CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1 Eindrapport BusinessCase - Advies uitbreiding Groenewald college Stein 21-01-2022.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Businesscase Uitbreiding Groenewald4.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdeling Specialistisch en Juridisch Toezicht Gecombineerd Advies

Advies

Aangepast advies uitbreiding Groenewald college Stein

Bevoegd gezag

Gemeente Stein

Contactpersoon

John Pompl / Will van Gansewinkel 046-435 93 50 / 046 435 92 55 John.pompl@gemeentestein.nl / Wil.van.Gansewinkel@gemeentestein.nl

Extern kenmerk

-

Uitvoerende instantie

RUD Zuid Limburg

Zaaknummer

2021-208409

Zaaktype

Advies combi

Omschrijving

Aangepast milieuadvies t.b.v. het uitbreidingsplan voor het Groenewald college gelegen aan de Kinskystraat te Stein

Datum definitief advies

21 januari 2022

Behandelaar

Fred Lennartz +31 6 11 53 56 28 fhj.lennartz@rudzl.nl

Collegiale toetser

Nicole Leenhouts

Aantal bijlagen

--

Conclusie(s) Vergunningen In de nog op te stellen ruimtelijke onderbouwing dient aangetoond te worden dat ter plaatse van de geplande uitbreiding sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Discipline Geluid Er dient een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd te worden. Tevens dient na overleg met Chemelot en de provincie Limburg een procedure hogere grenswaarde industrielawaai aangevraagd te worden. Daarnaast wordt geadviseerd om een akoestisch onderzoek te laten uitvoeren om de akoestische voorzieningen te laten bepalen. Discipline Lucht In de nog op te stellen ruimtelijke onderbouwing zal onderbouwd moeten worden of het plan zal bijdragen aan een verslechtering van de omgevingslucht.

Wij verwerken persoonsgegevens. Voor meer informatie zie www.rudzuidlimburg.nl/privacy+en+proclaimer.

Discipline Externe Veiligheid Het plaatsgebonden risico (PR 10-6/jaar) van de beschouwde risicobronnen vormt geen belemmering voor de planlocatie. Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van de rijkswegen en de spoorlijnen vormt eveneens geen belemmering. De planlocatie is wel binnen het invloedsgebied van de site Chemelot gelegen. Conform artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) dient het groepsrisico verantwoord te worden. Met betrekking tot de uitbreiding is het gewenst om deze te doen buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-8 per jaar. Als de uitbreiding van de school buiten deze contour ligt, zal het groepsrisico niet significant veranderen en wordt berekening van het groepsrisico niet zinvol geacht. Vindt de uitbreiding binnen deze contour plaats, dan dient het groepsrisico wel berekend te worden. Ook is de planlocatie binnen het invloedsgebied van de rijkswegen A2 en A76 gelegen. Conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld worden. Daarnaast moet bij een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico, conform artikel 9 van het Bevt en artikel 13, lid 3 van het Bevi, door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de Veiligheidsregio Zuid-Limburg omtrent de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

Paragraaf 3.4.4 geeft een voorbeeldtekst die gebruikt kan worden bij het schrijven van de beperkte verantwoording groepsrisico. Discipline Bodem Er dient een historisch bodemonderzoek conform de NEN 5725, een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd te worden ter plaatse van de geplande uitbreiding. Vanuit het aspect bodem zijn er geen voorkeuren dan wel belemmeringen voor de daadwerkelijke locatie van de geplande uitbreiding.

OMSCHRIJVING VAN DE ADVIESVRAAG Op 15 november 2021 heeft de gemeente Stein de RUD Zuid-Limburg verzocht om de milieuaspecten met betrekking tot het plan Groenewald college te Stein te beoordelen.

ACHTERGROND EN DOEL De gemeente Stein is bezig met een huisvestingsplan voor het Groenewald college (school) gelegen aan de Kinskystraat Stein. Er is momenteel sprake van een ruimtetekort voor circa 150 leerlingen en hiervoor is een geschatte uitbreiding van circa 2.000 m 2 noodzakelijk. Op dit moment is nog niet bekend waar deze uitbreiding exact gaat plaatsvinden. Deze geplande uitbreiding past niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Kern Stein”. Op 13 december 2021 hebben wij reeds een advies uitgebracht over dit plan. Op 11 januari 2022 heeft een overleg over dit plan plaatsgevonden waarbij onder andere een akoestisch specialist van de RUD Zuid-Limburg aanwezig was. Dit overleg heeft geresulteerd in een aanpassing van ons eerdere advies met betrekking tot het aspect vergunnen. De overige deeladviezen geluid, lucht , externe veiligheid en bodem blijven onverminderd van kracht.

2 van 10

RESULTATEN, CONCLUSIES EN ADVIES 3.1

Vergunningen

3.1.1. Resultaten Bij de uitbreiding van een school kan het woon- en leefklimaat van omliggende gevoelige bestemmingen worden aangetast, indien de uitbreiding van de school op te korte afstand van de gevoelige bestemming wordt gerealiseerd. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ vormt een handreiking bij het beoordelen van de milieuaspecten. Een school is een gevoelige bestemming, maar kan ook zelf voor hinder zorgen, zoals geluidhinder. Vandaar dat beide kanten onderzocht dienen te worden. De afstand van de dichtstbijzijnde woningen tot de school bedraagt in de huidige situatie circa 15 meter. De richtafstand die geldt voor een school bedraagt 30 meter voor een rustige woonwijk. Ter plaatse van de school kan echter ook sprake zijn van een gemengd gebied, gezien in dit gebied verschillende functies naast elkaar zijn gelegen. In dat geval kan de richtafstand met één stap worden verlaagd naar 10 meter en zou wel voldaan kunnen worden aan de richtafstand. Hierdoor zou uitbreiding aan de voorzijde van de school mogelijk zijn, indien de richtafstand van 10 meter gerespecteerd wordt. Dit zal in praktijk echter zeker het geval zijn, aangezien de weg al minimaal 10 meter is.

Indien er voor wordt gekozen om de locatie als rustige woonwijk te beschouwen, is uitbreiding aan de voorzijde van de school daarom minder wenselijk, want dan wordt niet meer voldaan aan de richtafstand en dient een onderbouwing plaats te vinden of er ter plaatse van de woningen aan de overkant van de straat nog sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Andersom dient de school ook beschouwd te worden als gevoelige bestemming, aangezien er gedurende lange tijd op een dag zich personen bevinden, die beschouwd kunnen worden als kwetsbaar. De dichtstbijzijnde bedrijven zijn gelegen op circa 125 meter (Arnoldenstraat) en circa 150 meter (business park Stein). Voor het garagebedrijf aan de Arnoldenstraat geldt een richtafstand van 30 meter (indien gebiedstype rustige woonwijk). Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Ter plaatse van business park Stein zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 toegestaan. Voor milieucategorie 4.2 geldt een richtafstand van 300 meter. Hier wordt op dit moment al niet aan voldaan. Gemotiveerd afwijken van deze richtafstand is echter altijd mogelijk, als aangetoond wordt dat er sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat. De gemeente wordt geadviseerd om nogmaals goed te kijken naar de maximaal toelaatbare milieucategorie 4.2 op business park Stein in relatie tot de school.

Op dit moment kan er namelijk al niet voldaan worden aan de richtafstand voor een bedrijf met milieucategorie 4.2 in relatie tot de school. Uit contact met de gemeente is gebleken dat er op dit moment geen bedrijven met milieucategorie 4.2 zijn gelegen op business park Stein. Dit doet echter niets af aan de planologische bestemming van maximaal milieucategorie 4.2. Indien de gemeente ervoor kiest om het bestemmingsplan aan te passen naar een lagere maximale milieucategorie, wordt geadviseerd dit vóór de uitbreiding van het Groenewald college te doen om knelpunten te voorkomen. Onafhankelijk van de plaats van de uitbreiding van de school dient dus altijd een onderbouwing gegeven te worden of er sprake is van een goed leefklimaat ter plaatse van de school. 3.1.2. Conclusies In de nog op te stellen ruimtelijke onderbouwing dient aangetoond te worden dat ter plaatse van de geplande uitbreiding sprake is van een goed woon, en leefklimaat. Een uitbreiding aan de voorzijde is

3 van 10

minder wenselijk aangezien dan niet meer voldaan kan worden aan de richtafstanden uit de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. 3.2

Discipline Geluid

3.2.1. Resultaten Industrielawaai De school is gelegen binnen de 55-60 dB(A) contouren van Chemelot. Er zal een akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd betreffende industrielawaai. Volgens uitgevoerde berekeningen zal de geluidbelasting t.g.v. Chemelot ter plaatse van het bouwplan niet hoger dan 60 dB(A) bedragen. Voor de geplande uitbreiding dient derhalve een hogere waarde aangevraagd te worden. Een en ander zal binnenkort besproken worden met de provincie Limburg en Chemelot. Wegverkeerslawaai De school is niet gelegen binnen de geluidzone van de A2 en gemeentelijk gezoneerde wegen. De 30 km/uur wegen zijn niet gezoneerd. Deze wegen zijn tevens niet druk bereden. Conform de Wet geluidhinder hoeven de 30 km/uur wegen niet te worden getoetst. Indien sprake is van een ruimtelijke procedure hoeven de 30 km/uur wegen eveneens niet te worden onderzocht omdat deze wegen niet sprake is van hoge verkeersintensiteiten. Procedure hogere grenswaarde industrielawaai Zodra het overleg met de provincie Limburg en Chemelot heeft plaatsgevonden en duidelijk is waar de uitbreiding zal gaan plaatsvinden kan de RUD Zuid-Limburg de geluidbelasting vanwege Chemelot bepalen op de gevels van de nieuwbouw. Aansluitend kan dan samen met de ruimtelijke procedure de publicatie worden geregeld van de hogere waarde procedure.

Voor de nieuwbouw van de klaslokalen dient een hogere waarde industrielawaai te worden aangevraagd. Binnenwaarde in klaslokalen Voor de klaslokalen t.p.v. de nieuwbouw dient conform het Besluit geluidhinder paragraaf 2.3 ‘Binnenwaarde’ te worden voldaan aan een binnenwaarde van maximaal 30 dB(A). Middels een akoestisch onderzoek dienen de akoestische maatregelen te worden bepaald zodat voldaan wordt aan de eis van maximaal 30 dB(A) in de klaslokalen. Bouwbesluit De RUD Zuid-Limburg adviseert in de klaslokalen en overige plaatsen waar scholieren en leerkrachten verblijven en in de gangen rekening te houden met de ruimteakoestiek. Geadviseerd wordt middels een akoestisch onderzoek de akoestische voorzieningen te laten bepalen zodat de ruimteakoestiek in alle ruimtes voldoet aan de leidraad “Programma van Eisen Frisse Scholen 2021”. Programma van Eisen Frisse Scholen 2021 In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken is een leidraad opgezet voor nieuw- en verbouw van scholen (schoolbesturen en gemeenten) bij het realiseren van energiezuinige en gezonde scholen. In deze leidraad worden vijf thema’s behandeld, naast geluid (o.a. ruimteakoestiek) ook energie, lucht, temperatuur en licht. De RUD Zuid-Limburg adviseert deze leidraad bij de plannen mee te nemen en naast geluid ook rekening te houden met de andere 4 thema’s. 3.2.2.

Conclusies Er dient een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd te worden. Tevens dient na overleg met Chemelot en de provincie Limburg een procedure hogere grenswaarde industrielawaai aangevraagd

4 van 10

te worden. Daarnaast wordt geadviseerd om een akoestisch onderzoek te laten uitvoeren om de akoestische voorzieningen te laten bepalen. 3.3

Discipline Lucht

3.3.1. Resultaten Voor het aspect lucht geldt: Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Ten behoeve van te realiseren nieuwbouw, bestemmingswijziging, is in het kader van een goede ruimtelijke ordening meer inzicht in de luchtkwaliteitseffecten noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is in beeld brengen en beoordelen van luchtkwaliteit ten gevolge van het project. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan en de aanvrager kan dat voldoende onderbouwen, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering:  Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde. Dit betekent dat moet worden aangegeven of de verkeer aantrekkende werking van de inrichting en eventuele andere relevante bronnen (bv.

stookinstallatie indien relevant) al dan niet in betekende mate bijdraagt voor wat betreft luchtkwaliteit (en zou dat het geval zijn, toetsing aan de grenswaarden). Met behulp van de NSL-monitoringstool kan men beoordelen of er in de nabijheid van het de beoogde project sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen.  Een project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  Een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In titel 5.2 van de Wet milieubeheer staat een kader opgenomen waaraan de toelaatbaarheid van een project kan worden getoetst. Op basis van artikel 5.16, eerste lid geldt dat een project onder andere toelaatbaar is indien deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een stof. In het besluit NIBM staat vermeld dat een project NIBM is bij een toename van maximaal 3% van de grenswaarde (zijnde 1,2 μg/m³) voor de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Conform voorschrift 3A.2 uit de regeling blijkt dat een woningbouwlocatie in ieder geval NIBM bijdraagt wanneer er minder dan 1.500 woningen gerealiseerd worden. Wanneer een project als NIBM kan worden beschouwd, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project.

 Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Bij “kleinere” plannen/bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld <1500 woningen of bestemmingswijziging van kantoor naar woonfunctie) is het vaak al snel duidelijk dat een project niet gaat bijdragen aan verslechtering van de omgevingslucht en dus makkelijk voldoet aan één van bovenstaande voorwaarden. In dit geval is daar sprake van en wordt ook geen compleet onderzoek of rapport verwacht. Een simpele onderbouwing van dat het project in niet betekende mate gaat bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit is dan al voldoende. 3.3.2. Conclusies In de nog op te stellen ruimtelijke onderbouwing zal onderbouwd moeten worden of het plan zal bijdragen aan een verslechtering van de omgevingslucht.

5 van 10

3.4

Discipline Externe veiligheid

3.4.1. Resultaten In het kader van het onderzoek naar de inpassingsmogelijkheden van het plan dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Ook wordt in onderhavig advies geadviseerd, vanuit het oogpunt externe veiligheid, waar de uitbreiding van het college het beste kan plaatsvinden en welke plek het minst geschikt is. In de inventarisatie naar de externe veiligheidsrisico’s worden de volgende vragen beantwoord: 1. Welke risicobronnen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid relevant voor de planlocatie? 2. Wat is de hoogte van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de relevante risicobronnen? 3. Wordt voldaan aan de normen die volgen uit wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid? 4. Voor welke risicobronnen moet het groepsrisico worden verantwoord? Op basis van de EV Signaleringskaart (geraadpleegd op 26-11-2021) is onderzocht welke risicobronnen relevant zijn voor de planlocatie. In onderstaande figuur is de ligging van de risicobronnen in de directe omgeving van het plan weergegeven. Het rode vlak geeft het plangebied weer.

Leiding Z-530-03 Chemelot Spoorwegroute 100 Rijksweg A76 Maascorridor Propaantank

Planlocatie

ARG- & MVC-leiding

LPG Tankstation

Rijksweg A2

De uitbreiding van het college kan binnen het vlak ‘maatschappelijk’ plaatsvinden. Paragraaf 3.4.2 geeft eerst een uiteenzetting van alle risicobronnen in de nabijheid van het plangebied. Paragraaf

6 van 10

3.4.3 geeft aan welke locatie het meest en minst geschikt is voor de uitbreiding van het college. Paragraaf 3.4.4 geeft de resultaten/conclusies

3.4.2. Risicobronnen Inrichtingen Op basis van de EV-signaleringskaart is geconstateerd dat geen van de PR 10-6 contouren tot de planlocatie reiken. Hiermee wordt voldaan aan de eisen uit het Bevi voor het plaatsgebonden risico en de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de directe nabijheid van de planlocatie zijn meerdere risicobronnen gelegen, deze worden hieronder verder uitgewerkt. Site Chemelot: Ten oosten van de planlocatie bevindt zich de site Chemelot, de site valt onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO). De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van de site Chemelot. De PR 10-8 contour van de site Chemelot reikt gedeeltelijk over de planlocatie. Gelet op artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) dient in de ruimtelijke onderbouwing ingegaan te worden op de aspecten genoemd in artikel 13, lid 1 van het Bevi. Gezien de planlocatie gedeeltelijk ligt binnen de plaatsgebonden risicocontour 10-8 per jaar van de site Chemelot kan het groepsrisico toenemen als de uitbreiding binnen deze contour plaatsvindt. Het grootste gedeelte van het plangebied ligt buiten deze PR 10-8 contour. Uitbreidingen in het invloedsgebied, maar dus buiten de PR 10-8 contour, zal de fN-cure niet significant veranderen en daarom wordt in dat geval een berekening niet zinvol geacht.

Wel dient men in de onderbouwing in te gaan op de aanwezige dichtheid van personen, de bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. LPG tankstation: Op ongeveer 700 meter ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een LPG tankstation (Rijmar B.V.). LPG tankstations vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Circulaire effectafstanden LPG tankstations. Het invloedsgebied van een LPG tankstation is conform het Bevi 150 meter. Conform de circulaire bedraagt de effectstand 160 meter. Met een doorzet van 1.000 m 3 bedragen de afstanden voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6) voor het vulpunt, reservoir en afleverinstallatie respectievelijk 40 meter, 25 meter en 15 meter. De planlocatie ligt niet binnen de PRcontouren, het invloedsgebied en effectgebied. Dit betekent dat het LPG tankstation geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het plan. Ook de invloedsgebieden van andere LPG tankstations in de omgeving reiken niet over de planlocatie. Propaantank Op circa 400 meter van het plangebied is de inrichting van Schietsportcentrum Stein gelegen. Op deze locatie is een bovengrondse propaantank met een inhoud van 2500 liter gelegen. Dergelijke propaantanks vallen onder het activiteitenbesluit milieubeheer en hebben een vaste veiligheidsafstand van 25 meter.

Deze reikt niet over het plangebied en vormt daarmee ook geen belemmering voor het beoogde plan. Overige risicovolle inrichtingen Er reiken geen PR 10-6 contouren of invloedsgebieden van andere risicovolle inrichtingen over de planlocatie. Deze overige risicovolle inrichtingen liggen op dusdanige afstand dat deze geen belemmering vormen voor het planvoornemen.

7 van 10

Transportroutes Rijkswegen Op ongeveer 400 meter en 600 meter van de planlocatie bevinden zich respectievelijk de A2 (wegvak L42) en de A76 (L62). De rijkswegen zijn aangewezen als basisnetroutes en vallen onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Gelet op de afstand tot het plangebied zijn eventuele plaatsgebonden risicocontouren of plasbrandaandachtsgebieden geen belemmering voor het beoogde plan. Het invloedsgebied van de A2 wordt gevormd door de het vervoer van toxische vloeistoffen (stofcategorie LT2), zijnde 880 meter. Het invloedsgebied van de A76 wordt gevormd door het vervoer van toxische gassen (stofcategorie GT5), zijnde > 4.000 meter. De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van beide rijkswegen. Omdat de planlocatie op meer dan 200 meter van de rijkswegen ligt, is het conform artikel 8, lid 1 van het Bevt en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) niet noodzakelijk om de invloed van het plan op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Er dient conform artikel 7 van het Bevt ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Tevens dient het bevoegd gezag, op basis van artikel 9 van het Bevt, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg in de gelegenheid te stellen advies hierover uit te brengen.

Spoorwegen Op circa 1.300 meter van de planlocatie is de spoorroute 100 Lutterade – Visé (B) gelegen. De spoorlijn Lutterade – Visé (B) (route 100 Lutterade – Visé (B)) is aangewezen als Basisnetroute. Uit het Basisnet spoor blijkt dat voor de gehele route 100 een PR 10-6 -risicocontour geldt van 0 meter en er geldt geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) langs de gehele route. De PR 10 -6-risicocontour en het PAG reikt derhalve niet tot aan de planlocatie. Het invloedsgebied wordt gevormd door de stof B2, zijnde 995 meter (conform tabel 4-2 Handleiding Risicoanalyse Transportroutes). De planlocatie ligt derhalve binnen het toxisch invloedsgebied van spoorroute 100. De planlocatie ligt buiten het invloedsgebied van deze spoorlijn en spoorlijn 100 vormt derhalve geen belemmering voor de planlocatie. Buisleidingen In de directe nabijheid van het plangebied zijn diverse buisleidingen gelegen. Het gaat om een ARGleiding (op 325 meter), een MVC-leiding (op 325 meter), een DPO-leiding (op 310 meter) en een hogedruk aardgasleiding (Z-530-03) (op 310 meter). Het plaatsgebonden risico, belemmeringenstroken en de invloedsgebieden van deze buisleidingen reiken niet tot aan het plangebied. Deze vormen dan ook geen belemmering voor het beoogde plan. Vaarwegen Op ongeveer 1.100 meter van de planlocatie bevindt zich de Maascorridor.

Deze corridor is aangewezen als basisnetroutes en valt onder het Bevt. Het invloedsgebied van de corridor wordt gevormd door de het vervoer van toxische gassen (stofcategorie GT3), zijnde 1.070 meter. De planlocatie ligt buiten het invloedsgebied van de corridor en vormt dus geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan. 3.4.3. Locatiekeuze voor uitbreiding Onderstaande afbeelding geeft aan welke locatie het minst geschikt (rode vlak) is vanuit het oogpunt externe veiligheid en welke plek het meest geschikt (groene vlak) is.

8 van 10

Het rode vlak is het gedeelte van het plangebied dat in de PR10 -8 contour van de site Chemelot ligt. Het groen vlak ligt buiten deze contour. Als het college uitbreidt in het rode vlak dan kan het groepsrisico toenemen. Het groepsrisico moet dan berekend worden. Vindt de uitbreiding in het groene vak plaats, dan zal de fN-cure niet significant veranderen en wordt een berekening niet zinvol geacht. Het groene vlak ligt in het invloedsgebied van de site Chemelot, maar ook van de snelwegen A76 en A2. Eventueel schuiven van het bouwvlak in het groene vlak zal daar niets aan veranderen. Het hele groene vlak ligt in de invloedsgebieden van de site Chemelot, A76 en A2. In de ruimtelijke onderbouwing dient ingegaan te worden op de aanwezige dichtheid van personen, de bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen (artikel 13 van het Bevi en artikel 7 van het Bevt). Daarnaast dient de veiligheidsregio op advies gevraagd te worden om advies uit te brengen over deze aspecten (artikel 13 Bevi n artikel 9 Bevt).

Figuur 1 Voorkeur locatie

3.4.4. Conclusies Het plaatsgebonden risico (PR 10-6/jaar) van de beschouwde risicobronnen vormt geen belemmering voor de planlocatie. Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) van de rijkswegen en de spoorlijnen vormt eveneens geen belemmering. De planlocatie is wel binnen het invloedsgebied van de site Chemelot gelegen. Conform artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) dient het groepsrisico verantwoord te worden. Met

9 van 10

betrekking tot de uitbreiding is het gewenst om deze te doen buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-8 per jaar. Als de uitbreiding van de school buiten deze contour ligt, zal het groepsrisico niet significant veranderen en wordt berekening van het groepsrisico niet zinvol geacht. Vindt de uitbreiding binnen deze contour plaats, dan dient het groepsrisico wel berekend te worden. Ook is de planlocatie binnen het invloedsgebied van de rijkswegen A2 en A76 gelegen. Conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld worden. Daarnaast moet bij een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico, conform artikel 9 van het Bevt en artikel 13, lid 3 van het Bevi, door het bevoegd gezag advies worden gevraagd bij de Veiligheidsregio Zuid-Limburg omtrent de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Onderstaand is een voorbeeldtekst gegeven die gebruikt kan worden bij het schrijven van de beperkte verantwoording groepsrisico. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijding van het incident Blootstelling aan een toxisch gas Op de planlocatie is blootstelling aan een toxisch gas als gevolg van een calamiteit op de autosnelweg (A2 en A76) en de inrichting van de site Chemelot het bepalende scenario. In geval van een calamiteit dienen personen te schuilen.

De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Het kunnen uitschakelen van mechanische ventilatie wordt aanbevolen. Daarnaast dient in geval van een calamiteit tijdig gewaarschuwd te worden. Dit gebeurt door het landelijke alarmsysteem (NL-Alert) toe te passen. Bestrijding vindt plaats bij de bron. De Veiligheidsregio hanteert protocollen die toegespitst zijn op het bestrijden van rampen met gevaarlijke stoffen. Door de site Chemelot zijn veiligheidsvoorzieningen getroffen om de kans en gevolgen op en van grote ongewone voorvallen klein te houden. De inrichting beschikt over een preventiebeleid voor zware ongevallen en heeft een veiligheidsbeheerssysteem ingevoerd. Tevens zijn de nodige maatregelen getroffen om zware ongevallen en ongevalsscenario’s te voorkomen. Indien toch een zwaar ongeval gebeurt, beschikt de inrichting tevens over een eigen bedrijfsbrandweer die binnen afzienbare tijd aanwezig is om de effecten van het ongeval te bestrijden. PM Veiligheidsregio Zuid-Limburg

3.5

Discipline Bodem

3.5.1. Conclusies Er dient een historisch bodemonderzoek conform de NEN 5725, een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een asbestonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd te worden ter plaatse van de geplande uitbreiding. Vanuit het aspect bodem zijn er geen voorkeuren dan wel belemmeringen voor de daadwerkelijke locatie van de geplande uitbreiding.

10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=a5bf64c7-771f-4e70-96a0-6e2ce25f2506