Programmabegroting 2022-2025.pdf
Tekst van het document
Voorziening pensioenverplichtingen (oud) wethouders Voor het betalen van (toekomstige) pensioenen van (voormalige) bestuurders is de voorziening pensioenverplichtingen (oud) wethouders gevormd. De voorziening zal begin 2022 worden geactualiseerd op basis van het van PROAmbt te ontvangen financieel jaarverslag 2021. Voorziening wethoudersuitkeringen De voorziening uitkering gewezen wethouders is gevormd met als doel jaarlijkse schommelingen in de uitkeringen aan gewezen wethouders te egaliseren en is gebaseerd op bestaande feiten en inzichten. Indien zich mutaties binnen het college van burgemeester en wethouders voordoen zal de voorziening op de hiervoor bestemde momenten worden geactualiseerd. Jongerenlintje Het Jongerenlintje is een blijk van waardering voor jongeren die zich op een bijzondere en persoonlijke manier hebben ingezet voor de Steinse samenleving of een bijzondere prestatie hebben verricht. Het doel is dat het college van burgemeester en wethouders hen op deze wijze in het zonnetje zet als een symbolische erkenning. Na een pilot van twee jaar heeft er een evaluatie plaatsgevonden met de selectiecommissie en de SJAR. Na een positieve evaluatie is er besloten om het Jongerenlintje een structureel karakter te geven vanaf 2022. Voor de uitvoering is jaarlijks € 2.000 vanuit het representatiebudget opgenomen in de begroting.
Burgerzaken Verkiezingen In aanloop naar de Gemeenteraad Verkiezingen 2022 is gekozen voor een nieuwe opzet voor wat betreft de organisatie van de verkiezingen. Denk hierbij aan een duidelijkere taakverdeling en werkverdeling zowel in voorbereiding op de verkiezingen als in uitvoer. Tevens is de huur van de aanplakborden, grotere stembureaus en inflatie opgenomen als structureel onderdeel van de begroting. Voor 2022 bestaat wederom de optie om deel te nemen aan de proef Centraal Tellen, de overweging moet nog gemaakt worden voor wel of geen deelname. In het laatste kwartaal 2021 zal de Raad hieromtrent besluitvorming gevraagd worden.
48
Overhead In het BBV wordt overhead gedefinieerd als 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces'. Deze definitie omvat onder andere elementen die via de gangbare definitie uit 'Vensters voor Bedrijfsvoering' tot overheadkosten kunnen worden gerekend, maar beperkt zich daar niet toe. Naast de loonkosten van de zogenaamde PIOFACH-functies in de definitie van 'Vensters voor Bedrijfsvoering', omvat de in de BBV-definitie bedoelde overhead ook de ICT-kosten van alle PIOFACH-systemen, alle ambtelijke huisvestingskosten, alle uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de programma's of taakvelden in het primaire proces. (NB: PIOFACH staat voor de functies personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting) In de 'Notitie overhead' van de commissie BBV wordt dieper ingegaan op de onderscheiden componenten van overhead.
Voor wat betreft het personeel behoren tot de overhead de kosten voor: • de leidinggevenden in het primaire proces; • de medewerkers van financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; • de medewerkers van P&O; • de medewerkers van inkoop; • interne en externe communicatiemedewerkers, met uitzondering van klantcommunicatie; • de medewerkers van juridische zaken; • de medewerkers van bestuurszaken en bestuursondersteuning; • de medewerkers van informatievoorziening en automatisering; • de medewerkers van facilitaire zaken en huisvesting; • de medewerkers bezig met postbehandeling en archivering; • managementondersteuning in het primaire proces. Naast de personele kosten van bovenstaande medewerkers behoren ook tot de overhead: • de kosten voor de huisvesting voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen gemeentelijke organisatie • de personele kosten van medewerkers die niet eerder genoemd zijn, maar die werkzaamheden verrichten die niet zijn toe te rekenen aan een of meerdere taakvelden; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld 0.4 overhead. De uitkomsten voor de gemeente Stein van de voorgeschreven werkwijze zijn in onderstaande grafiek opgenomen.
49
De gemeente is vrij in de wijze waarop overhead aan heffingen wordt doorberekend. Omdat bij de toerekening van overhead altijd sprake is van arbitraire keuzes, is een relatief eenvoudige methode goed te rechtvaardigen. In de begroting 2021 is uitgegaan van het toerekenen van overhead aan de heffingen op basis van de omvang van het betreffende taakveld. Het opslagpercentage wordt dan als volgt berekend: Overhead/totale lasten taakvelden excl overhead excl mutatie reserves = opslagpercentage Op basis van de begroting van de gemeente Stein is de opslag voor 2022 berekend op 13,7%.* Overhead
Lasten taakvelden ex overhead
Opslag %
€ 8.014.590
€ 58.397.816
13,7%
* peildatum cijfers 30-08-2021
Visie op dienstverlening De eerste projecten vanuit de Visie op Dienstverlening 2021-2024 zijn succesvol afgerond, andere zijn van doorlopende aard. Projecten die in 2022 doorlopen zijn onder andere continue verbeteren, projectmatig werken kccbuza, service level standaarden ontwikkelen en de vernieuwing van de receptie/hal van het gemeentehuis. In 2022 wordt gestart met het ontwikkelen van de klantreis, werken aan servicegerichtheid van medewerkers en een werkplan maken voor de resultaten van het Klant Tevredenheid Onderzoek van december 2021. Eind 2022 zal een evaluatie van de visie op dienstverlening en bijbehorende implementatieagenda plaatsvinden. Vanuit deze evaluatie werken wij naar een uitvoeringsagenda 2023-2024. Informatiebeveiliging en privacy Ook voor 2022 moeten we blijven voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) waar ook de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) verantwoording onder valt. Mogelijke aanbevelingen uit de audit zullen worden opgepakt en geïmplementeerd zoals we dat ook afgelopen jaar hebben gedaan. De informatiebeveiliging en privacy binnen de organisatie krijgt steeds een betere plek met als kaders de wettelijke grondslag op basis van de BIO en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
De organisatie heeft in 2021 onder andere geïnvesteerd om nieuwe medewerkers middels een interne cursus goed te informeren over deze onderwerpen. Dit wordt in 2022 verder door ontwikkeld op basis van ontvangen feedback. Ensia Net als voorgaande jaren zal ook voor 2022 een zelfevaluatie vragenlijsten ingeleverd moeten worden. Hierin vindt verantwoording plaats over onder andere de Basisregistratie Personen (BRP) en de Digitale persoonsidentificatie (DigiD). Het college legt, net als voorgaande jaren, middels een collegeverklaring verantwoording af. Wet Open Overheid Afgelopen januari heeft de Tweede Kamer het initiatiefwetsvoorstel open overheid aangenomen. De Wet open overheid (Woo) heeft als doel om overheden transparanter te maken. Aannemende dat wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen, zal de Woo hoogstwaarschijnlijk in 2022 in werking treden. De Woo bepaalt dat gemeenten bij de uitvoering van haar taak zoveel mogelijk informatie in documenten voor één ieder openbaar maakt. Overigens bepaalt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) reeds dat het bestuursorgaan uit eigen beweging informatie verschaft over het beleid, de
50
voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen. Kern van de Woo is daarom een opsomming van verplicht openbaar te maken documenten. De Woo stelt echter dat de informatie zo spoedig mogelijk na vaststelling of ontvangst van de informatie, openbaar dient gemaakt te worden. Op dit moment is de organisatie de mogelijk impact hiervan aan het inventariseren om in 2022 hier aan te kunnen voldoen. Informatiebeleid In 2022 zullen de projecten die in de projectenkalender zijn vastgelegd voor dat jaar worden opgepakt, waarmee verder invulling wordt gegeven aan het vastgestelde informatiebeleid 20192022. De doorontwikkeling van het zaaksysteem en het verder optimaliseren van de processen zullen hier een belangrijk onderdeel van zijn. Daarnaast zal het voorbereiden op de Samenhangende Objecten Registratie (SOR) een rol spelen. Communicatie Visie Communicatie moet bijdragen aan het realiseren van de strategische toekomstvisie van de gemeente en de diverse beleidsdoelstellingen die daaraan gerelateerd zijn. Om hieraan tegemoet te komen voert het taakveld communicatie volgens haar visie op communicatie 2018-2022 (waarvoor in het coalitieakkoord structureel € 45.000 beschikbaar is gesteld) de regie op de volgende aandachtsgebieden: 1. Het promoten van de gemeente Stein als een aantrekkelijke gemeente om te wonen, ondernemen en om in te recreëren. 2.
Politiek dichter bij de inwoners brengen (=raadscommunicatie). 3. Het positioneren, adviseren en daar waar gewenst (operationeel) ondersteunen van het college van b&w. 4. Het adviseren en daar waar nodig (operationeel) ondersteunen van de voltallige ambtelijke organisatie, waarbij projecten en dossiers op een juiste manier worden gepositioneerd. 5. Het beheren van álle communicatiekanalen van de gemeente Stein. 6. Het communicatief vaardiger maken van de ambtelijke organisatie. 7. Het optimaliseren van de interne communicatie. 8. Het op sleeptouw nemen van de organisatie bij een meer van ‘buiten naar binnen’ gerichte benadering. 9. Het ondersteunen bij de optimalisering van de dienstverlening richting inwoners a.d.h.v. visie op dienstverlening. Uitvoering Nu de basis op orde is en de nieuwe omnichannelstrategie zijn vruchten afwerpt, wordt in 2022 de focus verlegd naar regievoering op communicatie vanuit de interne organisatie. In dit kader staan, naast de algemene advisering en ondersteuning van de ambtelijke organisatie, specifiek de volgende projecten/ aandachtsgebieden op het programma:
• •
Intensiveren en versterken samenwerking afdeling Dienstverlening.
Plan van Aanpak ten behoeve van het communicatief vaardiger maken van de gehele organisatie. Waarbij we primair inzetten op begrijpelijk communiceren. Dit plan bestaat uit 5 lijnen: o Leren door bewustwording; o Leren door te trainen; o Leren door te doen; o Leren door te ondersteunen; o Leren door te meten. Uniformering van communicatie over de verschillende dienstverleningskanalen heen.
51
Treasury Saldo financieringsfunctie Dit betreft voornamelijk het saldo van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het saldo van de toegerekende rente aan de producten van de programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2020 (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
Saldo financieringsfunctie
408
225
0
0
0
0
Totaal
408
225
0
0
0
0
Opbrengst uit beleggingen De gemeente heeft aandelen in vennootschappen. Door enkele vennootschappen wordt dividend uitgekeerd. In onderstaand overzicht is een specificatie van de belangrijkste baten (dividend) en lasten van de aandelen opgenomen. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming (x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Dividend Enexis en B.N.G.
414
256
265
265
265
265
Rentelasten beleggingen
-59
13
-9
-9
-9
-9
Totaal
356
243
257
257
257
257
Dividend aandelen Enexis en BNG: Bij de berekening van het dividend van Enexis is in de begroting 2022 en in de meerjarenraming 2023-2025 rekening gehouden met een bedrag van € 0,50 per aandeel. Bij de berekening van het dividend van BNG is in de begroting 2022 en in de meerjarenraming 2023-2025 rekening gehouden met een bedrag van € 1,81 per aandeel. Rentelasten beleggingen: De aandelen van de beleggingen zijn als activa op de balans opgenomen. Van activa worden rentelasten aan de exploitatie doorberekend.
Belastingen Dit betreft voornamelijk het saldo van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het saldo van de toegerekende rente aan de producten van de programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2020 (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
OZB woningen
3.723
3.757
3.822
3.888
3.954
4.022
OZB niet-woningen
1.939
1.907
2.000
2.013
2.044
2.071
Belastingen overig
25
73
60
60
60
63
5.687
5.737
5.882
5.961
6.058
6.156
Totaal
52
Algemene uitkering Het gemeentefonds is een fonds op de rijksbegroting waaruit de gemeenten jaarlijks een algemene uitkering ontvangen. Met deze uitkering moeten gemeenten hun taken vervullen, minimaal op het niveau zoals dit door de wet wordt voorgeschreven. Ook wordt hiermee het bestuurlijke en ambtelijke apparaat in stand gehouden. Van verschillende ministeries krijgen gemeenten daarnaast specifieke uitkeringen om specifieke taken te vervullen. In de besteding van de algemene uitkering is de gemeente vrij. Wel staan hier wettelijke taken tegenover. Over de besteding hoeft geen verantwoording aan het Rijk te worden afgelegd. De algemene uitkering is voor gemeenten de belangrijkste vrij besteedbare inkomstenbron. De gegevens die in deze begroting zijn opgenomen ten aanzien van het gemeentefonds zijn gebaseerd op de gegevens uit de mei-circulaire 2021. Rekening
Begroting Begroting
2021
2022
33.883
35.756
35.401
35.380
35.807
36.498
3.160
2.925
2.782
2.654
2.489
2.376
Voogdij 18 plus
639
780
476
476
476
476
Wet inburgering
50
34
86
86
83
80
Brede school comb.functies
106
106
106
106
106
106
VTH provinciale taken
149
149
149
149
149
149
Voorschoolse voorz. peuters
41
38
32
32
32
32
Armoedebestrijding kinderen
69
70
70
70
70
70
Schulden en armoede
32
32
0
0
0
0
Maatschappelijke begeleiding
18
19
0
0
0
0
Taalniveau statushouders
29
29
0
0
0
0
Brede aanpak Dak-thuisloosheid
18
32
0
0
0
0
Gezond in de Stad
7
7
0
0
0
0
Kerkenvisie
25
0
0
0
0
0
Compensatie toeristenbelasting
40
0
0
0
0
0
Extra kosten verkiezingen
45
38
0
0
0
0
Noodopvang ouders cruciale beroepen
31
0
0
0
0
0
Precariobelasting
8
0
0
0
0
0
Wmo eigen bijdrage
34
0
0
0
0
0
Heroriëntatie zelfstandigen
0
7
0
0
0
0
Cultuurmiddelen
0
119
0
0
0
0
Jeugd aan zet
0
10
0
0
0
0
Versterking omgevingsveiligheidsdiensten
0
7
7
7
7
0
305
47
0
0
0
0
38.689
40.105
39.117
38.961
39.220
39.789
€ x 1.000 Algemene uitkering
2020
Meerjarenraming
2023
2024
2025
Integratie uitkeringen Participatie
Decentralisatie uitkeringen
Algemene uitkering voorgaande jaren Totaal
53
Naast bovengenoemde bedragen zijn er ook nog stelposten opgenomen voor de nog te verwachten bedragen inzake het gemeentefonds. Enerzijds heeft dit betrekking op de extra middelen voor de jeugdzorg en anderzijds inzake het BTW-compensatiefonds. Extra middelen jeugdzorg Op 18 mei jl. heeft de Commissie van Wijzen uitspraak gedaan en advies gegeven over het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Naar aanleiding van de uitspraak is het Kabinet in gesprek gegaan met gemeenten waarna besloten is dat het Kabinet in 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar stelt aan gemeenten voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Voor de gemeente Stein betreft dit een bedrag van € 1.658.938. Dit zal verwerkt worden in de septembercirculaire 2021, maar is voor 2022 op voorhand al in de begroting opgenomen via een stelpost. Over de jaren vanaf 2023 waren nog geen afspraken gemaakt. Daar gaat een nieuw kabinet over. De provinciaal toezichthouders hebben onderling afgesproken dat 75% geraamd mag worden van de bedragen waar de Arbitragecommissie van uit gaat. Als gemeenten op eigen initiatief voor 2023 en verder al een stelpost 'nog te ontvangen rijksmiddelen’ hadden opgenomen in hun eigen begroting , moeten ze die nog als aftrekpost doorrekenen om het budgettair effect te bepalen.
Dat betekent dat de gemeente Stein de volgende bedragen vanaf 2023 opgenomen heeft in de stelpost: 2023
2024
2025
75% van bedragen arbitragecommissie
1.376.000
1.291.000
1.190.000
Reeds geraamd als stelpost 'nog te ontvangen rijksmiddelen' Stelpost
-407.000
-407.000
-407.000
969.000
884.000
783.000
BCF-plafond Het BCF-plafond bedraagt € 3,162 miljard voor gemeenten in 2020. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. De afrekening vindt telkens plaats via een incidentele compensatie. Echter is er een richtlijn die de provinciaal toezichthouders onderschrijven, dat er een structurele stelpost opgenomen mag worden voor de onderschrijding van het BCF-plafond. Er is voor gekozen om 75% van het maximale bedrag dat hiervoor opgenomen mag worden als stelpost op te nemen. Beide stelposten zijn terug te vinden in het overzicht van de stelposten.
Overige baten en lasten Stelposten Mutaties stelposten
Begroting 2022
(x € 1.000)
Stelpost loonstijgingen
Meerjarenraming 2023
2024
2025
-317
-472
-630
-789
Stelpost participatiebedrijf
37
74
111
111
Onderuitputting kapitaallasten
50
50
50
50
Stelpost bezuinigingen accommodaties
14
5
5
5
Stelpost herbezetting OR
-33
-32
-32
-32
Stelpost verkoop verlof
-40
-40
-40
-40
54
Stelpost flexibele beloning
-28
-28
-28
-28
Stelpost onderuitputting BCF plafond
180
180
180
180
Stelpost ziek en piekpot
-312
-312
-312
-312
Stelpost formatie College
44
88
88
88
Stelpost taxaties verzekerde objecten
-10
0
0
-5
Stelpost Jeugd extra middelen
1.659
1.376
1.291
1.190
Totaal
1.244
889
683
419
Onvoorzien
Rekening Begroting Begroting 2020
Onvoorzien
(x € 1.000)
Totaal
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
0
-27
-25
-25
-25
-25
0
-27
-25
-25
-25
-25
Mutaties reserves Rekening Begroting Begroting 2020
Mutaties reserves Totaal
(x € 1.000)
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
1.749
5.521
2.211
655
316
355
1.749
5.521
2.211
655
316
355
55
Algemene dekkingsmiddelen In deze tabel worden baten en de daaraan gerelateerde lasten toegelicht, die géén directe relatie hebben met de diverse programma's. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2020 (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
Lokale heffingen
5.687
5.737
5.882
5.961
6.058
6.156
Algemene uitkeringen
38.689
40.105
40.956
40.517
40.691
41.159
Dividend
356
243
257
257
257
257
Saldo financieringsfunctie
408
225
0
0
0
0
Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal (incl. mutaties reserves)
1.044
473
-170
-303
-429
-599
46.183
46.783
46.924
46.432
46.576
46.972
Relatie verbonden partij met realisatie programma Verbonden partij
Samenwerkingsvorm GR
BsGW
Wat is de bijdrage aan dit programma? Het een zo groot mogelijk maatschappelijk rendement halen uit samenwerking tussen lokale overheden op gebied van belastingheffing eninning.
BNG
Privaat
Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.
Enexis Holding
Privaat
Het genereren van extra inkomsten voor de gemeente uit eventueel verkregen dividend.
Waterleidingmaatschappij Limburg NV
Privaat
Wat gaat het kosten ? Baten en lasten
(x € 1.000)
Rekening Begroting Begroting 2020
2021
2022
Meerjarenraming 2023
2024
2025
Lasten
12.781
13.304
12.351
12.079
12.270
12.545
Baten
46.985
47.886
48.261
47.855
48.255
48.873
Saldo van baten en lasten
34.203
34.582
35.910
35.775
35.984
36.329
56
Toevoeging reserves
2.340
4.021
144
Onttrekking reserves
4.090
9.542
2.355
655
316
355
35.953
40.103
38.121
36.431
36.300
36.683
Resultaat
Relevante afwijkingen tussen begroting 2021 en begroting 2022 Treasury Als gevolg van actualisatie van rente in 2021 heeft bijstelling plaatsgevonden. Ook is voor 2022 een nieuwe renteomslag percentage berekend, en heeft functionele doorrekening naar de overige programma's plaatsgevonden. OZB In 2022 is een hoger bedrag aan opbrengst OZB woningen en niet woningen geraamd ten opzichte van 2021. Algemene uitkering Vanaf 2022 zijn een tweetal stelposten gevormd voor enerzijds de extra middelen voor de jeugdzorg en anderzijds voor de onderuitputting van het BCF compensatiefonds. Deze veroorzaken dat er in 2022 een hoger bedrag is geraamd aan Algemene Uitkering ten opzichte van 2021. Reserves In 2021 is per saldo een hoger bedrag aan de algemene reserve toegevoegd (897) als gevolg van met name de toevoeging van de reserve renovatie brug Urmond (2.000) en de reserve fietsbrug Meers (-916). In 2022 hebben lagere onttrekkingen plaatsgevonden aan de krimpreserve (-476), de reserve sociaal Domein (-226), de reserve Economische Samenwerking Zuid-Limburg(-231), de reserve invoering omgevingswet (-183), de reserve pilot duurzaamheid(-718), de reserve doorontwikkeling personeel (-292) en de reserve parkeerplaats Steinerbos(120).
Daarnaast is in 2021 een bedrag toegevoegd aan de reserve egalisatie afval (133), de reserve parkeerplaats Berg (312) en wordt aan de reserve Corona in 2022 een bedrag onttrokken van 281, terwijl in 2021 per saldo 229 is toegevoegd. Overige gebouwen en gronden In de begroting 2021 is een incidenteel budget opgenomen voor de sloop van het voormalig schoolgebouw Elckerlyc In de begroting 2021 is een incidenteel budget opgenomen voor de sloop van het voormalig schoolgebouw triviant locatie Meersc In de begroting 2021 is de incentale verkoopopbrengst van gronden opgenomen Bestuur Voor het jaar 2022 is een bezuinigingsstelpost opgenomen voor de formatie van het College (44). Door het doorschuiven van het restantbudget 2020 naar 2021 is in 2021 een hogere bijdrage Economische Samenwerking Zuid-Limburg (231) opgenomen. In de begroting 2021 is een bedrag voor de strategische visie (51) opgenomen. Burgerzaken In 2021 was een hoger budget voor verkiezingen dan in 2022 (97), en in 2022 worden minder interne uren doorberekend (87) Overhead In 2021 heeft reeds functionele toerekening plaatsgevonden van budgetten van in de primaire begroting opgenomen stelposten, heeft inhuur plaatsgevonden. Daarnaast is in 2021 meer budget beschikbaar vanuit de reserve doorontwikkeling personeel (176). Ook is een budget opgenomen in het kader van de Wet Open Overheid (-103)
Bedrag x € 1.000
-476
158
851
-3.309
137 198 -105
326
185
73
57
Paragrafen Lokale heffingen Inleiding Het pakket van de gemeentelijke belastingen en heffingen bestaat in Stein uit een zestal heffingen. Deze worden gelegitimeerd door verordeningen die de raad elk jaar vaststelt. De lokale heffingen worden ingedeeld in twee categorieën: • Belastingen: Deze worden door de overheid dwangmatig opgelegd. Voor de belastingbetaler staat hier geen individuele aanwijsbare prestatie tegenover. Belastingplichtigen hebben feitelijk geen keuzemogelijkheid. • Heffingen: Dit zijn betalingen aan de overheid voor een door de overheid individueel geleverde specifieke overheidsprestatie. De heffingen zijn gebaseerd op het profijtbeginsel. Iemand die van de overheid profiteert, betaalt hiervoor een bijdrage. Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De gemeente Stein kent de volgende heffingen. Rekening Begroting Begroting Meerjarenraming 2020
Afvalstoffenheffing
(x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
3.068
3.386
3.279
3.328
3.342
3.346
Hondenbelasting
218
232
236
239
243
246
Leges
616
951
657
647
802
865
OZB niet woningen
1.939
1.907
2.000
2.013
2.044
2.071
OZB woningen
3.723
3.757
3.822
3.888
3.954
4.022
Rioolheffing
3.224
2.840
2.826
2.863
2.958
3.081
163
146
169
171
174
177
12.952
13.219
12.989
13.149
13.517
13.808
Toeristenbelasting Totaal
Algemeen Waarom wordt belasting geheven? Een gemeente genereert geen winst zoals een private onderneming. De lasten die de gemeente jaarlijks maakt voor het lokaal bestuur en het onderhouden en in stand houden van wegen, riolering, scholen, openbaar groen etc. worden voor een groot gedeelte gedekt uit de van het Rijk ontvangen algemene uitkering. Omdat de algemene uitkering niet de volledige uitgaven dekt, moet de gemeente zelf ook baten genereren. Dit gebeurt door het heffen van belastingen en (privaatrechtelijke) heffingen. Verschil algemene heffingen en specifieke heffingen: Bepaalde belastingen/heffingen mogen alleen worden opgelegd als kosten worden gemaakt voor dit doel. Zo mag bijvoorbeeld de opbrengst van de afvalstoffenheffingen niet hoger zijn dan de kosten die hiervoor worden gemaakt. Er zijn ook belastingen/ heffingen die een algemeen karakter hebben. Deze zijn wat hoogte en besteding betreft niet voor een specifiek doel bestemd, maar dienen ter dekking van algemene uitgaven.
58
De heffingen van de gemeente Stein zijn: • Onroerende Zaak Belastingen (OZB) • Afvalstoffenheffingen • Rioolheffingen • Hondenbelasting • Toeristenbelasting • Leges Totstandkoming van de tarieven: Jaarlijks worden bij het vaststellen van de begroting ook de opbrengsten voor de belastingen/heffingen en retributies door de gemeenteraad vastgesteld. In de raad van 4 november 2021 wordt, na vaststelling van de programmabegroting 2022, per belasting/heffing een aparte verordening vastgesteld met daarin opgenomen het doel, de grondslag en de definitieve tarieven 2022 van de belasting/heffing. Belastingbeleid: Op 18 maart 2021 is het Belastingbeleidsplan door uw raad vastgesteld. In dit plan is het belastingbeleid voor de komende beschreven. Voor de rioolheffing geldt het principe van 100% kostendekkendheid. Dat betekent dat de opbrengst van de rioolheffing voldoende moet zijn om de kosten die gemaakt worden voor de instandhouding en verbetering van het watersysteem te borgen. Schommelingen in de rioolheffing worden opgevangen middels de daartoe gevormde (egalisatie)voorziening. Voor de afvalstoffenheffing geldt hetzelfde kader van kostendekkendheid. Bij deze heffing kan de ingestelde egalisatiereserve ingezet worden om schommelingen in de tarieven tegen te gaan.
Uitgangspunt bij zowel de rioolheffing als de afvalvalstoffenheffing is dat niet uitgegeven middelen middels de voorziening respectievelijk egalisatiereserve ingezet worden om tariefstijgingen te dempen. Daarnaast wordt bij voortduring kritisch gekeken naar de uitgaven om daarmee de lasten voor inwoners en bedrijven te beperken.
Onroerende zaakbelastingen (OZB) Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van de Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover deze belastingopbrengsten staan geen specifieke uitgaven. Wie is belastingplichtig? De OZB wordt geheven van: • de eigenaren van alle woningen en • de eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijven, scholen, trafo’s etc.) binnen de gemeentegrenzen. Grondslag van de heffing: De grondslag voor de heffing is de WOZ-waarde. Dit is de waarde volgens de Wet Onroerende Zaken. De tarieven voor de OZB zijn mede afhankelijk van de getaxeerde WOZ-waarden. Overige informatie: Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. Voor de belastingcapaciteit wordt een afgeleide van de waarde van onroerende zaken gebruikt. Gemeenten die binnen hun grenzen veel hoog gewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van woningen wordt met 80% rekening gehouden en van de waarde van niet-woningen 70%. Hierop
59
wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is globaal afgeleid van het gemiddelde OZB-tarief. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, is niet relevant voor deze aftrekpost bij de algemene uitkering. Relatie met programma's: Omdat de onroerende zaakbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen.
Afvalstoffenheffing Doel van de belasting/heffing: De opbrengsten van deze heffingen worden benut voor het dekken van de kosten voor het ophalen, verwijderen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen en de kosten voor heffing en invordering. Wie is belastingplichtig? De gebruiker van een perceel waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan, is belastingplichtig. Dit kan een woning zijn, maar ook bijvoorbeeld een vakantiehuis naast een woonhuis. Grondslag van de heffingen Voor de afvalstoffenheffingen worden hoofdzakelijk tarieven per kilo aangeboden afval, per lediging afvalbak en een vastrecht gehanteerd. Verdeling van de kosten De gemeente heeft een wettelijk inzamelplicht voor het afval van huishoudens. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Uit onderstaande overzicht blijkt dat het grootste deel van de gemeentelijke kosten staat op het taakveld afval (€ 2.839.000). Deze kosten bestaan vooral uit het daadwerkelijk inzamelen en verwerken van het huishoudelijke afval inclusief het scheiden van afval en het recyclen. Naar verwachting wordt € 247.000 uitgegeven aan taken die onder het taakveld verkeer en wegen vallen. Zo draagt het schoonmaken en het schoonhouden van de wegen bij aan een afvalvrije openbare ruimte. Ook de kosten voor de heffing en invordering van de afvalstoffenheffingen worden binnen dit taakveld verantwoord.
Denk hierbij aan het versturen van juiste aanslagen aan de juiste personen. Daarnaast is € 406.000 toegerekend van het taakveld overhead. Dit zijn kosten die worden gemaakt voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 452.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen Gemeenten mogen op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. Om 100% kostendekkendheid te realiseren is een bedrag van € 3.279.000 als opbrengst van de afvalstoffenheffing in de begroting opgenomen. Op basis van de geactualiseerde baten en lasten is in 2022 een vastrecht-tarief van € 209,40 (was € 210,65 in 2021) nodig om de gewenste 100% kostendekkendheid te realiseren. Op 4 november 2021 worden de verordening Afvalstoffenheffing 2022 en de definitieve tarieven voor 2022 vastgesteld.
60
Berekening van kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 2022 bedragen x € 1.000 lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer
247
7.3 afval
2.715
totaal lasten taakvelden
2.962
baten taakvelden 7.3 afval
541
totaal baten taakvelden
541
netto lasten taakvelden
2.421
toe te rekenen lasten: overhead
406
compensabele BTW
452
totale lasten
3.279
opbrengst heffingen
3.279
kostendekking:
100%
Relatie met programma's: De opbrengsten van de afvalstoffenheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.
Rioolheffingen Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze heffingen wordt benut voor het dekken van de kosten van afval-, hemel- en grondwater (inclusief rioleringen). Wie is belastingplichtig? De belasting wordt geheven: • van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en • van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd dan wel dat belang heeft bij nakoming van de gemeentelijke waterzorgplichten, verder te noemen: gebruikersdeel. Grondslag van de heffing: Stein baseert zich op het eigendomsrecht. Per perceel wordt een vast bedrag opgelegd. Daarnaast worden de verbruikers aangeslagen op basis van het watergebruik.
61
Verdeling van de kosten: De gemeente is wettelijk verplicht haar zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater na te komen. Om deze kosten transparant te maken, zijn de kosten naar taakveld uitgesplitst. Het merendeel van de gemeentelijke kosten betreft het taakveld riolering € 2.053.000. De kosten bestaan vooral uit kosten voor het nakomen van de gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater, met name aanleg en onderhoud van rioleringen en de kosten voor heffen en invorderen van de rioolheffingen. Naar verwachting wordt € 108.000 uitgeven aan straatreiniging, een kostenpost die onder het taakveld verkeer en wegen valt. Dit voorkomt overbelasting van het rioolstelsel bij piekbelasting. Verder is € 296.000 opgenomen voor het taakveld overhead. Dit zijn kosten voor de sturing en ondersteuning van medewerkers in brede zin. De compensabele BTW bedraagt € 369.000 en wordt, conform de BBV-wetgeving, eveneens aan de kosten toegerekend. Herkomst middelen: Gemeenten mogen op grond van artikel 228a van de Gemeentewet een rioolheffingen invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn. Om 100% kostendekking te realiseren is een bedrag van € 2.826.000 als opbrengst van de rioolheffing in de begroting opgenomen.
Bij de berekening van het tarief wordt rekening gehouden met het uitgangspunt uit het coalitieakkoord 'Kansrijk besturen' dat niet uitgegeven middelen binnen het rioolcompartiment middels de voorziening ingezet worden om toekomstige tariefstijgingen te dempen. In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie en bijbehorend projectenplan vastgesteld. De financiële doorrekening van dit plan laat zien dat de toekomstige riooltarieven aanzienlijk hoger zijn dan het huidige tarief. Bij de vaststelling van dit plan is op basis van deze doorrekening door de raad bepaald dat het riooltarief met ingang van 2021 jaarlijks met € 8,50 wordt verhoogd om een gematigde stijging van het riooltarief voor de komende jaren mogelijk te maken. In het plan is voor 2022 een tarief berekend van € 173,00. Dit tarief wordt in het beleidsplan ‘gedempt’ tot € 162,00 door voor een bedrag van € 120.000 te beschikken over de rioolvoorziening. Bij het opmaken van de Begroting 2022 is gebleken dat de aan de rioolheffing toe te rekenen lasten aanzienlijk lager zijn dan de lasten waarmee in het Beleidsplan rekening is gehouden. Het verschil wordt met name veroorzaakt door toepassing van een aanzienlijk lagere interne rekenrente. Hierdoor is in de begroting 2022 voor een bedrag van € 173.000 minder kapitaallasten toegerekend.
Deze structurele lagere toerekening van kapitaallasten heeft ook zijn weerslag op het riooltarief 2022 en volgende jaren. Na het opmaken van de Begroting 2022 is op basis van de geactualiseerde baten en lasten voor 2022 een vastrechttarief van € 154,51 nodig om de gewenste 100% kostendekking te realiseren. Omdat in het beleidsplan voor € 120.000 wordt beschikt over de rioolvoorziening om het tarief te dempen wordt deze systematiek ook toegepast op het nieuw berekende tarief. Dit resulteert in een vastrechttarief in 2022 van € 144,60 (was € 153,45 in 2021). De door de raad beoogde gematigde jaarlijkse stijging van € 8,50 is op basis van de actualisatie van de baten en lasten niet aangepast; door de lagere kapitaallasten zijn de tarieven weliswaar verlaagd maar de jaarlijkse stijging blijft onverminderd € 8,50. Ook het in de beleidsplan geschetste verloop van de rioolvoorziening blijft ongewijzigd. Op 4 november 2021 worden de verordening Rioolrecht 2022 en de definitieve tarieven voor 2022 vastgesteld.
62
Berekening van kostendekkendheid van de rioolheffing 2022 bedragen x € 1.000
lasten taakvelden 2.1 wegen en vervoer
108
7.2 riolering
2.053
totaal lasten taakvelden
2.161
netto lasten taakvelden
2.161
toe te rekenen lasten: overhead
296
compensabele BTW
369
totale lasten beschikking over voorziening ter demping tarieven
2.826
120
opbrengst rioolheffing
2.706
totale baten
2.826
kostendekking:
100%
Relatie met programma's De opbrengsten van de rioolheffing worden verantwoord op het programma Volksgezondheid en Milieu. De kosten die in de heffing worden meegenomen worden verantwoord op het programma volksgezondheid en milieu en het programma verkeer vervoer en water.
Hondenbelasting Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van de hondenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover deze opbrengsten staan geen specifieke uitgaven. Omdat de hondenbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning, taakveld algemene dekkingsmiddelen. Wie is belastingplichtig? Deze belasting wordt geheven van de binnen de gemeente wonende houder van één of meerdere honden. Grondslag van de heffing: De heffing heeft een fiscaal karakter en is gebaseerd op het aantal honden dat door een belastingplichtige wordt gehouden.
63
Tarieven 2022: 1e en volgende hond Kennel
€ 91,55 (was € 90,20 in 2021) € 379,60 (was € 374,00 in 2021)
Relatie met programma's: Omdat de hondenbelasting een algemeen dekkingsmiddel is worden de opbrengsten van deze heffing verantwoord op het programma Bestuur en Ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen.
Toeristenbelasting Doel van de belasting/heffing: De opbrengst van deze belasting is een algemeen dekkingsmiddel. Een deel van de opbrengst wordt aangewend voor de revitalisering van het toerisme en de recreatie. Wie is belastingplichtig? Belastingplichtige is die persoon die verblijft (overnacht) in de gemeente Stein zonder in het bevolkingsregister van deze gemeente te zijn opgenomen. Grondslag van de heffing: Per persoon wordt per overnachting een bedrag geheven. Tarieven 2022: Tarief per overnachting: € 1,99 (was € 1,96 in 2020) De verordening op de toeristenbelasting is zodanig aangepast dat kleinschalige recreatie (kamperen bij de boer tot € 10,00 per persoon per nacht) onder de uitsluitingsgronden valt. Overige informatie: De toeristenbelasting wordt per kwartaal, op aangifte, achteraf opgelegd. Relatie met programma's: De baten van de toeristenbelasting worden verantwoord op het programma Economie.
Leges Titel 1 – Algemene dienstverlening We streven naar 100% kostendekkendheid, maar zijn hierin beperkt door de gemaximeerde legestarieven vanuit het Rijk. Zie hieronder de mate van kostendekkendheid voor de leges burgerzaken. Burgerzaken maakt deel uit van het programma Bestuur en Ondersteuning. Titel 1 : Algemene dienstverlening
lasten
baten
kosten dekking
Burgerlijke stand
50,9
50,0
93%
Reisdocumenten
108,0
100,3
93%
Rijbewijzen
128,4
120,1
94%
Verstrekkingen uit gemeentelijke basisregistaties
29,9
28,6
96%
Kansspelen
2,0
1,1
53%
Verkeer en Vervoer
24,3
12,4
51%
Diversen
6,1
3,2
53%
349,7
315,8
90%
Totaal
64
Titel 2 – Dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Het grootste gedeelte van de kosten en opbrengsten binnen titel 2 vallen binnen het hoofdstuk van de Omgevingsvergunning. Omgevingsvergunningen maken deel uit van het programma Ruimtelijke Ordening. Titel 2 : Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgevings-vergunningen
lasten
baten
kosten dekking
Omgevingsvergunningen
367
227
62%
Totaal
367
227
62%
Binnen titel 2 wordt dus grofweg 62% van de kosten gedekt door baten. Titel 3 – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn Titel 3 vormt een klein gedeelte van onze legesinkomsten. Onze tarieven zijn hier niet kostendekkend, de mate van kostendekkendheid ligt rond de 53%. Deze leges maken deel uit van het programma Bestuur en Ondersteuning. Titel 3 : Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijnen
lasten
baten
kosten dekking
Horeca
10,2
5,4
53%
Organiseren van evenementen of markten
13,1
6,9
53%
Brandveiligheidsverordeningen
1,6
0,9
53%
24,9
13,2
53%
Totaal
Vergelijking regionaal In onderstaande tabel worden de gemiddelde woonlasten 2021 van een eigenaar/gebruiker en een huurder in Stein vergeleken met de gemeenten van Limburg. De cijfers zijn afkomstig uit het Belastingoverzicht 2021 van de provincie Limburg. Lastendruk Stein
OZB 328
Aanslag eigenaar en gebruiker afval riool totaal 298 227 853
Aanslag huurder 371
Per regio Maastricht-Heuvelland Midden-Limburg
330 288
307 253
231 232
868 773
383 328
Noord-Limburg Parkstad
348 319
244 283
199 216
792 818
327 419
Westelijke Mijnstreek Limburg
385 330
279 271
194 216
858 817
292 354
Per inwonersklasse 0 - 10.000
487
232
165
883
232
10.001 - 20.000 20.001 - 50.000
365 317
245 253
249 247
859 817
350 333
>= 50.001
327
293
184
804
372
65
Om een inschatting te geven waar Stein staat wat betreft de lastendruk eigenaar en gebruiker, en de lastendruk huurder zijn in onderstaande tabellen de gemiddelde aanslagen, de gemeenten met de hoogste en de laagste aanslagen en de aanslagbedragen van Stein opgenomen. Bij Stein is de positie aangegeven op de ranglijst van gemeenten van Limburg. Lastendruk eigenaar/gebruiker
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
817
Meerssen
hoogste
1.128
Stein
8e van 30
853
Beesel
laagste
643
Lastendruk huurder
Positie
Aanslag
Limburg
gemiddeld
354
Voerendaal
hoogste
549
e van 30
Stein
14
Beesel
laagste
371 164
Kwijtscheldingsbeleid
Stein hanteert de zogenaamde 100% norm voor de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en/of vermogenstoets. Bij deze toets wordt met de kosten van bestaan volgens de bijstandsnorm voor 100% rekening gehouden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de Leidraad Invorderingswet 1990. Kwijtschelding wordt alleen verleend indien het een aanslag betreft voor onroerende zaakbelastingen, rioolheffingen, vastrecht van de afvalstoffenheffingen en hondenbelasting voor de 1e hond.
66
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding De Gemeente Stein acht het wenselijk om risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering beheersbaar te maken. Door inzicht in de risico's wordt de organisatie in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Om inzicht in de risico’s van de gemeente te kunnen verkrijgen is er een risico-inventarisatie uitgevoerd. Hieronder wordt verslag gedaan van de resultaten van de risico-inventarisatie. Op basis van de geïnventariseerde risico’s is tevens het weerstandsvermogen berekend.
Risicoprofiel Om de risico's van Gemeente Stein in kaart te brengen wordt elkaar jaar bij de begroting en jaarrekening een risicoprofiel opgesteld. Bij het opstellen van dit risicoprofiel worden de verschillende risico's binnen de organisatie in beeld gebracht. Dit zijn zowel grote als kleine risico’s, risico’s met interne of externe oorzaak, operationeel dan wel strategisch van aard. Risico
Gevolgen
Kans
Financieel gevolg
Instellingen waarvoor de gemeente garant staat kunnen hun verplichtingen niet nakomen.
Financieel 10% Aflossingsverplichting voor de gemeente
max. € 4.700.000
Datalek, verlies smartphone, phising Financieel mail, geen beveiligde wifi.
30%
max. € 10.000.000
RWM kan haar verplichtingen niet Financieel - aanspraak op 10% nakomen ten aanzien van de de door de gemeente geldlening van 1,1 miljoen waarvoor verstrekte garantstelling de gemeente garant staat.
max. € 1.100.000
Niet controleren van alle toezichttaken.
Financieel - fin. aansprakelijkheid
10%
max. € 1.000.000
Niet doorgaan van het groene net.
Financieel
10%
max. € 179.000
50%
max. € 100.000
De VNG heeft een structurele effectentool ontwikkeld om inzicht te krijgen in de kosten van de omgevingswet. Op basis van het invullen van de huidige tool worden de kosten geschat op maximaal € 100.000.
Ombuigingen en Grip op sociaal domein. In de begroting 2021 zijn verregaande structurele ombuigingen ingeboekt. Binnen de ombuigingen van het sociaal domein wordt steeds meer duidelijk over de mogelijkheden maar ook risico's over de te behalen doelstellingen. Fiscale risico’s. De gemeente Stein wordt - mede door veranderingen in wet- en regelgeving - geconfronteerd met een aantal risico’s/onzekerheden op fiscaal gebied, waaronder bijvoorbeeld Btw sport. Juridische risico’s Onze gemeente loopt juridische risico’s in zijn algemeenheid, aangezien gemeenten besluiten neemt waartegen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. Financiële gevolgen als gevolg van het corona virus.
67
Het risico wordt in grote mate bepaald door de duur en intensiteit van de maatregelen. Daarmee is het risico wel te duiden, maar nog moeilijk kwantificeerbaar. Totaal alle risico’s
€ 17.079.000
Op basis van deze risico's is een risicosimulatie (Montecarlo simulatie) uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 17.079.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.209.000. De kans is een inschatting dat een risico ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Deze aanname wordt vervolgens geclusterd waarbij een kans tot 10% wordt aangemerkt als zeer klein, de kans tot 30% als klein, tot 50% als middel, tot 70% als groot en alles daarboven tot zeer groot. In bovenstaande analyse betekent dit dat enkel de lasten sociaal domein (structureel doorvertaling van incidentele middelen, waarover het Rijk nog geen uitspraak heeft gedaan) voor de gemeente Stein een groot risico is. Het financieel gevolg is het maximale financieel gevolg van het risico. Zo is bijvoorbeeld de 10 miljoen euro financieel gevolg van het datalek de maximale boete die de autoriteit persoonsgegevens de gemeente kan opleggen bij het onzorgvuldig omgaan met beveiliging.
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. Er zijn weinig wijzigingen ten opzichte van de jaarrekening 2020. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risico simulatie blijkt dat bij een zekerheidspercentage van 90% risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3.209.000.
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en de mogelijkheden waarover onze gemeente beschikt om risico’s van financiële aard (niet-begrote kosten), die zich onverwacht voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. Dit kunnen zowel incidentele als structurele middelen zijn. Op grond van de vereisten van het BBV heeft de gemeente Stein ervoor gekozen om onze weerstandscapaciteit uit de elementen algemene reserve en de post onvoorzien te vormen.
Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand
Startcapaciteit
Algemene reserve (vrij besteedbaar) Post onvoorzien
€ 13.145.000 € 50.000
Totale weerstandscapaciteit
€ 13.195.000
Financiële kengetallen In deze paragraaf zijn een aantal kengetallen opgenomen. Deze kengetallen maken inzichtelijk(er) over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Bij de toelichting hebben we aandacht voor toekomstige ontwikkelingen, leggen we, indien mogelijk, een relatie met de verschillende programma's en beoordelen wij de kengetallen.
68
Indicator
rekening begroting begroting 2020 2021 2022
begroting begroting begrotin 2023 2024 g 2025
Netto schuldquote
103%
115%
133%
135%
136%
141%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
98%
110%
128%
131%
132%
137%
Solvabiliteitsratio
27%
18%
15%
16%
15%
15%
Structurele exploitatieruimte
2,3%
-0,5%
0,8%
-0,3%
-0,3%
0,1%
0%
0%
0,9%
0%
0%
0%
103%
103%
103%
103%
103%
103%
Grondexploitatie Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens
Onderverdeling voor de beoordeling Om een beeld te geven hoe de financiële positie van de gemeente Stein zich ontwikkelt, is gebruik gemaakt van een onderverdeling naar drie categorieën. Dit zijn: groen (goed/weinig risico), oranje (voldoende/voorzichtigheid geboden) en rood (onvoldoende/veel risico). In onderstaande tabel de standaard percentages die daarvoor gebruikt worden. Deze percentages zijn gebaseerd op algemene normwaarden (worden onder andere gebruikt door de Provincie bij de publicatie van ranglijsten). Groen (goed /weinig risico)
Oranje (voldoende/ voorzichtigheid geboden)
Rood (onvoldoende/ veel risico)
Netto schuldquote
< 90%
90% t/m 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
90% t/m 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
20% t/m 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
0%
< 0%
Grondexploitatie
< 20%
20% t/m 35%
0%
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens
< 95%
95% t/m 105%
> 105%
Indicator
Hierna volgt een analyse per kengetal. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager de netto schuldquote, hoe lager de relatieve schuldenlast. De netto schuldquote stijgt door de toename van de schulden (vreemd vermogen). We hebben afgelopen jaren gezien dat de netto schuldquote in de jaarrekening lager ligt dan in de begroting, maar ook dat hier een stijgende trend is waar te nemen waarbij we een groter risico lopen. Bij de jaarrekening 2021 zal daarom een nadere analyse worden gedaan en een relatie worden gelegd met de toekomstige ontwikkelingen waarbij het aantrekken van vreemd vermogen noodzakelijk is. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Er is tevens een tweede berekening van de netto schuldquote, maar nu gecorrigeerd met de doorverstrekte leningen aan woningbouwcorporaties en deelnemingen. In de eerste berekening van de netto schuldquote zijn deze verstrekte leningen niet meegenomen, omdat er een risico bestaat dat de gemeente deze bedragen niet (volledig) zal kunnen terugvorderen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen eigen vermogen en totaal vermogen. Het geeft weer in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de
69
solvabiliteitsratio hoe beter de gemeente hier toe in staat is. Een solvabiliteitsratio van 20% wordt aangemerkt als voldoende. De begroting 2022 laat zien dat de grens van 20% niet meer in alle jaren wordt gehaald. De oorzaak hiervan is dat er enerzijds meer vreemd vermogen zal worden aangetrokken en anderzijds het eigen vermogen door aan aantal onttrekkingen uit de algemene reserve afneemt. Voor de komende periode zullen we dit blijven monitoren. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente Stein heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief cijfer betekent dat het structurele deel van de begroting voldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de gemeente Stein betekent dit dat er meerjarig nagenoeg geen structurele exploitatieruimte is. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar, hetgeen niet het geval is.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishoudens De indicator belastingcapaciteit geeft aan hoe hoog de gemiddelde woonlasten voor een gezin zijn in de gemeente Stein ten opzichte van het landelijke gemiddelde van het voorgaande jaar. We liggen hier net iets hoger dan het landelijk gemiddelde.
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, is de relatie gelegd tussen beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit is afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het hieronder geschetste weerstandsvermogen.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 13.195.000 €
3.209.000
= 4,11
Onderstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.
Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het ratio van de Gemeente Stein valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
70
Grondbeleid Inleiding Het grondbeleid van de gemeente Stein is vastgelegd in de Nota Grond- en Vastgoedbeleid. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel om de visie van de gemeente te realiseren. Deze visie heeft de gemeente vastgelegd in de ”Strategische toekomstvisie 2018-2022”, de “Ruimtelijke Structuurvisie 2015-2025” en het coalitieakkoord.
Nota grondbeleid In 2019 heeft uw raad de nota Grond- en vastgoedbeleid vastgesteld. In de nota zijn de spelregels voor het grondbeleid incl. grondbeheer en vastgoedbeleid opgenomen. Grondbeleid is een middel om de doelen die de gemeente heeft voor het gebruik, het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving te bereiken. Hierbij vormen de (toekomstige) bewoners en gebruikers het uitgangspunt. Nieuwe vraaggerichte vormen van ontwikkelen vervangen de overheidsgestuurde aanpak uit het verleden. Ook in de nieuwe Omgevingswet worden ruimere mogelijkheden geboden voor een vraaggerichte en flexibele aanpak van het grondbeleid. Bij nieuwe ontwikkelingen voert de gemeente Stein voert zgn. 'situationeel grondbeleid'. Dat wil zeggen dat afhankelijk van de geformuleerde doelstelling en de prioriteit die de gemeente Stein aan een ontwikkeling geeft, wordt gekeken welke rol de gemeente in de ontwikkeling wil innemen.
Grondbeleid in relatie tot de Programma’s Het grondbeleid faciliteert aan de kernwaardes zoals vastgelegd in de ‘Strategische toekomstvisie 2018-2022’ en draagt hiermee indirect bij aan de kernwaarde ‘Sociale en vitale kernen’ en de kernwaarde ‘Een duurzame leefomgeving met unieke waarden’. Het grondbeleid draagt bij aan het realiseren van effecten op het gebied van: Programma ‘Verkeer, vervoer en water’ • Wijkactieplan Nieuwdorp; • actualiseren en vastleggen rechtmatig grondgebruik. Programma ‘Sport Cultuur en recreatie’ • fietsroutenetwerk; • Realisatie Levensbos; • Uitbreiding Heidekamppark; • Verstevigen groenstructuur samen met de middengebied gemeenten. Programma ‘Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting’; • CPO Meerdel; • woningbouwontwikkeling Bramert-Noord; • herontwikkeling voormalige schoollocaties de Poolster en Elckerlyc in Elsloo; • woningbouw Meers; • het Wijkactieplan Nieuwdorp.
Ontwikkelingen Algemeen Voor de gemeente is een taak weggelegd om de kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad (regionaal) af te stemmen op de daadwerkelijke behoefte en samenstelling van de bevolking. 'De juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar'
71
In de eerste helft van 2021 was de woningmarkt nog steeds oververhit. In Limburg stegen de woningprijzen met ruim 11 procent. Wel nam het aanbod van koopwoningen in Limburg toe. De Rabobank verwacht dat ook in 2022 de gemiddelde woningprijzen zullen stijgen. Wel wordt uitgegaan van een daling van het aantal verkopen. Verder zijn als gevolg van de wereldwijde schaarste aan bouwmaterialen de woningbouwkosten flink gestegen. Zowel de gestegen verkoopprijzen van bestaande woningen als de stijging van de bouwkosten voor nieuwbouwwoningen hebben effect op de bouwgrondprijzen. Omgevingswet Op 1 juli 2021 is de Aanvullingsregeling grondeigendom Omgevingswet gepubliceerd in de Staatscourant. De Aanvullingsregeling grondeigendom voegt technische en praktische onderdelen aan het Omgevingswetstelsel toe. Onder meer met regels voor herverkaveling in landelijk gebied, onteigening en plankosten van gemeenten bij gebiedsontwikkeling. De aanvullingsregeling treedt tegelijkertijd met de Omgevingswet, 1 juli 2022, in werking. In het kader van de invoering van de Omgevingswet betekent dit dat we de Aanvullingsregeling Grondeigendom toetsen op de consequenties voor ons grondbeleid.
Bouwgrondexploitaties Volgens de richtlijnen van de commissie BBV is het startpunt van bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Een grondexploitatiecomplex is gedefinieerd als een ruimtelijk plan, voorzien van een financiële vertaling. Bramert-Noord Eind 2019 heeft de raad kennis genomen van een uitgewerkt voorkeursmodel en risicoanalyse. Alle benodigde grond voor de realisatie van het voorkeursmodel is verworven. In 2021 is het stedenbouwkundig plan met belanghebbenden gecommuniceerd en het bestemmingplan verder uitgewerkt. Het grondexploitatiecomplex inclusief de grondexploitatiebegroting wordt samen met het bestemmingsplan aan uw raad voorgelegd. Herontwikkeling voormalige schoollocaties de Poolster en Elckerlyc in Elsloo 18 maart 2021 heeft uw raad een voorbereidingsbesluit genomen voor de locatie Poolster en Elckerlyc. Het stedenbouwkundig plan voor de realisatie van 10 sociale huurwoningen en 8 koopwoningen ter plekke van de voormalige schoollocatie Poolster en 18 koopappartementen ter plekke van de voormalige schoollocatie Elckerlyc is met belanghebbenden gecommuniceerd. In 2021 is het bestemmingsplan verder uitgewerkt. Het grondexploitatiecomplex inclusief de grondexploitatiebegroting wordt samen met het bestemmingsplan aan uw raad voorgelegd.
Woningbouw Meers In 2020 heeft de gemeente Stein een strategische grondaankoop aan de Heuvelstraat te Meers gedaan. In 2021 wordt gekeken naar een mogelijke invulling van zowel de locatie Heuvelstraat als de voormalige schoollocatie in Meers. Afhankelijk van de planologische en financieel-economische haalbaarheid zal het grondexploitatiecomplex inclusief de grondexploitatiebegroting aan uw raad worden voorgelegd. Bruisend Hart Vanuit het WijkActieProgramma Nieuwdorp Toekomstbestendig werken partijen (gemeente, Zaam Wonen, Stichting buurtcentrum Nieuwdorp en Vivantes) momenteel aan het project Bruisend Hart. Dit project voorziet in realisering van o.a. (huur- en zorg)woningen en een nieuw buurtcentrum. De locatie van de voormalige basisschool maakt hier onderdeel van uit. Voor het project Bruisend Hart zal er in 2022 een grondexploitatie worden opgesteld.
72
Grondexploitaties Volgens de richtlijnen van de commissie BBV dient jaarlijks een herziening van de grondexploitatie plaats te vinden. Een actualisatie van de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet opnieuw door de raad worden vastgesteld. Conform de Nota Grond en Vastgoedbeleid is de herziening van de grondexploitaties gekoppeld aan de Planning- en Controlcyclus. Voor het opstellen c.q. herzien van de grondexploitaties worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Echter economische effecten kunnen ertoe leiden dat bij het opstellen van grondexploitaties in 2022 afgeweken wordt van de opgenomen inflatiepercentages. • Rente 2022-2025: 1,48% . • Prijsindex cf. CPB Actualisatie Middellangetermijnverkenning 2022-2025 juni 2021, ‘Nationale consumentenprijsindex’ • 2022 t/m 2025: 1,8% • Disconteringsvoet: 2% • Activering van kosten binnen de grondexploitatie vindt plaats met in acht neming van de richtlijnen van de Commissie BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden); Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken, juli 2019. • Winstneming vindt plaats middels de 'Percentage of Completion'-methode. Winstnemingen komen ten gunste van de Algemene Reserve. • Voor grondexploitaties met een geprognosticeerd nadelig saldo wordt een voorziening getroffen ter grootte van het tekort.
Deze voorziening wordt gevormd ten laste van de Algemene Reserve. Bouwgrond in exploitatie Per 1 januari 2022 is de grondexploitatie ‘Samen bouwen Meerdel’ in exploitatie. ‘Samen bouwen Meerdel’ ‘Samen bouwen Meerdel’ is een woningbouwontwikkeling waarbij de gemeente een ‘Samenwerkings- en realisatieovereenkomst’ is aangegaan met de CPO-vereniging CPO Meerdel en de wooncorporatie Zaam Wonen voor de realisatie van 10 koopwoningen en 5 sociale huurwoningen. Bij Raadsbesluit van 29 april 2021 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting ‘Samen bouwen Meerdel’ vastgesteld. De grondexploitatiebegroting is een financiële vertaling van het bestemmings- en verkavelingsplan en van de afspraken zoals opgenomen in de door partijen getekende ‘Samenwerkings- en realisatieovereenkomst’ van 11 december 2019. Als gevolg van de gestegen bouwkosten heeft het oprichten van een bouwcombinatie tussen de CPO-vereniging, wooncorporatie Zaam Wonen en een aannemers langer geduurd dan verwacht. Hierdoor is vertraging ontstaan en kon de gestelde termijn voor het indienen van een ontvankelijke omgevingsvergunning niet worden gehaald. Als gevolg hiervan is eveneens de start bouw vertraagd waardoor de overdracht van de bouwrijpe grond niet in 2021 maar in 2022 zal plaatsvinden en ook het woonrijp maken van het gebied pas in 2023 in plaats van in 2022 zal plaatsvinden.
Derhalve heeft een herziening van de grondexploitatiebegroting plaatsgevonden. De herziene grondexploitatiebegroting heeft per einddatum 31 december 2024 een negatief resultaat van negatief resultaat van € 60.424. Ten opzichte van de vastgestelde grondexploitatiebegroting is dit een toename van het tekort van € 21.500. Dit tekort is grotendeels het gevolg van de vertraging. Verder heeft de aanbesteding van de openbare ruimte plaatsgevonden. De aanbesteding viel hoger uit dan het in eerste instantie geraamde bedrag voor de aanleg openbare ruimte. Het extra tekort kan als volgt worden gespecificeerd: • Toename rentelasten als gevolg van latere ontvangst grondopbrengsten • Extra interne uren als gevolg van een langere looptijd • Extra indexering woonrijpmaken kosten als gevolg van een langere looptijd • Hogere kosten openbare ruimte als gevolg van hogere aanbesteding