CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 kostendekkingsplan water en klimaatadaptatie V2.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 22 juli 2021, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling water en klimaatadaptatieplannen4.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kostendekkingsplan Water en Klimaatadaptatie 2022-2027 Projectnummer: 371242 Referentienummer: SWNL0277790 Datum: 13-07-2021

‘ Gemeente Stein

Verantwoording Titel

Kostendekkingsplan Water en Klimaatadaptatie 2022-2027‘

Subtitel

Gemeente Stein

Projectnummer

371242

Referentienummer

SWNL0277790

Revisie

D1

Datum

13-07-2021

Auteur

Renske ter Horst

E-mailadres

renske.terhorst@sweco.nl

Gecontroleerd door

Elwin Leusink

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Elwin Leusink

Paraaf goedgekeurd

2

Inhoudsopgave 1

Het kostendekkingsplan ....................................................................................... 4

1.1

Kosten van de waterketen ....................................................................................... 4

1.2

Inhoud van het kostendekkingplan .......................................................................... 4

2

Personele capaciteit .............................................................................................. 5

2.1

Personeel ................................................................................................................. 5

2.2

Huidige personele capaciteit ................................................................................... 5

2.3

Conclusie personele capaciteit ................................................................................ 5

2.4

Samenwerking Westelijke Mijnstreek ...................................................................... 5

3

Financiën watertaken ............................................................................................ 6

3.1

Kostendekkend tarief ............................................................................................... 6

3.2

Vervangingswaarde ................................................................................................. 6

3.3

Totale uitgaven ........................................................................................................ 6

3.4

Kostendekkend tarief ............................................................................................... 7

3.5

Heffingsgrondslag en -maatstaf............................................................................... 7

3.6

Heffingseenheden ................................................................................................... 8

3.7

Inkomsten anders dan rioolheffing .......................................................................... 8

3.8

Kostendekkend tarief ............................................................................................... 8

3.9

Stijgingsscenario’s ................................................................................................... 9

3.9.1

Scenario A: direct kostendekkend tarief op de lange termijn ..............................................10

3.9.2

Scenario B: geleidelijke stijging van het kostendekkende tarief ..........................................11

3.9.3

Scenario C: jaar op jaar kostendekkend tarief ....................................................................12

3.9.4

Vergelijking scenario’s ........................................................................................................14

3.9.5

Vergelijking kostendekkingplan 2015 ..................................................................................15

4

Risico’s ................................................................................................................. 17

4.1

Mogelijke invloeden op uitvoering van plannen ..................................................... 17

4.2

Mogelijke invloeden op uitgangspunten ................................................................ 17

Bijlage 1

Tabellen kostendekkingberekening

Bijlage 2

Uitgangspunten kostendekkingsberekening

3

1

Het kostendekkingsplan

1.1 Kosten van de waterketen In dit kostendekkingsplan beschrijven we wat er nodig is om de kosten van de taken en projecten die we uitvoeren in de waterketen te dekken. Dit kostendekkingsplan is onderdeel van de beleidsdocumenten voor de rioleringszorg in de Westelijke Mijnstreek*: ▪ Het beleidsplan, dat aangeeft wat we willen bereiken in de waterketen. Dit is één plan voor de gehele Westelijke Mijnstreek. ▪ Het beheerplan, dat aangeeft hoe we de waterketen onderhouden. Dit is één plan voor de gehele Westelijke Mijnstreek. ▪ Het projectenplan, dat aangeeft wat we de komende jaren gaan uitvoeren. Dit is een plan per gemeente.

*De voormalige gemeente Schinnen (nu Beekdaelen) maakte ook onderdeel uit van de Westelijke Mijnstreek. Het is nog onduidelijk of gemeente Beekdaelen aansluit bij de samenwerkingsregio Westelijke Mijnstreek.

Het kostendekkingplan bouwt voort op het beleidsplan, beheerplan en projectenplan. In deze plannen staat beschreven wat we willen bereiken, hoe we dat doen, wat we daarvoor uitvoeren, in welk jaar we dat doen en welke kosten hiermee gemoeid zijn. 1.2 Inhoud van het kostendekkingplan In hoofdstuk 2 gaan we in op de benodigde personele capaciteit, in hoofdstuk 3 op het kostendekkende niveau van de rioolheffing, in hoofdstuk 4 op de onzekerheden die gemoeid zijn met de kostendekkingberekening.

4

2

Personele capaciteit

2.1 Personeel Alleen als er voldoende en goed opgeleid personeel beschikbaar is kunnen de beschreven werkzaamheden goed worden uitgevoerd. Hier kunnen keuzes in worden gemaakt, onder meer: ▪ Bepaalde werkzaamheden inhuren of bepaalde werkzaamheden juist binnen de eigen organisatie willen uitvoeren? Deze keuze heeft invloed op de mate van sturing die er mogelijk is op werkzaamheden. ▪ Een krappe of ruime bezetting nastreven? Deze keuze heeft invloed op de flexibiliteit in uitvoering van de werkzaamheden: bij een krappe bezetting is er weinig mogelijkheid om in te spelen op onvoorziene zaken, bij een ruimere bezetting kan dit wel. ▪ Een krappe of ruime taakopvatting? Deze keuze heeft invloed op de tijdsbesteding aan bepaalde taken. Als er gekozen is om deze taken beperkt in te vullen, dan is er minder tijd voor nodig. Om enige richting te geven aan gesprekken over personele capaciteit is er door de brancheorganisatie Rioned een rekenmodel ontwikkelt. Hiermee wordt een bandbreedte aangegeven over de personele capaciteit die nodig is voor de rioleringstaken. Hierbij wordt aangegeven wat maximaal nodig is (bij het zoveel mogelijk zelf uitvoeren van werkzaamheden) en wat minimaal nodig is (bij het zoveel mogelijk uitbesteden van werkzaamheden). Volgens deze berekening is er de komende jaren in de gemeente Stein een personele capaciteit nodig van 3,0 tot 10,3 fte.

Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen Totaal

Minimaal uitbesteden tijdsbesteding

Maximaal uitbesteden tijdsbesteding

dagen

dagen

540 836 423 1799

fte (175 dagen/jaar)

3,1 4,8 2,4 10,3

252 97 169 518

fte (175 dagen/jaar)

1,4 0,6 1,0 3,0

2.2 Huidige personele capaciteit Op dit moment is er 3,3 fte beschikbaar voor de rioleringszorg. Dit bestaat uit binnen- en buitendienstmedewerkers, grotendeels zijn dit buitendienstmedewerkers. 2.3 Conclusie personele capaciteit Op basis van een benchmark zal binnen de gemeente een analyse uitgevoerd worden of de huidige bezetting voldoende is om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. 2.4 Samenwerking Westelijke Mijnstreek De samenwerking binnen de Westelijke Mijnstreek is onder andere bedoeld om te komen tot een betere afstemming van kennis en kunde. Ook zorgt het ervoor dat iedereen zich meer kan specialiseren. Dit zorgt voor een hogere kwaliteit in de waterketen en een lagere kwetsbaarheid in de organisatie. Om de samenwerking succesvol te maken zal elke partij voldoende personele capaciteit moeten inbrengen. Gezien het minimum aan personele capaciteit dat nu aanwezig is in de gemeente Stein zal dit de komende jaren een uitdaging blijken.

5

3

Financiën watertaken

3.1 Kostendekkend tarief In het beheerplan en projectenplan is beschreven welke onderzoeken, maatregelen en overige werkzaamheden de komende jaren worden uitgevoerd. Er is geld nodig om dit te kunnen doen. Bij het berekenen van de benodigde financiële middelen is gekeken naar de lange termijn (75 jaar), zodat de vervangingskosten van alle onderdelen van de riolering minstens één keer zijn meegenomen in de berekening en er een compleet beeld is van alle kosten. Alle genoemde bedragen zijn op prijspeil 2021. Het berekende kostendekkende tarief moet daarom jaarlijks worden geïndexeerd met de optredende inflatie. 3.2 Vervangingswaarde De totale vervangingswaarde van de riolering in de gemeente Stein bedraagt ca. 131 miljoen euro. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 128.420.000,€ 180.000,€ 2.400.000,€ 340.000,€ 131.340.000,-

Vrijvervalriolering (uitgaand van volledig vervangen) Drukriolering Gemalen Persleidingen (leidingen drukriolering) Totaal

3.3 Totale uitgaven De totale uitgaven voor de komende 75 jaar zijn weergegeven in onderstaande tabel. Er is te zien welke uitgaven in de planperiode plaatsvinden en welke in de periode daarna vallen. Tabel 1 Overzicht uitgaven in kostendekkingberekening Totaaloverzicht uitgaven, exclusief BTW euro*1000 prijspeil 2021 Planperiode Jaarlijkse uitgaven Investeringen Onderzoek Exploitatie Vervanging / BRP Grondwaterverbetering maatregelen maatregelen jaar

2022 2023 2024 2025 2026 totaal planperiode Totaal 20222096

investeringen lineair afgeschreven Kapitaallasten Kapitaalnieuwe lasten investeringen investeringen t/m 2021

TOTAAL

1

2

3

4

5

6

7

1+2+6+7

0 0 0 0 0

1.535 1.535 1.535 1.535 1.535

480 803 926 800 800

755 560 1.127 1.127 1.127

-

56 113 196 266

1.145 1.094 1.058 1.023 989

2.680 2.685 2.706 2.754 2.790

0

7.675

3.810

4.695

0

632

5.309

13.616

0

115.124

87.518

7.305

0

72.845

24.373

212.342

6

De uitgaven over een periode van 75 jaar zijn als volgt:

Figuur 1 uitgaven op lange termijn

3.4 Kostendekkend tarief Om het kostendekkend tarief te bepalen is de contante-waardemethode gebruikt. Met deze methode worden de uitgaven en inkomsten ‘contant’ gemaakt, door ze om te rekenen naar prijspeil 2021. Hierdoor zijn ze in de tijd onderling vergelijkbaar. Vervolgens wordt berekend hoeveel heffingseenheden er zijn en wordt hiermee bepaald hoe hoog het kostendekkend tarief zou moeten zijn. Op basis van deze berekening worden varianten berekend, waarbij wordt gekeken wat er gebeurt als een stijging of daling anders verloopt ten opzichte van de eerder gemaakte berekening. Alle uitgaven die toe te schrijven zijn aan de riolering zijn meegenomen in deze berekening. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen valt hier buiten en wordt bekostigd uit de exploitatieopzet van deze plannen. In de rioolheffing worden de kosten van het beheer van deze riolering meegenomen. Investeringen worden lineair afgeschreven over een periode van 15 tot 70 jaar (afhankelijk van het soort object). De afschrijvingen beginnen één jaar na de realisatie van de investering. De kapitaallasten die doorlopen buiten de beschouwde periode zijn niet meegenomen in de berekening. Bij de berekening is uitgegaan van een inflatie van 2%, een rente van 2% voor de kapitaallasten en geen rentetoevoeging op de voorziening. Er wordt geen voorlooprente op de investeringen toegerekend.

De compensabele btw over de exploitatiebegroting en onderzoeksuitgaven wordt volledig meegenomen in de kostendekkingberekening. De compensabele btw over de investeringen is meegenomen in de kostendekkingberekening als de btw over de kapitaallasten. 3.5 Heffingsgrondslag en -maatstaf De rioolheffing van 2021 is vastgelegd in het document ‘Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Stein 2021’. De rioolheffing is een combinatie van een eigenarendeel en een gebruikersdeel. Het eigenarendeel bedraagt een vast tarief van € 153,45,- per perceel. Het gebruikersdeel is afhankelijk van de hoeveelheid water die wordt afgevoerd.

7

Tabel 2 Tarieven rioolheffing gebruikers 2021

Hoeveelheid water 1-100 m3 100-200 m3 200-300 m3 Meer dan 300 m3

Gebruikersdeel € 50,€ 100,€ 150,€ 220,- vermeerderd met € 110,- per 100 m3 of deel daarvan waarmee de hoeveelheid water 400 m3 te boven gaat, tot een maximum van € 15.000,-

Om te kunnen vergelijken gaan we in de berekening uit van een rioolheffingsbedrag van een gemiddelde woning, dit is € 253,45. 3.6 Heffingseenheden In de kostendekkingberekening is uitgegaan van 11.327 heffingseenheden. Dit is een fictief aantal eenheden, omdat verschillende tarieven gelden voor verschillende groepen. Het aantal waarmee we rekenen is bepaald door de totale opbrengst in 2021 te delen door de heffing die voor de meeste inwoners geldt (eigenarendeel + gebruikersdeel 100-200m3). Vanwege onzekere prognoses over krimp en groei van het woningbestand in de Westelijke Mijnstreek hebben we afgesproken dat we het aantal heffingseenheden in de kostendekkingberekening constant houden over de gehele periode van 75 jaar. 3.7 Inkomsten anders dan rioolheffing De stand van de tariefegalisatievoorziening bedraagt per 1-1-2022 € 758.000,-. Dit bedrag is als baat meegenomen in de kostendekkingberekening. 3.8 Kostendekkend tarief Om de werkzaamheden die beschreven zijn in het beleidsplan, beheerplan en projectenplan te kunnen uitvoeren, is een rioolheffingstarief van € 321,- per heffingseenheid nodig (indien we de komende 75 jaar hetzelfde bedrag heffen; zie hiernavolgende scenario A). Hiermee is de rioolheffing over 75 jaar kostendekkend. Het berekende kostendekkend tarief moet jaar op jaar worden geïndexeerd met de optredende inflatie.

Het kostendekkende tarief geeft een beeld van de ontwikkeling van de uitgaven, inkomsten en veranderingen in de stand van de voorziening. Zo is te zien dat van de totale inkomsten over 75 jaar 38% wordt uitgegeven aan de vervanging en verbetering van het huidige rioolstelsel. In onderstaande figuur staat aangegeven hoe deze kosten zijn opgebouwd.

8

Figuur 2 Kostenopbouw rioolheffing

3.9 Stijgingsscenario’s Met het langjarig kostendekkende tarief als basis hebben we binnen twee varianten 6 stijgingsscenario’s opgesteld. Hierin hebben we de volgende ‘draaiknoppen’ in verschillende samenstellingen gebruikt: • Verlaagde inzet op afkoppelen. In alle plannen zijn we tot op heden uitgegaan van het afkoppelen van 25% van het verhard oppervlak dat nu nog is aangesloten op het gemengde riool. Afkoppelen is kostbaar, daarom hebben we uitgerekend welk rioolheffingstarief nodig is als we uitgaan van 12,5% (gebaseerd op een inschatting van de gebieden waar we nu al het beeld hebben dat we willen afkoppelen) en 0% afkoppelen. • Stijging tot kostendekkend tarief. Door de voorziening in te zetten kan het benodigde tarief gematigd stijgen. Er komen dan minder inkomsten binnen en dit wordt gecompenseerd door de voorziening te laten dalen. We hebben doorgerekend wat er gebeurt als het tarief met € 8,50 stijgt. En we hebben doorgerekend wat er gebeurt als we elk jaar het dan benodigde tarief berekenen, zonder een voorziening in te zetten. • Temporiseren van investeringen. Alle investeringen in vrijvervalriolen en verbetermaatregelen gedurende de planperiode worden in plaats van een periode van 6 jaar uitgevoerd in een peridoe van 10 jaar. Met deze draaiknoppen zijn de volgende scenario’s doorgerekend: Tabel 3 Stijgingsscenario's kostendekkingberekening

Uitgaven A B1 B2 B3 C1

Draaiknop: Draaiknop: stijging afkoppelen Basisberekening beschreven in hoofdstuk 3.8 Gelijk aan basisberekening 25% € 8,50 Gelijk aan basisberekening 12,5% € 8,50 Gelijk aan basisberekening 0% € 8,50 Gelijk aan basisberekening 25% jaar op jaar kostendekkend (zonder inzet voorziening)

9

C2

Gelijk aan basisberekening

12,5%

C3

Gelijk aan basisberekening

0%

D1 D2 D3

Temporiseren investeringen Temporiseren investeringen Temporiseren investeringen

25% 12,5% 0%

jaar op jaar kostendekkend (zonder inzet voorziening) jaar op jaar kostendekkend (zonder inzet voorziening) € 8,50 € 8,50 € 8,50

In alle varianten van scenario B en D wordt de voorziening na verloop van tijd negatief. Om dit te voorkomen volgt het rioolheffingstarief vanaf dat punt de jaarlijks benodigde opbrengsten (net zoals in scenario C). Dit betekent dat de stijging/daling per jaar verschillend is. Er is altijd een bedrag beschikbaar gehouden in de voorziening, zodat bij een volgende kostendekkingplan (in 2027) ruimte is om de tariefegalisatievoorziening op een andere wijze in te zetten. 3.9.1 Scenario A: direct kostendekkend tarief op de lange termijn Het in scenario A berekende tarief is langjarig stabiel en direct kostendekkend. Het tarief bedraagt dan € 321,-. Dit betekent dat ze niet meer wijzigen in de toekomst, ze hoeven alleen te worden geïndexeerd. Bij invoering van het stabiel langjarige tarief wordt de voorziening omstreeks 2040 negatief (doordat in de voorgaande periode de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten) en blijft zo gedurende een lange periode. Dit is niet toegestaan volgens de boekhoudsregels in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten). We hebben daarom varianten berekend in scenario B en C die wel mogelijk zijn om in te voeren.

Figuur 3: rioolheffing scenario A lange termijn (omdat de voorziening in de min gaat is dit scenario in de praktijk niet haalbaar)

10

3.9.2 Scenario B: geleidelijke stijging van het kostendekkende tarief De in scenario B berekende tarieven stijgen allemaal de eerste jaren met € 8,50, waarna ze in 2026 overgaan op een kostendekkend tarief per jaar (met meer schommelingen in de jaarlijkse stijging of daling, zonder gebruik te maken van de voorziening). De volgende varianten zijn berekend: - Scenario B1 (Geel): hierin wordt uitgegaan van het afkoppelen van 25% van het verhard oppervlak tussen 2027 en 2050, hierbij is er een gelijkmatige stijging tot 2026 van € 8,50 daarna wordt jaarlijks het kostendekkend tarief gevolgd; - Scenario B2 (Roze): hierin wordt uitgegaan van het afkoppelen van 12,5% van het verhard oppervlak tussen 2027 en 2050, hierbij is er een gelijkmatige stijging tot 2026 van € 8,50 daarna wordt jaarlijks het kostendekkend tarief gevolgd; - Scenario B3 (Blauw): hierin wordt uitgegaan van het afkoppelen van 0% van het verhard oppervlak, hierbij is er een gelijkmatige stijging tot 2026 van € 8,50 daarna wordt jaarlijks het kostendekkend tarief gevolgd; De lijnen lopen (in ieder geval in de periode t/m 2028) gelijk, daarom zijn ze in de grafiek niet allemaal goed zichtbaar. De maximale rioolheffing, in 2050, bedraagt voor de scenario’s: - B1: € 395,- B2: € 351,- B3: € 307,-

Figuur 4 Scenario B lange termijn

11

Figuur 5 Scenario B korte termijn

3.9.3 Scenario C: jaar op jaar kostendekkend tarief De in scenario C berekende tarieven volgen het jaarlijk benodigde tarief om de kosten te dekken. Hierbij wordt de voorziening niet ingezet. Ook bij scenario C zijn de varianten meegenomen met verschillende afkoppelpercentages. De maximale rioolheffing, in 2050, bedraagt voor de scenario’s: - C1: € 396,- C2: € 352,- C3: € 308,-

Figuur 6 Scenario C lange termijn

12

Figuur 7 Scenario C korte termijn

3.9.4 Scenario D: temporiseren van investeringen De in scenario D berekende tarieven stijgen allemaal de eerste jaren met € 8,50, waarna ze in 2024 overgaan op een kostendekkend tarief per jaar (met meer schommelingen in de jaarlijkse stijging of daling, zonder gebruik te maken van de voorziening). Ook bij scenario D zijn de varianten meegenomen met verschillende afkoppelpercentages. De maximale rioolheffing, in 2050, bedraagt voor de scenario’s: - D1: € 396,- D2: € 352,- D3: € 308,-

13

Figuur 8 Scenario D lange termijn

Figuur 9 Scenario D korte termijn

3.9.5 Vergelijking scenario’s De scenario’s geven een keuze over de tariefsontwikkeling in de periode 2022-2026 en over de inzet op afkoppelen/anders omgaan met hemelwater. Het afkoppelen/ anders omgaan met hemelwater heeft op de langere termijn effect, omdat het vanaf 2028 wordt ingezet. Afhankelijk van de keuze heeft het tot 88 euro effect op de hoogte van het kostendekkende rioolheffingstarief. Dit maximum verschil zal optreden in 2050 Deze invloed is te zien in de 1-2-3 varianten.

14

Het stijgingsscenario heeft vooral effect op de rioolheffing op de korte termijn. De kostendekkingberekening van scenario A laat zien dat een flinke stijging nodig is om de rioolheffing kostendekkend te houden. Met scenario B en C kan worden gekozen voor een gematigd verloop van de stijging, waarbij er een ander verloop van de stand van de voorziening is. In tabel 4 en 5 is dit voor de planperiode getoond. Ten opzichte van het huidige tarief (in 2021) is er in 2022 een stijging nodig van het kostendekkende tarief van € 8,50 (scenario B) of € 20,- (scenario C). Het temporiseren van de investeringen geeft op de korte termijn een gematigder stijging van het kostendekkende rioolheffingstarief. Doordat investeringen later worden uitgevoerd is de benodigde stijging minder groot. In het tarief op de lange termijn is er weinig verschil, doordat de investeringen net na de planperiode alsnog zijn voorzien. Het maximale tarief is bij scenario C en D daarom even hoog. Tabel 4 Ontwikkeling tarief planperiode (per gemiddelde heffingseenheid: woningeigenaar en gebruiker)

Scenario Scenario A Scenario B1 Scenario B2 Scenario B3 Scenario C1 Scenario C2 Scenario C3 Scenario D1 Scenario D2 Scenario D3

2022 € 321,€ 262,€ 262,€ 262,€ 273,€ 273,€ 273,€ 262,€ 262,€ 262,-

2023 € 321,€ 270,€ 270,€ 270,€ 273,€ 273,€ 273,€ 270,€ 270,€ 270,-

2024 € 321,€ 279,€ 279,€ 279,€ 276,€ 276,€ 276,€ 279,€ 279,€ 279,-

2025 € 321,€ 287,€ 287,€ 287,€ 280,€ 280,€ 280,€ 281,€ 281,€ 281,-

2026 € 321,€ 296,€ 296,€ 296,€ 283,€ 283,€ 283,€ 285,€ 285,€ 285,-

2027 € 321,€ 303,€ 303,€ 303,€ 285,€ 285,€ 285,€ 288,€ 288,€ 288,-

Tabel 5 Ontwikkeling voorziening riolering (euro, stand einde jaar)

Scenario Scenario A Scenario B1 Scenario B2 Scenario B3 Scenario C1 Scenario C2 Scenario C3 Scenario D1 Scenario D2 Scenario D3

2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.307.000 638.000 638.000 638.000 758.000 758.000 758.000 638.000 638.000 638.000

1.824.000 594.000 594.000 594.000 758.000 758.000 758.000 594.000 594.000 594.000

2.296.000 613.000 613.000 613.000 758.000 758.000 758.000 620.000 620.000 620.000

2.660.000 629.000 629.000 629.000 758.000 758.000 758.000 620.000 620.000 620.000

2.927.000 651.000 651.000 651.000 758.000 758.000 758.000 620.000 620.000 620.000

3.074.000 651.000 651.000 651.000 758.000 758.000 758.000 620.000 620.000 620.000

Om een gelijkmatige stijging van €8,50 per jaar mogelijk te maken zal er in 2022 en 2023 een bedrag uit de voorziening ontrokken moeten worden. Bij een direct kostendekkend tarief, waarbij geen onttrekking uit de voorziening nodig is, zal de heffing in 2022 met €20,stijgen ten opzichte van 2021. 3.9.6 Vergelijking kostendekkingplan 2015 Met de uitkomsten van onderzoeken, nieuwe inzichten, veranderde regels en nieuwe opgaven zijn er wijzigingen doorgevoerd in de kostendekkingberekening. Er zijn zowel positieve als negatieve wijzigingen. De belangrijkste wijzigingen zijn:

15

• • • •

Een inflatiecorrectie op de uitgaven. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CBS-gegevens voor rioleringswerkzaamheden. Het toevoegen van maatregelen om klimaatbestendig te worden. Het toevoegen van maatregelen om emissies uit het rioolstelsel te verminderen. Een lager rentepercentage voor de kapitaallasten. Dit was 4% in 2015 en is 2% in 2021. We volgen hiermee de regels voor het maken van kostendekkingberekeningen.

Het langjarig kostendekkende tarief dat in 2015 is berekend bedroeg € 270,- per heffingseenheid. Dat is vergelijkbaar met de nu berekende € 321,- per heffingseenheid (Scenario A). Om het effect van de extra investeringen (klimaatadaptatie en emissiemaatregelen) zichtbaar te maken hebben we de kostendekkinberekening ook zonder deze investeringen berekend, dan daalt het benodigde kostendekkend tarief tot € 287,- per heffingseenheid.

16

4

Risico’s

4.1 Mogelijke invloeden op uitvoering van plannen De kostendekkingberekening gaat uit van uitvoering van het beleidsplan, beheerplan en het projectenplan. Er zijn veel mogelijke invloeden op de uitvoering van deze plannen. Hieronder beschrijven we hoe we hiermee omgaan: ▪ Extreem weer. In de jaren dat er extreem weer optreedt vraagt dit veel tijd van alle medewerkers. Geplande werkzaamheden blijven liggen, nieuwe werkzaamheden komen op. We zullen onze planningen hierop aanpassen. ▪ Interne samenwerking. Het gezamenlijk – integraal – uitvoeren van werkzaamheden heeft de voorkeur boven sectorale ingrepen. Vanuit de watertaken is er beperkt te sturen in de planning van deze werkzaamheden. Als dit een te grote vertraging geeft van onze werkzaamheden zullen we onze planningen hierop aanpassen. ▪ Beschikbaarheid van technisch personeel voor uitvoering van werkzaamheden. Er is al vele jaren een tekort aan technisch personeel, soms lopen projecten hierdoor vertraging op. We zullen onze planningen hierop aanpassen. ▪ Plotselinge verslechtering van onderdelen van de waterketen. Met inspecties houden we bij wat de toestand is van alle onderdelen. Soms zien we een plotselinge verslechtering in een gebied, dat kan leiden tot onvoorziene werkzaamheden.

4.2 Mogelijke invloeden op uitgangspunten In de kostendekkingberekening hebben we uitgangspunten gehanteerd die een grote invloed kunnen hebben op de hoogte van de rioolheffing. Deze uitgangspunten kunnen in de loop van de tijd veranderen. Hieronder beschrijven we hoe we hiermee omgaan: ▪ Hoogte van de inflatie. Regelgeving schrijft voor welk inflatiepercentage we moeten gebruiken in de kostendekkingberekening. Op dit moment is dit percentage relatief laag. Als de inflatie stijgt worden producten en diensten duurder. Door de rioolheffing jaarlijks met de dan optredende inflatie te laten stijgen zorgen we ervoor dat de inkomsten gelijklopen met de kosten. ▪ Hoogte van het rentepercentage. Regelgeving schrijft voor welk rentepercentage we moeten gebruiken in de kostendekkingberekening. Op dit moment is dit percentage relatief laag. Als het rentepercentage hoger wordt, dan hebben we hogere kapitaallasten. Door de kostendekkingberekening elke 5 jaar te actualiseren nemen we dit mee in de berekening.

17

Bijlage 1

Tabellen kostendekkingberekening

Bijlage 2

Uitgangspunten kostendekkingsberekening

In deze bijlage zijn de uitgangspunten voor de kostendekkingsberekening weergegeven. 1. Berekeningsmethode Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen. Het inflatie- en rentepercentage worden gebruikt voor het contant maken van de toekomstige uitgaven en inkomsten. Dit gebeurt op de volgende wijze:

waarbij: x Uj i r cwf CWx(Uj)

= startjaar berekening = uitgave in jaar (j) op prijspeil startjaar = inflatie (in decimalen, bijvoorbeeld 0,02) = rente (in decimalen, bijvoorbeeld 0,04) = contante-waardefactor { = (1+i) / (1+r) } = contante waarde in jaar x van investering U in het jaar j

2. Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) Bij het opstellen van het kostendekkingsplan wordt rekening gehouden met de richtlijnen uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In de notitie riolering (juli 2007) van de commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal richtlijnen geformuleerd op het terrein van de gemeentelijke rioleringstaak. Samengevat zijn de richtlijnen als volgt beschreven in de notitie: • Investeringen in het riool moeten worden geactiveerd, het gaat om investeringen met economisch nut (artikel 59 BBV). • Ter dekking van de kosten kan de gemeente een riooltarief in rekening brengen. Het tarief mag maximaal kostendekkend zijn (op begrotingsbasis; artikel 229b Gemeentewet). • In het tarief kan een egalisatiebedrag meegenomen worden voor toekomstig groot onderhoud. Egaliseren is mogelijk op grond van 44,1c BBV. De voorziening krijgt bij vorming uit het tarief het karakter van een 44,2-voorziening. • In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen; • Bij realisatie van de vervangingsinvestering wordt deze voor het volle bedrag geactiveerd.

Het opgespaarde bedrag aan spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen in de rioolvoorziening kan op het te activeren bedrag in mindering worden gebracht (afboeking in de balanssfeer). • Ook wanneer ‘idealiter’ de jaarlijkse spaarbedragen precies gelijk zijn aan de jaarlijkse vervangingsinvesteringen moeten vanwege de wettelijke regels de ‘spaarbedragen’ als last worden geboekt en wordt vervolgens de daarmee gevormde voorziening afgeboekt op de geactiveerde vervangingsinvesteringen.

•

•

•

Als een boekwaarde overblijft hoeft hierop niet te worden afgeschreven maar kunnen de spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen die in latere begrotingsjaren ontvangen worden gebruikt worden om de boekwaarde af te boeken. De gemeente kan er ook voor kiezen om de kapitaallasten in het tarief op te nemen. Na inwerkingtreding van de Wet verankering en bekostiging van gemeentelijke watertaken is de mogelijkheid vervallen om op basis van artikel 229b een kostendekkende retributie in rekening te brengen. Dan kan op basis van artikel 228a Gemeentewet een maximaal kostendekkende rioolbelasting worden geheven. De mogelijkheid van de specifieke spaarconstructie blijft bestaan. de geraamde BTW mag worden meegenomen in de berekening van de tarieven.

3. Planningshorizon Bij de berekening van het rioolrecht is uitgegaan van een planningshorizon van 75 jaar: 2021 t/m 2095. Deze termijn is gekoppeld aan de technische levensduur van de rioleringsobjecten in Stein. Binnen een periode van 75 jaar zijn alle objecten minimaal één maal vervangen. Het startjaar is 2022. Het prijspeil is vastgesteld op 1 januari 2021. 4. Inflatie Deze prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van een riolering binnen de bebouwde kom. Voor het kostendekkingsplan wordt uitgegaan van een inflatie van 2%. 5. Rentevoet Er is een rentevoet van 2% gehanteerd. Dit betreft de rente voor kapitaalleningen. Er is geen rentetoevoeging op de rioleringsvoorziening. Sterke wijziging van de rente in de komende jaren, kan aanleiding zijn de berekeningen te herzien. 6. Prijspeil Alle in het kostendekkingplan genoemde bedragen zijn op prijspeil 1 januari 2021, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief BTW. 7. Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten van de overige rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de module ‘Kostenkengetallen rioleringszorg’ van de Kenisbank Stedelijk Water en lokale ervaring van de gemeente.

Bij vervanging van de riolering komen alle kosten voor het opbreken en het opnieuw aanbrengen van de wegverharding ten laste van de rioleringszorg. 8. Staartkosten Voor de staartkosten zijn de volgende waarden gehanteerd (conform Kennisbank Stedelijk Water: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. 9. Kostendekkendheid Het berekende tarief moet 100% kostendekkend zijn. Volgens artikel 228a van de Gemeentewet kan de gemeente kiezen voor één heffing voor de totale kosten van de zorgplichten of twee aparte heffingen: één voor de kosten van de afvalwaterzorgplicht en één heffing voor de zorgplichten voor hemel- en grondwater. In het kostendekkingsplan wordt één tarief berekend voor de totale kosten voor de rioleringszorg.

10. Indexering rioolrecht Het in het kostendekkingsplan berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld. 11. Afschrijvingsmethode Voor afschrijving wordt de lineaire methode toegepast. 12. Afschrijvingstermijnen Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing. De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief. De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV, moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in onderstaande tabel B1. De hierin vermelde technische levensduur is de gemiddelde levensduur van de rioleringsobjecten in Sittard-Geleen.

Tabel B1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Object Afschrijvingstermijn Technisch Economisch Vrijvevalriolen 75 70 Gemalen – bouwkundig 60 25 Gemalen – mechanisch / elektrisch 15 15 Persleidingen 60 45 Drukriolering – bouwkundig 60 25 Druikriolering – mechanisch / elektrisch 15 15 IBA’s 20 15 13. Tariefegalisatievoorziening Er wordt gebruik gemaakt van een tariefegalisatievoorziening, om ongewenste schommelingen in het rioolrecht te voorkomen (art. 44, lid 2). De voorziening wordt gevormd voor kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt. Dit leidt tot een gelijkmatige verdeling van de lasten voor de burger, over een aantal begrotingsjaren. In Stein is ervoor gekozen om geen rente toe te rekenen aan de tariefegalisatievoorziening. 14. Doorlopende kapitaallasten ná 2095 In de berekening van de rioolheffing is geen rekening gehouden met het doorlopen van de kapitaallasten na 2095. 15. Rioolheffing en BTW De geraamde BTW op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het product riolering is BTW-compensabel, BTW kan volledig worden gecompenseerd. In dit GRP zijn alle bedragen exclusief BTW weergegeven. Het uiteindelijke tarief is inclusief de compensabele BTW over exploitatie en onderzoek en inclusief de compensabele btw over de kapitaallasten die ontstaan door nieuwe investeringen en oude kapitaallasten.

16. Nieuwe investeringen voor nieuwbouw Nieuwe investeringen voor nieuwbouw mogen niet worden verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie. Herinvesteringen komen wel ten laste van de rioolexploitatie. 17. Toerekenen overige uitgaven De helft van de kosten van het straatvegen worden toegerekend aan de rioleringsbegroting. Door het vegen van straten wordt voorkomen dat vuil via de kolken terechtkomt in de riolering. Straatreiniging voorkomt zo dat de kolken en riolen grondiger of vaker moeten worden gereinigd. Straatreiniging heeft echter ook als doel dat straten leefbaar blijven. Daarom wordt de helft van de kosten toegerekend aan riolering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=6dceae3d-8ae7-45e8-b09a-c726b4e4ff28