CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport RKC nazorg Majeure Projecten def.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 16 december 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Nazorgonderzoek Majeure projecten RKC Stein6.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nazorgonderzoek Majeure Projecten

Rekenkamercommissie Stein Stein, 18 oktober 2021

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................. 3 1.

Achtergrond en aanleiding nazorgonderzoek ........................................ 4 1.1. Doel en afbakening onderzoeksvraag ........................................................................... 4 1.2. Onderzoeksaanpak .................................................................................................... 5

2. Nota van bevindingen ................................................................................ 6 2.1. Aanbeveling 2018: “1. Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader” ..................... 8 2.2. Aanbeveling 2018: “2. Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie” ........... 11 2.3. Aanbeveling 2018: “3. Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien” ...................................................................................................................... 13

3. Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15 4. Bestuurlijke reactie .................................................................................. 20 5. Nawoord Rekenkamercommissie ............................................................. 22 6.

Bijlagen .............................................................................................. 23 Bijlage 1. Overzicht conclusies en aanbevelingen Nazorgonderzoek Majeure Projecten ............. 24 Bijlage 2. ...................................................................................................................... 26 2a. Raadsvoorstel regeling majeure projecten .................................................................... 26 2b. Raadsbesluit regeling majeure projecten. ..................................................................... 30 Bijlage 3. Leidraad Projectmatig werken + formats ............................................................. 35 Bijlage 4. Roadmap Implementatie PMW 2020. .................................................................. 53

3

1. Achtergrond en aanleiding nazorgonderzoek In de periode 2017-2018 deed de voormalige Rekenkamercommissie Sittard-Geleen en Stein onderzoek naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein (publicatiedatum: 18 maart 2018, (zaaknummer 09711248 1). De Raad heeft in haar vergadering d.d. 24 mei 2018 het onderzoeksrapport vastgesteld. Gelet op het feit dat destijds een periode van twee jaar was verstreken sinds de besluitvorming over dit onderzoeksrapport, heeft de Rekenkamercommissie het Nazorgonderzoek Majeure Projecten opgenomen in de Onderzoeksprogramma’s 2020 en 2021 (afronding). Onze Rekenkamercommissie hecht er grote waarde aan dat door de raad overgenomen aanbevelingen uit rekenkameronderzoeken gevolgd en gemonitord worden: is er iets met de aanbevelingen gebeurd en is te achterhalen wat daarvan het effect is geweest? Dit inzicht stelt de raad in staat om het gesprek te voeren met het college over de realisatie van gemaakte afspraken en eventueel te komen tot hernieuwde afspraken, passend bij actuele ontwikkelingen.

1.1. Doel en afbakening onderzoeksvraag Het onderzoek 2018 was in feite een evaluatief onderzoek naar de structuur en procesgang van het Centrumplan als praktijkcasus met de volgende conclusies. Conclusies 2018: 1. 2. 3. 4. 5.

Het project ‘Centrumontwikkeling’ heeft zich voorgedaan tegen de achtergrond van lastige inen externe omstandigheden. De projectorganisatie is vanaf het begin tot het einde goed gestructureerd geweest met behulp van in- en extern overleg. Op een aantal punten ontbreekt het aan een expliciete projectmatige systematiek. De formele informatievoorziening is fragmentarisch geweest. De implementatie van projectmatig werken verloopt nog stroef maar heeft de aandacht.

De generaliserende aanbevelingen uit het onderzoek 2018 hadden betrekking op de projectorganisatie en informatievoorziening aan de Raad. Het voorliggend onderzoek beperkt zich tot de implementatie van de aanbevelingen van het onderzoek 2018 daar waar het los gezien kan worden van de context (het Centrumplan) waarin het onderzoek 2018 plaats heeft gevonden. Aanbevelingen 2018: 1. 2. 3.

1

4

Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’]. Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien.

https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Stein/bc79acc9-d7e5-41ab-b9dc-e2a55019bc44

Het doel van het nazorgonderzoek is om inzichtelijk te maken wat de raad heeft besloten over deze aanbevelingen en hoe het college dit heeft geïmplementeerd. Daarnaast is er aandacht voor de vraag hoe de Raad over de voortgang is geïnformeerd. Zo kan de controlerende en bijsturende rol van de Raad getoetst worden. De peildatum van het onderzoek zijn de vorderingen die zijn gemaakt vanaf 24 mei 2018: de datum dat de Raad het onderzoeksrapport heeft vastgesteld.

1.2. Onderzoeksaanpak Het onderzoek volgt de stappen die in het onderzoeksprotocol zijn omschreven en bevat de volgende onderdelen: 1. Projectvoorbereiding, dossieronderzoek incl. uitvraag bij Limburgse gemeenten en vaststellen Plan van Aanpak door de RKC. 2. Startgesprek RKC en college. 3. Interviews met AO, college en Raad. 4. Opstellen nota van bevindingen inclusief ambtelijke wederhoor. 5. Analyse en opstellen eindrapport. 6. Bestuurlijke besluitvorming en wederhoor. 7. Aanbieding eindrapport aan de Raad. De Raad, het college, de gemeentesecretaris en de ambtelijke organisatie (AO) zijn geïnformeerd over de aanpak en werkwijze. In het startgesprek is met het college en de gemeentesecretaris afgesproken dat de controller contactpersoon voor dit onderzoek is. In navolging van het Startgesprek tussen de Rekenkamercommissie en het college heeft de AO informatie over projectmatig werken beschikbaar gesteld. Om een evenwichtig beeld te creëren van de vorderingen, zijn gesprekken gevoerd met de ambtelijke organisatie, college en Raad. Naar aanleiding van het interview met de AO is extra informatie opgevraagd: de bijlagen van de leidraad en de roadmap voor de implementatie van projectmatig werken in de ambtelijke organisatie. Namens het college is de wethouder ‘Fysieke Leefomgeving’ uitgenodigd voor een interview gezien de raakvlakken met projectmatig werken in het fysieke domein.

Tijdens het onderzoek (interviewfase) is ook de wethouder ‘Sociaal Domein’ uitgenodigd vanwege het feit dat ook in het sociale domein grote uitgaven gedaan worden in een complexe omgeving. Tot slot is gesproken met een delegatie van de Raad (oppositie en coalitie).

5

2. Nota van bevindingen In de periode 2017-2018 deed de voormalige Rekenkamercommissie Sittard-Geleen en Stein onderzoek naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein (publicatiedatum: 18 maart 2018). De Rekenkamercommissie heeft in haar bevindingen geconstateerd dat het project 'Centrumontwikkeling' zich heeft voorgedaan tegen de achtergrond van lastige in- en externe omstandigheden. In het rapport werd vastgesteld dat de opzet en werkwijze van de projectorganisatie laat zien dat vanaf de start tot aan de afronding van het proces er goed gestructureerd gewerkt is met behulp van in- en extern overleg. Desondanks ontbrak het op een aantal punten aan een expliciete projectmatige systematiek. Debet daaraan was dat de implementatie van het projectmatig werken goede aanzetten liet zien, maar nog onvoldoende verankerd was om een stevig raamwerk te bieden voor een dergelijk majeur project. De aanbevelingen richtten zich dan ook in grote lijn op het verstevigen van het projectmatig werken. De basis hiervoor was te vinden in de verdere ontwikkeling van het in aanzet reeds bestaande beleidskader 'projectmatig werken'. De Raad heeft in haar vergadering d.d. 24 mei 2018 het onderzoeksrapport vastgesteld met dien verstande dat: -

de reactie van het college van B&W leidend dient te zijn in de uitvoering van de aanbevelingen; en kennis te nemen van het standpunt van B&W dat de conclusies en aanbevelingen van het rapport als ‘waardevol’ typeert en deze binnen de Steinse context en maatvoering in hanteerbeer beleid zal omzetten.

In onderstaande hoofdstukken wordt per aanbeveling uiteengezet hoe deze is geïmplementeerd. De volgorde van de hoofdstukken is niet chronologisch, gezien de ontwikkeling van projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en het opstellen van de Regeling Majeure Projecten (RMP, bijlage 2) simultaan is verlopen. De implementatie van de drie aanbevelingen kunnen in de praktijk niet los van elkaar gezien worden. Om Majeure Projecten te kunnen benoemen en conform de Regeling te werken, is het nodig om als organisatie projectmatig te werken. Het samenspel van de stakeholders in projectmatig werken is in figuur 1. hieronder weergegeven.

6

Figuur 1. Samenspel stakeholders in projectmatig werken Stakeholders

gremium

documenten in blauw.

Projectmatig werken

College van B&W

Raadsvergadering

Collegevergadering Projectwethouder / bestuurlijk opdrachtgever Regulier projectenoverleg Ambtelijke organisatie 3. Leidraad Projectmatig Werken 4. Roadmap

7

Raad (Werkgroep Regeling Majeure Projecten) 1. Besluit inzake vaststellen rapport en aanbevelingen Onderzoek 2018 2. Regeling Majeure Projecten

2.1. Aanbeveling 2018: “1. Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader” Implementatie uniform projectmatig werken: leidraad en roadmap In het Onderzoeksrapport Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein (2018) werd geconstateerd dat het Centrumplan projectmatig werd uitgevoerd. Het ontbrak echter op een aantal punten aan een expliciete projectmatige systematiek. Debet hieraan was dat de implementatie van het projectmatig werken onvoldoende verankerd was om een stevig raamwerk te bieden voor een majeur project. De aanbevelingen richtten zich dan ook in grote lijn op het verstevigen van het projectmatig werken. Aanbeveling 1 (2018) luidt dan ook: “Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’]”. De ambtelijke organisatie omarmt projectmatig werken. Het bovengenoemde ‘voorgenomen beleidskader’ refereert aan het implementatieplan voor projectmatig werken als uitvloeisel van de reorganisatie in 2016. Het implementatieplan had vertraging opgelopen door veranderingen in management en prioriteiten in combinatie met een gebrek aan capaciteit (kwantitatief). De organisatie heeft het echter niet links laten liggen. Het wil ook niet zeggen dat er in het verleden niet projectmatig werd gewerkt. Het ontbrak echter aan een uniforme projectmatige systematiek.

In zulk een situatie is het moeilijk om ‘best practices’ te delen of als organisatie van elkaar te leren om in control te zijn. Het Rekenkamerrapport 2018 werd ervaren als prikkel om projectmatig werken verder te introduceren. Daarnaast is er actief gewerkt aan het meenemen en informeren van de Raad inzake projectmatig werken en investeringen (zie ook hoofdstuk 2.3. hieronder). De visie op projectmatig werken en de uniforme implementatie in de lijnorganisatie wordt geleid door de teamleider ruimtelijke projecten, beleid en openbare ruimte. De teamleider acteert als projectleider projectmatig werken. De invoering van uniform werken is dan ook niet toevallig gestart in het Fysieke Domein. Het voordeel daarvan is dat in een ‘kleine’ omgeving ervaring kan worden opgedaan met de ‘nieuwe standaard’. Deze ervaringen kunnen ingezet worden bij de meer complexe projecten zoals bijvoorbeeld in het Sociaal Domein. Het implementatieplan is sinds 2018 doorontwikkeld tot de ‘leidraad’ welke op ambtelijk niveau op 11 maart 2020 is vastgesteld door het management (MT). Zie bijlage 3. Het is een theoretisch kader bedoeld om middels formats meer uniformiteit in de organisatie te ontwikkelen. Aan de hand van voorgeschreven risico, financiële-, planning- en communicatieparagrafen wordt projectmatig werken gestandaardiseerd. De leidraad is een ‘standaard’ van het uniform projectmatig werken.

De leidraad is bedoeld als een dynamisch ‘groeidocument’ waarin nieuwe inzichten verwerkt kunnen worden. Leren van elkaars ervaringen op basis van eerdere projecten wordt gestimuleerd aan de hand van een te vormen projectencatalogus. Daarin zijn voorbeelden van projecten, waarin de formats ten behoeve van uniform projectmatig werken zijn gehanteerd, opgenomen. Dat biedt een goede basis om te werken conform de Regeling Majeure Projecten. Projecten zoals bedoeld in de leidraad, waartoe het college en MT besluiten, zijn niet per se Majeure Projecten zoals bedoeld in de RMP waarover de Raad besluit. Maar als de Raad Majeure Projecten benoemt, is het nodig om als organisatie

8

projectmatig te werken en over sturingsinformatie te beschikken om de Regeling uit te kunnen voeren en de Raad volledig te informeren over (de voortgang van) Majeure Projecten. De RKC heeft de bijlagen 2 van de leidraad niet ontvangen. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de formats nog verder ontwikkeld en daarmee definitief gemaakt dienen te worden. Momenteel wordt gewerkt met de aangeleverde formats van het Programma reconstructie route A2 – Haven – Poort van Stein) die op basis van ervaringen verder worden geoptimaliseerd. De Rekenkamercommissie heeft deze voorbeelden van het A2projectplan en projectformat ontvangen. In het A2-plan worden de risico’s geïdentificeerd met bijhorende beheersmaatregelen. Binnen projecten wordt gewerkt met een post onvoorzien waarmee risico’s worden afgedekt. De procentuele kans dat het risico optreedt en de financiële impact bij optreden worden hierin niet gekwantificeerd. Na het vaststellen van de leidraad is een ‘roadmap implementatie PMW (projectmatig werken) 2020’ ontwikkeld (bijlage 4). De roadmap is een hulpmiddel, niet formeel vastgesteld door het MT, met als doel om uniform projectmatig werken conform de leidraad te implementeren in de verschillende afdelingen van de gemeentelijke organisatie. De roadmap is abstract. Er blijkt niet wanneer en in welke teams projectmatig werken wordt ingevoerd.

Onder andere het thuis- en digitaal werken naar aanleiding van de coronacrisis vertraagt de uitrol van uniform projectmatig werken conform de leidraad en roadmap in de ambtelijke organisatie. Het doel was om in het vierde kwartaal van 2020 projectmatig werken te hebben ingevoerd in de lijnorganisatie. Het is onduidelijk welke stappen in de roadmap c.q. implementatie van projectmatig werken zijn doorlopen. Herstructureren overlegstructuren De leidraad omschrijft een vaste structuur en format waarin een project gegoten kan worden. Dit kan gezien worden als de harde kant van uniform projectmatig werken. De ‘zachte kant’ van projectmatig werken gaat over een herstructurering van overlegstructuren. Waar projectleiders in het verleden ‘verkokert’ werkten binnen hun eigen projecten en bilateraal overlegden met bestuurders, is er in het Fysieke Domein een maandelijks ambtelijk projectenoverleg met projectleiders geïntroduceerd, voorgezeten door de teamleider ruimtelijke projecten, beleid en openbare ruimte. De bestuurder wordt structureel maandelijks bijgepraat in een bestuurlijk projectenoverleg. De leidraad maakt onderscheid tussen meer complexe “integrale projecten” en “overige projecten”. De projectorganisatie voor “overige projecten” is eenvoudiger dan die van integrale projecten.

Het grootste verschil zit hem erin dat de bestuurlijk opdrachtgever niet gedurende het project bij de uitvoering is betrokken. De ambtelijk opdrachtgever heeft bij “overige projecten” met name die rol. De bestuurder wordt slechts door middel van voortgangsrapportages in een projectenoverleg geïnformeerd. Er kan voor worden gekozen om een klankbordgroep in te stellen. “Integrale projecten” kenmerken zich door de verantwoordelijke rol van een projectwethouder. Deze neemt plaats in de stuurgroep samen met ambtelijk opdrachtgever en projectleider. Dit gremium kan worden aangevuld met andere collegeleden of integrale MT-leden. In de stuurgroep vindt informatieoverdracht Exclusief de bijlagen: 1. Inhoudsopgave/structuur projectplan; 2. Template voortgangsrapportages; 3. Inhoudsopgave/Structuur communicatieplan; 4. Checklist risico’s; 5. Checklist Evaluatie

2

9

plaats, worden belangrijke besluiten ten aanzien van het project genomen en wordt bepaald in hoeverre voorstellen ter besluitvorming aan het College kunnen worden aangeboden. Mijlpalen worden vooraf in de planning benoemd. Beslismomenten van het college kunnen daarin benoemd worden. Afwijkingen worden door de portefeuillehouder gemeld in het college en daar waar nodig voorzien van een collegebesluit. Het College is eindverantwoordelijk. Kennis- en informatieoverdracht met betrekking tot projecten en ervaring met projectmatig werken wordt op deze manier zowel horizontaal (tussen teams in de ambtelijke organisatie) als verticaal (van ambtelijke organisatie naar bestuurder) geborgd. Daarnaast wordt ernaar gestreefd om ieder project te evalueren met het oog op kennisoverdracht. Uit het interview met de Ambtelijke Organisatie blijkt ook dat men aandacht heeft voor het opleiden van medewerkers om ieders rol in projectmatig werken uit te kunnen voeren. In de verschillende teams wordt geïnventariseerd waar de behoefte ligt. Bevinding 1: de ambtelijke organisatie professionaliseert ‘projectmatig werken’. Projectmatig werken wordt door de ambtelijke organisatie serieus opgepakt en planmatig, gefaseerd geïmplementeerd in de organisatieonderdelen. De behoefte aan kennis en kunde wordt geïnventariseerd. De leidraad wordt door de uitvoering van projectevaluaties een groeidocument.

Bevinding 2: het invoeren van uniform projectmatig werken in de organisatie wordt geleid door de ambtelijke organisatie vanuit het ruimtelijke c.q. fysieke domein. Bevinding 3: De procentuele kans dat het risico optreedt en de financiële impact bij het optreden worden niet gekwantificeerd. Daardoor kan niet optimaal financieel gestuurd worden op risico’s en is het mogelijk dat een te grote of te kleine risicoreserve wordt aangehouden. Bij een te grote risicoreserve wordt onnodig beslag gelegd op gemeenschapsgelden die elders ingezet kunnen worden. Bij een te kleine risicoreserve is mogelijk de begroting te klein indien risico’s optreden en wordt de gemeente met onverwachte uitgaven geconfronteerd. Bevinding 4: De roadmap is niet actueel. Het invoeren van uniform projectmatig werken in de lijnorganisatie loopt vertraging op.

10

2.2. Aanbeveling 2018: “2. Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie” De Gemeente opereert in een steeds complexere omgeving. Voorbeelden van projecten die door geïnterviewden genoemd zijn als mogelijke Majeur Project, zijn: de Omgevingswet, de 3D-operatie en ‘Grip op Sociaal Domein’, aanbesteding telefonie, nieuw zaaksysteem, invoering iBabs (informatievoorzieningsysteem), de duurzaamheidtransitie en het A2-project. Dat betekent overigens niet per se dat deze projecten niet projectmatig zijn aangepakt, zoals het A2-project en de 3D-operatie. Een project als het Wijk Actie Programma (WAP) Nieuwdorp heeft raakvlakken met zowel het fysieke domein (woningtransformatie, accommodaties) als sociale aspecten (buurtcentrum, bruisend hart Nieuwdorp, verduurzaming, burgerinitiatieven). De noodzaak om uniform projectmatig te werken in steeds complexere en duurdere projecten, wordt dus groter. De leidraad is door het management vastgesteld. Het college heeft er kennis van genomen. De individuele portefeuillehouders worden op inhoud per project door de AO geïnformeerd. Er is geen bestuurlijk portefeuillehouder ‘projectmatig werken’. Bevinding 5: de regie voor de implementatie van projectmatig werken ligt bij het management van de ambtelijke organisatie. Bevinding 6: projectmatig werken raakt iedere portefeuille.

Er is geen overstijgend bestuurlijk aanspreekpunt voor projectmatig werken. De portefeuillehouders, als bestuurlijk opdrachtgever, zijn echter in een unieke positie om kwaliteit en uniformiteit te bewaken bij de uitvoering van projecten. Als college denkt men na over de minimale eisen voor een voortgangsrapportage waaronder risicobeoordeling en -beheersing. Er wordt bijvoorbeeld in het fysieke domein ook bestuurlijk gestuurd om conform projectmatig werken aan de slag te gaan. Bovendien kan het college gezamenlijk, portefeuille-overstijgend, bevorderen dat dezelfde standaarden voor projectmatig werken conform leidraad uitgerold worden naar andere organisatieonderdelen. De bestuurder kan een aanjaagfunctie innemen in het implementeren van projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en het verantwoorden naar de Raad conform de door de Raad vastgestelde aanbevelingen 2018, wo. “Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie (red. van het voorgenomen beleidskader projectmatig werken)”. Daarmee wordt het college de spil tussen de ontwikkelingen in projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en het uitvoeren van de Regeling Majeure Projecten. De RMP en projectmatig werken kunnen niet los van elkaar gezien worden. Om Majeure Projecten te kunnen benoemen en conform de Regeling te werken, is het nodig om als organisatie projectmatig te werken.

De Regeling schrijft in de artikelen 7 tot en met 10 immers voor welke sturingsinformatie nodig is voor het opstellen van basis- en voortgangsrapportages ten behoeve van de Raad. In hoofdstuk 2.1. werd opgemerkt dat in het A2-plan de risico’s worden geïdentificeerd met bijhorende beheersmaatregelen. De kans dat het risico optreedt en de impact bij optreden worden niet gekwantificeerd. De RMP schrijft zulke sturingsinformatie voor. Het A2-project is weliswaar geen Majeur Project, maar door de vereisten van de Regeling in de leidraad en formats op te nemen, is de organisatie meer in control en kan de Raad op ieder moment van sturingsinformatie worden voorzien bij het benoemen van een Majeur Project.

11

Bevinding 7: het college heeft de positie om als spil de verbinding te leggen tussen de ontwikkelingen in projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en het uitvoeren van de Regeling Majeure Projecten.

12

2.3. Aanbeveling 2018: “3. Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien” Op 5 februari 2020 heeft de Raad de Regeling Majeure Projecten vastgesteld. In de regeling is ook de manier van werken, informeren van de Raad en welke sturingsinformatie benodigd is, vastgelegd. De bevoegdheid om majeure projecten te benoemen komt conform de RMP exclusief toe aan de Raad. De Raad kan conform de Regeling “op elk moment een aanwijzing tot een majeur project doen” (artikel 3, lid 1). Tijdens de behandeling van de Regeling Majeure Projecten en de dientengevolge vaststelling van de Regeling in februari 2020, heeft de Raad besloten een werkgroep in het leven te roepen. De werkgroep heeft tot taak om aan de Raad te adviseren welke projecten door de Raad als Majeure Project aangewezen kunnen worden. Het Presidium benoemt de leden van de werkgroep. Door opvolgende coronamaatregelen sinds maart 2020 hebben andere prioriteiten de agenda van het Presidium bepaald en zijn de rol en werkwijze van de werkgroep niet besproken. Er zijn nog geen leden benoemd en de werkgroep is tot op heden niet bij elkaar gekomen. Bevinding 8: Het Presidium heeft geen leden van de werkgroep Regeling Majeure Projecten benoemd.

De rol en werkwijze van de werkgroep RMP zijn nog niet door het Presidium bepaald. De werkgroep RMP is niet bij elkaar gekomen. Zowel de AO en college als Raad benoemen in de interviews de begrotingsbehandeling als een ‘natuurlijk’ moment om Majeure Projecten te benoemen. Tijdens de behandeling van de Begroting 2021 zijn er geen Majeure Projecten benoemd en is de Regeling niet expliciet ter sprake gekomen. Bevinding 9: de begrotingsbehandeling is een natuurlijk moment om Majeure Projecten te benoemen. Het project Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor schoolgebouwen is tijdens de behandeling op 8 oktober 2020 door de Raad impliciet aangemerkt als Majeur Project om zodoende meer en periodiek geïnformeerd te worden. 3 Het voldoet ook aan het criteriumvereiste conform artikel 3 lid 3 en artikel 4. 4 In de geest van de Regeling is door een Raadswerkgroep met het college afspraken gemaakt over de informatievoorziening. In het traject richting de aanbesteding van het IHP zijn afspraken neergelegd in het aanbestedingsdocument c.q. pakket van eisen met o.a. betrekking tot informatievoorziening over de voortgang, deadlines en rapportagemomenten aan de Raad. Dit procesvoorstel moet resulteren in een door alle partijen gedragen programma van eisen/projectplan en een aanbestedingsdocument teneinde dit project op de markt te kunnen wegzetten.

Met als uiteindelijk doel een door de gemeenteraad vast te stellen Integraal Huisvestingsplan. Bron: Conceptprocesvoorstel Integraal Huisvestingsplan gemeente Stein behorende bij het Raadsvoorstel Conceptprocesvoorstel Integraal Huisvestingsplan gemeente Stein tijdens de Raadsvergadering op 8 oktober 2020. 4 Artikel 4 RMP: Het project dat door de Raad als majeur project wordt aangewezen, voldoet aan minimaal 3 van de volgende criteria: a. er is sprake van een niet-routinematige, in de tijd begrensde activiteit; b. de gemeente draagt alleen of grotendeels de verantwoordelijkheid van het project c. er zijn substantiële financiële gevolgen en/of aanmerkelijke (uitvoerings)risico’s aan het project verbonden; d. er zijn belangrijke gevolgen voor de samenleving en/of de gemeentelijke bedrijfsvoering; e. er is sprake van een in organisatorisch opzicht complex besturings- en uitvoeringsproces. 3

13

De Raad heeft het IHP echter niet formeel benoemd als Majeur Project. Daardoor zijn de processtappen zoals beschreven in de Regeling niet doorlopen. Bovendien is de werkgroep RMP niet bij elkaar gekomen. Zodoende heeft de werkgroep IHP noch werkgroep RMP noch de Raad getoetst of de afspraken die de Raadswerkgroep IHP met het college heeft gemaakt met betrekking tot de informatievoorziening aan de Raad, voldoen aan de vereisten van de Regeling Majeure Projecten. Daardoor heeft de Raad niet uit kunnen spreken welke informatie en op welk detailniveau het wil ontvangen. Bevinding 10: De werkgroep Majeure Projecten is niet bij elkaar gekomen voor het toetsen van de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) als Majeur Project. Het is onduidelijk of de Raad op een voldoende detailniveau van sturingsinformatie (waaronder planning, financiën en risico’s) wordt voorzien conform de RMP. De Regeling wijst de Raad aan om Majeure Projecten te benoemen. Uit de interviews met de leden van college en Raad blijkt dat het college en de Raad aangeven dat de verantwoordelijkheid bij de Raad ligt. De Raad staat daarentegen open voor voorstellen vanuit het college.

Rapportages en dossiervorming in het kader van de Regeling Majeure Projecten kunnen leiden tot een betere informatiepositie van de Raad om gestructureerd dossiers te vormen op het juiste abstractieniveau (hoofdlijnen) qua projectbeschrijving, aanpak, -beheersing, risicoanalyse en overige informatie. De Raad maakt het voorbehoud dat de AO niet onnodig belast moet worden en dat het belangrijk is om vast te houden aan het minimumvereiste: projecten moeten voldoen aan tenminste 3 van de 5 criteria zoals benoemd in artikel 4 van de RMP. Daardoor worden niet te veel projecten aangewezen als Majeur Project. Bevinding 11: het initiatief voor het benoemen van Majeure Projecten ligt bij de Raad. Bevinding 12: De Raad is selectief en wenst niet te veel projecten als Majeur Project te benoemen.

14

3. Conclusies en aanbevelingen De Raad heeft in haar vergadering d.d. 24 mei 2018 het rapport van de Rekenkamercommissie inzake het onderzoek naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein vastgesteld. Het voorliggend onderzoek beperkt zich tot de implementatie van de aanbevelingen van het onderzoek 2018 daar waar het los gezien kan worden van de context (het Centrumplan) waarin het onderzoek 2018 plaats heeft gevonden. Aanbevelingen 2018: 1. 2. 3.

Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’]. Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien.

De aanbevelingen uit 2018 ten aanzien van projectmatig werken zijn in zijn algemeenheid opgepakt door zowel de Raad als het College. Uit de interviews blijkt dat alle partijen serieus en weloverwogen gewerkt hebben aan de implementatie van de aanbevelingen. De grote stappen, zoals het vaststellen van de Regeling Majeure Projecten en het opstellen van de Leidraad Projectmatig Werken, zijn gezet. De aandacht moet zich nu verleggen van beleid naar de implementatie van uniform projectmatig werken in de organisatie (College) en uitvoering geven aan de Regeling Majeure Projecten (Raad). Hoofdconclusie Nazorgonderzoek Majeure Projecten 2021 1. De Gemeente Stein omarmt projectmatig werken. Er is veel gedaan sinds het onderzoek van de Rekenkamercommissie naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein in 2018. Het beleidskader ‘projectmatig werken’ c.q. de Leidraad Projectmatig Werken is opgesteld en de Regeling Majeure Projecten is vastgesteld. De Raad en het College moeten nu de laatste stappen zetten. Aanbeveling 2018 ad 1: “Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’]” Met het opstellen van de Leidraad Projectmatig Werken door de ambtelijke organisatie worden binnen de Steinse context en maatvoering stappen gezet om de conclusies en aanbevelingen uit het rapport 2018 in hanteerbaar beleid om te zetten.

De leidraad is een ‘standaard’ voor het uniform projectmatig werken. De leidraad is bedoeld als een dynamisch ‘groeidocument’ waarin nieuwe inzichten verwerkt kunnen worden. Leren van elkaars ervaringen op basis van eerdere projecten wordt gestimuleerd aan de hand van een te vormen projectencatalogus. Deze iteratieve aanpak gebaseerd op evalueren en lerend vermogen zorgt ervoor dat in een veilige omgeving projectmatig werken continu wordt verbeterd en blijvend aandacht krijgt. Er wordt rekening gehouden met de opleidingsbehoeften van teams en medewerkers. Een aandachtspunt is de vertraging in de organisatieontwikkeling door o.a. (thuis)werken in coronatijd. De Roadmap Implementatie Projectmatig Werken, opgesteld om uniform projectmatig werken conform de leidraad te implementeren in de verschillende teams van de gemeentelijke organisatie, is daardoor niet meer

15

actueel. Projectmatig werken is nu met name gedreven vanuit het Fysieke Domein. Om projectmatig werken uniform in de organisatie toe te passen, is het van belang om uitvoering te geven aan de Roadmap en deze te actualiseren aan de gewijzigde omstandigheden. Conclusie 2. Met het opstellen van de Leidraad Projectmatig Werken en de Roadmap Implementatie Projectmatig Werken wordt invulling gegeven aan de 1e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 5 De formats behorende bij de leidraad dienen verder doorontwikkeld en daarmee definitief gemaakt te worden. De uitrol van uniform projectmatig werken in de gemeentelijke organisatie blijft een punt van aandacht. De roadmap is niet actueel. Aanbeveling 1: Zet de ingezette organisatieontwikkeling door en actualiseer de roadmap aan nieuwe behoeftes veroorzaakt door de effecten van corona op de bedrijfsvoering. Aanbeveling 2018 ad 2: “ Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie” Het college heeft kennis van genomen van de leidraad en roadmap die door de ambtelijke organisatie zijn opgesteld. Het college heeft hier zelf geen besluiten over genomen. De projectwethouders, als bestuurlijk opdrachtgever, zijn echter in een unieke positie om kwaliteit en uniformiteit te bewaken bij de uitvoering van projecten.

Door het vaststellen van de leidraad en roadmap door het college, wordt het college daarmee de spil en kan de verbinding leggen tussen projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en de benodigde sturingsinformatie die nodig is voor uitvoering van de Regeling Majeure Projecten. Daarmee komt het college duidelijker in positie als de opdrachtgever van projecten en projectmatig werken (vis-à-vis de Raad als opdrachtgever voor Majeure Projecten). Projectwethouders kunnen uniform projectmatig werken in verschillende domeinen aanjagen wat een impuls geeft aan het uitvoeren van de roadmap. Bovendien kan het college gezamenlijk, portefeuilleoverstijgend, bevorderen dat dezelfde standaarden voor projectmatig werken conform leidraad uitgerold worden naar andere organisatieonderdelen. Dat betekent niet dat projectmatig werken de standaard dient te worden voor alle werkzaamheden die de gemeentelijke organisatie uitvoert. Niet-complexe werkzaamheden hebben niet per se baat bij een projectmatige aanpak. Maatwerk bij de invulling van projectmatig werken is belangrijk en het is belangrijk om daarin selectief te zijn, zodat het college recht kan blijven doen aan haar uitvoerende rol ten opzichte van de Raad. Conclusie 3. De bestuurders kunnen een aanjaagfunctie innemen in het implementeren van projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en het verantwoorden naar de Raad.

Aanbeveling 2: Benoem in het college een bestuurlijk opdrachtgever ‘projectmatig werken’ met als verantwoordelijkheid de implementatie van uniform projectmatig werken in relatie tot de sturingsinformatie benodigd voor de 5

Aanbeveling 1 (2018): Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’].

16

uitvoering van de Regeling Majeure Projecten. Zo wordt mede invulling gegeven aan de 2e en 3e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 6 Aanbeveling 3: Stel de leidraad en roadmap in het college vast. Zo wordt bestuurlijke betrokkenheid bij de uniforme implementatie van projectmatig werken in de gemeentelijke organisatie gegarandeerd en mede invulling gegeven aan de 2e en 3e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 7 Aanbeveling 4: Jaag als projectwethouder uniform projectmatig werken aan in het eigen domein. Zo wordt mede invulling gegeven aan de 2e en 3e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 8 Aanbeveling 2018 ad 3: “ Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien” Het opstellen van de Regeling Majeure Projecten is een gezamenlijke inspanning geweest van de ambtelijke organisatie, college en Raad. Met het vaststellen van de Regeling Majeure Projecten in 2020 heeft de Gemeente Stein een belangrijke stap gezet om de Raad tijdig te betrekken en goed te informeren over maatschappelijke, bestuurlijke, politieke en/of financieel complexe projecten. Er is consensus dat het initiatief voor het benoemen van Majeure Projecten bij de Raad ligt.

De Raad kan, nu de RMP is vastgesteld en een werkgroep Majeure Projecten is gecreëerd, daarin meer initiatief nemen. Het Presidium dient daartoe de leden van de werkgroep Majeure Projecten te benoemen zodat de werkgroep van start kan gaan. De werkgroep kan bezien welke projecten eventueel in aanmerking komen om als Majeur Project en te toetsen aan de hand van de Regeling Majeure Projecten. Het college kan vanuit haar sterke informatiepositie, en actieve informatieplicht, de Raad daarbij ondersteunen door te adviseren welk projecten in aanmerking komen om als Majeur Project te worden benoemd. De projectencatalogus behorende bij de leidraad is daarvoor een ideaal middel. De Raad blijft conform de RMP aan zet om de Majeure Projecten te benoemen. De begrotingsbehandeling wordt hiervoor als natuurlijk moment gezien. Daarbij is het van belang dat vastgehouden wordt aan het minimumvereiste om de ambtelijke organisatie niet onnodig te belasten: projecten moeten voldoen aan tenminste 3 van de 5 criteria zoals benoemd in artikel 4 van de RMP. Conclusie 4. Met het vaststellen van de Regeling Majeure Projecten in 2020 heeft de Gemeente Stein een belangrijke stap gezet om de Raad tijdig te betrekken en goed te informeren over meer maatschappelijk, bestuurlijk, Aanbeveling 2 (2018): Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie.

Aanbeveling 3 (2018): Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien. 7 Aanbeveling 2 (2018): Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Aanbeveling 3 (2018): Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien. 8 Aanbeveling 2 (2018): Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Aanbeveling 3 (2018): Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien. 6

17

politiek en/of financieel complexe projecten. Het initiatief voor het uitvoering geven aan de RMP ligt bij de Raad. Er zijn door het Presidium geen leden van de Werkgroep Majeure Projecten benoemd. Aanbeveling 5: Benoem als Presidium de leden van de werkgroep waarna werkafspraken omtrent het (eventueel) aanwijzen van Majeure Projecten en de uitvoering van de Regeling gemaakt kunnen worden. Aanbeveling 6: Neem in het Raadsvoorstel inzake het vaststellen van de Gemeentebegroting standaard de overweging op om Majeure Projecten te benoemen. De Raad moet zich echter niet laten beperken tot 1 moment en kan daartoe zelf initiatief nemen om wanneer en daar waar nodig voorstellen te doen om Majeure Projecten te benoemen. Aanbeveling 7: Deel de projectencatalogus als bijlage van de Gemeentebegroting met de Raad. Daarmee wordt de Raad in positie gebracht om Majeure Projecten te kunnen benoemen. Er is veel gedaan sinds het onderzoek van de Rekenkamercommissie naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein in 2018. Bovenstaande aanbevelingen moedigen zowel het College als Raad aan om de laatste stappen te zetten. Daarmee komen de ambtelijke organisatie, het college en de Raad meer in control. Daarbij is het van belang dat elkaars rollen gerespecteerd blijven. Het betekent echter niet dat projectmatig werken overal de standaard dient te worden.

Het is belangrijk om daarin selectief te zijn en maatwerk toe te passen zodat het college recht kan blijven doen aan haar uitvoerende rol ten opzichte van de Raad. De Raad benoemt Majeure Projecten en het college is en blijft de opdrachtgever van de ambtelijke organisatie. Daartoe treedt de volgende verandering op in figuur 1. op pagina 7 naar figuur 2. hieronder. De ambtelijke organisatie werkt onder verantwoordelijkheid van het college de leidraad verder uit en actualiseert de roadmap. De leidraad en roadmap worden vastgesteld door het college. Daarmee komt het College in positie als de opdrachtgever van projecten en projectmatig werken. Door de vereisten van de Regeling Majeure Projecten in de leidraad en formats op te nemen, is de organisatie meer in control en kan de Raad op ieder moment door het college van sturingsinformatie worden voorzien wanneer zij besluit om een Majeur Project te benoemen.

18

Figuur 2. Bestuurlijke betrokkenheid in projectmatig werken Stakeholder

gremium

documenten in blauw.

Projectmatig werken

College van B&W

Raadsvergadering

Collegevergadering Projectwethouder / bestuurlijk opdrachtgever Regulier projectenoverleg Ambtelijke organisatie

3. Leidraad Projectmatig Werken 4. Roadmap

19

Raad (Werkgroep Regeling Majeure Projecten) 1. Besluit inzake vaststellen rapport en aanbevelingen Onderzoek 2018 2. Regeling Majeure Projecten

4. Bestuurlijke reactie

20

21

5. Nawoord Rekenkamercommissie Zowel het college als de Rekenkamercommissie delen de conclusie dat de Gemeente Stein projectmatig werken omarmt en er veel is gedaan sinds het onderzoek van de Rekenkamercommissie naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein in 2018. Met genoegen stelt de RKC vast dat het college de aanbeveling 1(9) om de ingezette organisatieontwikkeling door te zetten overneemt. De RKC is verheugd te vernemen dat in de constante ontwikkeling van de ambtelijke organisatie aandacht is voor het actualiseren van de roadmap. Het college stelt voor om conform aanbeveling 4(10) projectmatig werken te beleggen bij de inhoudelijk portefeuillehouders van eventueel te benoemen Majeure Projecten. De Rekenkamercommissie kan zich hier in vinden. Daarnaast blijft de RKC er waarde aan hechten om conform aanbeveling 2(11) één bestuurder de portefeuillehouder te maken voor projectmatig werken en de Regeling Majeure Projecten die de coördinatie richting de ambtelijke organisatie en communicatie tot de Raad kan organiseren. Dat was de kern van de aanbevelingen uit het onderzoek van 2018: Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Mede door het vaststellen van de leidraad en roadmap in het college conform aanbeveling 3(12), wordt deze bestuurlijke betrokkenheid met één portefeuillehouder bij het college geformaliseerd.

Er zijn immers (vooralsnog) geen Majeure Projecten benoemd waardoor er in deze situatie ook geen (inhoudelijk) portefeuillehouder is voor projectmatig werken. Het overnemen van aanbeveling 2 voorkomt dat – in potentie – de ontwikkeling van projectmatig werken tussen wal en schip valt. De RKC heeft de aanbeveling gedaan om de projectencatalogus met de Raad te delen als bijlage van de Gemeentebegroting. Het doel van deze aanbeveling 7(13) van de RKC is om de Raad handvatten te geven om haar in staat te stellen desgewenst Majeure Projecten te kunnen benoemen. Met de staat van investeringen 14 zoals opgenomen in de p&c-cyclus worden deze handvatten door het college geboden en daarmee is invulling gegeven aan het doel van deze aanbeveling 7.

Aanbeveling 1: Zet de ingezette organisatieontwikkeling door en actualiseer de roadmap aan nieuwe behoeftes veroorzaakt door de effecten van corona op de bedrijfsvoering. 10 Aanbeveling 4: Jaag als projectwethouder uniform projectmatig werken aan in het eigen domein. 11 Aanbeveling 2: Benoem in het college een bestuurlijk opdrachtgever ‘projectmatig werken’ met als verantwoordelijkheid de implementatie van uniform projectmatig werken in relatie tot de sturingsinformatie benodigd voor de uitvoering van de Regeling Majeure Projecten. 12 Aanbeveling 3: Stel de leidraad en roadmap in het college vast. Zo wordt bestuurlijke betrokkenheid bij de uniforme implementatie van projectmatig werken in de gemeentelijke organisatie gegarandeerd 13 Aanbeveling 7: Deel de projectencatalogus als bijlage van de Gemeentebegroting met de Raad. Daarmee wordt de Raad in positie gebracht om Majeure Projecten te kunnen benoemen. 14 In begroting 2021: https://stein.begroting-2021.nl/p17743/investeringsplanning-2021-2024?q=investeringen 9

22

6.

Bijlagen

1. Overzicht Conclusies en Aanbevelingen Nazorgonderzoek Majeure Projecten 2. Raadsvoorstel en –besluit Onderzoeksrapport Rekenkamercommissie Sittard-Geleen en Stein inzake Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein d.d. 24 mei 2018 a. Raadsvoorstel regeling majeure projecten b. Raadsbesluit regeling majeure projecten 3. Leidraad Projectmatig werken + formats 4. Roadmap Implementatie PMW 2020

23

Bijlage 1. Overzicht conclusies en aanbevelingen Nazorgonderzoek Majeure Projecten

Hoofdconclusie Nazorgonderzoek Majeure Projecten 1. De Gemeente Stein omarmt projectmatig werken. Er is veel gedaan sinds het onderzoek van de Rekenkamercommissie naar de Structuur en Werkwijze Majeure Projecten Gemeente Stein in 2018. Het beleidskader ‘projectmatig werken’ c.q. de Leidraad Projectmatig Werken is opgesteld en de Regeling Majeure Projecten is vastgesteld. De Raad en het College moeten nu de laatste stappen zetten. Aanbeveling 2018: “1. Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’]” Conclusie 2. Met het opstellen van de Leidraad Projectmatig Werken en de Roadmap Implementatie Projectmatig Werken wordt invulling gegeven aan de 1e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 15 De formats behorende bij de leidraad dienen verder doorontwikkeld en daarmee definitief gemaakt te worden. De uitrol van uniform projectmatig werken in de gemeentelijke organisatie blijft een punt van aandacht. De roadmap is niet actueel. Aanbeveling 1: Zet de ingezette organisatieontwikkeling door en actualiseer de roadmap aan nieuwe behoeftes veroorzaakt door de effecten van corona op de bedrijfsvoering. Aanbeveling 2018: “2. Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie” Conclusie 3.

De bestuurders kunnen een aanjaagfunctie innemen in het implementeren van projectmatig werken in de ambtelijke organisatie en het verantwoorden naar de Raad. Aanbeveling 2: Benoem in het college een bestuurlijk opdrachtgever ‘projectmatig werken’ met als verantwoordelijkheid de implementatie van uniform projectmatig werken in relatie tot de sturingsinformatie benodigd voor de uitvoering van de Regeling Majeure Projecten. Zo wordt mede invulling gegeven aan de 2e en 3e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 16

Aanbeveling 1 (2018): Werk in de geest van het voorgenomen beleidskader [red. ‘projectmatig werken’]. Aanbeveling 2 (2018): Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Aanbeveling 3 (2018): Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien.

15 16

24

Aanbeveling 3: Stel de leidraad en roadmap in het college vast. Zo wordt bestuurlijke betrokkenheid bij de uniforme implementatie van projectmatig werken in de gemeentelijke organisatie gegarandeerd en mede invulling gegeven aan de 2e en 3e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 17 Aanbeveling 4: Jaag als projectwethouder uniform projectmatig werken aan in het eigen domein. Zo wordt mede invulling gegeven aan de 2e en 3e aanbeveling uit het rapport van de Rekenkamercommissie in 2018. 18 Aanbeveling 2018: “3. Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien” Conclusie 4. Met het vaststellen van de Regeling Majeure Projecten in 2020 heeft de Gemeente Stein een belangrijke stap gezet om de Raad tijdig te betrekken en goed te informeren over meer maatschappelijk, bestuurlijk, politiek en/of financieel complexe projecten. Het initiatief voor het uitvoering geven aan de RMP ligt bij de Raad. Er zijn door het Presidium geen leden van de Werkgroep Majeure Projecten benoemd. Aanbeveling 5: Benoem als Presidium de leden van de werkgroep waarna werkafspraken omtrent het (eventueel) aanwijzen van Majeure Projecten en de uitvoering van de Regeling gemaakt kunnen worden.

Aanbeveling 6: Neem in het Raadsvoorstel inzake het vaststellen van de Gemeentebegroting standaard de overweging op om Majeure Projecten te benoemen. De Raad moet zich echter niet laten beperken tot 1 moment en kan daartoe zelf initiatief nemen om wanneer en daar waar nodig voorstellen te doen om Majeure Projecten te benoemen. Aanbeveling 7: Deel de projectencatalogus als bijlage van de Gemeentebegroting met de Raad. Daarmee wordt de Raad in positie gebracht om Majeure Projecten te kunnen benoemen.

Aanbeveling 2 (2018): Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Aanbeveling 3 (2018): Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien. 18 Aanbeveling 2 (2018): Zorg voor bestuurlijke betrokkenheid bij de implementatie. Aanbeveling 3 (2018): Stimuleer de bestuurlijke betrokkenheid door Majeure Projecten te definiëren, als zodanig aan te merken en op adequate manier van bestuurlijke informatie te voorzien. 17

25

Bijlage 2. 2a. Raadsvoorstel regeling majeure projecten

26

27

28

29

2b. Raadsbesluit regeling majeure projecten.

30

31

32

33

34

Bijlage 3. Leidraad Projectmatig werken + formats

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

Bijlage 4. Roadmap Implementatie PMW 2020.

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=0b224c6e-7d5e-49ea-b939-7b1faccbbc97