bijlage 2e Bramert-Noord Fase 1_Bijlagen bij toelichting-gecomprimeerd.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -
Bramert-Noord Fase 1 Gemeente Stein
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -
Bramert-Noord Fase 1 Gemeente Stein
IDN-nummer:
NL.IMRO.0971.BPBramertNoordF1-0003
Status:
vastgesteld
Datum:
23 juni 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Beeldkwaliteitplan
6
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
33
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai
101
Bijlage 4
Beoordeling geur veehouderijen
140
Bijlage 5
Onderzoek externe veiligheid
159
Bijlage 6
Advies veiligheidsregio Zuid-Limburg
198
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
211
Bijlage 8
Quickscan flora en fauna
282
Bijlage 9
Notitie beoordeling stikstof
314
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
3
4
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
5
Bijlage 1
6
Beeldkwaliteitplan
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
Beeldkwaliteitsplan Openbare Ruimte Bramert-Noord Januari 2022
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
onderdeel: Beeldkwaliteitplan Bramert-Noord projectnr.: NL ST-901.002 opdrachtgever: Gemeente Stein datum: 2022-01-05 getekend: EQ gecontroleerd:
2
JV
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Inhoud
1. Aanleiding 2. Beeldkwaliteitsplan 2.1 Uitgangspunten stedelijke en landschappelijke visie 2.2. Drie beeldclusters en hun bouwstenen 2.2.1. Wonen aan de landelijke entree 2.2.2. Wonen aan het parkje 2.2.3. Wonen in de dorpsmantel 2.3
Uitwerking stedenbouwkundig plan
Bijlage A: Verantwoording parkeren
3
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
1. Aanleiding A
B
C
D
4
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
2. Beeldkwaliteitplan Bramert Noord wordt een bijzonder groene woonwijk aan de dorpsrand van Urmond (gemeente Stein). In de gehele wijk is het landelijke karakter voelbaar. De entree van de woonwijk ligt aan de Molenweg-Zuid, alwaar de woningen uitkijken op het Julianakanaal. De nieuwe woningen liggen aan een bloemrijke berm met enkele fraaie bomen. Bij de ingang markeert een grote lindeboom het entree gebied. Overal in de wijk ligt een bestrating van gemêleerde straatbakstenen, hetgeen bijdraagt aan een landelijke uitstraling en langzaam rijdend verkeer. Wandelaars worden door de parkachtige woonomgeving geleid over half verharde paden. In het hart van de wijk krijgt de opvang van hemelwater vorm door wadi’s, gedecoreerd met grote Maaskeien en mogelijkheden tot natuurlijk spelen. Rondom de wadi’s vinden diverse boomsoorten hun plek, waardoor de woningen hier uitkijken op een natuurlijk en informeel decor. Dieper de wijk in opent weer een nieuwe sfeer, waar geclusterde woningen omgeven zijn door boomgaarden, die van oudsher aan de dorpsranden geplant werden. De clustering vindt plaats in de vorm van hofjes (brinkjes), een verwijzing naar oorspronkelijke dorpspleinen.
De boomgaarden zijn omzoomd met Limburgse (gemengde) hagen, die overigens de begrenzing van de gehele wijk bepalen op een binnen het plaatselijke landschap passende en zachte manier. In de hele wijk wordt de biodiversiteit bevorderd, doordat de oorspronkelijke agrarisch functie plaatsmaakt voor het gebruik van bloemrijke bermen, een diversiteit aan bomen, boomgaarden en Limburgse gemengde hagen. De Limburgse gemengde hagen, die begrenzing geven aan de openbare ruimte, hebben overal een hoogte van 1,0 m. Zij komen op gemeentelijk eigendom te groeien en worden zodoende ook door de gemeente onderhouden. De hagen bieden dekking aan diverse vogelsoorten, insecten, zoogdieren en reptielen. De verlichting zal worden aangebracht naar de standaard van de gemeente Stein, echter op een vleermuisvriendelijke manier. In de openbare ruimte vindt de oppervlakkige afstroming van hemelwater plaats naar de aanwezige wadi’s. Op schaal van de kavels komt er een verplichting tot hergebruik van hemelwater, of infiltratie hiervan op het eigen erf.
Op de linkerpagina: Kaart 1:Visieschets Bramert Noord, naar aanleiding waarvan het beeldkwaliteitsplan van de openbare ruimte wordt opgesteld. Kaart A t/m D geven stapsgewijs aan hoe de nieuwe wijk landschappelijk wordt ingepast en de verbinding naar het dorp wordt gemaakt: A. agrarische sfeer t.o.v. parkachtige sfeer Molenpark. B. Entrees vanuit de Molenweg Zuid naar de woonwijk. C. Recreatieve routes verbinden de wijk met zichtpunten naar omringend landschap en naar het Molenpark. D.Verschillende woonsferen op basis van landschappelijke kenmerken en een groene inbedding door de hele wijk en aan de dorpsrand door aanplant van boomgaarden.
Kaart 2: De hoofdstructuur van de ontsluiting: Wegen worden uitgevoerd als dorpse wegen met een groene berm. Hiermee is dus geen sprake van een standaard stoeprijweg-stoep profiel. De hoofdweg heeft overal in de wijk een breedte van 4,80m. De gebakken sierbestrating zorgt voor een landelijke sfeer, waar ook fietser en voetgangers zich thuis voelen en de auto te gast is. Dit wordt versterkt door het creëren van éénrichtingsverkeer aan de ‘bovenweg’ van het parkje, die tien kavels aan de noordkant ontsluit. Deze weg is vormgegeven als een woonpad en heeft een breedte van 3,85m. Wandelpaden lopen door de gehele woonwijk, parallel aan de hoofdstructuur van de wegen. Zij vervolgen hun recreatieve route verder het landschap in naar de boomgaarden, markante uitzichtplekken en het Molenpark. Het aantal parkeerplekken in de wijk is berekend aan de hand van een norm van 1,85 voor de 15 huurwoningen en een norm van 2,1 voor de 35 koopwoningen. Binnen deze normen wordt voor alle woningen 1 parkeerplaats op het eigen erf gerealiseerd. Daarbovenop is nog een norm van 0,3 extra in de openbare ruimte voorzien.
5
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
6
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Opbouw Beeldkwaliteitsplan van de openbare ruimte Het beeldkwaliteitsplan van de openbare ruimte is opgebouwd uit drie verschillende beeldclusters, die voortvloeien uit de onderscheiden woonsferen van de woonwijk. De eerste beeldcluster is Wonen aan de groene entree (I). Hieronder vallen de woningen die gelokaliseerd zijn aan Molenweg Zuid en met hun achterzijde het entreegebied ingaan. De tweede beeldcluster is Wonen aan het parkje (II). Hieronder vallen de woningen die uitkijken op en grenzen aan de centrale groene zone alwaar de wadi’s liggen in een parkachtige structuur. De derde beeldcluster is Wonen in de dorpsmantel (III). Hieronder vallen woningen die uitkijken op het landschap en de geclusterde woningen die als hofjes in de boomgaard zijn ingebed.
1.
2.
3.
Op de volgende pagina’s wordt dieper ingegaan op hun specifieke eigenschappen aan de hand van de doorsneden zoals aangegeven op de plankaart (zie kaart hiernaast). Nb. Op basis van dit beeldkwaliteitplan is een stedenbouwkundig plan gemaakt. Door de afwijkingen van het stedenbouwkundig plan ten opzichte van het schetsontwerp zijn enkele aanpassingen aan het beeldkwaliteitplan doorgevoerd. Deze zijn omschreven in paragraaf 2.3 van dit document.
Kaart 3: een overzicht van drie verschillende doorsneden binnen de woonwijk, die elk een andere beeldcluster representeren met zijn eigen structuur en sfeer: 1. Beeldcluster Wonen in aan de groene entree; 2. Beeldcluster Wonen aan het parkje; 3. Beeldcluster Wonen in de dorpsmantel.
7
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein 2.2. Drie beeldclusters en hun bouwstenen
2.2.1. Wonen aan de landelijke entree Molenweg Zuid Het bestaande lint aan de Molenweg Zuid is doorgetrokken met nieuwe kavels, waar woningen uitkijken op het beeldbepalende Julianakanaal. In tegenstelling tot het bestaande lint, waar verschillende stijlen in tuinen tot aan de weg voeren, is een gemeentelijke bermzone met een aantal bomen voorzien. Deze zorgt voor een eenduidige begrenzing. De berm zal bloemrijk en kleurrijk zijn met een inheems mengsel, bestaande uit o.a. klaprozen, gele honingklaver en korenbloemen. Enkele fraaie lindebomen geven de berm een meer besloten karakter. Lindebomen gaven van oudsher aan waar de bodem vruchtbaar was voor akkerbouw en verwijzen op die manier naar de oorspronkelijke functie van het plangebied. Parkeren langs de Molenweg Zuid vindt plaats via groene inritten die ‘in de berm steken’.
1.
8
Doorsnede / Principeprofiel van de Molenweg-Zuid
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Doorsnede / Principeprofiel van het entreegebied Entreegebied De entree naar de wijk is ruim opgezet en heeft een groen karakter. Het groen vloeit als het ware de wijk in en is bij de entree gemarkeerd door een extra grote lindeboom. Deze inheemse soort heeft betekenis als gemeenschapsboom en is veel op boerenerven gebruikt, waardoor deze past binnen de beoogde landelijke sfeer die kenmerkend is voor de woonwijk. Parkeren vindt deels plaats op de eigen kavel en deels geclusterd in de wijk. Bij het binnengaan van de wijk valt het zicht op de zijkanten van de twee kavels die grenzen aan de hoofdweg. Om dit beeld eenduidig en groen te houden, worden hier ook gemeentelijke hagen geplaatst. In verband met de gewenste privacy voor de betreffende twee woningen mag echter achter deze gemeentelijke haag een hogere afscherming worden geplaatst tot 1,80m, in de vorm van een met klimop begroeid hekwerk of vergelijkbaar.
1.
9
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Doorsnede / Principeprofiel van de woningen aan het parkje 2.2.2 Wonen aan het parkje In het hart van de wijk vormt een parkje met verschillende boomsoorten (wilg, berk, amberboom) het decor waar de woningen op uitkijken. Zij staan rondom de groene wadi’s, die zorgdragen voor het natuurlijk opvangen van regenwater. In en rondom de wadi’s ontstaan kansen voor biodiversiteit rondom de nattere vegetatie en de dynamiek van het regenwater. Indien deze vegetatie bloemrijk en voldoende dekkend is, kan de wadi dienst doen als ecologische verbindingszone voor kleine zoogdieren, amfibieën en vlinders. Grote Maaskeien en boomstammen passen in dit geheel als decoratie, maar ook als mogelijkheid voor kinderen om te spelen. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst, dat in geval het regenwater permanent in de wadi’s blijft staan (door een mogelijk slechte doorlatendheid van de bodem), de veiligheid van spelende kinderen niet in het gedrang komen en dit in een vervolguitwerking aandacht krijgt.
2.
Wandelroutes lopen langs deze parkachtige zone, die als verbindende schakel wordt doorgetrok¬ken verder de woonwijk in. De paden zijn aan weerszijden omgeven door bloemrijke bermen. Deze berm vormt ook de groene scheiding met de verharde rijbaan.
10
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Wonen vindt aan de noordzijde van het parkje plaats in ruime twee- onder één kappers, gelegen aan de rustige eenrichtingsweg, die aanvoelt als een woonpad. Aan de zuidzijde van het parkje, waar voorheen de rijwoningen gepland waren, is een nieuwe verkaveling toegepast. Het wonen aan deze landelijke hoofdweg vindt nu plaats in de vorm van diverse twee- en drie- onder één kappers.
Parkeren in het parkje Alle woningen rondom het parkje zijn voorzien van een eigen parkeerplaats (1), maar daarbovenop is parkeren mogelijk in de openbare ruimte (zie afbeelding links, voor een uitgebreidere omschrijving van de parkeernorm, zie bijlage A). Dit vindt geclusterd plaats in het groen, om het zicht op ‘blik’ zoveel mogelijk te voorkomen. Hiervoor wordt ruimte tussen de kavels vrijgehouden. Geclusterd parkeren aan weerszijden van het parkgebied heeft hier de voorkeur boven centraal parkeren in de wijk. Zo kunnen niet alleen alleen de bewoners van de kavels gelegen aan het parkje van de parkeerplekken gebruikmaken, maar ook de bewoners van de aangrenzende vrije kavels van de Molenweg Zuid (westzijde) en de vrije kavels met het uitzicht naar het landschap (oostzijde).
11
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Doorsnede / Principeprofiel van woningen in de dorpsmantel 2.2.3 Wonen in de dorpsmantel Dieper de wijk in gaat het groene karakter over in een nieuwe sfeer, die gezien de ligging aan de rand van het agrarisch gebied nog landelijker is ingericht. Binnen deze beeldcluster vertakken de wegen zich zoals landwegen dat in de nabijheid ook doen. Bij de kruising kan de vertakking geaccentueerd worden met een bijzondere boom.Wonen vindt hier plaats in twee varianten: A. vrije kavels: deze kavels zijn ruim van opzet en naast elkaar gelegen aan de hoofdontsluiting. Hun achtertuinen grenzen direct aan het omliggende agrarische landschap, op de twee hoekkavels na. Deze grenzen aan de achterzijde aan de aanliggende kavels en kijken aan de voorzijde uit op een groen tafereel van wadi’s en bijbehorende bomen. Hierachter beginnen de boomgaarden, waar de woningen van type B ingebed zijn.
3.
B. geclusterde kavels: deze kavels zijn gelegen rondom een hofje (brink). De laatste is een verwijzing naar de open ruimte in een (dorps) nederzetting (brink), die tegenwoordig vaak omgevormd is naar een dorpsplein en dus een gemeenschappelijke functie heeft.
12
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
De meest beeldbepalende kwaliteit van wonen in de dorpsmantel is de aanplant van boomgaarden in hoogstamvorm, die de brinken omgeven met bijzonder groene en besloten karakter. De keuze voor onderhoudsvriendelijke soorten geniet hierin de voorkeur, zoals de walnotenboom, de (tamme) kastanje, sierpruimen en sierkersen (beiden niet vruchtdragend). Deze soorten zijn in het voorjaar voorzien van een fraaie bloesem, maar zij behoeven niet het onderhoud dat hoort bij vallend rijp fruit. De hoogstamboomgaarden kunnen ecologisch gezien een aantrekkelijke leefomgeving vormen voor broedvogels, zoogdieren, dagvlinders en (hogere) planten. Dit wordt versterkt door een verscheidenheid aan rassen en soorten fruitbomen te kiezen en door de aanwezigheid van het water in de nabijgelegen wadi’s en door de groene omheining in de vorm van hagen. Om de boomgaarden heen, maar ook om de andere perceelsgrenzen van de gehele woonwijk, begrenzen Limburgse gemengde hagen de rand op een landelijke manier. Visueel vormen zij de zachte verbinding met het omliggende Limburgse landschap. Wandelpaden lopen door de boomgaard naar uitzichtpunten en sluiten aan op bestaande wandelroutes richting het Molenpark.
13
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Parkeren in de dorpsmantel Parkeren vindt geclusterd plaats in het centrum van de hofjes. Dit kan groen worden ingepast, zodat het zicht op de auto’s wordt verzacht en geminimaliseerd. In de plankaart is te zien, dat met de parkeernorm van 1,1 bovenop de eigen kavel, nog ruimschoots plek is voor een natuurlijke invulling van de hofjes (zie kaart, voor een uitgebreidere omschrijving van de parkeernorm, zie bijlage A).
14
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
15
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein 2.3 Uitwerking stedenbouwkundig plan Het schetsontwerp is vertaald naar een maatvast stedenbouwkundig plan, waarin het plangebied is verkaveld en ontwerpprincipes zijn geïnterpreteerd. Langs de Molenweg Zuid zijn 5 vrije kavels gesitueerd.Verder de wijk in volgend eerst aan de zuidgrens van het plangebied twee-onder-een-kap woningen en aan de noordgrens geschakelde woningen. In oostelijke richting worden woningen in clusters ingepast in het omliggende landschap. Door de afwijkingen van het stedenbouwkundig plan ten opzichte van het schetsontwerp zijn enkele aanpassingen aan het beeldkwaliteitplan doorgevoerd. In deze paragraaf wordt de beeldkwaliteit van het stedenbouwkundig plan besproken.
16
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
17
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Drie beeldclusters en hun bouwstenen
2.3.1. Wonen aan de landelijke entree Molenweg Zuid Het bestaande lint aan de Molenweg Zuid is doorgetrokken met nieuwe kavels, waar woningen uitkijken op het beeldbepalende Julianakanaal. De rooilijn van de bestaande bebouwing is daarbij aangehouden om een eenduidig beeld in de straat te creëren. In tegenstelling tot het bestaande lint, waar verschillende stijlen in tuinen tot aan de weg voeren, is een brede bermzone met een aantal bomen voorzien. De berm is bloem- en kleurrijk bestaande uit een inheems mengsel met o.a. klaproos, gele honingklaver en korenbloem. Enkele fraaie lindebomen geven de berm een meer besloten karakter. Een lage haag op de erfgrens zorgt voor de afscherming tussen privé en openbare ruimte.
1.
18
Doorsnede / Principeprofiel van de Molenweg-Zuid
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Doorsnede / Principeprofiel van het entreegebied Entreegebied De entree naar de wijk is ruim opgezet en heeft een groen karakter. Aan de overgang tussen de entree en het achterliggende park staat een grote lindeboom, die de entree extra karakter geeft. Parkeren vindt deels plaats op eigen kavel en deels geclusterd in de wijk. Een losliggende voetpad zorgt voor een verbinding voor voetgangers tussen de Molenweg Zuid en het achterliggende gebied. De berm bestaat uit bloem- en kruidenrijke vegetatie. Bij het binnengaan van de wijk valt het zicht op de zijkanten van de twee kavels die grenzen aan de weg. Om dit beeld eenduidig en groen te houden, worden hier gemeentelijke hagen geplaatst. In verband met de gewenste privacy voor de betreffende twee woningen mag echter achter deze gemeentelijke haag een hogere afscherming worden geplaatst tot 1,80m, in de vorm van een met klimop begroeid hekwerk of vergelijkbaar.
2.
19
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Doorsnede / Principeprofiel van de woningen aan het parkje 2.3.2 Wonen aan het parkje In het hart van de wijk is ruimte voor regenwateropvang in de vorm van waterbuffers, ingebed in een parkachtige omgeving waar kansen ontstaan voor biodiversiteit en nattere vegetatie. Enkele losse bomen en boomgroepen zorgen voor een parkachtige uitstraling. Grote Maaskeien en boomstammen passen in dit geheel als decoratie en als mogelijkheid voor kinderen om te spelen. Bij langdurige aanwezigheid van oppervlaktewater in de buffer dient de veiligheid van spelende kinderen gewaarborgd te worden. Afscheidingen tussen privétuinen en de openbare ruimte is vormgegeven met lage hagen. Aan de zuidzijde van het perceel is plek voor een groene ruimte tussen erfgrens en openbare weg.
3.
Langs de straten worden geen stoepen aangelegd, maar er zijn wandelpaden door de parkzone voorzien.Voetgangers kunnen zich via deze paden veilig door het gebied bewegen.
20
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Wonen vindt aan de noordzijde van het parkje plaats in geschakelde woningen, gelegen aan een éénrichtingsweg die aanvoelt als een woonpad. De achterzijde van deze kavels grenst aan het landschap en dient zorgvuldig ingepast te worden, met hagen en enkele bomen. Aan de zuidzijde van het parkje vindt wonen plaats in de vorm van diverse twee-onder-een kappers, aan een landelijke hoofdweg.
Parkeren aan het parkje Aan de beide randen van het parkje zijn vier parkeervoorzieningen gesitueerd. Deze parkeervoorzieningen worden ingepast in het groen met een haag en enkele bomen. Ze grenzen niet direct aan een woonkavel, om ook groene ruimte rondom te behouden.
21
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein Doorsnede / Principeprofiel van woningen in de dorpsmantel 2.3.3 Wonen in de dorpsmantel Achter de parkachtige zone gaat de wijk over in een nieuwe, landschappelijke sfeer met zowel vrije, als enkele geclusterde kavels. Hier vertakken wegen zich zoals ook de landwegen in de nabijheid dat doen, waarbij kruisingen worden geaccentueerd door solitaire bomen of boomgroepen. Aan de zuidwestgrens van het plangebied zijn enkele vrije kavels gesitueerd. De voortuinen van deze kavels grenzen aan het landschap en het is daarom van belang dat de erfafscheidingen in de vorm van lage hagen hier worden aangebracht. De woningen kijken uit over een open landschap, waar solitaire bomen en boomgroepen in geplaatst zijn. Hier is ruimte voor natuurlijk spelen en eventueel wateropvang. Beplanting bestaat verder uit een mengsel van bloemen en kruiden.
4.
De geclusterde kavels zijn ontsloten via een vertakking van de hoofdweg, door de situering van de kavels is een keermogelijkheid temidden van deze clusters noodzakelijk. Door de ligging in het open landelijk gebied is een hoge erfafscheiding hier niet gewenst.
22
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Parkeren is bij ieder cluster mogelijk in de vorm van een kleine, door hagen omsloten parkeegelegenheid, die uitgevoerd in grasbetontegels een groen karakter krijgt. De landerijen vormen ecologisch gezien een aantrekkelijke leefomgeving voor broedvogels, zoogdieren, dagvlinders en (hogere) planten. Door de aanwezigheid van water in de nabijgelegen regenwateropvang en door de groene omheiningen in de vorm van hagen, wordt in combinatie met de keuze voor hoogstamfruitbomen deze aantrekkelijke leefomgeving nog meer versterkt. Rondom de clusters, maar ook om de andere perceelsgrenzen van de gehele woonwijk, begrenzen Limburgse gemengde hagen de rand op een landelijke manier. Visueel vormen zij de zachte verbinding met het omliggende Limburgse landschap. Wandelpaden lopen door het gebied naar uitzichtpunten en sluiten aan op bestaande wandelroutes richting het Molenpark.
23
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
Bijlage A Het aantal parkeerplekken is berekend aan de hand van onderstaande norm: 1. Norm van 1,85 voor de 15 huurwoningen: dit zijn 28 parkeerplaatsen, die in de openbare ruimte worden gerealiseerd. 2. Norm van 2,1 voor de 35 koopwoningen: dit zijn 74 parkeerplekken, waarvan 46 op eigen terrein. Dat wil zeggen dat er 28 parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden gerealiseerd. 3. Norm van 0,3 extra in de openbare ruimte, geldend voor alle woningen: dit zijn 15 parkeerplekken bovenop bovenstaande aantallen. In totaal worden er dus 71 parkeerplekken in de openbare ruimte gerealiseerd, naast het parkeren op eigen terrein.
24
Beeldkwaliteitsplan Bramert-Noord Gemeente Stein
25
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1
33
Verkennend bodemen asbestonderzoek Perceel Bramert-Noord te Urmond (gemeente Stein)
Verkennend bodemen asbestonderzoek Perceel Bramert-Noord te Urmond (gemeente Stein)
Rapportnummer:
E204464.010/HWO
Datum:
22 maart 2021
Naam opdrachtgever:
Gemeente Stein, ir. L. Fuchs
Adres opdrachtgever:
Postbus 15, 6170 AA te STEIN
Contactpersoon Aelmans Eco B.V.:
de heer ing. H.J.J.G.M. Wolfs
Monstername door:
Jerôme Kroonen en Sjoerd Biesmans
Datum monstername:
1 maart 2021
KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37
Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55
Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260
info@aelmans.com
www.aelmans.com
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het onderzoek.......................................................................................................... 2 1.3 Opzet van het onderzoek en de rapportage .......................................................................... 2
2
Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie............................................. 3 2.1 Vooronderzoek ....................................................................................................................... 3 2.2 Onderzoekshypothese ............................................................................................................ 6 2.3 Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 7
3
Opzet veldonderzoek .......................................................................................... 9 3.1 Veldwerkzaamheden .............................................................................................................. 9 3.2 Resultaten veldwerkzaamheden ............................................................................................ 9
4
Resultaten en beoordeling chemische analyse ................................................... 12 4.1 Toetsing van de analyseresultaten ....................................................................................... 12 4.2 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................ 14
5
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 16 Figuur 1
Ligging onderzoekslocatie
Figuur 2
Situatie onderzoekslocatie met ligging boorpunten
Bijlage 1
Analysecertificaten grond
Bijlage 2
Profielbeschrijving boorpunten
Bijlage 3
Getoetste analyseresultaten grond conform BoToVa
Bijlage 4
Verklaring van functiescheiding
Bijlage 5
Foto’s
E204464.010/HWO
1 Inleiding 1.1
Opdrachtverlening Aelmans Eco B.V. heeft in opdracht van ir. L. Fuchs, namens de gemeente Stein, het verzoek gekregen een verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren ten behoeve van een bestemmingsplanwijziging voor het bouwen van een 50-tal woningen in “Bramert-Noord” te Urmond (gemeente Stein). Vanwege de beoogde bestemmingsplanwijziging van het te onderzoeken plangebied, dienen diverse onderzoeken uitgevoerd te worden teneinde het mogelijk te maken voor het bevoegd gezag of het mogelijk is om onderhavig gebied in te richten ten behoeve van woondoeleinden. Een van de alhier uit te voeren onderzoeken betreft een bodemonderzoek. Hiertoe is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd conform de Nederlandse Normen NEN-5707 en NEN-5740. In dit rapport dient te worden nagegaan wat de chemisch-analytische kwaliteit van de grond is op de betreffende locatie. Het onderzoeksrapport maakt deel uit voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Daarnaast dient middels onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. Aelmans Eco B.V. is gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten.
Aelmans Eco B.V., of de overige aan dit bedrijf gelieerde ondernemingen binnen de Aelmans Adviesgroep, verklaren hierbij geen eigenaar van onderhavige locatie te zijn dan wel op enige andere wijze een (privaatrechtelijke) relatie te hebben met onderhavige locatie. Op basis hiervan wordt voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL-SIKB 2000. Een verklaring van functiescheiding is opgenomen in bijlage 4. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze certificatie-instelling Normec Certificatie (info-cert@normec.nl).
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
1
E204464.010/HWO
1.2
Doel van het onderzoek Het doel van een verkennend bodemonderzoek is vaststellen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is verontreinigd, en zo ja of de concentraties van de onderzochte componenten aanleiding vormen voor het instellen van een nader onderzoek.
1.3
Opzet van het onderzoek en de rapportage Onderhavig onderzoek is onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2018: “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen Bodem die eveneens bepalend zijn voor het uitvoeren van het bodemonderzoek. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt: “Bodem-Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” (NEN-5725); “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740); “Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen” (NEN-5707). In onderhavige rapportage zijn de volgende onderzoeksonderdelen te onderscheiden: 1. vooronderzoek betreffende de terreinsituatie (hoofdstuk 2); 2. opstellen van een hypothese aangaande de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging (hoofdstuk 2); 3. opzet onderzoek (hoofdstuk 3); 4. resultaten en beoordeling chemische analyses (hoofdstuk 4); 5. interpretatie van de onderzoeksgegevens (hoofdstuk 4). Het onderzoek wordt afgerond met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
2
E204464.010/HWO
2 Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie 2.1
Vooronderzoek 2.1.1 Algemene terreingegevens De ligging van de onderzoekslocatie is in figuur 1 weergegeven op een plattegrond (Google Maps) en op een overzicht van de boorlocaties in figuur 2. Het te onderzoeken plangebied betreft een aaneengesloten terrein van circa 50.000 m² groot (oftewel 5,0 hectare), alwaar men voornemens is om een 50-tal woningen te realiseren. 2.1.2 Omgeving van het terrein De onderzoekslocatie is gelegen ten noorden van het kerkdorp “Urmond”. Het te onderzoeken perceel wordt aan de westzijde begrensd door de Molenweg-Zuid. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevinden zich enkele woningen met tuinen. Voor het overige wordt het te onderzoeken plangebied begrensd c.q. ingesloten door percelen landbouwgrond. Op enige afstand van het te onderzoeken perceel bevindt zicht de Louisegroeveweg (voornoemde weg grenst niet aan de onderzoekslocatie). De omgeving kan worden beschreven als (woon)bebouwing, omgeven door een agrarisch buitengebied. 2.1.3 Vroeger en huidig gebruik Omtrent de historische informatie van het terrein, is gebruik gemaakt van de voorhanden zijnde bodem- en milieudossiers bij de gemeente Stein. Daarnaast is gebruik gemaakt van en enkele eerdere bodemonderzoeken. Het te onderzoeken perceel betreft een aaneengesloten terrein dat voornamelijk in gebruik is als zijnde landbouwgrond.
Uit de voorhanden zijnde informatie blijkt, dat onderhavig terrein in het verleden tevens gebruikt is als akkerbouwland. Voor zover bekend c.q. te achterhalen valt hebben op onderhavig perceel geen bodembedreigende bedrijfsactiviteiten plaats gevonden. Daarnaast hebben geen boven- of ondergrondse opslagen van oliën plaatsgevonden.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
3
E204464.010/HWO
Overige onderzoeken In 2008 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Bramert Noord te Stein. Voornoemde onderzoek is uitgevoerd door Oranjewoud, rapportnr. 1557-152577, april 2008 (revisie 2). Het huidige te onderzoeken plangebied is destijds geheel onderzocht. De totale oppervlakte van het toenmalig uitgevoerd onderzoek bedroeg 30 hectare. Het toenmalige onderzoek bevond zich feitelijk tussen de huidige woonkern van Urmond aan de zuidzijde en Bergerweg aan de Noordzijde. Uit de analyseresultaten van het toenmalige onderzoek is gebleken, dat in diverse grondmengmonsters lichte overschrijdingen met diverse zware metalen en incidenteel PAK zijn aangetroffen. Daarnaast worden marginaal verhoogde concentraties EOX aangetroffen. In het merendeel van de samengestelde grondmengmonsters zijn echter geen overschrijdingen aangetroffen. In 2006 / 2007 is door Aelmans Eco B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van diverse landbouwpercelen en de agrarische bedrijfskavel gelegen langs de Molenweg. De bevindingen van dit onderzoek staan verwoord in rapportnr. 07/01021/V/E/HW, d.d. 30 maart 2007. Uit de bevindingen van voornoemd onderzoek blijkt, dat de bovengrond plaatselijk licht met koper en zink verontreinigd is (één grondmengmonster).
In het merendeel van de onderzochte grondmengmonsters van de bovengrond, zijn geen overschrijdingen aangetroffen. In de onderlagen (vanaf 0,5 tot 2,0 m-mv) zijn lichte overschrijdingen met nikkel aangetroffen, doch in het merendeel van voornoemde grondmengmonsters zijn eveneens geen verhoogde parameters aangetroffen. Ter plaatse van het agrarisch bedrijf zijn in de stolverharding lichte overschrijdingen met cadmium, zink, PAK en minerale olie aangetroffen. In de oorspronkelijke bodem worden geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. Verkennend bodem- en asbestonderzoek aan de Molenweg Zuid ong. (weiland) te Urmond, rapportnr. E141136.002/HWO, d.d. 5 augustus 2014, uitgevoerd door Aelmans Eco B.V. Uit de bevindingen van dit onderzoek blijkt, dat in de bovengrond geen overschrijdingen worden aangetroffen. In één van de twee grondmengmonsters van de ondergrond blijkt, dat een licht verhoogde concentratie kobalt en nikkel wordt aangetroffen.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
4
E204464.010/HWO
2.1.4 Asbest Voor zover bekend, hebben op de onderzoekslocatie in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben verwerkt of geproduceerd. Daarnaast is niets bekend over mogelijke stortingen of ophogingen met asbesthoudend materiaal en/of asbestbuizen in de bodem. Voor zover bekend, hebben zich in het verleden geen calamiteiten (bv. brand of explosies) voorgedaan waarbij asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. Om voornoemde bevindingen te kunnen bevestigen, zal tijdens het uit te voeren bodemonderzoek zintuiglijk onderzoek plaatsvinden naar mogelijke asbestresten in de bodem. Binnen de contourgrenzen van het te onderzoeken plangebied zijn geen bouwwerken of opstallen aanwezig alwaar asbesthoudende golfplaten zijn toegepast als dakbedekking.
2.1.5 Terreininspectie Op 1 maart 2021 is voorafgaande aan de grondboringen, door een medewerker van Aelmans Eco B.V. een terreininspectie verricht. De onderzoekslocatie betreft een aaneengesloten perceel landbouwgrond dat voornamelijk in gebruik is al weiland. Visueel zijn aan het aardoppervlak van het te onderzoeken gebied, geen bodemvreemde materialen dan wel verontreinigingen aangetroffen. Ten behoeve van het asbestonderzoek, is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van deze inspectie, zijn eveneens geen asbestverdachte materialen aan het aardoppervlak aangetroffen. De inspectie-efficiëntie wordt geschat op 90%.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
5
E204464.010/HWO
2.1.6
Bodemsamenstelling en hydrologische gegevens
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie is gelegen op circa 50 M +NAP. De regionale en de geohydrologisch situatie in het gebied is als volgt. Tabel 2.1.6: Schematische voorstelling regionale bodemopbouw en geohydrologie Globale diepte
Omschrijving
(m-mv)
bodemopbouw
0 – 10 m.
löss
Geologische formatie
Geohydrologie
formatie van Twente
matig doorlatende
Afzettingen van Laagterras
1e watervoerende pakket
deklaag 10 - 120 m.
Grindrijke afzettingen
en Middenterras 120 - 170 m.
Fijne, vaak silt- en
170 – 220 m.
klei- en glauconiethoudend
220 – 330 m.
kalksteen
Breda
matig doorlatende
Rupel van Tongeren
scheidende laag
Gulpen, Maastricht en
2e watervoerende pakket
kleihoudende zanden
deklaag
zand Houthem 330 – 400 m.
Uiterst fijnzandig en lemig
Vaals en Aken
materiaal > 400 m.
Matig doorlatende laag (plaatselijk watervoerend)
Schalierijke afzettingen
Carboonafzetting
ondoorlatende basis
Bron: Dienst Grondwateronttrekking TNO, 1985, kaartblad 60W
Op basis van de geraadpleegde grondwaterkaarten (TNO, 1985) en de topografisch kaart blijkt, dat de stijghoogte van het grondwater in het eerste watervoerende pakket op circa 20 m+ NAP wordt aangetroffen, overeenkomend met circa 30 m-mv. De overheersende grondwaterstromingsrichting in het eerste watervoerende pakket, is globaal noordwestelijke gericht (richting de Maas). De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
2.2
Onderzoekshypothese 2.2.1 Grond en grondwater Gelet op het vroegere en huidige gebruik van het terrein, het historisch vooronderzoek, de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en de terreininspectie luidt de onderzoekshypothese, dat er geen specifieke bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden, oftewel dat de locatie als “onverdacht” kan worden beschouwd. 2.2.2 Asbest Op basis van de historische feiten kan worden geconcludeerd, dat de locatie als “onverdacht” kan worden beschouwd voor asbest.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
6
E204464.010/HWO
2.2.3 PFAS De te onderzoeken (boven)grond is te allen tijde diffuus verdacht op aanwezigheid van PFAS. De bovengrond kan door middel van atmosferische depositie diffuus verontreinigd geraakt zijn met gehaltes boven de PFAS bepalingsgrens. Dit geldt met name voor de geroerde bovengrond, echter kan ongeroerde bovengrond niet worden uitgesloten. Specifieke verontreinigingen met voornoemde stoffen zijn binnen de contourgrenzen van onderhavig plangebied echter niet te verwachten.
2.3
Onderzoeksstrategie 2.3.1 Grond en grondwater Bij de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de strategie voor grootschalige onverdachte locaties, uitgaande van de terreinoppervlakte is conform de NEN-5740/A1 (tabel 4.1 grootschalig onverdacht) een keuze gemaakt voor het aantal boringen en grondmonsters. De richtlijn met betrekking tot het uitvoeren van bodem- en grondwateronderzoek schrijft voor, dat grondwateronderzoek dient plaats te vinden indien het freatisch grondwater zich op minder dan 5,0 m-mv bevindt. Dit is op de onderzoekslocatie niet het geval. Hiertoe zullen de beoogde peilbuizen vervangen worden door boringen tot een diepte van 2,0 m-mv. Asbestonderzoek Bij de onderzoeksstrategie voor asbest is uitgegaan van de NEN-5707 (onverdacht). Daar ter plaatse van het te onderzoeken perceel geen bedrijfsactiviteiten hebben plaatsgevonden, is besloten om de grond van de geplande boringen vooraleerst te beoordelen op de aanwezigheid van asbest verdachte materialen en geen inspectiegaten te graven. Naar aanleiding van de visuele bevindingen tijdens de uitvoering van het onderzoek, kan alsnog besloten worden om over te gaan tot het graven van inspectiegaten, een en ander in overleg met opdrachtgevers. In tabel 2.3.1 is een overzicht opgenomen van de te verrichten boringen, de diepte tot welke deze zullen worden verricht en de voorgenomen uit te voeren analyses.
Tabel 2.3.1: Onderzoeksstrategie Bouwplan Bramert Noord te Urmond Oppervlakte te onderzoeken terrein
Aantal boringen
Diepte
Aantal
boringen
analyses1)
Analysepakket
(m-mv) circa 50.000 m²
21
0,0 – 0,5
4
NEN-5740 pakket grond +PFAS
10
0,0 – 2,0
3
NEN-5740 pakket grond
(5,0 hectare)
1) aantal analyses is afhankelijk van zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
7
E204464.010/HWO
In tabel 2.3.2 zijn enkele relevante gegevens van de onderzoekslocatie samengevat. Tabel 2.3.2: Relevante gegevens project Projectnaam
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond
Projectcode
E204464
Huidig gebruik
Weilanden / landbouwgrond
Gebruik omgeving
Agrarisch buitengebied met omliggende woonbebouwing
Oppervlakte locatie
Circa 50.000 m²
Hoogteligging
Circa 50 meter +NAP
Grondwaterstand
Circa 30 meter +NAP
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
8
E204464.010/HWO
3 Opzet veldonderzoek 3.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2018: ”Locatie- inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. De veldwerkzaamheden zijn verder uitgevoerd volgens de Nederlandse norm Bodem. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt: “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740). De beschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 2.
3.2
Resultaten veldwerkzaamheden 3.2.1 Grond Tijdens de uitvoering van het veldwerk, zijn er geen aanwijzingen geweest om af te wijken van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in paragraaf 2.3.1. De boringen zijn met behulp van een edelmanboor op 1 maart 2021 geplaatst. In de figuren 2.1. en 2.2. is een overzicht opgenomen van de geplaatste boringen. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer J. Kroonen en de heer S. Biesmans (beide gecertificeerd en erkend voor de protocollen 2001 en 2018). De boringen 1 t/m 31 zijn systematisch verdeeld over de onderzoekslocatie. Visueel zijn tijdens de uitvoering van het onderzoek, geen verontreinigingen en/of afwijkende lagen aangetroffen. De bovengrond betreft veelal leemgrond met plaatselijk een zandig karakter. In de bovengrond worden sporadisch bijmengingen met kooltjes aangetroffen, voor het overige zijn visueel geen verontreinigingen waargenomen. Ter plaatse van de bodemlagen van de diepe boringen blijkt, dat veelal roestvlekken worden waargenomen. Voornoemde vlekken zijn veelal te wijten aan de slechte infiltratiecapaciteit van de ondergrond, vanwege het aantreffen van kleilagen (lees stugge leemgrond) op een diepte van 1,5 m-mv. Naar aanleiding van de visuele bevindingen, zijn uiteindelijk een 7-tal grondmengmonsters samengesteld die onderzocht zijn op het standaard NEN-5740 pakket voor grond.
De bovengrond is tevens aanvullend op PFAS onderzocht.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
9
E204464.010/HWO
Tabel 3.2.1: Overzicht veldwerk en chemische analyse Analyse-
Bodem
monster
opbouw
01
02
03
04
05
leem
leem
leem
leem
Leem / klei
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 03 (0,00 - 0,50),
PFAS (30) advieslijst 12
15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50),
juli, Standaardpakket incl.
18 (0,00 - 0,50), 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50)
lu/os
04 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,25),
PFAS (30) advieslijst 12
12 (0,25 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50),
juli, Standaardpakket incl.
21 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50)
lu/os
07 (0,00 - 0,50), 08 (0,00 - 0,50), 09 (0,00 - 0,50),
PFAS (30) advieslijst 12
10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50),
juli, Standaardpakket incl.
24 (0,00 - 0,50)
lu/os
25 (0,00 - 0,50), 26 (0,00 - 0,50), 27 (0,00 - 0,50),
PFAS (30) advieslijst 12
28 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50), 30 (0,00 - 0,50),
juli, Standaardpakket incl.
31 (0,00 - 0,50)
lu/os
02 (0,50 - 1,00), 02 (1,00 - 1,50), 02 (1,50 - 2,00),
Standaardpakket incl.
15 (0,50 - 1,00) 15 (1,00 - 1,50), 15 (1,50 - 2,00),
lu/os
18 (0,50 - 1,00), 18 (1,00 - 1,50) 18 (1,50 - 2,00) 06
Leem / klei
05 (0,50 - 1,00), 05 (1,00 - 1,50), 07 (0,50 - 1,00),
Standaardpakket incl.
07 (1,00 - 1,50) 12 (0,50 - 1,00), 12 (1,50 - 2,00),
lu/os
21 (0,50 - 1,00), 21 (1,00 - 1,50) 21 (1,50 - 2,00) 07
Leem / klei
09 (0,50 - 1,00), 09 (1,00 - 1,50), 09 (1,50 - 2,00),
Standaardpakket incl.
24 (0,50 - 1,00) 24 (1,00 - 1,50), 24 (1,50 - 2,00),
lu/os
28 (0,50 - 1,00), 28 (1,00 - 1,50) 28 (1,50 - 2,00)
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
10
E204464.010/HWO
3.2.2 Algemene informatie uitgevoerde analyses De NEN-5740 onderscheidt de volgende analysepakketten; te weten één voor de grond (zowel de boven- als de ondergrond) en één voor het grondwater. Daar op de onderzoekslocatie geen grondwater binnen 5 m-mv aanwezig is, is uitsluitend het standaard NEN-5740 pakket voor grond van toepassing. De grondmengmonsters zijn derhalve onderzocht op de volgende componenten voor het standaard NEN-5740 pakket grond: zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); polychloorbifenylen (PCB); minerale olie (GC); droge stof; lutum en organische stof. De bovengrond van onderhavig perceel is tevens onderzocht op PFAS (advieslijst 12 juli 2019). De hierboven beschreven veldwerkzaamheden en de rapportage zijn uitgevoerd door Aelmans Eco B.V. te Voerendaal. De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB te Hoogvliet (RvA geaccrediteerd laboratorium). In bijlage 1 zijn de analysecertificaten toegevoegd. In de bijlage 3 zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
11
E204464.010/HWO
4 Resultaten en beoordeling chemische analyse 4.1
Toetsing van de analyseresultaten 4.1.1 Toetsingskader Wet Bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten van de grondmengmonsters en watermonsters dienen te worden getoetst aan de toetsingswaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versie van dit document. Deze waarden bestaan uit de interventiewaarde (I) en de achtergrondwaarde 2000 (AW2000). Voor grond moeten de toetsingswaarden worden berekend aan de hand van het organische stofgehalte en lutumgehalte. Bij de toetsing is gecorrigeerd aan het organische stofgehalte en lutumgehalte, welke in onderhavig bodemonderzoek zijn vastgesteld, zie bijlage 3. Voor de toetsing van de analyseresultaten wordt gebruik gemaakt van BOTOVA gevalideerde software. De analyseresultaten worden hierbij getoetst aan de volgende normen: Achtergrondwaarde (AW2000): Deze waarde geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Voor gemeten concentraties welke deze waarden overschrijden wordt de term “licht verhoogd” gebruikt. Interventiewaarde (I): Deze waarde geeft aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. De interventiewaarden bodemsanering geven het verontreinigingsniveau aan waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging.
Voor gemeten concentraties welke deze waarden overschrijden wordt de term “sterk verhoogd” gebruikt. Naast genoemde waarden wordt een index opgenomen. Dit is de quotiënt tussen de gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) en de interventiewaarden (index = (GSSD - AW) / (IW - AW)) . Een index beneden de 0,5 houdt in dat de GSSD (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index boven de 1 houdt in dat de GSSD boven de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de GSSD dicht bij de interventiewaarde ligt hetgeen in de praktijk veelal bestempeld kan worden als een overschrijding van de tussenwaarde. Laatstgenoemde kan, afhankelijk van de locatie specifieke omstandigheden, mogelijk aanleiding zijn voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
12
E204464.010/HWO
4.1.2 Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Op basis van een toetsing aan de Wet bodembescherming (Circulaire Bodemsanering) kan geen formele uitspraak gedaan worden over het hergebruik, verspreiden of toepassen van grond. Voor de feitelijke toetsing dienen de analyseresultaten van de grondmengmonsters te worden getoetst aan de normwaarden uit de tabel van het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (V.R.O.M.). Deze tabel met normwaarden is opgenomen in Regeling bodemkwaliteit (Rbk). Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versie van dit document. De standaard normwaarden kunnen worden verdeeld in de achtergrondwaarden (= AW2000), de maximale waarden wonen (= WO) en de maximale waarden industrie (= IN). De normwaarden zijn gebaseerd op risicobenadering. Uitgangspunt hierbij is een directe relatie tussen de (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. De betekenis van bovenvermelde normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden (AW2000): De achtergrondwaarden (AW2000) betreft ook wel de “altijd grens”. Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten van stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, welke niet belast zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die aan deze waarden voldoet is geschikt voor elk gebruik.
Maximale Waarden Wonen (WO): Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie wonen. Maximale Waarden Industrie (IN): Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie industrie. Indien het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de NEN-5740 mag het gelden als bewijsmiddel voor het aantonen van de kwaliteit van de ontvangende bodem, maar niet als bewijsmiddel van vrijkomende grond. Het verkennend bodemonderzoek is niet gelijk aan een partijkeuring. Bij een toepassing moet worden gekeken naar de (huidige) bodemkwaliteit van de ontvangende bodem en naar de vastgestelde bodemfunctieklasse (functiekaart van die gemeente). Hierbij geldt de strengste van de twee, om te bepalen of de partij mag worden toegepast. Bovengenoemde toetsing geldt als sprake is van generiek beleid. Indien voor de onderzoeks- en/of toepassingslocatie gebiedspecifiek beleid is vastgesteld, moet getoetst worden aan de door de gemeente vastgestelde Lokaal Maximale Waarden of achtergrondgrenswaarden.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
13
E204464.010/HWO
4.2
Interpretatie van de analyseresultaten 4.2.1 Algemeen Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar figuur 2 “Situatie onderzoekslocatie met ligging boorpunten”. Ten aanzien van de verrichte analyses wordt tevens verwezen naar het vermelde onder paragraaf 3.2 “Resultaten veldwerkzaamheden”. 4.2.2 Interpretatie analyseresultaten De analyseresultaten van de grondmengmonsters worden in onderstaande tabel samengevat. In de kolommen zijn alleen die parameters vermeld waarvan de concentraties minimaal hoger zijn dan de vastgestelde achtergrondwaarden vermeld in de Circulaire Bodemsanering (Wbb) en de maximale waarden zoals opgenomen in de Rbk. Met betrekking tot de index zijn alleen die waarden vermeld die boven de 0,5 liggen. Oordeel o.b.v. Circulaire: : concentratie < de achtergrondwaarde (AW2000), Index 0 dan wel < als 0; : concentratie > AW2000, Index ligt tussen 0 en 0,5; : concentratie > tussenwaarde, Index ligt tussen 0,5 en 1,0; : concentratie > interventiewaarden, Index groter dan 1,0. Oordeel o.b.v. Rbk/Bbk: : altijd toepasbaar dan wel voor alle gebruiksfuncties geschikt ≤ achtergrondwaarden (< AW2000); WO : geschikt voor de functie wonen ≤ maximale waarden wonen; IN : geschikt voor de functie industrie ≤ maximale waarden industrie; NT : niet toepasbaar dan wel voor geen gebruiksfunctie geschikt > maximale waarden industrie.
De analyseresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. Tabel 4.2.2: Samenvatting analyseresultaten grondmengmonsters Nr.
Boring + bodemlaag
Parameters >AW
(m -mv) 01
Conc.
Wbb
Bbk
(mg/kg ds)
01, 02, 03, 15, 16, 17,
Cadmium [Cd]
0,50
•
WO
Altijd toepasbaar
Cadmium [Cd]
0,40
•
WO
Altijd toepasbaar
18, 19, 20 (0 - 50) 02
04, 05, 12, 13, 14, 21, 22 (0 - 50)
03
07, 08, 09, 10, 11, 23,
Altijd toepasbaar
24 (0 - 50) 04
25, 26, 27, 28, 29, 30,
Cadmium [Cd]
31 (0 - 50)
Zink [Zn]
0,52
•
WO
85
•
WO
Altijd toepasbaar
05
02, 15, 18 (50 - 200)
Altijd toepasbaar
06
05, 07, 12, 21
Altijd toepasbaar
(50 - 200) 07
09, 24, 28 (50 - 200)
Altijd toepasbaar
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
14
E204464.010/HWO
4.2.3 Interpretatie analyseresultaten PFAS Van de uitkomende grond zijn een viertal grondmengmonsters (nrs. 1 t/m 4) samengesteld die aanvullend op PFAS zijn onderzocht. De analyseresultaten (overschrijdingen van de rapportagegrens) van de grondmengmonsters worden in tabel 4.2.3 samengevat. De bodemlagen worden getoetst aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse wonen, welke in het tijdelijk handelingskader is opgenomen (3.0 µg/kg ds voor PFOS en overig PFAS en 7.0 µg/kg ds voor PFOA). Vanaf 1 juli 2020 zijn voornoemde normen echter aangepast door het RIVM en kan aan de onderstaande normen worden getoetst. Grond µg/kg ds PFAS < 1,4
Toepasbaar op land: PFOA < 1,9
Vrij m.u.v. grondwater-
PFOS < 1,4
beschermingsgebieden
1,4 < PFAS < 3
Wonen en / of industrie, Landbouw, natuur 1,9 < PFOA < 7
1,4 < PFOS < 3
als PFAS < Lokale achtergrondwaarde
PFAS > 3
PFOA > 7
PFOS > 3
Reiniging of stort
Oordeel o.b.v. tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie: : altijd toepasbaar dan wel voor alle gebruiksfuncties geschikt ≤ achtergrondwaarden (AW2000); WO : geschikt voor de functie wonen ≤ maximale waarden wonen; IN : geschikt voor de functie industrie ≤ maximale waarden industrie; NT : niet toepasbaar dan wel voor geen gebruiksfunctie geschikt > maximale waarden industrie De analyseresultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. Tabel 4.2.3: Samenvatting analyseresultaten grondmengmonsters PFAS MM
Boring +
Verhoogd aangetoonde
Conc.
bodemlaag
parameter
(µg/kg ds)
(m-mv) 1
Toetsing PFAS tijdelijk handelingskader
01, 02, 03,
Som PFOA
0.33
klasse
15, 16, 17,
Som PFOS
0.22
AW2000
04, 05, 12,
Som PFOA
0.31
klasse
13, 14, 21,
Som PFOS
0.20
AW2000
07, 08, 09,
Som PFOA
0.27
klasse
10, 11, 23,
Som PFOS
0.21
AW2000
25, 26, 27,
Som PFOA
0.25
klasse
28, 29, 30,
Som PFOS
0.28
AW2000
18, 19, 20 (0 - 50) 2
22 (0 - 50) 3
24 (0 - 50) 4
31 (0 - 50)
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
15
E204464.010/HWO
5 Conclusies en aanbevelingen Algemeen Aelmans Eco B.V. heeft een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van plangebied “Bramert Noord” te Urmond. Het te onderzoeken plangebied betreft een aaneengesloten perceel van circa 5,0 hectare, dat hoofdzakelijk als weiland in gebruik is. Aan het aardoppervlak en uitkomende grond van onderhavig perceel, zijn visueel geen verontreinigingen waargenomen. Ter plaatse van onderhavig perceel zijn een 31-tal boringen systematisch verdeeld. De boven- en ondergrond van de alhier geplaatste boringen, is analytisch onderzocht in een 7-tal grondmengmonsters. Bovengrond De bovengrond tot een diepte van 0,5 m-mv is analytisch onderzocht in een viertal grondmengmonsters (nrs. 1 t/m 4). Uit de analyseresultaten van deze grondmengmonsters blijkt, dat voornamelijk licht verhoogde concentraties cadmium worden aangetroffen en een incidenteel verhoogde concentratie zink. Voornoemde concentraties zijn van dien aard, dat deze veelal de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden. Vorenstaande betekent, dat er sprake is van lichte / marginale overschrijdingen. De aangetroffen concentraties zijn van dien aard, dat deze weliswaar de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de maximale waarden voor de klasse wonen.
Op basis van vorenstaande kan de bovengrond op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, ondanks de lichte overschrijdingen alsnog als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Ondergrond De ondergrond c.q. onderlaag vanaf 0,5 tot 2,0 m-mv is analytisch onderzocht in een drietal grondmengmonsters (nrs. 5, 6 en 7). Uit de analyseresultaten van deze drie grondmengmonsters blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, kan de ondergrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden.
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
16
E204464.010/HWO
PFAS Uit de resultaten van het PFAS onderzoek blijkt, dat diverse licht verhoogde concentraties PFAS worden aangetroffen. De aangetroffen concentraties overschrijden de rapportagegrenzen, doch niet de achtergrondwaarden. Vorenstaande impliceert, dat voornoemde overschrijdingen van dien aard zijn dat deze geen invloed hebben op de uiteindelijke kwalificatie van de onderzochte bodemlagen. Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek, zijn zintuiglijk geen specifieke asbestverdachte materialen of bijmengingen aangetroffen. Op basis van voornoemde bevindingen, is geen verder onderzoek naar asbest verricht. Op basis van vorenstaande kan de hypothese “onverdacht” met betrekking tot asbest worden bevestigd. Toetsing hypothese De hypothese “onverdacht” wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd. Naar aanleiding van voornoemde bevindingen zijn er geen beperkingen en/of belemmeringen verbonden aan de beoogde bestemmingsplanwijziging en het voorgenomen gebruik van onderhavig perceel ten behoeve van woondoeleinden. Nader bodemonderzoek Voor wat betreft de onderzoekslocatie zijn er geen aanleidingen om over te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Dit bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Eventuele aanwezige andere dan voornoemde bronnen van verontreiniging kunnen derhalve niet worden uitgesloten.
Ubachsberg, gemeente Voerendaal, 22 maart 2021 Aelmans Eco B.V.
de heer G.A.P. Hamers Rapport opgesteld door:
de heer ing. H.J.J.G.M. Wolfs Milieukundig adviseur
Verkennend bodem- en asbestonderzoek perceel Bramert-Noord te Urmond Aelmans Eco B.V.
17
Figuur 1
Ligging onderzoekslocatie
onderzoekslocatie
Bron: Google Maps
N
FIGUUR 2.1
Molenw eg Zuid
r
k
bk
1.
k
4
r
02. k
03. 17. 04. 16.
r
07.
LEGENDA
05.
15.
14.
18.
onderzoekslocatie
06. 1.
boorpunt 0,0 - 0,5 m-mv
r
19.
1.
13.
boorpunt 0,0 - 2,0 m-mv
20. k
57
21. 1
12.
gras
22.
r
bebouwing
59 r k
25.
61
23.
Molenweg
Zuid
k
r
k
Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T. 045-575 32 55 F. 045-575 15 09 E. info@aelmans.com
26.
65
Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T. 0475-45 92 60 F. 0475-45 92 82 I. www.aelmans.com
65a
Opdrachtgever
Gemeente Stein
Onderwerp
Onderzoekslocatie met ligging boorpunten
Locatie
Molenweg ong. te Stein
Projectnummer
E204464
Datum
22-03-2021
A:
Getekend
HWO
Schaal
k
27. 67
bk
28.
r k
69
30.
-
B: 1:1000
-
Formaat
A3
FIGUUR 2.2 02.
03. 04. 16.
07. 05.
15.
14. 06.
13.
LEGENDA
08.
20. 09.
21.
onderzoekslocatie 1.
12.
boorpunt 0,0 - 0,5 m-mv
11.
22.
1.
boorpunt 0,0 - 2,0 m-mv
10. 08.
25.
peilbuis 1
1
23.
boorpunt 0,0 - 5,0 m-mv afgewerkt met een peilbuis bebouwing gras
24.
26.
oprit 1.
29. 27. 28. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T. 045-575 32 55 F. 045-575 15 09 E. info@aelmans.com
30. 31.
Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T. 0475-45 92 60 F. 0475-45 92 82 I. www.aelmans.com
Opdrachtgever
Gemeente Stein
Onderwerp
Onderzoekslocatie met ligging boorpunten
Locatie
Molenweg ong. te Stein
Projectnummer
E204464
Datum
22-03-2021
A:
Getekend
HWO
Schaal
-
B: 1:1000
-
Formaat
A3
Bijlage 1 Analysecertificaten grond
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
AELMANS ECO BV Hans Wolfs Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer
Blad 1 van 18
: Molenweg te Stein : E204464 : 13414297, versienummer: 1.
Rotterdam, 10-03-2021
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project E204464. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters zoals deze door SYNLAB ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 18 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028