Kadernota 2026
Tekst van het document
Kadernota 2026
1
Inleiding Voor u ligt de kadernota 2026 van de gemeente Stein, waarin een overzicht wordt gepresenteerd van de belangrijkste ontwikkelingen op zowel macro- als lokaal niveau. Met dit sturingsinstrument willen we richting geven aan de afspraken voor het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. Deze rapportage biedt inzicht in de impact van recente landelijke ontwikkelingen, zoals de voorjaarsnota, die aanzienlijke gevolgen heeft voor de financiële situatie van de gemeente Stein. Daarnaast worden de (financiële) uitgangspunten voor de begroting 2026 toegelicht, waarbij de keuze voor een begroting gericht op voortzetting van bestaand beleid als belangrijkste uitgangspunt wordt gepresenteerd. Als gevolg hiervan zijn in deze rapportage relatief weinig incidentele en structurele beleidsontwikkelingen opgenomen. Het doel van deze rapportage is om een helder en goed onderbouwd financieel beeld te schetsen, waarin zowel de verwachtingen voor de komende jaren als de relevante (financiële) ontwikkelingen overzichtelijk worden gepresenteerd.
Het college van burgemeester en wethouders
2
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................. 2 Inhoudsopgave ................................................................................................... 3 Kadernota op hoofdlijnen ................................................................................... 4 Actualiteiten ....................................................................................................... 5 Macro-niveau ........................................................................................................... 5 Algemene uitkering ................................................................................................ 5 Huurbevriezing ...................................................................................................... 6 Eigen bijdrage Wmo............................................................................................... 6 Klimaat en energiebeleid ........................................................................................ 7 Ontwikkelingen Cyberbeveiligingswet (NIS2) en de BIO 2.0 ........................................ 7 Lokaal.....................................................................................................................
7 Grondbeleid en Kostenverhaal ................................................................................. 7 Gebiedsontwikkeling Urmond-Oost .......................................................................... 7 Ontwikkelingen RWM ............................................................................................. 8 Herijking subsidiebeleid .......................................................................................... 8 Regionale samenwerking ........................................................................................ 8 Toekomstbestendig leerlingenvervoer door regionale samenwerking ............................ 8 Sociaal-maatschappelijke visie en hervormingsagenda Sociaal Domein ........................ 9
Uitgangspunten begroting 2026 ......................................................................... 9 Structureel en reëel in evenwicht ............................................................................... 9 Begroting gericht op voortzetting bestaand beleid ........................................................ 9 Voorzichtigheidsprincipe meer loslaten ........................................................................ 9 Analyse onderbesteding ........................................................................................ 10 Loon- en prijsontwikkeling ........................................................................................ 10
Beleidsontwikkelingen...................................................................................... 11
Autonome ontwikkelingen ........................................................................................ 11 Verbonden partijen ............................................................................................... 11 Overige autonome ontwikkelingen .......................................................................... 11 Incidentele beleidsontwikkelingen ............................................................................. 12 Herijking Omgevingsvisie ...................................................................................... 12 Structurele beleidsontwikkelingen ............................................................................. 12 Inzet BOA's ......................................................................................................... 12 Strategische dooront. sociaal maatschappelijk domein en versterking jeugdbeleid ........ 12 Vervanging materieel groen ................................................................................... 13 Inrichting gemeentehuis ........................................................................................ 13 Totaaloverzicht beleidsontwikkelingen ........................................................................ 13
Financiele positie .............................................................................................. 14
Structurele financiele positie ..................................................................................... 14 Incidentele financiele positie ..................................................................................... 14
3
Kadernota op hoofdlijnen In dit document treft u de volgende hoofdstukken aan. In het hoofdstuk actualiteiten schetsen we de ontwikkelingen op zowel op macro als op lokaal niveau. Hier wordt o.a. ingegaan op diverse financiële aspecten, zoals de ontwikkelingen in het gemeentefonds en de grote opgaves die gemeenten momenteel hebben. In het hoofdstuk uitgangspunten begroting 2026 schetsen we de uitgangspunten van deze kadernota, welke vervolgens gehanteerd gaan worden om de begroting 2026 op te stellen. In het hoofdstuk beleidsontwikkelingen vindt u de voorstellen voor nieuwe beleidsontwikkelingen, passend bij de huidige opgaven en gemaakte afspraken. In het hoofdstuk financiële positie geven wij u inzicht in de incidentele en structurele financiële positie inclusief de (autonome) ontwikkelingen zoals opgenomen in deze kadernota. Samengevat ziet het budgettaire kader er als volgt uit: += positief effect voor exploitatie , -/- = negatief effect voor exploitatie 2026 Vertrekpunt kadernota 2026 (bestuursrapportage 2025)
2027
2028
2029
€ -169.831
€ 90.881
€ -392.187
€ -501.747
- algemene uitkering (voorjaarsnota)*
€ 2.219.900
€ 2.307.900
€ 1.658.900
€ 1.784.900
- Herijking subsidiebeleid
€ -157.974
€ -182.367
€ -207.470
€ -233.000
- analyse onderbesteding
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
- loon- en prijsontwikkeling
€ -30.000
€ -55.000
€ -95.000
€ -130.000
- autonome ontwikkelingen
€ -49.705
€ -38.937
€ -82.714
€ -121.026
- Incidentele beleidsontwikkelingen
€ -25.000
- Structurele beleidsontwikkelingen
€ -3.200
€ -25.000
€ -25.000
€ -25.000
€ 1.854.190 € 2.167.477
€ 926.529
€ 844.127
Effecten uit actualiteiten
Effecten uit financiële uitgangspunten
Beleidsontwikkelingen
Totaal
* in de kadernota wordt een inschatting weergegeven van het effect van de meicirculaire. In het raadsvoorstel van de meicirculaire wordt deze regel vervangen door de werkelijke effecten van de meicirculaire.
4
Actualiteiten Macro-niveau Algemene uitkering Gemeenten ontvangen vanaf 2026 structureel minder geld uit het gemeentefonds van de Rijksoverheid, de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. Dit heeft te maken met de overgang van de oude naar de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds. De voorjaarsnota De voorjaarsnota is gepubliceerd op 18 april en geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren . Over de gevolgen worden de gemeenten geïnformeerd via de meicirculaire 2025. Er wordt een inschatting gemaakt van de effecten die gaan landen in deze meicirculaire. Demping ravijn In de voorjaarsnota 2025 zijn structurele middelen opgenomen om de terugval van het gemeentefonds vanaf 2026 te dempen. De terugval van 2,4 miljard wordt in 2026 met 400 miljoen gedempt. Dan blijft er nog ongeveer 2 miljard aan ravijn over. Voor Stein betekent de demping van het ravijn een structureel positief effect van € 546.000 in 2026 oplopend naar € 676.000 in 2029. Bijstelling LPO accres In de voorjaarsnota is het accres geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025. Er is een positieve ontwikkeling van het LPO accres ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Het effect voor Stein is € 550.000 in 2024 oplopend tot € 676.000 in 2029.
Aan de andere kant betekent dit ook dat aan de lastenkant in de raming met hogere prijsstijgingen rekening gehouden moet worden. Het BCF compensatiefonds plafond De ruimte onder het plafond ontvangen de gemeenten via het gemeentefonds terug. Op basis van de ruimte onder het plafond van het jaar 2024 mag er in de begroting 2026 een structurele stelpost opgenomen worden. De provinciaal toezichthouders gebruiken dit als richtlijn bij het beoordelen van de begroting. Er is in het verleden altijd voor gekozen om voorzichtigheidshalve deze stelpost voor 75% op te nemen. Het voorstel is om dit vanaf begrotingsjaar voor 100% op te nemen. Gemeenten zijn in 2024 voor 332 miljoen onder dit plafond gebleven. In 2023 was de ruimte onder het plafond een bedrag van 573 miljoen. In 2024 is de ruimte onder het plafond dus fors lager. Op basis van de 332 miljoen mag de gemeente Stein een stelpost van € 418.900 opnemen. Dit is lager dan de oorspronkelijke raming. Extra middelen jeugd De bedragen die bij het ministerie van financiën op de aanvullende post voor de Hervormingsagenda Jeugd waren gereserveerd worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Het gaat om een bedrag van circa € 350.000 structureel. Echter hier tegenover moet ook de stelpost jeugd vrijvallen. Dus heeft dit per saldo weinig effect.
Daarnaast ontvangen we naar aanleiding van het advies van deskundigencommissie van Ark structureel circa € 500.000 in 2026, oplopend tot € 600.000. Tevens wordt het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda voor de jaren 2026 en 2027 verzacht. Dit betekent voor Stein een positief effect voor 2026 circa € 750.000 en voor 2027 circa € 650.000 De verwachte financiële effecten van de meicirculaire (op basis van de voorjaarsnota) voor de gemeente Stein zijn in totaal als volgt:
5
+= meer baten, -/- = minder baten 2026
2027
2028
2029
Demping ravijn
546.000
639.000
605.000
657.000
LPO accres
550.000
545.000
580.000
654.000
Aanpassen stelpost BCF
-126.100
-126.100
-126.100
-126.100
Extra middelen jeugd hervormingsagenda Jeugd
435.000
323.000
383.000
383.000
Vrijval stelpost Jeugd
-435.000
-323.000
-383.000
-383.000
Middelen advies deskundigencommissie
500.000
600.000
600.000
600.000
Verzachting groeipad HV
750.000
650.000 2.307.900 1.658.900
1.784.900
Totaal
2.219.900
Echter zijn dit inschattingen naar aanleiding van de voorjaarsnota. Op het moment dat de meicirculaire is doorgerekend worden de werkelijke cijfers doorgerekend en weergegeven in het raadsvoorstel van de meicirculaire. Herijking gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds herzien, met als doel een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de gemeenten. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Daarvoor krijgen nadeelgemeenten een suppletie-uitkering, die de hoogte van de herverdeeleffecten beperkt. De bedragen voor 2026 en verder voor de suppletie-uitkering zijn afhankelijk van verdere besluitvorming. In afwachting hiervan heeft het Rijk besloten voor 2026 uit te gaan van de stand 2025 en dus de suppletieuitkering door te trekken. Tot 2027 blijven de financiële gevolgen hierdoor beperkt tot maximaal € 37,50 per inwoner. Dat geldt voor alle gemeenten. Daarbij maakt het niet uit of de gemeente voordeel of nadeel heeft van het nieuwe verdeelmodel. Voor sommige gemeenten is het voor- of nadeel van de herverdeling groter dan € 37,50 per inwoner. In de begroting mag geen rekening gehouden worden met dit grotere voordeel. De minister heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat er vanaf 2027 een nieuwe stap zal worden gemaakt in het ingroeipad.
De aanpassingen in het model per 1 januari 2027 worden uiterlijk in het voorjaar van 2026 met de Kamer gedeeld. Huurbevriezing In de onderhandelingen over de voorjaarsnota hebben de regeringspartijen een huurbevriezing afgesproken. Dit betekent dat de jaarlijkse huurverhoging in 2025 en 2026 niet doorgaat en de huurprijzen niet verhoogd mogen worden. Dat kan gevolgen hebben voor de investeringscapaciteit van corporaties en daarmee dus ook voor woningbouw in onze gemeente. Op dit moment is er nog veel onduidelijkheid omtrent de huurbevriezing. Naar verwachting ontstaat hierover vóór 1 juli 2025 meer duidelijkheid. Eigen bijdrage Wmo Het kabinet is van plan om voor een aantal voorzieningen binnen de Wmo 2015, namelijk de voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Het Rijk verwacht dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage de druk op het gebruik van Wmo-voorzieningen verlaagt. Daardoor zou de Wmo voor gemeenten langer betaalbaar blijven. Vorig jaar is de ingangsdatum van deze bijdrage verschoven naar 1 januari 2026. Het kabinet heeft nu aangekondigd de ingangsdatum verder te verschuiven naar 1 januari 2027. De uitname uit het gemeentefonds van € 225 miljoen vindt daarom niet per 2026 maar per 2027 plaats.
6
Klimaat en energiebeleid Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld uit de CDOKE-regeling voor de jaren 2023 tot en met 2025. Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten kunnen meer kennis opdoen en experts inhuren. Gemeenten moeten er vanuit kunnen gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. De Raad van het Openbaar Bestuur (ROB) heeft in maart 2024 een advies gegeven over het vervolg van deze middelen. Hierin benadrukt de ROB dat het van belang is dat gemeenten voor langere tijd zeker zijn van middelen. Er wordt gewerkt aan een nieuwe regeling voor na 2025. Het Rijk heeft hier al budget voor gereserveerd. Omdat de verwachting is dat de middelen ook na 2025 beschikbaar worden gesteld, is het toegestaan om de middelen alvast op te nemen in de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029. Ontwikkelingen Cyberbeveiligingswet (NIS2) en de BIO 2.0 Vanaf dit jaar geldt de BIO 2.0 als het nieuwe normenkader voor informatiebeveiliging bij de overheid. Deze vervangt de huidige BIO en sluit aan op Europese regelgeving, zoals de NIS2richtlijn. Deze richtlijn is bedoeld om de cyberveiligheid binnen de EU te verbeteren en is ook van toepassing op gemeenten.
In Nederland wordt NIS2 verwerkt in de nieuwe Cyberbeveiligingswet (Cbw), die naar verwachting medio 2025 ingaat. Deze wet legt strengere eisen op aan gemeenten, waaronder verantwoordingsplichten over informatiebeveiliging. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) ziet in Nederland toe op de naleving van de nieuwe wet. Bij niet-naleving kunnen forse boetes worden opgelegd. Het is dus van groot belang dat gemeenten tijdig starten met de implementatie van de BIO 2.0 om te voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen en om risico’s – zowel voor de organisatie als voor bestuurders – te beperken. Er wordt verwacht dat de impact op de organisatie fors zal zijn.
Lokaal Grondbeleid en Kostenverhaal Momenteel wordt het grondbeleid geactualiseerd en een nota kostenverhaal & financiële bijdragen opgesteld. Dit is nodig om onze visies en ambities op fysiek gebied (o.a. woningbouw) te kunnen uitvoeren. Voorstel is om een meer actiever grondbeleid te gaan voeren dan nu het geval is. Onze organisatie is hier echter nog onvoldoende op ingericht. De financiële consequenties maken onderdeel uit van het nog op te stellen raadsvoorstel. Gebiedsontwikkeling Urmond-Oost Urmond-Oost is een van de meest vergrijzende wijken van Limburg. Veel jongeren vertrekken uit Urmond door het gebrek aan voorzieningen en sociale ontmoetingsplekken. Het woningaanbod sluit mede hierdoor niet meer aan op de woningbehoefte, is er veel leegstand en is de leefbaarheid ondermaats. De doelstelling van deze opgave is om Urmond-Oost weer een thuis te maken voor jong en oud, waar woningen betaalbaar zijn, voorzieningen centraal zijn gevestigd en waar jong en oud zich kunnen treffen op de daarvoor gemaakte sociale ontmoetingsplekken. In 2023 heeft de gemeenteraad van Stein unaniem de transformatievisie Urmond-Oost vastgesteld. De gebiedsontwikkeling bevindt zich momenteel in de initiatieffase waarin we samen met de ketenpartners toewerken naar samenwerkingsafspraken. Momenteel is de verwachting dat we aanspraak kunnen maken op de Regiodeal en voor het Leefbaarheidsfonds.
Beide fondsen hebben co- financiering als harde eis. Deze worden ingezet als voorbereidingsbudget. Het uitgangspunt is om als gemeente deze co-financiering te verstrekken om verdere stappen te kunnen zetten. Door een integrale aanpak die wonen, gezondheid en sociale participatie combineert, creëren we een modelwijk die als inspiratie kan dienen voor andere kernen in de regio. Cofinanciering en aanvullende investeringen waarborgen de structurele impact en duurzaamheid van het project.
7
Ontwikkelingen RWM RWM is gehuisvest aan de Millenerweg 6 te Sittard. De huurovereenkomst van de huidige locatie loopt per eind 2029 af. Daarnaast is het huidige perceel te beperkt gebleken om door te kunnen ontwikkelen tot het noodzakelijk en gewenst niveau. Dit heeft ervoor gezorgd dat RWM de zoektocht is gestart naar een nieuwe locatie welke voldoende ruimte biedt voor de uitvoering en doorontwikkeling van haar activiteiten. De milieuparken in de Westelijke Mijnstreek zijn verouderd en toe aan vervanging. In regionaal verband wordt door de gemeenten Sittard-Geleen, Beek, Echt-Susteren, Stein en reinigingsdienst RWM toegewerkt naar een nieuwe situatie. De financiële consequenties voor de gemeente Stein en haar inwoners zijn nog onbekend voor beide trajecten. De financiële effecten zullen uiteindelijk conform de huidige systematiek via het afvaltarief voor een groot deel aan de inwoners worden doorberekend. Naar verwachting ontstaat hierover in 2026 meer duidelijkheid. Herijking subsidiebeleid In de raadsvergadering van 27 maart jl. is de algemene Subsidie Verordening gemeente Stein 2026 vastgesteld. Daarnaast is het financiële scenario 5 vastgesteld en daarmee het bijbehorend budget beschikbaar gesteld. Deze financiële effecten worden geëffectueerd in de kadernota 2026 en begroting 2026.
De financiële effecten zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026 2027 € 157.974 € 182.367
2028 € 207.470
2029 € 233.000
Regionale samenwerking Bij het vaststellen van de toekomstvisie 2040 zijn duidelijke kaders geschetst voor regionale samenwerking met andere overheden. In 2025 is met de oprichting van de stichting samenwerking Zuid-Limburg de samenwerking met de gemeenten Sittard-Geleen, Beek, Maastricht, Meerssen, Valkenburg aan de Geul, Gulpen-Wittem, Vaals, Eijdsden-Margraten en Beekdaelen geïntensiveerd. In 2026 zullen enkele programma's voor deze samenwerking verder worden uitgewerkt. Daarnaast werken wij samen op strategisch gebied met alle 16 Zuid-Limburgse gemeenten aan de relatie tussen rijk en regio in de programma's NOVEX Zuid-Limburg, Nationaal programma vitale regio's en de regiodeal. Toekomstbestendig leerlingenvervoer door regionale samenwerking Het leerlingenvervoer staat in de Westelijke Mijnstreek onder toenemende druk door een combinatie van landelijke en regionale ontwikkelingen. Tekorten aan chauffeurs, de groei van het aantal leerlingen, complexere vervoersbehoeften en meer maatwerk zorgen voor knelpunten in uitvoering en betaalbaarheid. Hoewel in 2024 al is gestart met het in kaart brengen van de opgave, blijkt het in de praktijk lastig om dit proces zelfstandig effectief te organiseren. Deze realiteit onderstreept de noodzaak om dit traject gezamenlijk met de regiogemeenten op te pakken en te komen tot een gedragen, uitvoerbare en toekomstgerichte aanpak.
De gemeente Stein ziet de urgentie om het leerlingenvervoer toekomstbestendig te organiseren en wil daarom samen met Sittard-Geleen en Beek de mogelijkheden verkennen voor regionale samenwerking. Tevens vindt er door de Rekenkamer Limburg Centraal een onderzoek plaats op dit thema, waar de uitkomsten ook van belang kunnen zijn.
8
Door krachten te bundelen kunnen we als regio effectiever inspelen op de toenemende vraag, de complexiteit van het vervoer én de ondersteuningsbehoefte van kinderen die voor hun toegang tot passend onderwijs afhankelijk zijn van leerlingenvervoer. Sociaal-maatschappelijke visie en hervormingsagenda Sociaal Domein De gemeente Stein zet in op een strategische doorontwikkeling van het sociaal domein. Hiervoor lopen momenteel twee trajecten: de ontwikkeling van een sociaal maatschappelijke visie en de implementatie van de landelijke en lokale hervormingsagenda. Beide trajecten vormen belangrijke bouwstenen voor toekomstbestendig beleid en uitvoering.
Uitgangspunten begroting 2026 Bij het opstellen van de kadernota 2026 en begroting 2026 wordt er rekening gehouden met de financiële regelgeving over de begroting die is beschreven in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met bijbehorende notities. Tevens houdt de gemeente Stein rekening met de aandachtspunten die de provincie Limburg in de begrotingscirculaire 2026 heeft geformuleerd voor de colleges en raden van alle Limburgse gemeenten.
Structureel en reëel in evenwicht
Het uitgangspunt is om een begroting 2026 met de meerjarenraming 20272029 vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is: -
-
De structurele taken dienen bekostigd te worden met structurele opbrengsten. Dat betekent dat tegenover jaarlijkse terugkerende kosten, voldoende jaarlijkse terugkerende opbrengsten staan. ‘Reëel ramen’ wil zeggen dat de kosten goed inschat worden en dat ze passend zijn voor de taken. We moeten er voor zorgen dat de kosten en opbrengsten realistisch geraamd worden en dat de taken die daarbij horen haalbaar zijn.
Begroting gericht op voortzetting bestaand beleid
Voor het komende begrotingsjaar wordt voorgesteld te kiezen voor een begroting gericht op voortzetting van bestaand beleid en daarmee dan ook geen nieuwe ambities toe te voegen aan de begroting. Deze keuze is gebaseerd op zowel inhoudelijke als financiële overwegingen. Allereerst is het aankomende jaar het laatste jaar van de huidige bestuursperiode. In deze fase is het logisch om de nadruk te leggen op het afronden van lopende projecten en het realiseren van eerder vastgestelde ambities. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de komende gemeenteraadsverkiezingen en de daaropvolgende vorming van een nieuw college. Het is wenselijk dat een nieuw bestuur voldoende beleidsruimte krijgt om eigen accenten te zetten en nieuwe keuzes te maken. Ook de huidige financiële situatie speelt een belangrijke rol. De gemeentelijke financiën zijn op dit moment onzeker en staan onder druk door ontwikkelingen rondom het gemeentefonds en stijgende kosten in verschillende taakvelden. In deze context is het financieel verstandig om terughoudend te zijn met het aangaan van nieuwe verplichtingen en het nemen van extra risico’s. Een begroting die zich richt op de voortzetting van het bestaande beleid draagt bij aan een stabiele en verantwoorde financiële koers. Een begroting gericht op voortzetting van bestaand beleid is daarmee een bewuste, strategische en verantwoorde keuze.
Voorzichtigheidsprincipe meer loslaten
Er wordt voorgesteld om voor de begroting 2026 het voorzichtigheidsprincipe enigszins los te laten. Waar in eerdere jaren gekozen is voor een striktere toepassing van dit principe, is nu aanleiding om hierin een meer afgewogen benadering te hanteren.
9
De voornaamste reden hiervoor is dat er de afgelopen jaren structureel sprake is geweest van onderuitputting op de realisatie van de begroting. Deze onderbesteding leidt ertoe dat beschikbare middelen onbenut blijven, terwijl er tegelijkertijd sprake is van opgaven en ambities die onvoldoende ruimte krijgen in de begroting. Door aan de voorkant in de begroting meer rekening hiermee te houden , en iets meer risico te nemen kunnen de beschikbare middelen effectiever ingezet worden. Deze benadering draagt bij aan een evenwichtige begroting waarin ruimte ontstaat voor toekomstige uitgaven. Tegelijkertijd blijven zorgvuldigheid en beheersing van risico’s belangrijke uitgangspunten. Het iets meer loslaten van het voorzichtigheidsprincipe betekent nadrukkelijk niet dat er onverantwoord wordt gebudgetteerd, maar dat er doelmatiger wordt omgegaan met de ruimte die feitelijk in de praktijk ontstaat. Dit uitgangspunt zal toegepast worden bij de bepaling van budgetten/stelposten en bijvoorbeeld het rentepercentage wat toegepast gaat worden in de begroting. Analyse onderbesteding Er is een analyse uitgevoerd naar onderbesteding van de budgetten. Uit deze analyse blijkt dat een bedrag van € 89.000 naar beneden kan worden bijgesteld, zodat de financiële middelen beter aansluiten bij de daadwerkelijke uitgaven.
Deze budgetbijstellingen brengen geen wijzigingen aan in het onderliggende beleid of de beoogde dienstverlening. Het betreft uitsluitend administratieve aanpassingen die gericht zijn op een nauwkeuriger afstemming tussen budget en werkelijke uitgaven. De doelen, prioriteiten en de kwaliteit van de geleverde diensten blijven ongewijzigd. De financiële effecten hiervan zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027
2028
€ -70.000
€ -70.000
2029 € -70.000
€ -70.000
Het is belangrijk om te vermelden dat in deze bijstelling ook wordt voorgesteld om het budget voor de rekenkamer met een bedrag van € 5.000 te verlagen. Er is een budget van € 26.000 beschikbaar gesteld voor de werkzaamheden van de Rekenkamer. Aangezien de Rekenkamer Limburg Centraal onlangs (in 2024) van start is gegaan voor zeven gemeenten kan worden geconstateerd dat er nog sprake is van een opstartfase. Echter is de verwachting dat het huidige budget structureel hoger is dan de verwachte uitgaven. Het voorstel is om het budget voor dit moment met € 5.000 te verlagen. Op een later moment, wanneer er meer inzicht is in de daadwerkelijke kosten, en er ook overleg met de overige gemeenten heeft plaatsgevonden, zal het budget verder worden herzien en indien nodig opnieuw aangepast.
Loon- en prijsontwikkeling Inflatie heeft invloed op de begroting- en meerjarenraming van gemeenten. Budgetten en tarieven worden indien noodzakelijk geïndexeerd. Dit indexcijfer is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het Centraal Planbureau (CPB). In de meicirculaire worden de definitieve percentages vermeld. De financiële vertaling hiervan (onder andere indexering tarieven van de lokale heffingen) zal plaatsvinden bij het opstellen van de begroting. Het CPB raamt (voorlopig) als prijsstijging van het bruto binnenlands product voor 2026-2029: 2026
2027 2,7 %
2028 2,5 %
2029 2,6 %
2,5 %
Wij ramen de opbrengsten in onze meerjarenraming op basis van lopende prijzen. Hier tegenover staat dan ook dat de kosten op vergelijkbare wijze geraamd moeten worden. We zullen op basis
10
van de verwachte prijsstijging de lasten moeten verhogen. Bovenstaande percentage voor 2026 is ook van toepassing op de subsidies conform algemene subsidieverordening. De financiële effecten hiervan zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027
€ 30.000
2028
€ 55.000
2029
€ 95.000
€ 130.000
Het te hanteren indexcijfer voor de in het, in 2021 vastgestelde, belastingbeleidsplan genoemde belastingen wordt jaarlijks in de kadernota vastgesteld en is gebaseerd op de loon- en prijsindexcijfers van het actuele Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. Naast de indexering kunnen de OZB-opbrengsten extra worden verhoogd indien de financiële positie dat vraagt. De genoemde indexen worden gepubliceerd in de circulaire van de algemene uitkering. Dit indexcijfer, waarmee in de begroting 2026 rekening gehouden zal worden, zal in de komende meicirculaire gepubliceerd worden.
Beleidsontwikkelingen Autonome ontwikkelingen Verbonden partijen In de voorgaande raadsvergadering(en) bent u geïnformeerd over de begrotingen en de gemeentelijke bijdragen van de verbonden partijen, welke een effect hebben op de meerjarenraming van de gemeente Stein. In onderstaande tabel is dit samenvattend weergegeven: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027
2028
2029
Bijdrage GGD
€ 5.000
€ 5.000
€ 6.000
€ 6.000
Bijdrage Omnibuzz
€ 3.000
€ 5.000
€ 7.000
€ 6.000
Bijdrage ODZL
€ 49.000
€ 49.600
€ 53.900
€ 55.000
Bijdrage VRZL
€ 35.000
€ 25.000
€ 26.000
€ 26.000
Mogelijke bezuinigingen VRZL
€ -57.000
€ -57.000
€ -57.000
€ -57.000
Huisvesting VRZL
€ 72.000
€ 68.000
€ 82.000
€ 96.000
Bijdrage BsGW
€-61.295
€ -60.663
€ -39.186
€ -14.974
Totaal
€ 45.705
€ 34.937
€ 78.714
€ 117.026
Overige autonome ontwikkelingen Nazorg als structureel onderdeel van schuldhulpverlening De gemeente Stein zet sinds 2024 in op nazorg binnen schuldhulpverlening en Budgetbeheer. Deze stap volgt uit een autonome ontwikkeling binnen het vakgebied, waarbij nazorg wordt erkend als essentieel onderdeel van duurzame financiële redzaamheid. Met de inzet van de methodiek Plinkr Nazorg kiezen we voor een gestructureerde, meetbare aanpak die aansluit bij landelijke richtlijnen en bewezen effectief is. Door inwoners ook na
11
afronding van een traject gericht te blijven ondersteunen, voorkomen we terugval en versterken we hun financiële veerkracht. Deze methode zullen we structureel gaan inbedden in de reguliere werkzaamheden. De financiële effecten zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027
€ 10.000
2028
€ 10.000
2029
€ 10.000
€ 10.000
Incidentele beleidsontwikkelingen Herijking Omgevingsvisie In 2026 starten we met de evaluatie van de omgevingsvisie 2040 en de eventuele herijking van de omgevingsvisie. Bij de evaluatie en herijking zullen uiteraard inwoners en stakeholders worden betrokken. De financiële effecten zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027
€ 25.000
2028 €-
2029 €-
€-
Structurele beleidsontwikkelingen Inzet BOA's In 2025 is gestart met het professionaliseren van de (inzet van) BOA’s binnen de gemeente Stein. Omdat gemeenten voor steeds grotere opgaven komen te staan op het gebied van handhaving, wordt gekeken naar de benodigde BOA capaciteit om de opgave in Stein duurzaam in te richten. Daarnaast onderzoeken we op welke wijze we de kwaliteit van de BOA’s structureel kunnen verhogen. De financiële impact van de doorontwikkeling is nog niet duidelijk en afhankelijk van de uitkomst. In 2026 zal hier uitvoering aan worden gegeven. De financiële effecten zijn als volgt: 2026
2027
2028
2029
PM
PM
PM
PM
Strategische doorontwikkeling sociaal maatschappelijk domein en versterking jeugdbeleid De gemeente Stein zet in op een strategische doorontwikkeling van het sociaal maatschappelijk domein. Hiervoor zijn twee trajecten gestart: de ontwikkeling van een sociaal maatschappelijke visie en de implementatie van de landelijke en lokale Hervormingsagenda. Deze trajecten vormen belangrijke bouwstenen voor toekomstbestendig beleid en uitvoering. Hoewel de uitkomsten nog in ontwikkeling zijn, willen we deze bewegingen nu al onder de aandacht brengen. Binnen het jeugdbeleid nemen de opgaven in omvang en complexiteit snel toe. Lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen – waaronder de Hervormingsagenda Jeugd, de doorontwikkeling van het regionale zorglandschap en de inzet op preventie en passende ondersteuning – vragen om stevige beleidsmatige inzet, bestuurlijke afstemming en inhoudelijke scherpte. Ook is actieve participatie in regionale overleggen en een sterke positie van de gemeente Stein in de regio essentieel om de belangen van onze inwoners goed te behartigen. Binnen de verwachte middelen
12
uit de meicirculaire 2025 voor de hervormingsagenda zal worden voorgesteld om een beperkt deel in te zetten voor dit doel. De financiële effecten zijn als volgt: 2026
2027
2028
PM
2029
PM
PM
PM
Vervanging materieel groen Inzake het materiaal van groen/wijkteams is er materieel wat aan vervanging toe is of nieuw aangeschaft dient te worden. Dit betreft een bladblazer en een trilo. Een trilo wordt achter de tractor gehangen (getrokken) en heeft meerdere functies, zoals een zuigfunctie voor bladeren, maaien, verticuteren, vegen, etc. Hiervoor is een investeringskrediet benodigd van totaal € 60.000. De kapitaallasten worden onderstaand weergegeven. De financiële effecten zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027
2028
2029
€ 400
€ 6.800
€ 6.700
€ 6.600
Inrichting gemeentehuis Inzake de inrichting van het gemeentehuis zijn enkele aanpassingen noodzakelijk om het gebruik te verbeteren. Deze aanpassingen zijn nodig voor een efficiëntere werkomgeving, maar zorgen er tevens voor dat het een meer representatieve uitstraling krijgt. Er wordt verwacht dat er een investeringskrediet van € 100.000 is benodigd. De financiële effecten zijn als volgt: += meer lasten, -/- = minder lasten 2026
2027 € 1.000
2028
€ 12.000
2029
€ 11.800
€ 11.600
Totaaloverzicht beleidsontwikkelingen 2026
2027
2028
2029
Autonome ontwikkelingen Verbonden partijen
€ 58.000
€ 46.000
€ 64.000
€ 77.000
Nazorg schuldhulpverlening
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
Incidentele ontwikkelingen Herijking omgevingsvisie
€ 25.000
Structurele beleidsontwikkelingen Inzet BOA's
PM
PM
PM
PM
Strategische doorontwikkeling sociaal maatschappelijk domein en versterking jeugdbeleid
PM
PM
PM
PM
€ 400
€ 6.800
€ 6.700
€ 6.600
€ 1.000
€ 12.000
€ 11.800
€ 11.600
€ 94.400
€ 74.800
€ 92.500
€ 105.200
Vervanging materieel groen Inrichting gemeentehuis Totaal
13
Financiële positie Structurele financiële positie
Het financiële vertrekpunt is het meerjarig begrotingssaldo primitieve begroting 2025 en de reeds genomen besluiten vanuit de slotwijziging 2024 en bestuursrapportage 2025. De nadere uitwerking van de opgenomen posten in deze kadernota vindt richting de begroting 2026 plaats. Dit alles leidt tot onderstaand bijgesteld begrotingssaldo. 2026 Vertrekpunt kadernota 2026 (bestuursrapportage 2025)
2027
2028
2029
€ -169.831
€ 90.881
€ -392.187
€ -501.747
- algemene uitkering (voorjaarsnota)*
€ 2.219.900
€ 2.307.900
€ 1.658.900 € 1.784.900
- Herijking subsidiebeleid
€ -157.974
€ -182.367
€ -207.470
€ -233.000
- analyse onderbesteding
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
€ 70.000
- loon- en prijsontwikkeling
€ -30.000
€ -55.000
€ -95.000
€ -130.000
- autonome ontwikkelingen
€ -49.705
€ -38.937
€ -82.714
€ -121.026
- Incidentele beleidsontwikkelingen
€ -25.000
- Structurele beleidsontwikkelingen
€ -3.200
€ -25.000
€ -25.000
€ -25.000
€ 1.854.190
€ 2.167.477
€ 926.529
€ 844.127
Effecten uit actualiteiten
Effecten uit financiële uitgangspunten
Beleidsontwikkelingen
Totaal
Incidentele financiële positie
De incidentele financiële positie wordt tevens geactualiseerd en een prognose gemaakt van het reserve-niveau per 31-12-2025. Binnen de algemene reserve wordt rekening gehouden met een gewenst minimumniveau. In deze kadernota zijn geen voorstellen verwerkt die een onttrekking vragen van de algemene reserve. In onderstaande tabel ziet u een uiteenzetting van de prognose van de stand van de reserve per 31-12-2025: Bedragen x € 1.000 Stand reserve 31-12-2024
€ 23.739
Geraamde storting 2025 (inclusief Bestuursrapportage 2025)
€ 1.050
Geraamde onttrekking 2025 (inclusief Bestuursrapportage 2025)
€ -11.917
Storting jaarrekeningresultaat 2024
€ 6.222
Prognose reserve per 31-12-2025
€ 19.094
14