen zetten op deze verschillende functies. Het grondbeleid faciliteert en draagt op die manier bij aan de thema's van de Strategische Toekomstvisie 2040. Concreet levert het grondbeleid volgens voorgaande strategieën (actief danwel faciliterend) een bijdrage aan projecten zoals het Wijkactieprogramma Nieuwdorp, Bramert Noord/Lindehagen, CPO Steskensstraat en de woningbouwontwikkeling Meers.

Ontwikkelingen

Woningmarkt Het blijft een uitdaging en onze opdracht om de kwalitatieve en kwantitatieve opgaven op het gebied van woningbouw af te stemmen op de behoefte. We moeten de juiste woning op de juiste plek op het juiste moment beschikbaar hebben voor onze inwoners. Dat doen we samen met onze maatschappelijke partners en wij kunnen daartoe ons grondbeleid inzetten. Zeker nu op landelijk niveau als gevolg van de 'wooncrisis' nadrukkelijk aangestuurd wordt op méér woningen, zien we dat er tal van stimuleringsregelingen worden ontworpen. We hebben

64

recent ook gebruik kunnen maken van een aantal van deze regelingen. Gelet op het soms plotselinge ad-hoc karakter van de regelingen blijft het zaak dat wij voldoende projecten op de plank hebben liggen die ook nagenoeg uitvoeringsgereed zijn. Op die manier verwerven we ons een zo sterk mogelijke positie om voor de subsidieregelingen in aanmerking te komen. We blijven de landelijke ontwikkelingen wat dat betreft uiteraard monitoren. Bouwgrondexploitaties Volgens de richtlijnen van de commissie BBV is het startpunt van bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Een grondexploitatiecomplex is gedefinieerd als een ruimtelijk plan, voorzien van een financiële vertaling.

Grondexploitaties

Volgens de richtlijnen van de commissie BBV dient jaarlijks een herziening van de grondexploitatie plaats te vinden. Een actualisatie van de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet opnieuw door de raad worden vastgesteld. Conform de Nota Grond en Vastgoedbeleid is de herziening van de grondexploitaties gekoppeld aan de Planning- en Controlcyclus. We zullen de grondexploitaties éénmaal per jaar integraal herzien en wel bij de jaarrekening. Op die manier kunnen we bij gelegenheid van de jaarrekening onze gevormde voorzieningen voor becijferde tekorten onderbouwen en op peil brengen of houden. Voor het opstellen c.q. herzien van de grondexploitaties worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd naast uiteraard de wettelijke kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording: • Renteomslag 2026-2029: 1,75% • Disconteringsvoet: 1,75% • Winstneming vindt plaats middels de 'Percentage of Completion'-methode. • Bouwgrond in exploitatie Per 1 januari 2026 zijn de volgende grondexploitatiecomplexen in exploitatie: • Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord/Lindehagen • Woningbouwontwikkeling Bruisend Hart, • CPO Steskensstraat Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord In het woningbouwplan wordt volop gebouwd. Enkele woningen zijn al opgeleverd en bewoond. De nieuwe wijk krijgt een groen en landelijk karakter.

Bij Raadsbesluit van 23 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Bramert-Noord fase 1 vastgesteld. In 2024 is gestart met het bouwrijp maken van het gebied en na oplevering van de eerste woningen wordt ook het woonrijp maken nu al deels uitgevoerd. De grondoverdracht van de 2e fase, het aangepaste woonprogramma met 22 woningen i.p.v. 10 woningen, zal naar verwachting eind 2025 plaatsvinden. Uw raad is bij raadsinformatiebrief van 4 juli 2024 over deze aanpassing geïnformeerd. We hebben u toen ook geïnformeerd dat de grondopbrengst ongewijzigd blijft. De aanpassing van het woonprogramma heeft tevens geleid tot een herzien plan voor de openbare ruimte. In verband met de langere doorlooptijd en wijziging van de bouwblokken moet de grondexploitatie naar beneden worden bijgesteld. Door deze bijstelling zal het positieve resultaat van de grondexploitatie lager uitvallen en nagenoeg nul worden. In de jaarrekening zal de Grex herzien worden. Woningbouwontwikkeling Bruisend Hart Het bestemmingsplan Bruisend Hart Nieuwdorp maakt de bouw van 67 woningen mogelijk in het centrum van de wijk Nieuwdorp op de plek van de kerk en de leegstaande basisschool. Het

65

centrum krijgt hiermee een nieuw hart met wonen, zorg en een buurtcentrum als dragende pijlers. Bij Raadsbesluit van datum 4 juli 2024 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Bruisend Hart vastgesteld. Met het tekenen van de projectovereenkomst door gemeente en Zaam Wonen is de uitvoering in december 2024 formeel gestart. Inmiddels zijn de vergunningenprocedures afgerond en is de bouwaannemer bekend. In augustus 2025 zijn de concrete afspraken vastgelegd over de planning en de start van de werkzaamheden vastgelegd in een Allonge op de projectovereenkomst. De sloop van de school staat gepland voor oktober 2025. De kerk zal (met uitzondering van het Westwerk) begin 2026 verdwijnen. Met de nutsbedrijven zijn bindende afspraken gemaakt om toe te werken naar de geplande oplevering medio 2027. De grondoverdracht van de gemeentelijke schoollocatie vindt eind 2025 plaats. De kosten worden grotendeels gedekt door de gronduitgifte, bijdrage derden en subsidie van Provincie en Rijk. De grondexploitatiebegroting sluit in 2028 met een negatief resultaat op eindwaarde van € 335.666. Voor het tekort is de voorziening "Te verwachten verliezen" gevormd. CPO Steskensstraat Het college heeft de grondexploitatie Steskensstraat aan uw raad aangeboden.

Er van uitgaande dat de raad deze ongewijzigd vaststelt, is ook dit een actieve grondexploitatie in 2026 en levert dit voor de in exploitatie genomen projecten het volgende beeld op: Complex

Geraamde boekwaarde ultimo: 2025

2026

2027

2028

(x € 1.000)

Bramert-Nrd** Bruisend Hart CPO Steskensstr*** Totaal

0 549 764 1.313

699 13 712

852 0 852

428 428

Verwacht resultaat ultimo 2025* 412 -336 -166

Jaar van realisatie 2025 2028 2027

-90

*) negatief (-/-) betekent verlies **) de bijstelling van deze grex naar aanleiding van het aangepaste programma zal in de jaarrekening plaatsvinden ***) ten tijde van het samenstellen van deze begroting is nog niet bekend of de raad deze grondexploitatie heeft vastgesteld

Risico's

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen en de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter worden. Inzicht in het verloop van de financiële prognoses alsmede in de risico’s is daarom van groot belang. In het kader van de aan uw raad aan te bieden nieuwe nota's Grondbeleid en Kostenverhaal wordt gesteld om de reeds bestaande reserve GREX weer te activeren. Voorstel is om de verliezen en winsten van grondexploitaties alsmede mee- en tegenvallers met die reserve GREX te verrekenen. Hiermee gaat die reserve GREX zich gedragen als een soort algemene reserve maar dan voor de uitwerking van het grondbeleid. In het kader van die reserve GREX en de initiële voeding van die reserve hebben we een brede analyse van de grondexploitaties en hun risico's gemaakt. Deze analyse is op moment van het samenstellen van deze programmabegroting nog niet af. Dat geldt ook voor de hieruit voortvloeiende overboeking van de algemene reserve naar de reserve GREX als startkapitaal voor de uitvoering van het Grondbeleid. Uit die reserve GREX (voorheen uit de algemene reserve) wordt een voorziening voor verwachte verliezen grondexploitaties gevormd en gevoed zodra deze verliezen dreigen. Tijdens de jaarrekening wordt de omvang van die voorziening beoordeeld of deze nog toereikend is.

Integrale beoordeling van de grondexploitaties bij gelegenheid van de jaarrekening is daarom ook noodzakelijk om gedegen te kunnen onderbouwen of de omvang van deze voorziening toereikend is.

66

We zullen aan de hand van de risico-inventarisatie zoals die bij de nieuwe nota Grondbeleid wordt gemaakt, in de planning- en control cyclus rapporteren over de voortgang van deze risico's en de impact ervan op zowel de reserve GREX als de voorziening verwachte verliezen grondexploitatie.

67

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding

In de openbare ruimte vinden activiteiten plaats in het kader van wonen, werken en recreëren. Hiervoor is de openbare ruimte ingericht met kapitaalgoederen (infrastructuur). Deze kapitaalgoederen worden onderhouden en tijdig vervangen. De door de raad gewenste kwaliteit van de kapitaalgoederen is vastgesteld in beleidskaders. De vastgestelde beleidskaders zijn daarna, door het college, vertaald in beheerplannen waarin de kosten voor vervanging en onderhoud zijn opgenomen. De beheerplannen worden verwerkt in de begroting. De volgende kapitaalgoederen zijn in deze paragraaf opgenomen: • gebouwen en overige accommodaties • wegen • openbare verlichting • bruggen • rioleringen • groen

Gebouwen en overige accommodaties

Actualisatie beheerplannen In 2025 is het accommodatiebeleid 2025-2029 samen met het onderhoudsbeleid 2025-2029 en bijbehorende onderhoudsbudgetten geactualiseerd en vastgesteld. Daarnaast is het sporttechnisch investering- en onderhoudsplan herzien. Actualisatie van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is afgestemd en geïntegreerd met klimaatadaptatie. Voor de verduurzamingsopgave zijn de investeringen voor negen complexen in beeld gebracht, deze zijn gecombineerd met onderdelen uit het MJOP. Als gevolg van deze investeringen wijzigt het MJOP. In het nieuwe MJOP is rekening gehouden met een indexering van 2,4 % vanaf basisjaar 2025 (huidig prijspeil). Vanaf 2029 wordt de indexering bevroren op niveau van 2028. Op het moment dat een complex wordt verduurzaamd, wordt dit gecombineerd met groot onderhoud. Dit betreft het onderhoud dat in de eerste zes jaren vanaf jaar van investering in de meerjarenonderhoudsplanning is opgenomen. Dit zorgt voor een verlaging van de onderhoudskosten, maar leidt tot een verhoging van de investering en daaruit voortvloeiende kapitaallasten. Beheerplan Waar mogelijk worden de werkzaamheden gebundeld en volgens de geldende inkoopprocedures in de markt gezet. Bij de gemeentelijke accommodaties is, gebaseerd op de geldende NEN 2767 normering (BOP), geen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud gebouwen (x € 1.000)

Rek. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Begr. 2029

Onderhoudsbudget exploitatie: Bouwkundig onderhoud BOP Sporttechnisch onderhoud SOP

381 118

556 143

487 160

478 151

497 147

511 139

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud accommodaties BOP Groot sporttechnisch onderhoud SOP

403 1

751 87

1.218 159

708 85

910 125

1.036 74

Totaal exploitatie + voorziening

903

1.537

2.024

1.422

1.679

1.760

Financiële vertaling Voor het groot bouwkundig en sporttechnisch onderhoud is een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van de vastgestelde beheerplannen jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplannen geactualiseerd. In 2026 bedraagt

68

de storting in de voorziening bouwtechnisch onderhoud € 952.369 en in de voorziening sporttechnisch onderhoud € 44.000 op basis van het geactualiseerde beheersplan. De actualisatie van de bouwkundige en sporttechnische meerjarenonderhoudsplannen zijn in 2025 door de Raad goedgekeurd en de stortingen in de voorzieningen verwerkt. De onderhoudslasten van de gemeentelijke accommodaties worden afhankelijk van de gebruiksfunctie verantwoord op de programma's 'Sport Cultuur en Recreatie', 'Sociaal domein' of 'Bestuur en Ondersteuning'.

Wegen

Beleidskaders Op 17 februari 2022 heeft de raad het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. De vastgestelde kwaliteit is van toepassing op de instandhouding van de verhardingen gedurende de technische levensduur in die gebieden waar de komende jaren geen grootschalige reconstructies of wijzigingen zijn gepland. In 2026 zal het IBOR worden geactualiseerd. Beheerplannen Om de 2 jaar wordt - via inspectie - het beheerplan wegen geactualiseerd en wordt een doorkijk gegeven voor 15 jaren. Na beëindiging van het groot onderhoud 2023 zijn alle wegen in Stein geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie is het nieuwe beheerplan opgesteld dat op 26 maart 2024 is vastgesteld door het college. Een nieuwe inspectie wordt in het najaar van 2025 uitgevoerd. In 2026 wordt een nieuw beheerplan wegen vastgesteld. Op 31 augustus 2022 heeft het college het Beheerplan wegmeubilair 2022-2026 vastgesteld. De financiële gevolgen van beide beheerplannen zijn verwerkt in deze begroting. Bij wegen en het wegmeubilair is geen sprake van achterstallig onderhoud. (x € 1.000) Rek. Begr. Begr. Begr. Begr. Begr. 2024 2025 2026 2027 2028 2029 Onderhoudsbudget exploitatie: Klein onderhoud wegen 212 192 186 186 186 186 Wegvoorzieningen ( o.a. belijningen) 44 28 29 29 29 29 Ten laste van voorziening: Groot onderhoud wegen Totaal exploitatie + voorziening

905

1.267

862

660

1.050

545

1.161

1.487

1.077

875

1.265

760

Financiële vertaling Vanaf 2010 is voor groot onderhoud wegen een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplan jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplan wegen geactualiseerd. Vanaf 2024 bedraagt de storting in de voorziening groot onderhoud wegen € 850.000. In de voorziening groot onderhoud wegen worden geen kosten van rehabilitaties of reconstructies van wegen verantwoord. Deze worden, als investering op het programma ‘Verkeer, vervoer en water' verantwoord en waar nodig toegelicht. Ook de onderhoudskosten worden op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen' verantwoord.

Openbare verlichting

Beleidskaders In 2023 is een geactualiseerd beleids- en vervangingsplan vastgesteld voor de periode 2023 2027. Het beleidsplan is ook gericht op verdere energiebesparing en terugdringing van de C02 uitstoot zoals het vervangen van conventionele armaturen voor LED-armaturen. Op basis van het vervangingsplan zijn er nog 900 armaturen die vervangen moeten worden. Hiervoor is budget beschikbaar gesteld en wordt nader toegelicht bij het onderdeel 'LED armaturen openbare verlichting'.

69

Beheerplannen Het beheer van de openbare verlichting is op basis van een beheer- en onderhoudsplan uitbesteed aan 2 externe partijen. Bij beheer openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud. Zowel de onderhoudskosten als ook de energielasten van de openbare verlichting worden verantwoord op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen'. Directe lasten openbare verlichting (x € 1.000) Rek. Begr. Begr. Begr. Begr. 2024 2025 2026 2027 2028 Onderhoudsbudget exploitatie: Energie 164 171 171 171 171 Onderhoud 102 133 136 138 140 Totaal exploitatie 266 304 307 309 311

Begr. 2029 171 143 314

Zowel de onderhoudskosten als ook de energielasten van de openbare verlichting worden verantwoord op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen'.

Bruggen

Beleidskaders In 2021 is het beheerplan civieltechnische kunstwerken opgesteld. Uiterlijk 2026 zal een nieuw beheerplan worden opgesteld en vastgesteld. Beheerplannen Op basis van de 2 jaarlijkse bruginspectie is in 2021 het meerjaren onderhoudsplan opgesteld. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud bruggen Rek. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Begr. 2029

Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud kleine kunstwerken

5

5

5

5

5

5

Ten laste van voorziening: Groot onderhoud bruggen

4

100

50

50

50

50

Totaal exploitatie + voorziening

9

105

55

55

55

55

(x € 1.000)

Financiële vertaling Voor het onderhouden van de kunstwerken is een voorziening gevormd. Op basis van het huidige beheerplan wordt jaarlijks € 42.750 in de voorziening gestort. De tot het meerjaren onderhoudsplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Verkeer, Vervoer en Waterstaat’.

Riool

Beleidskaders In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie vastgesteld. Dit is de actualisatie van het hiervoor benoemde plan waarbij ook de klimaatthema's hitte en droogte zijn meegenomen. Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water en de klimaatadaptatie bestaat uit vier plannen (beleidsplan, beheerplan, kostendekkingsplan en projectplan). Het beleidsplan is samen met de betrokken partijen in de waterketen van de Westelijke Mijnstreek opgesteld. Hiermee is de samenwerking van de afgelopen jaren voortgezet en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze strategie hierop aan. In 2026 zal actualisatie van dit beleidsplan plaatsvinden.

70

In 2021 is ook de optimalisatie van het basisrioleringsplan en de klimaatstresstest afgerond. De vanuit het basisrioleringsplan en klimaatstresstest verkregen bevindingen leveren een belangrijke inbreng voor het beleidsplan Water & Klimaatadaptatie. Beheerplannen Met het in juli 2021 vastgestelde Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie 2022-2027 als basis zal in 2026 verder invulling worden gegeven aan het verbeteren, beheren en onderhouden van onze (afval)watersystemen en voorzieningen. Directe lasten onderhoud riolering (x € 1.000)

Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud Totaal exploitatie

Rek. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Begr. 2029

812 812

843 843

848 848

848 848

848 848

848 848

Financiële vertaling De tot het beheerplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Volksgezondheid en milieu’.

Groen

Beleidskaders De gemeenteraad heeft in 2022 de kwaliteitsniveaus voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (IBOR) geactualiseerd. In 2026 zal het IBOR worden geactualiseerd. Beheerplannen De vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van het groen zijn verwerkt in het Integraal Beheerkwaliteitsplan, in het groenbeheerplan en bomenbeheerplan. In de beheerplannen staat beschreven hoe op welke manier het openbaar groen onderhouden wordt (om de gewenste kwaliteit te behalen maar ook om aan bewoners het inzicht te geven waarom we het doen en hoe). Hierdoor is ook in beeld wat nodig is en wat dit financieel betekent. Het Integraal Beheerkwaliteitsplan zal in 2026 worden geactualiseerd. De daaruit afgeleide beheerplannen zullen in 2026, uiterlijk 2027 worden geactualiseerd. Het groenonderhoud wordt zowel uitgevoerd door de Wijkteams, RWM (onkruidbestrijding/bladverwijdering) en groenaannemers voor het specialistisch onderhoud van de bermen, sportvelden en bomen. De werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd zijn als zodanig verwerkt in de groenonderhoudsbestekken. Deze bestekken worden als leidraad gebruikt voor de uitvoering. Directe lasten onderhoud groen (x € 1.000)

Onderhoudsbudget exploitatie: Bestrijden onkruid Bermen Landschapselementen Onderhoud openbaar groen Totaal exploitatie

Rek. 2024

Begr. 2025

Begr. 2026

Begr. 2027

Begr. 2028

Begr. 2029

221 88 15 979

243 69 15 994

258 66 15 1.185

258 68 15 1.195

258 70 15 1.238

258 72 15 1.259

1.303

1.321

1.524

1.536

1.581

1.604

71

Financiering Algemeen

De financieringsparagraaf is een verplicht voorgeschreven paragraaf in het BBV. Hier zijn de kaders gesteld voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van de decentrale overheden. In de door de raad vastgestelde financiële verordening (artikel 212 gemeentewet) is ook de financieringsfunctie opgenomen. De paragraaf financiering in de begroting is bedoeld om de uitvoering van de financieringsfunctie te volgen. In 2023 is door de commissie BBV een geactualiseerde rentenotitie gepubliceerd. In de notitie is aangegeven hoe rentelasten en baten in de begroting en in de jaarstukken verwerkt moeten worden. De bepalingen en richtlijnen van die notitie zijn in deze begroting doorgevoerd. In deze paragraaf is aangegeven wat de uitgangspunten voor financiering en wat het beleid is ten aanzien van rente.

Leningportefeuille

2026

2027

2028

2029

44.422

40.519

37.417

34.465

3.902 40.519

3.102 37.417

2.952 34.465

2.952 31.513

( x € 1.000)

Leningen (excl. aan woningstichtingen verstrekte leningen per 1-1) Reguliere aflossingen Leningschuld per 31-12

In bovenstaand meerjarig overzicht geen is rekening gehouden met nieuwe leningen ter dekking van de geraamde financieringsbehoefte. Deze behoefte neemt toe door realisatie van de geraamde investeringen, waarbij ook desinvesteringen betrokken worden. De bepaling van de financieringsbehoefte gebeurt integraal (totaalfinanciering) waarbij alle kasstromen worden betrokken. In onderstaande tabel zijn de grootste investeringen opgenomen zoals deze zich in meerjarenperspectief voordoen. Voor een totaal meerjarig investeringsoverzicht verwijzen wij naar het hoofdstuk in de financiële begroting. 2026 2027 2028 2029 (x € 1.000)

Verkeerskundige aanpassingen Bergerstraat

554

0

0

0

GGA Stein centrum wegen Aanpassen rotonde Steinerweg-Koolweg Doorfietspad/op-afrit Elsloo Gebiedsvisie Dorine Verschureplein GGA Nieuwdorp (wegen) GGA Meers

0 250 1.647 750 2.794 1.000

50 0 0 0 2.794 2.500

1.100 0 0 0 0 1.539

0 0 0 0 0 0

Herstel oude dorpskern Catsop Herinrichting Koolweg Doorfietspad Heerstraat Zuid (wegen)

1.125 950 750 0

0 0 0 50

0 0 0 1.650

0 0 0 0

0 50 50 0 100 100

50 550 600 0 1.900 2.400

650 0 0 750 0 0

0 0 0 0 0 0

400 2.500 305

1.520 2.300 210

0 45

0 0

Herinrichting Dross. Jonker van Kesselstraat Rotonde Gerichtstraat / Heerstraat-Noord Rotonde Steinderweg / Merodestraat Herinrichting Gerichtstraat Herinrichting Heerstraat-Noord Reconstructie Mauritslaan/Heirstraat Herinr oude dorpskern Urmond (wegen) Renovatie OBS de Maaskei Vervangen speelvoorzieningen

72

2026

2027

2028

2029

0 880 1.475 150 200 500 200 0 0

50 740 975 1.580 0 913 630 50 500

1.100 500 980 0 200 913 0 710 0

0 400 0 0 0 0 0 0 0

(x € 1.000)

GGA Stein centrum riool Vervangen en relinen vrijvervalriolen Wateroverlastmaatregelen Emissie maatregelen Afkoppelen riolen GGA Meers riool Herinrichting oude dorpskern Urmond (riool) Heerstraat Zuid (riool) Walstraat e.o. (riool)

Jaarlijks wordt bekeken of zich mogelijkheden voordoen tot vervroegde aflossing of herfinanciering tegen lagere rente. De gewogen gemiddelde rentevoet van de aangegane leningen (exclusief woningbouw) bedraagt per 1 januari 2026 1,53%. De herfinanciering- en renteherzieningsmomenten vertonen een goede spreiding in de tijd waardoor het renterisico beperkt blijft. In de komende jaren laten de reguliere aflossingsbedragen een dalend bedrag zien van circa € 3,9 miljoen tot € 2,9 miljoen euro.

Kasbeheer

Voor het beheer van de financiële middelen houdt de gemeente Stein een rekening courant aan bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten. De NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbankier. Met deze bank is een rente compensabel stelsel overeengekomen. Dit wil zeggen dat overschotten en tekorten op de verschillende bankrekeningen als een geheel worden gezien en hierop de renteberekening wordt gebaseerd. Ook het afromen van overtollige middelen naar de schatkist verloopt via de BNG.

Rente

Rentebeleid In de afgelopen jaren is inflatie sterk opgelopen door verschillende factoren. Tijdens het economisch herstel na de coronapandemie in 2021 werd de belangrijkste oorzaak van stijgende prijzen in leveringsproblemen gezocht. De uitbraak van de oorlog in Oekraïne en het vervolgens dichtdraaien van de gaskraan door Rusland, leidden in 2022 tot sterkte stijgingen van energie- en voedselprijzen. En in 2023 begonnen de lonen aanzienlijk te stijgen. In het maatschappelijk debat werd gesproken over de rol van verbeterde winstmarges door bedrijven aan inflatie, en werden zorgen geuit over een mogelijke loon-prijsspiraal. Deze hogere inflatie zorgde voor hogere rentes op de geld- en kapitaalmarkt. Ook voor de nabije toekomst heerst er nog veel onzekerheid met betrekking tot de rente en eventuele bijbehorende verhogingen door de centrale banken om de inflatie te stabiliseren. Bij de berekening van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het financieringstekort tot aan het kasgeldlimiet en daarboven (zie hierna) is voor 2026 en verder uitgegaan van 2,5%. Onvoorziene renteontwikkeling met de huidige economische onzekerheden heeft uiteraard invloed op de financieringskosten van de gemeente Stein. Een wijziging van het rentepercentage met 1% zal, op basis van het geraamde financieringstekort, leiden tot meer of minder rente van circa € 370.000.

Rente omslagpercentage De renteomslag is berekend conform de nota rentenotitie van de commissie BBV. Vanwege het inzicht in de rentelasten van externe financiering het renteresultaat en de wijze van toerekening is onderstaand renteschema opgenomen. Het rente omslagpercentage wordt berekend door de totale rentekosten te delen door het totaal geactiveerd bedrag. De totale rentekosten bestaan uit de rente voor vaste geldleningen, de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen (reserves) en de rente van de financieringsbehoefte. Het omslagpercentage voor de begroting 2026 is per 10 juli 2025 berekend en afgerond op 1,75%.

73

Renteschema: a.

2026

De externe rentelasten over de korte en lange financiering: - Externe rente Vaste geldleningen - Externe rentelasten financiering investeringen - Externe rentelasten financieringstekort De externe rentebaten

€ € € -/- €

651.700 294.313 849.518 48.917

€

1.746.613

-/- €

378.754

€

1.367.859

€

44.181.369 €

829.110

De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

€

2.196.969

e.

De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

€

2.181.014

f.

Saldo renteresultaat taakveld treasury

€

15.955

b.

Totaal door te rekenen externe rente c.

De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend

-/- €

24.349

-/- €

354.405

Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.

Rente over eigen vermogen+voorz. Rente over voorzieningen (CW)

Rentevisie De rente is in belangrijke mate afhankelijk van de economische ontwikkeling en de inflatie. Na een periode van economische onzekerheid is de inflatie afgelopen periode weer gedaald. De ECB kijkt naar de inflatie in de hele eurozone en heeft vanaf juni 2024 de rente weer stapsgewijs verlaagd. Door de grote mate van onzekerheid blijft het lastig een rentevisie op te schrijven. Hoewel de voorspelbaarheid van de rente zeker op langere termijn gering is, kan het toch wenselijk zijn tendensen aan te geven die als basis kunnen dienen voor het sluiten van transacties. Daarbij worden een aantal vuistregels gehanteerd: • • • • •

De rente van vaste leningen is door de lange looptijd financieel van groter belang dan de rente van leningen met een korte looptijd. Bij een verwachte daling van de lange rente wordt het aantrekken van vaste langlopende leningen zoveel mogelijk uitgesteld tot de rentedaling is ingetreden. Bij een verwachte stijging van de lange rente vindt consolidatie plaats van korte schuld (korte schuld wordt omgezet in langlopende leningen). Bij een te verwachten stabiele renteontwikkeling wordt in de actuele financieringsbehoefte voorzien met de financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente dragen. Dit alles uiteraard binnen de mogelijkheden die de regelgeving biedt.

Uitgangspunten financiering

Onderstaand de belangrijkste beleidsmatige uitgangspunten die gehanteerd worden bij financiering. Hierbij moet rekening gehouden worden met het verplicht schatkistbankieren. Het rentetarief van dit schatkistbankieren bedraagt per 1 juli 2025 circa 1,9%. • Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet in de schatkist.

74

•

Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat worden middelen aangetrokken in de vorm van dag- en kasgeldleningen en kredietlimiet op de rekening courant. • Onderhandse geldleningen en vaste geldleningen worden aangetrokken voor financiering met een looptijd van langer dan één jaar. • Overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties, uit hoofd van de publieke taak, worden zoveel mogelijk zekerheden bedongen. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.

Resultaat uitzettingen

Voor de deelneming in Enexis en de BNG is voor het jaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is rekening gehouden met een bedrag van € 0,40 per aandeel Enexis en € 2,51 voor een aandeel BNG. Het totaal verwachte dividend en rente van bovengenoemde uitzettingen komt daarmee uit op: Omschrijving: 2026 2027 2028 2029 (x1.000)

Dividend deelneming Enexis (460.350 aandelen) Dividend deelneming BNG (19.266 aandelen)

184 48

184 48

184 48

184 48

Wet Houdbare Overheidsfinancien (HOF)

In de wet zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Volgens de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Dat plafond wordt volgens de wet na bestuurlijk overleg voor een bepaalde periode overeengekomen. Het plafond voor de gezamenlijke gemeenten bedraagt 0,40% van het bruto binnenlands product. Met het plafond wordt de groei van de netto schuld (volgens de definitie voor het EMU-saldo) van de gezamenlijke gemeenten in een jaar beperkt. Voor de berekening van het EMU-saldo van de gemeente Stein wordt verwezen naar de paragraaf ‘EMU-saldo’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=b53906f2-f45e-4ae4-b42e-9db158d31109