Herziening APV...
Tekst van het document
2.
Mits er geen sprake is van gevaar of overmatige overlast voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.
b. 3. 4. 5. 6.
c.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; vuur voor koken, bakken en braden.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Paragraaf 8. VERSTROOIING VAN AS Artikel 5:29 Begripsbepaling In deze paragraaf wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de
Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:30 Verboden plaatsen 1.
2. 3.
4.
Incidentele asverstrooiing is verboden op: a.
b.
verharde delen van de weg.
gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van
bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5:31 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:1 Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1:3 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 6:2 Toezichthouders 1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de
2.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in artikel 5:13, 5:14 en 5:15 van deze
3.
politie en de hygiëne inspecteur van de GGD.
verordening is belast: de marktmeester van de Gemeente Stein.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of
krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking vorige verordening 1. 2.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026;
Gelijktijdig wordt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2024 ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2024 of voorafgaande algemene plaatselijke verordeningen, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
De bezwaarschriften welke aanhangig zijn op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Stein 2024.
Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Stein 2026.
Aldus vastgesteld in de vergadering van .
De raad van de gemeente Stein,
de Griffier,
de Voorzitter