CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage C Ruimtelijke onderbouwing (def).pdf

Beeldvormende bijeenkomst 21 september 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Propeenverlaadstation Haven Stein inclusief buisleiding naar de Chemelotsite35.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

• De primaire site bewoners machtigen CSP om in hun bedrijfsvoering te kunnen ingrijpen en maatregelen te (doen) treffen teneinde de naleving van de milieuvergunning(voorschriften) en wet- en regelgeving te waarborgen.

Pagina 11 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

• • • •

De primaire site bewoners hebben CSP gemachtigd om namens hen de loketfunctie te vervullen en op te treden inzake site generieke vergunningszaken. De primaire site bewoners hebben CSP gemachtigd op naar aanleiding van VGM-audits controles uit te (doen) voeren ten behoeve van de naleving van de hen opgelegde milieuvergunningsverplichtingen. Primaire Site Bewoners zijn verplicht om de archivering van de originele milieu omgevingsvergunning beschikkingen van gemeentelijke, provinciale en overheidsinstantie door CSP te laten verrichten. Primaire Site Bewoners zijn verplicht om wijzigingen van de inschrijving Kamer van Koophandel kenbaar te maken bij het CSP-Secretariaat.

Pagina 12 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

3

PROCESBESCHRIJVING PROPEENVOORZIENING

3.1

Inleiding

Propeen is samen met Ammoniak de belangrijkste grondstof voor de productie van Acrylonitril in de acrylonitrilfabrieken van AnQore. Deze fabrieken zijn gelegen op locatie Noord van de site Chemelot. De ligging ervan is aangegeven op de plattegrond in bijlage 1. In de huidige situatie wordt de benodigde Propeen door een kraker op Chemelot geleverd. De drijver van deze kraker heeft aangegeven dat de mogelijkheid bestaat dat deze levering in de nabije toekomst gestaakt moet worden. Om op deze situatie te anticiperen is door AnQore een project gestart gericht op de realisatie van een eigen, onafhankelijke aanvoer en opslag van Propeen. De deelinrichting “AnQore: propeenverlading, transport en opslag” voorziet hierin. 3.2

Algemene beschrijving deelinrichting

Een schip met een lengte van circa 110 tot 135 meter komt circa 4 tot 6 keer per week via het Julianakanaal aan en meert af in de haven van Stein. Deze schepen kunnen circa 1000 tot 1350 ton Propeen (tot vloeistof verdicht gas) bevatten. Propeen arriveert met een typische temperatuur tussen 0°C en 20°C en een druk tussen 5 barg en 10 barg. Een losarm staat op een platform in het Julianakanaal, buiten de inrichtingsgrens van Chemelot. Deze losarm sluit aan op de lichter en de pompen van de lichter brengen de vloeistof via een circa 4 km lange ondergrondse buisleiding over de site Chemelot naar twee onder druk staande ingeterpte opslagvaten nabij de AnQore-site. Deze opslagvaten werken met vergelijkbare druk en temperatuur en kunnen onafhankelijk worden gebruikt. De afmeting per opslagvat is ca. 8 m x 50 m (diameter x lengte). De totale opslagcapaciteit is ongeveer 2700 ton. De inhoud van de vaten wordt continu gecirculeerd om de druk en temperatuur over het vat constant te houden. De circulatiepompen voeden beide bestaande acrylonitrilreactoren via de bestaande propeenverdampers van de acrylonitrilfabrieken met Propeen. Er is een compressor-koelinstallatie aanwezig, die voornamelijk wordt ingezet om eventueel stikstof uit het systeem te verwijderen. Deze installatie kan ook worden ingezet om de inhoud van de opslagvaten enigszins te koelen.

Pagina 13 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

4

BESCHRIJVING MILIEURISICO’S VOOR LUCHT, BODEM, OPPERVLAKTEWATER EN RIOOLWATERZUIVERINGSINRICHTING (RWZI).

Door een ongewenst voorval op het terrein kan milieuverontreiniging plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan lekkages van vloeistoffen en dampen naar water, bodem en lucht. In een MRA-rapport moet een beschrijving worden gegeven van de risico’s voor alle milieucompartimenten ten gevolge van ongewenste voorvallen. Vanaf paragraaf 4.3 worden in deze MRA alleen de risico’s voor de watersystemen (oppervlaktewater en Integrale afvalwaterzuivering (IAZI) beschreven. 4.1

Beschrijving milieurisico’s voor lucht.

Bij een ongewenste gebeurtenis kunnen direct of indirect stoffen vrijkomen in de atmosfeer. Bij direct vrijkomen, verdampt Propeen en stroomt de stof door de breukopening rechtstreeks in de atmosfeer. Het risico op het ontstaan van brand wordt beperkt doordat de opslag van vloeibaar gemaakt Propeen in ingeterpte tanks plaatsvindt. Het milieurisico voor lucht bestaat uit het gevaar voor optreden van emissies van in het proces aanwezige dampvormige componenten. Deze zijn doorgaans in geringe, met de procesinhoud overeenkomende hoeveelheden aanwezig. Voor een gedetailleerde omschrijving van de diverse emissies naar de lucht bij normale bedrijfsvoering wordt verwezen de aanvraag voor de vigerende milieuvergunningen. Vanaf paragraaf 4.3 worden in deze MRA alleen de risico’s voor de watersystemen (oppervlaktewater en rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI) beschreven. De geselecteerde scenario’s in het Veiligheidsrapport geven een representatief beeld van de risico’s van de verlading, het transport en (tussen)opslag van Propeen. 4.2

Beschrijving milieurisico’s voor bodem

Bij het vrijkomen van een milieuschadelijke vloeistof ten gevolge van een ongewenst voorval kan verontreiniging van de bodem en eventueel verontreiniging van het grondwater optreden. Voor de gebruiksfase zijn de volgende bedrijfsactiviteiten geselecteerd waarbij een mogelijk bodemrisico denkbaar is: • Transformatoren (Trafo’s) • Verladingsactiviteiten (Schip); • Onder- en boven- gronds leidingtransport inclusief vulpunt en verpompen; • Opslag in tanks (incl. compressor/koelunit); • Riolering. Zoals eerder is aangegeven zal vloeibaar gemaakt Propeen in geval van een lekkage verdampen. Hierdoor wordt het ontstaan van bodemverontreiniging als onwaarschijnlijk ingeschat. De ingeterpte tanks en hun toebehoren zijn vloeistofdicht (resp. minimaal vloeistofkerend) ontworpen en door middel van een uitwendige coating en kathodisch beschermd tegen

Pagina 14 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

corrosie . Met een inspectieprogramma worden tanks en vaten periodiek uitwendig en inwendig gecontroleerd op lekdichtheid. Benedenstrooms van de tankterp wordt een grondwatermonitoringssysteem aangebracht als een tweedelijns voorziening om lekkage op te merken. De nieuwe installatie is, behoudens de pompplaat ter hoogte van de opslag, niet verbonden met een proces- of schoonwaterriool. Hemelwater dat op de tankterp valt zal in bodem geïnfiltreerd worden. In dit systeem is een waterslot opgenomen ter voorkoming van infiltratie van vloeibaar Propeen. In de Haven Stein is geen verbinding met een rioolstelsel mogelijk. De pompplaat ter hoogte van de opslag is, ten behoeve van de afvoer van mogelijkerwijs licht olie-houdend hemelwater, verbonden met het schoonwaterriool. Dit riool loopt af op de IAZI. Op 25 februari 2020 is een algehele actualisatie van Hoofdstuk 1 Sitevergunning Chemelot ingediend. Het vergunningsbesluit is op 9 oktober 2020 in werking getreden. Onderdeel hiervan is Bijlage A08 “Beheersplan riolen Chemelot Site versie 2019”. Het beheersplan riolen is van toepassing op alle bedrijfsriolen op de Chemelot site. Hieronder vallen zowel de riolen vóór de overnamepunten van de individuele installaties (IBL), waaronder die van de nieuwe deelinrichting, alsmede de riolen ná de overnamepunten (OBL). 4.3

Beschrijving milieurisico’s voor het ontvangende watersysteem.

4.3.1 Riolering en afvalwater Verspreid over een oppervlakte van ca. 800 hectare is op de site Chemelot een ondergronds netwerk van rioolbuizen met een totale lengte van ca. 200 km aanwezig. Met dit rioolstelsel wordt proceswater, koelwater, sanitair water en een deel van het regenwater ingezameld en vervolgens, na zuivering in de Integrale Afvalwater-Zuiverings-Installatie (IAZI), afgevoerd via de Zijtak Ur naar de Maas. De verschillende afvalwaterstromen bij het bedrijf zijn aan de hand van een rioleringstekening inzichtelijk gemaakt. Een tekening van de rioleringssystemen is opgenomen in bijlage 2. In de volgende tabellen zijn alle aanwezige afstroomroutes per fabriek weergegeven. De verwerking van de afvalwaterstromen op de site Chemelot geschiedt door de afdeling Sitech IAZI. Hiertoe beschikt Sitech over een aantal voorzieningen en installaties, te weten: - Riolensystemen voor het transport van het afvalwater; - Scheidingssystemen voor het uitvoeren van fysische en mechanische scheidingen (zandvang, slikbezinking e.d.); - Integrale Afvalwater Zuiveringsinstallatie (IAZI) voor het toepassen van een biologische zuivering. De IAZI loost zijn effluent via de Zijtak Ur op de Maas. Voor deze lozing is vergunning verleend in het kader van de Waterwet.

De verwerking van het afvalwater is gebonden aan randvoorwaarden zoals de maximale doorzet, borging van een goede werking van de IAZI en de vergunningsvoorwaarden van de lozingsvergunning. Het afvalwater van de onderliggende verlading en opslag van Propeen bestaat uit:

Pagina 15 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

1. Hemelwater (schoon en potentieel verontreinigd) 2. Sanitair afvalwater 3. Bluswater

Een specifieke uitleg aangaande de riolering en afvalwater stroming wordt nader toegelicht in bijlage 3.

Pagina 16 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Tabel 3.1 Overzicht afvalwaterstromen en riolering Afvalwaterstroom Omschrijving Afvoer Sanitair afvalwater Toiletten, Huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op de handwasbakken site riolering. Bedrijfsafvalwater N.V.T en/of proceswater Schoon hemelwater Schoon hemelwater Schoon regenwater van daken en wegen van daken en wordt geïnfiltreerd danwel direct op wegen oppervlaktewater geloosd (Haven Stein) (mogelijk) (Mogelijk) als (Mogelijk) verontreinigd hemelwater wordt verontreinigd gevolg van via het vuilwaterriool op de “IAZI” geloosd. Het hemelwater bedrijfsactiviteiten effluent van de zuivering wordt geloosd op de verontreinigd zijtak Ur naar de Grensmaas hemelwater Bluswater Opgevangen Afhankelijk van het voorval: via het bluswater als gevolg vuilregenwaterriool en bufferbassin op de van de bestrijding “IAZI” dan wel via het bufferbassin verwerking van een calamiteit via een erkende verwerker. Ten aanzien van mogelijke onvoorziene lozingen heeft ACN verschillende voorzieningen getroffen. In de tabel 3.2 is een kort overzicht van de opvangvoorzieningen weergegeven. Tabel 3.2 beknopt overzicht opvangvoorzieningen per locatie Locatie Technische voorzieningen en Beheersmaatregelen afstroomroute Verlading Verlading m.b.v. laadarm Onderhoud en inspectie, voorzien van blokafsluiters werkinstructies, fabrieks- en bedrijfsnoodplan.

Leidingtransport Borging technische integriteit Onderhoud en inspectie, leidingen. werkinstructies, fabrieks- en bedrijfsnoodplan. Opslag bulk vloeistoffen Borging technische integriteit Werkinstructies, fabrieks- en opslagtank, stabiele tankterp, bedrijfsnoodplan; blindflenzen, automatische PGS-18 plichtige tankniveaumeting. installatie; conform uitgevoerde PGS-18 toets

4.3.2 Afstroomroutes bij ongewenste uitstroming Bij ongewenste uitstroming (calamiteit) zal de vrijgekomen vloeibaar gemaakte Propeen vanuit de ondergrondse of ingeterpte infrastructuur in de bodem afstromen. Oppervlakkige afstroming is alleen mogelijk bij lekkage van de compressor-koelinstallatie dan wel van pompen. In voorkomende gevallen op de site is afstroming aar de IAZI mogelijk. In het geval van lekkage bij het verladen is directe afstroming naar de Haven Stein mogelijk.

Pagina 17 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Met opmerkingen [MK1]: Evert is dit van toepassing?

Voor de toelaatbaarheid van een onvoorziene lozing op het oppervlaktewater is een indicatief referentiekader opgesteld. Volumecontaminatie, drijflaagvorming en een negatieve invloed op een ontvangende zuiveringsinstallatie zijn hierbij relevante eindpunten. In het indicatieve referentiekader worden risico’s beoordeeld door de kans op een onvoorziene lozing (faalkans) te relateren aan de Milieu Schade Index (MSI). De MSI wordt berekend uit de hoeveelheid oppervlaktewater die negatief wordt beïnvloed, een weegfactor inzake de gevoeligheid van het ontvangend oppervlaktewater en een referentievolume. Het risico kan verwaarloosbaar, acceptabel of verhoogd zijn. 4.3.3 Beschrijving IAZI en ontvangend watersysteem. Vanuit de fabrieken van de verschillende site-users op de Chemelot Site wordt met het afvalwater een breed scala aan stoffen geloosd op het centrale rioolstelsel, dat door de gemeenschappelijke, multi-client afvalwaterzuivering – de IAZI (Integrale Afvalwater Zuivering Installatie) – gezuiverd wordt vòòr lozing van het finale effluent naar de Zijtak UR. De Zijtak Ur mondt uit in de Grensmaas. De Grensmaas is een regenrivier. Dit betekent dat gedurende langere periodes van droogte, de afvoer door de rivier gering is.

Om te borgen dat ook onder deze omstandigheden aan de lozingseisen wordt voldaan, is bij de beoordeling van de lozing van het effluent uitgegaan van de door Rijkswaterstaat vastgestelde maatgevende lage afvoer door de Grensmaas. De installatie voor de zuivering van het afvalwater van de locatie Chemelot is gelegen tussen de Maas en het Julianakanaal te Stein. In de IAZI wordt op biologische wijze o.a. organische stoffen en stikstofverbindingen afgebroken. Tevens vindt (gedeeltelijke) verwijdering plaats van fosfaten, metalen en overige organische en anorganische verontreinigingen door hechting aan en afvoer met het zuiveringsslib. Het effluent van de IAZI wordt geloosd op de Zijtak Ur. Deze watergang staat in open verbinding met de Grensmaas. Gelet op functionaliteit, de ecologie en de bijzondere morfologie van de Zijtak Ur is, in nauwe samenspraak met het Waterschap Limburg en Rijkswaterstaat Zuid Nederland, gekozen om de toetsing op de waterkwaliteit, de zogenaamde immissietoets, uit te voeren voor de Grensmaas. Het debiet van het effluent van de IAZI bedraagt maximaal 5.834 m3/u, met dag-maximum van 124.000 m3/etmaal. Dit wordt via een buis afgevoerd naar de lozingsput (169-S-02). Het lozingspunt op de Zijtak Ur is te vinden op de rijksdriehoekcoördinaten (x,y) 180.790 en 332.323 (zie bijlage 10.1). De Zijtak Ur is ter plaatse van de lozing overkluisd.

De diameter van deze lozingsput bedraagt 1,7 m (uitwendig). Het terrein waarop de installaties en gebouwen van de IAZI zich bevinden maakt sinds de inwerkingtreding van de waterwet deel uit van het rivierbed, waarvoor een vergunningplicht geldt voor ‘gebruik waterstaatswerken’.

Pagina 18 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

5

TOETS AAN DE STAND DER VEILIGHEIDSTECHNIEK VAN ACTIVITEITEN (SVT).

In de tabellen in bijlage 4 is de toetsing tegen de stand der veiligheidstechniek uitgevoerd, voor zover deze van toepassing zijn op de deelinrichting.

Pagina 19 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

6

SUBSELECTIE MILIEURISICOANALYSE

Deze MRA is uitgevoerd, omdat binnen deze nieuwe deelinrichting gevaarlijke stoffen voorkomen met potentieel watervervuilende en/of aquatoxische eigenschappen. Om de meest kritische stoffen te beschouwen is een subselectie uitgevoerd. De uitvoering en resultaten van deze selectie zijn beschreven in deze paragraaf. Voor de aangewezen installatieonderdelen wordt een kwantitatieve milieurisicoanalyse uitgevoerd met behulp van Proteus4. 6.1

Methodiek

De selectie van activiteiten binnen de inrichting die in de MRA moeten worden beschouwd, is gebaseerd op het bestaande selectiesysteem voor externe veiligheidsrapportages, welke gegeven is in “De selectie van activiteiten binnen inrichtingen t.b.v. het uitvoeren van studie naar risico’s van onvoorziene lozingen” [ref 2]. In dit rapport is tevens een voorstel gemaakt voor een uitbreiding van het bestaande selectiesysteem. Deze uitbreiding gaat in op de effecten van zuurstofdepletie, de vorming van drijflagen op aquatische ecosystemen en op de effecten van overbelasting en inhibitie van communale rioolwaterzuiveringsinstallaties. Voor de toepassing van het uitgebreide selectiesysteem moeten aanvullende stofeigenschappen (inhibitie concentratie, biologisch zuurstofverbruik) bekend zijn. Maatgevend voor de selectie zijn de hoeveelheid en de aard van de stoffen die op grond van de aanvraag omgevingsvergunning van de nieuwe deelinrichting aanwezig mogen zijn. In het selectiesysteem wordt de aanwezige hoeveelheid van een stof vergeleken met een vastgestelde drempelwaarde (selectie grenswaarde). Deze drempelwaarde is afhankelijk van de schadelijke eigenschappen die een stof kan hebben. De selectie vindt plaats in twee stappen: • De eerste drempelwaarde heeft betrekking op de totale aanwezige hoeveelheid van een waterbezwaarlijke stof.

• De tweede drempelwaarde heeft betrekking op het in één keer vrijkomen van aquatoxische stof uit een installatieonderdeel of opslag. Deze grenswaarde is 10% van de eerste drempelwaarde. Indien uit een installatieonderdeel of opslag een grotere hoeveelheid dan deze grenswaarde kan vrijkomen, moet voor deze stof het milieurisico voor het ontvangende oppervlaktewater of RWZI kwantitatief bepaald worden. 6.2

Vaststellen drempelwaarde

In hoofdstuk 4 is aangegeven dat in geval van een calamiteit lozing op het hemelwaterriool kan plaatsvinden. Dit betekent dat zowel direct op oppervlaktewater als ook indirect, via de “IAZI”, geloosd kan worden. Voor beide routes zijn afzonderlijke drempelwaarden afgeleid, zie ook de CIW nota “Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen”, februari 2002, bijlage 2 “Systeem voor het aanwijzen van inrichtingen waarvoor een beschrijving van de risico’s van onvoorziene lozingen verlangd wordt”.

Pagina 20 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

De LC50 waarde en biologisch zuurstofverbruik BZV-waarde zijn bepalend voor het effect volumecontaminatie. Stoffen met een zeer lage IC50 waarde veroorzaken het falen van een waterzuivering. Stoffen met een lage oplosbaarheid en een dichtheid kleiner dan water, leveren een bijdrage met betrekking tot het risico op drijflaag vorming. De drempelwaarden voor lozingen op oppervlaktewater worden bepaald door acute toxiciteit, BZV en de mogelijkheid op vorming van drijflagen. Daarnaast wordt een weegfactor toegekend aan de drempelwaarden. Deze weegfactor is afhankelijk van de grootte van het ontvangende oppervlaktewater. Conform de handleiding moet de weegfactor per watersysteem worden berekend uitgaande van de breedte en de diepte. In tabel 6.1 zijn de uitgangspunten voor de berekening van de weegfactor weergegeven. Tabel 6.1 Drempelwaarden eerste selectie Watersysteem Referentievolume Breedte (m) weegfactor voor F=1 (m³) Grensmaas 15.000.000 100

Diepte (m)

Specifieke weegfactor

5

11

Stoffen kunnen op verschillende manieren het aquatisch milieu beïnvloeden: • De stoffen met een LC50 waarde en met een BZV waarde veroorzaken volumecontaminatie. • Stoffen met een zeer lage IC50 waarde veroorzaken het falen van een waterzuivering. • Stoffen met een lage oplosbaarheid en een dichtheid kleiner dan water, leveren een bijdrage met betrekking tot het risico op drijflaag vorming. 6.3

Uitwerking selectie

Alleen de vloeistoffen op de inrichting zijn beschouwd. Wat betreft gassen wordt onderscheid gemaakt tussen gassen die wel of niet in water een schadelijk oplossing kunnen vormen. Niet schadelijke gassen zijn onder andere aardgas, etheen, stikstof, waterstof en zuurstof. Binnen de onderliggende inrichting is enkel sprake van de aanwezigheid van door middel van koeling en compressie vloeibaar gemaakt Propeen. Onder atmosferische omstandigheden begint Propeen vanaf -48 °C te koken. Dit betekent dat in geval van een lekkage vloeibaar gemaakt Propeen vanwege het wegvallen van de druk en onder invloed van omgevingswarmte nagenoeg instantaan zal verdampen waardoor in de praktijk er geen oppervlakkige afstroming plaatsvindt. Evenzo zal het vloeibaar gemaakte Propeen in geval van een lek boven oppervlaktewater direct verdampen. Dit proces wordt versterkt door de relatief lage dichtheid van Propeen ten opzichte van water (1,915 kg/m3). Om deze reden zijn geen scenario’s denkbaar die een risico voor de IAZI dan wel het ontvangende oppervlaktewater kunnen vormen. Een risicomodellering met behulp van Proteus is derhalve niet aan de orde. 1

In de onderliggende modellering met behulp van Proteus wordt gerekend met een weegfactor van 1. Uitgaande van de weergegeven geometrie van de Grensmaas zou deze 3 moeten bedragen. De modellering in Proteus zal worden aangepast wanneer de geactualiseerde versie van het model beschikbaar is.

Pagina 21 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

6.4

Conclusie

Uit de kwalitatieve risicoanalyse volgt dat de activiteiten van de onderliggende Propeenvoorziening van vloeibaar gemaakt Propeen in geval van een calamiteit geen risico vormt voor het ontvangende oppervlaktewater.

Pagina 22 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Bijlage 1: Plattegrond van de locatie (nieuwe deelinrichting)

Pagina 23 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

Bijlage 2: Beschrijving van de procesinstallatie

In onderstaande figuur is het PFD van de verlading, transport en opslag van vloeibare Propeen weergegeven.

Pagina 24 van 32

Kenmerk PROT4/2022/ reg 82 Datum: 2-6-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=384f6dca-28d1-4829-a56e-2e3b0c5dbc41