bijlage 6 Beantwoording vragen verordening Wmo 2024 schriftelijk
Tekst van het document
Aan de leden van de Raad
Stadhouderslaan 200 Postbus 15 6170 AA Stein T +31 (0)46 435 93 93 info@gemeentestein.nl www.gemeentestein.nl BTW NL 0017.31.105.B.02 KvK 5198 4997 0000 IBAN NL20 BNGH 0285 008 110 BIC BNGH NL2G
Datum: Uw kenmerk:
26 februari 2024 20230914143117
Behandeld door:
B. Corstjens-Stoks
Betreft:
Beantwoording schriftelijke vragen verordening Wmo
Geacht raadslid, Naar aanleiding van de Beeldvormende vergadering op 21 februari jl. heeft u een aantal vragen gesteld in relatie tot de verordening Wmo 2024. Wij hebben uw Raad toegezegd om op enkele vragen een schriftelijke beantwoording toe te sturen. Het betreffende de volgende vragen inclusief antwoorden: Vraag en antwoord Vraag DOS onderscheid elementaire woningaanpassingen en grotere woningaanpassingen in het kader van maatwerk: Een huisbezoek bij een woningaanpassing is noodzakelijk in het kader van maatwerk. Of het om een relatief kleine woningaanpassing gaat of een complexe woningaanpassing. Door de woonsituatie en hulpvraag feitelijk in kaart te brengen ontstaat een beeld van de situatie en wat daarvoor nodig is. Ook in relatie tot de daadwerkelijk uitvoering bij de aannemers (bijvoorbeeld bepalen van hoogte) en de kosten daartoe. De Wmo maakt geen onderscheid in een kleinere of complexere woningaanpassing. Vraag DOS met betrekking tot artikel 11 lid 7g, nadere toelichting: Er kan sprake zijn van in de levensloop te verwachten of voorspelbare verhuizingen zoals bijvoorbeeld senioren naar een kleinere woning omdat de gezinssituatie is veranderd (bijvoorbeeld kinderen uit huis).
Daarnaast betreft het ook dat wanneer een inwoner een adequaat geschikte woning heeft, eventueel met woningaanpassing vanuit de Wmo, op eigen initiatief verhuisd naar een inadequate woning waar opnieuw woningaanpassingen gevraagd worden. In de beleidsregels Wmo is het volgende vastgelegd over verhuizing in relatie tot een woningaanpassing: Voorzienbaarheid / vermijdbaarheid betekent dat de gemeente van cliënten verwacht dat zij zelf of samen met het eigen netwerk oplossingen zoeken voor ervaren of toekomstig te verwachten belemmeringen. Van een cliënt mag verwacht worden dat hij bijvoorbeeld bij het betrekken van een nieuwe woning rekening houdt met zijn huidige en toekomstige gezondheidssituatie en dus niet naar een voor hem ongeschikte woning verhuist. Een ouder iemand die een aantal jaren ingeschreven staat voor een appartement of serviceflat en op het moment van verhuizing verzoekt om een maatwerkvoorziening, had deze verhuizing kunnen zien aankomen en daarvoor kunnen reserveren.
De bestendige jurisprudentielijn is dat een woonvoorziening niet kan worden geweigerd omdat gelet op de leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn. De CRvB oordeelt dat bij een verhuizing te veel (individuele) factoren een rol spelen om de kosten van een verhuizing - uitsluitend op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie - als algemeen gebruikelijk te kwalificeren. Er kan immers nog steeds gezegd worden dat er te veel subjectieve factoren een rol spelen om met zekerheid te kunnen zeggen welke beperkingen op welk moment voorzienbaar zouden zijn. De gemeente kan een aanvraag voor een voorziening wel afwijzen als de cliënt bij het betrekken van een nieuwe woning geen rekening heeft gehouden met zijn gezondheidssituatie. De beleidsregels Wmo zijn een uitwerking van de verordening Wmo. Deze zijn terug te vinden op de website. Vraag CMB met betrekking tot het aanpassen van het bijbehorend Besluit: Het voorliggend besluit is aangepast. Echter is dit niet als apart beslispunt opgenomen aangezien in de voorliggende verordening in artikel 30 wordt vermeld dat de vorige verordening bij accordering door de Raad wordt ingetrokken. Vraag CMB met betrekking tot artikel 13, lid 7: De SVB heeft een aantal beleidskeuzes voorgesteld n.a.v.
Pgb 2.0, dit komt terug in het Raadsvoorstel bij de argumentatie betreffende artikel 13, lid 7. Daarnaast heeft de toezichthouder eveneens hetzelfde geadviseerd om dit artikel terug te laten komen in de voorliggende verordening Wmo in het kader van rechtmatigheid. Wanneer een vast maandloon wordt betaald dan is er een kans dat de zorgverlener te veel uren uitbetaald krijgt. Door een uurloon af te spreken kan de zorgverlener alleen de gewerkte uren declareren. Zo betaald de gemeente de daadwerkelijk geleverde uren. Vraag CMB met betrekking tot artikel 14, lid 4: Om de objectiviteit van de relatie tussen Pgb-houder en zorgverlener te toetsen, wordt gebruik gemaakt van het 10 punten Pgb- vaardigheidskader van het ministerie van VWS. Het uitgewerkte kader is terug te vinden in de Beleidsregels Wmo van de gemeente Stein. Als een hulpverlener het pgb beheert waaruit hij bekostigd wordt, kan dit leiden tot belangenverstrengeling. Dit is ongewenst, omdat het belang van de hulpverlener niet boven dat van de cliënt mag gaan. Als een cliënt een geringe mate van invloed heeft op de beslissing om een pgb te kiezen, is dit een factor die wijst op ongewenste belangenverstrengeling. Zie uitspraak rechtbank Gelderland ECLI:NL:RBGEL:2018:3911 Wij hopen uw vragen hiermee alsnog beantwoordt te hebben. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Stein, namens dezen,
ValidSigned door Frank Dassen op 27-02-2024 Wethouder sociaal domein dhr. F.T.M.J. Dassen