Def.Programmabegroting 2023-2026
Tekst van het document
Grondbeleid in relatie tot de Programma’s Het grondbeleid faciliteert aan de kernwaardes zoals vastgelegd in de ‘Strategische toekomstvisie 2018-2022’ en draagt hiermee indirect bij aan de kernwaarde ‘Sociale en vitale kernen’ en de kernwaarde ‘Een duurzame leefomgeving met unieke waarden’. Het grondbeleid draagt bij aan het realiseren van effecten op het gebied van: Programma ‘Verkeer, vervoer en water’ • Wijkactieplan Nieuwdorp; • voortzetting van het actualiseren en vastleggen rechtmatig grondgebruik • snelfietspad. Programma ‘Sport Cultuur en recreatie’ • fietsroutenetwerk; • Realisatie Levensbos; • Uitbreiding Heidekamppark; • Verstevigen groenstructuur samen met de middengebied gemeenten. Programma ‘Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting’; • CPO Meerdel; • woningbouwontwikkeling Bramert-Noord; • herontwikkeling voormalige schoollocaties de Poolster en Elckerlyc in Elsloo; • woningbouw Meers; • het Wijkactieplan Nieuwdorp; • Woon- zorgvisie; • huisvesting aandachtsgroepen.
74
Ontwikkelingen Algemeen Voor de gemeente is een taak weggelegd om de kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad (regionaal) af te stemmen op de daadwerkelijke behoefte en samenstelling van de bevolking. 'De juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar'. De markt voor gebiedsontwikkeling is op dit moment erg turbulent. Economen verwachten een recessie en Vereniging Eigen Huis ziet ook dat het negatieve sentiment invloed heeft op de woningmarkt. Na een lange periode van woningprijsstijgingen zijn de eerste signalen van prijsstabilisatie op te vangen uit de markt. Ondanks dit zijn de woningprijzen juli 2022 bijna 14 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Bij de nieuwbouwmarkt komt naast de al langer bestaande bedreigingen van de woningbouwproductie (zoals materiaal- en personeelstekorten en stijgende bouwkosten), ook de negatieve effecten van de stijgende kapitaalmarktrente om de hoek kijken. Niet alleen de bouwkosten maar ook de GWW-kosten en plankosten blijven stijgen, deze ontwikkelingen zetten de haalbaarheid van grondexploitaties onder druk. Omgevingswet Per 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bevat een aantal instrumenten die ingrijpen op het grondeigendom.
Het betreft de volgende instrumenten: • Voorkeursrecht • Onteigening • Kostenverhaal • (Afdwingbare) financiële bijdrage • Kavelruil • Inrichtingsprogramma, inrichtingsbesluit, ruilbesluit en besluit geldelijke regelingen • Gedoogplicht Bouwgrondexploitaties Volgens de richtlijnen van de commissie BBV is het startpunt van bouwgrond in exploitatie (BIE) het raadsbesluit met vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Een grondexploitatiecomplex is gedefinieerd als een ruimtelijk plan, voorzien van een financiële vertaling. Woningbouw Meers In 2020 heeft de gemeente Stein een strategische grondaankoop aan de Heuvelstraat te Meers gedaan. In 2022 en 2023 wordt gekeken naar een mogelijke invulling van zowel de locatie Heuvelstraat als de voormalige schoollocatie in Meers. Afhankelijk van de planologische en financieel-economische haalbaarheid zal het grondexploitatiecomplex inclusief de grondexploitatiebegroting in 2023 aan uw raad worden voorgelegd. Bruisend Hart Vanuit het 'WijkActieProgramma Nieuwdorp Toekomstbestendig' werken partijen (gemeente, Zaam Wonen, Stichting buurtcentrum Nieuwdorp en Vivantes) momenteel aan het project Bruisend Hart. Dit project voorziet in realisering van o.a. (huur- en zorg)woningen en een nieuw buurtcentrum. De locatie van de voormalige basisschool maakt hier onderdeel van uit.
Voor het project Bruisend Hart zal in 2023 een grondexploitatie worden opgesteld.
Grondexploitaties
Volgens de richtlijnen van de commissie BBV dient jaarlijks een herziening van de grondexploitatie plaats te vinden. Een actualisatie van de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigen,
75
dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet opnieuw door de raad worden vastgesteld. Conform de Nota Grond en Vastgoedbeleid is de herziening van de grondexploitaties gekoppeld aan de Planning- en Control cyclus. Voor het opstellen c.q. herzien van de grondexploitaties worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. De huidige turbulente economische ontwikkelingen kunnen tot gevolg hebben dat bij het opstellen/herzien van grondexploitaties in 2023 afgeweken wordt van de opgenomen percentages. • Rente 2023-2026: 1,48% . • Prijsindex cf. Centraal Economisch Plan maart 2022, ‘Nationale consumentenprijsindex’ 2023 t/m 2026: 2,4% • Disconteringsvoet: 2% • Activering van kosten binnen de grondexploitatie vindt plaats met inachtneming van de richtlijnen van de Commissie BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden); Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken, juli 2019. • Winstneming vindt plaats middels de 'Percentage of Completion'-methode. Winstnemingen komen ten gunste van de Algemene Reserve. • Voor grondexploitaties met een geprognosticeerd nadelig saldo wordt een voorziening getroffen ter grootte van het tekort. Deze voorziening wordt gevormd ten laste van de Algemene Reserve.
Bouwgrond in exploitatie Per 1 januari 2023 zijn de volgende grondexploitatiecomplexen in exploitatie: • 'Samen Bouwen Meerdel'; • Woningbouwontwikkeling Poolster • Woningbouwontwikkeling Elckerlyc • Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord, fase 1 ‘Samen bouwen Meerdel’ ‘Samen bouwen Meerdel’ is een woningbouwontwikkeling waarbij de gemeente een ‘Samenwerkings- en realisatieovereenkomst’ is aangegaan met de CPO-vereniging CPO Meerdel en de wooncorporatie Zaam Wonen voor de realisatie van 10 koopwoningen en 5 sociale huurwoningen. Bij Raadsbesluit van 29 april 2021 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting ‘Samen bouwen Meerdel’ vastgesteld. In 2023 wordt, na gereedmelding van de laatste woning binnen het plan, gestart met het woonrijp maken van het plan. In 2021 heeft de aanbesteding van zowel het bouw- als woonrijp maken van het plangebied plaatsgevonden. Volgens het contract worden de prijzen voor het woonrijp maken geïndexeerd met de GWW-index. In de herziene grondexploitatie januari 2022 was reeds rekening gehouden met een prijsstijging voor het woonrijp maken van 12%. Echter de GWW-index van juli 2022 laat zien dat deze prijsstijging niet voldoende is. Op basis van de GWW-index juli 2022 dient het budget te worden bijgesteld met € 50.000. In de herziene grondexploitatiebegroting juli 2022 is rekening gehouden met het bijgestelde budget.
De herziene grondexploitatiebegroting sluit in 2023 met een negatief saldo op eindwaarde van € 110.500. Voor dit tekort is de voorziening 'Te verwachten verliezen' gevormd. Woningbouwontwikkeling Poolster De woningbouwontwikkeling Poolster betreft de herbestemming van de voormalige schoollocatie de Poolster te Elsloo en voorziet in de bouw van 17 grondgebonden nultredenwoningen. In 2023 wordt het gebied bouwrijp gemaakt en zal naar verwachting de grondoverdracht plaatsvinden.
76
Bij Raadsbesluit van 2 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Poolster vastgesteld. De grondexploitatiebegroting sluit in 2024 met een negatief resultaat op eindwaarde van € 241.000. Voor het tekort is de voorziening 'Te verwachten verliezen' gevormd. Woningbouwontwikkeling Elckerlyc De woningbouwontwikkeling Elckerlyc betreft de herbestemming van de voormalige schoollocatie Elckerlyc te Elsloo en voorziet in de bouw van 19 appartementen. In 2023 zal naar verwachting de grondoverdracht plaatsvinden. Bij Raadsbesluit van 2 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Elckerlyc vastgesteld. De grondexploitatiebegroting sluit met een positief resultaat op eindwaarde 2024 van € 126.800. Conform de nota 'Reserves en voorzieningen wordt het positieve resultaat ten gunste van de Algemene Reserve gebracht. Woningbouwontwikkeling Bramert-Noord Het bestemmingsplan Bramert-Noord fase 1 maakt de bouw van 50 woningen mogelijk in het zuidwesten van het plangebied Bramert-Noord. Het woongebied krijgt een groen en landelijk karakter. In 2023 wordt gestart met het bouwrijp maken van het gebied. De grondoverdracht zal, naar verwacht in 2023 plaatsvinden, en wel op het moment dat 70% van de kavels is verkocht door de ontwikkelaar. Bij Raadsbesluit van 23 juni 2022 heeft uw Raad de grondexploitatiebegroting Bramert-Noord fase 1 vastgesteld.
De grondexploitatiebegroting sluit in 2024 met een positief resultaat op eindwaarde van € 130.000. Conform de nota 'Reserves en voorzieningen wordt het positieve resultaat ten gunste van de Algemene Reserve gebracht. Complex
Geraamde boekwaarde ultimo: 2023 2024 2025
( x € 1.000) Samen bouwen Meerdel 0 Poolster 133 Elckerlyc -18 Bramert-Nrd -679 fase 1 Totaal -564 * = negatief (-/-) betekent verlies
2026
Verwacht resultaat ultimo 2023*
-/- 111 -/- 241 127 130 0
0
Realisatie in
2023 2024 2024 2024
0
Strategische gronden Gebleken is dat het verwerven van grond ten behoeve van ontwikkelingen (groenprojecten, infra) binnen de gemeente steeds vaker een knelpunt wordt. Derhalve is in de nota Grond- en vastgoedbeleid ingezet op anticiperende, proactieve en gelegenheidsverwerving. Bij de verantwoording van de strategische gronden worden de richtlijnen van de commissie BBV in acht genomen. Middels een raadsinformatiebrief en via de P&C cyclus wordt de raad achteraf geïnformeerd over het beschikbaar gesteld budget voor anticiperende , proactieve en gelegenheidsverwerving.
Risico's In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat door de toenemende complexiteit van de ontwikkelingen, de hoogte van de investeringen de risico’s in de grondexploitaties alsmaar groter
77
worden. Inzicht in het verloop van de financiële prognoses alsmede de risico’s is daarom van groot belang. Voorziening te verwachten verliezen grondexploitaties Geldend beleid is dat positieve exploitatiesaldi ten gunste van de Algemene Reserve worden geboekt en dat de voorziening “Te verwachten verliezen grondexploitatie” de buffer vormt voor verliezen en risico’s binnen de grondexploitatie. Begrote stand en verloop voorzieningen: Voorziening te verwachte verliezen grondexploitaties ( x € 1.000) Grondexploitatie Samen bouwen Meerdel
Ultimo 2023
Ultimo 2024
Ultimo 2025
Ultimo 2026
0
0
0
0 Grondexploitatie Poolster
241
Totaal
241
Op basis van de risicoanalyse en de uitgangspunten voor de “Voorziening te verwachten verliezen grondexploitaties” zoals opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen en de Nota Grond- en vastgoedbeleid is de hoogte van de voorziening als volgt opgebouwd. • Het verwachte verlies op de grondexploitatie ‘Poolster'. Mutaties In 2023 wordt de voorziening 'Te verwachten verliezen grondexploitaties' aangesproken om het tekort van de grondexploitatie 'Samen bouwen Meerdel' op te vangen. Weerstandsvermogen Om inzicht te krijgen in de risico’s van de grondexploitaties wordt een risico-inventarisatie uitgevoerd. Deze risico-inventarisatie is opgenomen in de gemeente brede risico-inventarisatie, zie paragraaf “Weerstandsvermogen”.
78
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In de openbare ruimte vinden activiteiten plaats in het kader van wonen, werken en recreëren. Hiervoor is de openbare ruimte ingericht met kapitaalgoederen (infrastructuur). Deze kapitaalgoederen worden onderhouden en tijdig vervangen. De door de raad gewenste kwaliteit van de kapitaalgoederen is vastgesteld in beleidskaders. De vastgestelde beleidskaders zijn daarna, door het college, vertaald in beheerplannen waarin de kosten voor vervanging en onderhoud zijn opgenomen. De beheerplannen worden verwerkt in de begroting. De volgende kapitaalgoederen zijn in deze paragraaf opgenomen: • gebouwen en overige accommodaties • wegen • openbare verlichting • bruggen • rioleringen • groen
Gebouwen en overige accommodaties In 2023 zal een evaluatie van het huidige vastgestelde accommodatiebeleid plaatsvinden. Deze evaluatie gaat uit van een integrale aanpak met als speerpunten: • de onderhoudskosten en afschrijvingskosten per accommodatie; • de bezettingsgraden per accommodatie; • de subsidiestromen per vereniging en de huurinkomsten per accommodatie; Beheerplan Jaarlijks wordt, voorafgaand aan de uitvoering, beoordeeld of de geplande werkzaamheden noodzakelijk zijn dan wel dat deze kunnen worden uitgesteld of doorgeschoven. Daarna worden de werkzaamheden waar mogelijk gebundeld en volgens de geldende inkoopprocedures in de markt gezet. Bij de gemeentelijke accommodaties is, gebaseerd op de geldende NEN 2767 normering (BOP), geen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud gebouwen X € 1.000
Rek. 2021
Begr. 2022
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Bouwkundig onderhoud BOP Sporttechnisch onderhoud SOP
323 98
333 131
382 132
377 132
373 132
387 132
Ten laste van voorziening: Groot onderhoud accommodaties BOP Groot sporttechnisch onderhoud SOP
361 133
415 162
391 82
658 15
507 73
692 190
Totaal exploitatie + voorziening
915
1.041
987
1.182
1.085
1.401
Onderhoudsbudget exploitatie:
Financiële vertaling Voor het groot bouwkundig en sporttechnisch onderhoud is een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplannen jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplannen geactualiseerd. In 2023 bedraagt de storting in de voorziening bouwtechnisch onderhoud € 538.400 en in de voorziening sporttechnisch onderhoud € 33.600. De onderhoudslasten van de gemeentelijke accommodaties worden afhankelijk van de gebruiksfunctie verantwoord op de programma's 'Sport Cultuur en Recreatie', 'Sociaal domein' of 'Bestuur en Ondersteuning'
79
Wegen
Beleidskaders Op 17 februari 2022 heeft de raad het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. De vastgestelde kwaliteit is van toepassing op de instandhouding van de verhardingen gedurende de technische levensduur in die gebieden waar de komende jaren geen grootschalige reconstructies of wijzigingen zijn gepland. Beheerplannen Om de 2 jaar wordt - via inspectie - het beheerplan wegen geactualiseerd en wordt een doorkijk gegeven voor 15 jaren. Na beëindiging van het groot onderhoud 2021 zijn alle wegen in Stein geïnspecteerd. Op basis van deze inspectie is het nieuwe beheerplan opgesteld dat op 13 juli 2022 is vastgesteld door het college. Op 31 augustus 2022 heeft het college het Beheerplan wegmeubilair 2022-206 vastgesteld. De financiële gevolgen van beide beheerplannen zijn verwerkt in deze begroting. Bij wegen en het wegmeubilair is gen sprake van achterstallig onderhoud. Directe lasten onderhoud wegen x € 1.000
Rek. 2021
Begr. 2022
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Onderhoudsbudget exploitatie: Klein onderhoud wegen Wegvoorzieningen (o.a. belijningen)
132 38
146 32
158 68
158 69
158 23
158 24
Ten laste van voorziening: Groot onderhoud wegen
422
850
939
679
908
270
Totaal exploitatie + voorziening
592
1.028
1.165
906
1.089
452
Financiële vertaling Vanaf 2010 is voor groot onderhoud wegen een voorziening gevormd. Hierin wordt op basis van het vastgesteld beheerplan jaarlijks een bedrag gestort. De hoogte van de storting wordt telkens bij het vaststellen van het beheerplan wegen geactualiseerd. Vanaf 2018 bedraagt de storting in de voorziening groot onderhoud wegen € 627.000. Dit bedrag is met de vaststelling van het beheerplan op 13 juli 2022 verhoogd naar € 750.000. In de voorziening groot onderhoud wegen worden geen kosten van rehabilitaties of reconstructies van wegen verantwoord. Deze worden, als investering op het programma ‘Verkeer, vervoer en water' verantwoord en waar nodig toegelicht. Ook de onderhoudskosten worden op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen. verantwoord.
Openbare verlichting Beleidskaders Het huidige beleidsplan is opgesteld in 2018. Samen met de nieuwe beheerder wordt in 2022 een geactualiseerd beleidsplan opgesteld voor de periode 2022 - 2025. De vaststelling van dit nieuwe beleid vindt eind 2022 plaats. Eventuele financiële gevolgen van het nieuwe plan worden middels de bestuursrapportage 2023 aan de raad voorgelegd. Beheerplannen Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting, door één externe partij, is eind 2021 van elkaar losgekoppeld. Eind 2021 wordt het externe beheerd van de openbare verlichting aanbesteed. Bij openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud.
80
Directe lasten openbare verlichting x € 1.000 Onderhoudsbudget exploitatie: Energie Onderhoud Totaal exploitatie
Rek. 2021
Begr. 2022
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
105 190 295
135 195 330
372 177 549
372 181 553
372 185 557
372 190 562
Zowel de onderhoudskosten als ook de energielasten van de openbare verlichting worden verantwoord op het programma 'Verkeer, vervoer en wegen'.
Bruggen Beleidskaders In 2021 is het beheerplan civieltechnische kunstwerken opgesteld. Beheerplannen Op basis van de 2 jaarlijkse bruginspectie is in 2021 het meerjaren onderhoudsplan opgesteld. Hieruit volgend zijn in 2021 en 2022 aan diverse bruggen reinigings- en conserveringswerkzaamheden uitgevoerd. In 2022 is de brug kasteel Elsloo gerepareerd. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Financiële vertaling Voor het onderhouden van de kunstwerken is een voorziening gevormd. Op basis van het huidige beheerplan wordt jaarlijks € 42.750 in de voorziening gestort. De tot het meerjaren onderhoudsplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Verkeer, Vervoer en Waterstaat’. Directe lasten onderhoud bruggen x € 1.000
Rek. 2021
Begr. 2022
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud kleine kunstwerken
5
5
5
5
5
5
Ten laste van voorziening: Groot onderhoud bruggen
12
13
31
19
100
50
Totaal exploitatie + voorziening
17
18
36
24
105
55
Riool Beleidskaders Op 1 oktober 2009 heeft de raad het Waterplan vastgesteld. Hierin zijn de volgende ambities opgenomen: • scheiden van vuilwater en regenwater; • verkleinen van afwaterende oppervlakken naar de riolering; • water maakt groen: in verdroogde beekdalen en versterkt de stedelijke groenstructuur; • water stroomt zichtbaar weg om te infiltreren of naar oppervlaktewater; • overheid, inwoners en bedrijven zijn samen verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater; • maatregelen worden genomen met zorg voor de (leef)omgeving; • mensen worden bewust (gemaakt) over de aanwezigheid van water en de omgang met water.
81
De gemeente moet op grond van de Kader Richtlijn Water (KRW) maatregelen nemen om het overstorten op kwetsbare wateren te verminderen. Hierdoor heeft vooral het afkoppelen van regenwater grote invloed op het uitvoeringsprogramma. In het in 2021 afgeronde basisrioleringsplan heeft een toetsing plaatsgevonden van het effect van overstorten op kwetsbare wateren en zijn maatregelen voorgesteld hoe aan de KRW voldaan kan worden. In 2013 is gestart met het opstellen van een regionaal beleid- en uitvoeringskader voor het stedelijk watermanagement. Deze kaders vervangen het traditioneel Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan voor de gemeenten Beek, Schinnen, Sittard-Geleen en Stein. Hierin participeren ook het waterschap Roer en Overmaas en Waterschapsbedrijf Limburg. De kaders voor Stein zijn op 30 oktober 2014 door de raad vastgesteld. In 2021 is het Beleidsplan Water & Klimaatadaptatie vastgesteld. Dit is de actualisatie van het hiervoor benoemde plan waarbij ook de klimaatthema's hitte en droogte zijn meegenomen. Het beleids- en uitvoeringskader voor de omgang met water en de klimaatadaptatie bestaat uit vier plannen (beleidsplan, beheerplan, kostendekkingsplan en projectplan). Het beleidsplan is samen met de betrokken partijen in de waterketen van de Westelijke Mijnstreek opgesteld.
Hiermee is de samenwerking van de afgelopen jaren voortgezet en beheren we de waterketen op een structurele en doelbewuste manier. In dit plan benoemen we alle zaken die we belangrijk vinden en geven onze strategie hierop aan. In 2021 is ook de optimalisatie van het basisrioleringsplan en de klimaatstresstest afgerond. De vanuit het basisrioleringsplan en klimaatstresstest verkregen bevindingen leveren een belangrijke inbreng voor het beleidsplan Water & Klimaatadaptatie. Ook vindt in 2021 een integrale afweging plaats waarbij behalve de diverse sectorale onderhoudsplannen ook de resultaten van het basisrioleringsplan en klimaatstresstest worden betrokken. Dit kan resulteren in een herprioriteren van de investeringen in de jaren 2022 en verder. Beheerplannen Op 19 augustus 2014 heeft het college de bij het regionaal beleid- en uitvoeringskader stedelijk management behorende beheerplan en projectplannen vastgesteld. In 2017 is het beleidsplan, het beheerplan en het kostendekkingsplan afvalwater geëvalueerd en geactualiseerd. In de beeldvormende bijeenkomst van 13 september 2017 zijn de raads- en commissieleden geïnformeerd over de ontwikkelingen op het gebied van het gemeentelijk waterbeheer en de noodzaak om het ontwerp en het beheer van de riolering hierop aan te passen.
Daarnaast is ook melding gemaakt van de achterstanden op het rioolonderhoud, de toename van de onderhoudskosten en de bestrijding van calamiteiten, waar we mee te kampen hebben. Het gevolg hiervan is dat de meerjarige onderhoudsbudgetten verhoogd zijn en dat in de afgelopen periode veel energie is gestoken in het inspecteren en repareren van de riolering. In 2021 is binnen het samenwerkingsverband Westelijke Mijnstreek een nieuw beheers- en beleidsplan opgesteld. Financiële vertaling De tot het beheerplan en het projectenplan behorende investeringen en onderhoudsbudgetten worden verantwoord op het programma ‘Volksgezondheid en milieu’.
Directe lasten onderhoud riolering x € 1.000
Rek. 2021
Begr. 2022
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Onderhoudsbudget exploitatie: Onderhoud
719
743
743
744
744
744
Totaal exploitatie
719
743
743
744
744
744
82
Groen
Beleidskaders De gemeenteraad heeft in 2022 de kwaliteitsniveaus voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (IBOR) geactualiseerd. Verwezen wordt naar de tekst in deze begroting van het programma Sport, Cultuur en recreatie, paragraaf Openbaar Groen. Beheerplannen De vastgestelde beleidskaders voor het beheer en onderhoud van het groen zijn verwerkt in het groenbeheerplan en bomenbeheerplan. In de beheerplannen staat beschreven op welke manier we groen onderhouden (om de gewenste ambitie te halen), wat hiervoor nodig is en wat dit financieel betekent. Het beheerplan bomen 2023-2026 is in 2022 geactualiseerd en door het college vastgesteld. Het groenonderhoud wordt zowel uitgevoerd door de Wijkteams, RWM (onkruidbestrijding) als drie groenaannemers voor het specialistisch onderhoud van de bermen, sportvelden en bomen. De werkzaamheden die worden uitgevoerd zijn vertaald naar groenonderhoudsbestekken. Deze bestekken worden als leidraad gebruikt voor de uitvoering van het groenonderhoud. In 2022 zijn de bestekken vernieuwd voor een komende onderhoudsperiode 2023-2026. In de meerjarenbegroting 2023-2026 zijn via het beheerplan uitbreidingen van groenarealen en beheerkosten van projecten verwerkt en meegenomen. In het openbaar groen is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Directe lasten onderhoud groen x € 1.000 Onderhoudsbudget exploitatie: Bestrijden onkruid Bermen Landschapsplannen Onderhoud openbaar groen Totaal exploitatie
Rek. 2021
Begr. 2022
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
192 52 57 702
186 66 59 770
195 62 58 724
195 62 57 719
195 62 57 720
195 62 57 722
1.003
1.081
1.039
1.033
1.034
1.036
83
Financiering Algemeen De financieringsparagraaf is een verplicht voorgeschreven paragraaf in het BBV. Hier zijn de kaders gesteld voor de inrichting en uitvoering van de treasury functie van de decentrale overheden. In de door de raad vastgestelde financiële verordening (artikel 212 gemeentewet) is ook de financieringsfunctie opgenomen. De paragraaf financiering in de begroting is bedoeld om de uitvoering van de financieringsfunctie te volgen. Bij de vernieuwing van het BBV is ook een rentenotitie gepubliceerd. In de notitie is aangegeven hoe rentelasten en baten in de begroting en in de jaarstukken verwerkt moeten worden. De bepalingen en richtlijnen van die notitie zijn in deze begroting doorgevoerd. In deze paragraaf is aangegeven wat de uitgangspunten voor financiering en wat het beleid is ten aanzien van rente.
Leningportefeuille 2023 Leningen (bedragen x € 1.000) Leningen (excl. aan woningst. verstrekte leningen per 1-1) Reguliere aflossingen Leningschuld per 31-12
2024
56.878
2025
52.574
2026
48.324
44.421
4.304
4.250
3.902
3.902
52.574
48.324
44.421
40.519
In bovenstaand meerjarig overzicht geen is rekening gehouden met nieuwe leningen ter dekking van de geraamde financieringsbehoefte. Deze behoefte neemt toe door realisatie van de geraamde investeringen, waarbij ook desinvesteringen betrokken worden. De bepaling van de financieringsbehoefte gebeurt integraal (totaalfinanciering) waarbij alle kasstromen worden betrokken. In onderstaande tabel zijn de grootste investeringen opgenomen zoals deze zich in meerjarenperspectief voordoen. Voor een totaal meerjarig investeringsoverzicht verwijzen wij naar het hoofdstuk in de financiële begroting. 2023 2024 2025 2026 (x € 1.000) Bestuur en ondersteuning Telefoontoestellen Hardware werkplekken mobiele devices Verkeer vervoer en waterstaat
0 0
0 0
0 0
100 220
Reconstructie Mauritsweg Stein Verkeerskundige aanpassingen Obbichterst LED armaturen openbare verlichting GGA Stein centrum wegen
700 0 200 0
0 0 200 0
0 400 0 50
0 0 0 1.100
Verkeersmaatr veilige schoolomgeving Aanpassen rotonde Steinerweg-Koolweg Jaagpaden Julianakanaal
200 400 0
200 0 50
200 0 1.000
200 0 0
2.000 0 416 0 0 0
1.000 250 0 100 50 500
200 250 0 2.400 2.550 0
0 750 0 2.400 2.550 0
Aanpak rotondes BPS Gebiedsvisie Dorine Verschureplein Opknappen Beatrixplein GGA Nieuwdorp (wegen) GGA Meers Stationsomgeving
84
Fietspadenstructuur
100
650
0
0
Trage paadjes Herstel oude dorpskernen Reconstructie Michiel de Ruyterstraat Herinrichting Koolweg Snelfietspad Grote Straat Beekstraat (wegen) Wegreconstructie Urmonder parallelweg Wegreconstructie westelijke Kanaalweg Wegreconstructie Ondergenhousweg/Steenwe Wegreconstructie Schoorweg
500 0 100 0 0 0 685 437 410 0
0 750 1.200 0 0 500 0 0 0 190
0 0 0 50 750 0 0 0 0 0
0 750 0 1.050 0 0 0 0 0 0
Parkeerplaatsen Beekstraat/de Bath Kruising Meerser Eindstraat-Maasbanderke Omvormen jaagpad Molenweg tot fietspad Economie zaken
0 0 234
155 175 0
0 0 0
0 0 0
Fietsrouteplan rivierplan Maasvallei Onderwijs
426
0
0
0
Uitbreiding Groenewald meubilair Uitbreiding Groenewald technische instal Uitbreiding Groenewald bouwkosten Sport, cultuur en recreatie
0 0 2.166
204 1.974 2.358
0 0 0
0 0 0
Vervangen speelvoorzieningen Renovatie kunstgrasveld Hetjen veld A Volksgezondheid en milieu
120 457
186 0
27 0
0 0
Vervangen pompgemalen GGA Stein centrum riool Vervangen en relinen vrijvervalriolen Wateroverlastmaatregelen Emissie maatregelen Afkoppelen riolen
170 0 633 360 0 200
170 0 957 390 150 200
44 50 947 320 1.100 200
44 1.100 603 1.110 480 200
GGA Meers riool Aanp rotonde Steinerweg-Koolweg (riool) Opknappen Beatrixplein (riool)
0 180 160
50 0 0
1.000 0 0
500 0 0
0
308
0
0
100
0
0
0
Grote Straat Beekstraat (riool) Ruimtelijke ordening Starterslening
Jaarlijks wordt bekeken of zich mogelijkheden voordoen tot vervroegde aflossing of herfinanciering tegen lagere rente. De gewogen gemiddelde rentevoet van de aangegane leningen (exclusief woningbouw) bedraagt per 1 januari 2023 1,61%. De herfinanciering- en renteherzieningsmomenten vertonen een goede spreiding in de tijd waardoor het renterisico beperkt blijft. In de komende jaren laten de reguliere aflossingsbedragen een dalend bedrag zien van circa € 4,3 miljoen tot € 3,9 miljoen euro.
Kasbeheer Voor het beheer van de financiële middelen houdt de gemeente Stein een rekening courant aan bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten. De NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) fungeert als huisbankier. Met deze bank is een rente compensabel stelsel overeengekomen. Dit wil zeggen dat overschotten en tekorten op de verschillende bankrekeningen als een geheel worden gezien en
85
hierop de renteberekening wordt gebaseerd. Ook het afromen van overtollige middelen naar de schatkist verloopt via de BNG.
Rente Rentebeleid De oorlog in Oekraïne en de verstoringen door de coronacrisis hebben geleid tot een scherp opgelopen inflatie. Om de inflatie te beteugelen worden renteverhogingen door centrale banken doorgevoerd. Deze verhogingen zien we terug in gestegen tarieven op de rente- en kapitaalmarkt. Bij de berekening van de rente over de eigen financieringsmiddelen en het financieringstekort boven de kasgeldlimiet (zie hierna) is voor 2023 en verder uitgegaan van 3%. Voor het financieringstekort tot de kasgeldlimiet is voor 2023 en verder uitgegaan van een rentevoet van 1%. Onvoorziene renteontwikkeling met de huidige economische onzekerheden heeft uiteraard invloed op de financieringskosten. Een wijziging van het rentepercentage met 1% zal, op basis van het geraamde financieringstekort, leiden tot meer of minder rentekosten van circa € 204.000. Rente omslagpercentage In het kader van de vernieuwing van het BBV is de renteomslag berekend conform de nota rentenotitie van de commissie BBV. Vanwege het inzicht in de rentelasten van externe financiering het renteresultaat en de wijze van toerekening is onderstaand renteschema opgenomen. Het rente omslagpercentage wordt berekend door de totale rentekosten te delen door het totaal geactiveerd bedrag.
De totale rentekosten bestaan uit de rente voor vaste geldleningen, de bespaarde rente over de eigen financieringsmiddelen (reserves) en de rente van de financieringsbehoefte. Het omslagpercentage voor de begroting 2023 is per 20 juli 2022 berekend op 1,65%. Renteschema: a.
b.
c.
2023
De externe rentelasten over de korte en lange financiering: - Externe rente Vaste geldleningen - Externe rentelasten financiering investeringen - Externe rentelasten financieringstekort
€
487.915
-/- €
60.609
Totaal door te rekenen externe rente
€
1.579.998
-/- €
438.829
€
1.141.168
26.479.836 €
503.117
De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet
-/- €
36.780
€ -/-9
402.04
Saldo door te rekenen externe rente
d2.
987.756 164.936
De externe rentebaten
worden doorberekend
d1.
€ €
Rente over eigen vermogen+voorz. Rente over voorzieningen (CW)
€
86
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
e.
Saldo renteresultaat taakveld treasury
f.
€
1.644.285
€
1.598.512
€
45.773
Rentevisie De rente is in belangrijke mate afhankelijk van de economische ontwikkeling en de inflatie. De afgelopen maanden is er sprake van veel economische onzekerheid en een fors stijgende inflatie door onder andere de aanhoudende coronacrisis wereldwijd, de oorlog in Oekraïne en de stijgende energieprijzen. De ECB verwacht in de tweede helft van 2022 en richting 2023 rentestijgingen te moeten doorvoeren en daarmee het tot op heden gevoerde monetaire beleid te wijzigen. Tevens zal de ECB stoppen met de verschillende opkoopprogramma's van obligaties. Op dit moment heerst er een grote mate van onzekerheid, waardoor het lastig blijft een rentevisie op te schrijven. Hoewel de voorspelbaarheid van de rente zeker op langere termijn gering is, kan het toch wenselijk zijn tendensen aan te geven die als basis kunnen dienen voor het sluiten van transacties. Daarbij worden een aantal vuistregels gehanteerd: • • • • • •
De rente van vaste leningen is door de lange looptijd financieel van groter belang dan de rente van leningen met een korte looptijd. Bij een verwachte daling van de lange rente wordt het aantrekken van vaste langlopende leningen zoveel mogelijk uitgesteld tot de rentedaling is ingetreden. Bij een verwachte stijging van de lange rente vindt consolidatie plaats van korte schuld (korte schuld wordt omgezet in langlopende leningen). Bij een te verwachten stabiele renteontwikkeling wordt in de actuele financieringsbehoefte voorzien met de financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente dragen. Dit alles uiteraard binnen de mogelijkheden die de regelgeving biedt.
Uitgangspunten financiering Onderstaand de belangrijkste beleidsmatige uitgangspunten die gehanteerd worden bij financiering. Hierbij moet rekening gehouden worden met het verplicht schatkistbankieren vanaf eind 2013. Het rentetarief van dit schatkistbankieren bedraagt momenteel 0%. • Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet in de schatkist. • Indien een liquiditeitsbehoefte ontstaat worden middelen aangetrokken in de vorm van dag- en kasgeldleningen en kredietlimiet op de rekening courant. • Onderhandse geldleningen en vaste geldleningen worden aangetrokken voor financiering met een looptijd van langer dan één jaar. • Overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties, uit hoofd van de publieke taak, worden zoveel mogelijk zekerheden bedongen. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.
87
Resultaat uitzettingen Voor de deelneming in Enexis is, zoals opgenomen in de begrotingsbrief 2023 van de Provincie Limburg, voor de jaren 2023-2026 met een dividendschatting van € 0,50 per aandeel rekening gehouden. De neerwaartse bijstelling ten opzichte van voorgaande jaren is het gevolg van de toegenomen kosten in de energietransitie. Het totaal verwachte dividend en rente van bovengenoemde uitzettingen komt daarmee uit op: Omschrijving: 2023 2024 2025 2026 (x € 1.000) Dividend deelneming Enexis 2023-2026 230 230 230 230 (460.350 aandelen x 0,50)
Wet Houdbare Overheidsfinancien (HOF) In de wet zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte van de overheidsschuld en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. Volgens de Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Die normen raken ook gemeenten, omdat de gemeenteschulden en financieringstekorten van gemeenten meetellen in de overheidsschuld van Nederland. Alle gemeenten samen krijgen een plafond voor het totale EMU-tekort van gemeenten in een jaar. Dat plafond wordt volgens de wet na bestuurlijk overleg voor een bepaalde periode overeengekomen. Het plafond voor de gezamenlijke gemeenten bedraagt 0,40% van het bruto binnenlands product. Met het plafond wordt de groei van de netto schuld (volgens de definitie voor het EMU-saldo) van de gezamenlijke gemeenten in een jaar beperkt. Voor de berekening van het EMU-saldo van de gemeente Stein wordt verwezen naar de paragraaf ‘EMU-saldo’.
Schatkistbankieren Decentrale overheden zijn met ingang van 2013 gaan schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Doel is om de EMU-schuld te verminderen. Er is sprake van een optische verbetering want de totale schuldpositie van de gezamenlijke overheden wijzigt niet. De deelnemende instellingen houden hun publieke middelen aan op een eigen rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Alle decentrale overheden zijn aangesloten op de schatkist, ook als een decentrale overheid geen overtollige middelen heeft. Deelnemende gemeenten regelen het betalingsverkeer via de eigen bank(en). Een eventueel negatief saldo op de bankrekening(en) wordt aangezuiverd vanaf de rekening-courant die de gemeente heeft bij het ministerie van Financiën. Andersom wordt een positief saldo op deze bankrekening juist afgeroomd ten gunste van de rekening-courant van de gemeente bij het ministerie van Financiën. Er is een doelmatigheidsdrempel van 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000.000 per gemeente tot een maximum van € 500.000.000 euro. Voor Stein is deze gemiddelde drempel per kwartaal 2% x € 77.311.000 (het begrotingstotaal per 1/1/2023) = € 1.546.220 De gemeente Stein beschikt momenteel niet over overtollige middelen die in de schatkist ondergebracht moeten worden.
Het rentetarief van het schatkistbankieren bedraagt momenteel 0%. Het is voor gemeenten wel mogelijk om overtollige middelen uit te lenen aan andere overheden, en daarmee een beter rendement te halen dan bij de schatkist. Hierbij bestaat de mogelijkheid om leningen die door BNG Bank aan een gemeente zijn verstrekt, over te dragen aan decentrale overheden die over overtollige middelen beschikken. Indien de BNG Bank een aan de gemeente verstrekte lening overdraagt aan een andere decentrale overheid, dan wordt deze andere decentrale overheid de nieuwe crediteur. Rente en aflossing zijn in dat geval niet langer verschuldigd aan BNG Bank, maar aan de decentrale overheid die de vordering heeft
88
overgenomen. De voorwaarden van de lening blijven in geval van overdracht onveranderd. Cessie van vorderingen behoeft op grond van het Burgerlijk Wetboek geen instemming van de kredietnemer.
Risicobeheer Met risico’s wordt bedoeld renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitenrisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. Het beheersen van risico’s komt tot uitdrukking via het gebruik van de instrumenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. Beide instrumenten hebben tot doel het renterisico te begrenzen dat verbonden is aan financiering met korte en lange schuld. Renterisico op vlottende schuld Om het renterisico op de netto vlottende schuld te beheersen mogen gemeenten voor hun financieringsbehoefte niet onbeperkt kort geld aantrekken. Het aantrekken van kort geld is normaliter goedkoper dan lang geld, maar is ook aan fluctuaties onderhevig. De maximale toegestane netto vlottende schuld wordt bepaald door de zgn. kasgeldlimiet. Het kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Voor 2023 komt het kasgeldlimiet voor Stein neer op:
(a) (b)
Berekening kasgeldlimiet 2023 (x 1.000 €) Omvang van de programmabegroting per 1/1/2023: Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage: Toegestane kasgeldlimiet voor 2023 (a) x (b):
€
77.311 8,5% € 6.571
De kasgeldlimiet wordt aan het begin van het jaar vastgesteld. De kasgeldlimiet bedroeg de afgelopen jaren: Jaar: 2020 2021 2022
Kasgeldlimiet (1.000 €) 5.395 5.610 5.633
Als de liquiditeitspositie een vlottende schuld vertoont die groter is dan de kasgeldlimiet, leidt dit tot het aflossen c.q. het consolideren van kort geld door aantrekken van vaste geldleningen. De wet Fido geeft aan dat in de financieringsparagraaf van de begroting informatie over de liquiditeitspositie opgenomen dient te worden. Dit is de gemiddeld netto vlottende schuld minus de gemiddeld vlottende middelen in relatie met de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel is deze informatie opgenomen: Periode
3e kw 2021 4e kw 2021 1e kw 2022 2e kw 2022
Netto vlottende schuld /-overschot vlottende middelen 368 4.880 7.572 8.925
Kasgeldlimiet Overschrijding
5.610 5.610 5.633 5.633
Onderschrijding
5.978 730 1.939 3.292
Renterisico op vaste schuld De renterisiconorm heeft als doel de leningportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. Met deze norm wordt het renterisico op leningen met een looptijd langer dan 1 jaar (vaste schuld) inzichtelijk gemaakt. Het doel van deze norm uit hoofde van de wet Fido is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de door de gemeente te betalen rente. Dus hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder
89
gevoelig de begroting wordt voor rente schokken bij herfinanciering. Een wijziging in de rentestand werkt daardoor vertragend op de rentelasten en rentebaten in enig jaar. Deze norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Uit onderstaande berekening blijkt dat de komende vier jaar het renterisico ruim binnen de norm blijft. Berekening (bedragen x € 1.000) Stap Variabelen Renterisico(norm) (1) Renteherziening (2) Aflossingen
2023 0 4.304
2024 0 4.250
2025 0 3.902
2026 0 3.902
(3)
Renterisico (1+2)
4.304
4.250
3.902
3.902
(4)
Renterisiconorm*
15.462
15.462
15.462
15.462
(5a) Ruimte onder renterisiconorm 11.158 (5b) Overschrijding renterisiconorm * Berekening renterisiconorm: Begrotingstotaal 2023 € 77.311 x 20% = € 15.462
11.212
11.560
11.560
Liquiditeitenrisico Dit zijn risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en de meerjareninvesteringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Momenteel wordt in de financieringsbehoefte voorzien met financieringsvormen die absoluut gezien de laagste rente hebben. Koersrisico’s Dit is het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. De financiële vlottende activa van de gemeente omvatten rekening-courant gelden, kasgelden en deposito’s. De vaste financiële activa bestaan enerzijds uit aandelenbezit en deelname in gemeenschappelijke regelingen, aan derden verstrekte leningen en beleggingen in een garantiefonds. Een specificatie van het aandelenbezit van de gemeente Stein is opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. Debiteurenrisico’s Dit betreft het risico dat vorderingen op debiteuren niet kunnen worden geïnd en afgeboekt moeten worden. Ter afdekking van mogelijk oninbare vorderingen van debiteuren is de voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De voorziening dubieuze debiteuren sociale zaken is als buffer gevormd voor debiteuren die niet aan hun verplichtingen voldoen. Liquiditeitenontwikkeling In onderstaande tabel is de liquiditeitenontwikkeling van de gemeente Stein meerjarig in beeld gebracht.
(bedragen x € 1.000) Kasstroom uit operationele activiteiten Begrotingssaldo Afschrijvingen Mutaties reserves Mutaties voorzieningen Kasstroom uit investeringsactiviteiten Vermeerderingen investeringen Kasstroom uit financieringsactiviteiten
2023
2024
2025
2026
1.132
3.259
4.967
1.442
3.965 -903
4.228 -343
4.621 -285
4.782 -265
-116
-38
-254
61
-11.600
-12.938
-11.903
-13.279
90
Geldleningen opnamen/aflossingen Ontwikkeling liquiditeiten
-4.304 -11.826
-4.250 -10.082
-3.902 -6.756
-3.902 -11.161
91
Bedrijfsvoering Algemeen Het gemeentebestuur heeft ambities. Om die ambities te realiseren is een organisatie nodig van mensen en middelen. Het is belangrijk dat een dergelijke organisatie in lijn wordt gebracht met deze ambities. De paragraaf bedrijfsvoering schetst de manier waarop de organisatie hier invulling aan geeft en welke instrumenten hiervoor nodig zijn. Bedrijfsvoering is van belang voor het slagen van de gemeentelijke programma’s door er voor te zorgen dat primaire processen hun taken zo optimaal mogelijk kunnen uitvoeren. In deze paragraaf geeft de gemeente de beleidsvoornemens rondom de bedrijfsvoering aan. Bedrijfsvoering bestaat traditioneel uit de onderdelen personeel, automatisering, communicatie, organisatie, financieel beheer (waaronder de administratieve organisatie en de interne controle) en huisvesting, en heeft daarmee een duidelijke relatie met het programma Bestuur on Ondersteuning en Algemene Dekkingsmiddelen.
Rechtmatigheidsverantwoording In de huidige situatie geeft de accountant in de controleverklaring een oordeel over de rechtmatigheid van het handelen van de gemeente. In de toekomstige situatie legt het college van B&W rechtstreeks verantwoording af over de (financiële) rechtmatigheid van het gevoerde bestuur, aan de hand van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant controleert vervolgens de rechtmatigheidsverantwoording op getrouwheid. De accountant kijkt dus of hetgeen het college meldt in de rechtmatigheidsverantwoording, juist en volledig is. In de afgelopen jaar is door ons hard gewerkt aan de voorbereidingen en zijn stappen gezet om klaar te zijn om een collegeverklaring af te geven. Door omstandigheden is de invoering van het wetsvoorstel vertraagd en zal pas bij de jaarrekening 2023 een collegeverklaring worden afgegeven, mits de wetswijziging nog voor einde 2022 zal worden aangenomen. Zo niet, wordt het niet eerder dan 2024 waarop het van toepassing zal zijn.
Financiën De financiële processen zijn voor een deel al gedigitaliseerd. Dit traject krijgt een vervolg door de digitalisering van het debiteurenproces en de implementatie van de rapportagemodule. Daarnaast worden bestaande processen continu geëvalueerd en waar mogelijk verbeterd. In het kader van het vernieuwde Horizontaal Toezicht (HT) worden de stappen doorlopen die nodig zijn om te voldoen aan de wettelijke vereisten van de Belastingdienst. Er wordt onder andere een nulmeting voor de benodigde processen uitgevoerd en de nieuwe en/of aangepaste processen worden geïmplementeerd in de organisatie. Om te kunnen voldoen aan de vereisten van het HT is aanvullende personele capaciteit nodig.
Juridische advisering Juridische advisering is een continu aandachtspunt. Voor advies over burgerlijk recht, bestuurs(proces)recht en gemeenterecht kunnen medewerkers terecht bij één van de concernjuristen. Kennis van deze rechtsgebieden kan niet van alle medewerkers worden verwacht. Een nieuw juridisch aandachtspunt vormt binnenkort de introductie van een zogenaamd klachtenloket bij aanbestedingsprocedures.
Inkoop In 2023 gaan we meer grip hebben op de contracten die er in de organisatie zijn. Door een nieuw contract registratie systeem worden de contracten beter geregistreerd en heeft de organisatie meer
92
en beter inzicht in de lopende en aflopende contracten. Er kan beter gestuurd worden door deze informatie. Verder wordt in 2023 gekeken wat de medewerker nodig heeft om de inkoopfunctie nog beter te kunnen uitvoeren. In het bestuursakkoord 2022-2026 is verder opgenomen dat een verdere professionalisering van inkoop op termijn een besparing van € 50.000 in 2025 en € 75.000 in 2026 oplevert.
Informatiemanagement Informatiemanagement ondersteunt bij projecten binnen de organisatie en geeft vorm aan het verbeteren van de informatievoorziening voor de rest van de organisatie. Er zal worden ingezet op het doorontwikkelen van het nieuwe zaaksysteem om de processen verder te optimaliseren en het digitale werken verder uit te breiden. Verder wordt meer ingezet op objectgerelateerd opslaan van de informatie en het verder voorbereiden van het digitaal archiveren.
Communicatie De Visie op communicatie 2018-2022 is in oktober 2018 vastgesteld, met als primaire doel een sterke communicatieve organisatie neer te zetten die de gemeente Stein als dienstverlener, toeristisch merk en plek om te ondernemen versterkt. Deze visie is voorzien van een duidelijke uitvoeringsagenda, waarvan de aandachtspunten voor 2023 staan benoemd in het programma Bestuur en ondersteuning en algemene dekkingsmiddelen. Daarnaast wordt in 2023 gewerkt aan een nieuwe visie op communicatie 2023-2027 die voor de zomer in 2023 in samenspraak met de raad wordt opgesteld en vastgesteld.
Juridische kwaliteitszorg Juridische kwaliteitszorg is een continu aandachtspunt van en voor de organisatie. Doel hiervan is ervoor zorg dragen dat de kwaliteit van de gemeentelijke producten en diensten aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Hiermee zijn onze burgers, maatschappelijke instellingen en het bedrijfsleven gebaat. Door een gestructureerde wijze van aanpak, van hoog tot laag in de organisatie, worden juridische risico's zichtbaar en kunnen problemen op voorhand worden voorkomen. Juridische kwaliteitszorg is een going concern onderwerp.
Formatieontwikkeling ambtelijk personeel Voor een overzicht van de formatie wordt verwezen naar bijlage I (overzicht formatie). Indien formatieontwikkeling aan de orde is of de door uw raad vastgestelde formatie wijzigt, wordt de raad op de hiervoor bestemde momenten in de P&C cyclus nader geïnformeerd. De ambtelijke formatie stijgt met ingang van het begrotingsjaar 2023 tot 141,07 fte (bij de bestuursrapportage 2022 was dit nog 140,38 fte) als gevolg van een aantal personele maatregelen waarbij per saldo wordt uitgekomen op een stijging van bijna 1 fte. Bij die personele maatregelen gaat het bijvoorbeeld om meer formatie op grond van het bestuursakkoord 2022. Maar ook de uitstroom/afbouw van formatie (vacatureruimte) om een taakstellende bezuiniging ten behoeve van het participatiecontract invulling te geven. Tot slot ook keuzes binnen de bedrijfsvoering door lagere loonkosten tegen meer formatie of meer kosten en dan tegen minder formatie.
Organisatieontwikkeling Om de doorontwikkeling van de organisatie te kunnen invoeren en implementeren is in het bestuursakkoord 2022-2026 een jaarlijks doorontwikkelingsbudget van € 100.000 opgenomen voor de jaren 2023-2025. In deze begroting wordt voorgesteld dit bedrag structureel op te nemen. In het kader van optimalisaties wordt vooral gekeken naar de bedrijfsprocessen. Dit is een continu proces en maakt deel uit van de jaarplannen.
93
Het bestuursakkoord bevat een groot aantal ambities. Deze ambities zijn inmiddels vertaald naar een meerjaren-capaciteitsplanning. Uit het vergelijk van deze capaciteitsplanning met de beschikbare formatie ontstaat een tekort. Dit tekort is relatief gering. In deze begroting is hiervoor € 52.500 opgenomen. In eerste instantie voor 2023 en 2024 om dit tekort aan capaciteit aan te pakken. Wij kiezen voor een tijdelijke oplossing omdat het project Visie op de Organisatie tot een definitief formatieplaatje zal leiden. Eventueel zijn twee onderzoeken naar onder andere de formatie specifiek gericht op Wmo, schuldhulpverlening en Vergunning Toezicht en Handhaving noodzakelijk. Echter op dit moment wordt nog bekeken in hoeverre deze twee onderzoeken zich verhouden tot de tijdlijn van het project Visie op de organisatie waarin een voorstel voor de totale formatie in is voorzien. Uw raad wordt sowieso tijdig meegenomen in het traject. Eventuele financiële consequenties hieromtrent zullen vanzelfsprekend ook worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Uitgangspunten personeelskosten In de kaderbrief 2023 is voor de loonkostenontwikkeling 2023 en volgende jaren gekozen om de stelpost loonstijgingen op een jaarlijkse stijging van 2% te stellen. Bij het opstellen van de Begroting 2023 bevond de overgang naar functiewaarderingssysteem HR21 zich in de afrondingsfase. Ook kwamen de eerste berichten binnen over de inzet vanuit de vakbonden voor koopkrachtreparatie voor de Cao-Gemeenten na 1 januari 2023. Op het moment dat vorenstaande definitief zijn beslag heeft gekregen en dan mocht blijken dat de stelpost loonstijgingen hier onvoldoende dekking aan kan bieden, zullen wij uw raad op de hiervoor bestemde momenten nader informeren.
Stelposten secundaire arbeidsvoorwaarden Naast de reguliere salariskosten zijn er personele lasten die niet vooraf zijn toe te rekenen aan medewerkers of afdelingen (herbezetting, inzet IKB, uitbetaling leeftijdsverlof, flexibele beloning, Cao stijgingen, lokaal bezoldigingsbeleid en stijging sociale werkgevers-lasten). Hiervoor zijn stelposten opgenomen. Zodra voornoemde personele lasten zich voordoen worden deze in mindering gebracht op de stelposten. Op basis van de Kaderbrief 2023 is de stelpost loonstijgingen jaarlijks op 2% gesteld. Voor 2023 zijn onderstaande stelposten geraamd: IKB (verkoop verlof) € 40.514 Herbezetting OR € 32.640 Flexibel belonen € 28.736 Loonstijgingen € 220.593 totaal stelposten € 322.483
Indicatoren personeelsbeleid verzuimpercentage
stageplaatsen
werkervaringsplaatsen
Rekening 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
7,11%
5%
5,8%
5,8%
5,8%
4%
Rekening 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
4
8
8
8
8
8
Rekening 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
2
4
4
4
4
4
94
Verlofsparen In de Cao Gemeenten is bepaald dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantieuren kunnen sparen. Hiermee kunnen medewerkers, passend bij hun levensfase, hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrière planning. De gevormde voorziening is bedoeld om mogelijke langere periode van afwezigheid en/of eerder stoppen voorafgaande aan de AOW-gerechtigde leeftijd, middels inhuur op te vangen.
95
Verbonden Partijen Er volgt nu van de publiekrechtelijke verbonden partijen een actueel overzicht van o.a. het openbaar belang, visie in relatie tot de doelstellingen, actuele beleidsvoornemens verwachte ontwikkelingen ten aanzien van het gemeentelijk belang en de financiële positie. Publiekrechtelijke verbonden partijen 1. Naam
2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang 5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen 7. Bestuurlijk belang
8. Financieel belang 9. Vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
10. Gemeentelijke bijdrage
11. Financieel resultaat
12. Risico’s
13. Ontwikkelingen
Veiligheidsregio Zuid Limburg
Gemeenschappelijke regeling van alle gemeenten in ZuidLimburg Maastricht Betreft de uitvoering van de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken, die zich met name richten op de brandweerzorg en de crisisbeheersing. Programma Veiligheid Alle gemeenten van Zuid-Limburg Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat de bestuursstructuur uit een Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB). De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente Stein in het AB en DB. Alle gemeenten in Zuid-Limburg betalen, op basis van een verdeelsleutel, hun aandeel in de kosten. 31-12-2021 € 4.761.000 31-12-2022 € 3.586.000 31-12-2023 € 2.602.000 31-12-2021 € 55.556.000 31-12-2022 € 58.196.000 31-12-2023 € 54.596.000 2021: € 1.468.000 2022: € 1.528.000 2023: € 1.558.000 2021: € -120.073 2022: € nihil 2023: € nihil De risico's zijn beschreven in de risicoparagrafen van de begrotingen en jaarrekeningen van de Veiligheidsregio. De Veiligheidsregio beschikt over een eigen algemene reserve. - Organisatieontwikkeling - Intensivering samenwerking - Actualisering Provinciaal Risicoprofiel - Uitvoering verbeterpunten uit evaluaties Covid-19 en Hoogwater
96
1. Naam
Gemeenschappelijke Regeling Vidar Wsw
2. Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling van de gemeenten SittardGeleen, Beek en Stein. Sittard-Geleen Uitvoering van de Wsw en de Participatiewet.
3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang 5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen 7. Bestuurlijk belang
8. Financieel belang
9. Vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
10. Gemeentelijke bijdrage
11. Financieel resultaat
12. Risico’s
13. Ontwikkelingen
Programma Sociaal Domein Gemeente Sittard-Geleen, Beek en Stein Conform de WGR bestaat de bestuursstructuur uit een algemeen bestuur (twee wethouders per gemeente) en een dagelijks bestuur (wethouders met Participatie in hun portefeuille). In de Gemeenschappelijke Regeling Vidar Wsw is het formele werkgeverschap van de Wsw-ers belegd en enkele bijbehorende taken als collectief vervoer en arbodienst. De Gemeenschappelijke Regeling Vidar Wsw heeft de uitvoering van de Wsw en de werkgeverstaken belegd bij de centrumgemeente Sittard-Geleen. De centrumgemeente heeft de uitvoering van de Wsw-taken en de werkgeverstaken opgedragen aan Vidar B.V. Verder vinden er binnen de Gemeenschappelijke Regeling Vidar Wsw geen activiteiten plaats. Binnen het overzicht van baten en lasten, worden de verantwoorde loonkosten gedekt door de Rijksbijdrage en een aanvullende gemeentelijke bijdrage in het subsidietekort en overige lasten. 31-12-2021 € 0 31-12-2022 € 0 31-12-2023 € 0 31-12-2021 € 1.505.556 31-12-2022 € 1.652.000 31-12-2023 € 1.577.000 2021: € 730.240 2022: € 646.270 2023: € 644.921 2021: € 0 2022: nihil 2023: nihil In geval er sprake is van een tekort t.o.v. de begroting moeten de gemeenten dit tekort aanzuiveren d.m.v. een hogere gemeentelijke bijdrage. Daling toegevoegde waarde SW-ers zet door wat slechts gedeeltelijk gecompenseerd wordt door instroom Participatiewet
97
1. Naam
GGD Zuid Limburg
2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang
Gemeenschappelijke regeling Maastricht Zorg dragen voor publieke gezondheid, toezicht op de kwaliteit Wmo, Veilig Thuis, ambulancezorg, GHOR, vangnetfunctie en crisiszorg verslaafden, dak- en thuislozen, sociaal medische advisering. Programma Volksgezondheid en milieu De 18 Zuid-Limburgse gemeenten Het Algemeen Bestuur van de GGD Zuid-Limburg bestaat uit 1 bestuurslid per deelnemende gemeente en 1 plaatsvervangend lid. Als lid van het Algemeen Bestuur kunnen slechts worden aangewezen leden van het college van de gemeenten. Het Dagelijks Bestuur (DB) bestaat uit bestuurders van 7 gemeenten, waaronder Stein. Besluitvorming vindt plaats via gewogen stemmen, gerelateerd aan het inwonersaantal. Subsidie/inkooprelatie/verliesbijdrage naar rato inwonertal. 31-12-2021 € 2.201.332 31-12-2022 € 2.201.332 31-12-2023 € 2.201.332 31-12-2021 € 39.032.001 31-12-2022 € 39.032.001 31-12-2023 € 39.032.001 2021 € 894.778 2022 € 1.002.430 2023 € 1.139.861 2021 € 221.755 2022 nihil 2023 nihil
5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen 7. Bestuurlijk belang
8. Financieel belang 9. Vermogen Eigen vermogen
Vreemd vermogen
10. Gemeentelijke bijdrage
11. Financieel resultaat
12. Risico’s
13. Ontwikkelingen
Door de deelnemende gemeenten is gekozen om geen weerstandsvermogen op te bouwen bij de GGD. Mogelijke verliesbijdragen worden naar rato inwoneraantal door de gemeenten gedragen. -Weerstandsvermogen -Trendbreuk -Doorontwikkeling JGZ -Covid-19
98
1. Naam
Gemeenschappelijke regeling Omnibuzz
2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang
Gemeenschappelijke regeling Sittard-Geleen Het zorg dragen voor het vervoer van inwoners met een beperking die een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning. Programma Sociaal Domein Gemeente: Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Horst aan de Maas, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Venray, Voerendaal, Weert. Kwalitatief goed en betrouwbaar vervoer op maat tegen reële kosten. De gemeente Stein heeft zitting in het algemeen bestuur van Omnibuzz en stelt met de vertegenwoordigers van de overige gemeenten de jaarrekening en begroting vast. De totale gemeentelijke bijdrage is opgebouwd uit twee delen: een bedrag per inwoner voor de bedrijfskosten en de vervoerskosten (het reisvolume/daadwerkelijk gebruik).
5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen
7. Bestuurlijk belang 8. Financieel belang
9. Vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
10. Gemeentelijke bijdrage
10. Financieel resultaat
11. Risico’s
12. Ontwikkelingen
31-12-2021 € 1.356.092 31-12-2022 € 966.126 31-12-2023 € 960.001 31-12-2021 € 3.625.799 31-12-2022 € 4.609.960 31-12-2023 € 5.336.719 2021 € 342.180 2022 € 378.093 2023 € 404.104 2021 € 2.885.894 2022 nihil 2023 nihil In geval er sprake is van een tekort t.o.v. de begroting moeten de gemeenten dit tekort aanzuiveren d.m.v. een hogere gemeentelijke bijdrage. - Vergrijzing - Eventuele impact van COVID-19 - Groeiende zorgbehoefte bij klanten - Toename kruimelfuncties bij Omnibuzz (AVG, archiefwet, digitoegankelijkheid - Chauffeurstekorten - Wijziging gemeenschappelijke regeling Omnibuzz en de verdeelsleutel. Het effect voor de gemeente Stein inzake het aanpassen van de verdeelsleutel betreft -17.895.
99
1. Naam
Regionale Uitvoeringsdienst Zuid Limburg
2. Rechtsvorm 3. Vestigingsplaats 4. Doelstelling en openbaar belang
Gemeenschappelijke regeling Maastricht Het doel van de vorming van de RUD ZL is om hogere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te bereiken op het gebied van milieu voor minimaal de basistaken van alle 17 deelnemers en de specialistische milieutaken voor de deelnemers die ook deze taken inbrengen. De gemeente Stein heeft alle milieutaken ingebracht. De RUD ZL is tevens een BRZO-RUD omdat alle BRZO-taken provinciebreed hier zijn ondergebracht. De vorming van een RUD is wettelijk verplicht. Programma Volksgezondheid en milieu
5. Relatie met beleidsprogramma 6. Deelnemende partijen
7. Bestuurlijk belang 8. Financieel belang
9. Vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
10. Gemeentelijke bijdrage
10. Financieel resultaat