CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2027

Oordeelsvormende en Besluitvormende Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Kaderbrief 20272.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2027

1

Voorwoord Voor u ligt de kaderbrief 2027. In afwijking van de gebruikelijke werkwijze is er dit jaar gekozen voor een kaderbrief in plaats van een kadernota. Deze keuze hangt samen met het feit dat parallel hieraan wordt gewerkt aan een nieuw coalitieakkoord, waarin de ambities, prioriteiten en beleidsmatige wensen voor de komende bestuursperiode worden vastgelegd. Dit coalitieakkoord zal daarmee richtinggevend zijn voor de verdere uitwerking van beleid en financiële kaders. Hierdoor heeft deze kaderbrief een ander karakter dan in voorgaande jaren. Waar normaal gesproken in de kadernota reeds uitgebreide beleidsmatige en financiële richting wordt gegeven, ligt in deze brief de nadruk op het informeren van de raad over relevante ontwikkelingen en trends die mogelijk in de toekomst financiële consequenties hebben. Wij vinden het van belang de raad tijdig mee te nemen in deze ontwikkelingen, zodat er inzicht ontstaat in opgaven die op ons afkomen en de mogelijke financiële effecten daarvan. Op deze wijze blijft de raad goed in positie om, in samenhang met het coalitieakkoord, weloverwogen keuzes te maken bij de verdere uitwerking richting de begroting. Het college van burgemeester en wethouders.

2

Uitgangspunten bij het opstellen van de begroting Voor de verdere uitwerking van de begroting dienen we een onderscheid te maken tussen de wettelijke regelgeving (verplichting o.a. vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)) en de lokale financiële ambities. Vanzelfsprekend zullen we aan de wettelijke verplichtingen moeten voldoen. Van de lokale financiële ambities kan, indien hier noodzaak voor is worden afgeweken. Op basis van de Gemeentewet moet de gemeente raad een begroting vaststellen die structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent: Dat structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Jaarlijks terugkerende taken moeten met de jaarlijks terugkerende opbrengsten kunnen worden bekostigd; Dat de lasten en baten reëel geraamd worden. Concreet houdt dit in dat er een goede inschatting wordt gemaakt van hoeveel taken zullen kosten, hoeveel opbrengsten binnen zullen komen en hoeveel eventueel bespaard kan worden met het nemen van maatregelen. Algemene uitgangspunten • •

•

•

Het uitgangspunt is om het coalitieakkoord wat opgesteld wordt door de formerende partijen te vertalen via de P&C cyclus of via een separate begrotingswijziging. Vanaf de begroting 2027 wordt voorgesteld een afzonderlijke duurzaamheidsparagraaf op te nemen. Met deze paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt welke ambities, beleidsdoelen en financiële middelen worden ingezet op het gebied van duurzaamheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en vergroening van de leefomgeving. De opname van een duurzaamheidsparagraaf sluit aan bij de toenemende maatschappelijke en wettelijke opgaven op het gebied van klimaat en duurzaamheid, evenals de groeiende behoefte aan transparantie over de inzet en resultaten van gemeentelijk beleid. Daarnaast is er vanuit diverse gremia, een duidelijke informatiebehoefte op dit thema. Met een afzonderlijke paragraaf kan hier beter en eenduidiger in worden voorzien, waardoor de sturings- en verantwoordingsinformatie wordt versterkt. Het is van belang om klein te beginnen en dit op een later moment verder uit te bouwen. Op basis daarvan kunnen vervolgens gerichte maatregelen en vervolgstappen worden geformuleerd. Deze gefaseerde aanpak heeft zich in de praktijk bewezen als een werkbare en succesvolle methode. Inflatie heeft invloed op de begroting- en meerjarenraming van gemeenten. Budgetten en tarieven worden indien noodzakelijk geïndexeerd.

Dit indexcijfer is gebaseerd op de loonen prijsindexcijfers van het Centraal Planbureau (CPB). In de meicirculaire worden de definitieve percentages vermeld. De financiële vertaling hiervan (onder andere indexering tarieven van de lokale heffingen) zal plaatsvinden bij het opstellen van de begroting. Dit percentage is ook van toepassing op de subsidies conform algemene subsidieverordening. Bij de bepaling van de dividendopbrengst in de begroting gaan we uit van de ontvangen dividend per aandeel van het voorafgaande jaar. Dit nemen we dusdanig structureel in onze begroting op.

3

Financiële en beleidsmatig aandachtspunten Voor de meerjarenbegroting 2027-2030 zijn in ieder geval de volgende (financiële) aandachtpunten te onderkennen: 1. Herijking verdeling algemene uitkering Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds herzien, met als doel een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk aansluit bij de kosten van de gemeenten. Sinds 2023 is er ook sprake van een ingroeipad. Een ‘ingroeipad’ zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Daarvoor krijgen nadeelgemeenten een suppletie-uitkering, die de hoogte van de herverdeeleffecten beperkt. Om de suppletie-uitkering van nadeelgemeentes te financieren wordt er bij de voordeelgemeenten een inhouding op de algemene uitkering gedaan die maximaal € 37,50 per inwoner per jaar bedraagt. Met ingang van 1 januari 2027 wil men de verdeling van het gemeentefonds wederom aanpassen. In het nieuwe verdeelmodel zullen een aantal maatstaven worden vervangen en worden er verbeteringen doorgevoerd voor de clusters WMO en jeugd. Daarnaast wordt het ingroeipad aangepast. Met ingang van 2027 zullen de effecten van het verdeelmodel worden beperkt tot een maximaal bedrag van € 15 per inwoner per jaar. Voor de gemeente Stein betekent dit een structureel voordeel van ongeveer € 375.000.

Als de meicirculaire wordt gepubliceerd, zal definitief duidelijk worden of de nieuwe verdeling is doorgevoerd en het voordeel daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. 2. Jeugdzorg In de Voorjaarnota 2025 heeft het Rijk twee aanvullende maatregelen op de Hervormingsagenda aangekondigd; het sturen op het verkorten van de trajectduur (€68 miljoen) en het invoeren van een eigen bijdrage in de jeugdzorg (€260 miljoen). In het gemeentefonds is vanaf 2028 een financieel voorschot genomen op deze maatregelen. De provincie heeft toegestaan dat gemeenten een stelpost opnamen voor deze twee maatregelen, omdat het voldoende aannemelijk is dat de verantwoordelijkheid voor de realisatie van deze maatregelen bij het Rijk ligt. In de begroting 2027-2030 is het wederom toegestaan om deze stelposten op te nemen. Op basis van de uitspraak van de onafhankelijke Begrotingscirculaire 2027 commissie van Ark hebben gemeenten via het Gemeentefonds extra middelen voor de jaren 2026 en 2027 en met terugwerkende kracht voor de jaren 2023 en 2024 ontvangen. De commissie van Ark zal begin 2027 een uitspraak doen voor de jaren vanaf 2028. Het is niet toegestaan om vooruit te lopen op deze uitspraak. 3. Stelpost onderuitputting Middels de motie De Vries, Van Eijk, Sneller en Wingelaar is in 2025 een oproep gedaan aan het kabinet om onderuitputting bij gemeenten toe te staan.

Op 10 december 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gereageerd op deze motie middels een kamerbrief. In deze brief geeft hij aan dat een algemene stelpost onderuitputting niet past binnen de uitgangspunten van het realistisch ramen en daarom niet is toegestaan. Wel is het volgens de minister mogelijk om specifieke stelposten voor onderuitputting te ramen wanneer deze nauwkeurig te ramen zijn, goed onderbouwd zijn en aansluiten bij reële verwachtingen. De minister onderschrijft dat het aan de toezichthouder is om te beoordelen of de stelposten voldoende realistisch zijn Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de onder uitputting bij realisatie toe te voegen aan de reserves en in volgende jaren, onder voorwaarden, in te zetten als structureel dekkingsmiddel. De minister heeft verder de Commissie BBV gevraagd om te verduidelijken wat wel en niet mogelijk is op het vlak van onderuitputting. Hiertoe heeft de Commissie BBV eind 2025 de Begrotingscirculaire 2027 notitie structurele en incidentele baten en lasten geactualiseerd (zie hiervoor onderdeel 3.1). De nieuwe notitie sluit aan bij de kamerbrief. Ook de commissie geeft aan dat een algemene stelpost niet wordt toegestaan, dat specifieke stelposten kunnen passen binnen een realistische begroting.

Net als de minister stelt ook de commissie BBV dat de toezicht houder beslist of een stelpost realistisch is. De provincie heeft inmiddels een handreiking gepubliceerd, waaruit blijkt dat gemeenten een stelpost onderuitputting kapitaallasten en een stelpost voor onderuitputting personeelslasten mogen opnemen, met daarin de voorwaarden waaraan wordt getoetst wanneer een gemeente ervoor kiest een stelpost voor onderuitputting te creëren.

4. De voorjaarsnota

4

De voorjaarsnota is gepubliceerd op 27 maart en geeft een vooruitblik op de rijksbegroting voor de komende jaren. Over de gevolgen worden de gemeenten geïnformeerd via de meicirculaire 2026. Er wordt een inschatting gemaakt van de effecten die gaan landen in deze meicirculaire. Bijstelling accres: In de voorjaarsnota is het accres geactualiseerd voor de macroeconomische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026. Er is een positieve ontwikkeling van het LPO accres ten opzichte van de decembercirculaire 2025. Het effect voor Stein is € 285.000 in 2026 oplopend tot € 341.000 in 2030. Aan de andere kant betekent dit ook dat aan de lastenkant in de raming met hogere prijsstijgingen rekening gehouden moet worden. Participatie: Voor de taken IBO problematische schulden en re-intregratiedienstverlening gericht op jongeren worden middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor IBO problematische schulden zal in 2026 € 21 miljoen worden toegevoegd. Deze middelen zijn beschikbaar voor de uitwerking van tijdelijke maatregelen voor preventie van schulden. Voor re- integratiedienstverlening gericht op jongeren wordt in 2026 een bedrag van € 13 miljoen toegevoegd. Dit loopt op tot € 44 miljoen structureel vanaf 2033. Deze middelen zijn bedoeld om de overgang van school naar werk voor jongeren, die deze stap niet of moeilijk kunnen zetten, te versoepelen.

Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet, ombuiging : Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt met ingang van 1 januari 2029 geschrapt. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. De beoogde besparing van € 1 miljard is taakstellend. Indexatie Wmo demografie 2026 : Het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel) van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met de kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 450 miljoen in 2031 gereserveerd voor aanvullende indexering voor demografie. In de Voorjaarsnota 2026 wordt de eerste tranche voor 2026 van € 75 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo : Het kabinet is van plan om voor een aantal voorzieningen binnen de WMO 2015, namelijk de voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren.

Het Rijk verwacht dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage de druk op het gebruik van Wmovoorzieningen verlaagt. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is al diverse keren vertraagd en wordt nu wederom uitgesteld tot 1 januari 2028. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 266 miljoen in 2027 wordt daardoor teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2028. Klimaat en energiebeleid: Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat- en energieplannen. Voor de jaren 2023 tot en met 2025 ontvingen gemeente gelden middels een specifieke uitkering CDOKE. Met deze gelden konden gemeenten inzetten op extra capaciteit. Om de uitvoering van de plannen toekomstbestendig te maken moeten gemeentes hiervoor structurele middelen krijgen. Alleen de vorm waarin deze middelen bij de gemeentes terecht komen is nog niet structureel geregeld. Voor 2026 is geld beschikbaar gesteld middels een decentralisatie- uitkering en uit de voorjaarsnota blijkt dat in 2027 € 671 miljoen beschikbaar is gesteld. Voor de jaren 2028 en verder is alleen bekend dat er middelen komen, maar is de hoogte niet bekend. Er wordt in de meerjarenbegroting dan ook rekening gehouden met middelen, gebaseerd op het advies van de provincie, welke gelijk zijn aan de CDOKE middelen uit 2023.

De verwachte effecten van de voorjaarnota voor de gemeente Stein zijn vooralsnog circa € 600.000 structureel. Op het moment dat de meicirculaire gepubliceerd is, worden de werkelijke cijfers doorgerekend en weergegeven in het raadsvoorstel van de meicirculaire. 5. Verbonden partijen Van onze verbonden partijen ontvangen wij op grond van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) ontwerpbegrotingen. Zoals bekend heeft uw raad de mogelijkheid daarover een zienswijze in te dienen. Onderstaand is een overzicht opgenomen wat de financiele effecten zijn van de begrotingen van deze verbonden partijen.

5

-/- = meer lasten, + = minder lasten, (bedragen x € 1.000)

Ontwikkelingen verbonden partijen - Bijdrage GGD-regulier - Bijdrage GGD-veilig thuis - Bijdrage Omnibuzz - Bijdrage Omgevingsdienst - Bijdrage begroting Veiligheidsregio Zuid Limburg - Bijdrage BsGW Totaal

2027 -52 -85 -12 28 -27 20 -128

2028 -75 -88 -11 56 -29 26 -121

2029 -101 -97 -7 81 -29 31 -122

2030 -136 -87 -20 49 -29 2 -221

Op basis van de signalen die momenteel vanuit RWM zijn ontvangen, verwachten wij voor 2027 een aanzienlijke stijging van de kosten voor afvalinzameling en verwerking. Deze ontwikkeling zal gaan leiden tot een verhoging van het afvaltarief voor inwoners. 6. Toekomstbestendige huisvesting Sinds de bouw van het gemeentehuis en bijbehorende inrichting zijn de eisen die gesteld worden aan een werkomgeving veranderd. Ook is afgelopen jaren de manier waarop wij werken op veel vlakken anders dan 20 jaar geleden. Voor het financieel jaar 2026 is een investeringsbudget van € 100.000 gevraagd aan de gemeenteraad om aanpassingen te doen aan de inrichting van het gemeentehuis. Bij het inventariseren blijkt dat er veel (wettelijke) eisen bestaan. Met de gevraagde investering kan niet alles worden gerealiseerd. Ook is nog geen compleet beeld van de eisen en wensen. Tevens moeten hier nog keuzes in gemaakt worden. Het doel is het realiseren van een werkbare werkomgeving welke voldoet aan de ARBO-wetgeving en goed werkgeverschap. 7. Participatiewet in balans De Participatiewet in Balans is een wetsvoorstel dat gericht is op het verbeteren en vereenvoudigen van de huidige Participatiewet.

Het doel van deze herziening is om de complexiteit van de regelgeving te verminderen en het vertrouwen in het systeem te versterken, zodat inwoners beter ondersteund worden bij hun participatie op de arbeidsmarkt. De wet omvat meer dan twintig wijzigingen. Voor fase 2 en fase 3 is voorzien dat de implementatie gelijktijdig plaatsvindt in 2027, met voorbereidende werkzaamheden in 2026. Fase 2 omvat vijf maatregelen en fase 3 zeven maatregelen, waarmee in totaal twaalf maatregelen worden ingevoerd. Het jaar 2027 geldt daarbij als overgangsjaar voor het verder toespitsen op de individuele situatie van inwoners. Dit brengt aanzienlijke extra werkzaamheden met zich mee voor Vidar, zowel op het gebied van implementatie als uitvoering. 8. Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) Het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) richt zich op het versterken van preventie, de sociale basis en de samenwerking tussen gemeenten, zorg- en welzijnspartijen. Gemeenten krijgen vanaf 2027 naar verwachting een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van het sociaal en zorgdomein. Het AZWA vervangt vanaf 2027 naar verwachting de huidige Brede SPUK-regeling. De financiële gevolgen en uitvoeringsvoorwaarden zijn op dit moment nog niet bekend. Nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen in de verdere uitwerking van beleid en begroting vanaf 2027. 9.

Wijziging van de bibliotheekwet De Bibliotheekwet, voluit Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), is op 1 januari 2015 van kracht gegaan. In de wet staan de taken, functies en verantwoordelijkheden van bibliotheken, provinciale ondersteuningsinstellingen en de Koninklijke Bibliotheek. Het ministerie van OCW heeft in 2022 een wijziging van de Wsob aangekondigd. De grootste wijziging is dat de huidige ‘bevorderingstaak’ wordt omgezet naar een zorgplicht voor gemeenten en provincies. De toegang tot de openbare bibliotheek wordt hiermee voor alle inwoners gegarandeerd. Als onderdeel van de zorgplicht dienen gemeenten een meerjarenplan voor bibliotheekbeleid op te stellen in samenwerking met de bibliotheekorganisatie. De nieuwe wet is op dit moment in ontwikkeling. Naar verwachting gaat de wetswijziging, na goedkeuring door het parlement, eind 2026 van kracht.

6

10. Wijziging Archiefwet De modernisering van de Archiefwet heeft als doel het informatie- en archiefbeheer beter aan te laten sluiten op de toenemende digitalisering binnen de overheid. De voorgenomen wetswijziging, waarvan de inwerkingtreding is voorzien per 1 januari 2027, stelt hogere eisen aan digitaal informatiebeheer, archivering en transparantie. Daarnaast wordt de termijn voor overbrenging van archieven verkort van twintig naar tien jaar. Voor gemeenten betekent dit dat aanvullende inzet nodig is op het gebied van informatiebeheer, aanpassing van werkprocessen en digitale archivering. De implementatie van de nieuwe Archiefwet vraagt daarmee in de voorbereiding en uitvoering extra capaciteit binnen de organisatie.

7

Huidig meerjarig financieel beeld Wij hebben een nieuw meerjarenperspectief samengesteld. De basis hiervoor is de bestaande meerjarenraming zoals deze is opgenomen in de Bestuursrapportage 2026. Daar hebben wij de jaarschijf 2030 aan toegevoegd. De samenvatting van ons nieuwe meerjarenperspectief is als volgt: Omschrijving Bestuursrapportage 2026 Verbonden partijen Meicirculaire Begroot exploitatie saldo

2027 1.791 -128 PM 1.663

2028 170 -121 PM 49

2029 531 -122 PM 409

2030 975 -221 PM 754

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=c78fb005-facd-4444-b932-197f143d09df