CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Reactie zienswijze

Besluitvormende raadsvergadering 25 april 2024, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van een bypass PALL-leiding Grensmaas door Petrochemical Pipeline Services B.V.1.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie zienswijze PALL-leiding De indiener van de zienswijze stelt in de zienswijze een aantal vragen - welke hierna beantwoord worden - en deelt een aantal zorgen. 1. Indiener vraagt zich af welk risico het hebben van een productleiding en een reserveleiding op dezelfde locatie en met dezelfde functie met zich meebrengt bij een calamiteit ter hoogte van de kruising van de Grensmaas. Het hebben van een productleiding en een reserveleiding op dezelfde locatie maakt de kans groot dat bij een calamiteit beide leidingen (onherstelbaar) beschadigd raken. Dit risico kan gespreid worden door deze leidingen op twee verschillende locaties te hebben. De reserveleiding kan (tijdelijk) in gebruik worden genomen totdat de productleiding hersteld dan wel vervangen is. Belangen van de omgeving en de natuur zijn meegenomen in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling en de vergunningsaanvraag en voor besluitvorming door de gemeente (en ketenpartners) beoordeeld. Hieruit volgt dat er geen belangen van de omgeving en de natuur in het geding komen door aanleg van de bypass PALL-leiding. Uit de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling volgt dat er geen bijzondere nadelige gevolgen voor het milieu zijn en uit de beoordeling van de vergunningsaanvraag volgt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit is door de initiatiefnemer aangetoond in de ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken.

Daarom is door Uw Raad ook eerder een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. De ingediende zienswijze brengt daarin geen verandering. 2. Indiener vraagt zich af waarom het een risico is om een productleiding naast een reserveleiding te leggen op dezelfde plaats terwijl het geen risico zou zijn om een productieleiding naast de leidingen van Air Liquide te leggen. Wanneer zich een calamiteit zou voordoen gelijk aan de calamiteit als gevolg van extreem hoogwater in Limburg in juli 2021, is het een risico als er twee dezelfde productleidingen op dezelfde plek liggen. De kans is dan aanwezig dat beide leidingen (onherstelbaar) beschadigd raken. Deze kans is groter dan wanneer twee dezelfde productleidingen op verschillende plekken liggen. Wanneer de reserveleiding naast de leiding van Air Liquide komt te liggen is er nog steeds het risico dat (een van de) leidingen (onherstelbaar) beschadigd raken, maar het gaat dan om verschillende leidingen. In de kwantitatieve risicoanalyse (hierna: QRA, dit is bijlage 4n van de aanvraag) opgesteld voor dit project is geconcludeerd dat het nieuw aan te leggen leidingdeel voldoet aan de externe veiligheidsnormen als opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van de gemaakte berekeningen is aannemelijk dat leidingen niet zullen falen als gevolg van het onderling falen van leidingen.

De onderbouwing hiervan is opgenomen in paragraaf 4.9 ‘Dominoeffecten’ van de QRA waarin tevens wordt verwezen naar de studie van Evenco op basis van NEN3650, NEN3651 en NPR3659, die is opgenomen in bijlage 5 van de aanvraag. Daarmee is aangetoond dat domino-effecten niet waarschijnlijk zijn. De RUDZL Zuid-Limburg heeft de QRA beoordeeld en heeft aangegeven dat de QRA niet leidt tot het maken van opmerkingen. 3. Indiener stelt dat PPS het niet aandurft enkel met de in gebruik zijnde HHD leiding te werken. Het risico is dat beide leidingen - zowel de productleiding als de reserveleiding - op dezelfde plek liggen. De oorspronkelijke PALL-leiding was een PALL-zinkerbundel, bestaande uit vier leidingen. Deze is in 2021 door het extreem hoogwater beschadigd en onbruikbaar geworden. Daarom is meteen na het extreem hoogwater de productvoerende leiding door middel van een HDD (een gestuurde boring) hersteld.

4. Indiener geeft aan dat niet beschreven is hoe groot het risico is dat de huidige HDD leiding stuk gaat. Het risico van het stuk gaan van de bestaande HDD leiding is eerder beschreven met een QRA en beoordeeld door het bevoegd gezag in afstemming met de RUDZL bij de reeds verleende - en inmiddels onherroepelijke - vergunning voor de herstelde Maaskruising. 5. Indiener geeft aan dat uit de stukken van Rijkswaterstaat blijkt dat er geen oeverbescherming plaats vindt op de locatie waar de leiding aan zou landen. Dit juist op het punt waar tot twee keer toe (2021 en 2023) leidingen vrij zijn gespoeld. Het wel of niet aanbrengen van oeverbescherming is inderdaad een verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Vanwege de ruime afstand van in- en uittredepunt tot de oever van de Maas (uittredepunt van de HDD is gelegen in de dekgrondberging op grote afstand van de Maas), gezamenlijk met de grote diepteligging van de HDD, is het risico van erosie van de Maasoever voor de nieuwe PALL-leiding beheersbaar. 6. Indiener vraagt waarom er geen alternatieve routes uitgewerkt of beschreven zijn. Als onderdeel van de m.e.r.-beoordeling zijn de 2 redelijkerwijs mogelijke routes onderzocht en afgewogen op grond van een multicriteria-analyse (mca). 7. Indiener noemt het bijzonder dat geen MER is opgesteld. Initiatiefnemer PPS heeft een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend.

Na beoordeling van de aanmeldnotitie is geconcludeerd dat er geen MER opgesteld dient te worden. Geoordeeld kan worden dat geen sprake is van bijzondere nadelige gevolgen voor het milieu. 8. Indiener noemt verschillende krantenartikelen waarin zorgen en risico’s worden besproken rondom onder andere de Maas, hoogwater en bodem. Deze krantenartikelen zijn geen wetenschappelijk onderbouwde stukken op basis waarvan een oordeel kan worden gegeven over dit project. 9. Indiener geeft aan dat in de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 een aantal zaken beschreven zijn die indiener niet direct terugziet in de aanvraag. a. Met betrekking tot paragraaf 6.3 uit de structuurvisie stelt indiener dat niet voldoende is gekeken naar het zoveel mogelijk voorkomen van nadelige gevolgen en het kijken naar andere belangen. Verder stelt indiener met betrekking tot deze paragraaf dat de dubbelbestemming natuur op de betreffende locatie niet mogelijk zou zijn met vloeibare stoffen. Om te beoordelen of nadelige gevolgen voorkomen worden en andere belangen niet onevenredig benadeeld worden, is door de initiatiefnemer PPS een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend. In deze aanmeldnotitie is beoordeeld welke effecten er zijn voor de aspecten: water, bodem, archeologie, landschap en cultuurhistorie, lucht, licht, verkeer en transport, geluid en trillingen, natuur, gezondheid en veiligheid.

Na beoordeling van de aanmeldnotitie is geconcludeerd dat er geen MER opgesteld dient te worden. Geoordeeld kan worden dat geen sprake is van bijzondere nadelige gevolgen voor de hierboven genoemde aspecten. De gevolgen voor alle omgevingsaspecten zijn in de aanvraag verder in detail uitgewerkt en er is beschreven hoe met de mogelijke gevolgen voor de omgeving rekening wordt gehouden bij de aanleg en exploitatie van de

nieuwe PALL-leiding en hoe wordt voldaan aan de te stellen normen. Dit is beoordeeld door het bevoegd gezag, de gemeente Stein, mede op basis van adviezen van RUDZL en Veiligheidsregio. In de structuurvisie staat ‘Voor bepaalde categorieën buisleidingen, bijvoorbeeld gasleidingen, is een dubbelbestemming met natuurgebieden over het algemeen heel goed mogelijk, zoals nu ook al het geval is’. In de structuurvisie staat niet dat een dubbelbestemming met natuurgebieden voor andere categorieën niet mogelijk is. Op basis van de ingediende vergunningsaanvraag met bijbehorende bijlagen is door de gemeente en externe ketenpartners beoordeeld dat het op voorgestelde locatie mogelijk is deze buisleiding te realiseren. b. Met betrekking tot paragraaf 6.7 en 7.2 uit de structuurvisie stelt indiener dat het verzoek in strijd is met de structuurvisie omdat geen bestaande verbinding met het buitenland zou worden gebruikt. In de structuurvisie staat dat bestaande buisleidingen die buiten de vastgestelde stroken liggen, niet weggehaald hoeven te worden. Wel wordt aangegeven dat hier geen nieuwe nationale leidingen meer naast komen te liggen. Het gaat hier dus om buisleidingen buiten vastgestelde stroken.

De PALL-leiding zal grotendeels binnen een vastgestelde strook aangelegd worden, behalve voor het kleine gedeelte waar onder de Maas doorgeboord moet worden en het niet mogelijk is deze leiding in de vastgestelde strook te leggen. Dit omdat niet onder de Maas kan worden geboord op een plek waar al een buisleiding ligt. Verder is de verbinding die wordt gebruikt met het buitenland, België, een al bestaande verbinding die ook wordt genoemd in de structuurvisie, namelijk Stein/Meers (Limburg) - Maasmechelen (Limburg (B)). c.

Met betrekking tot paragraaf 7.3.2 uit de structuurvisie stelt indiener dat de commissie MER vindt dat een gedetailleerde beschrijving van milieueffecten en eventuele mitigerende maatregelen noodzakelijk is.

Initiatiefnemer PPS heeft een aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ingediend. Na beoordeling van de aanmeldnotitie is geconcludeerd dat er geen MER opgesteld dient te worden. Geoordeeld kan worden dat geen sprake is van bijzondere nadelige gevolgen voor het milieu. Bijzondere mitigerende maatregelen zijn daarom niet nodig. d. Met betrekking tot paragraaf 8.3 uit de structuurvisie stelt indiener dat is afgeweken van het uitgangspunt van de structuurvisie buisleidingen om buisleidingen op zodanige afstand te leggen dat het domino-effect niet kan leiden tot te grote risico’s. In de QRA opgesteld voor dit project is geconcludeerd dat het nieuw aan te leggen leidingdeel voldoet aan de externe veiligheidsnormen als opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op basis van de gemaakte berekeningen is aannemelijk dat de naastgelegen leidingen niet zullen falen als gevolg van het falen van een leiding. Daarmee is aangetoond dat domino-effecten niet waarschijnlijk zijn, zie hiervoor ook zoals eerder aangegeven paragraaf 4.9 ‘Domino-effecten’ van de QRA. De RUDZL heeft de QRA beoordeeld en heeft aangegeven dat de QRA niet leidt tot het maken van opmerkingen. e.

Met betrekking tot bijlage 1 uit de structuurvisie stelt indiener met betrekking tot de overgang Stein/Urmond (Nederland) - Leut (Limburg (B)) dat nu een bypass wordt aangevraagd terwijl geen uitbreidingen zouden worden voorzien.

Dit is niet de overgang waar het om gaat. Het gaat om de overgang Stein/Meers (Limburg) Maasmechelen (Limburg (B)), welke is opgenomen in de structuurvisie. Het gaat dus niet om een uitbreiding. 10. Indiener stelt dat onduidelijk is hoe lang er nog nafta nodig is op Chemelot. De vraag naar nafta is er nu en ook in de nabije toekomst, daarom bestaat nu ook dit plan om de PALL-leiding te realiseren. Op de vraag hoe lang er nog nafta nodig is op Chemelot kan op dit moment niemand een concreet antwoord geven dus het is ook niet mogelijk om op basis van die vraag een afweging te maken. Conclusie Indiener heeft de zienswijze binnen de daarvoor gestelde termijn ingediend. Daarom wordt voorgesteld de zienswijze ontvankelijk te verklaren. Gelet op het voorgaande besproken onder ‘reactie zienswijze’ is de zienswijze van indiener ongegrond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=9ac0eb71-7315-4765-af52-345b3c7dcbe2