CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Energievisie Stein 2024-2030_def2

Oordeelsvormende raadsvergadering 7 februari 2024, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Lokale Energiestrategie Stein10.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

LOKALE ENERGIESTRATEGIE 2024-2030

Geschreven door

17 augustus 2023– aangepast d.d. 14 november 2023

Inhoudsopgave 1

Inleiding

3

2

Voortgang

7

3

Focus 2030

10

4

Thema’s

13

5

Uitvoeringsprogramma 2024-2026

26

Bijlagen

28

Aan de inhoud van dit document kunnen geen rechten worden ontleend. De beschikbare informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld en wordt verondersteld

betrouwbaar te zijn. Stantec is, evenals betrokken organisaties, niet aansprakelijk voor eventueel geleden schade door onjuistheden, onvolledigheden en eventuele gevolgen van handelen op grond van informatie uit dit rapport.

2

Inleiding Stein staat voor een enorme opgave, net als alle andere gemeenten in Nederland. In 2050 dient alle energie die in Stein gebruikt wordt, op een duurzame manier tot stand te zijn gekomen. Er mag dan geen CO 2-uitstoot meer plaatsvinden. De schaarste in kennis, capaciteit, materialen en middelen maken deze opgave alleen maar groter. überhaupt mogelijk te maken te maken. Welke besparingen zijn realistisch? Leiden de besparingen tot een afnemende energievraag of wordt de energievraag juist groter door eerder genoemde sectorale ontwikkelingen? Welke woningen en gebouwen worden aangesloten op het warmtenet? In welke mate wordt de benodigde elektriciteit lokaal opgewekt? Hoe wordt de resterende energiebehoefte van alle verbruikers in Stein op duurzame wijze ingevuld en kan de leveringszekerheid en -betrouwbaarheid worden geborgd? Al met al ontzettend veel uitdagingen die Stein samen met haar lokale inwoners, organisaties en bedrijven alsook met regionale en nationale partners zorgvuldig doch daadkrachtig dient op te pakken. In Stein is meer capaciteit nodig om dit samen te realiseren.

Uitdaging Om de omvang van deze haast onmogelijke opgave te duiden en de urgentie kracht bij te zetten, is het noodzakelijk om meer zicht te krijgen op de kloof die overbrugd moet worden. Anno 2021 wordt in Stein 1.426 TJ energie verbruikt. Met Stein wordt overigens niet alleen de gemeente bedoeld, maar vooral ook haar inwoners, de bedrijven en organisaties die in Stein actief zijn. De gebruikers zijn vooral huishoudens, maar ook organisaties, bedrijven, automobilisten en vervoerders. Circa 60% van het verbruik wordt veroorzaakt door de woningen en gebouwen, ruim 20% door het verkeer en de rest door activiteiten van organisaties en bedrijven. Ter illustratie: het totale energieverbruik in Stein komt momenteel overeen met het gemiddeld verbruik van ruim 22.000 huishoudens in Stein (in de gemeente Stein wonen en leven circa 11.570 huishoudens).

Bovengenoemde keuzes hebben niet alleen grote impact op de fysieke leefomgeving in Stein maar ook op sociaalmaatschappelijk vlak. Het wel of niet kiezen voor een warmtenet drukt of vergroot de elektriciteitsvraag en daarmee de druk op de elektriciteitsinfrastructuur. Het wel of niet kiezen voor lokale opwek, al dan niet in combinatie met opslag, heeft invloed op de afhankelijkheid en de betaalbaarheid van energie voor huishoudens en bedrijven.

Tussen nu en 2050 zullen ingrijpende sectorale ontwikkelingen plaatsvinden met impact op het energiesysteem. Zo verandert het aantal inwoners (thans krimp), de leeftijdsopbouw, de samenstelling van huishoudens, worden woningen en gebouwen gerealiseerd en ook gesloopt, breiden bedrijven uit en verduurzamen ze hun processen. Ook zijn er ingrijpende veranderingen te verwachten op het gebied van mobiliteit, onder andere de elektrificatie van vervoer en transport. Al deze ontwikkelingen zullen in de toekomst op een duurzame manier plaatsvinden, met ingrijpende gevolgen voor de energiemix en bijbehorende energie-infrastructuur. De energiemix zal in de toekomst naar alle waarschijnlijkheid voor een aanzienlijk groter deel bestaan uit duurzame elektriciteit, aangevuld met duurzame warmte voor de gebouwde omgeving en met duurzaam gassen voor bedrijven en transporteurs. Het elektriciteitsverbruik in Stein zal in ieder geval een fors groter aandeel krijgen dan nu het geval is.

Opgave Om het heft in eigen hand te houden op het gebied van keuzes én gevolgen voor de inwoners, organisaties en bedrijven in Stein, zal de gemeente de komende jaren intensiever aan de slag moeten dan in de vorige periode mogelijk was. Niet alleen met onderzoek en beleid, maar vooral ook met de uitvoering. In 2021 werd slechts 14% van de lokale energievraag duurzaam opgewekt. Dat betekent nog 86% te gaan. Met name de warmtetransitie zal de komende jaren een fors capaciteitsbeslag leggen op de gemeentelijke organisatie. Er moet flink bespaard worden en woningen en gebouwen moeten stapsgewijs aardgasvrij worden. Ook met betrekking tot duurzame opwek van elektriciteit zijn flinke stappen nodig. Hoeveel energie kan daadwerkelijk lokaal worden opgewekt en op welke plekken?

Rekening houdend met schaarse ruimte en beperkingen met betrekking tot de energie-(infra)structuur is het noodzakelijk dat Stein heldere standpunten inneemt en fundamentele keuzes maakt om de transitie naar een duurzaam energiesysteem

4

elektriciteit tot een grotere belasting van het elektriciteitsnet van/naar/in Stein. Gezien de huidige congestieproblematiek, die de komende jaren alleen maar toeneemt, zal de gemeente in de toekomst steeds meer ingrijpende beslissingen moeten nemen met betrekking tot het wel of niet faciliteren van sectorale ontwikkelingen. Parallel daaraan kunnen de geplande investeringen van de netbeheerders alleen tijdig doorgang vinden als de gemeente volledige medewerking verleent.

In Figuur 1 is een illustratief scenario uitgewerkt voor de gemeente Stein om een duurzame energievoorziening te realiseren . Hierin zijn een aantal aannames gedaan: •

De energievraag neemt door besparingsmaatregelen in 2050 af. De energievraag kan in de praktijk echter ook toenemen. Dat is onder andere afhankelijk van ontwikkelingen op het gebied van particulieren, organisaties en bedrijven (gedrag, aantal, samenstelling huishoudens). Dat maakt de uitdaging nog groter.

•

Een beperkt deel van de toekomstige energievraag wordt lokaal wordt opgewekt. Dit is mede ingegeven door de beperkte fysieke ruimte in Stein. Daken van woningen en gebouwen voorzien van zonnepanelen leidt bij lange na niet tot duurzame invulling van de verwachte toekomstige energievraag. Tevens wekken zonnepanelen geen of beperkte hoeveelheden elektriciteit op in de nacht en in de herfst- en winterperiode.

•

Een beperkt deel van de woningen en gebouwen wordt aangesloten op een regionaal warmtenet en de overige woningen en gebouwen worden voorzien van warmtepompen. Daarmee zal de elektriciteitsvraag van deze laatste groep woningen en gebouwen aanzienlijk stijgen. Hoewel warmtepompen efficiënter zijn dan CVketels en de totale energievraag van de gebouwde omgeving dus zal dalen, wordt het elektriciteitsverbruik om in de warmtebehoefte te voorzien meer dan verdubbeld, mede als gevolg van elektrisch koken door particulieren. Voor personenvervoer wordt elektrificatie als uitgangspunt gehanteerd. Het aandeel van elektriciteit in de totale energiemix wordt dus aanzienlijk groter dan thans het geval is. De toenemende vraag leidt met de lokale opwek van

De verwachting is dat in 2050 slechts een beperkt deel van de lokale energiebehoefte wordt ingevuld met hernieuwbare gassen, zoals biogas en waterstof voor zwaar transport en productieprocessen die niet geëlektrificeerd zijn. De opgave in Stein is uiterst complex en omvangrijk. Om ingrijpende negatieve gevolgen voor de gemeenschap in Stein te voorkomen (zoals het niet kunnen verduurzamen van woningen en gebouwen, het niet kunnen aansluiten van bedrijven en organisaties op het elektriciteitsnet met gevolgen voor het vestigingsklimaat, het niet kunnen faciliteren van elektrisch vervoer) zal de gemeente alle zeilen moeten bijzetten de komende 27 jaar en best gisteren de noodzakelijke versnelling in gang zetten. Bijgevoegd rapport bevat een geactualiseerde visie, strategie en aanzet voor een uitvoeringsprogramma om invulling te geven aan de opgave. Het uitvoeringsprogramma zal na vaststelling van de energievisie nader moeten worden uitgewerkt met de betrokken organisatieonderdelen alsook relevante externe stakeholders.

5

Terminologie In 2018 werd het Klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021 vastgesteld. In de volksmond wordt dit vaak een energievisie genoemd; dat dekt dezelfde lading. Veel andere gemeenten noemen het de Lokale Energiestrategie (de LES). Waar de officiële naam van dit plan dus de Lokale Energiestrategie 2024-2030 is, zal in de tekst vaak het synoniem energievisie langskomen.

Proces De nieuwe energievisie gebruikt de eerder uitgevoerde evaluatie van het vorige plan als de voornaamste basis om tot een nieuw programma te komen. Daarnaast zijn – zowel intern als extern – klankbordsessies georganiseerd met stakeholders om te komen tot een gedragen energievisie, die invulling geeft aan de doelen en ambities van de gemeente voor 2030 en tegelijk kan rekenen op draagvlak bij de betrokken partijen. Lokale inwoners en ondernemers zijn bevraagd met een enquête (zie Bijlage 1). WonenLimburg, Zaam Wonen, Enexis, interne collega’s (ambtelijk) en raadsleden (bestuurlijk) zijn geconsulteerd in workshopvorm. Hier hebben zij mee kunnen denken over de focus van de energievisie en over de concrete invulling van focusthema’s binnen de energievisie en hebben ze hun behoeften kunnen uiten en vragen kunnen stellen richting de gemeente. Het gesprek over de focusthema’s heeft zich telkens vooral gericht op de thema’s die voor de betreffende gesprekspartner het meest relevant zijn.

Leeswijzer Allereerst wordt – na deze inleiding – de voortgang van de energietransitie in de gemeente beschreven. Vervolgens gaat het rapport in op de focus van het energiebeleid voor de periode tot en met 2030. Ter invulling van deze focuspunten wordt daarna op themaniveau beschreven welke actiepunten en projecten worden opgestart dan wel voortgezet. Er wordt afgesloten met een uitvoeringsprogramma 2024-2025.

6

Voortgang De vorige energievisie bestreek de periode 2018-2021. Voor Stein was het de eerste lokale energievisie, opgesteld voorlopend op het formele sluiten van het Klimaatakkoord van Parijs – later vertaald naar een Klimaatakkoord op nationaal niveau in juni 2019. De ambitie was hoog, maar de praktijk weerbarstig. De gemeente koos voor een proactief scenario waarin het koos voor een versnelde aanpak om als gemeente energieneutraal te worden. In de praktijk blijkt dit lastig. Zo is de warmtevoorziening verantwoordelijk voor een groter aandeel CO 2-uitstoot dan elektriciteit, maar moeilijker te verduurzamen. Tegelijk is duidelijk geworden dat versnelling noodzakelijk is om de doelen van het Klimaatakkoord voor 2030 binnen bereik te houden. Bij het voorkomen van verdere klimaatverandering is actie op de korte termijn van groter belang dan actie op de lange termijn.

beschikbaar). Inzoomend op de verdeling van de CO 2-uitstoot en het bekend energieverbruik per sector (figuur 2.3 en 2.4), ziet men dat de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van de daling. In figuur 2.5 en 2.6 is de stijging van het aandeel hernieuwbare energie in dezelfde periode te zien. Het grootste aandeel lijkt van hernieuwbare warmte te komen, maar goed om te realiseren is wel dat volgens de definitie individuele houtkachels ook als duurzame warmte worden gezien. Volgens cijfers van Enexis worden er jaarlijks in Stein nog slechts enkele tientallen gasaansluitingen verwijderd. De stijging van duurzame elektriciteit in recente jaren (periode vanaf 2018) is opmerkelijk rap, al lijkt deze stijging in 2021 weer af te vlakken.

Voortgang projecten De gemeente Stein heeft op alle onderdelen van het uitvoeringsprogramma 2018 – 2021 initiatieven en projecten opgestart. De prioriteit lag in eerste instantie bij de verplichte onderdelen, zoals het opstellen van de Transitievisie Warmte (TVW) en het invullen van de handhavings- en controlerol. Er zijn nieuwe verplichte onderdelen bijgekomen, zoals invulling van de lokale afspraken uit de Regionale Energiestrategie (RES) en het opstellen van een integrale visie laadinfrastructuur. Dit heeft (ondanks extra middelen van het Rijk) veel invloed op de ambtelijke capaciteit, daarom hebben niet alle thema’s de benodigde aandacht gekregen. Veel initiatieven en projecten bevinden zich daarom nog in de voorbereidende fase en hebben nog niet tot resultaten geleid.

Conclusie voortgang Ondanks de vele inspanningen en projecten is er nog weinig resultaat bereikt op het gebied van verduurzaming van woningen en bedrijven. Hoewel er een positieve trend te zien is in de afname van CO2-uitstoot, is op basis van de cijfers en voortgang van projecten duidelijk dat er aanvullende inspanningen nodig zijn om de doelstelling van een energieneutrale gemeente in 2050 te bereiken. Hiervoor zijn meer capaciteit en middelen nodig. Alle beleidsvelden en medewerkers dienen duurzaamheid ook meer op te pakken als onderdeel van hun werk zodat synergiemogelijkheden (zowel intern als extern) dienen beter benut worden.

Voortgang in cijfers Zowel de totaal bekende CO2-uitstoot als het bekend energieverbruik in de gemeente Stein dalen vrij rap. In figuur 2.1 en 2.2 op pagina 10 is te zien dat de daling tussen 2012 en 2020 vrij fors is (er is geen data voor tussengelegen jaren

(Warmtenet Zuid-Limburg – voorheen Het Groene Net) is nog onduidelijk. In de visie van 2018 werd restwarmte als groot onderdeel van een duurzaam lokaal energiesysteem gezien, maar het is nog onbekend of de gemeente Stein in de gelegenheid zal zijn om aan te sluiten op het warmtenet.

Relevante ontwikkelingen Behalve het urgentiebesef zijn er meer relevante ontwikkelingen geweest sinds het opstellen van de eerste energievisie en het huidige herijkingsmoment:

•

•

•

Aan de cv-ketel als standaard voor woningverwarming komt vanaf 2026 een eind. De hybride warmtepomp wordt dan – afgezien van enkele uitzonderingen – een verplichting wanneer de cv-ketel vervangen wordt. De capaciteit van het elektriciteitsnet staat onder druk. Voor een groot deel betekent de energietransitie extra elektrificatie: vanwege elektrische voertuigen, elektrische warmtepompen en decentrale duurzame opwek (zon op dak). Het elektriciteitsnet moet flink verzwaard worden en dat gaat tijd kosten. De werkelijke potentie van het regionale warmtenet

8

•

Per 1 juli 2023 is de RUD ZL verantwoordelijk gesteld voor het handhaven op wet- en regelgeving voor bedrijven, zoals de informatieplicht. Sinds 1 januari 2023 moeten kantoren verplicht energielabel C hebben.

•

Naar aanleiding van verschillende (internationale) ontwikkelingen, waaronder beperkte winning van gas in Groningen en de oorlog in Oekraïne, zijn de energieprijzen erg wisselvallig geweest. Dit heeft geleid tot meer bewustwording op het gebied van energiegebruik en lokale opwek van energie.

Figuur 2.1 t/m 2.6: van linksboven naar rechtsonder… totaal bekende CO2-uitstoot (kton), totaal bekend energieverbruik (TJ), CO2-

uitstoot energieverbruik sectoren (kton) en energieverbruik sectoren (TJ), totaal bekende hernieuwbare energie (TJ) en bekende hernieuwbare energie naar toepassing (TJ). Meest recent beschikbare data, gemeente Stein.

9

Focus 2030 Het bepalen van de focus van de energievisie voor de periode tot en met 2030 gebeurt aan de hand van verschillende bronnen en perspectieven. De evaluatie in samenhang met de in het vorige hoofdstuk beschreven voortgang is een belangrijke basis voor de focus van het beleid voor de volgende periode. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt in het bestuursakkoord van de coalitie van de gemeente Stein voor de periode 2022-2026, deze afspraken dienen meegenomen te worden in de visie. Als derde is van bijzonder belang om te reflecteren op de RES-doelstellingen op het gebied van duurzame opwek van energie. Hier heeft de gemeente zich aan gecommitteerd, maar uit de evaluatie bleek dat de voortgang voorlopig ruim onvoldoende is om de RES-doelen voor 2030 te kunnen behalen.

In 2022 is het Klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021 geëvalueerd. De conclusies zijn belangrijk om mee te nemen bij de herijking van de energievisie en de aanbevelingen geven al een goede richting aan het beleid voor de komende jaren. De evaluatie stelt de volgende aanbevelingen:

blijkend uit de evaluatie en andere ontwikkelingen. Hierbij helpt het om de thema’s van de vorige energievisie opnieuw in te delen en nieuwe prioriteiten te stellen. De focus van de Lokale Energiestrategie voor de periode tot en met 2030 vindt vooral haar basis in de geconstateerde verbeterpunten van de evaluatie. Er zijn daarmee op hoofdlijnen drie prioriteiten:

•

Het is van belang dat het beleidsplan wordt geactualiseerd en de prioriteiten opnieuw tegen het licht worden gehouden;

•

•

Versnelling van de energietransitie moet het uitgangspunt zijn (rekening houdend met beschikbare capaciteit, middelen en efficiëntie);

Integraliteit: de energietransitie raakt alle beleidsterreinen van de gemeente. Het is daarom van belang om integraliteit en synergie meer te stimuleren.

•

•

Om de huidige doelstelling te behalen is een structurele verhoging van de ambtelijke capaciteit en middelen noodzakelijk. Hier komen middelen voor beschikbaar vanuit het Rijk, het is wel zaak om dan adequaat te anticiperen op ontwikkelingen, kansen te benutten en zo maximaal te profiteren;

Capaciteit & budget: er is meer capaciteit en budget nodig voor de uitvoering van een energievisie die invulling geeft aan de gemaakte afspraken, geldende kaders en eigen doelstellingen.

•

Opwek van duurzame energie: er moet een gedegen plan komen om te waarborgen dat er in 2030 voldoende energie wordt opgewekt met windenergie en zonneenergie, opdat de gemeente de eigen inbreng voor de RESdoelstellingen nakomt.

Evaluatie

•

Het is van belang dat er meer aandacht komt voor integraliteit;

•

Breng focus aan om de energietransitie te versnellen.

Bestuursakkoord Het bestuursakkoord voor de periode 2022 – 2030 volgt deze lijn en geeft aan dat het succesvolle zonnepanelenproject – waardoor gemeente Stein het relatief goed doet op het gebied van zon op dak – moet worden voortgezet. Belangrijk is ook dat het bestuursakkoord aandacht heeft voor de aanvullende behoefte op het gebied van capaciteit en middelen om uitvoering te kunnen geven aan de nieuwe energievisie. De gemeente heeft een grote rol in de energietransitie en om hier voldoende invulling aan te kunnen geven is het noodzakelijk dat de capaciteit en middelen aanwezig zijn.

Focus 2030 De focus van de Lokale Energiestrategie 2024 – 2030 moet dienend zijn aan de geconstateerde opgaven en uitdagingen

11

De provincie heeft tevens aangekondigd dat in 2026 en 2027 ook gelden beschikbaar worden gesteld (waarbij insteek is om medewerkers vast in dienst te kunnen nemen). Daarnaast is in het bestuursakkoord opgenomen dat er tot en met begin 2026 een bedrag van € 3mln. revolverend beschikbaar is om in te zetten voor duurzaamheid in de vorm van een lokaal revolverend duurzaamheidsfonds. Het revolverend karakter houdt in dat het geld beschikbaar is in de vorm van een lening, die de gemeente op een later moment terug ontvangt. Dat betekent ook dat dit bedrag niet ingezet kan worden voor de uitvoering van veel onderdelen van dit programma. Als gevolg van actuele ontwikkelingen (Nationaal Isolatie Programma, Nationaal Warmtefonds, etc.) wordt een lokaal revolverend duurzaamheidsfonds mogelijk overbodig. In 2024 wordt de haalbaarheid van een lokaal revolverend duurzaamheidsfonds verkend.

Integraliteit Aangezien duurzaamheid de hele gemeentelijke organisatie raakt, is het belangrijk om een integrale aanpak aan te houden. Duurzaamheid in relatie tot de (noodzaak van) energietransitie wordt breed gedragen in de ambtelijke organisatie, maar wordt op sommige terreinen nog onvoldoende breed belegd in het eigen werk. Duurzaamheid dient bij elke medewerker een standaard onderdeel van het werk te worden, waarbij waar nodig kan worden teruggevallen op de medewerkers duurzaamheid. De energietransitie-opgave wordt daarom integraal opgepakt, waarbij iemand ‘boven de afdelingen’ ambtelijk verantwoordelijk gemaakt wordt voor deze opgave en de opgave ook als zodanig aanstuurt. Verwacht wordt dat de inzet van capaciteit en middelen dan meer effect heeft. Synergiemogelijkheden moeten zowel intern als extern beter worden benut. Door intensiever intern op te trekken en samen te werken met externe belanghebbenden kan meer worden bereikt dan nu het geval is. Concrete aanpak: aanstellen van een duurzaamheidscoördinator die

Concrete aanpak: gedurende de looptijd van de visie zullen CDOKE middelen worden ingezet om ambities uit te werken. Per onderwerp en fase zal steeds bekeken worden wat de beste wijze hiervoor is, bijvoorbeeld of het onderzoek betreft waarbij specialistische kennis ingehuurd moet worden of dat het gaat om structurele werkzaamheden die op de gemeente afkomen.

1.

Opwek van duurzame energie

Integraliteit en duurzaamheid van projecten borgt binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partijen;

2.

Verantwoordelijk is voor coördinatie en uitvoering van projecten i.r.t. de subthema’s zoals later in deze visie toegelicht;

3.

De gemeente vertegenwoordigt in regionale initiatieven/programma’s zoals de RES ZL.

Een kernonderdeel van de energievisie is de inpassing van lokale duurzame energie. Nieuw in deze energievisie is het kader dat volgt uit de Regionale Energiestrategie (RES) ZuidLimburg. Hier is afgesproken hoeveel duurzame energie de regio in 2030 wil opwekken en welk deel van de opgave elke gemeente invult. De regio Westelijke Mijnstreek heeft een gemeenschappelijk bod uitgebracht, waaronder de bijdrage van Stein valt. Het bod van de gemeente Stein, en daarmee de doelstelling voor 2030, bedraagt 58,24 GWh. Dat komt ongeveer overeen met negen windturbines of 185.000 zonnepanelen. Dit bod dient de komende periode ingevuld te worden.

Capaciteit & budget Een belangrijk terugkerend onderwerp in de uitvoering van het Klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021 is het gebrek aan capaciteit om uitvoering te geven aan een aantal van de gemaakte afspraken. Meer gemeenten in Nederland lopen tegen dit probleem aan, omdat gemeenten er in korte tijd veel taken bij kregen maar zonder de benodigde gelden en krachten om hier afdoende invulling aan te geven. De Raad voor Openbaar Bestuur concludeert eind 2020 dat een gemeente met omvang zoals Stein 8-9 fte nodig heeft voor de uitvoering van afspraken uit het Klimaatakkoord. De uitvoering van het Klimaatakkoord is breder dan de energietransitie. Geconcludeerd wordt wel dat het verduurzamen van de gebouwde omgeving de hoogste kosten met zich meebrengt, gevolgd door gemeente-brede communicatie, zonneweides en windparken. Niet al deze onderwerpen (bijv. windparken) zijn relevant voor de gemeente Stein, waardoor het werkelijk benodigde aantal fte mogelijk lager is.

Concrete aanpak: in de periode tot 2030 moet het RES-bod ingevuld worden. Dat kan op verschillende manieren en de invulling hiervan wordt besproken in thema 2.

Om invulling te geven aan bovenstaande prioriteiten en andere van belang zijnde onderwerpen voor de energietransitie, zijn er verschillende onderwerpen en projecten waarop de gemeente actief is. De volgende thema-verdeling wordt aangehouden: • • • • •

Als onderdeel van de ‘Jetten-gelden’ krijgen gemeenten aanvullende middelen, die ingezet kunnen worden om personeel aan te trekken, kennis te vergroten of externe expertise in huis te halen. Deze bedragen voor de gemeente Stein in 2023 € 474.228,-, in 2024 € 478.529,- en in 2025 € 482.831,-.

12

Thema 1: duurzame gebouwen; Thema 2: duurzame opwek van energie; Thema 3: duurzame mobiliteit; Thema 4: duurzame organisatie; Thema 5: wettelijk verplichte toezicht- en handhavingsrol.

Thema’s Het Klimaat- en energiebeleidsplan 2018-2021 maakte onderscheid tussen tien thema’s en twee implementatieprojecten. In de evaluatie van deze eerste energievisie wordt op themaniveau beschreven wat de voortgang van het thema is en worden er aanbevelingen gedaan om mee te nemen in de herijking van het energievisie voor de periode tot en met 2030. In dit hoofdstuk wordt op themaniveau toegelicht wat de nieuwe focus van het beleid wordt. • •

Thema 1: duurzame gebouwen Verduurzaming van gebouwen is één van de meest impactvolle manieren voor de gemeente Stein om CO2-uitstoot te beperken. Dit volgt aan de ene kant uit de warmtetransitie en aan de andere kant door energiebesparende methoden toe te passen bij woningen en bedrijven. Dit dient voor alle partijen betaalbaar te blijven. Het omvat de volgende subthema’s: • • •

Thema 5: wettelijk verplichte toezicht- en handhavingsrol De gemeente voert haar wettelijke verplichtingen uit zodat genomen maatregelen correct worden uitgevoerd door de betrokken partijen. Subthema’s zijn:

Verduurzaming warmtevoorziening Verduurzamen koop- en huurwoningen Verduurzamen bedrijven en utiliteiten

• •

Thema 2: duurzame opwek van energie Naast energiebesparing, dient de resterende benodigde energie duurzaam te worden opgewekt om een energieneutrale gemeente te zijn in 2050. De gemeente maakt deel uit van de RES Zuid-Limburg en dient invulling te geven aan het eigen aandeel in het RES bod. Het omvat de volgende subthema’s:

• • •

Grootschalige opwek Kleinschalige opwek Import

Thema 3: duurzame mobiliteit Elektrificatie van mobiliteit zorgt ervoor dat er een grotere elektriciteitsvraag ontstaat. Echter bestaat een duurzaam mobiliteitssysteem ook uit efficiëntere verbindingen waardoor privé autogebruik minder noodzakelijk wordt en bespaard kan worden op de elektriciteitsvraag. Het omvat de subthema’s: • • •

Laadinfrastructuur Deelmobiliteit Overig

Thema 4: duurzame organisatie De gemeente geeft het goede voorbeeld door eigendom en middelen te verduurzamen. Subthema’s hierbij zijn: •

Duurzaam inkopen Duurzame medewerkers

Gemeentelijk vastgoed

14

Toezicht en handhaving bedrijven Overige verplichtingen

Thema 1: duurzame gebouwen Verduurzaming warmtevoorziening Op 16 december 2021 is in Stein de Transitievisie Warmte vastgesteld. Dit plan dient elke vijf jaar geactualiseerd te worden en wordt met ingang van de Omgevingswet (1 januari 2024) een programma onder de Omgevingsvisie met de nieuwe naam warmteprogramma. Om over te gaan tot de daadwerkelijke verduurzaming dient een uitvoeringsplan (of dienen (wijk)uitvoeringsplannen) opgesteld te worden. In de bestaande Transitievisie Warmte wordt gesproken over de mogelijkheid om aan te kunnen sluiten op het regionale warmtenet, Warmtenet Zuid-Limburg (voorheen Het Groene Net). Het is nog onzeker of de optie in de toekomst beschikbaar komt voor inwoners van de gemeente Stein. Mocht de mogelijkheid om aan te sluiten er zijn, zal in het Warmteprogramma aandacht worden besteed aan de overwegingen om al dan niet als gemeente een rol te nemen in de aanleg van een warmtenet in de gemeente. Tot die tijd is het van belang om individueel aardgasvrij te stimuleren. Focus 2030 Als onderdeel van de Omgevingswet dient de gemeente Stein een warmteprogramma op te stellen. Daarmee vervalt de plicht om een Transitievisie Warmte 2.0 op te stellen. Het warmteprogramma volgt de gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI) van Stein. De gemeente dient ook nog een uitvoeringsplan op te stellen om het beleid te vertalen naar concrete projecten.

Een mogelijkheid is om beide stukken te combineren, dat wil zeggen tot een warmteprogramma inclusief uitvoeringsprogramma met vaststelling door het college en na inwerktreding van de gemeentelijke omgevingsvisie. Hierbij worden ontwikkelingen zoals het verbod op CV-ketels vanaf 2026 meegenomen. Bij het opstellen van het warmteprogramma en uitvoeringsplan dient concreet aandacht te worden besteed aan integraliteit: 1.

2. 3.

In relatie tot de prioriteiten

Alle beleidsvelden moeten op de hoogte zijn zodat koppelkansen met andere opgaven (zoals de Transformatieopgave Wonen en het nieuwe economisch beleidsplan) gegrepen kunnen worden. Inwoners moeten nauw worden betrokken bij de totstandkoming van de uitvoeringsplannen. Afstemming met woningbouwontwikkeling (incl. woningcorporaties).

Inschatting benodigde middelen Jaar

Kosten

2024

150k (opstellen warmteprogramma incl. uitvoeringsprogramma)

2025

150k (cont. opstellen warmteprogramma incl. uitvoeringsprogramma)

Totaal 20242025

300k

15

•

Prioriteit integraliteit: integraliteit was al van belang voor de warmtetransitie, maar wordt nog belangrijker nu het als programma onderdeel wordt van de omgevingsvisie. Hierbij is immers afstemming met andere beleidsafdelingen van integraal belang voor het juist verankeren van de transitie in de omgevingsvisie en omgevingsplannen.

•

Prioriteit capaciteit & budget: er dient capaciteit en/of budget vrijgemaakt te worden om een warmteprogramma (uiterlijk 2026) en uitvoeringsprogramma (in principe 2024) of een gecombineerd programma op te stellen om de doelen van de gemeente te behalen en reductie van aardgas te realiseren.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet direct van toepassing. Wel is het zo dat er afhankelijk van de keuzes van warmtealternatieven mogelijk rekening gehouden dient te worden met een verhoogde elektriciteitsvraag, wat de noodzaak om lokale duurzame energie op te wekken alleen maar doet toenemen.

Verduurzamen koop- en huurwoningen Er zijn diverse projecten (geweest) om de verduurzaming van koop- en huurwoningen te stimuleren:

Inschatting benodigde middelen Jaar

Kosten

• •

2024

75-100k (voortzetting projecten en nieuwe initiatieven)

2025

75-100k (afhankelijk van continuïteit projecten en rol gemeente)

Totaal 20242025

150-200k

• •

Gratis energiescans via Stichting Dubbel Duurzaam; Energieboxen via de WoonWijzerWinkel voor een geringe bijdrage (€ 10,-); Zonnepanelenproject; Het ‘Huis van de Toekomst’ (modelwoning en energieloket) in samenwerking met Zaam Wonen en Stichting Dubbel Duurzaam.

Focus 2030 Het is belangrijk dat de gestarte projecten door blijven lopen en dat de gemeente goed in staat is om regionale en nationale programma’s effectief lokaal te doen landen. Deze maatregelen zijn noodzakelijk om de energievraag te besparen en de doelstellingen van de gemeente te behalen. Dat kan gaan om subsidies voor inwoners of om subsidies voor de gemeente, zoals het Nationaal Isolatieprogramma. Zorg daarnaast voor voldoende samenwerking met woningcorporaties om huurders te helpen. Meer projecten zullen landen in het uitvoeringsprogramma warmte en/of warmteprogramma. De meeste inwoners van de gemeente gaven in de enquête aan geen additionele hulp nodig te hebben bij verduurzaming van hun woning.

In relatie tot de prioriteiten

Op basis van de evaluatie en naast voortzetting van de gestarte projecten, richt de gemeente zich op de volgende acties: 1.

Aansluiting zoeken bij provinciale en landelijke regelingen voor verduurzaming van woningen.

2.

Integraliteit van lopende projecten wordt geborgd met andere afdelingen binnen de gemeente door de duurzaamheidscoördinator.

3.

De gemeente kan en wil inwoners niet verplichten om aan de RED II1 te voldoen, maar ziet wel een rol voor zichzelf weggelegd om te stimuleren en mensen bewust te maken. De gemeente kijkt in hoeverre woningcorporaties en utiliteiten gemonitord kunnen worden wat betreft naleving van RED II.

1Per 1 februari 2022 is het verplicht om bij ingrijpende renovaties van woningen en utiliteitsgebouwen in Nederland een minimale hoeveelheid duurzame energie op te wekken met zonnepanelen, warmtepompen of een zonneboiler. De verplichting vloeit voort uit de EU richtlijn Renewable Energy Directive II (RED II). Het is van belang dat de gemeente toezicht houdt op naleving hiervan.

16

•

Prioriteit integraliteit: hoewel integraliteit minder noodzakelijk is om duurzaamheidsprojecten op zichzelf uit te voeren, zijn deze projecten er vaak bij gebaat als de verbinding gelegd kan worden met andere beleidsterreinen. Bijvoorbeeld door de koppeling te zoeken met andere uitdagingen, zoals (energie)armoede en levensloopbestendig wonen.

•

Prioriteit capaciteit & budget: om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen zal extra inspanning noodzakelijk zijn. Dat vraagt om extra capaciteit en budget.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: verduurzaming van woningen zorgt voor energiebesparing, waardoor minder energie hoeft te worden opgewekt. Het stimuleren van inwoners om zonnepanelen te nemen – hoewel kleinschalig – draagt bij aan het duurzaam opwekken van de resterende energievraag.

betreft de best practices zijn er reeds RES-werkgroepen waarin deze gedeeld en besproken worden en zijn er ook nationale ontwikkelingen die gevolgd kunnen worden (bijv .nationale kennisplatforms en ontwikkelingen binnen de PAW).

Verduurzamen bedrijven en utiliteiten Het stimuleren van bedrijven om te verduurzamen is opgepakt in combinatie met de informatie- en energiebesparingsplichtaanpak. Ook loopt inmiddels de MKB Green Deal in SittardGeleen en Stein.

Inschatting benodigde middelen

Uit een vragenlijst verspreid onder lokale bedrijven en ondernemers blijkt dat bedrijven al bezig zijn met de aanschaf van zonnepanelen, airco’s, warmtepompen en ledverlichting. Ook op het gebied van mobiliteit en afval proberen bedrijven stappen te zetten (zoals recycling, afval scheiden, carpoolen, elektrische auto’s en fietsen). De meest genoemde reden waarom bedrijven niet verduurzamen is het gebrek aan terugverdientijd. Als kans wordt meer samenwerking genoemd, bijvoorbeeld via een collectieve inkoop van warmtepompen, zonnepanelen en isolatiematerialen. De gemeente zal hier een rol spelen door te stimuleren, faciliteren en verbinden.

Budget: Jaar

Focus 2030 In de vorige periode is nog weinig aandacht besteed aan het stimuleren van bedrijven en utiliteiten om te verduurzamen vanwege een gebrek aan capaciteit. Het is belangrijk dat hier meer prioriteit voor komt. De evaluatie doet twee concrete voorstellen: 1.

2.

Kosten

2024

20-30k (voortzetting projecten en faciliteren)

2025

30-50k (afhankelijk van continuïteit projecten en rol gemeente)

Totaal 20242025

50-80k

In relatie tot de prioriteiten

Om daadwerkelijk stappen te zetten bij de verduurzaming van bedrijven en utiliteiten is het van belang dat de gemeente hierin een faciliterende rol neemt (ontzorgen van ondernemers) en ondernemers verbindt. Dat kan bijvoorbeeld met een verduurzamingscoach die met bedrijven kan meekijken. Daarom dient er capaciteit beschikbaar te worden gemaakt om inzicht in de stand van zaken te krijgen en waar mogelijk projecten te initiëren voor het stimuleren van het verduurzamen van bedrijven en utiliteit. Er dient bij het stimuleren van bedrijven en utiliteiten tot het verduurzamen van de panden meer aandacht te zijn voor regionale samenwerking, zo kunnen bijvoorbeeld best practices worden gedeeld. Daarnaast dienen de mogelijkheden voor energyhubs te worden geëvalueerd, waarbij de energie-infrastructuur van bedrijven aan elkaar gelinkt kan worden.

Beide ideeën worden overgenomen. Voor het eerste punt uit de evaluatie geldt wel dat de gemeente gaat bekijken wat uitbesteed kan worden en waar koppelkansen liggen. Wat

17

•

Prioriteit integraliteit: de insteek om in te zetten op regionale samenwerking is een goede vorm van integraliteit. Daarnaast kan het helpen om binnen de interne organisatie verbinding te leggen met medewerkers die verantwoordelijk zijn voor beheer van bedrijven(terreinen) en -beleid.

•

Prioriteit capaciteit & budget: er dient meer capaciteit en budget beschikbaar gesteld te worden om een aanpak uit te werken voor het stimuleren van verduurzaming van bedrijven en utiliteiten, zoveel mogelijk in regionale samenwerking of door het aangrijpen van andere koppelkansen.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: een goede koppelkans in deze context kan zijn om de opwek van duurzame energie op bedrijventerreinen te stimuleren. Dat leidt tot een significante bijdrage.

Thema 2: lokale duurzame opwek Inschatting benodigde middelen

Grootschalige opwek Er is nog geen beleid voor grootschalige zonne-energie op land. Voorlopig wordt vooral ingezet op zonne-energie op daken, bedrijventerreinen, parkeerterreinen en langs rijksinfrastructuur. Windenergie lijkt op de meeste locaties in de gemeente Stein uitgesloten, maar kan een belangrijk rol spelen in de transitie indien er mogelijkheden gevonden worden. De gemeenteraad heeft bovenstaand bod geaccordeerd, maar daarbij de prioritering aangebracht dat eerst zon op dak en op parkeerterreinen en bedrijventerreinen gestimuleerd moet worden voordat zon op landbouwgrond wordt gerealiseerd. Daarom is afgesproken dat tot 1 juli 2024 geen zonneparken worden gerealiseerd op landbouwgrond. Ook vormt de huidige netcongestiesituatie in de provincie (en landelijk) een belemmering voor realisatie. Desalniettemin dient Stein te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn (binnen de beperkingen) en beleid op te stellen om invulling te geven aan het RES-bod.

Jaar

Kosten

2024

40-60k (opstellen beleid grootschalige zonne-energie op land + onderzoek mogelijkheden windenergie) 20-40k (uitvoering)

2025

40-60k (afhankelijk van uitkomsten beleid/onderzoek en rol gemeente) 40-60k (uitvoering)

Totaal 20242025

80-120k

In relatie tot de prioriteiten •

Prioriteit integraliteit: niet van toepassing in deze fase.

•

Prioriteit capaciteit & budget: er zal extra capaciteit en budget benodigd zijn om de twee stukken op te (laten) stellen.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: hoewel er nog geen concrete grootschalige opwekprojecten in het verschiet liggen, wordt hiermee wel een belangrijke eerste stap gezet om daar naartoe te werken.

Focus 2030 Tot 1 juli 2024 worden er geen zonneweides op landbouwgrond gerealiseerd. Dat maakt dat de gemeente tot noch toe geen beleid heeft geformuleerd over hoe om te gaan met initiatiefnemers voor grootschalige opwek van zonneenergie. Het is zaak dat de gemeente Stein anticiperend op het aflopen van het amendement en ook om andere vormen van grootschalige zonne-energie te faciliteren werk maakt van een beleid voor initiatiefnemers. Daarom: 1.

Stelt de gemeente beleid op over hoe om te gaan met initiatiefnemers voor grootschalige opwek met zonneenergie. Een energiecoöperatie kan ook initiatiefnemer zijn, de gemeente kijkt hoe om te gaan met verschillende soorten initiatiefnemers en op welke manier energiecoöperaties door de gemeente ondersteund kunnen worden in het kader van lokaal eigendom(minimaal 50%).

2.

In aanvulling op duurzame opwek van zonne-energie doet de gemeente onderzoek naar de mogelijkheden van windenergie en dubbelgebruik van zon- en windopwekking .

18

Inschatting benodigde middelen

Kleinschalige opwek Bij gebrek aan grootschalige opwek van duurzame energie in de gemeente Stein is kleinschalige opwek des te meer van belang. De gemeente heeft zich hier al veel voor ingezet de laatste jaren middels het zonnepanelenproject. Dit project was bedoeld als stimulans voor inwoners om zonnepanelen aan te leggen op hun daken. Er zijn gedurende de looptijd – 2018 tot en met 2022 – ongeveer op 400 wongingdaken zonnepanelen gelegd. De gemeente kan beter monitoren op koppelkansen om op projectniveau kleine zonneprojecten op te starten. Een voorbeeld is de verbouwing van een brug, in een dergelijk project kan bekeken worden of er een mogelijkheid is om zonnepanelen te plaatsen bij de aanleg.

Jaar

Kosten

2024

25-50k (opstellen beleid + onderzoek doorstart zonnepanelenproject + monitoring) 20-40k (uitvoering)

2025

25-50k (afhankelijk van uitkomsten beleid/onderzoek en rol gemeente) 40-60k (uitvoering)

Totaal 20242025

50-100k

Focus 2030 In regionaal verband loopt op dit moment een onderzoek naar beleidsuitgangspunten voor zon op dak. De evaluatie van de vorige energievisie beveelt aan om voor beleid van zon op dak aan te sluiten bij ontwikkelingen gaande zijnde in de RES-regio. Hiervoor zal de gemeente echter proactief eigen beleid opstellen en niet afwachten. De gemeente zet ook in op Opwek van Energie op Rijksvastgoed binnen programma OER.

In relatie tot de prioriteiten •

Prioriteit integraliteit: niet direct van toepassing.

•

Prioriteit capaciteit & budget: er zal extra capaciteit benodigd zijn om eigen beleid op te stellen ten aanzien van zon op dak. Het capaciteitsbeslag van het zonnepanelenproject neemt juist af, omdat het gemeentelijk zonnepanelenproject ten einde is en niet verlengd wordt. Door in regionaal verband een doorstart te onderzoeken, neemt het capaciteitsbeslag af.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: daar waar meer duurzame opwek op kleine schaal wordt gerealiseerd, neemt het aandeel benodigde grootschalige duurzame opwek af.

Als het gaat om het zonnepanelenproject, wil de gemeente geen doorstart realiseren van het project dat van 2018 tot en met 2022 heeft gelopen. Concreet… 1. 2.

Stelt de gemeente beleid op ten aanzien van zon op dak; Gaat de gemeente monitoren of in geplande projecten of gebiedsontwikkeling ruimte ontstaat om duurzame energie op te wekken door zonnepanelen aan te brengen.

19

getransporteerd naar Stein. Import staat los van de in RESverband afgesproken doelstellingen, die moeten nog altijd worden nagekomen.

Import Het importeren van duurzaam opgewekte energie is een manier om het verschil te overbruggen tussen de energievraag van de gemeente Stein en het aandeel van de energievraag dat de gemeente zelf opwekt of kan opwekken. In RESverband is vastgelegd hoeveel energie de regio gezamenlijk opwekt in 2030 (en als onderdeel hiervan de gemeente Stein). Als de gemeente Stein, en de RES-regio Zuid-Limburg, minder opwekt, betekent dat dat de energie elders in Nederland duurzaam moet worden opgewekt. Dat kan bijvoorbeeld op zee zijn, waar door middel van windturbines duurzame energie wordt opgewekt maar niet verbruikt. Een nadeel van de import van energie is wel dat daarmee de behoefte naar versterking van de infrastructuur behoorlijk stijgt. Ook is het eventueel mogelijk om duurzaam opgewekte energie te importeren uit buurlanden zoals Duitsland en België. Dit dient onderzocht te worden.Uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk energie duurzaam lokaal wordt opgewekt en alleen dat wat nodig is geïmporteerd wordt.

Inschatting benodigde middelen Budget: Jaar

Kosten

2024

10-20k (onderzoek import duurzame energie)

2025

Afhankelijk van uitkomsten onderzoek

Totaal 20242025

~10-20k

FTEIn(jaarlijks): 0,1 de prioriteiten relatie tot

Focus 2030 Import van energie is geen doel op zichzelf. Belangrijk is wel om in beeld te hebben welk deel van de energiebehoefte resteert wanneer de geplande grootschalige en kleinschalige duurzame energieopwek in de gemeente zelf heeft gerealiseerd. Dit is immers energie die elders in Nederland moet worden opgewekt en via de infrastructuur moet worden

20

•

Prioriteit integraliteit: niet van toepassing.

•

Prioriteit capaciteit & budget: import zorgt voor weinig extra benodigde capaciteit en budget.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: hoe meer grootschalige opwek wordt gerealiseerd, hoe kleiner de behoefte aan import.

Thema 3: duurzame mobiliteit Inschatting benodigde middelen

Laadinfrastructuur Eind 2020 heeft de gemeente Stein een mobiliteitsplan vastgesteld, onderdeel hiervan is de regionale mobiliteitsvisie waaraan de gemeente zich heeft gecommitteerd. Vervolgens is het beleid om te komen tot een elektrische laadinfrastructuur in 2021 verder uitgewerkt middels het ‘visiedocument laadinfrastructuur’ en het ‘plaatsingsbeleid laadinfrastructuur’. De eerste fase van de proactieve uitrol van laadinfrastructuur is gestart en de doelstelling is om in 2025 ongeveer 1.200 laadpunten te hebben gerealiseerd (publiek en privaat) – dat loopt op tot meer dan 4.000 in het jaar 2035.

Jaar

Kosten

2024

15-20k

2025

15-20k

Totaal 20242025

30-40k

In relatie tot de prioriteiten

Focus 2030 Het uitrollen van openbare laadpalen alsook de inzet van elektrisch vervoer voor ambtelijke kilometers is succesvol opgestart. Het mobiliteitsplan is gereed en de prioriteit moet nu komen te liggen op het succesvol uitvoeren ervan. Het betrekken van (onder andere) woningcorporaties bij het plaatsingsbeleid kan helpen om meer lokale kennis op te doen bij de te maken locatiekeuzes.

•

Prioriteit integraliteit: duurzame mobiliteit wordt vaak elders in de gemeentelijke organisatie geborgd. Goede samenwerking met medewerkers duurzaamheid is dus van belang.

•

Prioriteit capaciteit & budget: niet van toepassing.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet van toepassing.

Inschatting benodigde middelen

Deelmobiliteit Stein heeft relatief veel privaat autobezit en weinig openbaar vervoer. Dat maakt dat er voor autodelen in Stein mogelijk weinig animo is. Desalniettemin is het stimuleren van deelauto’s belangrijk om een alternatief te bieden voor privaat autobezit. Autodelen is namelijk een belangrijk onderdeel van duurzame mobiliteit. Focus 2030 De gemeente wil graag meeliften op regionaal beleid en indien mogelijk in samenwerking met andere gemeenten een actieve rol spelen in concrete projecten. In de komende periode gaat de gemeente onderzoeken hoe samenwerking met andere gemeenten vorm kan krijgen en hoe regionaal beleid kan worden ingevuld op het gebied van e-car sharing.

Jaar

Kosten

2024

15-20k

2025

15-20k

Totaal 20242025

30-40k

In relatie tot de prioriteiten

Qua fietsnetwerk wordt er een doorgaand fietspad gerealiseerd tussen Maastricht en Chemelot: het traject van het IBIS hotel in Stein tot en met het Van der Valk hotel in Urmond is gerealiseerd, er loopt een technisch onderzoek naar de realisatie van het traject tussen het IBIS hotel in Stein en het treinstation Beek-Elsloo. Het fietspad moet geschikt zijn voor ‘speed pedelecs’ en er moeten elektrische fietsoplaadpunten gefaciliteerd worden, onder andere bij horeca. Qua openbaar vervoer kent de gemeente Stein twee busverbindingen en verschillende vormen van openbaar vervoer op aanvraag, zoals de wensauto.

21

•

Prioriteit integraliteit: samenwerking met ambtenaren die actief zijn op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer, mobiliteit en parkeren is van belang.

•

Prioriteit capaciteit & budget: de verwachting is niet direct dat het faciliteren van deelmobiliteit leidt tot extra beslag op gelden of middelen. Dit zal mogelijk in de toekomst wel zo zijn, wanneer de gemeente haar rol heeft bepaald.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet van toepassing.

2.

Thema 4: duurzame organisatie Gemeentelijk vastgoed

3.

De gemeente Stein heeft 30 panden in bezit. Voor het gemeentehuis geldt dat dit goed verduurzaamd is, maar voor de overige 29 panden is dat minder het geval. De evaluatie wijst drie aspecten aan die hieraan hebben bijgedragen: 1.

2.

3.

Beleid: budget voor verduurzaming van gemeentelijke panden is niet opgenomen in het meerjarig onderhoudsbeleid (MJOB) van de gemeente Stein. Wel is er een besluit van de gemeenteraad dat budget vrijmaakt voor verduurzamingsmaatregelen die zich binnen zes jaar terugverdienen. Hier profiteert maar een deel van de gemeentelijke gebouwen van (16 panden), omdat van een deel van de panden de energierekening door de huurder wordt betaald (14 panden) en hetzelfde principe hier niet opgaat. Onzekerheid voortbestaan panden: de status van een aantal van de panden in bezit van de gemeente is ongewis. Deze zijn te kostbaar om te verduurzamen gegeven deze onzekerheid. De gemeente wacht liever op helderheid over de toekomst van deze panden (bijvoorbeeld sloop, of grondige renovatie). Externe ontwikkelingen en besluiten: er zijn gemeentelijke panden die lid zijn van een VvE en niet of beperkt individueel kunnen verduurzamen. Er zijn ook gemeentelijke schoolgebouwen, deze dienen een plan in binnen het kader van het integraal huisvestingsplan (IHP) dat dient te voldoen aan een aantal uitgangspunten op verduurzamingsvlak. De snelheid van verduurzaming is dus afhankelijk van het moment waarop het plan wordt ingediend.

4.

Inschatting benodigde middelen

Op dit moment loopt een onderzoek naar het verduurzamingspotentieel van sportaccommodaties in bezit van de gemeente Stein. Dit is een lastig te verduurzamen doelgroep. Vaak is de gemeente aan zet om verduurzamingsmaatregelen te nemen, maar profiteren de huurders van de gebouwen van de verduurzaming middels een lagere energierekening. Een oplossing kan zijn om te werken met split incentives, dat wil zeggen: de gemeente doet de investering maar verhoogt daarmee de huurprijs (tijdelijk), waardoor de investering wordt terugbetaald. Focus 2030 Richting 2030 onderneemt de gemeente Stein (op basis van de evaluatie van het vorige Klimaat- en energiebeleidsplan) concreet de volgende acties 1.

In ambtelijke samenwerking wordt verkend wat de mogelijkheden zijn om te komen tot een langetermijnstrategie voor vastgoedportfolio. De gemeente gaat zowel intern als met huurders van gemeentelijke gebouwen die de energierekening zelf betalen in gesprek over de mogelijkheden om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Vaak gaat het hier om verenigingen die onvoldoende eigen middelen hebben om zelf te verduurzamen, terwijl ze wel zelf profiteren van de energiebesparing. De gemeente dient naar manieren te zoeken om deze gebouwen te verduurzamen, bijvoorbeeld doordat de huurder de energiebesparing terugbetaalt aan de gemeente totdat de investeringskosten zijn verevend. Een oplossing kan zijn om te werken met split incentives, dat wil zeggen: de gemeente doet de investering maar verhoogt daarmee de huurprijs (tijdelijk), waardoor de investering wordt terugbetaald. Soms gaat het om maatregelen, bijvoorbeeld vervanging van de buitenverlichting van sportclubs, waar de investering groot is maar de besparing ook. Gebruikmakend van bestaande contacten en samenwerkingsvormen tracht de gemeente om met VvE’s en scholen te verkennen op welke manier er (versneld) duurzaamheidsmaatregelen genomen kunnen worden, met name daar waar aanbouw of onderhoud aan de orde is.

De gemeente past het meerjarig onderhoudsbeleid (MJOB) aan opdat duurzaamheidsdoelstellingen integraal onderdeel worden van de renovatie- en investeringsplanning van gemeentelijke gebouwen.

22

Jaar

Kosten

2024

30-60k (uitvoering acties, aanpassen MJOB, verkenning ambtelijke samenwerking, onderzoek mogelijkheden verduurzamingsmaatregelen huurders/gemeentelijke gebouwen en VvE’s/scholen)

2025

30-60k (cont. acties 2024)

Totaal 20242025

60-120k

In relatie tot de prioriteiten •

Prioriteit integraliteit: voor alle actiepunten geldt dat integraal werken binnen de gemeentelijke organisatie van groot belang is voor het succes. Een eerste stap is om de relevante collega’s te identificeren en te benaderen om tot een succesvol uitvoeringsidee te komen.

•

Prioriteit capaciteit & budget: uitvoering van de actiepunten is deels mogelijk belegd binnen de huidige formatie van medewerkers. Echter is het aannemelijk dat er aanvullende capaciteit nodig is. Een toename van het benodigde budget is voorzien, maar de invulling ervan moet uitwijzen hoe groot het benodigde aanvullende budget is.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet van toepassing.

Duurzaam inkopen Duurzaam inkopen is voorlopig onvoldoende verankerd in het gemeentelijk beleid. Hiervoor zijn de volgende redenen te benoemen: 1.

2.

3.

Inschatting benodigde middelen

Geen duidelijk beleid: het thema duurzaamheid heeft een plek in het inkoopbeleid alleen in de vorm van duurzaam inzetten van mensen. De aanbestedingsgrens: de relatief lage aanbestedingsgrens van € 5.000,- maakt dat er veel wordt gevraagd van de gemeente en inschrijvende partijen. Er wordt dan niet altijd de meest duurzame dienst ingekocht, omdat beide partijen relatief veel tijd kwijt zijn aan inkoopprocessen. Ambtenaren zijn zelf verantwoordelijk voor inkoop: ambtenaren houden zich naast hun reguliere taken bezig met inkoop. Dit kost hen veel tijd omdat het geen routinematig werk is. Dat maakt ook dat niet altijd de meest duurzame keuze wordt genomen.

De aanbestedingsgrens is inmiddels verhoogd.

2.

Er start een onderzoek om te verkennen hoe duurzaamheid beter verankerd kan worden in het inkoopbeleid en om te kijken of centraal inkopen mogelijk zou kunnen zijn. Een optie kan zijn om een duurzaamheidsvertegenwoordiger intern aan te stellen, die altijd onderdeel uitmaakt van een (gebiedsgerichte) projectorganisatie. Indien dit niet mogelijk blijkt, zal worden ingezet op structurele bewustwording bij relevante medewerkers. Dat kan bijvoorbeeld door een jaarlijkse bewustwordingsworkshop te organiseren voor medewerkers die met inkoop bezig zijn.

3.

Kosten

2024

10k (concretiseren beleid energetische duurzaamheid, voorlichting, centraliseren inkoop)

2025

10k (cont. acties 2024)

Totaal 20242025

20k

In relatie tot de prioriteiten

Focus 2030 Om het proces van duurzaam inkopen te verbeteren, neemt de gemeente de volgende stappen: 1.

Jaar

23

•

Prioriteit integraliteit: integraliteit is van groot belang voor het slagen van dit onderdeel. Duurzaamheid wordt namelijk integraal onderdeel van het inkoopbeleid en dat landt ook buiten medewerkers en afdelingen die primair met duurzaamheid bezig zijn.

•

Prioriteit capaciteit & budget: er moet capaciteit vrijgemaakt worden zodat er ambtelijk ruimte is om duurzaamheid als onderdeel van het inkoopbeleid mee te nemen. De voorgestelde acties zijn bepalend voor de omvang van deze capaciteit en de plek binnen de organisatie waar deze voornamelijk zal landen.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet van toepassing.

Duurzame medewerkers De voorbeeldrol van de gemeente komt op verschillende punten tot uiting. Naast een duurzaam inkoopbeleid en de verduurzaming van het eigen vastgoed van de gemeente, is het belangrijk dat medewerkers gestimuleerd en gefaciliteerd worden om zich in te zetten voor een duurzame gemeente. Dit omvat ook duurzaam gedrag op de werkvloer.

In relatie tot de prioriteiten

Focus 2030 De gemeente Stein stimuleert duurzaam vervoer van de eigen medewerkers. Hiertoe stelt de gemeente ter beschikking: drie elektrische auto’s, twee elektrische fietsen, een OV businesscard en een voordelig fietsplan. De auto’s zijn beletterd met tekst waaruit blijkt dat de gemeente Stein duurzame mobiliteit stimuleert.

•

Prioriteit integraliteit: de duurzame mobiliteitsopties zijn beschikbaar voor alle medewerkers. Door duurzaamheid op deze manier breed onder de aandacht te brengen in de ambtelijke organisatie, ontstaat normalisatie van het onderwerp.

•

Prioriteit capaciteit & budget: de focuspunten voor 2030 leiden tot een beperkt aanvullend beslag op het budget. De genoemde duurzame mobiliteitsmogelijkheden bestaan al in de gemeente. In verband met mogelijke uitbreiding van het personeelsbestand en wanneer er veel gebruik wordt gemaakt van de bestaande middelen, kan het echter verstandig zijn om het aantal elektrische auto’s en fietsen in de toekomst uit te breiden.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet van toepassing.

Inschatting benodigde middelen Budget: Jaar

Kosten

2024

10k

2025

Afhankelijk van voortgang

Totaal 20242025

~10k

24

eerder genoemde verplichtingen, namelijk: energielabel bouw, energielabel C kantoren, informatieplicht, BENG-eis en EPBD III. Daarnaast dient de gemeente te voldoen aan de RED II-richtlijn voor hernieuwbare energie bij ingrijpende verbouwing of renovatie.

Thema 5: wettelijk verplichte toezicht- en handhavingsrol Toezicht en handhaving bedrijven In Stein zijn er 257 bedrijven die onder de informatie- en energiebesparingsplicht vallen. Hiervan hebben 151 bedrijven zich anno 2022 nog niet gemeld, hen is door de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) verzocht om te reageren. De RUD regio Zuid-Limburg is het orgaan dat de handhaving op zich neemt. In de periode 2020-2022 zijn 15 bedrijven fysiek bezocht. Vaak blijkt dat bedrijven die zich niet zelf gemeld hebben (~90%) in de praktijk toch niet informatieplichtig blijkt.

Inschatting benodigde middelen

Focus 2030 Energietaken zijn door het Rijk recent belegd bij de uitvoeringsdiensten (RUD). Hiervoor dient nog overleg plaats te vinden met de RUD om afspraken te maken over focus en budget. Omdat de door RVO verstrekte bedrijvenlijst in veel gevallen niet blijkt te kloppen met betrekking tot de informatieplichtigheid van bedrijven, is het van belang dat deze wordt geactualiseerd. Dit ligt buiten de invloedssfeer van de gemeente. Wat de gemeente wel kan doen: 1.

2.

3.

•

•

•

Kosten

2024

50k

2025

50k

Totaal 20242025

100k

In relatie tot de prioriteiten

Zich proactief opstellen richting RVO om ervoor te zorgen dat de geactualiseerde lijst op korte termijn wordt verkregen. Zich proactief opstellen richting de RUD om ervoor te zorgen dat controle en handhaving adequaat wordt opgepakt. Per januari 2023 zijn kantoorgebouwen verplicht om door te isoleren tot energielabel C. De gemeente is in principe het bevoegd gezag om hierop toe te zien.

Overige verplichtingen Behalve de verplichtingen voor bedrijven op het gebied van energiebesparing gelden er nog drie verplichtingen: •

Jaar

De BENG-eis: BENG staat voor ‘bijna energieneutraal gebouw’. Voor alle nieuwbouw (woningen en utiliteitsbouw) geldt dat deze BENG opgeleverd moet worden indien de aanvraag onder de omgevingsvergunning na 1 januari 2021 valt. EPBD III: EPBD III staat voor ‘Energy Performance of Buildings Directive’. Deze herziene Europese richtlijn richt zich op de gehele gebouwde omgeving en schrijft maatregelen voor op het gebied van technische bouwsystemen, technische keuringen voor verwarmings- en aircosystemen en laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Energielabel bouw verplicht: bij de verkoop, verhuur of oplevering van gebouwen is het verplicht om een actueel energielabel aan te vragen. Voor relevante verplichtingen voor woningbouwcorporaties worden prestatieafspraken gemaakt tussen de corporaties en de gemeente.

Voor de gemeente zelf geldt ook dat ze gebonden is aan de

25

•

Prioriteit integraliteit: samenwerking met de RUD en daarbij omliggende gemeenten was en blijft belangrijk; er is geen reden om aan te nemen dat verdergaande integraliteit binnen de eigen organisatie van belang is.

•

Prioriteit capaciteit & budget: er is extra budget voor de RUD nodig.

•

Prioriteit opwek van duurzame energie: niet van toepassing, tenzij zonnepanelen onder de informatieplicht vallen.

Uitvoeringsprogramma 2024-2025 Onderstaand overzicht omvat een reële inschatting van de totale kosten die gepaard gaan met de ambities voortvloeiend uit deze Lokale Energie Visie. Per thema zal steeds de afweging worden gemaakt of beleid en uitvoering door ons zelf wordt opgepakt of dat we gedurende de looptijd van de visie de CDOKE middelen inzetten om extra capaciteit in te huren. Doordat het taakveld nog steeds in beweging is en daardoor moeilijk valt in te schatten welke taken vanuit het Rijk op gemeenten afkomen, willen we daar in het eerste uitvoeringsjaar (2024) flexibel in zijn en willen we organisch naar een vaste formatie binnen het taakveld Duurzaamheid groeien. BUDGET 2024 (€)

BUDGET 2025 (€)

Uitvoeringsplan opstellen (2024) n.a.v. Transitievisie Warmte, waarbij integraliteit en betrokkenheid van inwoners van belang zijn. Warmteprogramma opstellen (2025-2026). Of indien gewenst, uitvoeringsplan en Warmteprogramma gezamenlijk opstellen in één document (2024)

150k (incl. uitvoering)

150k (incl. uitvoering)

Doorzetten van projecten om koop- en huurwoningeigenaren te stimuleren om te verduurzamen - of combineren in een overkoepelend energiebesparingsproject

75-100k

75-100k

Faciliteren, stimuleren en verbinden van bedrijven om te verduurzamen, zowel in de gemeente als regionaal. De beste vorm om dit te doen moet blijken, ideeën zijn werken met een verduurzamingscoach om bedrijven te begeleiden of een energyhub om samenwerking tussen bedrijven te faciliteren.

20-30k (nieuwe acties)

30-50k (nieuwe acties)

40-60k 20-40k (uitvoering)

40-60k 40-60k (uitvoering)

25-50k 20-40k (uitvoering)

25-50k 40-60k (uitvoering)

10-20k

Afhankelijk van uitkomsten onderzoek

Plaatsingsbeleid laadinfrastructuur uitvoeren

15-20k

15-20k

Onderzoek doen naar samenwerking met andere gemeenten op het gebied van e-car sharing

15-20k

15-20k

30-60k

30-60k

Duurzaamheid (energetisch) verankeren als onderdeel van het inkoopbeleid, indien onmogelijk moet er minimaal gezorgd worden voor meer bewustwording bij medewerkers die met inkoop bezig zijn.

10k

10k

Duurzame mobiliteit van medewerkers (blijven) faciliteren

10k

Afhankelijk van voortgang

50k

50k

490-660k

520-800k

ONDERDELEN Thema 1: duurzame gebouwen

Thema 2: duurzame opwek van energie Onderzoek doen naar de mogelijkheden van windenergie Beleid opstellen over hoe om te gaan met initiatiefnemers voor grootschalige opwek met zonne-energie, zowel commerciële initiatiefnemers als bottom-up initiatieven Beleid opstellen over hoe om te gaan met zon op dak Onderzoek doen naar manieren om in regionaal verband een doorstart van het zonnepanelenproject te realiseren Bij geplande projecten en gebiedsontwikkeling monitoren of er ruimte ontstaat om duurzame zonneenergie op te wekken Onderzoek doen naar mogelijkheden voor import van duurzame energie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=3c54c3e3-ab81-4db1-b517-76531e5bfcaf