Bijlage C - Raadsvoorstel - WZV Stein 20230928
Tekst van het document
Bron: ABF (2021), LMW (2020), Progneff (2021). Bewerking Stec Groep (2023).
Ouderen en eenpersoonshuishoudens hebben relatief vaak een laag inkomen Om de verdeling naar inkomensgroepen 14 verder inzichtelijk te maken zetten we deze af tegen huishoudens van verschillende samenstellingen. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen is, zoals 14 We hanteren vier inkomensgroepen gebaseerd op de grenzen voor passend toewijzen. Met recht op huurtoeslag: tot € 23.725 / € 32.200 / € 23.650 / € 32.075, lage inkomens tot € 40.024, lage middeninkomens tot € 44.655 en hoge middeninkomens/hoge inkomens met een bruto huishoudinkomen van meer dan € 44.655.
38
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
hierboven al benoemd, relatief laag in de hoofdkern Urmond, met name in vergelijking met de hoofdkern Stein. Dit zien we terug in alle leeftijds- en huishoudenssamenstellingen. Verder komt naar voren dat met name oudere huishoudens relatief vaak een lager inkomen bezitten. Dit zien we vooral terug bij alleenstaande ouderen. Aangezien Urmond de komende jaren naar verwachting verder veroudert en de huishoudens verder verdunnen kan dit leiden tot een groei van het aantal huishoudens met een laag inkomen. Hierbij merken we op dat een deel van deze oudere huishoudens een eigen vermogen bezit en daardoor meer bestedingskracht heeft dan op basis van hun inkomen kan worden verwacht. Tabel 13: Inkomensgroepen naar leeftijd en samenstelling in de hoofdkern Urmond Doelgroep met recht op huurtoeslag Jonger dan 25 jaar 20 (44%) Eenpersoonshuishouden 25 tot AOW 130 (30%) Eenpersoonshuishouden AOW of ouder 190 (58%) Paar zonder kinderen 25 tot AOW 40 (7%) Paar zonder kinderen AOW of ouder 135 (31%) Paar met kind(eren) 55 (8%) Eenoudergezin 85 (65%) Totaal 655 (25%) Bron: LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023).
Lage inkomens zonder recht op huurtoeslag 10 (22%) 155 (35%) 105 (32%) 25 (4%) 95 (22%) 30 (5%) 15 (12%) 435 (17%)
Lage middeninkomens 0 (0%) 40 (9%) 15 (5%) 25 (4%) 50 (11%) 25 (4%) 0 (0%) 155 (6%)
Hoge middeninkomens en hoge inkomens 15 (33%) 115 (26%) 20 (6%) 475 (84%) 160 (36%) 545 (83%) 30 (23%) 1.360 (52%)
Totaal 45 440 330 565 440 655 130 2.605
Woningvoorraad vergelijkbaar met de totale voorraad van de gemeente Stein De woningvoorraad van Urmond bestaat uit circa 2.675 woningen (CBS, 2022). Hiervan is ongeveer 70% een reguliere grondgebonden koopwoning. Dit is een even groot aandeel als in de gehele gemeente Stein. Dit betekent dat er in de hoofdkern Elsloo relatief meer koopwoningen staan en in de hoofdkern Stein relatief minder. De rest van de voorraad is ook op vergelijkbare wijze verdeeld over de woningtypen als de gemeentelijke voorraad. Figuur 20: Woningvoorraad hoofdkern Urmond (buitenste ring) vergeleken met gemeente Stein (binnenste ring)
13%
3%2%
13%
1% 4%
10% 10% 2%
2%
70%
70%
Koop egw Koop mgw SH egw SH mgw VSH egw VSH mgw
Bron: LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023).
Verwachte toenamen van -10 tot +65 huishoudens t/m 2030 en -155 tot -65 huishoudens tot 2040 Naar verwachting zal het aantal huishoudens in de hoofdkern Urmond tot en met 2030 stabiel blijven tot licht stijgen, waarna vervolgens een lichte huishoudensafname verwacht wordt. De verwachte ontwikkeling is tot en met 2030 relatief positief ten opzichte van de overige hoofdkernen. Dit komt met name door een relatief sterke toename van het aantal alleenstaanden en stellen ouder dan 65 jaar, met name de ‘Suburbane senioren’. Dit zijn ouderen met een relatief laag inkomen en daardoor vaker op zoek naar een woning in het huursegment. Verder zien we dat de komende acht jaar met name alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar met een hoog inkomen het sterkst afnemen in absolute aantallen. Zij zijn relatief vaak op zoek naar een grondgebonden koopwoning. Wanneer we verder doorkijken tot 2040 zien we dat het aantal ouderen nog groeit, maar in mindere mate dan tot en met 2030. Verder zien we een voortzetting van de huishoudensafname van de overige doelgroepen.
39
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Tabel 14: Verwachte huishoudensontwikkeling naar 16 Stec-Doelgroepen in hoofdkern Urmond, 2023-2040 Woonmilieu
Ontw. 20232030
Ontw. 20232035
Ontw. 20232040
130 275 545 235 375 640 270
-15 tot -10 -10 tot -5 -25 tot -10 -30 tot -25 -55 tot -50 +95 tot +115 +45 tot +50
-25 tot -20 -15 tot -5 -30 tot -10 -55 tot -50 -85 tot -75 +120 tot +145 +50 tot +65
-40 tot -35 -20 tot -10 -40 tot -25 -70 tot -65 -110 tot -100 +110 tot +140 +45 tot +60
0 5 15 5 10 10 5
0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0
0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0
0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0 0 tot 0
Naam doelgroep
Samenstelling
Inkomen
Vroeg volwassen
A&S < 35 jaar
Laag
Dorps
100
JOLO (JOng LOkaalgebonden)
A&S < 35 jaar
Laag
Landelijk
0
Veel voor weinig Familie doorzon Ruimte en gemak Jong geleerd, oud gedaan Woonerf welgestelden Suburbane senioren Ruim(t)e genieters Blijvers en terugkeerders Rurale ruimtezoekers Gegoed ruraal gezin Blijf-in-de-hoofdkerners Stadsonthoofdkerners Landelijke eenvoud Landelijke luxe Totaal
A&S < 35 jaar Gezinnen Gezinnen A&S 35 – 64 jaar A&S 35 – 64 jaar A&S 65+ A&S 65+ A&S < 35 jaar Gezinnen Gezinnen A&S 35 – 64 jaar A&S 35 – 64 jaar A&S 65+ A&S 65+
Midden en hoog Laag Midden en hoog Laag Midden en hoog Laag Midden en hoog Midden en hoog Laag Midden en hoog Laag Midden en hoog Laag Midden en hoog
2023*
-10 tot -10
0 tot 0
-20 tot -15
0 tot 0
-30 tot -25
0 tot 0
2.620 -10 tot +65 -60 tot +30 -155 tot -65 Bron: Progneff (2021), LMW (2020), ABF (2021). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen. *Inclusief ontwikkeling 2022.
Overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen, vraag naar nultredenwoningen Op basis van het Stec-Doorstroommodel ontstaat in de hoofdkern Urmond in de komende acht tot twintig jaar een theoretisch overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen en sociale huurappartementen zonder lift. Naar de andere woningtypen zien we ondanks de afname van het aantal huishoudens wel een vraag ontstaan. Met name de vraag naar nultredenwoningen is door de verdere vergrijzing groot. Het overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen kan deels worden opgevangen door het aanpassen van deze woningen aan de wensen van ouderen. Hierdoor wordt tegelijkertijd in een deel van de vraag naar nultredenwoningen voorzien. Figuur 21: Kwalitatieve vraag Urmond: t/m 2030 (boven), tot 2035 (midden) en tot 2040 (onder) -200
-150
-100
-50
0
SH GGB
VSH GGB
KOOP GGB
SH APP z. lift
-155
-110
VSH APP z. lift
50 10 10
-15 -10
KOOP APP z. lift
SH NULT.
20 30
55 5 10 25 25
VSH NULT.
KOOP NULT.
-15
Totaal Basis (Progneff2021)
100
Hoog migratiescenario
50 60 4045
60
40
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
-300
-250
-200
-150
-100
-50
0
SH GGB
VSH GGB
-250
KOOP GGB
10 10
-195
SH APP z. lift
50
-20 -15
VSH APP z. lift
20 30
10 10 10 10
KOOP APP z. lift
SH NULT.
35 35
VSH NULT.
KOOP NULT.
-60
Totaal Basis (Progneff2021) -400
-300
35
-200
-100
0
5560
100
200
1525 10 10
VSH GGB
SH APP z. lift
70 80
Hoog migratiescenario
SH GGB
KOOP GGB -375
100
-320
-25 -20
VSH APP z. lift
KOOP APP z. lift
SH NULT.
10 10 10 10 40 45
VSH NULT.
KOOP NULT.
-150
Totaal Basis (Progneff2021)
-60
90100 70 75
Hoog migratiescenario
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
Behoefte aan nultredenwoningen landt in alle segmenten, zowel betaalbaar als duur We maken vervolgens een verdeling van de toekomstige woningbehoefte tot en met 2030 naar productmarktcombinaties. Hierin zijn soort en type woning gecombineerd met prijsklassen. Het volgende valt op: • Overschotten bevinden zich met name in reguliere grondgebonden koopwoningsegmenten. Dit overschot bevindt zich zowel in het goedkopere als het duurdere segment. Dit zijn de typen woningen waar een groot deel van de woningvoorraad van de hoofdkern Urmond uit bestaat. De verouderende huishoudenssamenstelling zorgt echter voor een veranderende woningbehoefte. Wanneer de huidige migratie doorzet, zien we wel dat het overschot aan dit type woning duidelijk lager uitvalt. • De woningvraag zien we in alle nultredenwoningtypen terug. Deze vraag komt met name voort uit de ouder wordende huishoudens in Urmond, die behoefte hebben aan een woning die beter aansluit op hun woonwensen. Hieruit blijkt dat de woningvraag vanuit deze doelgroep sterk uiteenloopt. Hier zal dus ook in het nieuwbouwaanbod aandacht aan besteed moeten worden. • Naar verwachting zal ook aan reguliere grondgebonden sociale huur- en vrijsectorhuurwoningen nog een behoefte bestaan. Dit komt met name doordat voor veel huishoudens een koopwoning onbetaalbaar is geworden. We zien nog wel een overschot aan het goedkoopste koopwoningtype terug.
Mogelijk kan dit overschot ingevuld worden door doelgroepen die nu bijvoorbeeld nog in de middenhuur zouden landen. Een woning van circa € 200.000 is echter voor veel huishoudens met een laag inkomen ook nog onbetaalbaar.
41
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Figuur 22: Kwalitatieve vraag hoofdkern Urmond naar product-marktcombinaties, 2023-2030
Tot VSH aal KOOP NULT. NULT.
VSH SH KOOP APP z. APP z. SH APP NULT. lift lift z. lift KOOP GGB
VSH GGB
SH GGB
-100
-80
-60
-40
-20
0
Tot aftoppingsgrens
20 5
Aftop.grens tot lib.grens Lib.grens tot € 1000
Meer dan € 1.000 Tot € 280.000
€ 280.000 tot € 355.000
-85
-60 -40
Meer dan € 355.000
Tot aftoppingsgrens
Aftop.grens tot lib.grens
-30
10
-25
80
20
10 10 10
-15 -10 5 5
Tot € 280.000
5 5
Meer dan € 355.000
5 5
Meer dan € 1.000
€ 280.000 tot € 355.000
Tot aftoppingsgrens
25
Aftop.grens tot Lib.grens Lib.grens tot € 1.000
20 20
5 5
Meer dan € 1.000 Tot € 280.000
10 10
€ 280.000 tot € 355.000
-15 Basis (Progneff2021)
60
-20
Lib.grens tot € 1.000
Meer dan € 355.000
40
25 25
30
15 15 15 15
Hoog migratiescenario
60
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
Huidige nieuwbouwplannen in Urmond vereisen grotendeels nog verdere kwalitatieve invulling Wanneer we de actuele nieuwbouwplannen in Urmond afzetten tegen de verwachte woningbehoefte valt op dat van het merendeel van de geplande woningen het woningtype en/of prijssegment nog onbekend is. Kwantitatief voorzien de plannen al wel in de woningbehoefte die we op basis van het hoge migratiescenario verwachten. Voor wat betreft de invulling van de plannen adviseren we op basis van de woningbehoefte met name in te zetten op extra nultredenwoningen in een divers prijssegment. Gezien de gunstige ligging ten opzichte van de Chemelot Campus kunnen woningbouwplannen in Urmond-Oost echter mogelijk ook voorzien in een vraag vanuit een potentiële werkgelegenheidstoename op deze campus (zie bijlage B). In het geval deze ontwikkelingen ruimte bieden voor extra woningen adviseren we ook in dat geval in te zetten op woningtypen waar op langere termijn behoefte aan zal blijven bestaan. Dit zijn met name nultredenwoningen in zowel het huur- als koopsegment.
42
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Tabel 15: Confrontatie woningbehoefte en plancapaciteit in Urmond, 2023 tot en met 2030 Woningtype
Behoefte 2023-2031
Plancapaciteit (zacht en hard)
Saldo
SH GGB +20 tot +30 +5 +15 tot +25 VSH GGB +10 tot +10 0 +10 tot +10 Koop GGB -155 tot -110 +2 -155 tot -110 SH APP / Nult. +35 tot +50 0 +35 tot +50 VSH APP / Nult. +30 tot +30 +6 +25 tot +25 Koop APP / Nult. +45 tot +50 0 +45 tot +50 Totaal -15 tot +60 +13 -30 tot +45 Onbekend +60 Bron: Progneff (2021). Plancapaciteit gemeente Stein (2023). Bewerking Stec Groep (2023).
6.2 Berg aan de Maas en Nattenhoven: behoefte aan circa -20 tot +5 woningen t/m 2030
Verwachte ontwikkeling van -20 tot +5 huishoudens t/m 2030 en -80 tot -50 huishoudens tot 2040 Naar verwachting zal het aantal huishoudens in Berg aan de Maas en Nattenhoven tot en met 2030 licht krimpen tot licht stijgen. Enkel de doelgroep alleenstaanden en stellen ouder dan 65 jaar neemt tot en met 2030 in omvang toe (+14 tot +17%). Deze doelgroep stabiliseert echter naar verwachting in de daaropvolgende jaren. De grootste afname tot en met 2030 verwachten we in de doelgroep alleenstaanden en stellen tussen de 35 en 65 jaar (-35 tot -40 huishoudens). Deze afname zet in de jaren daarna naar verwachting door. In totaal ontwikkelt het aantal huishoudens naar verwachting met circa -20 tot +5 huishoudens tot en met 2030 en -80 tot -50 huishoudens tot 2040. Tabel 16: Doelgroepenontwikkeling Berg aan de Maas en Nattenhoven, 2023-2040 Alleenst. en stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenst. en stellen 35-65 jaar Alleenst. 65-plus Totaal
2023 75 315 255 320 970
Ontw. 2023-2031 -5 (-8%) tot -5 (-6%) -20 (-6%) tot -10 (-3%) -40 (-16%) tot -35 (-13%) +45 (+14%) tot +55 (+17%) -20 (-2%) tot +5 (+1%)
Ontw. 2023-2035 -15 (-17%) tot -10 (-14%) -25 (-7%) tot -10 (-4%) -65 (-25%) tot -55 (-22%) +55 (+17%) tot +70 (+22%) -45 (-4%) tot -10 (-1%)
Ontw. 2023-2040 -20 (-29%) tot -20 (-27%) -30 (-9%) tot -20 (-6%) -80 (-31%) tot -75 (-28%) +50 (+16%) tot +65 (+20%) -80 (-8%) tot -50 (-5%)
Bron: Progneff (2021), LMW (2020), ABF (2021). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
Overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen, vraag naar nultredenwoningen Op basis van het Stec-Doorstroommodel ontstaat in Berg aan de Maas en Nattenhoven de komende jaren een theoretisch overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen en (in mindere mate) sociale huurappartementen zonder lift. Naar de andere woningtypen zien we ondanks de afname van het aantal huishoudens wel een vraag ontstaan. Met name de vraag naar nultredenwoningen is door de verdere vergrijzing groot. Het overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen kan deels worden opgevangen door het aanpassen van deze woningen aan de wensen van ouderen. Hierdoor wordt tegelijkertijd in een deel van de vraag naar nultredenwoningen voorzien.
43
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Figuur 23: Kwalitatieve vraag Berg en Nattenhoven: t/m 2030 (boven), tot 2035 (midden) en tot 2040 (onder) -80
-70
-60
-50
-40
-30
-20
-10
0
10 5
SH GGB
VSH GGB
KOOP GGB
-70
55
-50
SH APP z. lift
SH NULT.
KOOP NULT.
-20
Totaal Basis (Progneff2021) -100
-80
Hoog migratiescenario -60
-40
-20
0
20 5 5 5
-110
-85
SH APP z. lift
-5 -5
VSH APP z. lift SH NULT.
-45 Basis (Progneff2021) -200
-150
SH APP z. lift
-155
25 25 15
20 20
-10 Hoog migratiescenario
-100
-50
0
SH GGB
KOOP GGB
10
10
VSH NULT. Totaal
40
5 5 5 5
KOOP APP z. lift
KOOP NULT.
50 5 55
-135
-10 -5
VSH APP z. lift
KOOP APP z. lift
SH NULT.
55 55 15 15
VSH NULT.
KOOP NULT.
-80
Totaal Basis (Progneff2021)
20
15 15
5
SH GGB
VSH GGB
15
10 10
VSH NULT.
KOOP GGB
10
55
KOOP APP z. lift
-120
30
-5 -5
VSH APP z. lift
VSH GGB
20
-50
30 30 25 25
Hoog migratiescenario
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
44
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Invulling nieuwbouwplan Berg en Nattenhoven is nultreden, maar prijs nog onbekend Op dit moment is er één nieuwbouwplan voor de kern Berg en Nattenhoven. De invulling hiervan is wat betreft prijs nog onbekend. Wel is bekend dat het plan ruimte moet bieden voor nultredenwoningen. Dit sluit goed aan op de kwalitatieve woningbehoefte in de kern.
6.3 Oud-Urmond: behoefte aan circa 5 tot 15 woningen t/m 2030
Verwachte ontwikkeling van circa +5 tot +15 huishoudens t/m 2030 en -10 tot +5 huishoudens tot 2040 Naar verwachting zal het aantal huishoudens in Oud-Urmond met circa +5 tot +15 huishoudens toenemen tot en met 2030. Hiermee onderscheidt de kern zich van veel andere kernen in de gemeente waar volgens het basiscenario de komende jaren al een afname verwacht wordt. Dit komt met name doordat de komende jaren nog een groei van het aantal gezinnen verwacht wordt (circa +5 huishoudens). Wel zien we dat in de daaropvolgende jaren tot 2040 de groei omslaat in een stabilisatie van het totaal aantal huishoudens. Wat betreft het aantal gezinnen en alleenstaanden en stellen ouder dan 65 jaar verwachten we tot 2040 periode echter geen daling. Tabel 17: Doelgroepenontwikkeling Oud-Urmond*, 2023-2040 Alleenst. en stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenst. en stellen 35-65 jaar Alleenst. 65-plus Totaal
2023 67 154 84 135 440
Ontw. 2023-2031 -8 (-12%) tot -6 (-9%) +3 (+2%) tot +7 (+5%) -7 (-8%) tot -4 (-5%) +16 (+12%) tot +20 (+15%) +4 (+1%) tot +16 (+4%)
Ontw. 2023-2035 -12 (-18%) tot -10 (-15%) +3 (+2%) tot +9 (+6%) -13 (-16%) tot -11 (-13%) +23 (+17%) tot +28 (+21%) 0 (0%) tot +15 (+4%)
Ontw. 2023-2040 -16 (-24%) tot -14 (-21%) +1 (+1%) tot +7 (+4%) -18 (-22%) tot -16 (-19%) +22 (+16%) tot +28 (+21%) -10 (-2%) tot +5 (+1%)
Bron: Progneff (2021). Bewerking Stec Groep (2023). *Het aantal huishoudens in Catsop is relatief laag. Daarom is gekozen voor onafgeronde getallen. Wees echter voorzichtig met het interpreteren van deze cijfers, de onzekerheid op dit schaalniveau is groter.
Overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen, vraag naar nultredenwoningen Op basis van het Stec-Doorstroommodel ontstaat in Oud-Urmond de komende jaren een theoretisch overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen en sociale huurappartementen zonder lift. Naar de andere woningtypen zien we wel een stabilisatie of vraag ontstaan. Met name de vraag naar nultredenwoningen is door de verdere vergrijzing groot. Het overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen kan deels worden opgevangen door het aanpassen van deze woningen aan de wensen van ouderen. Hierdoor wordt tegelijkertijd in een deel van de vraag naar nultredenwoningen voorzien.
45
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Figuur 24: Kwalitatieve vraag Oud-Urmond: t/m 2030 (boven), tot 2035 (midden) en tot 2040 (onder) -20
-15
-10
-5
0
5
-15
KOOP GGB
-10
SH APP z. lift
15
-5 -5
VSH APP z. lift
KOOP APP z. lift
55 55
SH NULT.
VSH NULT.
55 5
KOOP NULT.
Totaal Basis (Progneff2021) -35
-30
-25
-20
15
Hoog migratiescenario -15
-10
-5
0
5
VSH GGB
-30
KOOP GGB
-20
SH APP z. lift
10
KOOP APP z. lift
SH NULT.
KOOP NULT.
Basis (Progneff2021) -30
-45
-20
-10
0
10
-5 -5
VSH APP z. lift
KOOP APP z. lift
SH NULT.
55
VSH NULT.
-10
Totaal Basis (Progneff2021)
20
55 55
-35
KOOP NULT.
15
Hoog migratiescenario
SH GGB
SH APP z. lift
10 10
0
Totaal
KOOP GGB
10 10
55
VSH NULT.
-40
20
-5 -5
VSH APP z. lift
-50
15
55 55
SH GGB
VSH GGB
20
55 55
SH GGB
VSH GGB
10
5
10
15
10 10
Hoog migratiescenario
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
46
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Divers nieuwbouwplan voor Berg en Nattenhoven, maar meer nultredenwoningen gewenst Op dit moment is er één nieuwbouwplan voor de kern Berg en Nattenhoven. Deze voorziet deels in reguliere grondgebonden woningen en deels in nultredenwoningen. Gezien de kwalitatieve woningbehoefte is met name extra inzet op het nultredensegment gewenst. Ook zien we in deze kern kansen om bijvoorbeeld reguliere grondgebonden woningen aan te passen aan de woonwensen van ouderen. Zodat wie dat wil in de eigen kern kan blijven wonen.
6.4 Urmond-Oost: behoefte aan circa 5 tot 40 woningen t/m 2030
Verwachte ontwikkeling van +5 tot +40 huishoudens t/m 2030 en -60 tot -15 huishoudens tot 2040 Naar verwachting zal het aantal huishoudens in Urmond-Oost met circa +5 tot +40 toenemen tot en met 2030. Hiermee onderscheidt de kern zich van veel andere kernen in de gemeente waar de komende jaren volgens het basisscenario al huishoudensdaling verwacht wordt. Dit komt met name door een relatief sterke groei van het aantal alleenstaanden en stellen ouder dan 65 jaar (+17 tot +20%). Wel zien we dat in de daaropvolgende periode tot 2040 de groei omslaat in een afname en dat de totale huishoudensontwikkeling voor de komende twintig jaar ook negatief uitvalt. Tabel 18: Doelgroepenontwikkeling Urmond-Oost, 2023-2040 Alleenst. en stellen tot 35 jaar Gezinnen Alleenst. en stellen 35-65 jaar Alleenst. 65-plus Totaal
2023 90 365 285 465 1.210
Ontw. 2023-2031 -10 (-13%) tot -10 (-11%) -20 (-5%) tot -10 (-2%) -45 (-15%) tot -35 (-13%) +80 (+17%) tot +95 (+20%) +5 (+1%) tot +40 (+3%)
Ontw. 2023-2035 -20 (-20%) tot -15 (-17%) -25 (-7%) tot -15 (-4%) -65 (-24%) tot -60 (-21%) +95 (+20%) tot +115 (+25%) -15 (-1%) tot +25 (+2%)
Ontw. 2023-2040 -30 (-32%) tot -25 (-29%) -35 (-9%) tot -20 (-6%) -85 (-30%) tot -80 (-28%) +90 (+19%) tot +110 (+24%) -60 (-5%) tot -15 (-1%)
Bron: Progneff (2021), LMW (2020), ABF (2021). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
Overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen, vraag naar nultredenwoningen Op basis van het Stec-Doorstroommodel ontstaat in Urmond-Oost in de komende jaren met name een theoretisch overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen. Ook aan sociale huurappartementen zonder lift wordt een licht theoretisch overschot verwacht. Naar de andere woningtypen zien we wel een vraag ontstaan. Met name de vraag naar nultredenwoningen is door de verdere vergrijzing groot. Het overschot aan reguliere grondgebonden koopwoningen kan deels worden opgevangen door het aanpassen van deze woningen aan de wensen van ouderen. Hierdoor wordt tegelijkertijd in een deel van de vraag naar nultredenwoningen voorzien.
47
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Figuur 25: Kwalitatieve vraag Urmond-Oost: t/m 2030 (boven), tot 2035 (midden) en tot 2040 (onder) -80
-60
-40
-20
0
20
SH GGB
VSH GGB
-70
KOOP GGB
55
-50
SH APP z. lift
-5 -5
VSH APP z. lift
SH NULT.
10 15
VSH NULT.
KOOP NULT.
5
Totaal
-140
-120
-100
-80
-115
KOOP GGB
-60
-40
-20
20 20
40
0
20
-10 -5
VSH APP z. lift
55 55
KOOP APP z. lift
SH NULT.
KOOP NULT.
-15
Totaal Basis (Progneff2021) -200
-150
25
SH APP z. lift
30 30
Hoog migratiescenario
-100
-50
0
50
100
10 15
SH GGB KOOP GGB
60
40 45
15 20
VSH NULT.
VSH GGB
40
10 15
55
-90
SH APP z. lift
30 30
Hoog migratiescenario
SH GGB
VSH GGB
60
10 15
55 55
KOOP APP z. lift
Basis (Progneff2021)
40
-175
5 -150
-10 -10
VSH APP z. lift KOOP APP z. lift SH NULT.
5 5 5 5 20 20
VSH NULT. KOOP NULT.
-60
Totaal Basis (Progneff2021)
50 55 35 35
-15 Hoog migratiescenario
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Nieuwbouwplan is in potentie nultreden, verdeling in prijssegmenten nog grotendeels onbekend Ook in de kern Urmond-Oost is één nieuwbouwplan. De geplande woningen hebben een optie om een slaapkamer en badkamer op de begane grond te realiseren. Daarmee zijn deze woningen in potentie nultreden. Dit geeft goed invulling aan de verwachte kwalitatieve woningbehoefte van de kern UrmondOost. Wat betreft prijssegment is de verdeling nog grotendeels onbekend. We zien op basis van de woningbehoefte dat een differentiatie in prijs het meest gewenst is.
48
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
49
Bijlage A: Potentieel effect groei Chemelot
A1. Uitgangspunt: Brightlands Campus zorgt voor 9.000 extra banen tot 2040 De gemeenten Sittard-Geleen en Stein, de Provincie Limburg, Chemelot, Brightlands Campus en DSM hebben gezamenlijk een toekomstbeeld geschetst voor de Brightlands Campus en omgeving. Een van de uitgesproken verwachtingen is dat Brightlands Campus uitbreidt met 5.000 arbeidsplaatsen in de komende 8 jaar (t/m 2030) en 9.000 banen in de komende 17 jaar (tot 2040). In de ‘Strategische Gebiedsvisie Omgeving Chemelot’ wordt gesproken over ‘8.000 tot 16.000 banen binnen de regio’ in de komende 10 jaar, rekening houdend met directe en indirecte werkgelegenheid. Rondom de Brightlands Campus worden mede hiervoor verschillende groene wijken uitgebreid/gerealiseerd. Om het potentiële effect van de groei van de Brightlands Campus op de huishoudensontwikkeling in de regio Westelijke Mijnstreek in beeld te brengen hebben we een scenarioschets opgesteld. Hierin baseren we ons zo veel mogelijk op bestaand onderzoek en kengetallen. Ook doen we enkele (zo goed mogelijk gemotiveerde) aannames. Op basis daarvan brengen we een potentiële extra huishoudensgroei tot en met 2030 en tot 2040 in beeld.
DISCLAIMER We benadrukken dat de inschatting van de groei van het aantal huishoudens in de regio Westelijke Mijnstreek, als gevolg van de uitbreiding van de Brightlands Campus een scenarioverkenning op hoofdlijn betreft, op basis van informatie die op dit moment (februari 2023) beschikbaar is. Het is echter een dermate relevante ontwikkeling voor de woningmarkt in Stein, dat het ondanks het indicatieve karakter van het scenario in de toekomstige afwegingen over de woningmarkt betrokken dient te worden. We raden u aan de baanontwikkeling van de Brightlands Campus en de instroom van huishoudens gekoppeld aan de Campus goed te monitoren, zodat u hier in uw woonbeleid naar de toekomst toe beter op kunt inspelen. Op dit moment geven de resultaten van de scenario-verkenning een goede doorkijk van de mogelijke consequenties voor uw woningmarkt.
Circa 37% van werkgelegenheid in Westelijke Mijnstreek wordt ingevuld door eigen inwoners Op basis van werk- en pendelstromen (zie tabel C1) blijkt dat de gemeenten in de regio Westelijke Mijnstreek een sterke binding met elkaar hebben. Zo werkt 37% van de werknemers binnen de eigen regio en zien we ook dat er relatief veel pendelstromen plaatsvinden tussen de drie gemeenten. Indicatief 1.850 banen voor (toekomstige) inwoners van de Westelijke Mijnstreek verwacht t/m 2030 Op basis van deze verdeling in huidige pendelstromen zullen van de 9.000 extra banen die Brightlands Campus met zich meebrengt, theoretisch zo’n 1.850 (t/m 2030) tot 3.330 (tot 2040) en daarmee huishoudens in de regio terecht komen. Daarbij verwachten we dat een deel van deze werkgelegenheid wordt ingevuld door inwoners die momenteel al in deze regio wonen. Momenteel is de werkloosheid in de regio circa 3,7%. Het gaat hierbij in totaal om circa 2.585 personen die onlangs naar werk hebben gezocht. Als we ervan uit gaan dat circa een kwart (t/m 2030) tot de helft (tot 2040) van deze mensen in de komende jaren een baan vindt op de Brightlands Campus dan resteren er circa 1.200 banen (t/m 2030) tot 2.030 banen (tot 2040) die nog door ‘nieuwe inwoners’ van de Westelijke Mijnstreek kunnen worden ingevuld.
50
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Tabel C1: Inkomende werkpendelstromen Westelijke Mijnstreek Gemeente
Westelijke Mijnstreek 19.200 (26%) 5.300 (7%) 3.700 (5%) 3.600 (5%) 3.300 (4%) 3.200 (4%) 3.200 (4%) 1.700 (2%) 1.700 (2%) 1.400 (2%) 28.500 (38%)
Beek
Sittard-Geleen
Stein
1.100 (11%) 16.600 (30%) 1.500 (16%) Sittard-Geleen 700 (7%) 2.800 (5%) 1.800 (19%) Stein (L.) 700 (7%) 2.500 (5%) 500 (5%) Maastricht 600 (6%) 2.600 (5%) 400 (4%) Heerlen 400 (4%) 2.600 (5%) 300 (3%) Beekdaelen 200 (2%) 2.800 (5%) 200 (2%) Echt-Susteren 1.100 (11%) 1.700 (3%) 400 (4%) Beek (L.) 200 (2%) 1.300 (2%) 200 (2%) Brunssum 200 (2%) 1.400 (3%) 100 (1%) Roermond 400 (4%) 800 (1%) 200 (2%) Meerssen 4.500 (45%) 20.400 (37%) 3.700 (39%) Overig (binnen- en buitenland)* Bron: CBS (2022, cijfers 2020). LISA (2020). *Inclusief werknemers waarvan onbekend is waar ze wonen. Afgerond op honderdtallen.
Internationale werknemers vormen aanzienlijk deel van extra huishoudens in Stein Chemelot zet in het ‘Masterplan Chemelot 2030’ in op een uitbreiding van goed opgeleid personeel. Dit is een belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven. De Nederlandse arbeidsmarkt is echter zeer krap, zeker voor hoger opgeleiden. Om die reden zal de extra werkgelegenheid voor een groot deel moeten worden ingevuld door internationale werknemers. Onderzoek van Decisio (2022) laat zien dat in de periode 20102020 het aantal internationale werknemers in de Westelijke Mijnstreek met 6% per jaar is toegenomen. Dit komt neer op meer dan een verdubbeling van deze populatie in de gehele periode. We schatten voor deze verkenning op grond van deze gegevens in dat circa 50% van de huishoudensgroei door de ontwikkelingen op de Brightlands Campus ingevuld zal worden door internationale werknemers. Dit kan in werkelijkheid afwijken, onder meer afhankelijk van economische ontwikkelingen en het type werkgelegenheid dat daadwerkelijk wordt toegevoegd op de Campus. Tijdelijke huisvesting voorziet deels in wensen internationale werknemers Internationale werknemers kunnen zowel op tijdelijke als niet-tijdelijke basis naar Nederland verhuizen.
Uit onderzoek van Decisio blijkt dat 42% van de internationale kenniswerknemers (de groep internationale werknemers die waarschijnlijk op de campus komt te werken) die in 2015 gestart waren in de Westelijke Mijnstreek na 3 jaar nog in de regio actief waren. We schatten in dat een vergelijkbaar percentage internationale kenniswerkers bij de uitbreiding van de Brightlands Campus op zoek zal zijn naar een permanente woning (circa 42%). Dit is circa 21% van het totaal aantal extra huishoudens. We adviseren om voor de overige werknemers in te zetten op specifiek voor hen bedoelde tijdelijke huisvesting. Op deze manier concurreren zij niet met huishoudens op de reguliere woningmarkt en doen verdringingseffecten in met name de betaalbare sector zich minder voor. We nemen deze groep (29% van de totale huishoudenstoename) dan ook niet mee in onze uitwerking van de reguliere woningbehoefte. Naar verwachting behoefte aan 125 reguliere woningen t/m 2030 en 265 woningen tot 2040 Op basis van bovenstaande aannames verwachten we dat de groei van 5.000 banen op de Brightlands Campus tot en met 2030 en de groei van 9.000 banen tot 2040 een totale reguliere woningbehoefte van +1.530 reguliere woningen tot 2040 in de gehele regio op zal leveren. We nemen aan dat in 2022 reeds een deel van deze behoefte is ingevuld.
Ervan uitgaande dat de werknemers zich gelijk aan de pendelstromen over de regio verdelen, betekent dit een resterende huishoudenstoename van +125 huishoudens in Stein tot en met 2030 en +265 huishoudens tot 2040. We schatten dat 30% wordt ingevuld door internationale kenniswerkers. Dit betekent dat de reguliere woningbehoefte bestaat uit 80 internationale werknemers en 185 ‘reguliere’ Nederlandse huishoudens.
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
51
A2. Woningbehoefte: meer vraag naar reguliere huur- en koopwoningen We nemen aan dat er op basis van voorgaande aannamen 125 extra woningen tot en met 2030 en 265 woningen tot 2040 toegevoegd dienen te worden in de gemeente Stein. Deze huishoudens zijn nog niet zijn meegenomen in de verwachte huishoudensontwikkeling zoals beschreven in het woningbehoefteonderzoek. Dit betekent dat deze huishoudens bovenop de eerder benoemde bandbreedte (zowel basis als migratie) worden toegevoegd 15. Behoefte vergelijkbaar met al in Stein wonende doelgroepen In onze inschatting van de woningbehoefte vanuit reguliere huishoudens doen we enkele aannames. Zo gaan we ervan uit dat deze huishoudens enkel bestaan uit 65-min huishoudens, oftewel huishoudens die nog actief zijn op de arbeidsmarkt. Vervolgens verdelen we de extra huishoudens over de Stecdoelgroepen. Aangezien het op grond van de beschikbare gegevens onzeker is welk type huishouden naar Stein zal verhuizen, rekenen we de extra huishoudens naar rato door over de verschillende 65-min doelgroepen. We houden hierbij vast aan de huidige doelgroepenverdeling en woningwensen van de huishoudens in de gemeente Stein. In vergelijking tot reguliere huishoudens zijn de woonwensen van internationale werknemers minder zeker. Dit hangt onder meer samen met afkomst, opleiding, arbeidsduur en huishoudenstype.
Om toch meer gevoel voor de gevolgen voor de woningmarkt van de gemeente Stein te kunnen krijgen, doen we de aanname dat de huisvestingswensen van de internationale huishoudens op hoofdlijn vergelijkbaar zijn met de huisvestingswensen van andere 65-min huishoudens in Stein. Zie onderstaand tekstvak voor een verdere toelichting. PERMANENT WONENDE INTERNATIONALS VERGELIJKBAAR MET NEDERLANDSE HUISHOUDENS Uit onderzoek van Decisio (2020) blijkt dat internationale werknemers bovengemiddeld vaak in een huurwoning (wensen te) wonen. 75% van de internationale werknemers woont in een huurwoning. Dit is een verschil met de wensen van Nederlandse huishoudens in uw gemeente. Een deel van de internationale huishoudens woont echter in tijdelijke huisvesting. Deze zijn hoofdzakelijk als huurwoning beschikbaar. Internationale werknemers die een permante woning zoeken, landen dus vaker in een koopwoning. Wanneer we tijdelijk wonenden niet meetellen, ervan uitgaande dat zij een huurwoning prefereren, is de vraag naar een koopwoning vanuit internationale werknemers circa 57%. Verder zien we dat kenniswerkers vaker in een koopwoning wensen te wonen dan arbeidsmigranten. Dit zorgt mogelijk voor een verdere voorkeur voor een koopwoning. Hiermee zouden de wensen van internationale werknemers die permanent een woning zoeken niet veel afwijken van reguliere Nederlandse huishoudens.
Eigen onderzoek (2020 en 2021) bevestigt deze aanname voor twee andere regio’s. Op basis van twee enquêtes onder internationals (in verschillende regio’s) constateerden we dat zij een redelijk vergelijkbare woonwens hebben als reguliere huishoudens in Nederland. Zowel wat betreft de eigendomssituatie (koop/huur) als het woningtype (appartement/grondgebonden). Meer vraag naar reguliere grondgebonden koopwoning, theoretisch overschot blijft bestaan We verdelen de huishoudens evenredig over de periode tot en met 2030, tot 2035 en tot 2040. Aan de hand van ons Stec-Doorstroommodel komen we tot een kwalitatieve woningbehoefte. In onderstaande figuren is te zien dat de extra huishoudens met name effect hebben op de vraag naar reguliere grondgebonden koopwoningen. Waar in het basis en standaard-migratiescenario van Stein wordt uitgegaan van een 15 In beginsel kunnen het hoge migratiescenario en dit extra scenario deels overlap vertonen. Wanneer het migratiesaldo zich immers zo positief doorzet als de afgelopen jaren, kan dit deels komen door de uitbreiding van de werkgelegenheid op de Brightlands Campus. Het uitgangspunt dat in deze scenario-verkenning centraal staat is echter de extra uitbreiding aan arbeidsplaatsen die op de Campus wordt beoogd.
Het is belangrijk om te monitoren of de werkgelegenheidsontwikkeling werkelijk het patroon vertoont, dat in de ambitie voor de Campus wordt benoemd, dit kan in werkelijkheid natuurlijk hoger of lager zijn.
52
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
theoretisch overschot aan 565 tot 770 grondgebonden koopwoningen tot en met 2030 is dit bij de uitwerking van dit extra scenario verminderd naar 480 tot 685 woningen. Tot 2040 is het verschil nog groter. Waar in het basis en standaard-migratiescenario van Stein wordt uitgegaan van een theoretisch overschot aan 1.500 tot 1.730, is dit in het extra scenario verminderd naar 1.295 tot 1.530 woningen. Ondanks de remming van de afnemende behoefte aan reguliere grondgebonden koopwoningen zien we dat ook in het extra scenario met name een vraag zal bestaan naar nultredenwoningen/appartementen. Wel is het zo dat de vraag naar dit type woning vanuit de extra huishoudens gekoppeld aan de Brightlands Campus relatief klein is. Figuur A1: Indicatieve woningbehoefte gemeente Stein t/m 2030 inclusief extra scenario -500
-400
-300
-200
-100
-
SH GGB – Tot aftoppingsgrens SH GGB – Aftopping tot liberalisatie VSH GGB – Liberalisatie tot € 1.000 VSH GGB – Meer dan € 1.000 KOOP GGB – Tot € 280.000 KOOP GGB - € 280.000 - € 355.000
-100 -100
KOOP GGB – Meer dan € 355.000 SH z. lift – Tot aftoppingsgrens SH z. lift – Aftopping tot liberalisatie
-310 -270 -110 -45 -90 -45 -145 -60 -120 -60 -10 -60 -10 -55
VSH z. lift – Liberalisatie tot € 1.000
100
KOOP z. lift – Tot € 280.000 KOOP z. lift - € 280.000 - € 355.000 KOOP z. lift – Meer dan € 355.000 SH NULT - Tot aftoppingsgrens SH NULT - Aftopping tot liberalisatie VSH NULT - Liberalisatie tot € 1.000 VSH NULT - Meer dan € 1.000
20 20
KOOP NULT - Tot € 280.000 KOOP NULT - € 280.000 - € 355.000 KOOP NULT - Meer dan € 355.000 Totaal
-175 Basisscenario
Invloed migratie
-50
300
40 30 50 30 2015 3015 30 5 35 5 55-
30 30 10 10 10 15 5 10 10 10
VSH z. lift – Meer dan € 1.000
200
105 110 105 105 100 100
70 5 70 5 45 45 65 5 65 5 155
Scenario Chemelot
25 25 15 15 5 5
280 Invloed migratie
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
400
53
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
Figuur A2: Indicatieve woningbehoefte gemeente Stein tot 2040 inclusief extra scenario -1.000
-800
-600
-400
-200
SH GGB – Tot aftoppingsgrens
VSH GGB – Liberalisatie tot € 1.000 VSH GGB – Meer dan € 1.000 KOOP GGB - € 280.000 - € 355.000
-120
-810 -715 -50 -50 -65 -65
-120
KOOP GGB – Meer dan € 355.000 SH z. lift – Tot aftoppingsgrens SH z. lift – Aftopping tot liberalisatie VSH z. lift – Liberalisatie tot € 1.000 VSH z. lift – Meer dan € 1.000 KOOP z. lift – Tot € 280.000 KOOP z. lift - € 280.000 - € 355.000 KOOP z. lift – Meer dan € 355.000 SH NULT - Tot aftoppingsgrens SH NULT - Aftopping tot liberalisatie VSH NULT - Liberalisatie tot € 1.000 VSH NULT - Meer dan € 1.000 KOOP NULT - Tot € 280.000 KOOP NULT - € 280.000 - € 355.000 KOOP NULT - Meer dan € 355.000 Totaal
-405 Basisscenario
Invloed migratie
-405
200
15 40 35 40 20 20 30 20 35 10 40 10 5 5
SH GGB – Aftopping tot liberalisatie
KOOP GGB – Tot € 280.000
-
-305 -270 -380 -330 -15 -110 -10-100 -5 -5 -5 45 5 45 15 15 15 15 10 10 20 20 185 35 195 35 185 20 190 20 175 10 180 10 30 30 110 5 115 5 75 5 75 5 110 5 110 5 -405 -140
Scenario Chemelot
Invloed migratie
Bron: Progneff (2021), WoON2015, WoON2018 & WoOn2021, LMW (2020). Bewerking Stec Groep (2023). Afgerond op vijftallen.
400
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
54
Bijlage B: Indicatieve behoefte aan tijdelijke woningen In het woningbehoefteonderzoek richten we ons op de behoefte aan reguliere woningen. Deze vraag komt voort uit de woonwensen van reguliere huishoudens op de woningmarkt. In deze bijlage verdiepen we ons op hoofdlijn op de behoefte aan tijdelijke woningen in de gemeente Stein. De nood aan dit type woning lijkt hoog, zo blijkt ook uit de ambitie van het Rijk om tot en met 2024 37.500 flexwoningen te bouwen.
In deze analyse schetsen we enkele kansrijke doelgroepen, maken een indicatie van de vraag per doelgroep en berekenen vervolgens een maximaal potentieel waarin de gemeente Stein kan voorzien. De analyse is nadrukkelijk een quick-scan op hoofdlijnen. We gaan hierbij uit van het migratiescenario en het optimaal voorzien in de woonwensen van de doelgroepen. We houden er rekening mee dat de woningen gemiddeld gezien voor korte duur worden bewoond (2 jaar) om de tijdelijkheid te waarborgen en deze woningen weer aan te kunnen bieden aan nieuwe woningzoekers. Daarnaast zorgt dit voor de nodige flexibiliteit in het woningaanbod. Mocht de woningmarkt afkoelen en de huishoudensontwikkeling teruglopen kunnen mogelijk veel van deze huishoudens weer een woning vinden op de reguliere woningmarkt. Door de korte contractduur kunnen deze tijdelijke woningen dan snel weer aan het woningaanbod worden onttrokken, of als wisselwoning worden ingezet voor bijvoorbeeld de energietransitie (dit is een benadering die in andere regio’s in Nederland ook wordt gehanteerd). QUICKSCAN BEHOEFTE TIJDELIJKE WONINGEN OP BASIS VAN AANPAK PROVINCIAAL WBO Harde cijfers over de vraag naar flexibele woonvormen ontbreken. We brengen daarom beargumenteerd onze uitgangspunten in beeld voor de gemeente Stein. We benoemen bondig de vraag per doelgroep en de hieruit voortvloeiende totale vraag naar tijdelijke woningen.
We houden hierbij geen rekening met het huidige aanbod. We hanteren dezelfde uitgangspunten en aanpak als in ons provinciaal woningbehoefteonderzoek. Zo sluit deze quickscan goed aan op wat op een hoger schaalniveau al beschikbaar is.
B1. Tijdelijke woningen inzetbaar voor brede doelgroep Tijdelijke woningen kunnen voor meerdere doeleinden en doelgroepen gebruikt worden. We lichten deze doelgroepen kort toe en benoemen hun kenmerken: • Starters/thuiswonende kinderen: deze doelgroep woont nu hoofdzakelijk nog thuis bij zijn of haar ouders. Ze zijn wel op zoek naar een woning, maar hun budget is beperkt. Zeker gezien het geringe aanbod in een passend prijssegment kunnen ze moeilijk een woning vinden. Tijdelijke woningen kunnen voor hen door de flexibiliteit en betaalbaarheid een eerste stap op de woningmarkt zijn. • Woonurgenten zonder voorrang: deze doelgroep is om zeer uiteenlopende redenen dringend en snel op zoek naar een woonruimte. Zij bevinden zich vaak in een lastige situatie. Hun woonwens komt voort uit noodzaak en is daarmee extrinsiek gemotiveerd. Ondanks hun noodzaak hebben ze geen voorrang bij bijvoorbeeld een sociale huurwoning. Voorbeelden hiervan zijn studenten en scheidingsgevallen.
Woningbehoefteonderzoek Stein (22.282)
•
•
55
Woonurgenten met voorrang: net als overige woonurgenten is deze doelgroep vaak niet op zoek naar een tijdelijke woning. Ook voor hen geldt dat een tijdelijke woning uit noodzaak uitkomst kan bieden. In tegenstelling tot andere woonurgenten hebben zij wel voorrang op een sociale huurwoning. Voorbeelden hiervan zijn statushouders en mantelzorg- of sociaal-medische urgenten. Internationale werknemers: uit onderzoek van Decisio (2022) blijkt dat het aantal internationale werknemers de laatste jaren fors is opgelopen. Deze doelgroep is snel op zoek naar een woning en werkt voor een groot deel slechts een beperkte tijd in Nederland. Een tijdelijke woning ligt dan het meest voor de hand.
B2. Potentieel vraag naar 245 tijdelijke woningen Behoefte vanuit starters afhankelijk van bediening woonwensen, potentieel vraag naar 80 woningen Het bepalen van de behoefte aan tijdelijke woningen vanuit starters is lastig. Deze doelgroep heeft immers een woning (bij de ouders) en is daardoor kritischer in de woningkeuze dan overige doelgroepen. Tijdelijke woningen dienen daarom niet alleen goedkoop te zijn, maar ook aan te sluiten op de woonwensen vanuit deze jongere doelgroep. Om de potentiële doelgroep in kaart te brengen maken we gebruik van cijfers over thuiswonende kinderen die verhuisgeneigd zijn. Eind 2020 waren dit er 1.185 (LMW, 2022). De toekomstige vraag vanuit deze doelgroep is afhankelijk van enkele factoren: • Voorkeur voor tijdelijke woning: een groot deel van de verhuisgeneigde thuiswonende kinderen zal het betrekken van een tijdelijke woning uitsluiten en enkel bij een permanente (studenten)woning het ouderlijk huis verlaten. We schatten het aandeel starters dat mogelijk in een tijdelijke woning wil wonen op circa 10%, dit sluit aan bij recent woonwensenonderzoek van ons bureau. • Huishoudensvorming: een deel van de starters zal er voor kiezen om samen te gaan wonen, wanneer zij de woningmarkt betreden.
We houden daarom rekening met de gemiddelde huishoudensgrootte van startende huishoudens op 1,3, in lijn met de gemiddelde huishoudensgrootte van jonge huishoudens in de gemeente Stein. • Huishoudensontwikkeling: de vraag vanuit starters is ook afhankelijk van de verwachte huishoudensontwikkeling van deze doelgroep. We nemen aan dat de omvang van de groep starters zich hetzelfde ontwikkelt als de categorie huishoudens ‘alleenstaanden en stellen tot 35 jaar’ tot en met 2030. Deze doelgroep neemt in de gemeente Stein naar verwachting met circa 4% af. Een zelfde ontwikkeling passen we toe op de potentiële vraag vanuit starters. • Verhuisgeneigd naar andere provincie: een groot deel van de thuiswonende kinderen zal niet op zoek zijn naar een woning in de eigen gemeente of regio. Mogelijk studeren of werken zij in een andere plaats. We gebruiken de verhuisgegevens van jongeren in Stein om hiervan een inschatting te kunnen maken. We zien dat er in de afgelopen 5 jaar (2017-2021) iets meer jongeren uit Stein vertrokken dan dat er zich vestigden. Rekening houdend met starters uit andere provincies rekenen we met een aandeel starters dat in Stein een woning zoekt van 90%.
Rekening houdend met de genoemde uitgangspunten gaan we ervan uit dat er in de gemeente Stein een maximale potentiële vraag vanuit starters/thuiswonende kinderen naar circa 80 tijdelijke woningen bestaat in de periode tot en met 2030. Veel is echter afhankelijk van de ruimte op de reguliere woningmarkt. Starters zouden immers vaak het liefst een reguliere woning betrekken. Wanneer ontspanning op de reguliere woningmarkt optreedt, zal de behoefte vanuit deze doelgroep naar waarschijnlijkheid ook lager uitvallen. Potentieel vraag naar 30 tijdelijke woningen vanuit woonurgenten zonder voorrang Ter bepaling van de potentiële vraag naar tijdelijke woningen vanuit woonurgenten maken we gebruik van de ontwikkeling van het aantal echtscheidingen in de gemeente Stein. Studenten zijn in de gemeente Stein naar waarschijnlijkheid geen doelgroep die een behoefte aan tijdelijke woningen met zich meebrengt. Uit cijfers van het CBS (2021) blijkt dat in de periode 2016-2020 jaarlijks zo’n 35 huishoudens scheiden in de gemeente Stein. We gaan ervan uit dat elke echtscheiding één herstarter met zich meebrengt. Verder houden we er rekening mee dat circa 60% van de herstarters binnen het eigen netwerk tot een oplossing