Bijlage 4 Ruimtelijke Onderbouwing PALL Grensmaas
Tekst van het document
Figuur 7.6: Overzicht risico’s na-ijl gevolgen steenkolenwinning.
Overstromings- en uitspoelingsrisico Maas
2
Projectgroep GA-ZL (2016). Na-ijlende gevolgen steenkolenwinning Zuid-Limburg. I.o.v. Ministerie EZK.
blad 45 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
Door het uitspoelen van de oever en de bodem van de Maas, met name wanneer dat snel gebeurt bij overstromingen, kunnen leidingen op korte afstand van de Maas en op of dicht onder de bodem van de Maas, bloot komen te liggen en beschadigd raken zoals is gebeurd in het bestaande PALL-tracé in juli 2019. Door de grote diepte van de nieuwe Maaskruising en de relatief grote afstand van het nieuwe PALL-tracé tot de Maas en de ligging ‘achter’ de buisleidingenbundel van Air Liquide wordt het uitspoelingsrisico tot een aanvaardbaar minimum beperkt. Aan Belgische zijde is de Maasoever bovendien versterkt met stenen blokken. Bij passage van waterstaatswerken (zoals de Maas en het nieuwe viaduct richting Maasband) worden verder uit extra voorzorg dikkere buizen toegepast. Aan de aanvraag van de watervergunning worden diverse onderzoeken toegevoegd die onderbouwen dat het erosierisico vanwege de Maas (inclusief nevengeul) voldoende wordt beheerst. Conclusie Met betrekking tot bovengenoemde overige veiligheidsrisico’s kan worden geconcludeerd dat deze geen belemmering vormen voor het afwijken van het bestemmingsplan.
7.9
Verkeer en vervoer Het aanleggen van de PALL-leiding heeft verder geen gevolgen voor de overige infrastructuur in het gebied. De boormachine wordt gepositioneerd aan de Belgische zijde van de Maas. Tijdens de aanlegwerkzaamheden worden materialen en materieel zowel aan de Belgische als Nederlands zijde van de Maas aangevoerd en afgevoerd, gecoördineerd vanuit een centraal tijdelijk ketenpark (hub). Er wordt gebruik gemaakt van centrale locaties om de verkeershinder tijdens de werkzaamheden tot een minimum te beperken en zodoende fietsers en voetgangers te beschermen. Uitgangspunt is dat het lokale fiets- en voetgangersverkeer niet gehinderd zal worden. In de gebruiksfase genereert de leiding geen verkeer, aangezien het een ondergrondse buisleiding betreft. In het algemeen zorgt het transport van stoffen met ondergrondse buisleidingen zelfs voor een vermindering van (zwaar) verkeer over de Nederlandse wegen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voornemen niet tot belangrijke nadelige milieueffecten leidt betreffende het thema verkeer. Het voornemen zit wat betreft dit aspect een afwijking van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.9.1
Energie Leidingtransport vergt energie. De nieuwe leiding heeft geen gevolgen voor het energiegebruik van het leidingtransport. Het nieuwe tracé betreft immers een vervanging in het dagelijkse leidingtransport, waarbij de huidige leiding als bypass gaat dienen in het geval de nieuwe leiding buiten gebruik moet worden gesteld. Het voornemen heeft geen nadelige effecten op het energiegebruik en het aspect energie is in dit geval planologisch niet relevant.
7.9.2
Licht Uitgangspunt is dat de werkzaamheden overdag plaatsvinden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan het noodzakelijk zijn om ook ’s avonds of ’s nachts te werken. Eventuele lichthinder is naar verwachting niet aan de orde. Verlichting wordt in beginsel alleen gebruikt als maatregel tegen diefstal. Dit betreft een tijdelijke maatregel en bovendien kan deze neerwaarts worden gericht zodat beïnvloeding minimaal is. Daarnaast wordt gezien de afstand van het plangebied tot de dichtstbijzijnde woning geen hinder verwacht. Conclusie Op basis van bovenstaande gegevens kan worden geconcludeerd dat het voornemen niet leidt tot belangrijke nadelige milieueffecten betreffende het thema licht en dat dit thema een afwijking van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
7.9.3
Afvalstoffen Afvalwater
blad 46 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
Tijdens de aanlegwerkzaamheden wordt geen afvalwater geloosd. Wel bestaat de mogelijk dat scrubvloeistof en spuitwater moet worden afgevoerd vanuit het ontvangststation van de PALL in Geleen. Deze stromen worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Bij de eerder genoemde herstelwerkzaamheden naar aanleiding van de calamiteit bij de PALL is ongeveer 1 ton scrubvloeistof en 80 m3 spuitwater afgevoerd. Afvalstoffen Bij de werkzaamheden komen naar verwachting diverse afvalstromen vrij. Naar aanleiding van de herstelwerkzaamheden aan de PALL in 2021 zijn de volgende afvalstoffen vrijgekomen en afgevoerd naar erkende verwerkers: Bedrijfsafval (inclusief resthoeveelheid bentoniet): 3 ton; Vuil: 3 ton; Oude leidingen: minder dan 1 ton (ijzer).
7.10
Gezondheid Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.
blad 47 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
8.
Toets aan ruimtelijk beleid
8.1
Beleidskader Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inkadering plaats te vinden binnen het beleid van de overheid. Een toetsing aan rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid brengt een duidelijk beeld tot stand van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. Middels die beleidsinkadering wordt een compleet beeld gegeven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologische beleid. Gemeenten zijn echter niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Het gevoerde beleid door Rijk en provincies geeft met het vastgelegde beleid de kaders waarbinnen gemeenten kunnen en mogen opereren. De meest van belang zijnde kaders van het Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan.
8.1.1
Rijksbeleid Van het rijksbeleid zijn de volgende structuurvisies mogelijk relevant voor de planlocatie: Nationaal Water Programma 2022 – 2027 (vastgesteld 18 maart 2022); Nationale Omgevingsvisie (vastgesteld 11 september 2020); Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 (geconsolideerd 26 november 2019); Structuurvisie Ondergrond (vastgesteld 11 juni 2018); Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
8.1.1.1 Nationaal Water Programma 2022 – 2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016 - 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee. Deze zijn als wettelijke bijlagen opgenomen. Bij het verlenen van de watervergunning zal RWS rekening houden met het Nationaal Waterplan 2022 – 2027, vertaald in het Beheer- en ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw), de Beleidsnota Waterveiligheid, de Beleidslijn Grote Rivieren en de bijbehorende Beleidsregels grote rivieren (de beleidsregels). Het Nationaal Water Programma 2022 – 2027 vormt geen belemmering voor de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan Grensmaas.
8.1.1.2 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI zet in op een integrale aanpak met meer regie vanuit het Rijk van de volgende prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De NOVI is één van de instrumenten van de komende Omgevingswet. Als een van de nationale belangen waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt is het volgende voor het waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen geformuleerd: “Het netwerk van buisleidingen voor het vervoer van (gevaarlijke) stoffen, waaronder ook de gasinfrastructuur, is van economisch en maatschappelijk belang voor Nederland op Europese schaal.”
blad 48 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
Opgave Als gevolg van ontwikkelingen in, en verduurzaming van, de economie en de maatschappij zullen er veranderingen optreden in de door buisleidingen vervoerde stoffen. De opgave is voldoende ruimte te reserveren voor het in stand houden en ontwikkelen van een robuust, efficiënt, betrouwbaar en veilig hoofdnetwerk van buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Waarbij de opgave tevens is dat dit netwerk zo is ingericht dat het slechts tot verwaarloosbare risico’s voor mens en milieu leidt. Rijksrol Het netwerk van buisleidingen voor het vervoer van (gevaarlijke) stoffen is van economisch belang voor Nederland op Europese schaal. Het Rijk wil de aanleg van deze buisleidingen op land en zee ruimtelijk mogelijk maken, belemmeringen voorkomen en zorgen voor een goede aansluiting op het internationale netwerk. Gezien de (inter)nationale schaal en het belang van een ononderbroken netwerk, is dit een taak van het Rijk. Vanwege de aard van het project, aanleg van een bypass-mogelijkheid van de PALL-leiding in het geval van stilstand, heeft het project geen directe relatie met de NOVI, maar draagt het project wel bij aan het behoud en versterking van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen.
8.1.1.3 Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 De Structuurvisie buisleidingen 2012 – 2035 heeft tot doel het vrijhouden van ruimte in Nederland voor de aanleg van toekomstige buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Hierin zijn voor heel Nederland stroken aangeduid die zijn gereserveerd voor ondergrondse buisleidingen. In de toekomst zullen buisleidingen in beginsel allemaal binnen deze strook worden gelegd. De structuurvisie bevat tevens een aantal vastgelegde grensoverschrijdingspunten alwaar buisleidingen de grens met België of Duitsland kunnen overschrijden. De grensovergang bij Stein/Meers is een nieuwe grensovergang in de structuurvisie ten opzichte van het Structuurschema Buisleidingen van 1985. De nieuwe leiding wordt gelegd in de gereserveerde leidingenstrook zoals weergegeven in Figuur 8.1.
Figuur 8.1 Weergave buisleidingenstrook (paarse lijn, 45 m breed) uit de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 omgeving Maasband
In België is het Gewestelijk Regionaal Uitvoeringsplan (GRUP) van kracht. In het GRUP is ook een ruimtelijke reservering opgenomen met betrekking tot buisleidingen, inclusief het eerdergenoemde grensoverschrijdingspunt. Op dit overschrijdingspunt sluiten de Structuurvisie en het GRUP op elkaar aan. Met de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan ‘Grensmaas’ wordt geen nieuwe activiteit toegelaten die de realisatie van een leidingenstrook belemmert. De Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035 vormt daarmee planologisch geen belemmering.
blad 49 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
8.1.1.4 Structuurvisie Ondergrond De structuurvisie richt zich op duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond waarbij benutten en beschermen met elkaar in balans zijn. Deze structuurvisie bevat het nationale ruimtelijk beleid voor de ondergrond, specifiek gericht op de nationale belangen ‘drinkwatervoorziening’ en ‘mijnbouwactiviteiten’. Deze structuurvisie richt zich op toekomstige ontwikkelingen en nieuwe activiteiten in de diepe ondergrond en niet op de bestaande problematiek. Het doel hiervan is risico’s van nieuwe activiteiten en problemen in de toekomst zoveel mogelijk te beperken. Het nieuwe PALL-tracé valt buiten de scope van de Structuurvisie Ondergrond mede omdat de projectlocatie niet ligt binnen een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied.
8.1.1.5 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. De SVIR geldt als kapstok voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid moet om; het Rijk trekt zich grotendeels terug uit het regionale en lokale ruimtelijke ordeningsbeleid en legt de hoofdverantwoordelijkheid voor verstedelijkingsen landschapsbeleid bij de provincie en de gemeente. De SVIR heeft op middellange termijn (tot 2028) drie doelen gesteld: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De nieuwe PALL-leiding past bij de doelen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze structuurvisie vormt planologisch geen belemmering voor de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan ‘Grensmaas’.
8.1.2
Provinciaal beleid
8.1.2.1 Provinciaal Omgevingsplan, Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Limburg (POL) Op 12 december 2014 is door Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL 2014) vastgesteld. Het POL 2014 is per 16 januari 2015 in werking getreden. Het POL 2014 heeft vier wettelijke functies: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In de POL 2014 wordt tevens aandacht besteed aan de relatie tot de Structuurvisie Buisleidingen 2012 – 2035. Hierin worden tevens de huidige grensoverschrijdingspunten genoemd en krijgen zij een beschermde status. In het POL 2014 komen alleen die zaken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen en die vragen om regionale oplossingen. Dat sluit aan bij de basisfilosofie en ook bij de aanpak van de rijksoverheid die zich beperkt tot een 13-tal nationale ruimtelijke belangen. Zo veel mogelijk ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en andere partners die met hun lokale kennis maatwerk kunnen leveren. In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal.
Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, het versnellen van de energietransitie, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De belangrijke principes in het Limburgs omgevingsbeleid zijn: 1. Kwaliteit staat centraal. Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.
blad 50 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
2.
Uitnodigen staat centraal. Dat gaat meer over de manier waarop de provincie samen met haar partners dat voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat wil realiseren. Met instrumenten op maat en ruimte om te experimenteren. De provincie wil hierbij selectief zijn: Het POL richt zich alleen op die zaken die er op provinciaal niveau echt toe doen en vragen om regionale oplossingen.
De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Om daaraan recht te doen, worden in het POL 2014 zeven globaal afgebakende gebiedstypen onderscheiden. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Het POL 2014 is onder meer uitgewerkt in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Paragraaf 5.6 bevat de toetsing van de aanleg van de nieuwe PALL-leiding aan de Omgevingsverordening Limburg 2014. De Omgevingsverordening Limburg 2014 vormt planologisch geen belemmering voor de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan ‘Grensmaas’. Het POL 2014 is mede ter voorbereiding op de Omgevingswet opgevolgd door de Omgevingsvisie Limburg (vastgesteld 1 oktober 2021). De Omgevingsvisie Limburg bevat de strategische langetermijnvisie voor de provincie. De Omgevingsvisie Limburg heeft een ruimere scope dan het POL 2014, thema’s zoals gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving zijn toegevoegd. Mede op basis van de Omgevingsvisie Limburg is de Omgevingsverordening Limburg voorbereid en vastgesteld op 17 december 2021. De Omgevingsverordening Limburg treedt in werking samen met de Omgevingswet, volgens de huidige planning vanaf 1 januari 2024.
In eerste instantie betreft de Omgevingsverordening Limburg een beleidsneutrale omzetting van het POL2014 gericht op het voldoen van de eisen van de Omgevingswet. Vanaf het van kracht gaan van de Omgevingswet kan de Omgevingsverordening Limburg worden aangepast door middel van wijzigingsverordeningen. Die wijzigingen kunnen het gevolg zijn van nadere uitwerkingen op basis van de Omgevingsvisie Limburg, maar ook van een maatschappelijke vraag en in opdracht van Provinciale Staten, landelijke wet- en regelgeving of samenhangend met de uitvoering van Programma’s, bijvoorbeeld het Waterprogramma.
8.1.2.2 POL-Grensmaas Naast bovengenoemde provinciale beleidsdocument en verordeningen is voor het Grensmaasgebied een aanvulling op het POL vastgesteld op 1 juli 2005 (POL-aanvulling Grensmaas). Op het gebied van leidingen is in deze aanvulling het doel geformuleerd om waar nodig te verdiepen of bescherming te bieden aan hoofdleidingen en leidingen te verleggen naar een nieuw aan te wijzen strook voor nationale hoofdleidingen. In dit aanvullende plan wordt de aanwezigheid van een hoofdtransportleiding aangehaald, inclusief de huidige kruising onder de Maas ter hoogte van rivierkilometer 32,8. Om project Grensmaas mogelijk te maken wordt gesteld dat de bestaande leiding zou moeten worden verlegd naar de nationale leidingstrook (de huidige SVB-strook) waarbinnen aangepast beheer van de natuurontwikkeling ten behoeve van de integriteitsbescherming van de leidingen wordt gewaarborgd. Dit betreft de Air Liquide-leiding waar het nieuwe PALL-tracé naast geprojecteerd is. In deze strook worden meer leidingen voorzien, hetgeen zorgt voor een ruimtelijke borging voor de nieuw PALL-leiding binnen de betreffende leidingenstrook. Het nieuwe PALL-tracé past goed binnen de ruimtelijk borging, zeker gezien de specifieke aanvulling op het POL voor het Grensmaasgebied.
Het provinciale beleid vormt zodoende geen planologisch geen belemmering voor de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan.
8.1.3
Gemeentelijk beleid De gemeente Stein past het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) toe op het transport van gevaarlijke stoffen door middel van buisleidingen. Het Bevb verplicht gemeenten en provincies om buisleidingen op te nemen in het bestemmingsplan, inclusief een belemmerende zone. Het Bevb gaat niet uit van bebouwings-, veiligheidsof toetsingsafstanden, maar van grenswaarden voor plaatsgebonden risico en een verantwoordingsplicht voor groepsrisico. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Bij de toepassing op bestemmingsplannen volgt de gemeente Stein het volgende beleid:
blad 51 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
Ter plaatse van het directe ruimtebeslag van de ondergrondse en bovengrondse leidingen worden activiteiten, die het bedrijfszeker en -veilig functioneren van leidingen kunnen schaden, geweerd. Derhalve worden beperkingen opgelegd aan de mogelijkheden tot bebouwing en gebruik van de grond, die tot beschadiging van de leidingen kunnen leiden; Binnen de dubbelbestemming ‘Leiding’ mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen, uitsluitend bouwwerken van geringe omvang ten dienste van of ter instandhouding van de betreffende leiding worden gebouwd.
Aansluitend bij dit gemeentelijke beleid wordt een afwijking van het bestemmingsplan ‘Grensmaas’ volgens de uitgebreide procedure voor de nieuwe PALL-leiding aangevraagd.
8.1.3.1 Omgevingsvisie Gemeente Stein 2040 Ter voorbereiding op het van kracht gaan van de Omgevingswet heeft de gemeente Stein recent de Omgevingsvisie Gemeente Stein 2040 (maart 2022) vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de strategische en integrale langetermijnvisie op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en is binnen de Omgevingswet een verplicht instrument voor Rijk, provincie en gemeenten. Omgevingsvisie is alleen bindend voor de gemeenteraad. Burgers, bedrijven en/of instellingen kunnen geen rechten aan de inhoud van de gemeentelijke Omgevingsvisie ontlenen. De omgevingsvisie besteedt uitgebreid aandacht aan omgevingsveiligheid, het nieuwe begrip onder de Omgevingswet voor externe veiligheid. De gemeente zet in op het aan de voorkant verkleinen van veiligheidsrisico’s voor inwoners, ondernemers en bezoekers, het voorkomen van incidenten en een goede voorbereiding van rampen en crises, mochten deze zich voordoen. Bij het vormgeven van de leefomgeving gaat de gemeente uit van de volgende ontwerpprincipes voor veiligheid: Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid; Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; Bouwwerken en omgeving bieden bescherming; Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; De omgeving maakt snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk; Mensen krijgen bij crisis passende medische zorg.
De nieuwe PALL-leiding past binnen ontwerpprincipes zoals in de Omgevingsvisie uitgewerkt. De leiding Deze omgevingsvisie vormt zodoende planologisch geen belemmering voor de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan ‘Grensmaas’. De PALL-leiding past binnen de kernwaarde ‘een bereikbare en bedrijvige gemeente’ enerzijds en anderzijds wordt gezorgd dat de kernwaarde ‘een veilige, gezonde en groene leefomgeving’ gewaarborgd blijft. De PALLleiding zorgt ervoor dat de huidige leiding een bypass wordt, die in geval van een calamiteit gebruikt kan worden. Door extra leveringszekerheid in te bouwen in het buisleidingentransport van koolwaterstoffen kan stilstand van het transport worden voorkomen in het geval van een calamiteit. De levering van koolwaterstoffen kan immers gewoon doorgang vinden wanneer één van de twee leidingtracés niet gebruikt kan worden, bij een calamiteit is er immers geen alternatief voor levering. Aansluitend op het doel uit de Omgevingsvisie dat de gemeente in samenwerking met de veiligheidsregio en overige partners fysieke omgevingsrisico’s voor zover dit redelijkerwijs mogelijk beperkt, hebben de Veiligheidsregio en de RUDZL geadviseerd op het voornemen. Met deze adviezen is rekening gehouden bij de projectuitwerking. Bij de aanleg van de PALL-leiding wordt gezorgd dat de groene leefomgeving niet permanent aangetast wordt.
Voor de aanleg vinden graafwerkzaamheden plaats, maar er wordt gezorgd dat de omgeving er na de aanleg weer hetzelfde uitziet als voor de aanleg. Dit gebeurt bijvoorbeeld doordat gekeken is hoe de grondlagen zijn opgebouwd en grond die opgegraven wordt precies op dezelfde plek ook weer terugkomt.
8.2
Milieu- en omgevingsaspecten en landschap Voor de behandeling van de milieu- en omgevingsaspecten en landschap wordt verwezen naar hoofdstuk 7.
blad 52 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
8.3
Bedrijven en milieuzonering Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een 'gevoelig' object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Binnen het plangebied bevinden zich geen bedrijfsbestemmingen en geen bedrijven. Verder is de aangevraagde afwijking van het bestemmingsplan Grensmaas niet strijdig met de ter plaatse geldende functieaanduiding ‘Geluidzone – industrie’, zie paragraaf 5.3.1. Dit aspect vormt voor de afwijking van bestemmingsplan ‘Grensmaas’ ten behoeve ontwikkeling van de nieuwe PALL-leiding geen belemmering.
8.4
Gezondheid Mede op basis van de beoordeling ten aanzien van water, lucht, licht en geluid is er geen sprake van specifieke risico’s door het voornemen voor de volksgezondheid of voor bijvoorbeeld waterverontreiniging of luchtvervuiling.
8.5
Uitvoerbaarheid
8.5.1
Economische uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Onderhavig plan wordt niet gerekend tot de in artikel 6.2.1 Bro aangewezen bouwplannen. Derhalve is het opstellen van een anterieure overeenkomst voor dit plan niet noodzakelijk.
8.5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid / participatie De aanleg van het nieuwe PALL leidingtracé biedt de mogelijkheid voor een verduurzamingsslag, een belangrijk maatschappelijk thema. Het project is gestart naar aanleiding van de calamiteit in 2021 rondom de huidige PALLleiding, zoals reeds toegelicht in paragraaf 2.1. Door extra leveringszekerheid in te bouwen in het buisleidingentransport van chemicaliën kan stilstand van het transport worden voorkomen in het geval van een calamiteit. De levering van chemicaliën kan immers gewoon doorgang vinden wanneer één van de twee leidingtracés niet gebruikt kan worden. Naast het bieden van leveringszekerheid, wat een positieve impact heeft op de externe veiligheid, zorgt transport van chemicaliën met ondergrondse buisleidingen voor een vermindering van zwaar verkeer over de Nederlandse wegen. Door een reserveleiding in de vorm van een bypass te creëren kan dit positieve effect worden gehandhaafd. Op de voorbereiding van een omgevingsvergunning ex artikel 2.1 c/2.12 eerste lid 1, onderdeel a, sub 3° Wabo is, conform het bepaalde in de Wabo de uitgebreide procedure van toepassing, met dien verstande dat het ontwerpbesluit gedurende zes weken ter inzage ligt. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid om zienswijzen tegen het besluit kenbaar te maken.
Daarnaast is ter voorbereiding op het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024 reeds invulling gegeven aan het participatie-aspect met betrekking tot de
blad 53 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
omgeving en direct betrokkenen van de nieuwe PALL-leiding. Welke betrokkenen hierin zijn meegenomen is nader toegelicht in hoofdstuk 9.
blad 54 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
9.
Omgevingsmanagement en participatie PPS vindt het belangrijk dat het project wordt uitgevoerd met draagvlak bij partijen in de omgeving en met zo weinig mogelijk overlast. PPS heeft de partijen waarvoor het project directe gevolgen kan hebben geïnventariseerd (stakeholderanalyse) en heeft het project bij deze partijen vanaf de ontwerpfase toegelicht met onder andere een bewonersbijeenkomst in Meers op 14 mei 2023 (het verslag hiervan is als bijlage 18 toegevoegd aan de aanvraag), met het doel om bij de uitvoering van het project rekening te houden met belangen en wensen van de omgeving (participatie). Navolgende tabel geeft een overzicht van de betrokken partijen aan de Nederlandse zijde en de belangrijkste gespreksonderwerpen waarover gesprekken plaatsvinden en waarover wanneer nodig afspraken worden gemaakt. Vergelijkbare participatieprocessen zijn en worden uitgevoerd aan de Belgische zijde. Partij
Onderwerp
Toelichting
Gemeente Stein
M.e.r.-beoordeling. Aanvraag omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan en aanleggen. Op verzoek van de gemeente beoordeelt de RUD Zuid-Limburg de risicoanalyse (QRA) en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in kader van de rampenbestrijding. Bij de gemeente zullen in een later stadium nog uitvoeringsvergunningen worden aangevraagd voor bijvoorbeeld het kruisen van wegen voor zover dit op grond van de gemeentelijke verordening van toepassing is. Met de gemeente zullen nog afspraken worden gemaakt over de afwikkeling van het werkverkeer en mogelijke verkeershinder in de vorm van een verkeersplan.
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling is op 22 juni 2023 ingediend, besluit van college van 27 september 2023 dat geen MER van toepassing is.
Rijkswaterstaat en Waterschap Limburg (inclusief Waterbedrijf Limburg)
Watervergunning. Lozingsvergunning/melding indien nodig.
Watervergunning deel RWS: Hierin worden de condities geregeld die van toepassing zijn op het ondergronds kruisen van de Maas (HDD) en de ligging in het vergunningingsgebied van RWS tussen de Maas en het Julianakanaal waaronder ook het kruisen van het nieuwe viaduct over de nevengeul; Watervergunning deel Waterschap: Het kruisen van het riool voor de lozing van de waterzuivering Chemelot (IAZI, zijtak van de Ur) en de ligging ten opzichte van de primaire waterkering en mogelijk de voorwaarden voor het bemalen en lozen van bemalingswater.
Provincie Limburg
Gevolgen voor de natuur, inclusief stikstofdepositie tijdens de realisatiefase.
De Natuurtoets is voorafgaand aan indiening voorgelegd aan de provincie Limburg. Op grond van de Natuurtoets is er (nog) geen aanleiding voor het aanvragen van een ontheffing/vergunning. Momenteel lopen nog nadere onderzoeken naar vleermuizen, dagvlinders en reptielen. De maximale stikstofdepositie is 0,03 mol N/ha/jr. Vanwege de geringe omvang en de tijdelijkheid kan op algemene ecologische uitgangspunten worden geconcludeerd dat significante effecten zijn uitgesloten op Natura 2000-gebieden. De ecologische effectbeoordeling geldt voor de provincie als voortoets met als conclusie dat er geen vergunningplicht ingevolge de Wet natuurbescherming van toepassing is op de stikstofdepositie vanwege de aanleg (en exploitatie) van het nieuwe deeltracé van de PALLleiding. Met voornoemde berekening is tevens de
Met de gemeente zijn diverse voorbereidende overleggen gevoerd waaronder een bestuurlijk overleg. Aan één van deze overleggen hebben de RUDZL en de Veiligheidsregio Zuid-Limburg deelgenomen.
blad 55 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
Partij
Onderwerp
Toelichting stikstofdepositie bepaald op de Belgische Natura 2000 gebieden. Deze voldoet aan de Belgische wet- en regelgeving voor dit aspect. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd op basis van een ecologisch werkprotocol, indien nodig worden de werkterreinen en hun directe omgeving verstoord om te vermijden dat daar vogels gaan broeden.
Air Liquide
Buisleidingenbundel van Air Liquide, afstemmen van de minimaal aan te houden afstand en afstemmen over de veilige uitvoering van veldonderzoeken en de aanlegwerkzaamheden.
Met Air Liquide zijn en worden diverse afstemmingsoverleggen gevoerd en afspraken gemaakt. Air Liquide is akkoord met een minimale afstand van 1 meter tussen haar buisleidingenbundel en de nieuwe PALL.
Consortium Grensmaas en firma L’Ortye
Afstemming op de eindsituatie van het Grensmaasproject en de afrondende werkzaamheden van het Grensmaasproject die mogelijk nog lopen bij de start van de aanleg van het nieuwe PALL-tracé.
Met het Consortium Grensmaas zijn en worden diverse overleggen gevoerd over de levering van informatie over het Grensmaasproject en afstemming over veldwerkzaamheden en de toekomstige uitvoering van de aanlegwerkzaamheden. Met L’Ortye die de aanleg van de nevengeul uitvoert en nabij het nieuwe PALL-tracé een grindverwerking heeft lopen diverse afstemmingsoverleggen. Ook met de Klankbordgroep Grensmaas is en wordt communicatie onderhouden.
Natuurmonumenten
Natuurwaarden natuurbeheer.
het
Daar waar het nieuwe PALL-tracé in de onvergraven Natuur van het Grensmaasproject komt te liggen wordt de grond en het beheer overgedragen aan Natuurmonumenten. Met Natuurmonumenten zijn en worden diverse afstemmingsoverleggen gevoerd. Over de relatie tussen het nieuwe PALL-tracé en het beheer van de natuur worden met Natuurmonumenten afspraken gemaakt en vastgelegd. Er worden afspraken gemaakt over het kort houden van de vegetatie voorafgaand aan de werkzaamheden om de vestiging van broedende vogels op of nabij de werkterreinen te voorkomen. Bij de uitvoering wordt rekening gehouden met de grazers in het terrein en de werkzaamheden hebben geen wezenlijke wijzigingen van het terrein, de flora en fauna tot gevolg.
Perceeleigenaren
Overeenstemming met perceeleigenaren over gebruik van de gronden en vestiging van zakelijke rechten voor de exploitatie van de nieuwe PALL. Vergoeding voor gebruik van percelen voor de aanleg van de nieuwe PALL. Betredingstoestemmingen.
Een rentmeester vestigt zakelijke rechten voor PPS voor een (beperkt) deel van de percelen waarop nog geen zakelijk recht is gevestigd en maakt met de perceeleigenaren afspraken over vergoedingen en over betredingstoestemmingen.
Overige kabel- en leidingexploitanten
Afstemmen overkluizingen
De aannemer maakt op basis van KLIC-meldingen afspraken met diverse kabel- en leidingexploitanten.
Omwonenden burgers
Informeren en het zoveel mogelijk voorkomen van hinder/overlast.
Voor de bewoners van Maasband en Meers is een informatieavond op 14 mei 2023 gehouden. Het verslag hiervan in opgenomen in bijlage 19. Er is een e-mailadres van PPS dat kan worden gebruikt voor indienen van vragen of opmerkingen over het project. Via de site van PPS kan een informatiefilm over het project worden bekeken. Met het DOP Maasband worden vervolgoverleggen gevoerd over het zoveel mogelijk voorkomen van
en
en
gevolgen
voor
blad 56 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
Partij
Onderwerp
Toelichting hinder (hiervoor zal er een overleg komen tussen de aannemer en het DOP) en het eventueel compenseren hiervoor. Het verslag van het meest recente overleg met DOP Maasband is opgenomen in bijlage 19. Met de bewoners van Op de Weerdt 2 en 3 loopt een overleg om de hinder van de werkzaamheden voor hen te minimaliseren. Zij wonen in de buurt van de locatie waar de uitlegstreng van de HDD wordt klaar gemaakt om te worden ingetrokken.
Burgers afstand
op
grotere
Informeren.
Via lokale media van de gemeente Stein zullen burgers die op ruime afstand van het projectgebied wonen of werken worden geïnformeerd over de (planning) van de uitvoering en mogelijke (tijdelijke) verkeershinder.
Afspraken over het vermijden en beperken van overlast en die tevens relevant zijn voor de werkzaamheden van de aannemer zullen worden verwerkt in de opdracht van de aannemer. Ook ten behoeve van de werkzaamheden op Belgisch grondgebied vindt omgevingsmanagement plaats door diverse betrokkenen te spreken. Het betreft de volgende partijen: Perceeleigenaren (zakelijk recht); Fluxys; Fluvius; Air Liquide; Natuurpunt; Agentschap Natuur en Bos; Rivierpark Maasvallei Steengoed Overheden: o Het Vlaams Gewest; o De Federale Overheidsdienst (FOD); o De Vlaamse Waterweg. In het kader van onderliggende vergunningaanvraag is het stakeholdermanagement aan Belgische zijde niet relevant. Hier wordt zodoende niet nader bij stilgestaan. Conclusie Alle betrokken stakeholders is een aanbod of voorstel gedaan voor de afhandeling van mogelijke schade door de aanlegwerkzaamheden c.q. voor de vestiging van zakelijk recht (voor zover nog niet gevestigd). Alle stakeholders verlenen tot nu toe medewerking aan de totstandkoming van deze overeenkomsten, waarvan de definitieve administratieve totstandkoming enige tijd vergt. De geboden participatiemogelijkheden leidt tot draagvlak voor het project.
blad 57 van 59
datum 14 december 2023 projectnummer 0476077.100 betreft Ruimtelijke onderbouwing
10. Lijst met bijlagen In de vernieuwde bijlage 14 (14nnn) is de actuele lijst van bijlagen behorend bij de aanvraag opgenomen.
blad 58 van 59
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht Postbus 959 6200 AZ Maastricht T. +31 6 5313 1580 E. wim.evers@anteagroup.nl Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl