CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Advies Van der Greef

Besluitvormende raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake Zienswijze oprichting en deelname stichting samenwerking Zuid-Limburg4.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LE

(ele)

4

Cooperación

Dn:

eracion

Samenwerking door, met

en voor

Organisatierecht

Aan

Van

(geanonimiseerd) |

mr

Datum

Betreft

5 maart 2025

Aandachtspunten oprichting stichting

Aanleiding

De

Zuid-Limburgse gemeenten

willen

nauwer

Van

de Bunt Adviseurs

betrokkenen!

Wat

samenwerkingsvormen

heeft daartoe betreft

worden

als host

ondergebracht bij een gemeente

de

Beekdalen en één

uitvoeringsorganisatie

betrokken

overheden

regiegroep

wordt

advies

Paulussen

van

geadviseerd

zitten,

bepaald

085

E-mail Website

(geanonimiseerd) EN e-eereccier! www.cooperacion.nl

Voorkeur

2.1

Oprichting stichting

Wetboek.

De

van

participatie

en

BW).

Omdat

natuurlijke

1 2?

Memo Advies

Van

rechtspersoon

een

kan ook

persoon,

de

Bunt

en

Adviseurs d.d.

uitvoering

de

van

Regio

Deal

onder direct

Deze

(“netwerksamenwerking”)

of worden

ondergebracht

Een

bestaande

vit Maastricht,

er

regiegroep

overige gemeenten

besluiten

door naar

wordt nog

kan

de kar trekken waarin

over

het hoe.

rechtsvormen?

Er wordt

eens

alle

kan afstemmen.

vitvoeringsorganisatie gaat

In dit memo

moet

bestuurlijke klankbordgroep

een

vertaalt dit eerste memo

stilgestaan bij die

In de Een

keuze.

publiekrecht in een

stichting

voor

wordt

beheerst door

daartoe verrichte

beginsel

rechtspersonen

Advocaten

1717

gezamenlijke vitvoeringsorganisatie.

het

alleen door

20 maart

Boek 2 van

rechtshandeling (art.

natuurlijke

personen

kunnen

2024.

d.d. 5 februari 2024.

het

Burgerlijk

2:285 lid 1

worden

vermogensrecht gelijk wordt gesteld

rechtspersoon rechtshandelingen

een

personen

Paulussen

in

076

twee

de

dat

aan

regiegroep belangrijke

gebeuren,

oprichting gebeurt bij een kan

de

stichting.

voor

dergelijke rechtshandeling 1

moet

een

—

grofweg

Er is daarnaast

waarmee

wat

te kiezen voor

oprichting

en

de

voor

memo

zetel die rouleert onder de

aansturen.

Advocaten

2.

De

de

dit

aparte rechtspersoon (“verzelfstandigde organisatie”).

Sittard-Geleen,

B.V.

Telefoon

verkenning vitgevoerd

een

geeft

van

en

samenwerken

gaan

mogelijkheden zijn voor het onderbrengen

een

van

(geanonimiseerd) nn

Zuid-Limburg.

in

handelsnaam

(geanonimiseerd)

overheden

Memo

1.

de

is

verricht

met een

jo. art. 3:32

BW).

Een

(art. 3:32

lid

natuurlijke

verrichten

(art.

2:5

lid 1

BW).

rechtshandelingen

naar

privaatrecht verrichten.

Alleen De

gemeente is een rechtspersoon (art. 2:1 lid 1 BW)

en

kan zodoende privaatrechtelijke

rechtshandelingen verrichten (art. 2:1 lid 3 jo. art. 2:5 jo. art. 3:32 lid 1 BW). Omdat de gemeente als rechtspersoon slechts een fictie is , moet de gemeente vertegenwoordigd worden om daadwerkelijk rechtshandelingen te kunnen verrichten. In de Gemeentewet is daarom geregeld dat het college

van

burgemeester en wethouders beslist tot de privaatrechtelijke

rechtshandeling (art. 160 lid 1 onder d Gemeentewet) 3 , waarna de burgemeester de rechtshandeling daadwerkelijk kan verrichten (art. 171 lid 1 Gemeentewet). 4 Dit laatste is bij de Aanpassingswet dualisering I nog eens benadrukt: “In artikel 171 , eerste lid , van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de gemeente in en buiten rechte vertegenwoordigt. Hieronder valt ook het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Door het bij de Wet dualisering gemeentebestuur in artikel 160 , eerste lid , opgenomen onderdeel e , wordt ook het college bevoegd privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten. Om onduidelijkheid te voor komen , wordt die toevoeging in artikel 160 in dit onderdeel geschrapt. Het college blijft bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het verrichten van die handelingen blijft een bevoegdheid van de burgemeester. ” 5

De bovenstaande procedure is van toepassing bij de oprichting van een stichting door de gemeente (als rechtspersoon). Daarbij geldt wel een extra stap in de procedure. Het college en wethouders mag

pas

van

burgemeester

beslissen tot de rechtshandeling nadat de gemeenteraad in de gelegenheid

is gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken (art. 160 lid 2 Gemeentewet). Hieronder is de procedure schematisch weergegeven:

3 Dit is de

publiekrechtelijke kant van de rechtshandeling. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders staat echter géén beroep op de bestuursrechter open (art. 8:3 lid 2 Awb). 4 De burgemeester kan daartoe ook een ander machtigen (art. 171 lid 2 Gemeentewet) , net als dat het college een ander kan mandateren namens hem te beslissen tot de rechtshandeling (art. 10:3 lid 1 Awb). 5 Kamerstukken II 2001/02 , 28243 , nr. 3 , p. 8. www. cooperación. nl

Pagina 2 van 10

2. 2

Wensen

en

Het college moet

bedenkingen gemeenteraad voor de wensen en

bedenkingen een ontwerpbesluit aan de gemeenteraad

voorleggen , waarbij ook de concept-statuten met de raad worden gedeeld. Het is echter het college dat beslist , niet de gemeenteraad. De gemeenteraad kan die bevoegdheid in juridische zin niet aan zich trekken , maar kan via de wensen

en bedenkingen

natuurlijk wel in politieke zin sturen op het

college van burgemeester en wethouders. Bij de wensen

en bedenkingen

stichting wel in het bijzonder

moet de gemeenteraad in elk geval toetsen of de oprichting van de

aangewezen

is voor het openbaar belang dat met de oprichting gediend

is. Het college zal in het ontwerpbesluit dus moeten motiveren welk openbaar belang gediend wordt met de oprichting van de stichting en waarom de stichtingsvorm bijzonder parlementaire geschiedenis blijkt dat er een voorkeur

aangewezen

voor publiekrechtelijke

is. Uit de

vormgeving is , omdat

deze betere waarborgen kent: “Met het onderhavige wetsvoorstel kiest de regering er echter voor de wettelijke voorkeur voor publiekrechtelijke regeling boven privaatrechtelijke regeling in stand te houden. Artikel 160 , tweede lid , Gemeentewet blijft dus van kracht. Reden hiervoor is dat het publiekrecht meer waarborgen biedt ten aanzien van het gebruik van bevoegdheden , besluitvormingsstructuren , beïnvloedingsmogelijkheden , toezicht , democratische controle en openbaarheid. Beleid en wetgeving op het terrein van het overheidsorganisatierecht zijn er al decennia op gericht het ongebreideld gebruik van privaatrechtelijke rechtsvormen door de overheid terug te dringen. Het in stand laten van de voorkeursnorm is ook in lijn met de Bestuursafspraken 2011–2015 , waarin is opgenomen dat waar mogelijk publiekrechtelijke samenwerking boven privaatrechtelijke samenwerking wordt verkozen. ” 6

Kortom: het bijzondere belang dat met de oprichting van de stichting wordt gediend moet afgewogen worden tegen de publiekrechtelijke waarborgen die niet of verminderd van toepassing zijn. In de statuten van de stichting kunnen natuurlijk ook aanvullende afspraken worden gemaakt

waaraan

de

stichting moet voldoen om tóch zoveel als mogelijk aan de publiekrechtelijke waarborgen te voldoen. 2. 3

Gebruik van privaatrechtelijke

vormen

In de praktijk wordt nog altijd veelvuldig gebruik gemaakt van privaatrechtelijke rechtspersonen. Veel gehoorde redenen: (1) er is een bepaalde mate van aansprakelijkheidsbeperking gewenst; (2) er is een bepaalde mate van zelfstandigheid

en onafhankelijkheid van

de politiek gewenst;

(3) er is sprake van publiek-private samenwerking , waarbij zowel de overheid als andere partijen middelen inbrengen;

6 Kamerstukken

II 2012/13 , 33691 , nr. 3 , p. 14.

www. cooperación. nl

Pagina 3 van 10

ef Cooperación Samenwerking door, met

(4) de samenwerking

Ad

overheden

en voor

ziet vooral op doe-taken,

niet op de

uitoefening van publieke bevoegdheden;

1) Aansprakelijkheidsbeperking

Zowel

voor

regeling geldt, wel dat

aan

wat

bij openbare

dan

tegen

is alsnog

dan

niet op

niet

terug

Ad

2) Verzelfstandiging

in de

als stichting

het

eerdere

of

verlies

adviezen

of

dat

al te ruime

is van

wel

is. Dat

zo

garantstellingen

publiekrechtelijke waarborgen.

lijkt zodoende

financiële

een

niet

de orde te

aan

banden

tussen het

zijn deelnemers (hetgeen blijkt vit de

bestuurssamenstelling voorziet dus niet in

mogelijkheden

bestuurscommissie

een

bij schadeschappen Het advies

van

wordt

gekeken

niet

voor

die vaak

hoe

mede

wordt

3) Publiek-private samenwerking

Een

privaatrechtelijke rechtspersoon Wgr),

maar

daarvoor

besluit vereist is. Daarnaast Voor

financiële open Paulussen

eindregeling

privaatrechtelijke gehouden voldoet

aan

problemen van

een

variant

dat deze

en

financiële

van

de

zoals dat

geschiedde

wel, maar gaat er verder niet echt op in. Ook

voorkeur

publiekrecht

toch

ook deelnemen

in een

van

banden.

nauwe

Rijk werden ingesteld).

kan

een

erg

kunnen

vorm

worden

gegeven

ook de statuten

echter

gemeenschappelijke regeling (art. 93

procedure waarbij

zware

de

van

in een

rechtspersoon

een

machtiging bij koninklijk

in die

mogelijkheid

gemeenschappelijke regeling,

onacceptabel.

Dat

blijkt

ook uit het BMC

Om

die reden

ligt bij publiek-private samenwerking

voor

de

Daarbij

hand.

vorm

van

geïnstitutionaliseerde

van

het

Europees

de eisen met

meer

weegt

als zodanig

via

is het deelnemen

vaak

verwijst”

Advocaten

komt

zelfstandige, onafhankelijke bestuursorganen (behoudens

door het

geldt

moeten

privaatrechtelijke partijen

die

stichting.

een

Ad

resp. art. 96

en

Wor

waarborgen

voor

echter

De

Advocaten noemt de

betekent

daarmee

en

ingesteld bij een gemeenschappelijk openbaar lichaam,

Paulussen

gekozen

wanneer

bestuur,

verantwoordingsrelaties (bestuurlijke banden)

en

eind”-

zijn.

uit

en

lokaal

reden

gemeenschappelijke regelingen gaat samenwerkingsverband

verlengd

Deze

De Wet

van

“open

moeten worden

ongelimiteerde aansprakelijkheid

nagenoeg

van

en

géén sprake

er

bedrijfsvoeringsorganisaties

stichting geen

sprake van

(extra)

geldt

lichamen

vennootschap

een

want

gegeven,

vennootschap

een

recht

moet vorm

van

maar

of

Paulussen

een

in de

gate worden

niet de voordelen.

verkapte staatssteun, noemt

En enkele

overigens

nadelen

een

advies waarnaar

publiek-private samenwerking

(geen ongeoorloofde

aanbestedings- en/of mededingingsrecht).

gemeenschappelijke regeling,

natuurlijk wel goed

met

voorzien.

wel geen

wel de nadelen

zijn juridisch

7

Het verdient wel opmerking dat dit BMC-onderzoek in verre mate onvolledig was omdat er wel degelijk meer publiek-private samenwerkingen via gemeenschappelijke regelingen waren in de tijd dat BMC zijn onderzoek verrichte. Omdat BMC die nooit gezien heeft, lijken de conclusies die men trekt wel heel eenzijdig en ook juridisch kent het rapport meerdere misslagen. Vgl. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) ‘Kroniek bestuurlijke organisatie’, NTB 2016/41.

nn!

www.cooperación.nl

_____}

Pagina

4 van

10

ef Cooperación Samenwerking door, met

overheden

en voor

simpelweg

niet

Besluitvormingsprocessen

per definitie

eenvoudiger. Bij een gemeenschappelijke regeling

waar.

bevoegdheden krijgen stichtingsbestuur kan

zodoende

en

beslissen

dat nooit, waardoor

eventueel

raden. Vanuit democratisch

behouden

hun

autonomie”),

maar

aandachtspunt.

En wat

gebeurt

bindende

besluit

opleggen

geen

lichaam minder

kan

dat wel.

moet

Men

er

besluitvorming

perspectief

regeling

in

gemeente

niet

minder

en

lijkt hier ook

is van

een

Daarnaast

regio

Eindhoven

(een openbaar

lichaam

Brainport

Eindhoven

Groningen

werd

ook

geadviseerd

overheden

goed

te

borgen,

komt

het ook

Achterhoek

de

in de zin van

privaatrechtelijke om

als ook

4)

Een

stichting

past

een

genoemde aan

Zuidoost Brabant

Wgr)

ziet op de

In het kader

recht te doen

wel

stichtingsbestuur van

Wgr).

een

kan

openbaar

een

Dat leidt dus

juist tot

de hier vernoemde

gemeenschappelijke redenen.

dat

een

Paulussen

mengvorm

van

aan

De

Metropoolregio

publiekrechtelijke kant, het

van

gebeurt.

Nationaal

de

ook tot

de

stichting

Programma

om

zowel

betrokkenheid

alle

de

positie van private partijen. Overigens

van

dat juist wél met een gemeenschappelijke regeling wordt gewerkt: de Regio

voor

de Achterhoek

Board

wordt

de

publiek-private

kant

ingevuld.

Doe-taken

uitgeoefend.

is vitgesloten

wanneer

Het

stelsel

Provinciewet

bevoegdheden

gesloten en

Wet

worden

publiekrechtelijke bevoegdheden

van

bevoegdheden

regelingen

eigen

titel moeten worden

grondslag ligt aan

de Gemeentewet

laat het niet toe dat

publiekrechtelijke

geattribveerd (art.

b

gedelegeerd

10:15

gemeenschappelijk openbaar lichaam, gemeenschappelijk

dat ten

op

gemeenschappelijke regelingen)

privaatrechtelijke rechtspersoon (art.

8

kant.

en

“deelnemers

bekeken

bestuur 10a

colleges

stichting (voor de publiek-private kant)

een

de

Daar

dat advies

die kant op te gaan,

om

werkt op die manier. Via

Ad

de

op

in de

beslist? Een

Een

zegt:

worden

overheden) gelden

geeft

de

Dit is feitelijk wat

alle

naar

het advies

algemeen

de andere

van

moet

uitvoering (art.

complex.

en

behoort.

bestuur

stroperigheid.

gemeenschappelijke regeling (de publieke kant) mogelijkheden

een

uitsluitend

vaak minder

uit te gaan.

van

positief

de

aan

risico op

terug

doorlooptijden

gemeentebesturen, meewerken

algemeen

een

nadelig (zoals

als één

beginsel beter, tenzij sprake

Advocaten

niet

en

zijn deze

maar

steeds

stroperigheid

dan

kan

publiekrechtelijke bevoegdheden.

over

Bij louter publiek-publieke samenwerking (tussen aandachtspunten ook,

privaatrechtelijke samenwerkingsvorm zijn niet

een

als de

aan

lange besluitvormingslijnen

in

orgaan

is juist wél

is juist ingericht op

een

160 lid 1 onder

Awb). Delegatie

het bestuur

van

een

toegestaan (art. 30

Gemeentewet) aan

of

het bestuur van

Wor).

dergelijke delegatie.” Mandatering

De Wet van

een

een

bedrijfsvoeringsorganisatie

lid 1

aan

(en

of

aan

een

gemeenschappelijke

bevoegdheden

Zie en ABRvS 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:176 (Stichting Cultuur Eindhoven nr. 2). Zie nader Cultuur Eindhoven: het gesloten stelsel van de Gemeentewet revisited’, JBplus 2021/5.

aan

het

(geanonimiseerd)

‘Stichting ’

LE

Vgl. (geanonimiseerd) ‘Een vrije keuze

tussen

delegatie

en

mandaat

bij intergemeentelijke samenwerking?', JBplus

2019/4, p. 3-14.

www.cooperación.nl

Pagina 5 van

10

stichtingsbestuur of medewerkers van de stichting kan in beginsel wél (art. 10:3 lid 1 Awb) , maar dat maakt de stichting nog niet verantwoordelijk (art. 10:1 en art. 10:2 Awb). Overigens kan gemeenschappelijke regeling ook uitsluitend doe-taken uitvoeren , dus het argument

een

van

doe-taken

kan nooit alleen doorslaggevend zijn. 2. 4

Deelneming: gemeente als bestuurslid

Het bovenstaande geldt onverkort wanneer

een

gemeente gaat deelnemen in de stichting.

Deelneming bij een stichting is overigens een bijzonder paradoxale uitdrukking , nu een stichting géén leden kent en evenmin aandeelhouders. Bij een kapitaalvennootschap is immers sprake van deelneming wanneer de gemeente aandeelhouder wordt en zodoende stemrecht krijgt in de algemene vergadering , hetgeen ook geldt wanneer een gemeente lid wordt van een vereniging of coöperatie. Een aandeelhouder of lid kan zijn stem- en vergaderrecht in beginsel inzetten om zijn eigen belangen te dienen (in het geval

van

de gemeente dus de eigen gemeentelijke belangen). 10

De stichting kent echter geen algemene vergadering , maar slechts een bestuur. Ook wanneer dit bestuur bestaat uit een algemeen bestuur

en een dagelijks

bestuur , dan geldt dat de leden

van

deze

besturen allen stichtingsbestuurders zijn. De gemeente (de rechtspersoon) kan als bestuurder van de stichting worden aangewezen , waarmee voldaan is aan de ‘deelnemingseis’ van artikel 160 lid 2 Gemeentewet (er is dan overigens ook automatisch sprake van een bestuurlijk belang in de zin van artikel 1 BBV). Is een gemeentebestuurder of gemeenteambtenaar als natuurlijke persoon als stichtingsbestuurder aangewezen , dan zit deze persoon daar geen

sprake

van

op

persoonlijke titel en is er zodoende

gemeentelijke ‘deelneming’. Artikel 160 lid 2 Gemeentewet is dan niet van toepassing

(en er is evenmin sprake van een bestuurlijk belang in de zin van artikel 1 BBV). Wanneer de gemeente (als rechtspersoon) als stichtingsbestuurder wordt aangewezen , dan blijft gelden dat de gemeente vertegenwoordigd dient te worden. Daarbij geldt hetzelfde als hierboven beschreven: de gemeente wordt vertegenwoordigd door de burgemeester of een door de burgemeester gemachtigde. Bij de totstandkoming van de Provinciewet is op deze rol van de commissaris van de Koning (die in deze dezelfde verantwoordelijkheden heeft als de burgemeester): “In het algemeen zal de commissaris of een door hem op grond van artikel 175 , tweede lid , aan te wijzen persoon de provincie vertegenwoordigen in de vergadering van aandeelhouders. Artikel 175 van het

wetsvoorstel bepaalt immers dat de commissaris van de Koning de provincie in en buiten rechte vertegenwoordigt. Het stemgedrag in die vergadering kan echter niet door de commissaris alleen worden

30 juni 1944 , NJ 1944/465 (Wennex). Zie ook HR 13 november 1959 , NJ 1960/472 (Melchers) , HR 19 februari 1960 , NJ 1960/473 (Aurora) , Hof Amsterdam (OK) 28 maart 2013 , , ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9658 (AAA Group) en Hof Amsterdam (OK) 12 oktober 2016 , ECLI:NL:GHAMS:2016:4056 (Delta Lloyd). 10 HR

www. cooperación. nl

Pagina 6 van 10

bepaald. Afhankelijk van de taken van de vennootschap en van de bevoegdheidsverdeling binnen de provincie , zal de vertegenwoordiger van de provincie gedeputeerde staten of provinciale staten bij zijn standpuntbepaling moeten betrekken. Vertegenwoordiging geeft immers niet het recht naar eigen mening daarover te beslissen. Het in te nemen standpunt zal in de regel gebaseerd moeten worden op wat aan de hand van interne regelingen of beraadslagingen van het provinciaal bestuur is afgesproken. ” 11

De burgemeester is over zijn handelen of over het handelen van de gemachtigde volledig verantwoording schuldig aan de gemeenteraad (art. 180 lid 1 Gemeentewet). 12 Dat betekent echter niet dat de burgemeester of zijn gemachtigde ook mag handelen in het belang van de gemeente. Een stichtingsbestuurder heeft zich immers altijd te richten naar het belang van de stichting en de met de stichting verbonden onderneming of organisatie (art. 2:291 lid 3 BW). 13 Is er sprake van een tegenstrijdig belang (wanneer het eigen gemeentelijke belang en het belang van de stichting niet met elkaar in overeenstemming zijn) dan dient de burgemeester of gemachtigde zich te onthouden stemming in het bestuur

en mag

hij ook niet deelnemen

De burgemeester of zijn gemachtigde

mag

aan

van

de beraadslagingen (art. 2:291 lid 6 BW).

dus niet zomaar onverkort de gemeentelijke belangen

inbrengen in het stichtingsbestuur , zoals dat bij een algemene vergadering bij een kapitaalvennootschap of vereniging of bij het algemeen bestuur van een gemeenschappelijk openbaar lichaam wél mag. Wanneer alle stichtingsbestuurders een tegenstrijdig belang hebben , dan is de raad van commissarissen bevoegd te beslissen. Is er geen raad

van

commissarissen dan

mag

het

bestuur tóch beslissen onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen (art. 2:291 lid 6 BW). Er moet dus goed nagedacht worden over hoe om te gaan met eventuele tegenstrijdige belangen wanneer gekozen wordt voor het door Paulussen Advocaten geschetste Bestuursmodel. 2. 5

Gemeente als commissaris/toezichthouder

Voor de volledigheid wordt hier nog opgemerkt dat de gemeente niet kan worden aangewezen als commissaris of toezichthouder. Alleen natuurlijke personen komen daarvoor in aanmerking (art. 2:292a lid 1 BW). Bij naamloze vennootschappen

en

besloten vennootschappen gold dat al langer , sinds de

Wet bestuur en toezicht rechtspersonen geldt dat ook bij stichtingen. Bij de invoering van deze eis bij kapitaalvennootschappen werd opgemerkt:

11 Kamerstukken II 1988/89 , 19836 , nr. 9 , p. 106. 12 Een gemeentelijke onderzoekscommissie kan om

die reden ook onderzoek doen naar het handelen van de burgemeester of zijn gemachtigde binnen de algemene vergadering (art. 155a Gemeentewet). 13 Kamerstukken II 2015/16 , 34491 , nr. 3 , p. 2 en 4-5. Voor een bestuurder bij een naamloze vennootschap en besloten vennootschap gold dit al langer (Kamerstukken II 2008/09 , 31763 , nr. 3 , p. 10). Overigens gold het voor stichtingsbestuurders ook al voor de invoering van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen , zie Rb. Den Haag 11 juli 2018 , ECLI:NL:RBDHA:2018:8328 en Rb. Gelderland 11 juni 2019 , ECLI:NL:RBGEL:2019:3247. www. cooperación. nl

Pagina 7 van 10

“Anders ligt het naar de mening van de aan het woord zijnde leden met de figuur van de rechtspersooncommissaris. De commissaris-functie vraagt een persoonlijke taakvervulling en de in de memorie van toelichting gegeven argumenten voor het optreden van de rechtspersoon-bestuurder gelden nauwelijks voor de rechtspersoon-commissaris. De bezwaren vanuit het gezichtspunt van de in de onderneming

werkzame personen gelden hier te sterker. Deze argumentatie komt mij overtuigend voor. […] Voor zover mij bekend , komt de figuur van de commissaris-rechtspersoon niet of nauwelijks voor. Er heeft zich hier geen praktijk gevormd zoals bij de rechtspersoon-bestuurder. Gezien de bezwaren die in het algemeen kunnen worden aangevoerd tegen benoeming van rechtspersonen in functies die een persoonlijke taakvervulling eisen , lijkt het mij dan ook beter deze in elk geval voor de commissarisfunctie te verbieden. In de nota van wijzigingen wordt dit uitgewerkt. ” 14

Een commissaris handelt dus altijd op persoonlijke titel , ook wanneer deze ‘toevallig’ ook gemeentebestuurder of -ambtenaar is. De commissaris is dan ook géén verantwoording verschuldigd aan

de gemeenteraad. In de memorie

van

antwoord bij de Provinciewet schrijft de regering:

“Anders wordt het als een lid van het provinciaal bestuur wordt aangewezen als commissaris van de vennootschap. In die hoedanigheid is hij gehouden alleen de belangen van de vennootschap te behartigen. In dat geval zal een ander lid van het provinciaal bestuur de provincie in de vergadering van aandeelhouders moeten vertegenwoordigen. ” 15

De commissaris moet overigens , net als de stichtingsbestuurder , altijd handelen in het belang van de stichting en de daarmee verbonden onderneming of organisatie (art. 2:292a lid 2 BW). En net als bij stichtingsbestuurders moet de commissaris zich onthouden van stemming en deelneming aan de beraadslagingen in de raad van commissarissen wanneer hij een tegenstijdig belang heeft (art. 2:292a lid 7 BW). In de nota naar aanleiding van het eindverslag bij de Provinciewet werd het hierboven ingenomen standpunt van de regering iets vertroebeld: “Als het besluit tot oprichting van of deelneming in een privaatrechtelijke organisatie eenmaal is genomen en goedgekeurd , dan is de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd uiteraard een zaak tussen

provinciale staten en gedeputeerde staten en eventueel de commissaris van de Koning , binnen de regels die de Provinciewet daarvoor stelt. Daarbij hoeft naar ons oordeel niet per se sprake te zijn van een competentieprobleem voor een lid van het provinciaal bestuur , als deze als commissaris van een vennootschap de belangen van de vennootschap moet behartigen. Uiteindelijk werd oprichting van of deelneming in de vennootschap ook in het provinciaal belang geacht. Bovendien is hij gehouden desgevraagd inlichtingen te verschaffen aan provinciale staten (artikelen 167 en 179 van het wetsvoorstel). ” 16

14 Kamerstukken 15 Kamerstukken 16 Kamerstukken

II 1983/84 , 16631 , nr. 6 , p. 17. II 1988/89 , 19836 , nr. 9 , p. 107. II 1989/90 , 19836 , nr. 15 , p. 34-35.

www. cooperación. nl

Pagina 8 van 10

In de memorie

van

antwoord bij de Gemeentewet lijkt de regering er van uit te gaan dat wanneer

wethouder of burgemeester zitting neemt in een raad van commissarissen of bestuur

een

van een

privaatrechtelijke rechtspersoon , hij dit altijd doet als vertegenwoordiger van het college

en dat

hij

zodoende altijd ex artikel 169 lid 1 Gemeentewet verantwoording schuldig is aan de gemeenteraad. 17 Dat staat dus haaks op de dwingendrechtelijke bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek. De regering lijkt de commissaris van een vennootschap te zien als een vertegenwoordiger van de provincie (mits deze persoon

ook lid is van het provinciebestuur) , en daarom geldt een verantwoordingsplicht. Nu de

commissaris altijd een natuurlijke persoon moet zijn valt niet in te zien hoe deze natuurlijke persoon , die nota bene onafhankelijk toezicht moet houden , kan optreden namens de provincie en daarover verantwoording schuldig is. Dat tast die onafhankelijkheid volledig aan. Dat één

persoon

mogelijk

meerdere functies heeft doet daaraan niets af: de verantwoordingsplicht van de Provinciewet geldt immers alleen voor het door gedeputeerde staten gevoerde bestuur , niet voor handelingen gedaan in een andere

hoedanigheid. Daarbij is het niet relevant of het belang van de vennootschap , dat door

de commissaris gediend moet worden , overeenkomt met het belang van de provincie. Gezamenlijke belangen leiden als zodanig immers niet tot een vertegenwoordigingsbevoegdheid noch

een

verantwoordingsplicht. Overigens kan de dubbelfunctie van ambtsdrager , waaronder het handelen in de functie buiten het provinciebestuur , op grond van de vertrouwensregel wel een reden

voor

ontslag

zijn. Het zitting nemen in een raad van commissarissen kan nooit leiden tot ‘deelneming’ in de stichting in de zin van artikel 160 lid 2 Gemeentewet , nu de betreffende persoon daar uitsluitend op persoonlijke titel kan zitten. Om deze reden past het door Paulussen geschetste raad van toezichtmodel niet voor deze vorm van samenwerking. De gemeentebesturen kunnen dan nergens hun eigen belangen inbrengen. Gemeentebestuurders die op persoonlijke titel handelen binnen een overheidssamenwerking is zéér onwenselijk.

3.

Conclusie

3. 1

Stichting voor bestuurlijke samenwerking

Een stichting is niet bijzonder

aangewezen voor een

bijzondere motivatie waarom

een

publiek-publieke samenwerking. Er is geen

stichting in deze noodzakelijk is en hetzelfde niet via

publiekrechtelijke weg (een gemeenschappelijke regeling) kan worden bereikt. Verder is niet ingegaan op

hoe het gebrek aan toepasselijkheid van allerlei publiekrechtelijke waarborgen wordt gemitigeerd.

II 1988/89 , 19403 , nr. 3 , p. 74. Ook in de nota naar aanleiding van het eindverslag kwam de regering tot de conclusie dat de vertegenwoordiging door een wethouder in een privaatrechtelijke rechtspersoon wél onder de verantwoordingsplicht van het college valt (Kamerstukken II 1989/90 , 19403 , nr. 16 , p. 30). Bij de statuten zou daaraan nader invulling kunnen worden gegeven , aldus de regering. 17 Kamerstukken

www. cooperación. nl

Pagina 9 van 10

Verder moet goed gekeken worden

naar

hoe gemeentebesturen hun eigen belangen kunnen

behartigen in de samenwerking. Een stichting is immers van nature géén samenwerkingsvorm (kent geen

leden) , waar een vereniging , coöperatie , besloten vennootschap of naamloze vennootschap

dat nu juist wel zijn. Zij hebben

een

algemene vergadering waarin die samenwerking tot uitdrukking

komt. Dat geldt ook voor het algemeen bestuur

van een

openbaar lichaam in de zin van de Wet

gemeenschappelijke regelingen. Toch wordt voorgesorteerd op

een

stichting. Een stichting is juist een

goede rechtsvorm wanneer een verre mate van verzelfstandiging gewenst is. Dat is bijvoorbeeld binnen een gemeenschappelijke regeling weer moeilijk vorm te geven. Verzelfstandiging betekent wel dat colleges én gemeenteraden verder op afstand worden gezet en zich niet of nauwelijks kunnen en mogen

bemoeien met de dagelijkse uitvoering. Zij komen wel in beeld wanneer eventueel

publiekrechtelijke bevoegdheden moeten worden uitgeoefend: die bevoegdheid kan niet worden overgedragen aan een stichtingsbestuur. 3. 2

Stichting voor publiek-private samenwerking

Een stichting is wél bijzonder aangewezen

voor een

publiek-private samenwerking omdat daar

geen

goed publiekrechtelijke alternatief voor handen is. De Wet gemeenschappelijke regelingen is niet toegesneden op van

een

dergelijke samenwerking , en zeker niet op het incorporeren in de samenwerking

private belangen. Dat wil overigens niet zeggen dat dat überhaupt niet kan , maar het is uitermate

ingewikkeld. Dat laat onverlet dat nog steeds moet worden gekeken hoe publiekrechtelijke waarborgen zoals democratische controle , openbaarheid/transparantie etc. gewaarborgd worden. 3. 3

Tussenvorm?

Wanneer een stichting voor multiple helix-samenwerking het einddoel is , dan is het logisch dat nu al daarop voorgesorteerd wordt. Het optuigen van een gemeenschappelijke regeling is te ingewikkeld als deze binnen afzienbare tijd weer geliquideerd moet worden. Maar dan moet die stap wel binnen afzienbare tijd gezet worden: anders is gewoon sprake van

een pure

overheidssamenwerking.

Dat wordt anders wanneer gekozen wordt voor een gemengd met een gemeenschappelijke regeling voor

het publiek-publieke deel van de samenwerking en een stichting voor de publiek-private kant. De

bestuurlijke klankbordgroep is dan het algemeen bestuur van het openbaar lichaam , de regiegroep het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur neemt ook zitting in het stichtingsbestuur tezamen met private partijen. De stichting kan dan later worden opgericht tezamen met de private partijen. Het openbaar lichaam kan daar dan toe beslissen (art. 31a Wgr)

en

de gemeenten hoeven daarin geen

directe rol te hebben.

www. cooperación. nl

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=9626629e-3be7-4d80-a5e9-1e6f69a7bf4f