CConstaterende datStein
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2d Bramert-Noord Fase 1 Toelichting.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente SteinBij agendapunt: Raadsvoorstel Fase 1 Bramert - Noord22.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

51

Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (geel gearceerd)

Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit daarom een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid als door de voorgenomen plannen binnen het plangebied zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden, niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn vanwege de omvang van de voorgenomen plannen en de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Om deze reden zijn middels een Aeriusberekening de effecten van stikstofdepositie door de voorgenomen ingreep op het Natura 2000-gebied onderzocht. In de Aeriusberekening is uitgegaan van de volledige 400 woningen (50 woningen fase 1 en 350 woning partiele herziening via uitwerking). De berekening en toelichting hierop zijn toegevoegd als Bijlage 9. Uit de berekening blijkt dat het realiseren van de woningen en het in gebruik nemen van de woningen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande met zekerheid worden uitgesloten.

Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet vereist. Daarnaast is op 1 juli 2021 de nieuwe stikstofwet in werking getreden. Deze wet wijzigt de Wet natuurbescherming op een aantal punten, waaronder een partiële vrijstelling voor de bouwsector van de natuurvergunningplicht als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid Wnb. Deze vrijstelling voor bouwactiviteiten is om twee redenen partieel. Alleereerst omdat de vrijstelling alleen geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg (realisatiefase) en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van ultiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt (gebruiksfase). Voor de structurele uitstoot die een ruimtelijke ontwikkeling in de gebruiksfase uitstoot, blijft de natuurvergunningplicht dus onverkort van toepassing. De vrijstelling is voorts partieel, omdat deze alleen geldt voor de gevolgen van de stikstofdepositie en niet voor andere significante gevolgen, bijvoorbeeld de verstoring van diersoorten.

52

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

Voor onderhavig planvoornemen geldt daarmee dus dat indien er geen significante effecten ten aanzien van de emissie stikstof zijn te verwachten in de gebruiksfase, de bouwfase buiten beschouwing kan worden gelaten (vrijgesteld) en dat een ontheffing van de Wnb niet aan de orde is. Uit bijlage 4 (Aeriusberekening gebruiksfase) bij de Notitie beoordeling stikstof (Bijlage 9) volgen geen rekenresultaten die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiermee kunnen significante effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. Het plangebied ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 300 meter ten westen van het plangebied. Het betreft type N00.01, areaaluitbreiding van de natuur in het Grensmaasgebied. In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (grijs gearceerd)

Het plangebied ligt op circa 300 meter afstand van een onderdeel van het Nederlands Natuurnetwerk. Door de voorgenomen plannen binnen het plangebied zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk wordt niet noodzakelijk geacht.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

53

4.13.2 Houtopstanden De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 10 are en bomenrijen van minimaal 21 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom (de zogenaamde 'houtopstanden'). Het is verboden deze houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen zonder voorafgaande melding bij gedeputeerde staten. In deze paragraaf wordt beschreven of er bij de voorgenomen kap sprake is van meldingsplicht en herplantplicht conform artikel 4.2 en artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming. Verder wordt beschreven of er vervolgmaatregelen getroffen dienen te worden ten behoeve van de voorgenomen houtkap. De bomen binnen het plangebied vallen niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De te vellen bomen binnen het plangebied zijn onderdeel van een fruitboomgaard. Voor deze houtopstand geldt geen meldingsplicht of herplantplicht. 4.13.3 Soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ingrepen kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit soortbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming optreden. De aanwezigheid van geschikt habitat binnen het plangebied voor de verschillende soorten en soortgroepen is daarom weergegeven in onderstaande tabel.

In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

54

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

Overzicht geschiktheid plangebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen (bron: Econsultancy)

Uit de quickscan blijkt dat voor beschermde soorten overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde zijn. Wel dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen. Geadviseerd wordt om graaf- en kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Nesten mogen enkel verwijderd worden op het moment dat deze niet in gebruik zijn. Globaal kan de periode maart tot en met half augustus aangehouden worden als broedseizoen. Indien het niet mogelijk of wenselijk is om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden door een ecologisch deskundige. Verder geldt te allen tijde de algemene zorgplicht ten aanzien van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van individuen te voorkomen.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

55

4.14

Waterparagraaf

Het doel van de waterparagraaf is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De waterparagraaf vraagt niet alleen om een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de waterparagraaf gebruikt om de beoogde gebruiksfuncties en waterbelangen op elkaar af te stemmen. 4.14.1 Nationaal Waterplan 2016-2021 Algemeen Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering rijksbeleid Deltabeslissingen). Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.

Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes: Integraal waterbeheer: Het kabinet houdt vast aan een integrale aanpak van de wateropgaven, door opgaven op het gebied van waterkwantiteit (waterveiligheid en wateroverlast), waterkwaliteit en gebruik van (zoet) water in natte en droge situaties in samenhang te beschouwen. Afwenteling voorkomen: Het kabinet wil voorkomen dat waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen worden afgewenteld in de ruimte en de tijd, zoals het afwentelen van bovenstrooms veroorzaakte waterkwaliteitsproblemen op benedenstrooms gelegen wateren. Omafwenteling te voorkomen,maken beheerders onderling afspraken over acceptabele hoeveelheden en de kwaliteit van het te ontvangen water. Om afwenteling te voorkomen gelden ook de volgende tritsen: 1. vasthouden-bergen-afvoeren 2. schoonhouden-scheiden-schoonmaken Ruimte en water verbinden: Bij de aanpak van wateropgaven en de uitvoering van maatregelen vindt vooraf afstemming plaats met de andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied. Het doel is dat de scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of elkaar versterken. Met deze anpak is het vaak mogelijk het waterbeheer te verbeteren en tegelijk de economie en de leefomgeving te versterken tegen lagere kosten.

Rijn-Maasdelta Het plangebied is gelegen binnen het gebied aangeduid als Rijn-Maasdelta. Het hoofdwatersysteem in de Rijn-Maasdelta is onder te verdelen in drie gebieden. De aanpak verschilt per gebied. Waar de waterstanden hoofdzakelijk bepaald worden door de waterstand op zee, kiest het kabinet ervoor om de waterveiligheid vooral te borgen door dijkversterking in combinatie met de inzet van de stormvloedkeringen. In het deel van het rivierengebied waar de waterstand hoofdzakelijk wordt bepaald door de (piek)afvoer van de rivieren, wordt de waterveiligheid vooral geborgd door de combinatie van dijkversterking en –waar relevant en mogelijk- rivierverruimende maatregelen. In het overgangsgebied tussen het zee- en het riviergedomineerde gebied geldt een combinatie van beide benaderingen. Het plangebied maakt deel uit van het rivierengebied van de Rijn-Maasdelta. Het waterveiligheidsbeleid berust hier op twee pijlers: rivierverruiming en dijkversterking. Rond het plangebied zijn vanuit het Nationaal Waterplan geen specifieke maatregelen met betrekking tot het aspect water gepland aangezien het op ruime

56

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

afstand is gelegen van de nabijgelegen Maas. 4.14.2 Waterschap Limburg De wijze waarop Waterschap Limburg adviseert over de wateraspecten rondom ruimtelijke ontwikkelingen is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Dit is nader geconcretiseerd in de zogenoemde Keur van het waterschap. Uitgangspunten van het Waterschap Limburg met betrekking tot het waterbeheer zijn onder andere: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Circa 10% van het plangebied reserveren voor water Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit Toepassen voorkeurstabel afkoppelen Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 80 mm per twee uur (ten zuiden van Sittard), met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan

Uitsnede Legger met globale aanduiding plangebied (rode contour)

Op basis van de Legger wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied geen oppervlaktewateren of andere waterstaatwerken aanwezig zijn. Ook is het plangebied niet gelegen in een beschermingszone, zoals bijvoorbeeld een beschermingszone van een watergang of een grondwaterbeschermingsgebied.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

57

4.14.3 Invloed planvoornemen Onderhavig planvoornemen ziet toe op de ontwikkeling van een groen en natuurrijk woongebied bestaande uit 50 grondgebonden woningen met bijbehorende voorzieningen zoals opritten, terrassen, tuinpaden en een ontsluitingsweg. Het plangebied is nu nog onbebouwd. Ten gevolge van het planvoornemen neemt het verhard oppervlak dan ook toe. De toename aan verhard oppervlak ten gevolge van het planvoornemen wordt geschat op: woningen 3.118 m2 ; terrassen 810 m2 ; inritten 892 m2 ; wegen 5.177 m2 ; parkeerplaatsen 765 m2 (telt voor 50% mee vanwege grasbeton stenen). Het totale verhard oppervlak komt hiermee op 10.380 m2 . Uitgaande van de bergingseis 80 mm van het waterschap voor Zuid Limburg bedraagt de benodigde bergingscapaciteit voor de opvang van het hemelwater 830 m3 (0.08 x 10.380 m2 ). m3 . Binnen het plangebied worden gezamelijke wadi's in de openbare ruimte c.q. het groen (wonen in het parkje en wonen in de dorpsmantel) aangelegd met voldoende capaciteit voor de opvang van het hemelwater. Tevens wordt voorzien in een 'slootje' aan de noordzijde van het plangebied als overloop voor eventuele extreme situaties. Naast de verhardingen in de openbare ruimte worden ook de woningen aangesloten op deze wadi's. De wadi's zijn centraal binnen het plangebied, aan het parkje en groen (wonen in de dorpsmantel) voorzien.

De wadi's dragen zorg voor het natuurlijk opvangen van regenwater. In en rondom de wadi's ontstaan kansen voor biodiversiteit rondom de nattere vegetatie en de dynamiek van het regenwater. Indien deze vegetatie bloemrijk en voldoende dekkend is, kan de wadi dienst doen als ecologische verbindingszone voor kleine zoogdieren, amfibieën en vlinders. Grote Maaskeien en boomstammen passen in dit geheel als decoratie, maar ook als mogelijkheid voor kinderen om te spelen.

58

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

Beoogde wadi's in het groen (parkje, dorpsmantel)

Voorkomen wateroverlast Door bij het bepalen van het bouwpeil en afschot hiermee rekening te houden, wordt voorkomen dat water in de te realiseren woningen kan vloeien. Daarnaast kan ten aanzien van wateroverlast voor derden worden gesteld dat hiervan geen sprake zal zijn. De beoogde infiltratievoorzieningen (meerdere wadi's) zullen voldoende capaciteit hebben om het hemelwater binnen het plangebied zelf te bergen, zodat het ter plaatse kan infiltreren in de bodem. Afvalwater Onder de nieuwe ontsluitingsweg wordt een gescheiden rioolstelsel aangegelegd. De nieuwe woningen worden voor de afvoer van het afvalwater hierop aangesloten. Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal verder afgevoerd worden via een pompgemaal naar de gemeentelijke riolering van de gemeente Stein. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

59

60

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische opzet

Inleiding

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

5.2

Uitgangspunten

5.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor de inhoud en de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De Wro, het Bro en de Rsro bevatten regels ten aanzien van de (digitale) vormgeving, inhoud en raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen, met als doel bestemmingsplannen uniform vergelijkbaar en uitwisselbaar te maken. 5.2.2 Planonderdelen Een bestemmingsplan bestaat in elk geval uit een verbeelding (kaart) en planregels, die samen het juridisch deel van het bestemmingsplan vormen. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting, die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels, zoals bijvoorbeeld een Staat van bedrijfsactiviteiten. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing c.q. motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting, zoals rapporten van onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd.

5.2.3 Inhoud algemeen Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

61

5.3

Toelichting op de planregels

De regels zijn conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) opgebouwd en bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke bestemming is voorzien in een apart artikel. Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding.

De bestemmingsregels zijn in beginsel steeds op dezelfde manier opgebouwd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk 'Afwijken van de bouwregels' en 'Afwijken van de gebruiksregels'. Voor zover gewenst kan in de regels voor een bestemming worden voorzien in een vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden. Deze vergunningstelsels dienen dan veelal ter bescherming van binnen de bestemming voorkomende waarden of ter bescherming van bijvoorbeeld ondergrondse leidingen. Indien gewenst kan ook worden voorzien in een bevoegdheid om een bestemming geheel dan wel gedeeltelijk te wijzigingen in een andere bestemming. Dergelijke bevoegdheden worden opgenomen onder het kopje 'Wijzigingsbevoegdheid'. Naast voornoemde veel voorkomende onderdelen van bestemmingsregels kan worden voorzien in een vergunningstelsel voor het slopen van bebouwing en specifieke procedureregels.

5.4

Bestemmingen

5.4.1 Groen Ter plaatse van de bestemming 'Groen' zijn gronden bestemd voor het handhaven van groenzones/-elementen om daarmee de woon- en omgevingskwaliteit te waarborgen. Binnen de bestemming 'Groen' is de aanleg van voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, kunstobjecten, voorzieningen van openbaar nut, alsmede waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot de noodzakelijke bouwwerken ten behoeve van het functioneren van de openbare ruimte.

62

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

5.4.2 Verkeer Deze bestemming is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. De (ontsluitings)wegen en paden, alsmede de parkeervoorzieningen binnen het plangebied krijgen de bestemming 'Verkeer' Voor het geclusterd parkeren ten behoeve van het wonen in het park is de aanduiding 'parkeerterrein' op de verbeelding opgenomen. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn voor het voorzien in de noodzakelijke parkeerbehoefte en uitsluitend bedoeld voor parkeerplaatsen met bijbehorende ontsluiting. De bouwmogelijkheden zijn beperkt tot de noodzakelijke bouwwerken ten behoeve van het functioneren van de openbare ruimte. 5.4.3 Wonen Deze gronden zijn bestemd voor wonen, met daaraan ondergeschikt aan huis verbonden beroepen, een webshop aan huis en de (overige) daarbij behorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en verhardingen. Per bouwvlak is het aantal woningen toegestaan zoals op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven. Bijgebouwen mogen enkel gebouwd worden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tot een maximaal oppervlakte van 75 m2 . In de bouwregels is de verdere maatvoering binnen het plangebied uitgewerkt.

Tevens zijn in de regels nadere bepalingen opgenomen voor gebouwen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.4.4 Waarde - Archeologie Ter plaatse van deze dubbelbestemming in combinatie met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologisch verwachting' en 'specifieke vorm van waarde - middelhoge archeologische verwachting' is het gemeentelijk erfgoedbeleid, waaronder archeologie, van toepassing met verschillende ondergrenzen (oppervlak en diepte) voor de verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij bodemverstorende werkzaamheden. Dat betekent dat waar deze dubbelbestemming niet is aangegeven geen archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd indien er graafwerkzaamheden plaatsvinden.

5.5

Algemene regels

5.5.1 Anti-dubbeltelregel Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 5.5.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene bouwregels, conform de Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. In de algemene bouwregels van dit bestemmingsplan is een regeling opgenomen omtrent ondergronds bouwen ten behoeve van bijvoorbeeld kelders en zwembaden.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

63

5.5.3 Algemene gebruiksregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden eveneens een aantal algemene gebruiksregels, conform het Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. In de algemene gebruiksregels van dit bestemmingsplan is een algemeen gebruiksverbod opgenomen om de gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de toegekende bestemming. Daaronder wordt in ieder geval verstaan: een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; straat- en raamprostitutie. 5.5.4 Algemene aanduidingsregels Dit betreft de nadere aanduiding van samenhangende gebieden gelegen over meerdere bestemmingen waarop een nadere regeling van toepassing is. Deze gebiedsaanduiding heeft met name betrekking op sectorale aspecten die ruimtelijk relevant zijn en waaraan een zonering (aan te houden afstand) is toegekend. Het betreft de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. 5.5.5 Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen het bevoegd gezag bevoegd is om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om, tenzij anders vermeld, afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.

5.5.6 Algemene wijzigingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen. De voorwaarden, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. 5.5.7 Algemene procedureregels In deze regels wordt aangegeven aan welke procedure dient te worden voldaan bij het stellen van nadere eisen. 5.5.8 Overige regels In deze regels wordt aangegeven, in het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, het belang van welke bestemming voor gaat.

5.6

Overgangs- en slotregel

5.6.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 5.6.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, zoals ook voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.

64

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

Hoofdstuk 6 6.1

Haalbaarheid

Inleiding

Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.2

Economische haalbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke/anterieure overeenkomst. In onderhavige situatie is de gemeente grondeigenaar van alle percelen waarop de ontwikkeling is voorgenomen. Ten behoeve van het planvoornemen is een anterieure overeenkomst opgesteld met de projectontwikkelaar, waarin de financieel gemaakte afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar van de gronden nader zijn vastgelegd. Tevens is hierin meegenomen de kosten voor eventuele planschade. Het kostenverhaal is daarmee in voldoende mate verzekerd.

6.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Het planvoornemen betreft de realisatie van 50 woningen ter plaatse van uitbreidingslocatie Bramert-Noord, gelegen direct ten noorden van de kern Urmond. Het woongebied wordt zo ontwikkeld dat er een parkachtige woonomgeving ontstaat, waarbij een geleidelijke overgang wordt gecreëerd van het stedelijk gebied naar het buitengebied. Op deze wijze wordt op een stedenbouwkundige en landschappelijke verantwoorde manier invulling gegeven aan de uitbreidingslocatie. Verder geldt dat de 50 woningen worden gebouwd naar aanleiding van een concrete woonbehoefte binnen de gemeente Stein. In het kader van de bestemmingsplanprocedure zijn de omwonenden voor de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan door middel van een informatieavond voor omwonenden en belanghebbenden nader geinformeerd over het planvoornemen zelf en het bestemmingsplan. Daarnaast is een klankbordgroep ingesteld met de omgeving en zijn diverse individuele gesprekken gevoerd met omwonenden. Deze gesprekken hebben geleid tot een licht aangepaste situering van woningen ten opzichte van perceelgrenzen, groenstroken en parkeren in verband met uitzicht en ligging ten opzichte van de bestaande woningen. Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.

6.4

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande recht doen aan een goede ruimtelijke ordening, als bedoeld in artikel 3.1 Wro. Het bestemmingsplan leidt, na een afweging van de verschillende belangen, tot een aanvaardbare nieuwe invulling van het plangebied.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

65

66

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

Hoofdstuk 7 7.1

Procedure

De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b. c. d. e.

Voorbereiding: een voorontwerp van het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan betrokken instanties, waaronder Waterschap Limburg, aangeboden. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Vaststelling: vaststelling door de Raad. Mogelijkheid reactieve aanwijzing. Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan). Beroep: beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.

7.2

Wettelijk vooroverleg

Een voorontwerp van dit bestemmingsplan is aangeboden aan de betrokken instanties, in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Naar aanleiding daarvan zijn vooroverlegreacties ontvangen van : Provincie Limburg; Chemelot/DSM; LLTB Waterschap De vooroverlegreacties hebben tot aanpassing van het bestemmingplan geleid. De toelichting en regels zijn waar nodig aangevuld naar aanleiding van deze reacties. Daarnaast wordt parallel aan onderhavig bestemmingsplan een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan 'Bramert-Noord' in procedure gebracht waarbij in de uitwerkingsregels (artikel 9.2 sub a) het maximum aantal toegestane woningen naar beneden wordt bijgesteld naar 350 woningen zodat gewaarborgd wordt dan net als in de 'oude' planologisch-juridische situatie het maximum aantal toegestane woningen 400 stuks bedraagt.

7.3

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 18 maart 2022 gedurende zes weken, dat wil zeggen tot en met 28 april 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 3 zienswijzen tegen het plan ingediend. Tevens heeft de veiligheidsregio Zuid-Limburg haar advies uitgebracht. Naar aanleiding van deze zienswijzen en het advies van de veiligheidsregio zijn enkel aanpassingen in de toelichting en op de verbeelding verricht. Tevens is het advies van de veiligheidsregio als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Het bestemmingsplan is ten opzichte van het ontwerp dan ook gewijzigd vastgesteld in de raadsvergadering van 23 juni 2022.

bestemmingsplan Bramert-Noord Fase 1

67

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Stein&id=b2b76a2e-dd67-47ac-8eb8-4e2e684e0f9b